Balans en toelichting

Inhoud

Balans

Activa

Bedragen x € 1.000
ACTIVA 31-12-2019 31-12-2018
VASTE ACTIVA
Immateriële vaste activa 12.225 9.997
- Kosten van onderzoek en ontwikkeling 1.326 676
- Bijdragen aan activa van derden 10.899 9.321
Materiële vaste activa 206.227 202.671
- Overige investeringen met economisch nut 154.065 156.233
- Investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven 27.276 26.789
- Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut 24.886 19.649
Financiële vaste activa 4.572 4.761
- Kapitaalverstrekkingen aan:
- Deelnemingen 606 606
- Overige verbonden partijen 17 17
- Leningen aan:
- Woningbouwcorporaties 3.165 3.339
- Overige langlopende leningen 408 422
- Overige uitzettingen met looptijd langer dan 1 jaar 376 376
TOTAAL VASTE ACTIVA 223.025 217.429
VLOTTENDE ACTIVA
Voorraden 101.796 130.729
- Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie 101.796 130.729
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 34.495 46.344
- Vorderingen op openbare lichamen 3.307 10.262
- Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 25.375 30.591
- Overige vorderingen 5.813 5.491
Liquide middelen 1.004 1.862
- Kassaldi 1 1
- Bank- en girosaldi 1.002 1.860
Overlopende activa 2.366 3.971
- De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen 406
- Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van de volgende begrotingsjaren komen 1.960 3.971
TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA 139.661 182.907
TOTAAL ACTIVA 362.686 400.335
Omvang recht op verliescompensatie krachtens de Wet Vpb 1969

Passiva

Bedragen x € 1.000
PASSIVA 31-12-2019 31-12-2018
VASTE PASSIVA
Eigen vermogen 113.763 115.060
- Algemene reserve 106.895 99.643
- Bestemmingsreserves 8.711 10.000
- Onverdeeld resultaat -1.843 5.417
Voorzieningen 26.717 25.604
- Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's 12.499 11.756
- Egalisatievoorzieningen
- Van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden 14.218 13.848
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer 183.714 224.431
- Obligatieleningen
- Onderhandse leningen van:
- Binnenlandse pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen
- Binnenlandse banken en overige financiële instellingen 183.665 224.387
- Waarborgsommen 49 44
TOTAAL VASTE PASSIVA 324.195 365.095
VLOTTENDE PASSIVA
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 20.005 16.532
- Kasgeldleningen aangegaan bij openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden 10.000 10.000
- Debetsaldi bank
- Overige schulden 10.005 6.532
Overlopende passiva 18.486 18.708
- Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume 13.121 12.817
- De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschot- bedragen voor uitkeringen met een specifik bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren 5.335 5.852
- Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen 30 39
TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA 38.491 35.240
TOTAAL PASSIVA 362.686 400.335
Gewaarborgde geldleningen en garantstellingen 224.800 234.000

Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Inleiding

De jaarrekening is opgemaakt in overeenstemming met de voorschriften volgens het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door de gemeenteraad op d.d. 22 december 2016 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. Tenzij anders vermeld, zijn alle bedragen afgerond op € 1.000, waardoor tussen de verschillende tabellen kleine afrondingsverschillen kunnen bestaan.

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. 

Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn.

De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in maximaal vijf jaar afgeschreven. De afschrijving van de geactiveerde kosten van onderzoek en ontwikkeling vangt aan in het jaar volgend op het jaar van realisatie van het gerelateerde immateriële vaste actief.

Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden geactiveerd als aan alle voorwaarden zoals genoemd in artikel 61 BBV wordt voldaan. Waardering vindt plaats tegen het bedrag van de verstrekte bijdragen, verminderd met afschrijvingen. De verleende bijdragen worden afgeschreven in de periode waarin het betrokken actief van de derde op basis van de door de gemeente gestelde voorwaarden moet bijdragen aan de publieke taak.

Materiële vaste activa

In de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:

a. investeringen met een economisch nut;

b. investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden  geheven;

c. investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.

Investeringen met economisch nut

Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden het jaar na ingebruikneming lineair afgeschreven over de verwachte gebruiksduur, waarbij geen rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde.

Investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven

Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden het jaar na ingebruikneming lineair afgeschreven over de verwachte gebruiksduur, waarbij geen rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde.

Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut

Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden het jaar na ingebruikneming lineair afgeschreven over de verwachte gebruiksduur, waarbij geen rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde.

Afschrijvingen

De materiële vaste activa worden lineair afgeschreven op basis van de verwachte levensduur zonder rekening te houden met een restwaarde. De afschrijvingsperiode vangt aan op 1 januari volgend op het jaar van ingebruikname c.q. gereedkomen.  Activa onder de € 25.000 worden in één keer afgeschreven.

De volgende afschrijvingstermijnen worden gehanteerd voor de meest voorkomende activa conform de richtlijnen uit de financiële verordening en de nota activabeleid.  De overige afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in de nota activabeleid 2016

Activasoorten Afschrijvingstermijn in jaren
Gronden en terreinen n.v.t.
Woonruimten
- nieuwbouw 40
- renovatie en restauratie 25
Bedrijfsgebouwen
- nieuwbouw 40
- renovatie en restauratie 25
- tijdelijke gebouwen/noodlokalen PM
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
- aanleg en reconstructie wegen en kunstwerken (bruggen e.d.) 20
- aanleg en renovatie riolering 40
- aanleg en renovatie rioolgemalen 15
- openbare verlichting 15
- aanleg en renovatie openbaar groen 25
- verkeers- en straatmeubilair 5
- speeltoestellen 10
Voertuigen 5
Vrachtwagens 8
Bouwkundige installaties (brand/luchtbehandeling/warmwater) 15
Overige materiële vaste activa
- kantoor- en schoolmeubilair en overige 10
- automatisering (hardware) 4

Financiële vaste activa

Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en leningen u/g zijn opgenomen tegen nominale waarde. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht.

Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingsprijs zal afwaardering plaatsvinden. Tot dusver is een dergelijke afwaardering niet noodzakelijk gebleken; de actuele waarde ligt ruim boven de verkrijgingsprijs.

Van een deelneming is krachtens artikel 1 lid e BBV sprake als de gemeente participeert in het aandelenkapitaal van een NV of BV.

Vlottende activa

Voorraden

In de balans worden onder de voorraden afzonderlijk opgenomen:

a. grond- en hulpstoffen;

b. onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie;

c. gereed product en handelsgoederen;

d. vooruitbetalingen. 

Grond- en hulpstoffen

De overige grond- en hulpstoffen zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs, dan wel lagere marktwaarde. Er wordt geen rente bijgeschreven op de boekwaarde van deze voorraden.

Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie

In het wijzigingsbesluit vernieuwing BBV is een nieuwe definitie opgenomen voor bouwgrond in exploitatie: Gronden in eigendom van een gemeente, waarvoor de raad een grondexploitatiecomplex en een grondexploitatiebegroting heeft vastgesteld.

De als onderhanden werken opgenomen bouwgronden in exploitatie zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs, dan wel de lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend alsmede de rentekosten berekend zoals voorgeschreven in het BBV en de administratie- en beheerskosten.

De lagere marktwaarde is bepaald, rekening houdend met de nog te realiseren uitgaven en inkomsten. De contante waarde per 31 december 2019 van een eventueel tekort op eindwaarde van een exploitatie is in mindering gebracht op de balanswaarde door middel van een balansverkorting. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijpmaken), alsmede een redelijk te achten aandeel in de rentekosten en de administratie- en beheerskosten.

Winsten uit de grondexploitatie worden slechts genomen indien en voor zover die met voldoende mate van betrouwbaarheid als gerealiseerd aangemerkt kunnen worden. Bij de bepaling van de winst name wordt gebruik gemaakt van de voorgeschreven POC methode uit de notitie grondbeleid 2019.

Gereed product en handelsgoederen

Gerede producten worden gewaardeerd tegen de kostprijs of tegen de marktwaarde indien de marktwaarde lager is dan de kostprijs. Dat laatste doet zich met name voor indien voorraden incourant worden. De kostprijs bestaat uit de verrekenprijzen van grond- en hulpstoffen en de loon- en machinekosten die aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend.

Vooruitbetalingen

Voor de inkomsten en uitgaven op de grondexploitatie en dan meer specifiek de aan- en verkoop van grond worden de volgende uitgangspunten gehanteerd. Grondaankopen worden meegenomen op moment dat de verplichting tot koop is aangegaan en de ontbindende voorwaarden zijn vervallen. Grondverkopen worden geregistreerd als gerealiseerde opbrengsten als de daadwerkelijke juridische overdracht van de grond heeft plaatsgevonden.

Vorderingen en overlopende activa

De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht.

Liquide middelen en overlopende posten

Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.

Vaste passiva

Eigen vermogen

Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve, bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening.

Voorzieningen

Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De pensioenverplichting voor de wethouders en de voorziening voor verliezen uit grondexploitaties zijn echter tegen contante waarde gewaardeerd.

Vaste schulden

Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

Vlottende passiva

De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is en die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, worden op grond van artikel 49 BBV geclassificeerd onder de overlopende passiva. In de toelichting op de balans is per uitkering van EU, Rijk en provincies met een specifiek bestedingsdoel het verloop gedurende het jaar van ontvangen voorschotbedragen in een overzicht weergegeven, conform artikel 52a BBV.

Borg- en garantstellingen

Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn, is buiten telling het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. In de toelichting op de balans is hierover nadere informatie opgenomen.

Grondslagen voor resultaatbepaling

Algemeen

De baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. 

Personeelslasten

Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. 

Algemene uitkering

Met betrekking tot de algemene uitkering heeft de commissie BBV een stellige uitspraak gedaan. Deze uitspraak houdt in dat in de jaarrekening de algemene uitkering wordt opgenomen conform de in het jaar laatst gepubliceerde accresmededeling.

Omgevingsvergunningen

De opbrengsten uit omgevingsvergunningen worden verantwoord op het moment van aanvragen van de omgevingsvergunning. Op grond van de legesverordening zijn leges al opeisbaar op het moment van in behandeling nemen van de aanvraag tot beoordeling van een omgevingsvergunning.

Dividend

Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als baten genomen in het jaar dat het besluit tot uitkeren is genomen.

Toelichting op de balans: vaste activa

Immateriële vaste activa

Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief:

  • Dit betreffen de voorbereidingskosten ten behoeve van de ontwikkeling van Wilderszijde.

Bijdragen aan activa van derden:

  • In 2019 zijn er bijdragen gedaan in de grondkosten van de scholen De Zijde en Melanchton Berkroden.

Het verloop van de immateriële vaste activa in 2019 is als volgt:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2018 Investering Desinvestering Afschrijvingen Boekwaarde 31-12-2019
Kosten onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief 676 650 0 0 1.326
Bijdragen aan activa van derden 9.321 1.745 0 167 10.899
Totaal 9.997 2.395 0 167 12.225

Materiële vaste activa

Specificatie van de materiële vaste activa:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2019 Boekwaarde 31-12-2018
Materiële vaste activa met economisch nut 154.065 156.233
Materiële vaste activa waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven 27.276 26.789
Materiële vaste activa met maatschappelijk nut 24.886 19.649
Totaal 206.227 202.671

Materiële vaste activa met economisch nut

Gronden en terreinen:

  • In  2019 heeft een afwaardering plaatsgevonden van de Laan van Koot met € 188.000

Onder de gronden en terreinen is de warme grond voor Wilderszijde opgenomen met een boekwaarde van € 33.121.943.

Bedrijfsgebouwen:

  • In 2019 is voor € 158.000 geïnvesteerd in Cultuurfabriek het spectrum, daarnaast is € 134.000 geïnvesteerd in de vervangende nieuwbouw voor de basisscholen PWA en Kwakel

Grond-, weg- en waterbouwkundige werken:

  • Dit betreft voor € 2,1 miljoen investeringen in de aanleg en renovatie van sportvelden binnen de gemeente.

Vervoermiddelen:

  • In 2019 heeft vervanging van de vrachtwagen van de buitendienst plaatsgevonden. 
  • Daarnaast breidden wij het wagenpark van de buitendienst uit en vervingen diverse motorvoertuigen.

Machines, apparaten en installaties:

  • we investeerden € 150.000 in de aanleg van zonnepanelen op de binnensport acomodaties;
  • Daarnaast investeerden we € 480.000 voor de hardware benodigd voor TOP-werken.

Overige materiële vaste activa:

  • We investeerden € 456.000 in diverse ICT toepassingen zoals de audiovisuele  middelen en mobiele apparaten.
  • We investeerden € 250.000 in speeltoestellen

Het verloop van de boekwaarde van de materiële vaste activa met economisch nut is als volgt:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2018 Investering Desinvestering Afschrijvingen Bijdragen van derden Boekwaarde 31-12-2019
Gronden en terreinen 52.818 0 188 0 0 52.630
Wooonruimten 2 0 0 1 0 1
Bedrijfsgebouwen 91.974 294 0 5.556 0 86.712
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken 9.085 2.133 0 734 63 10.420
Vervoersmiddelen 239 984 0 70 0 1.153
Machines, apparaten en installaties 1.211 656 0 147 0 1.720
Overige materiële vaste activa 904 714 0 191 0 1.427
Totaal 156.233 4.782 188 6.700 63 154.065

Materiële vaste activa waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven

  • In 2019 investeerden wij voor € 740.000 voor ze inzameling van huishoudelijk afval;
  • Wij investeerden voor € 718.000 in het vervangen/ vernieuwen van de riolering;
  • Voor € 163.000 investeerden wij voor lijkbezorging en begraafplaatsen.

Het verloop van de materiële vaste activa met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven is als volgt:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2018 Investering Desinvestering Afschrijvingen Bijdragen van derden Boekwaarde 31-12-2019
Materiële vaste activa waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven 26.789 1.620 0 1.133 0 27.276
Totaal 26.789 1.620 0 1.133 0 27.276

Materiële vaste activa met maatschappelijk nut

Grond, weg en waterbouwkundige werken:

  • De investeringen bestaan voornamelijk uit uit:
    • € 1,1 miljoen voor de Overpuurtse Polder;
    • € 1,8 miljoen voor aanpak Fietsveiligheid rotondes;
    • € 1,3 miljoen voor Reconstructie Anjerweg en Verlengen Hoogseweg;
    • € 0,7 miljoen voor renovatie centrum Berkel;
  • De opbrengsten bestaan voornamelijk uit ontvangen subsidies voor het Verlengen van de Hoogeweg en Verlichting Landscheidingspark.

Machines, apparaten en installaties:

  • Betreft met name de investering voor € 0,3 miljoen in de openbare verlichting..

Overige materiële vaste activa:

  • Betreft investeringen in belijning, bebording en straatmeubilair voor € 0,2 miljoen
Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2018 Investering Desinvestering Afschrijvingen Bijdragen van derden Boekwaarde 31-12-2019
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken 18.735 6.622 0 1.293 487 23.577
Machines, apparaten en installaties 546 405 0 26 0 925
Overige materiële vaste activa 368 156 0 140 0 384
Totaal 19.649 7.183 0 1.459 487 24.886

Financiële vaste activa

De kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen bestaan uit:

  • Aandelen Stedin Holding N.V. (168.045 gewone aandelen van € 100 nominaal) en;
  • Aandelen NV Bank Nederlandse Gemeenten (15.015 gewone aandelen van nominaal € 2,50).

Verkoop aandelen Eneco

Op 17 december 2019 besloot het college tot de verkoop van alle aandelen in Eneco Groep N.V. (hierna: Eneco) en op 30 januari 2020 stemde de raad in met de verkoop. In 2020 is deze verkoop onvoorwaardelijk geworden en zijn op 24 maart 2020 de aandelen Eneco formeel overgedragen door de gemeente Lansingerland aan Mitsubishi en Chubu.

De verkooptransactie is boekjaar 2020 verwerkt omdat de verkoop in 2020 onvoorwaardelijk is geworden. Deze verkooptransactie geeft wel een relevant ander beeld bij de balans(-verhoudingen) ultimo 2019. Om die reden is de verkoop van de aandelen Eneco vermeldt als Gebeurtenis na balansdatum.

De verkoopopbrengst voor Lansingerland bedraagt ruim EUR 137,5 miljoen en is in maart 2020 in één bedrag per bank ontvangen. De boekwaarde van de aandelen Eneco bedroeg nihil zodat de boekwinst op de verkooptransactie gelijk is aan het ontvangen bedrag. Dit betekent dat de liquide middelen in 2020 als ook het resultaat over het boekjaar 2020 toenemen met 137,5 miljoen..

De kapitaalverstrekkingen aan overige verbonden partijen bestaan uit:

  • Maatschappelijk belang bouwkassen BSH
  • Grootboek der Nationale Schuld

Leningen aan woningcorporaties

De gemeente heeft leningen verstrekt aan woningcorporatie 3B wonen voor de bouw en renovatie van woningen. Op deze leningen betaald de woningcorporatie jaarlijks rente en aflossing. 

Overige langlopende leningen

De post overige langlopende leningen bestaat uit startersleningen, blijversleningen en lening aan de stichting Rotonde ..

Overige uitzettingen met een looptijd langer dan één jaar

De overige uitzettingen met een looptijd langer dan een jaar betreffen de belegde gelden voor wethouderspensioenen. De waarde van de participaties bedragen ultimo 2019 € 497.137 (2018: € 494.074 )

Het verloop van de financiële vaste activa in 2019 is als volgt:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2018 Investering Desinvestering Afschrijving / aflossing Afwaardering Boekwaarde 31-12-2019
Kapitaalverstrekkingen aan:
- Deelnemingen 606 0 0 0 0 606
- Overige verbonden partijen 17 0 0 0 0 17
Leningen aan:
- Woningbouwcorporaties 3.339 0 0 174 0 3.165
Overige langlopende leningen 422 0 0 14 0 408
Overige uitzettingen met een looptijd van > 1 jaar 376 0 0 0 0 376
Totaal 4.761 0 0 188 0 4.572

Toelichting op de balans: vlottende activa

Voorraden bouwgronden

Specificatie voorraden bouwgronden:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2019 Boekwaarde 31-12-2018
Onderhanden werk / bouwgronden in exploitatie 101.796 130.730
Totaal 101.796 130.730

Bouwgronden in exploitatie

Voor de projecten Meerpolder, Centrum Berkel, De Tuinen en Landscheidingspark Horeca staat een deel van de voorziening opgenomen aan de passivazijde, omdat dat deel van de voorziening boven de huidige boekwaarde uitkomt.

Van de bouwgronden in exploitatie is het verloop in het boekjaar 2019 als volgt geweest:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2018 Investering Opbrengsten Saldering voorziening Winst- / verliesname Boekwaarde 31-12-2019
Meerpolder -1.079 851 2.017 0 0 -2.245
Centrum 5.996 1.452 10 -7.439 0 0
Westpolder/Bolwerk 74.018 4.385 8.648 -11.372 0 58.383
Oudeland 52.080 6.027 29.205 0 7.073 35.975
Berkelse Poort -34 2 -73 0 -42 0
Rodenrijse Zoom 837 70 688 0 158 377
De Tuinen 9.961 227 852 -9.639 0 -303
Parkzoom -5.660 1.497 2.981 0 2.072 -5.072
Leeuwenhoekweg 12.247 229 2.489 -6.879 0 3.108
Wilderszijde 15.826 676 3.637 -4.967 0 7.898
Scholen Boterdorp 51 -3 0 0 41 89
Groenzoom RvR 4.631 384 1.158 0 0 3.857
Landscheidingspark Horeca 60 19 350 0 0 -271
Subtotaal 168.935 15.817 51.962 -40.296 9.302 101.796

Ramingen per complex

De geraamde kosten, opbrengsten en eindwaarde per complex ziet er als volgt uit:

Bedragen x € 1.000
Te verwachten opbrengsten Te verwachten kosten Te verwachten financieringslasten Te verwachten eindresultaat
Meerpolder 3.184 5.295 -120 254
Centrum 6.088 13.655 560 -15.565
Westpolder/Bolwerk 69.303 7.998 4.102 -12.555
Oudeland 77.509 28.240 -2.223 25.920
Berkelse Poort 0 0 0 -42
Rodenrijse Zoom 747 340 -25 956
De Tuinen 0 0 0 -9.639
Parkzoom 2.065 6.925 -299 3.377
Leeuwenhoekweg 3.542 421 432 -7.300
Centrum Bergschenhoek 0 0
Wilderszijde 23.549 15.225 1.056 -5.594
Scholen Boterdorp 265 48 -8 701
Groenzoom RvR 16.362 12.545 -40 -1
Landscheidingspark Horeca 0 756 1 -485

Toelichting op de ramingen per complex

De voorziening is op contante waarde (eindwaarde contant gemaakt tegen 2%).
De uitgangspunten zijn voor alle projecten gelijk:
• De kosten zijn onderbouwd met (civieltechnische) ramingen en planning inzet door middel van een plankostenraming;
• De inkomsten en fasering hiervan zijn onderbouwd met marktonderzoeken of sluiten aan bij contractuele afspraken met partijen;
• De rente is gebaseerd op de BBV-systematiek;

Risico’s
De belangrijkste risico’s die samenhangen met de grondexploitaties hebben betrekking op de planning, prijs en het programma. Voor de komende 4 jaar zijn de opbrengsten op een totaal van ca. € 141 miljoen geraamd, gemiddeld zo'n € 35,25 miljoen per jaar. Het al dan niet realiseren van deze opbrengsten is voor de grondexploitaties de grootste uitdaging. Het college stuurt dan ook actief op de realisatie van deze opbrengsten.
We sloten in 2019 diverse gondverkoopovereenkomsten voor de woningbouwlocaties waarin concrete afspraken zijn gemaakt over de momenten van afname en/of betaling. Ook voor de bedrijventerreinen sloten we in 2019 meerdere grondverkoopovereenkomsten. Met een uitgifte van ruim 11 hectare haalden we nagenoeg onze omzetdoelstelling voor 2019 voor de bedrijventerreinen. Ook sloten we voor ca. 3 ha aan betaalde reserveringsovereenkomsten die naar verwachting in 2020 of 2021 worden omgezet in grondverkoopovereenkomsten en vervolgens grondlevering. Hiermee is meer zekerheid verkregen over de productie in de komende jaren. Voor een deel is de markt te beïnvloeden, maar voor een ander deel ook niet. In de paragraaf Weerstandsvermogen zijn deze risico’s nader toegelicht.

Planning bedrijfsterreinen
Binnen Lansingerland heeft de gemeente twee terreinen in ontwikkeling, waarvoor de gemeente 100% van het risico draagt: Oudeland in Berkel en Rodenrijs en Leeuwenhoekweg in Bergschenhoek. Daarnaast worden nog twee terreinen ontwikkeld gezamenlijk met de gemeente Zoetermeer: Bleizo en Hoefweg.

Het inschatten van een goede afzetraming voor de bedrijfsterreinen is vanwege de veelheid en omvang van locaties en de onzekere markt lastig. Daarnaast worden er in de praktijk zowel kleine als hele grote kavels uitgegeven. In 2018 is het onderzoek naar de (gemiddelde) uitgifteprognose van Oudeland geactualiseerd. De uitkomsten van dit onderzoek zijn qua fasering en prijsstelling in de grondexploitatie vertaald en gebruikt als basis. Daarnaast zijn de reeds gesloten overeenkomsten verwerkt in de grondexploitaties. Voor Leeuwenhoekweg zijn bijna alle kavels verkocht.

Geactualiseerde toelichting NEXT-route

Voor de ontwikkeling van het plangebied Westpolder/Bolwerk-West is in 2003 een Samenwerkingsovereenkomst (SOK) gesloten met de ontwikkelcombinatie Westpolder-Bolwerk C.V. (OCW). Voor het eerst voor deelplan 3 hebben de gemeente en OCW binnen de kaders van de SOK hun afspraken zodanig ingevuld dat de gemeente haar kosten zal verhalen door middel van een financieel voorschrift bij de omgevingsvergunning. Op grond van dit financieel voorschrift zullen de woningkopers gehouden zijn het kostenverhaal aan de gemeente te voldoen. Alvorens deze afspraken zijn vastgelegd heeft de gemeente over de gevolgen voor de BTW-heffing hiervan bij de gemeente in 2014 afstemming gezocht met de Belastingdienst. De Belastingdienst heeft in 2014 vervolgens schriftelijk bevestigd dat de gemeente geen BTW is verschuldigd over het kostenverhaal op grond van het financieel voorschrift bij de omgevingsvergunning.

Eind 2016 heeft het Ministerie van Financiën, in vervolg op eerder overleg van dat Ministerie met de VNG, een brief gestuurd aan de VNG over de BTW-behandeling van exploitatiebijdragen. Deze brief van het Ministerie brengt het actuele beleid van de Belastingdienst tot uitdrukking ten aanzien van BTW-heffing over exploitatiebijdragen. Gezien dit beleid is het risico aanwezig dat de inspecteur daarin aanleiding ziet om zijn eerdere instemming uit 2014 in te trekken. Op grond van de (fiscale) rechtspraak zal de inspecteur alsdan aan de gemeente een redelijke overgangsperiode moeten bieden om (financiële) schade voor de gemeente te voorkomen.

De feitelijke situatie voor Westpolder/Bolwerk is een andere dan die welke in de brief van het Ministerie wordt beschreven. De gemeente is daarom van mening dat de brief van het Ministerie geen aanleiding betekent voor de inspecteur om terug te komen op zijn eerdere instemming met de door de gemeente voorgelegde – en door de inspecteur – akkoord bevonden handelwijze van partijen voor het hele plangebied Westpolder/Bolwerk (met ingang van deelplan 3).

Om elke (mogelijke) verkeerde beeldvorming op dit punt te voorkomen heeft de gemeente, conform de voorwaarden die door de Belastingdienst zijn gesteld, de Belastingdienst geïnformeerd over het vorenstaande. In november 2017 bevestigde de Belastingdienst de eerdere instemming uit 2014 en de daaraan verbonden voorwaarden. Daarnaast gaf zij aan akkoord te zijn met het na afronding van de grondexploitatie Westpolder/Bolwerk bepalen van de BTW-positie.

Bij de instemming van de Belastingdienst met de BTW-gevolgen ter zake van het kostenverhaal in het gebied Westpolder/Bolwerk is een voorwaarde opgenomen waaraan de gemeente moet voldoen. Als blijkt dat de gemeente de bijdrage toch niet (volledig) in rekening mocht brengen in samenhang met de omgevingsvergunning dan moet de gemeente de inspecteur daarover informeren. De inspecteur zal dan bezien of over het deel van de berekende bijdrage voor zover die de maximaal verhaalbare bijdrage overschrijdt alsnog BTW verschuldigd wordt.

Op basis van de gerealiseerde en nog te realiseren kosten en opbrengsten in de huidige grondexploitatie 2020 zou de indruk kunnen ontstaan dat zich een situatie aandient waarin de gemeente uiteindelijk een hogere exploitatiebijdrage zal berekenen dan het bedrag van de maximaal verhaalbare kosten. Of die situatie zich uiteindelijk ook daadwerkelijk zal voordoen is pas bekend op het moment dat de grondexploitatie van Westpolder/Bolwerk financieel wordt afgesloten, rekening houdend met de dan geldende bepalingen van de Wet ruimtelijke ordening.

Indien de Belastingdienst zich op het standpunt stelt dat alsnog BTW zal moeten worden voldaan over de hogere exploitatiebijdragen, dan zou het op basis van de huidige uitgangspunten van de grondexploitatie om circa € 2,87 miljoen aan BTW gaan. Hoewel wij goede aanknopingspunten zien dat heffing (gedeeltelijk) achterwege zal blijven en afrekening waarschijnlijk pas aan het eind van de exploitatieperiode Westpolder/Bolwerk zal plaatsvinden is voorzichtigheidshalve bij de waardering van de grondexploitatie Westpolder/Bolwerk met deze € 2,87 miljoen rekening gehouden.

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

Uitzettingen met een looptijd van ten hoogste één jaar:

Voor de overige vorderingen is een voorziening gevormd vanwege verwachte oninbaarheid van € 374.000, voor de debiteuren vanuit sociale zaken een voorziening van € 1.098.000 en voor de belastingdebiteuren een voorziening gevormd van € 61.000

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2019 Boekwaarde 31-12-2018
Vorderingen op openbare lichamen 3.307 10.262
Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 25.375 30.591
Overige vorderingen 4.997 4.624
Debiteuren Sociale Zaken 816 867
Totaal 34.495 46.344

Vorderingen openbare lichamen

De vorderingen op openbare lichamen bestaan voor € 3.070.089  uit een vordering inzake BTW/BCF.  De overige vorderingen hebben betrekking op Rijkswaterstaat, waterschappen, gemeenten en gemeenschappelijke regelingen.

Schatkistbankieren

Op basis van de wet financiering decentrale overheden (wet Fido) is de gemeente verplicht om overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist. De gemeente is gerechtigd om een bepaald bedrag aan middelen buiten ’s Rijks schatkist aan te houden. Gerekend over een heel kwartaal mag het op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden bedrag gemiddeld niet hoger zijn dan het drempelbedrag. Het drempelbedrag wordt bepaald op basis van het begrotingstotaal, waarbij het drempelbedrag minimaal € 250.000 bedraagt.

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren:

Bedragen x € 1.000
Verslagjaar
(1) Drempelbedrag 1.106
Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
(2) Kwartaalcijfers op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
(3a) = (1) > (2) Ruimte onder drempelbedrag 1.106 1.106 1.106 1.106
(3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag 0 0 0 0
(1) Berekening drempelbedrag
(4a) Begrotingstotaal verslagjaar 147.516
(4b) Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen 147.516
(4c) Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
(1) = (4b) * 0,0075 of (45c) * 0,002 met een minimum van € 250.000 Drempelbedrag 1.106
(2) Berekening kwartaalcijfers op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
(5a) Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) 93.026 85.401 97.606 115.711
(5b) Dagen in het kwartaal 90 91 92 92
(2) = (5a) / (5b) Kwartaalcijfers op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 1.034 938 1.061 1.258

Overige vorderingen

De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. 

Voor de overige debiteuren is per debiteur vastgesteld of er mogelijk sprake kan zijn van oninbaarheid. Wanneer sprake is van een verwachte oninbaarheid is een voorziening gevormd.

De invordering van gemeentelijke heffingen onroerende zaakbelasting, hondenbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing is met ingang van 1 januari 2013 uitbesteed aan het samenwerkingsverband SVHW. De verwachte oninbaarheid van deze vorderingen wordt door het SVWH bepaald. Door Deloitte accountants is een controleverklaring over de jaarverantwoording afgegeven. Wij zijn akkoord met de door Deloitte bepaalde voorziening.

Debiteuren Sociale Zaken

Voor de debiteuren Sociale Zaken zijn de volgende principes gehanteerd:

Alle debiteuren zijn individueel beoordeeld door de gemeente en is op individuele post vastgesteld of het bedrag van de vordering nog ontvangen kan worden.  De debiteuren waarbij de verwachting is dat de vordering niet meer wordt ontvangen zijn voorzien. 

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2019 Boekwaarde 31-12-2018
Overige vorderingen 5.372 4.998
Debiteuren Sociale Zaken 2.111 2.320
Rijksdeel BBZ 75% -197 -244
Voorziening dubieuze debiteuren SoZa -1.098 -1.209
voorziening dubieuze debiteuren overig -375 -374
Totaal 5.813 5.491

Liquide middelen

Specificatie van de liquide middelen:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2019 Boekwaarde 31-12-2018
Kassaldi 1 1
Banksaldi 1.002 1.860
Totaal 1.004 1.862

Overlopende activa

Specificatie van de overlopende activa:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2019 Boekwaarde 31-12-2018
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel 406 0
Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen 1.960 3.971
Totaal 2.366 3.971

Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

Specificatie overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2019 Boekwaarde 31-12-2018
Vooruitbetaalde bedragen 541 154
Voorschotten Sociaal Domein 162 181
Door te belasten kosten 9 132
NTO Bijdragen van het Rijk -93 1.748
NTO Bijdragen van overige overheden 0 162
NTO Gelden (exclusief overheid) 1.342 1.594
Totaal 1.960 3.971
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel - Overige 31-12-2018 besteding ontvangst 31-12-2019
subsidie MRDH Verlengde Hoogseweg 0 208 0 208
subsidie MRDH verlichting landscheidingspad 0 198 198
totaal 0 406 0 406

Toelichting op de balans: vaste passiva

Eigen vermogen

Het eigen vermogen van de gemeente Lansingerland bestaat uit de Algemene reserve, de bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat. De Algemene reserve is dat deel van het vermogen waar de gemeente vrij over kan beschikken. Het dient om financiële tegenvallers op te vangen. Daarnaast wordt het resultaat met de Algemene reserve afgewikkeld.

De verschillende bestemmingsreserves vormen een belangrijk onderdeel van het eigen vermogen. Kenmerkend voor deze categorie reserves is dat het hierbij gaat om door de raad geoormerkte middelen. Dit betekent dat aan deze reserves specifieke bestedingsdoelen zijn gekoppeld. De bestemmingsreserves worden door de raad ingesteld. De raad heeft als enige orgaan de bevoegdheid de bestemming en de omvang van een reserve te wijzigen.

Specificatie van het eigen vermogen:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2019 Boekwaarde 31-12-2018
Algemene reserve 106.895 99.643
Bestemmingsreserves 8.711 10.000
Onverdeeld resultaat -1.843 5.417
Totaal 113.763 115.060

Verloop reserves

Het verloop van de reserves in 2019 is als volgt:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2018 Bestemming resultaat 2018 Toevoeging 2019 Onttrekking 2019 Vrijval 2019 Boekwaarde 31-12-2019
Algemene reserve 99.643 5.417 13.699 11.865 0 106.895
Algemene reserve 99.643 5.417 13.699 11.865 0 106.895
Reserve Rekenkamer 28 0 0 0 27
Reserve Afronding Overbuurtsepolder 789 0 0 0 789
Reserve Baggeren 1.627 225 78 460 1.315
Reserve (Tijdelijke) Huisvesting primair onderwijs 43 0 0 0 43
Reserve Overdracht schoolgebouwen 883 0 34 0 849
Reserve A.M.G. Schmidtpark 2.357 0 2.357 0 0
Reserve i.a.v. begraafplaats onderhoudsplan 125 0 125 0 0
Reserve Bovenwijkse voorzieningen 876 0 0 0 876
Reserve Actieplan Omgevingswet 0 1.030 91 0 939
Reserve Nog te maken kosten afgesloten Grex-en 131 0 34 0 97
Reserve GO gemeentelijke gebouwen 1.905 2.306 434 0 3.777
Egalisatiereserve afvalstoffenheffing 1.236 0 1.236 0 0
Bestemmingsreserves 10.000 0 3.561 4.389 460 8.711
Resultaat na bestemming 5.417 -5.417 -1.843 0 0 -1.843
Totaal 115.060 0 15.417 16.254 460 113.763

Algemene reserve

Aard/reden:

  1. Het opvangen van onvoorziene uitgaven, voortvloeiende uit opkomende verplichtingen die niet rechtstreeks verband houden met de lopende exploitatie en uit calamiteiten;
  2. Het opvangen van rekeningtekorten;
  3. Het afdekken van begrotingstekorten, voor zover op basis van een meerjarenbegroting blijkt  dat deze niet van structurele aard is.

Looptijd: onbeperkt.

Het resultaat na bestemming over 2018 wordt toegevoegd aan de algemene reserve.

Bedragen x € 1.000
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2019 99.643
Boekwaarde afgesloten grondexploitaties 362
Budgetoverhevelingen -447
Budgetoverhevelingen 2018 -240
Budgetoverhevelingen 2019 841
Extra afschrijving i.v.m. afboeken 'de Snip' -1.709
Instellen reserve Actieplan Omgevingswet -1.030
Resultaatbestemming 2018 5.417
Tekorten grondexploitaties -6.442
Tussentijdse winstnemingen grondexploitaties 9.343
Verlagen voorzieningen grondexploitaties 797
Vrijval reserve Landscheidingspark 2.357
Zomerrapportage 2019 -1.996
Totaal 106.895

Reserve rekenkamer

Aard/reden: Deze reserve is ingesteld als onderzoeksreserve voor de Rekenkamer Lansingerland.

Storting vindt plaats op grond van de verordening Rekenkamer Lansingerland.

Looptijd: onbeperkt

Bedragen x € 1.000
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2019 28
Toevoegingen 0
Onttrekkingen 0
Vrijval 0
Totaal 27

Reserve afronding Overbuurtsepolder

Aard/reden: Deze reserve is gevormd vanuit de reserve Projecten (bestemd) om de nog te maken kosten van afronding van de Overbuurtse Polder te kunnen opvangen.

Looptijd: 2021

Bedragen x € 1.000
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2019 789
Toevoegingen 0
Onttrekkingen 0
Vrijval 0
Totaal 789

Reserve baggeren

Aard/reden: Deze reserve is gevormd om de onderhoudslasten ten behoeve van baggerwerkzaamheden evenredig over de tijd te kunnen verdelen.

Looptijd: onbeperkt

 

Bedragen x € 1.000
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2019 1.627
Toevoegingen 225
Onttrekkingen 78
Vrijval 460
Totaal 1.315

Reserve tijdelijke huisvesting primair onderwijs

Aard/reden: Dekking van kosten (o.a. sloop tijdelijke huisvesting) gerelateerd aan de realisatie van algemeen primair onderwijs.

Looptijd: 2021

 

Bedragen x € 1.000
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2019 43
Toevoegingen 0
Onttrekkingen 0
Vrijval 0
Totaal 43

Reserve overdracht schoolgebouwen

Aard/reden:  Onderhoud aan schoolgebouwen opdat ze aan de schoolbesturen worden overgedragen. De bekostiging is noodzakelijk om aan onze wettelijke plicht uit de Wet op het primair onderwijs te voldoen om te voorzien in voldoende en adequate onderwijshuisvesting.

Looptijd: 2020

 

Bedragen x € 1.000
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2019 883
Toevoegingen 0
Onttrekkingen 34
Vrijval 0
Totaal 849

Reserve A.M.G. Schmidtpark

Aard/reden: De middelen in deze reserve worden ingezet voor de kwaliteitsoptimalisatie van het Landscheidingspark.

Looptijd: 2018

conform planning is deze reserve in 2019 opgeheven.

Bedragen x € 1.000
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2019 2.357
Toevoegingen 0
Onttrekkingen 2.357
Vrijval 0
Totaal 0

Egalisatiereserve afvalstoffenheffing

Aard/reden: Door het instellen van een egalisatiereserve wordt de afvalinzameling in combinatie met de afvalstoffenheffing een gesloten financieel circuit. Door egalisatie kunnen eventuele toekomstige tariefstijgingen en -dalingen worden gedempt.

Looptijd: 2019

in 2019 is het saldo van deze reserve gebruikt om een korting te verstrekking op de afvalstoffenheffing en hiermee het geld terug te geven aan de burgers van de gemeente.

Bedragen x € 1.000
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2019 1.236
Toevoegingen 0
Onttrekkingen 1.236
Vrijval 0
Totaal 0

Reserve iav onderhoud begraafplaats

Aard/reden: Deze reserve wordt als startkapitaal gebruikt bij het instellen van de voorziening begraafplaats-onderhoud, zodra het beheerplan is vastgesteld.

Looptijd: 2019

In 2019 zijn is het beginsaldo uit de reserve onttrokken conform het raadsbesluit.

Bedragen x € 1.000
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2019 125
Toevoegingen 0
Onttrekkingen 125
Vrijval 0
Totaal 0

Reserve bovenwijkse voorzieningen

Aard/reden: Deze reserve is gevormd voor de aanleg van bovenwijkse voorzieningen zoals opgenomen in de Nota Bovenwijkse Voorzieningen. In de Najaarsnota 2017 is het doel van de reserve aangepast. Het doel van de reserve is dekking van de kapitaallasten die voortvloeien uit investeringen die zijn benoemd in het raadsvoorstel Fonds Bovenwijkse voorzieningen (BR1600121). Deze wijziging heeft plaatsgevonden op basis van de gewijzigde regelgeving omtrent de waardering van grondexploitaties en materieel vaste activa. Waar het in het verleden reserves in mindering gebracht mochten worden op grondexploitaties of investeringen is dit niet meer toegestaan. Enkel dekking van kapitaallasten vanuit reserves is toegestaan.  Dit leidt er dan ook toe dat deze reserve is gevormd ter afdekking van de toekomstige kapitaallasten van  investeringen in bovenwijkse voorzieningen.

Looptijd: 2023

 

Bedragen x € 1.000
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2019 876
Toevoegingen 0
Onttrekkingen 0
Vrijval 0
Totaal 876

Reserve nog te maken kosten GREX

Aard/reden: Dekking voor nog uit te voeren werkzaamheden na afsluiting van de grondexploitaties.

Looptijd: onbeperkt

Deze reserve wordt ingezet voor de grondexploitaties die in 2018 en eerder zijn afgesloten en waarvoor nog kosten moeten worden gemaakt. voor de grondexploitaties welke vanaf 2019 worden afgesloten en waarvoor nog kosten dienen te worden gemaakt zal een restproject worden aangemaakt om de kosten uit te dekken. Deze wijziging in verwerking hangt samen met de gewijzigde notitie grondbeleid 2020 van de Commissie BBV

Bedragen x € 1.000
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2019 131
Toevoegingen 0
Onttrekkingen 34
Vrijval 0
Totaal 97

Reserve groot onderhoud gemeentelijke gebouwen

Aard/reden: Dekking van cyclische onderhoudslasten van de gemeentelijke gebouwen.

Looptijd: onbeperkt

De toevoeging van € 2,3 mlijoen betreft een jaarlijkse dotatie, conform begroting. De onttrekking aan de reserve is ter dekking van gemaakte kosten van groot onderhoud.

Bedragen x € 1.000
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2019 1.905
Toevoegingen 2.306
Onttrekkingen 434
Vrijval 0
Totaal 3.777

Verloop voorzieningen

Het verloop van de voorzieningen 2019 is als volgt:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2018 Toevoeging 2019 Onttrekking 2019 Vrijval 2019 Boekwaarde 31-12-2019
Voorziening Wethouders 4.236 972 201 0 5.007
Voorziening Afvloeiingsregeling personeel 425 0 343 0 83
Voorziening Planschade 2.840 0 2.778 62 0
Voorziening BIE verliezen grondexploitaties 4.255 3.927 0 772 7.410
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's 11.756 4.899 3.322 834 12.499
Voorziening Riolering 13.848 370 0 0 14.218
Van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden 13.848 370 0 0 14.218
Totaal 25.604 5.269 3.322 834 26.717

Voorziening Wethouders

Aard/reden: Deze voorziening is gevormd voor toekomstige pensioen- en wachtgeldverplichtingen van (ex-) wethouders. De hoogte van de voorziening wordt jaarlijks bepaald aan de hand van actuariële berekeningen en is opgenomen tegen contante waarde. 

Door uitgekeerde pensioenen is de voorziening met een bedrag van € 201.000 afgenomen.  Door daling van de rekenrente heeft een extra dotatie moeten plaatsvinden van € 972.000.

Bedragen x € 1.000
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2019 4.236
Actualisering toevoeging 972
Actualisering onttrekking 201
Vrijval/overdracht voorziening 0
Totaal 5.007

Voorziening Afvloeiingsregeling personeel

Aard/reden: Deze voorzienig is gevormd vanwege de verplichting die is ontstaan door afvloeiingsregelingen met ex-medewerkers. per balansdatum dient nog 1 regeling te worden afgewikkeld. afwikkeling hiervan vindt plaats in het 1e halfjaar van 2020.

Bedragen x € 1.000
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2019 425
Actualisering toevoeging 0
Actualisering onttrekking 343
Vrijval/overdracht voorziening 0
Totaal 83

Voorziening Planschade

Bedragen x € 1.000
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2019 2.840
Actualisering toevoeging 0
Actualisering onttrekking 2.778
Vrijval/overdracht voorziening 62
Totaal 0

Voorziening BIE verliezen grondexploitaties

Voor een aantal complexen is, conform de verslaggevingsrichtlijnen, een voorziening opgenomen. Een verliesvoorziening voor een grondexploitatie moet voor zover mogelijk met de boekwaarde van de betreffende grondexploitatie worden gesaldeerd. Wanneer de voorziening hoger is dan de boekwaarde, is het restant van de voorziening dat kan niet worden gesaldeerd, aan de passiefzijde van de balans onder de voorzieningen gepresenteerd. Dit geldt voor de hieronder genoemde projecten.

Conform de beleidslijn zoals opgenomen in de nota Reserves en Voorzieningen 2016 wordt de vrijval van de verliesvoorziening bij de jaarrekening 2019 vóór resultaatsbestemming toegevoegd aan de algemene reserve.

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2018 Toevoeging 2019 Onttrekking 2019 Vrijval 2019 Boekwaarde 31-12-2019
Meerpolder 693 0 0 693 0
Centrum Berkel 3.139 3.802 0 0 6.941
De Tuinen 81 0 0 81 0
Landscheidingspark Horeca 341 125 0 0 466
Totaal 4.255 3.927 0 775 7.407

Voorziening riolering met specifieke besteding

Aard/Reden: Deze voorziening is gevormd voor het egaliseren van het resultaat op het product rioleringen. Middels de mutaties in deze voorziening wordt bereikt dat het resultaat aan het einde van het boekjaar nihil is

Bedragen x € 1.000
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2019 13.848
Actualisering toevoeging 370
Actualisering onttrekking 0
Vrijval/overdracht voorziening 0
Totaal 14.218

Vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar

De totale rentelast voor het boekjaar 2019 voor de vaste schulden bedraagt € 4.462.535  (2018: € 5.533.682 ). 

Bedragen x € 1.000
Schuld per 31-12-2018 Verstrekt in 2019 Aflossing in 2019 Schuld per 31-12-2019
Leningen Bank Nederlandse Gemeenten 171.187 0 30.856 140.332
Leningen Nationaal Groenfonds 1.200 0 1.200 0
Leningen De Nederlandse Waterschapsbank N.V. 52.000 0 8.667 43.333
Waarborgsommen 44 5 0 48
Totaal 224.431 5 40.722 183.713

Toelichting op de balans: vlottende passiva

Vlottende passiva

Specificatie vlottende passiva

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2019 Boekwaarde 31-12-2018
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 20.005 16.532
Overlopende passiva 18.486 18.708
Totaal 38.491 35.240

Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

Overige kasgeldleningen

De kasgeldlening is aangegaan om de liquiditeitsbehoefte op korte termijn te dekken. Aangezien er nog onvoldoende zekerheid was over de liquiditeitsbehoefte op langere termijn, is voor deze optie gekozen.

Overige schulden

De overige schulden hebben betrekking op nog te betalen facturen die grotendeels eind 2019 zijn ontvangen en waarvan de vervaldatum in 2020 is.

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2019 Boekwaarde 31-12-2018
Overige kasgeldleningen 10.000 10.000
Overige schulden 10.005 6.532
Totaal 20.005 16.532

Overlopende passiva

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2019 Boekwaarde 31-12-2018
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume 13.121 12.817
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren 5.335 5.852
Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen 30 39
Totaal 18.486 18.708

Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2019 Boekwaarde 31-12-2018
Vooruitontvangen bedragen (exclusief overheid) 106 475
Betaling uitkering/WMO 439 495
Loonheffing 1.624 1.561
Nog te betalen bijdragen van het Rijk 288 0
Nog te betalen bijdragen van overige overheden 902 2.743
Nog te betalen gelden (exclusief overheid) 8.705 6.410
Nog te betalen vennootschapsbelasting 1 0
Waarborgsommen 703 732
Anterieure overeenkomsten 353 402
Totaal 13.121 12.817

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen te dekking van lasten van voorgaande begrotingsjaren

Boekwaarde 31-12-2018 Ontvangen 2019 Uitgaven 2019 Boekwaarde 31-12-2019
Rijksbijdrage onderwijsachterstanden 2011-2018 351 0 -26 377
Rijksbijdrage onderwijsachterstanden 2019-2022 0 240 152 88
Rijksbijdrage geluidschermen N209 Voorbereiding 454 0 95 359
Rijksbijdrage geluidschermen N209 Bergschenhoek 1.228 0 0 1.228
Rijksbijdrage geluidschermen N209 Bleiswijk 962 0 0 962
Rijksbijdrage vbt-subsidie geluidhinderende beperking woningen N209 5 0 0 5
Rijksbijdrage subsidie geluidshinderende beperking Noordeindseweg 29 0 0 29
Rijksbijdrage subsidie geluidshinderende beperking Bergweg Zuid 18 0 0 18
Totaal Rijk 3.046 240 221 3.065
SRR-subsidie Fietspad Triangelpark Wilder 1.922 0 0 1.922
subsidie wilderszijde 0 10 0 10
SRR-subsidie Belevenisverbinding Noordas 172 0 10 162
SRR-subsidie Project Ontwikkeling Rodenrijs 32 0 32 0
Provincie bijdrage waterberging Voorafsche polder 132 0 132 0
GR Groenzoom 142 0 0 142
SRR-convenant jeugdwerkloosheid 27 0 0 27
SRR-bijdrage project klimaatagenda 8 0 0 8
3D's Sociaal Domein 372 0 372 0
Totaal Overige Nederlandse overheidslichamen 2.806 10 546 2.270
Totaal 5.852 250 767 5.335

Overige vooruitontvangen bedragen

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2019 Boekwaarde 31-12-2018
Netto salarissen 3 19
Te betalen IKB 1 1
Te betalen premie reparatie 3e WW-jaar 29 14
Tussenrekening Bank/PIN-betalingen Burgerzaken -2 5
Totaal 30 39

Niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen

Waarborgen en garanties

Het onderstaande totaalsaldo van gemeentelijke garantstellingen betreft de volledige garantstelling en komt niet geheel voor rekening van de gemeente. Voor het Garantiefonds WSW en SWS en de particuliere hypotheken is het gemeentelijk aandeel beperkt tot 50%.

Onder het Garantiefonds WSW vallen leningen voor meerdere corporaties, waarvan veruit de meeste betrekking hebben op Woningbouwvereniging 3B (€ 177,5 miljoen). Ook hiervoor geldt dat de gemeente voor 50% van dit bedrag garant staat.

Bedragen x € 1.000
Waarborgsommen en garantieleningen Primaire zekerheid Secundaire zekerheid Tertiaire zekerheid Oorspronkelijk bedrag Restant 31-12-2018 Restant 31-12-2019
Garantiefonds WSW Woningbouwvereniging WSW Gemeente (50%) 193 191 177
Garantiefonds SWS Sportvereniging SWS Gemeente (50%) 0 0 0
Hypotheken particulieren Particulier WEW Gemeente (50%) 3 2 2
Hypotheken personeel Personeel Gemeente (100%) - 1 0 0
Onderwijsinstellingen Instelling Gemeente (100%) - 56 40 45
Overige instellingen Instelling Gemeente (100%) - 3 1 1
Totaal 255 234 225

Toelichting juridische geschillen

De gemeente is betrokken bij diverse juridische geschillen. Zo is sprake van enkele geschillen met leveranciers over de kwaliteit van geleverde werken en diensten.

De uitkomsten van deze geschillen zijn nog niet bekend. Afhankelijk van de uitkomsten kunnen deze leiden tot een instroom of uitstroom van middelen naar of van de gemeente. Op basis van de huidige feiten en omstandigheden is niet bekend of en zo ja met welke omvang dit plaatsvindt. Om deze reden is geen voorziening en/of vordering in de jaarrekening opgenomen gerelateerd aan juridische geschillen.

Langlopende financiële verplichtingen

De gemeente is voor een aantal toekomstige jaren verbonden aan verschillende, niet uit de balans blijkende financiële verplichtingen. Hieronder volgt een opsomming van de belangrijkste van deze verplichtingen:

Bedragen x € 1,-
Langlopende financiele verplichtingen Looptijd Einddatum Jaarlijks lasten
Leaseovereenkomsten automatisering:
Diverse printers/multifunctionals 61 maanden 30-11-2022 27.810
Lease-auto's:
4x Nissan Leaf 36 maanden 30-11-2021 28.435
Huurovereenkomsten accommodaties
Centrum Jeugd en Gezin, Noorderparklaan 2 15 jaar en 4 maanden 31-10-2025 34.158
Inkoopcontracten
beheer MFA 3 jaar 31-12-2021 400.000
Onderhoud riolering 3 jaar 31-12-2021 180.000
Telefonie/ internet 5 jaar 1-7-2022 60.000

Verplichtingen uit hoofde van de overeenkomsten voor doordecentralisatie

De gemeente heeft met twee stichtingen voor voortgezet onderwijs doordecentralisatie overeenkomsten gesloten. Uit hoofde van deze overeenkomsten is de gemeente verplicht jaarlijks een vergoeding aan de stichtingen te betalen voor de huisvesting.

Een deel van deze overeenkomsten gaat uit van een vast bedrag (€ 1.000) per leerling t/m 2019. Voor 2020 en verder vindt op grond van de overeenkomst bijstelling van de vergoeding plaats. Een ander deel van de overeenkomsten zorgt voor doorbetaling van het bedrag dat de gemeente per leerling krijgt voor huisvesting van het voortgezet onderwijs via de algemene uitkering.

Het jaarlijkse bedrag is dus afhankelijk van het aantal leerlingen VO. Op basis van de huidige prognoses van het aantal leerlingen VO gaat het t/m 2019 om circa € 3,1 miljoen per jaar. Dit bedrag is opgenomen in de meerjarenbegroting van de gemeente.

In de overeenkomsten zijn ook bepalingen opgenomen rondom de overgedragen scholen en onderliggende grond. Bij beëindiging van de onderwijsbestemming heeft de gemeente het eerste recht op terugkoop van de gebouwen en grond. Indien de gemeente besluit om niet van dit recht gebruik te maken heeft het schoolbestuur twee jaar de tijd om een andere koper te vinden. Lukt dit niet, dan is de gemeente op grond van de overeenkomst verplicht tot terugkoop van de gebouwen en grond. Terugkoop vindt plaats tegen de op het moment van terugkoop geldende WOZ-waarde van de betreffende objecten verminderd met de historische kostprijs van de door de gemeente gemaakte grondkosten.

Europese aanbestedingen

In het kader van het aanbesteden van opdrachten dient de gemeente te voldoen aan de EU-aanbestedingsregels. Zowel door de interne controle als de externe controle is vastgesteld dat een aantal opdrachten onterecht niet zijn aanbesteedt. De gemaakte kosten met betrekking tot deze opdrachten in 2019 worden dan ook als onrechtmatig aangemerkt en meegenomen in de foutenevaluatie door de accountant.  Het betreft hier de volgende fouten:

  • Inhuur personeel: € 473.000
  • Onderhoud € 193.000
  • ICT: €268.000

 

Gebeurtenissen na balansdatum

Verkoop aandelen Eneco

Op 17 december 2019 besloot het college tot de verkoop van alle aandelen in Eneco Groep N.V. (hierna: Eneco) en op 30 januari 2020 stemde de raad in met de verkoop. In 2020 is deze verkoop onvoorwaardelijk geworden en zijn op 24 maart 2020 de aandelen Eneco formeel overgedragen door de gemeente Lansingerland aan Mitsubishi en Chubu.

De verkooptransactie is boekjaar 2020 verwerkt omdat de verkoop in 2020 onvoorwaardelijk is geworden. Deze verkooptransactie geeft wel een relevant ander beeld bij de balans(-verhoudingen) ultimo 2019. Om die reden is de verkoop van de aandelen Eneco vermeldt als Gebeurtenis na balansdatum.

De verkoopopbrengst voor Lansingerland bedraagt ruim EUR 137,5 miljoen en is in maart 2020 in één bedrag per bank ontvangen. De boekwaarde van de aandelen Eneco bedroeg nihil zodat de boekwinst op de verkooptransactie gelijk is aan de verkoopopbrengst.

Corona

De uitbraak van COVID-19 (corona) eind februari 2020 heeft een enorme impact op ons allemaal. De wereldwijde pandemie leidt tot ongekende omstandigheden. Voor de aanpak van COVID-19 kijken wij wat we, aanvullend op de landelijke maatregelen van het Rijk, kunnen doen. Dit raakt veel beleidsterreinen van onze organisatie. We streven naar een zo adequaat mogelijke uitvoering van de landelijke en lokale maatregelen en naar zoveel mogelijk continuïteit van de reguliere werkzaamheden en van noodzakelijke (digitale) besluitvorming en hebben daarvoor de nodige interne maatregelen genomen. Voor een toelichting op de genomen maatregelen verwijzen wij u naar de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Publicatiedatum: 16-07-2020

Inhoud