Paragrafen

Inhoud

Inleiding

Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) stelt dat een aantal verplichte paragrafen moet worden opgenomen in de jaarstukken. Zij geven, als een dwarsdoorsnede door de programma’s, inzicht in een aantal bedrijfsvoeringaspecten van de gemeente. De paragrafen zijn:

  • Lokale heffingen
  • Weerstandsvermogen en risicobeheersing
  • Onderhoud kapitaalgoederen
  • Financiering
  • Bedrijfsvoering
  • Verbonden partijen
  • Grondbeleid

 

Paragraaf Lokale heffingen

Inleiding

Inleiding

Deze paragraaf geeft inzicht in de belastingen, heffingen en leges die de gemeente Lansingerland heft. De paragraaf toont de tariefontwikkeling, de opbrengsten en de lokale lastendruk. De lokale heffingen is een belangrijke bron van inkomsten voor de gemeente.
We onderscheiden twee soorten heffingen: heffingen waarvan de besteding gebonden is (zoals de rioolheffing en de afvalstoffenheffing) en de gemeentelijke heffingen die als algemene dekkingsmiddel ingezet mag worden waarvan de besteding niet van te voren is bestemd (zoals de onroerende zaakbelasting en de hondenbelasting).
De gemeente Lansingerland kent de volgende belastingen en rechten:
1. Onroerende zaakbelasting (OZB);
2. Afvalstoffenheffing;
3. Rioolheffing;
4. Lijkbezorgingsrechten;
5. Leges burgerzaken;
6. Leges bouw;
7. Hondenbelasting;
8. Marktgelden;
9. Precariobelasting.

Overzicht opbrengst lokale heffingen

In onderstaand overzicht staan de opbrengst aan lokale heffingen van de belangrijkste heffingen in zowel 2018 en 2019.

Bedragen x € 1.000
Realisatie 2018 Primitief 2019 Begroot 2019 Realisatie 2019 Afwijking 2019
OZB woningen 8.946 8.667 8.367 8.362 -5
OZB niet-woningen 5.945 5.939 5.989 5.917 -72
Afvalstoffenheffing 3.836 5.314 4.352 4.164 -188
Rioolheffing 6.237 6.378 6.421 6.318 -104
Lijkbezorgingsrechten 246 212 212 244 32
Leges burgerzaken 731 491 484 579 94
Leges bouw 4.776 2.500 2.500 2.372 -128
Hondenbelasting 297 309 299 295 -4
Marktgelden 63 71 71 64 -7
Precariobelasting, uitstallingen 39 45 45 41 -4
Precariobelasting, kabels en leidingen 201 200 200 201 1
Totaal 31.317 30.125 28.940 28.556 -385

COELO 2019 en woonlasten en tarieven regio

Het COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) publiceert ieder jaar de zogeheten “Atlas van de lokale lasten”. Onderdeel van deze atlas is een tarievenoverzicht. Het overzicht 2019 is hieronder opgenomen, aangevuld met de gegevens van Lansingerland:

De bovenstaande tabel laat zien dat de door gemeente Lansingerland gehanteerde tarieven boven het landelijk gemiddelde zitten. In 2017 was de afwijking 21% hoger ten opzichte van het gemiddelde, in 2018 was de afwijking 10% hoger en in 2019 is dit 5%.

Bedragen x € 1,-
Laagste 2019 Gemiddelde 2019 Hoogste 2019 Lansingerland 2019 afwijking in %
OZB woningen (eigenaar) 0,0379% 0,1115% 0,2509% 0,1095% -1,79%
OZB niet-woningen (eigenaar) 0,0668% 0,2738% 0,9162% 0,2348% -14,24%
OZB niet-woningen (gebruiker) 0,0000% 0,2041% 0,4913% 0,1908% -6,52%
Afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishouden) 37 263 419 187 -28,90%
Rioolheffing 0 194 442 245 26,29%
Hondenbelasting (eerste hond) 15 45 125 81 80,00%
Woonlasten 511 740 1.446 780 5,41%
Bron: Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO)

Woonlasten en de tarieven in de regio

In de Atlas van de lokale lasten wordt inzicht gegeven in de gemeentelijke woonlasten. Daarbij wordt het gemiddelde bedrag berekend dat een meerpersoonshuishouden op basis van de gemiddelde WOZ waarde van een eigen woning in de betreffende gemeente betaalt aan OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. In de ons omringende gemeenten hebben de gemiddelde woonlasten voor meerpersoonshuishoudens zich als volgt ontwikkeld.

De woonlasten 2017 bedragen landelijk gemiddeld € 740. In Lansingerland, Pijnacker-Nootdorp en Zuidplas zijn de lokale lasten gedaald ten opzichte van 2018. In de overige omringende gemeenten zijn deze lasten juist gestegen.

Bedragen x € 1,-
Gemeenten 2018 2019 Mutatie t.o.v. 2018
Lansingerland 794 780 -1,8%
Pijnacker-Nootdorp 848 760 -10,4%
Delft 843 850 0,8%
Zuidplas 792 737 -6,9%
Zoetermeer 733 754 2,9%
Rottedam 717 742 3,5%

Onroerende zaakbelasting (ozb)

Er zijn twee soorten OZB: de eigenarenbelasting en de gebruikersbelasting. Voor woningen bestaat er alleen een eigenarenbelasting. Voor niet-woningen (onder andere bedrijfspanden, maatschappelijke voorzieningen zoals scholen en zwembaden, maar ook bouwgronden) bestaat er zowel een eigenaren- als een gebruikersbelasting. Jaarlijks bepaalt de gemeente de waarde van de onroerende zaak, de zogeheten WOZ-waarde.

Lansingerland kent een tariefdifferentiatie voor woningen en niet-woningen. Een dergelijke tariefs-differentiatie tussen woningen en niet-woningen wordt in vrijwel heel het land toegepast.

Het OZB-tarief wordt berekend naar een percentage van de WOZ-waarde. Het verloop van de OZB-tarieven over de afgelopen jaren ziet er als volgt uit:

Tarieven Onroerende Zaakbelasting Tarief 2017 Tarief 2018 Tarief 2019 Mutatie t.o.v. 2018
Eigenaar (woning) 0,1407% 0,1319% 0,1095% -17,0%
Eigenaar (niet-woning) 0,2548% 0,2472% 0,2348% -5,0%
Gebruiker (niet-woning) 0,2042% 0,1981% 0,1908% -3,7%

Opbrengsten onroerende zaakbelasting

De begrote OZB-opbrengsten zijn - op grond van de uitgangspunten in Kadernota 2018 – met 3% verlaagd. De tarieven zijn hierbij gecorrigeerd voor de verwachte waardeontwikkeling.

Bedragen x € 1.000
Opbrengst OZB Realisatie 2018 Primitief 2019 Begroot 2019 Realisatie 2019 Afwijking 2019
Woningen (eigenaren) 8.946 8.667 8.367 8.362 -5
Niet-woningen (eigenaren) 3.484 3.499 3.499 3.441 -58
Niet-woningen (gebruikers) 2.461 2.440 2.490 2.476 -14
Subtotaal niet-woningen 5.945 5.939 5.989 5.917 -72
Totaal 14.890 14.605 14.355 14.279 -77

Waardering Onroerende zaken (WOZ)

Uitvoering

SVHW te Klaaswaal voert per 1 januari 2013 de Wet WOZ en de heffing en inning van gemeentelijke belastingen uit voor onze gemeente.

Waarderingskamer

De Waarderingskamer (WAKA) heeft de uitvoering van de WOZ voor 2019 binnen het voorzieningengebied van SVHW beoordeeld als “goed”. Dit algemeen oordeel wordt afgegeven aan een organisatie die WOZ-taxaties van goede kwaliteit levert en daarnaast op alle onderdelen van het WOZ-werkproces voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen. Het SVHW heeft ook voldoende maatregelen getroffen voor adequate aansturing en kwaliteitsbeheersing van de werkzaamheden. Zie hiervoor ook de website van de Waarderingskamer: https://www.waarderingskamer.nl/nc/alle-beoordelingen/gemeentepagina/lansingerland/

Bezwaarschriften

Het aantal ingediende bezwaarschriften is 25,1% gestegen ten opzichte van 2018. Ook blijft het aantal ingediende bezwaren door No-cure-no-pay bureaus bij woningen stijgen.

Aantallen bezwaarschriften WOZ 2017 2018 2019 Mutatie t.o.v. 2018
Ingediend 456 426 547 28,4%
Nog in behandeling (13 mei 2020) 5 11 5 -54,5%
Waarvan afgehandeld:
Toegekend 186 149 224 50,3%
Afgewezen en anderszin afgedaan 265 266 318 19,5%

Afvalstoffenheffing

De gemeente Lansingerland kent voor de afvalstoffenheffing een tarief voor éénpersoonshuishoudens en een tarief voor meerpersoonshuishoudens.

In 2018 besloot de gemeenteraad de egalisatiereserve afval op te heffen. Dit kwam als een eenmalige verlaging van de afvalstoffenheffing 2019 terug naar de inwoners.

Het verloop van de tarieven over de afgelopen jaren is als volgt:

Bedragen x € 1,-
Tarieven afvalstoffenheffing Tarief 2017 Tarief 2018 Tarief 2019 Afname t.o.v. 2018
Eenpersoonshuishoudens 205,68 189,96 149,59 -21,3%
Meerpersoonshuishoudens 257,16 237,48 187,02 -21,2%

Baten en lasten afvalstoffenheffing en dekkingspercentage

In 2018 besloot de gemeenteraad de egalisatiereserve afval op te heffen. Het resultaat op afval van na dit besluit, heeft invloed op het programma en hiermee ook het jaarrekeningresultaat
In 2019 is een eenmalige korting van € 1.235.000 toegepast. Er is € 220.000 minder aan baten afvalstoffenheffing gerealiseerd en € 80.000 meer aan kosten gemaakt.

Bedragen x € 1.000
Afvalinzameling Realisatie 2018 Begroot 2019 Realisatie 2019 Afwijking 2019
Lasten (toegerekende kosten, inclusief BTW) 5.568 5.959 6.040 81
Korting 1.235 1.235 0
Baten afvalstoffenheffing 5.568 4.384 4.164 -220
Saldo 0 -340 -641 -301
Dekkingspercentage 100% 94% 89%

Rioolheffing

Eind 2015 is het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) voor de planperiode 2015-2020 voor Lansingerland vastgesteld. Het uitgangspunt bij de rioolheffing is, op grond van het vastgestelde GRP, dat de kosten voor de rioleringsvoorzieningen voor 100% worden gedekt uit de rioolheffing. Als heffingsgrondslag wordt een vast bedrag per 500 m³ waterverbruik aangehouden, met een maximum van 10.000 m³.

In het GRP 2015-2020 is ervan uitgegaan dat:

• De rioolheffing per (equivalente) heffingseenheid een vastgestelde 1,7% indexatie, naast de eventuele index voor inflatie kent;
• De rioolheffing maximaal kostendekkend mag zijn: de geraamde opbrengsten (in de beschouwde periode) mogen de geraamde lasten niet overstijgen (Gemeentewet artikel 229b);
• Reserveren voor toekomstige vervangingsinvesteringen - door dotaties aan de (spaar)voorziening – is toegestaan;
• Reserveren enkel voor uitbreiding van het voorzieningenniveau niet is toegestaan;
• De opbrengsten van de rioolheffing niet voor andere doeleinden dan voor het gemeentelijk rioolstelsel (inclusief grond- en hemelwatervoorzieningen) mogen worden aangewend ofwel een relatie hebben met de verbrede watertaken.

Het GRP wordt periodiek geëvalueerd om te bewaken dat de kostendekkendheid van de rioolheffing gehandhaafd blijft.

Bedragen x € 1,-
Tarieven rioolheffing Tarief 2017 Tarief 2018 Tarief 2019 Mutatie t.o.v. 2018
Woningen 237,00 241,08 245,00 1,6%

Baten en lasten rioolheffing en dekkingspercentage

Doordat er minder opbrengsten aan rioolrechten zijn en meer kosten aan het onderhoud zijn geweest, is de dotatie in de voorziening € 866.000 lager dan begroot. Hogere lasten zijn het gevolg van o.a. een inhaalslag op onderhoud, inspecties gemalen en de herrekening van de omslagrente.

Bedragen x € 1.000
Afvalinzameling Realisatie 2018 Begroot 2019 Realisatie 2019 Afwijking 2019
Lasten (toegerekende kosten, inclusief BTW) 5.544 5.198 6.015 817
Baten (rioolheffing en overige heffingen) 6.252 6.434 6.385 -49
Saldo 708 1.236 370 -866
Dekkingspercentage 113% 124% 106%

Lijkbezorgingsrechten

De gemeente Lansingerland heeft het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen vastgelegd in een beheerverordening. De vigerende beheerverordening van de gemeente Lansingerland dateert uit 2009.
De lijkbezorgingsrechten zijn per 1 januari 2018 niet aangepast. Zie tabel 3.1.1 voor de begrote en gerealiseerde bedragen in 2018 en 2019.

Leges Bouwvergunningen

De bouwlegesinkomsten bedragen minder dan in 2018, maar zijn conform begroting 2019.

Bedragen x € 1.000
Afvalinzameling Realisatie 2018 Begroot 2019 Realisatie 2019 Afwijking 2019
Leges bouw 4.776 2.500 2.372 -128

Hondenbelasting

Voor de hondenbelasting bestaat een tarief voor de eerste hond, een tarief voor de tweede en volgende hond en voor een geregistreerde kennel. Het verloop van de tarieven hondenbelasting over de afgelopen jaren is ongewijzigd en ziet er als volgt uit:

Bedragen x € 1,-
Hondenbelasting Tarief 2017 Tarief 2018 Tarief 2019 Mutatie t.o.v. 2018
Eerste hond 81,48 81,48 81,48 0,0%
Elke volgende hond 114,12 114,12 114,12 0,0%
Geregistreerde kennel 244,68 244,68 244,68 0,0%

Marktgelden en precariobelasting (uitstallingen)

De marktrechten zijn per 1 januari 2019 niet aangepast. Zie tabel 3.1.1 voor de begrote en gerealiseerde bedragen in 2018 en 2019.

Precario op kabels en leidingen

Sinds 1 juli 2017 is de precariobelasting voor nutsnetwerken afgeschaft. Maar de gemeente Lansingerland kan gebruikmaken van een overgangsregeling, waardoor de gemeente tot en met 2021 precario kan blijven heffen op ondergrondse energieleidingen. Dit levert ons € 200.000 inkomsten per jaar op. Deze belasting heffen wij op Dunea.

Leges burgerzaken

De opbrengsten van de gemeentelijke leges burgerzaken in 2018 en 2019 staan in onderstaand overzicht nader gespecificeerd.


De baten uit de leges burgerzaken bleken voor meerdere leges hoger dan geprognotiseerd, maar zijn lager dan in 2018.

Bedragen x € 1.000
leges Realisatie 2018 Begroot 2019 Realisatie 2019 Afwijking 2019
Leges burgerlijke stand 97 86 116 30
Leges basisadministratie persoonsgegevens 30 24 28 4
Leges reisdocumenten 352 124 166 42
Leges rijbewijzen 226 215 233 18
Leges naturalisatie (vanaf 2014 inclusief overige leges) 13 35 22 -13
Leges gehandicaptenparkeerkaart 12 0 14 14
Totaal 731 484 579 94

Kwijtscheldingen

De ontwikkelingen met betrekking tot de aangevraagde kwijtscheldingen geeft het volgende beeld:

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2018 2019 Mutatie t.o.v. 2018
Ingediende aanvragen 930 854 -8,2%
Nog in behandeling Mei 2020) 0 0 0,0%
Waarvan afgehandeld:
Toegekend (geheel of gedeeltelijk) 791 735 -7,1%
Afgewezen 139 119 -14,4%

Lasten kwijtscheldingen

Het totaal aantal aanvragen tot kwijtschelding is in 2019 gedaald ten opzichte van 2018. In lijn hiermee is het aantal toekenningen ook gedaald.
De uitgaven aan kwijtscheldingen van de gemeentelijke belastingen en rechten geeft het volgende overzicht:

Bedragen x € 1.000
Lasten kwijtschelding Realisatie 2018 Begroot 2019 Realisatie 2019 Afwijking 2019
Afvalstoffenheffing 125 140 123 -17
Rioolheffing 182 189 174 -15
Hondenbelasting 0 0 0 0
Onroerende-zaakbelasting 4 0 1 1
Totaal 310 329 298 -31

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft aan in hoeverre de gemeente Lansingerland in staat is om haar financiële risico’s op te vangen en welke methode gebruikt wordt voor het bepalen van het risicoprofiel. Daarnaast beschrijft de paragraaf op hoofdlijnen op welke wijze ‘risicobeheersing’ onderdeel is van de bedrijfsvoering van de gemeente.

Op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bevat deze paragraaf een aantal verplichte financiële kengetallen en een toelichting bij deze kengetallen. Dit om de leden van provinciale staten en de gemeenteraad makkelijker inzicht te geven in de financiële positie van hun provincie of gemeente. Aanvullend op de verplichte kengetallen bevat deze paragraaf ook een duiding van de kengetallen op basis van de signaleringswaarden die door de Provincie Zuid-Holland zijn geformuleerd in het kader van haar financiële toezicht functie.

Risicobeheersing in de gemeente Lansingerland

De nota risicobeleid en weerstandsvermogen beschrijft op welke wijze Lansingerland haar risico’s in beeld brengt, beheerst en hier verantwoording over af legt.

Op basis van de huidige inzichten loopt Lansingerland haar grootste financiële risico’s bij de grondexploitaties. Het risico op de grondexploitaties houdt verband met de hoge boekwaarde van reeds gedane investeringen in grond en de marktomstandigheden. Het risico is dat grond niet, later of voor een lagere prijs wordt verkocht dan nu voorzien. Om dit risico te ‘beheersen’ moeten we vooral inspelen op de marktontwikkelingen en het onderscheidende vermogen van de gemeente als toekomstige woongemeente of vestigingsplaats voor een bedrijf. Dit is daarom ook een speerpunt van het college. Om de boekwaarde op de huidige grondexploitaties niet (verder) op te laten lopen is de gemeente terughoudend met het doen van nieuwe uitgaven. Uitgaven doen we pas als deze noodzakelijk zijn om ‘inkomsten’ genereren. Waar mogelijk benutten we daarbij schaalvoordelen om werkzaamheden te clusteren. In 2019 is de boekwaarde van de meeste projecten verder afgenomen. Dit betekent dat de inkomsten uit grondverkopen hoger zijn geweest dan de uitgaven. Voor een verdere toelichting op de risico’s van de grondexploitaties wordt verwezen naar Paragraaf 3.7 Grondbeleid.

Inventarisatie risico’s

Op basis van het risicoprofiel van de gemeente Lansingerland kan worden bepaald hoeveel middelen nodig zijn om alle risico’s te kunnen opvangen. Daarbij maken we onderscheid tussen ‘incidentele risico’s’ en het risico op structurele tegenvallers. Incidentele risico’s dienen te worden afgedekt door het beschikbare weerstandsvermogen en voor het opvangen van structurele risico’s zal voldoende ‘flexibiliteit’ in de begroting aanwezig moeten zijn. Dit laatste maken we inzichtelijk door in de paragraaf weerstandsvermogen een aantal scenario’s te schetsen die zich voor kunnen doen en daarbij aan te geven wat de financiële impact is op de saldi van de meerjarenbegroting.

De benodigde weerstandscapaciteit wordt berekend op basis van een risicosimulatie. Uitgangspunt hierbij is een statistische benadering die ervan uitgaat dat nooit alle risico’s zich tegelijk én in hun maximale omvang zullen voordoen. Indien dat wel het geval is, zou op basis van de in beeld gebrachte risico’s, hiermee een bedrag gemoeid zijn van € 106,9 miljoen (feitelijk het absoluut maximum aan financieel gevolg van de in beeld gebrachte risico’s).

Dit is als volgt te verdelen over de algemene dienst en de grondexploitaties:

Algemene dienst € 13,0 miljoen
Grondexploitaties € 93,9 miljoen

Top 10 risico’s gemeente Lansingerland
De top 10 aan risico’s zijn op basis van hun aandeel in het totaal benodigde weerstandsvermogen:

Bedragen x € 1.000
Nr. Risico Kans Maximaal bedrag
1 Ontwikkeling Wilderszijde o.b.v. Masterplan 100% 29.000
2 Fiscale optimalisatie Westpolder wordt niet gerealiseerd 30% 12.500
3 Vraag naar bedrijventerrein Oudeland komt onder druk. 30% 9.370
4 Niet of later verkopen incourante restkavels Oudeland 30% 6.200
5 Niet halen targets deelplannen Westpolder 30% 4.000
6 Perceel in Oudeland kan niet worden verworven en daardoor niet worden uit gegeven. 30% 3.400
7 Projectrisico’s uitvoering Westpolder (parkeren, fietsen, ontsluiting) 30% 2.500
8 Uitvoerings- en aanbestedingsrisico’s Berkel Centrum 30% 2.400
9 Lagere dekking Rijk inkomensdeel BUIG 30% 1.200
10 Geschil deelproject Meerpolder 30% 1.000

toelichting risico's

Uit het voorgaande tabel blijkt dat onze grootste risico’s betrekking hebben op de grondexploitaties, waarvan Oudeland en Wilderszijde de grootste invloed hebben. De genoemde bedragen zijn de mogelijke verdere verliezen op de grondexploitaties als de ontwikkelingen niet lopen zoals we nu inschatten op basis van de huidige marktomstandigheden. Naast bovenstaande incidentele effecten zijn er, als het risico zich voordoet, ook structurele effecten omdat schulden niet of minder snel kunnen worden afgelost. Op basis van de huidige rekenrente grondexploitaties van 1,3% betekent elke € 10 miljoen verdere verlies name op de grondexploitatie een toename van de structurele rentelast op de begroting van € 0,13 miljoen.

Ten opzichte van de begroting 2020 zijn een aantal risico’s uit de top 10 gemuteerd. Zo hebben we het risico dat Wilderszijde niet meer ontwikkelt wordt vervangen door het risico op een tekort op de grondexploitatie van Wilderszijde. Basis voor deze inschatting is het in mei 2020 door het college vastgestelde Masterplan Wilderszijde. Het gekozen scenario voor het Masterplan sluit met een tekort op de grondexploitatie (en daarmee de investering in de gebiedsontwikkeling) van circa € 43 miljoen. Het project komt, onder voorwaarden, in aanmerking voor een bijdrage in het kader van de landelijke Woningbouwimpuls. Het college schat de bijdrage in op zo’n € 28 miljoen. Voorzichtigheidshalve houden we bij deze risicoanalyse aan dat er een kans van 50% is dat we dit bedrag ontvangen en rekenen daarom zo’n € 14 miljoen in. Het mag duidelijk zijn dat dit nog (zeer) grove inschatting zijn, maar deze inschattingen doen beter (en meer voorzichtig) recht aan de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen. We rekenen in het benodigde weerstandsvermogen ook ‘gewoon’ met de € 29,0 miljoen zonder hier verder een kans percentage op los te laten. Naast Wilderszijde is ook het risico t.a.v. project Berkel Centrum nieuw in de top 10. Ervaringen uit gehouden aanbestedingen in 2019/2020 geven aan dat er druk op de aanneemsommen staat ten opzichte van de ramingen. De overige mutaties in de top 10 zijn beperkt van aard.

Het benodigde risicobedrag voor een eventueel tekort op Bleizo is ten opzichte van de jaarstukken 2018 en de begroting 2020 verlaagd. De grondexploitatie van Bleizo is, mede door een aantal recente gerealiseerde transacties en het zeer lage renteniveau, fors verbeterd en omgeslagen van een tekort in een positieve grondexploitatie. De omvang van de grondexploitatie zelf is voldoende om de door Bleizo in beeld gebrachte risico’s te dekken. De gemeente hoeven dus geen aanvullend risico in de risicoparagraaf op te nemen.

Risico’s verbonden partijen
De gemeente Lansingerland neemt deel in diverse gemeenschappelijke regelingen en verbonden partijen. In de paragraaf verbonden partijen van deze begroting is een overzicht hiervan opgenomen en is per partij ook inzicht gegeven in de risico’s bij de verbonden partij.

De risico’s van Bleizo en het effect hiervan op het benodigde weerstandsvermogen van de gemeente zijn in de vorige paragraaf toegelicht. Uit de grondexploitatie jaarrekening 2019 van de gemeenschappelijke regeling Hoefweg blijkt dat de risico’s die Hoefweg loopt nog opgevangen kunnen worden binnen de eigen grondexploitatie (de grondexploitatie bevat zelf nog voldoende weerstandscapaciteit). De gemeente zelf hoeft op basis van de huidige inzichten geen weerstandscapaciteit voor Hoefweg aan te houden.

Het project Bleizo betreft de ontwikkeling van een hoogwaardige openbaar vervoersknoop (HOV) en de gebiedsontwikkeling rondom de knoop. Op 17 mei 2019 heeft staatssecretaris Stientje Van Veldhoven (ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) het station Lansingerland-Zoetermeer op feestelijke wijze geopend. De trein, Randstadrail, bus, auto en fiets zijn hier met elkaar verbonden. Voor de gebiedsontwikkeling is het gebied in 2 delen opgedeeld. Voor Bleizo-Oost, het deel ten oosten van de HSL, is inmiddels het bestemminsplan definitief vastgesteld. De economische groei en vraag naar logistieke kavels in de Corridor A12 maakt dat er ruimte is voor logistieke bedrijventerreinen. Partijen in de Corridor A12 hebben hierover met elkaar afspraken gemaakt, waardoor het bestemmingsplan voor Bleizo-Oost vastgesteld kon worden. Voor Bleizo-West doen we onderzoek naar een alternatief ontwikkelprogramma. Hiervoor is een eerste stedenbouwkundige verkenning uitgevoerd. De vaststelling van het bestemmingsplan voor Bleizo-West is opgeschort totdat er meer duidelijkheid is over de uitkomsten van het onderzoek.

Risico’s als gevolg van Corona
Het COVID-19 (Corona) virus heeft geen financiële gevolgen voor de jaarrekening 2019, maar wel voor naar verwachting veel beleidsterreinen van onze begroting 2020 en mogelijk voor de jaren daarna. Hoe groot de financiële impact zal zijn is nu onmogelijk te bepalen. We monitoren onze risico’s en die van onze partners voortdurend. Om financieel de risico’s te kunnen opvangen besloot de gemeenteraad in mei 2020 om een bestemmingsreserve van € 5 miljoen voor het begrotingsjaar 2020 in te stellen. Deze reserve wenden we aan om de incidentele extra lasten en incidentele gederfde inkomsten te dekken. Het college zegde toe met een nadere toelichting op de risico’s Corona te komen vooruitlopend op de jaarstukken 2019 (waarin de risicoparagraaf is opgenomen en ook onderstaande tekst). De ministeries van Binnenlandse Zaken en ministerie van Financiën hebben - aanvullend op de reeds toegezegde compensatie, bijvoorbeeld voor teruggelopen huuropbrengsten sportverenigingen - compensatie coronacrisis voor gemeenten toegezegd. Op dit moment is echter nog niet duidelijk hoeveel dit bedraagt voor onze gemeente, wanneer en voor welke periode de middelen beschikbaar komen.

De VNG stelde een aantal handreikingen beschikbaar om de risico’s in beeld te brengen. Daarnaast maken we, zoals bekend, gebruik van Naris om onze risico’s vast te leggen. Deze applicatie wordt door de beheerders ook gevoed met standaard risico’s die voor veel gemeenten gelden. In zijn algemeenheid geldt dat de risico’s op dit moment wel kwalitatief zijn te duiden, maar nog zeer moeilijk kwantitatief. Deze eerste risico beschouwing is daarom ook vooral kwalitatief van aard en geeft de grootste financiële risico’s weer die het college op dit moment ziet. De lijst is, in willekeurige volgorde, als volgt:

  • Toename van het aantal bijstandsgerechtigden; als gevolg van Corona krijgt de economie en daarmee de werkgelegenheid forse klappen. In eerste instantie vallen ‘ontslagen’ medewerkers terug op de WW. Afhankelijk van de duur van de WW valt een deel van deze personen uiteindelijk ook terug op de bijstand. Ons huidige bestand is ongeveer 600 bijstandsgerechtigden. Een stijging met 40% is een reëel risico. Uitgaande van € 15.000 per uitkering per jaar, stijgen de lasten potentieel met circa € 3,5 miljoen. Het Rijk compenseert deze lasten (op termijn) mogelijk, maar uitgaande van de huidige systematiek voor financiering zal dat veelal met enige vertraging gaan (voordat de Rijksbijdrage om hoog gaat). De stijging van bijstandsgerechtigden betekent ook dat de ambtelijke organisatie meer inzet zal moeten plegen op participatie en rechtmatigheid en dus (tijdelijk) meer formatie nodig heeft.
  • Toename van het aantal schuldhulpverleningstrajecten; als gevolg van Corona krijgt de economie en daarmee de werkgelegenheid forse klappen. Ondernemers en (ontslagen) werknemers kunnen in de financiële problemen komen en te maken krijgen met (toenemende) schulden. De gemeente is verantwoordelijk voor de schuldhulpverlening. Dus een toenemend beroep betekent meer werk en meer lasten voor de gemeente.
  • Effecten op woningmarkt; diverse partijen voorspellen zwaar(der) weer voor de woningmarkt. Op de korte termijn zijn de effecten nog beperkt, maar niet uit te sluiten valt dat de economische teruggang door sijpelt naar de woningmarkt. Naast economische risico is door Corona ook risico dat productieketens voor grond- en hulpstoffen voor de bouw stil vallen. Risico voor de gemeente is dat projecten vertraging oplopen of stilvallen en inkomsten later of niet binnen komen. Denk hierbij aan inkomsten uit grondverkopen en bouwleges. Op dit moment zijn daar nog geen indicaties van, of goede inschattingen van te maken, maar het college is zich wel bewust van dit risico en we monitoren dit risico nauwlettend. Het college merkt wel op dat de impact van een terugval op de huizenmarkt in financiële zin waarschijnlijk minder impact op Lansingerland zal hebben dan in de vorige crisis. De grondposities van de gemeente zijn fors kleiner, de schuldenlast lager en de rente is ook lager dan destijds.
  • Effecten op bedrijventerreinen; door de Corona-crisis worden investeerders voorzichtiger c.q. investeren bedrijven minder. Dit kan gevolgen hebben voor de nog uit te geven bedrijventerreinen (minder opbrengst, latere opbrengst, etc.).
  • Gemeentefonds; de inkomsten van de gemeente komen voor zo’n 50% uit het gemeentefonds. Het gemeentefonds volgt de ‘trap-op-trap-af’ systematiek. Als het Rijk meer uitgeeft gaat er ook meer naar de gemeenten. Het Rijk betaalt nu het crisis maatregelen pakket. Hierdoor zal de Staatsschuld oplopen. Het risico c.q. de verwachting is dat dit op termijn Rijksbezuinigingen nodig maakt. Ook gemeenten zullen dan worden geraakt. Met welke omvang is nog onbekend. Laatste berichten zijn dat het Rijk in de meicirculaire 2020 het accres voor 2020 en 2021 heeft bevroren. Hoe daarna met het gemeentefonds wordt omgegaan is aan een nieuw kabinet. De crisis uit 2009/2010 leerde dat in een nieuw regeerakkoord na een crisis ingrijpende maatregelen kunnen zijn opgenomen.
  • Toename beroep op voorzieningen WMO en Jeugdwet; de Corona crisis legt op heel veel mensen ook een psychische en fysieke wissel. Met name op ouderen (eenzaamheid) en jongeren (leerlingen/scholieren). Een reëel risico is dat meer mensen uit deze doelgroepen in de problemen gaan komen en er extra hulp of ondersteuning nodig is. De gemeente is, als er geen vangnetten zijn in de eigen omgeving, verantwoordelijk voor deze hulp. Dit betekent een potentiële toename van de lasten in het sociaal domein voor de voorzieningen en ook extra formatie die hier voor nodig is.
  • Extra kosten a.g.v. maatregelen; de gemeente en verschillende verbonden partijen maken extra kosten a.g.v. Corona. Denk aan Veiligheid/beveiligers, voorlichting, extra kosten VRR, GGD, fysieke maatregelen gemeentehuis, etc. Deze kosten dekken we ten laste van de reserve Corona.
  • Minder inkomsten gemeente; op diverse onderdelen loopt de gemeente risico op minder inkomsten. Bijvoorbeeld inkomsten uit belastingen (OZB), leges, incidentele verhuur van maatschappelijke gebouwen. Eventuele mindere inkomsten in 2020 dekken we uit de reserve Corona.

Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit zijn de middelen die de gemeente heeft of ter beschikking kan krijgen om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Het uitgangspunt daarbij is dat structurele risico’s opgevangen moeten worden door structurele ‘weerstandscapaciteit’ en incidentele risico’s opgevangen worden door incidentele ‘weerstandscapaciteit’. Dit onderscheid is ook van belang met het oog op het ‘structureel evenwicht’ in de begroting en de toets van de Provincie hierop.

Incidentele weerstandscapaciteit
De gemeente Lansingerland rekent alleen de algemene reserve tot de incidentele weerstandscapaciteit. De overige reserves rekenen wij niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Dit zijn de bestemmingsreserves en de stille reserves. Bestemmingsreserves worden niet meegenomen omdat hier al een bestemming aan is toegekend. Stille reserves (ontstaan wanneer de boekwaarde van de activa lager is dan de verkoopwaarde) worden niet meegenomen omdat deze pas geïncasseerd kunnen worden als de activa verkocht wordt. Echter, als er expliciete besluiten worden genomen om stille reserves te gelden te maken, dan worden deze toegevoegd aan de weerstandscapaciteit.

Structurele weerstandscapaciteit
De structurele weerstandscapaciteit betreft de flexibiliteit die er in de begroting is. Dit betreft de mate waarin lasten verder zijn terug te brengen (door bezuinigingen), inkomsten te verhogen en de inzet van de post onvoorzien.

Zodoende bestaat structurele weerstandscapaciteit uit:

• Onbenutte belastingcapaciteit;
• Post onvoorzien;
• Bezuinigingspotentieel lastenniveau tot wettelijke taken.

De onbenutte belastingcapaciteit is in theorie niet gemaximeerd. Er zijn geen maximum tarieven voor de ozb. Wel zijn er landelijk afspraken over de maximale jaarlijkse stijging van de ozb (macro-norm) en geldt voor het doen van een aanvraag tot artikel 12 dat de ozb boven de drempelpercentages ligt (gebaseerd op 120% van het landelijk gemiddelde ozb-percentage).

De post onvoorzien bedraagt in de begroting op dit moment € 50.000. Op grond van de financiële verordening 2017 bepaalt het college jaarlijks opnieuw de omvang van de post onvoorzien en motiveert de omvang in de begroting.

Ten behoeve van de kadernota 2015 is het bezuinigingspotentieel in beeld gebracht indien de gemeente alleen de wettelijke taken zou uitvoeren en op taken met een inspanningsverplichting het minimale zou doen. In dat geval zou de gemeente nog enkele miljoen kunnen bezuinigen. Dit zou dan wel gepaard gaan met veel maatschappelijke onrust en de bezuinigingen zijn veelal niet direct in het eerstvolgende begrotingsjaar in te voeren. De flexibiliteit op dit punt is dus beperkt.

Risicobuffer in grondexploitaties en projecten
In de grondexploitaties en kredieten is meestal ook een post ‘onvoorzien’ opgenomen. Binnen de grondexploitaties en projecten zelf is dus ook enige mate van weerstandscapaciteit aanwezig. Bij het bepalen van het weerstandsvermogen op gemeenteniveau houden we geen rekening met deze posten ‘onvoorzien’.

Benodigde weerstandscapaciteit

De grootte van risico’s zijn na identificatie ingeschat middels het benoemen van een kans en een gevolg (kwantificering). Op basis van de ingevoerde risico’s is de risicosimulatie uitgevoerd. Op basis van deze simulatie kan (met een zekerheidspercentage van 90%) gesteld worden dat alle risico’s kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 52,3 miljoen.

De Rekenkamer Lansingerland gaat als ‘benchmark’ voor de risico’s op grondexploitaties uit van een benodigde weerstandscapaciteit van 10% van de boekwaarde van de grondexploitaties in exploitatie en 10% van de nog te realiseren opbrengsten. Op basis van de jaarrekening 2019 en de onderliggende grondexploitaties is dan € 44 miljoen nodig voor de gemeentelijke grondexploitaties. Voor Hoefweg is dit € 2,5 miljoen en voor Bleizo € 9,9 miljoen. Totaal dus circa€ 56,4 miljoen. Deze berekeningswijze van de Rekenkamer is sterk genormeerd en houdt geen rekening met de specifieke omstandigheden. Enige afwijking tussen deze berekening en de eigen berekening is dus logisch. De eigen berekening van circa
€ 36 miljoen is circa € 20 miljoen lager dan de € 56 miljoen op basis van de methode Rekenkamer. De afwijking zit voor € 12,5 miljoen in het feit dat op basis van ons eigen risicobeleid we geen weerstandsvermogen hoeven aan te houden voor Hoefweg en Bleizo (de risico’s van Hoefweg en Bleizo zijn nog op te vangen binnen de verwachte positieve resultaten van deze grondexploitaties, als de risico’s optreden wordt het resultaat lager, maar blijven de grondexploitaties wel positief). Voor de gemeentelijke grondexploitaties (inclusief Wilderszijde nog in exploitatie te nemen deel) is op basis van de methode Rekenkamer € 44 miljoen nodig. In de benodigde weerstandscapaciteit is dit € 36 miljoen. Het verschil zit vooral in het project Oudeland, Wilderszijde in exploitatie en Westpolder. In de projecten Oudeland en Wilderszijde in exploitatie is in de grondexploitatie zelf al rekening gehouden met een risicoreserve voor grondprijzen/vertraging. Afdekking via het weerstandsvermogen is dan niet nodig. Op basis hiervan is er geen reden het risicoprofiel van de gemeente bij te stellen voor de bepaling van het weerstandsvermogen. Voor Westpolder geldt dat hier een samenwerkingsovereenkomst is gesloten met een ontwikkelaar inclusief momenten en afgesproken financiële resultaten van de grondexploitatie. Op basis hiervan is er ook geen reden het risicoprofiel van de gemeente bij te stellen.

Beoordeling weerstandsvermogen

De beschikbare weerstandscapaciteit van Gemeente Lansingerland bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken.

Bedragen x € 1.000
Weerstandsvermogen Voorstel resultaatbestemming 2019 Reserves onderdeel weerstandsvermogen
Stand algemene reserve per 31 december 2019 voor resultaat 2019 106.895
Weerstandsvermogen voor resultaatbestemming 106.895
Resultaatbestemming 2019:
A. Wijkgericht werken -27
B. Accomodaties -58
C.Grondzaken -38
D. Vorming bestemmingsreserve duurzaamheid -260
onttrekking aan algemeen reserve -1.843
Subtotaal -383 -1.843
Vrijval reserve
Totale weerstandscapaciteit ultimo 2019 104.669
Benodigde weerstandscapaciteit 52.300
Ratio weerstandsvermogen 2,0

Prognose ontwikkeling weerstandsvermogen en (risico) Vennootschapsbelasting

In de begroting 2020 is de meest recente prognose van de ontwikkeling van het weerstandsvermogen opgenomen. Het eerstvolgende moment voor actualisatie van de prognose van het weerstandsvermogen is de begroting 2021. Door de verkoop van de aandelen Eneco in 2020 en de daarbij gerealiseerde boekwinst van ruim € 135 miljoen zal het beschikbare weerstandsvermogen naar verwachting minimaal verdubbelen. Daar staat wel een structureel verlies aan dividend tegenover dat structureel begroot was op circa € 1,6 miljoen.

Met ingang van 2016 is de gemeente voor haar ondernemersactiviteiten belastingplichtig voor de Vennootschapsbelasting (Vpb). Op basis van een analyse van o.a. PWC gaan we er vooralsnog vanuit dat Lansingerland voor het grondbedrijf (nog) niet door de ondernemingspoort gaat en daardoor geen Vpb hoeft te gaan betalen. Mocht dit wel het geval zijn, dan wordt de jaarlijkse belastinglast geschat op circa € 0,5 miljoen per jaar.

Financiële kengetallen

Netto schuldquote
De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.

Bedragen x € 1.000
Netto schuldquote Jaarrekening 2018 Begroting 2019 Jaarrekening 2019
A Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) 224.431 210.263 183.714
B Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) 16.532 9.500 20.005
C Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) 18.708 54.445 18.486
D Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) 376 376 376
E Uitzetting < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) 46.344 12.000 34.495
F Liquide middelen (cf. art. 40 BBV) 1.862 0 1.004
G Overlopende activa (cf. art. 49 BBV) 3.971 3.000 2.366
H Totale baten cf. art. 17 lid c BBV) 195.673 148.262 184.848
Netto schuldquote ((A+B+C-D-E-F-G)/H) x 100% 106% 175% 100%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Omdat er bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden te berekenen. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dat betekent voor de schuldenlast. Bij beide berekeningen worden bij de financiële activa de verstrekte leningen opgenomen.

Bedragen x € 1.000
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Jaarrekening 2018 Begroting 2019 Jaarrekening 2019
A Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) 224.431 210.263 183.714
B Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) 16.532 9.500 20.005
C Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) 18.708 54.445 18.486
D Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) 4.138 4.010 3.950
E Uitzetting < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) 46.344 12.000 34.495
F Liquide middelen (cf. art. 40 BBV) 1.862 0 1.004
G Overlopende activa (cf. art. 49 BBV) 3.971 3.000 2.366
H Totale baten cf. art. 17 lid c BBV) 195.673 148.262 184.848
Netto schuldquote ((A+B+C-D-E-F-G)/H) x 100% 104% 172% 98%

Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente.

Bedragen x € 1.000
Solvabiliteit Jaarrekening 2018 Begroting 2019 Jaarrekening 2019
A Eigen vermogen (cf. art. 42 BBV) 115.060 108.372 113.763
B Balanstotaal 400.335 408.326 362.686
Solvabiliteit (A/B) x 100% 29% 27% 31%

Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal geeft het structurele en reële evenwicht van de begroting weer. Thans wordt er onderscheid gemaakt tussen de structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaren voordoen. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen.

Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn.

Bedragen x € 1.000
Structurele exploitatieruimte Jaarrekening 2018 Begroting 2019 Jaarrekening 2019
A Totaal structurele lasten 116.386 119.045
B Totaal structurele baten 118.028 116.668
C Totaal structurele toevoegingen aan reserves 971 2.531
D Totaal structurele onttrekkingen aan reserves 2.677 2.208
E Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) 203.238 148.262 184.848
Structurele exploitatieruimte ((B-A)+D-C))/E 0% 2% -1,5%

Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden
De belastingcapaciteit van de gemeente geeft de belastingdruk voor een gezin bij een gemiddelde WOZ-waarde ten opzichte van het landelijk gemiddelde (t-1) weer. Een percentage > 100% geeft weer dat de belastingdruk van de gemeente hoger is dan het landelijk gemiddelde.

Bedragen x € 1,-
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar ervoor Jaarrekening 2018 Begroting 2019 Jaarrekening 2019
A OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 381,33 366,00 340,55
B Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 241,08 245,18 245,00
C Afvalstoffenheffing voor een gezin 171,93 240,48 187,02
D Eventuele heffingskorting 0,00 0,00 0,00
E Totale woonlasten gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D) 794,34 851,66 772,57
F Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 721,00 749,02 760,00
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar ervoor (E/F) x 100% 110% 114% 102%

Grondexploitatie
Dit kengetal geeft een indicatie van risico's van de boekwaarde van de bouwgronden op de totale baten van de gemeente. De boekwaarde van de bouwgronden moet terugverdiend worden via de totale baten. Het betreft de verhouding tussen de boekwaarde van de bouwgronden en de totale baten. > 100% betekent dat de boekwaarde hoger is dan de totale baten in enig jaar. Dit betekent een verhoogd risico voor de gemeente.

Bedragen x € 1.000
Grondexploitatie Jaarrekening 2018 Begroting 2019 Jaarrekening 2019
A Bouwgronden in exploitatie (cf. art. 38 lid b BBV) 130.729 155.436 101.796
B Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) 195.673 148.262 184.848
Grondexploitatie ((A+B)/C) x 100% 67% 105% 55%

Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie
Door de Provincie zijn een aantal signaleringswaarden geformuleerd voor de kengetallen. Samengevat ziet het beeld voor Lansingerland er op basis van de begroting 2019 als volgt uit:

Kengetal Categorie A: minst risicovol Categorie B: neutraal Categorie C: meest risicovol
1. Netto schuldquote
a. zonder correctie doorgeleende gelden < 90% 90-130% > 130%
b. met correctie doorgeleende gelden < 90% 90-130% > 130%
2. Solvabiliteitsratio > 50% 20-50% < 20%
3. Grondexploitatie < 20% 20-35% > 35%
4. Structurele exploitatieruimte Begr > 0% Begr = 0% Begr < 0%
5. Belastingcapaciteit < 95% 95-105% > 105%
Kengetal Jaarrekening 2018 Begroting 2019 Jaarrekening 2019
1. Netto schuldquote
a. zonder correctie doorgeleende gelden 106% 175% 100%
b. met correctie doorgeleende gelden 104% 172% 98%
2. Solvabiliteitsratio 29% 27% 31%
3. Grondexploitatie 67% 105% 55%
4. Structurele exploitatieruimte 0% 2% -2%
5. Belastingcapaciteit 108% 112% 102%

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Algemeen

Een groot deel van het gemeentelijk vermogen is geïnvesteerd in kapitaalgoederen. Deze kapitaalgoederen zijn van groot belang voor het functioneren van onze gemeente, onder andere op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, verkeer, vervoer en recreatie.

In onderstaande tabel geven we de kerncijfers weer van de belangrijkste kapitaalgoederen conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

Bedragen x € 1,-
Kapitaalgoederen Areaal m2/st Vervangingswaarde
Groen - algemeen 3.000.000 m2 22.750.000
Groen - bomen 23.000 stuks
Wegen 3.300.000 m2 180.000.000
Riolering 557.000 m2 260.000.000
Civiele kunstwerken 2.219 stuks 125.000.000
Gebouwen 63 stuks 150.000.000
Totale vervangingswaarde 737.750.000

Het beheer en onderhoud van kapitaalgoederen is gebaseerd op door de raad vastgestelde beheerplannen. In de beheerplannen is opgenomen op welke wijze het onderhoud, zowel regulier als periodiek, plaatsvindt. Voor alle beheerplannen geldt dat het vastgestelde onderhoudskwaliteitsniveau minimaal B is of een equivalent hiervan. Kwaliteit B is een functionele kwaliteit. Voor onderdelen onkruidbestrijding, zwerfvuil, vegen en maaien voor de woonkernen op onderhoudsniveau A; mooi en comfortabel.

Het Integraal Beheerplan (IBP) Openbare ruimte 2017-2024 zorgt ervoor dat we het beheer zo integraal mogelijk aanpakken. Op deze manier zorgen we voor een zo hoog mogelijke kwaliteit en werken we efficiënt. In onderstaande tabel is een overzicht van de beheerplannen opgenomen.

Omschrijving Beheerplan Vastgesteld door de raad Frequentie Actualisatie Actualisatie Financiële vertaling in de begroting Achterstallig onderhoud Reserves en Voorzieningen
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2017-2024 27 oktober 2016 4 jaar. In 2018 verwerken we eenmalig eerder genomen besluiten. 2020 Ja Deels, zie toelichting wegen. Reserve Waterbaggeren
Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2020 26 november 2015 5 jaar 2020 Ja Deels, zie toelichting Riolering. Voorziening Riool
Beheerplan Gebouwen 2017-2024 27 oktober 2016 4 jaar. In 2019 verwerken we eenmalig de impact van verduurzaming. 2019 Ja Nee Bestemmingsreserve gebouwen

Groen

De vooraf gestelde doelen voor 2019 zijn bereikt. We verrichtten cyclisch dagelijks onderhoud, voerden inspecties uit en vervingen groen waar dat noodzakelijk was. Daarbij hanteerden we een duurzame aanpak. Voorbeelden daarvan zijn de toepassing van social return, het toepassen van klimaatbestendige maatregelen en de toepassing van ecologisch maaibeheer.

In 2019 zetten we extra in op klimaatadaptatie, biodiversiteit en participatie. In het door het Rijk vastgestelde Deltaplan Klimaatadaptatie werd gemeenten gevraagd passende maatregelen te nemen. Wij stimuleerden met de publiekscampagne “Tuin van de Toekomst” om versteende ruimte van particulieren te vergroenen.

Civiele Kunstwerken (water)

We bereikten de doelen voor 2019 en alle werkzaamheden voerden we conform het onderhoudsplan uit.

In 2019 is het vervangen van de bruggen ter hoogte van de Bonfut en Veldspaat uitgevoerd. In 2019 is begonnen met het onderhoudsniveau gefaseerd te verhogen van C naar B. De uitgevoerde werkzaamheden liggen in lijn met het lange termijnperspectief.

Wegen

We bereikten de doelen voor 2019 en alle werkzaamheden voerden we conform het onderhoudsplan uit.

In 2019 voerden we de projecten, Bomenbuurt (Bleiswijk), Anjerweg (Bleiswijk), Gruttostraat (Bleiswijk), Julianastraat (Bergschenhoek) en Dorpsstraat (Bergschenhoek) uit. In 2019 begonnen we met het onderhoudsniveau gefaseerd te verhogen van C naar B. De uitgevoerde werkzaamheden liggen in lijn met het lange termijnperspectief.

Riolering

Het Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2020 is het kader voor beheer- en onderhoudsactiviteiten voor het kapitaalgoed Riolering. Dit plan geeft duidelijkheid over wat we doen om de waarde in stand te houden van leidingen, kolken en gemalen in de openbare ruimte.

De ontstane achterstand van de afgelopen jaren, vooral bij onderzoek en planvorming, haalden we in 2019 verder in. Hierdoor is de storting in de voorziening lager dan geraamd.

Gebouwen

De gemeente is juridisch eigenaar van circa 60 vastgoedobjecten. De vastgoedportefeuille bestaat onder andere uit het gemeentehuis, gemeentewerf, afvalbrengstation, sporthallen, maatschappelijke accommodaties, kinderdagopvang, strategische objecten en onderwijsgebouwen. Van deze laatste groep (onderwijsgebouwen) zijn 20 stuks overgedragen aan schoolbesturen voor primair onderwijs. Van 3 onderwijsgebouwen is de gemeente vooralsnog eigenaar en zijn wij in onderhandeling met schoolbesturen over het formeel in gebruik geven of in eigendom overdragen van deze schoolgebouwen.

Wij streven naar sociaal en financieel rendement van ons vastgoed. Uitgangspunt is dat er alleen sprake is van eigendom en/of exploitatie daar waar dat noodzakelijk is voor de uitoefening van een publieke taak. We pakken mogelijkheden om niet essentieel vastgoed van de hand te doen op. In 2019 is de Snip in Bleiswijk verkocht. Ook de Laan van Koot is verkocht en de akte zal in 2020 passeren. De komende jaren zullen nog enkele verkopen volgen welke in het verleden zijn ingezet. Ons vastgoedbezit is wat dat betreft op orde.

Het beheer en de exploitatie van een groot aantal gebouwen is door de gemeente bij een externe partij belegd. Vanaf 2018 is dit ondergebracht bij Sportfondsen. Het groot onderhoud voert de gemeente uit, conform het Beheerplan Gebouwen en het bijbehorende Meerjaren-Onderhoudsprogramma (MJOP). De kosten voor het groot onderhoud worden gedekt door de bestemmingsreserve Gebouwen.

Daar waar sprake is van vervanging kijken we of er mogelijkheden zijn om de producten te verduurzamen. Het verduurzamen van ons vastgoed zal onderdeel worden van het MJOP van de gebouwen om zo kapitaalvernietiging te voorkomen en op natuurlijke momenten verduurzaming te kunnen toepassen. Een aantal zaken zijn uitgesteld om investeringen af te kunnen stemmen op het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed, er is geen sprake van een structurele onderhoudsachterstand.

Paragraaf Financiering en treasury

Inleiding

Deze paragraaf beschrijft de uitvoering van de gemeentelijke financieringsfunctie (treasury). Hoofddoel van deze functie is dat er tijdig voldoende geld aanwezig is om aan alle financiële verplichtingen te voldoen.

Met betrekking tot treasury is wet- en regelgeving van toepassing die zowel extern als intern van aard is.
De belangrijkste externe wet- en regelgeving omvat:

  • Wet Financiering Decentrale Overheden (FiDo) 
  • Regeling Uitzetting Derivaten Decentrale Overheden (Ruddo)
  • Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof)
  • Regeling Schatkistbankieren
  • Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)
  • Gemeentewet (toezichthoudende rol Provincie)
  • Financiële-verhoudingswet (toezichthoudende rol Provincie)

De belangrijkste interne regelgeving omvat:

  • Treasurystatuut 2015
  • Financiële Verordening Gemeente Lansingerland 2017     

Treasurybeleid

De gemeente onderscheidt een drietal subdoelstellingen van de treasuryfunctie:

  1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities.
  2. Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals met name renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s.
  3. Het streven, binnen de kaders van wet- en regelgeving en binnen de bepalingen van het Treasurystatuut, naar een optimale financieringsstructuur en beheersing van de daarmee gemoeide kosten.

Om deze doelstellingen te realiseren richt de treasuryfunctie richt zich op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de huidige en toekomstige financiële inkomende en uitgaande geldstromen, financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Binnen de wettelijke kaders is het doel om tegen zo laag mogelijke kosten te financieren.
Daarbij is het van belang om de financiële inkomende en uitgaande geldstromen adequaat te administreren en betrouwbare prognoses te hebben van toekomstige geldstromen. Onze liquiditeitsprognoses worden in beginsel op weekbasis geactualiseerd.

Risicobeheer

Bij het risicobeheer staat het risicoprofiel van de gemeente ten aanzien van treasury centraal. De risico’s vallen in de volgende soorten uiteen:

  • Renterisico’s op vaste en vlottende schuld (opgenomen geld);
  • Kredietrisico's;
  • Liquiditeitsrisico’s.

Het renterisico treedt op bij het aantrekken van nieuw geld. Wij beperken deze risico’s doordat wij dagelijks de renteontwikkeling monitoren. Met behulp van een in beginsel wekelijks geactualiseerde liquiditeitsprognose wordt de geldbehoefte gevolgd en tijdig afgedekt. Het risico dat op enig moment geen geld beschikbaar zou zijn, is volgens onze geldverstrekkers voor gemeenten verwaarloosbaar.

Renterisico’s op vaste en vlottende schuld (opgenomen geld)

Om een grens te stellen aan korte financiering (rentetypische looptijd tot één jaar) is in de Wet FiDo de kasgeldlimiet opgenomen. Het doel van de kasgeldlimiet is het voorkomen dat fluctuaties in korte rente (schulden < 1 jaar) direct een grote impact hebben op de rentelasten in het exploitatiejaar. De kasgeldlimiet voor gemeenten bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. Deze wordt gedefinieerd als alle lasten op de begroting vóór verdeling van de reserves. De hoogte van de kasgeldlimiet is voor 2019 berekend op € 12,7 miljoen. In 2019 is de kasgeldlimiet niet overschreden.

Renterisiconorm

In het kader van de wet FiDo wordt jaarlijks de renterisiconorm vastgesteld. Het doel van het beheersen van de renterisiconorm is spreiding in de aflossing en / of renteherziening in de leningenportefeuille waardoor mogelijke renterisico’s worden beperkt. Door deze spreiding wordt voorkomen dat op een bepaald moment veel leningen op hetzelfde moment moeten worden afgelost of de rente herzien wordt waardoor sterk afwijkende marktrentes grote gevolgen hebben op de begrotingssaldi.

De renterisiconorm is wettelijk bepaald op 20% van de op 1 januari bestaande omvang van het begrotingstotaal. De hoogte van de renterisiconorm bedraagt voor 2019: € 29,5 miljoen. De aflossingen op vaste leningen bedroeg in 2019 € 40,7 miljoen en overschrijdt daarmee de renterisiconorm. Op basis van de begroting 2019 is daaro op 09 november 2018 bij de provincie ontheffing aangevraagd voor de overschrijding van de renterisiconorm. Op 16 november 2018 heeft de provincie deze ontheffing voor boekjaar 2019 verleend.

Kredietrisico's

Het kredietrisico is het risico op een waardedaling van een uitstaande vordering ten gevolge van het (tijdig) kunne nakomen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit. De gemeente Lansingerland kent garantieleningen, garantstellingen en waarborgen.  

Garantieleningen

De gemeente Lansingerland heeft enkele garantieleningen lopen die in de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw zijn verstrekt aan de woningcorporatie 3B Wonen. Het betreffen leningen waarbij de aflossingen en de rentebetalingen één op één worden doorgezet naar de corporatie en wij als garantsteller fungeren. Ultimo 2019 bedragen deze leningen in totaal € 3,2 miljoen. Het betreffen annuïtaire leningen en deze zijn contractueel geheel afgelost in 2030.     

Garantstellingen en borgstellingen

De gemeente heeft aan verschillende partijen garantstellingen en waarborgen afgegeven.

Er zijn achtervangovereenkomsten afgesloten met de stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Deze borgstellingen hebben betrekking op het aantrekken van vaste langlopende leningen door woningstichtingen voor (her)financiering van al bestaande gewaarborgde geldleningen.

Ook zijn er garantstelling afgesloten met de Stichting Waarborgfonds Sport.

Aan particulieren zijn gemeentegaranties afgegeven onder de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW). Deze stichting is in 1995 verzelfstandigd onder de naam Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Er komen geen gemeentegaranties meer bij en het totale bedrag aan gewaarborgde geldleningen neemt af met de door particulieren gedane aflossingen.

Voor de WSW en SWS en de particuliere hypotheken is het gemeentelijk aandeel beperkt tot 50%.

De garantie inzake de hypotheken van personeel betreffen een tweetal hypotheekleningen afgesloten bij het Hypotheekfonds voor Overheidspersoneel (HvO). Er worden geen nieuwe hypotheekgaranties voor overheidspersoneel meer afgegeven.

Per 31 december 2019 bedraagt het totaal van gewaarborgde geldleningen € 232,5 miljoen

Liquiditeitsrisico's

Het liquiditeitsrisico is het risico dat een gemeente over onvoldoende middelen beschikt om aan onze directe verplichtingen te voldoen. In onze liquiditeitsprognose wordt onze geldbehoefte gevolgd en tijdig afgedekt. Gezien de kredietwaardigheid van de overheden is, volgens onze geldverstrekkers, het risico verwaarloosbaar dat op enig moment geen geld beschikbaar zou zijn. Dit risico heeft zich in 2019 niet voorgedaan.

Renteschema

In de notitie rente 2017 van de commissie BBV is een renteschema opgenomen. Met dit schema wordt inzicht gegeven in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Het schema voor Lansingerland is als volgt:

Bedragen x € 1.000
Schema rentetoerekening 2019
De externe rentelasten over de korte en lange financiering 4.411
De externe rentebaten -109
Saldo externe rentelasten en rentebaten 4.302
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend -2.126
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente -2.126
Saldo door te rekenen externe rente 2.176
Rente over eigen vermogen
Rente over voorzieningen (die gewaardeerd zijn op contante waarde)
Totaal rentetoerekening intern
De aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente (renteomslag) 2.176
Boekwaarde vaste activa die integraal zijn gefinancierd per 1 januari 2019
Berekende omslagrentepercentage
Gekozen renteomslagpercentage (mag 0,5% afwijken van berekend) 1,00%
De werkelijk aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag) 2.174
Renteresultaat op het taakveld treasury -2

Rentelasten

De rentelasten voor 2019 bedragen € 4,4 miljoen voor alle langlopende en kortlopende leningen. De rentelasten met betrekking tot de leningen van de woningcorporatie ad € 0,1 miljoen worden weer geheel doorbelast aan deze woningcorporatie.

Rente bouwgrond in exploitatie (BIE)

In 2019 is € 2,1 miljoen rentelasten toegerekend aan de bouwgrond in exploitatie (BIE). Deze toerekeningsmethodiek is dwingend voorgeschreven.

Renteomslagpercentage

Voor 2019 bedraagt het renteomslagpercentage 1,00 procent. Op basis van dit renteomslagpercentage zijn de rentelasten toegerekend aan de verschillende taakvelden. Dit wijkt af van het berekende percentage bij de begroting, welke gesteld was op 0,45%

Financieringsbehoefte

De gemeente voert activiteiten uit die meerjarig worden gefinancierd. Dit zijn de investeringen van de gemeente, zoals die blijken uit de staat van activa en de investeringen die zijn en worden gedaan in de grondexploitatie. Bij deze laatste worden eerst de kosten (zoals aankoop, bouw- en woonrijp maken) gemaakt, en later worden deze in beginsel terugverdiend door grondverkopen. Afhankelijk van de looptijd van een grondexploitatie liggen de gelden over een lange periode vast en is financiering nodig. Ter financiering worden leningen aangetrokken.

Leningenportefeuille

Per 1 januari 2019 bedraagt de huidige leningenportefeuille voor Lansingerland € 221 miljoen, waarvoor een gemiddeld gewogen aan de banken te betalen rentepercentage geldt van 2,28%. Gebaseerd op de afgesloten leningsovereenkomsten dienen komende jaren de volgende aflossingen (rente en aflossing van bestaande leningen) plaats te vinden (exclusief bedragen voor herfinanciering):

2020 € 31,0 miljoen

2021 € 19,5 miljoen

2022 € 19,3 miljoen

In totaal betreft de aflossing over de jaren 2020-2022 € 69,8 miljoen (exclusief bedragen voor herfinanciering).

 

Garantstellingen en borgstellingen

Bedragen x € 1.000
Waarborgsommen en garantieleningen Primaire zekerheid Secundaire zekerheid Tertiaire zekerheid Oorspronkelijk bedrag Restant 31-12-2018 Restant 31-12-2019
Garantiefonds WSW Woningbouwvereniging WSW Gemeente (50%) 203.317 191.670 181.800
Garantiefonds SWS Sportvereniging SWS Gemeente (50%) 385 136 100
Hypotheken particulieren Particulier WEW Gemeente (50%) 3.422 2.494 2.200
Hypotheken personeel Personeel Gemeente (100%) 455 376 376
Onderwijsinstellingen Instelling Gemeente (100%) 53.439 39.613 46.600
Overige instellingen Instelling Gemeente (100%) 2.454 1.297 1.400
Totaal 263.472 235.586 232.476

Kasstroomoverzicht

Onderstaand overzicht geeft het kasstroomoverzicht weer volgens de directe methode:

Bedragen x € 1.000
Kasstroomoverzicht (directe methode) 2019
Ontvangsten van afnemers 148.053
Betalingen aan leveranciers en werknemers 123.906
Kasstroom uit bedrijfsoperaties:
Ontvangen interest 109
Ontvangen dividend 3.884
Betaalde interest 4.408
Kasstroom uit operationele activiteiten 23.732
Investeringen 15.817
Verkopen 51.962
Kasstroom uit grondexploitaties 36.145
Investeringen in immateriële vaste activa 2.395
Desinvesteringen in immateriële vaste activa 0
Investeringen in materiële vaste activa 13.586
Desinvesteringen in materiële vaste activa 188
Investeringen in financiële vaste activa 0
Desinvesteringen in financiële vaste activa 0
Kasstroom uit investeringsactiviteiten -15.794
Ontvangen aflossingen op verstrekte geldleningen 188
Opgenomen geldleningen - langlopende schulden 5
Aflossing geldleningen - langlopende schulden 40.722
Opgenomen geldleningen - kortlopende schulden 57.000
Aflossing geldleningen - kortlopende schulden 67.000
Kasstroom uit financieringsactiviteiten -50.529
Netto kasstroom boekjaar -6.446
Beginstand liquide middelen 29.972
Eindstand liquide middelen 23.526
Mutatie liquide middelen inclusief vorderings 's-Rijks Schatkist -6.446

Paragraaf Bedrijfsvoering

Inleiding

De paragraaf bedrijfsvoering geeft volgens het BBV inzicht in de beleidsvoornemens op het gebied van de bedrijfsvoering. Deze paragraaf is omvangrijker dan voorgaande jaren vanwege het programma Organisatieontwikkeling en de hiermee samenhangende intensiveringen en investeringen die in deze begroting zijn opgenomen. Dit betreft het kwalitatief en kwantitatief versterken van de formatie en investeringen op het gebied van ICT.

Programma organisatie ontwikkeling en versterking formatie in 2019

Met de definitieve vaststelling van de nieuwe organisatiestructuur en de indeling in de teams is de organisatie in staat continu signalen op te vangen over wat er in de samenleving en omgeving speelt en wat daarbij nodig is van de organisatie. De organisatie vertaalt dit in passend beleid, handelen en dienstverlening en stuurt op de signalen en ontwikkelingen uit die omgeving. De nieuwe organisatiestructuur ondersteunt flexibele arbeidsinzet zodat de organisatie zowel vraag gestuurd als efficiënt en doelmatig werkt.

Ontwikkeling formatie 1-1-2013 1-1-2014 1-1-2015 1-1-2016 1-1-2017 1-1-2018 1-1-2019 1-1-2020
Toegestane formatie in fte 338 325 324 328 340 362 388 394
Aantal inwoners per 1/1 56.512 57.137 58.133 59.039 60.042 61.152 61.626 62.396
Aantal fte per 1.000 inwoners 5,98 5,69 5,57 5,56 5,66 5,92 6,30 6,31

Informatievoorziening en ICT

Informatievoorziening en ICT
Informatievoorziening en ICT ondersteunen de gemeentelijke organisatie en het gemeentebestuur in de uitvoering van haar (wettelijke) taken. Informatievoorziening en ICT zijn hierin geen doel op zich, maar wel een absolute randvoorwaarde. De kwaliteit, veiligheid, continuïteit en beschikbaarheid van de IT-Infrastructuur en informatievoorziening zijn van groot belang voor onze (digitale) dienstverlening aan inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen. Daarom investeren wij continue in de doorontwikkeling van informatievoorziening en ICT en het up-to-date houden en (op tijd) vernieuwen van onze systemen.

IT-Infrastructuur
In 2019 is een groot deel van de IT-Infrastructuur vernieuwd en gemoderniseerd. Die vernieuwing was een belangrijk onderdeel van het project TOP-Werken (Tijd- en Plaatsonafhankelijk werken).
Bij de vervanging van de verschillende componenten hebben wij nieuwe technieken m.b.t. informatiebeveiliging geïmplementeerd.

TOP werken
De vele (voor een deel ook Europese) aanbestedingstrajecten kostten veel tijd waardoor de implementatie van TOP-Werken doorgeschoven moest worden naar 2020.
2019 stond voornamelijk in het teken van de voorbereiding van het technische platform van de nieuwe digitale werkomgeving.
Eind 2019 waren we hiermee klaar en konden we starten met de verdere opbouw en het testen van het platform.

Zaakgericht werken
Rond de zomer 2019 hebben wij pas op de plaats gemaakt met het project Verstand van Zaken (implementatie Zaaksysteem).
Het bleek noodzakelijk om de reeds geïmplementeerde processen te evalueren en waar nodig aan te passen aan de nieuwe wensen, eisen of ontwikkelingen.
Eind 2019 warend en evaluaties en het doorvoeren van de aanpassingen nagenoeg afgerond. Uit de evaluaties blijkt dat de ervaringen in het werken met het zaaksysteem
overwegend positief zijn. Er is voor de afronding van het project een nieuwe projectleider gezocht en gevonden. De projectleider is in december gestart.

Herinrichten audiovisuele middelen raadszaal
De audiovisuele middelen zijn in 2019 vervangen. Er is gebruik gemaakt van nieuwe technieken waardoor er een betere beeld- en geluidskwaliteit is gerealiseerd.
Ook zijn er extra functies toegevoegd zoals een spreekklok en digitaal stemmen. In het project is er nauw samengewerkt tussen griffie/raad en ambtelijke organisatie.

Informatieveiligheid
Bij de vervanging van de verschillende componenten van de IT-Infrastructuur hebben wij rekening gehouden met de uitkomsten van het Rekenkamer onderzoek naar informatieveiligheid.
Er zijn diverse nieuwe (complexe) technieken geïmplementeerd. In 2019 is de basis hiervoor gelegd. Bij de verdere uitrol van TOP-Werken (platform en devices) bouwen we hierop voort.

Informatiemanagement en gegevensbeheer
Digitalisering (bijvoorbeeld digitale dienstverlening) en datagedreven werken zijn belangrijke thema’s voor gemeenten.
In 2019 is er een nieuwe strategische visie op informatievoorziening en ICT opgeleverd. Deze visie geeft richting aan de ontwikkeling van gemeente Lansingerland naar een
informatievoorziening (IV) gerichte organisatie. Hiervoor zijn 5 ontwikkellijnen (sporen) geschetst, namelijk de ontwikkeling van de IV-organisatie, de governance (met o.a. project protfolio management),
de verdere professionalisering van de ICT organisatie, datagericht werken (BI – Business Intelligence) en doorontwikkeling van informatieveiligheid.
De volgende stap is de concretisering van deze visie (2020).

Planning & control

In 2019 werkten we conform onze planning & control-cyclus en bleven we ambtelijk strak sturen om de voorspelbaarheid en betrouwbaarheid van de (financiële) resultaten te verbeteren. Naast de reguliere P&C-documenten continueerden we in 2019 de periodieke budgetreviews en ‘in control’-gesprekken met de teammanagers/domeindirecteuren. Ook toetsen we de financiële consequenties van ieder raadsvoorstel.

Audit en AO/IC

In de huidige organisatie is een nadrukkelijke scheiding aangebracht tussen de beslissende, financieel beleid makende en beheersende rol en de toetsende en controlerende rol. De eerste rol is belegd bij de vak afdelingen en de afdeling Financiën. Bij de jaarrekening 2018 is reeds aangekondigd dat vanaf 1 januari 2019 de toetsende en controlerende rol nadrukkelijker belegd is bij de Concernstaf. Binnen gemeentelijke organisaties zien we een toenemende behoefte aan deze onafhankelijke rol en positie. Zo eist de nieuwe AVG (intern) onafhankelijk toezicht op het systeem van privacy borging in de organisatie en is deze onafhankelijke rol ook nodig in het kader van ENSIA. Door de toetsende en controlerende rol bij Concernstaf te belegen is de organisatie in staat om onafhankelijk controle en advisering op gebieden als privacy en informatiebeveiliging uit te voeren.

In 2019 hebben wij het volgende gedaan:

  •  De interne controle is een nuttig instrument voor het in control zijn van onze organisatie en het doel is het vaststellen van de juistheid, volledigheid en de rechtmatigheid van de in de financiële administratie verantwoorde opbrengsten en uitgaven. Voor de interne controle hebben we de financiele processen geprioriteerd die we moeten controleren en van daaruit hebben we een jaarplanning gemaakt. We hebben de interne controles uitgevoerd in overleg met de externe accountant en ter voorbereiding op de controle van de jaarrekening 2019. We hebben de uitkomsten van de interne controle geanalyseerd en hebben acties ondernomen daar waar nodig. Zoals elk jaar had de naleving van de aanbestedingsregels daarbij onze extra aandacht.
  • In 2019 hebben we alle materiele processen geactualiseerd.
  • In 2019 voerden we de ENSIA audit uit. De audit is tijdig uitgevoerd en vastgelegd in de ENSIA tool van het Ministerie. De tool is de basis voor de verantwoording over informatiebeveiliging die het college, gelijktijdig met de jaarstukken, aflegt aan de raad. Voor de inhoudelijke uitkomsten van de ENSIA audit verwijzen wij naar het onderdeel Informatieveiligheid en privacy.

Voor 2019 stonden twee doelmatigheidsonderzoeken gepland. De benchmark op de ICT is in 2019 uitgevoerd. Het onderzoeksjaar betrof 2018. Aan deze benchmark deden 35 gemeenten mee. Hoofdconclusie uit de Benchmark is dat Lansingerland gemiddeld € 32 per inwoner minder aan ICT besteedt. Het gemiddelde ligt op € 84 per inwoner, Lansingerland komt uit op € 52.

Door relatief weinig investering in de hardware voor de infrastructuur, lage softwarekosten en een kleinere formatie zijn de kosten van Lansingerland uitzonderlijk lager dan het landelijke gemiddelde. Qua formatie geldt die conclusie voor zowel ICT beheer als voor ‘informatiemanagement/informatievoorziening’. In het kader van TOP-Werken hebben wij in 2019 en 2020 echter wel fors geïnvesteerd in hard- en software. Die investeringen zijn niet meegenomen in de Benchmark omdat deze Benchmark 2018 betreft. Het geplande doelmatigheidsonderzoek op communicatie is in 2019 nog niet uitgevoerd in verband met het organisatie ontwikkelingstraject waarbij cluster communicatie begin 2019, net als alle andere teams, ook is gestart met een ontwikkeltraject. Daarbij is een quick scan uitgevoerd door een externe partij naar de kwaliteit van de communicatie functie binnen de organisatie. Conclusie was dat de communicatie functie op de strategische kant (bestuurscommunicatie en woordvoering) een stevigere positie moest krijgen, zowel in kwaliteit als kwantiteit en op de meer ‘operationele’ kant van communicatie er nieuwe afspraken tussen team communicatie en de overige teams moesten worden gemaakt. Het kwalitatieve deel van het beoogde doelmatigheidsonderzoek is daarmee eigenlijk al onderdeel geweest van de teamontwikkeling van team communicatie. De uitkomsten van de scan en de hieruit voortvloeiende acties zijn ook vastgesteld door directie. Het tweede deel van het onderzoek (benchmark en analyse hiervan) startten we op in februari 2020 net voor de Corona-crisis. Die laatste legt een fors beslag op de capaciteit van het team communicatie. Dus afronding van dit onderzoek volgt pas in Q2 van 2020. De raad ontvangt de uitkomsten na afronding van het onderzoek.


[1] Algemene Verordening Gegevensbescherming

[2] Eenduidige Normatiek Single Information Audit

Organisatie en personeel

Het ziekteverzuim is gedaald van 5,57% (2018) naar 5,3% (2019).

De ingezette organisatieontwikkeling heeft in 2019 geleid tot een aanpassing in de organisatiestructuur. Hiermee zijn eerste stappen in de organisatieontwikkeling gerealiseerd. In 2019 zijn projecten gestart in het kader van ontwikkelopgaven van de teams, het managementdevelopment-traject voor teammanagers en de afronding van het functiegebouw.

Communicatie

Ook in 2019 heeft de gemeente Lansingerland samen met inwoners en ondernemers gewerkt aan een sterke samenleving. Communicatie helpt bij het maken van de verbindingen. Op alle momenten in het beleidsproces. Hiervoor is in 2019 de rol van cluster Communicatie in de organisatie aangescherpt. We zijn gestart met het werken in drie domeinteams: Samenleving, Ruimte & Economie en Bedrijfsvoering. We adviseren proactief en werken mee aan de communicatieve kracht van de organisatie. We maakten voor onze adviezen gebruik van data uit onze tweewekelijkse mediamonitor. Om de positie van Lansingerland te versterken, zijn we gestart met het ontwikkelen van een nieuwe positioneringsstrategie (citymarketing). Voor onze producties dan wel middelen is de huisstijl van Lansingerland in 2019 doorontwikkeld en voldoet daarmee aan de eisen van digitale toegankelijkheid.

Inkoop en aanbesteding

Op het gebied van inkoop hebben we als hoofddoelstellingen: blijven voldoen aan de
rechtmatigheidseisen, inkopen tegen de meest optimale (integrale) prijs-kwaliteit verhouding en het
optimaal functioneren van de inkoopfunctie in de organisatie. In 2019 evalueerden we het inkoop- en aanbestedingsbeleid en pasten deze waar nodig/gewenst aan. Het gehele inkoopproces hebben we in het zaaksysteem geïmplementeerd zodat via dit systeem verplicht alle stappen/te maken keuzes worden doorlopen.
De professionaliseringsslag die we in de afgelopen jaren hebben gemaakt zetten we voort op basis van de PDCA-cyclus. Dit betreft onderwerpen als maatschappelijk verantwoord inkopen, social return, lokale economie, contractbeheer- en management, inkooptools en sjablonen en samenwerkingskansen.

Huisvesting, facilitaire zaken en DIV

Doel van de facilitaire ondersteuning is dat de organisatie en het bestuur maximaal tijd kunnen
besteden aan hun eigenlijke activiteiten. Dit doen we door het beschikbaar stellen, hebben en houden
van faciliteiten op het gebied van huisvesting en informatievoorziening en daaraan gerelateerde
producten en diensten.

Naast het gebruik van het gemeentehuis door de eigen organisatie geven we uitvoering aan het Vastgoedbeleid voor incidentele evenementen/activiteiten in de openbare ruimten. Tevens zijn we eerste contactpersoon voor de huurders in het pand. Gezien de toename in het aantal huurders en de complexiteit daarvan, doen we onderzoek naar de best passende mogelijkheid buiten het in eigen beheer uitvoeren van deze taak.
We pasten de huisvesting en faciliteiten aan op het nieuwe TOP-werken. Met betrekking tot de fysieke toegankelijkheid droegen we zorg voor de optimale invulling op enerzijds (informatie)beveiliging en anderzijds gastvrijheid.

Burgerparticipatie

In 2019 hebben inwoners bij diverse projecten dan wel beleidsontwikkelingen kunnen meepraten, meedenken, meedoen of meebeslissen. Denk hierbij aan de ontwikkeling van de Omgevingsvisie, de nieuwbouw van scholen, het project ‘Hoe oud bent u in 2030’ en het afkoppelen van de regenwaterafvoer in Dorp Noord-Oost in Bergschenhoek. Afhankelijk van de doelgroep en de mate van invloed zijn hiervoor verschillende instrumenten ingezet. Zoals dialoogtafels en peilingen via het burgerpanel ‘Lansingerland Peilt’.

Het burgerpanel bevat 1560 leden, waarvan 95 nieuwe leden in 2019 zijn toegetreden. Voor middelbare scholieren vond voor het eerst een succesvolle Hackaton plaats. Een Hackathon is een evenement waarin jongeren in teams strijden om in een korte tijd oplossingen aan te dragen voor bepaalde uitdagingen. Verder organiseerden we de tweede editie van het Lansingerlands Initiatief waarbij drie initiatieven de eindstreep haalden: ‘Plukberm of eetbare ruimte’, ‘Pleisterplaats De Hichte’ en ‘Terughalen vrachtschuit’.

De Rekenkamer Rotterdam heeft in 2019 onderzocht hoe wij gebruik maken van burgerparticipatie. In het onderzoeksrapport ‘Met de beste bedoelingen’ constateert de rekenkamer dat wij als gemeente al heel veel doen aan burgerparticipatie. Ook wordt een aantal aanbevelingen gegeven die wij in 2020 verder uitwerken.

Juridische zaken

Onder het programma Dienstverlening zijn we reeds ingegaan op het afhandelen van bezwaren,
klachten en Wob verzoeken. Binnen het team Juridische zaken ondersteunen we daarnaast de organisatie en het bestuur met juridisch advies. In 2019 legden we focus op kwaliteitszorg en –borging en onderzochten we hoe we in de organisatie de aanwezige juridische specialistische kennis optimaal kunnen ontsluiten.
Na het bezwarenproces, implementeerden we ook de overige juridische processen in het zaaksysteem (klachten, aansprakelijkstellingen, Wob-verzoeken en rechten vanuit de AVG).

Betalingsgedrag Gemeente Lansingerland

In onderstaande tabel is inzichtelijk gemaakt welk percentage van de binnengekomen facturen op tijd (binnen 30 dagen) door de Gemeente Lansingerland is voldaan.
Het percentage wat binnen 30 dagen (na registratiedatum) wordt voldaan is in 2019 (89%) verbeterd t.o.v. 2018 (85%). Het streven is om alle facturen op tijd te betalen. Daarbij moet worden aangetekend dat er altijd een aantal facturen is dat dusdanig wordt aangeleverd, dat tijdige verwerking door de gemeente niet haalbaar is.
Betaaltermijn 2016 2017 2018 2019
Aantal % Aantal % Aantal % Aantal %
Binnen 30 dagen na ontvangst 7.625 85,3% 6.912 85,2% 8.161 89,4% 8.948 89,1%
Te laat 1.314 14,7% 1.198 14,8% 967 10,6% 1.100 10,9%
Tussen 0 en 30 dagen te laat 1.094 12,2% 1.036 12,8% 844 9,2% 930 9,3%
Tussen 30 en 90 dagen te laat 136 1,5% 98 1,2% 88 1,0% 109 1,1%
Meer dan 90 dagen te laat 84 0,9% 64 0,8% 35 0,4% 61 0,6%
Totaal 8.939 8.110 9.128 10.048

Paragraaf Verbonden partijen

Inleiding

Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Van een financieel belang is sprake indien de gemeente risico loopt met aan deze partijen beschikbaar gestelde middelen of als de gemeente aangesproken kan worden als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Van bestuurlijk belang is sprake als de gemeente zeggenschap heeft, vanwege vertegenwoordiging in het bestuur of vanwege het hebben van stemrecht.

De visie op en de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen

Als gemeente kunnen wij door toenemende uitbreiding en complexiteit niet al onze taken meer zelfstandig uitvoeren. Samenwerking met andere partners, waaronder andere overheden, kan dan een oplossing bieden. De ‘Nota verbonden partijen 2016 – 2020’ (corsanummer T16.02321) geeft inzicht in het (wettelijk) kader en geeft het afwegingskader een handvat voor het toe- en uittreden bij verbonden partijen. De nota en bijbehorend addendum (T17.01105) gaan ook in op de vertegenwoordiging in verbonden partijen. Daarnaast besteedt de nota aandacht aan de spelregels voor governance en het uitvoeren van risicomanagement met de bestaande (wettelijke) instrumenten van informatievoorziening en aanvullende mogelijkheden om bij te dragen aan de kaderstellende, toezichthoudende en controlerende rol van de raad.

Overzicht

In onderstaand overzicht staat de meest essentiële financiële informatie van de verbonden partijen. In de latere tabellen staat per verbonden partij de informatie die op grond van artikel 15 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplicht is inclusief bij welk programma uit de begroting het hoort en op welke wijze de verbonden partij bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling van het programma. Daarnaast schrijft artikel 15 BBV voor dat de lijst van verbonden partijen, wordt onderverdeeld in:

1. gemeenschappelijke regelingen;

2. vennootschappen en coöperaties;

3. stichtingen en verenigingen

4. overige verbonden partijen.

in de navolgende tabellen nemen wij de verplichte informatie op per verbonden partij, zoals gesteld in het BBV.

Gemeenschappelijke regelingen Programma Begroot 2019 Realisatie 2019
Bedrijvenschap Hoefweg 6. Lansingerland Ontwikkelt Niet van toepassing Niet van toepassing
Bleizo 6. Lansingerland Ontwikkelt Niet van toepassing Niet van toepassing
DCMR Milieudienst Rijnmond 6. Lansingerland Ontwikkelt 1.401.891 1.413.811
Jeugdhulp Rijnmond 4. Maatschappelijke ondersteuning 6.693.193 6.693.193
MRDH (Metropoolregio Rotterdam-Den Haag) 6. Lansingerland Ontwikkelt 157.829 157.829
Openbare Gezondheidszorg Rotterdam-Rijnmond 4. Maatschappelijke ondersteuning 434.540 412.684
Recreatieschap Rottemeren 3. Sport, cultuur en onderwijs 191.497 191.497
Schadevergoedingsschap HSL-Zuid 6. Lansingerland Ontwikkelt Niet van toepassing Niet van toepassing
SVHW (Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffingen en Waardebepaling) 8. Algemene dekkingsmiddelen 509.000 498
Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond 2. Openbare orde en veiligheid 3.316.751 3.317.186
Vennootschappen en coöperaties Programma Begroot 2019 Realisatie 2019
Dunea (vh Duinwater-bedrijf Zuid-Holland) 8. Algemene dekkingsmiddelen Niet van toepassing Niet van toepassing
Eneco Groep N.V. 8. Algemene dekkingsmiddelen 2,3 miljoen 2.298.856
Stedin Holding N.V. 8. Algemene dekkingsmiddelen 1,5 miljoen 1.542.653
Vennootschappen en coöperaties Programma Begroot 2019 Realisatie 2019
Parkmanagement Bedrijvenpark Oudeland (PMBO) 6. Lansingerland Ontwikkelt 57.000 57.887
Vennootschappen en coöperaties Programma Begroot 2019 Realisatie 2019
BNG (Bank Nederlandse Gemeenten) 8. Algemene dekkingsmiddelen Niet van toepassing Niet van toepassing

Bedrijvenschap Hoefweg

Naam verbonden partij Bedrijvenschap Hoefweg
Vestigingsplaats Bleiswijk
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) Ontwikkeling van het bedrijventerrein Hoefweg (Hoefweg Noord) voor vestigingsmogelijkheden voor bedrijven. Met de ontwikkeling van dit gebied wil de gemeente een gunstig economisch klimaat en daarmee indirect een interessant werk – en woongebied creëren voor de inwoners.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Geen structurele bijdrage aan of van het Bedrijvenschap. Art. 24 en 25 van de GR: de gemeente levert een financiële bijdrage aan het startkapitaal, de gemeenten zorgen voor voldoende middelen zodat de GR aan verplichtingen aan derden kan voldoen. De inbreng en risicoverdeling is op 50%- 50% voor elke gemeente vastgesteld. De GR neemt voor 30% deel aan de CV Prisma en voor 31% in de BV Prisma.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 6,3 mln. Per 31-12-2019: € 9,3 mln.
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 49,2 mln. Per 31-12-2019: € 40,2 mln.
Financieel resultaat 2019 (Uit: jaarrekening 2019) € 2,9 mln.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2019 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Geen. Het financiële belang blijft gelijk. Door gronduitgifte is de verwachting dat het resultaat verbetert.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? De grondexploitatie Hoefweg kent per 1-1-2020 een positief resultaat van € 12,9 mln. (netto contante waarde). Ten opzichte van 2019 blijft het resultaat hiermee gelijk. De risicoanalyse toont aan dat er geen risicovoorziening getroffen hoeft te worden. De risico’s met de meeste invloed op de uitkomst van de grondexploitatie zijn de opbrengsten index, hogere civieltechnische kosten en geen uitgifte grootschalige Leisure.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Het onderzoek naar het ontwikkelprogramma van Bleizo kan mogelijk een wijziging van de opdracht voor de GR Bleizo oplveren. Een bestuurlijke keuze over de ontwikkelrichting is hierover nodig. Afstemming hierover binnen de samenwerking Corridor A12.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Financiële analyse: Gemiddeld Bestuurlijke analyse: Laag De grondexploitatie van Bedrijvenschap Hoefweg loopt tot 2026. In deze periode is bijsturing nog goed mogelijk. Bestuurlijk hebben we (indirecte) invloed.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? De ontwikkeling van het bedrijventerrein Hoefweg stimuleert de vestigingsmogelijkheden voor bedrijven en een gunstig economisch klimaat.

BLEIZO

Naam verbonden partij BLEIZO
Vestigingsplaats Bleiswijk
Deelnemende partijen Gemeente Zoetermeer en Gemeente Lansingerland
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) Het doel van deze GR is het ontwikkelen van het gebied rondom het OV knooppunt Bleizo (station Lansingerland-Zoetermeer), gericht op het realiseren van een nieuw economisch knooppunt met een eigen identiteit. Met de ontwikkeling van een OV-knooppunt en het gebied daarom heen wil de gemeente een gunstig economisch klimaat en een interessant werk- en woongebied creëren voor de inwoners.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) (art. 32 GR Bleizo) Beide gemeenten staan ervoor in dat de GR Bleizo altijd over voldoende middelen beschikt om verplichtingen aan derden te voldoen. Een batig/nadelig saldo komt voor 50% ten gunste/laste van Lansingerland.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: -/- € 2.380.000,- Per 31-12-2019: € 1.641.000,-
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 68.213.000,- Per 31-12-2019: € 79.044.000,-
Financieel resultaat 2019 (Uit: jaarrekening 2019) € 4.021.000,-
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2019 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Het financiële belang van Lansingerland is ongewijzigd: 50% van winst of verlies van GR Bleizo. In 2019 is afgesproken om de garantstelling van Zoetermeer voor € 9,5 mln euro te laten vervallen. Hiermee wordt teruggekeerd naar de oorspronkelijke situatie waarin beide gemeenten een belang van 50% hebben zonder aanvullende afspraken.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? De grondexploitatie Bleizo kent per 1-1-2020 een positief resultaat van € 11,1 mln. (netto contante waarde). Ten opzichte van 2019 is het resultaat met € 13,5 mln. verbeterd. Deze verbetering wordt met name veroorzaakt door de uitgifte van twee grote kavels in Bleizo-Oost (totaal ca. 17,7 ha) die vervroegd worden uitgegeven, dalende plankosten, de verwachte ontvangst van een schadevergoeding, een lagere OZB afdracht door vervroegde uitgifte en een kortere looptijd en geboekte rente. Het resultaat van de verschillen is positief, waardoor het resultaat van de grondexploitatie verbetert. De risicoanalyse toont aan dat er geen risicovoorziening getroffen moet te worden. De risico’s met de meeste invloed op de uitkomst van de grondexploitatie zijn de opbrengsten index, hogere civieltechnische kosten en geen gronduitgifte.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Het onderzoek naar het ontwikkelprogramma van Bleizo-West kan mogelijk een wijziging van de opdracht voor de GR Bleizo opleveren. Een bestuurlijke keuze over de ontwikkelrichting is hierover nodig. De kavels in Bleizo-Oost zijn verkocht.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Financiële analyse: Gemiddeld Bestuurlijke analyse: Laag De GR Bleizo kent nog een behoorlijke looptijd. Ondanks dat de belangen aanzienlijk zijn, maakt dit dat bijsturing mogelijk is. Bestuurlijk hebben we (indirecte) invloed.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? De realisatie van vervoersknooppunt Bleizo (station Lansingerland-Zoetermeer' en de ontwikkeling van het gebied rondom het knooppunt dragen bij aan de ontwikkeling van Lansingerland als gemeente waarin aantrekkelijk en op duurzame wijze kan worden gewerkt en gewoond.

DCMR Milieudienst Rijnmond

Naam verbonden partij DCMR Milieudienst Rijnmond
Vestigingsplaats Schiedam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) Uitvoeren van de Wet Milieubeheer (Wm), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet bodembescherming (Wbb) voor de Gemeente Lansingerland en advisering op het gebied van milieu en ruimtelijke ordening. Het publieke belang is het bereiken van een goed leefmilieu voor burgers en bedrijven.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) 2020: € 1.506.115 2019: € 1.470.000
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 5.681.000 Per 31-12-2019: € 4.567.000
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 9.669.000 Per 31-12-2019: € 10.224.000
Financieel resultaat 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Het financieel resultaat over 2019 na bestemming bedraagt € 1.446.000
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2020 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Er zijn geen wijzigingen in het financiele belang dat de gemeente in de DCMR heeft.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? De benoemde risico's uit 2019, die samenhingen met het op orde krijgen van de bedrijfsvoeringssystemen, lijken beheersbaar. De nu begrote en vanuit de eigen exploitatie van de DCMR gedekte bedragen zijn zo realistisch mogelijk geraamd. De participanten krijgen zowel ambtelijk als bestuurlijk per kwartaal een gedetailleerde update, wat de sturingsmogelijkheden vergroot. Een ambtelijke afvaardiging van de participanten (financiële en ICT-experts) vormt daarnaast een klankbordgroep voor de DCMR bij het verder uitwerken van de bedrijfsvoeringssystemen.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Vanwege de toegenomen werkzaamheden voor Lansingerland (o.a. groter bedrijvenbestand gekregen de afgelopen jaren) en enkele nieuwe taken, verhoogden we in 2019 het budget structureel. De uitbreidingen van bedrijventerreinen zorgt echter tijdelijk voor een substantieel hoger aantal milieuvergunningplichtige bedrijven. De komende jaren drukt de afhandeling hiervan relatief zwaar op het werkprogramma, maar de verwachting is dat dit over enkele jaren weer afvlakt en we op termijn voldoende dekking hebben voor de uit te voeren werkzaamheden. Sinds oktober 2019 voert de DCMR in mandaat ook alle asbestgerelateerde taken uit. Hiervoor zijn de jaarlijkse kosten op basis van een voorcalculatie bepaald. Lopende 2020 monitoren we de uitvoering van deze taak nauwlettend om te kunnen sturen op de uitputting van het beschikbaar gestelde budget (€43.000). De komst van de Omgevingswet en het voorbereiden hierop heeft financiële consequenties. Middels een verdeelsleutel zijn hiervoor in de werkprogramma's van de participanten uren gereserveerd. De kosten voor 2020 zijn hiermee gedekt en we sturen binnen regionaal verband scherp op het binnen budget blijven van de uit te voeren werkzaamheden in het kader van de Omgevingswet. Ten slotte gaan met de komst van de Omgevingswet de meeste bodemtaken die nu nog onder het bevoegd gezag van de Provincie vallen over naar de gemeente. Op dit moment is nog niet bekend welke bijdrage van het Rijk hiervoor beschikbaar is. Het is een reeel risico dat we voor de uitvoering van deze taken extra middelen nodig hebben. Bij het opstellen van de begroting 2021 houden we hier rekening mee.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Het financiële risico is gemiddeld. Dit heeft te maken met het feit dat in de Gemeenschappelijke Regeling een garantstelling voor de deelnemende gemeenten is opgenomen. De bedrijfsvoering is zoals gezegd nog niet volledig op orde, maar Lansingerland heeft slechts deels invloed om hierop financieel bij te sturen (een belang van 2,5%). Lansingerland heeft vooral invloed op het financieel bijsturen op de bijdrage die wij betalen voor de uitvoering van het werkplan. In die laatste zit slechts een beperkt risico aangezien we het budget vanaf 2019 structureel verhoogd hebben. Het bestuurlijke (inhoudelijke) risico is laag, omdat de belangen van DCMR hetzelfde zijn als onze belangen, en er duidelijke afspraken met de DCMR zijn gemaakt die we regelmatig monitoren.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? De DCMR Milieudienst Rijnmond levert met inzet van wettelijke instrumenten en vanuit zijn specifieke deskundigheid een bijdrage aan het verlagen van de milieubelasting van bedrijven en aan het verhogen van de milieukwaliteit en veiligheid in het Rijnmondgebied. Hiermee draagt het bij aan de ontwikkeling van Lansingerland als gemeente waarin aantrekkelijk kan worden gewoond, gewerkt en gerecreëerd.

Jeugdhulp Rijnmond

Naam verbonden partij Jeugdhulp Rotterdam
Vestigingsplaats Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) 1. Uitvoering te geven aan de wettelijke verplichtingen tot regionale samenwerking uit de Jeugdwet in het kader van Veilig Thuis (AMHK), jeugdreclassering en jeugdbescherming. 2. Het uitvoeren van bovenlokale taken door middel van het contracteren en/of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp, -reclassering en -beschermingsmaatregelen in het kader van de Jeugdwet. 3. Realiseren van overleg, kennisontwikkeling- en overdracht tussen de aangesloten gemeenten.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) De Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond is opgericht voor de inkoop van verschillende vormen van jeugdhulp waar gemeenten verantwoordelijk voor zijn. De inleg van de gemeente Lansingerland bedraagt in 2019 € 6.220.917 (inclusief organisatiekosten).
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 0 Per 31-12-2019: € 0
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Vreemd vermogen: Per 1-1-2019: € 58.818.782 Per 31-12-2019: € 48.608.185
Financieel resultaat 2019 (Uit: jaarrekening 2019) € 0
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2019 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft In april 2020 heeft het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond ingestemd met het verhogen van de begroting van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond door de volgende ontwikkelingen: 1. Het is wenselijk om uit te gaan van een realistisch meerjarenperspectief conform de regels van de Provincie gebaseerd op het historisch zorggebruik. 2. Op dit moment, in de eerste helft van het jaar, is het al duidelijk dat er meerdere budgetplafonds bereikt worden, waardoor er knelpunten in de zorglevering en opwaartse druk op de wachtlijsten ontstaan. Er wordt, gezien de ernst en aard van de benodigde hulp, nu al discretionair toegekend, waardoor budgetplafonds overschreden worden. De bovenstaande ontwikkelingen leidden voor 2020 tot een extra bijdrage voor Lansingerland van € 672.616. Deze bijdrage nemen we mee in de zomerrapportage. In april 2020 is de begroting van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond over 2021 bijgesteld. Hierin is de bijdrage van de gemeente Lansingerland verhoogd tot € 8.412.595 (€ 7.913.518 en € 499.077 voor Veilig Thuis). Dit budget is verwerkt in de begroting voor de jaarschijf 2021.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Toenemend zorggebruik in een openeinde regeling: De jeugdwet bevat een open einde regeling. Omdat er in onze gemeente sprake is van een toenemend zorggebruik, zowel in aantallen als in zwaarte, levert dit een financieel risico op. Wij sturen (conform de Veranderopgave Jeugdhulp) hierop door middel van de (lokale) toegang, de samenwerking met onze toegangspartners en samenwerking met huisartsen."
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? 1. In het licht van de (financiële) ontwikkelingen in de specialistische jeugdhulp zetten wij in op de realisatie van de veranderopgave jeugdhulp. Dat betekent dat wij waar mogelijk sturen op vermindering van het gebruik van specialistische jeugdhulp. 2. In subregionaal verband brengen wij in beeld of en in hoeverre de resultaatgerichte inkoop leidt tot hogere kosten. Wij betrekken de bevindingen hiervan bij het besluit over de inkoop van specialistische jeugdzorg in 2022 en verder. Wij overwegen daarbij welke onderdelen eventueel lokaal kunnen worden ingekocht. Hierbij zijn wij mede afhankelijk van het kabinetsvoornemen om wettelijk vast te leggen op welk niveau (lokaal, regionaal, bovenregionaal) welke vorm van jeugdhulp moet worden ingekocht. 3. Wij verbeteren het functioneren en de interne aansturing van de Gemeenschappelijke Regeling. De basis hiervoor is het verbeterplan uit 2019.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Gemeentelijk risicobeleid Op basis van de financiële analyse is er een hoog risico verbonden aan de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond. De gemeente heeft een hoge jaarlijkse financiële bijdrage. In 2015 is besloten dat eventuele tekorten door de deelnemende gemeenten worden gedekt waardoor het weerstandsvermogen van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond bij de gemeenten wordt gelegd. Op basis van de bestuurlijke analyse is er een gemiddeld risico verbonden aan de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond. De te leveren afspraken zijn van invloed op de gemeentelijke doelstellingen. Lansingerland is vertegenwoordigd in het AB en DB. Omdat Rotterdam een grote invloed heeft op de besluitvorming (50% van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond gevormd wordt door de gemeente Rotterdam) brengt dit een zeker risico met zich mee.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? De Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond heeft tot taak de gemeenschappelijke inkoop zodanig vorm te geven dat lokale ambities kunnen worden gerealiseerd en dat zorgcontinuïteit is geboden.

Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH)

Naam verbonden partij Metropoolregio Rotterdam Den-Haag (MRDH)
Vestigingsplaats Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) Het versterken van de internationale concurrentiepositie van de regio.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) De Brede Doeluitkering (BDU) voor verkeer en vervoer is de belangrijkste dekking voor de kosten van de twee programma’s exploitatie verkeer en openbaar vervoer, infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. De inwonerbijdrage bedraagt € 2,68 per inwoner voor het programma economisch vestigingsklimaat; voor 2020 is dat een totaalbedrag van € 6,34 miljoen. Uitgaande van het inwoneraantal van Lansingerland op 1 januari 2019 van 61.617 bedraagt dit voor Lansingerland € 165.134.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 15.361.458 Per 31-12-2019: € € 22.023.344
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 1.543.298.267 Per 31-12-2019: € € 1.555.686.899
Financieel resultaat 2019 (Uit: jaarrekening 2019) € 6.661.888
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2019 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Op dit moment zijn er geen veranderingen in het financiële belang voor 2019 en 2020.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? De MRDH heeft de komende jaren tijdelijk te maken met een tekort (overbesteding) op de BDU-middelen. Overbesteding houdt in dat het saldo van beschikbare middelen en bestedingen in enig jaar negatief is. Tot en met de Begroting 2018 hanteerde de MRDH het uitgangspunt dat een tekort op de BDU-middelen is toegestaan onder de voorwaarde dat over een periode van tien jaar het saldo van beschikbare middelen en bestedingen positief is. Een extern kader voor deze termijn ontbrak toen nog. Een externe partij is daarom gevraagd om nader onderzoek te doen naar de kaders voor overbesteding. De provincie is betrokken geweest bij dit onderzoek. Conclusie uit dit onderzoek is dat de MRDH zich voor wat betreft de termijn van overbesteding dient te houden aan de uitgangspunten voor structureel begrotingsevenwicht die de provincie Zuid-Holland als toezichthouder hiervoor hanteert. De wettelijke termijn van overbesteding is daarmee bepaald op een maximale periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren. Een tekort in 2019 moet dus uiterlijk in 2022 zijn aangezuiverd. Hierbij geldt ook dat de begroting in de drie jaar na het inlopen van het tekort geen tekort mag laten zien. Vanwege de afronding van een aantal grote infrastructurele projecten in deze periode (o.a. Hoekse Lijn, Bleizo) is er vanaf 2022 weer sprake van een overschot.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Projecten zijn vaak gemeente en regio overschrijdend waardoor ook andere overheden en/of bestuurslagen bij betrokken zijn. Investeringen voor de projecten moeten bedrijven, kennisinstellingen en overheden bij elkaar brengen. De aandachtspunten voor Lansingerland zijn de verdere uitwerking van de projecten uit het investeringsprogramma en de daarbij behorende financiën te genereren. In het investeringsprogramma zijn ook andere projecten opgenomen zoals corridor A12 (o.a. logistieke hotspot), energie-infrastructuur (warmtenet), geothermie, greenport en vaarroutes (Rotte – Rijn – Vliet). De MRDH kan in het samenbrengen van gemeenten en het definiëren van regionale projecten een voortrekkersrol vervullen om in gesprek te gaan met andere gemeenten en marktpartijen. Als vervolg op de MIRT Rotterdam Den Haag (Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport) wordt aan een aantal tafels de strategie van de regio uitgewerkt. Deze studies moeten richting geven aan nieuwe grote infrastructurele projecten in relatie tot andere ruimtelijke ontwikkelingen zoals de woningbouwopgave. Dit geeft richting aan de doorontwikkeling van het hoogwaardige OV-net in onze regio. Ook in Lansingerland worden OV-lijnen verkend, zoals de ZoRo. De projecten en de organisatie van de Vervoersautoriteit (VA) worden grotendeels bekostigd uit de reguliere Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Daarnaast zijn er nog specifieke rijksbijdragen, zoals gelden voor het programma Beter Benutten Vervolg en het Actieprogramma Regionaal OV die beiden zijn toegevoegd aan de BDU. De komende jaren is er een stevige opgave om de kosten van het openbaar vervoer te drukken. Door een oplopende beheerlast neemt het investeringsvermogen af.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Uit de financiële analyse blijkt dat het risico gemiddeld is. Dit is met name gelegen in het beperkte weerstandsvermogen van de MRDH enerzijds en de afdekking van de risico’s door de MRDH anderzijds zoals ook opgenomen in het treasurystatuut. De wettelijke termijn van overbesteding is bepaald op een maximale periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren. Om in de toekomst meer duidelijkheid te hebben over de (financiële) risico’s van grote infrastructurele projecten heeft de MRDH de beleidsnota risicomanagement en weerstandsvermogen opgesteld. Het bestuurlijk risico is laag. Lansingerland onderschrijft het belang van de MRDH en staat achter de missie en de visie. De uitwerking van de programma’s vindt in goed overleg met alle gremia plaats.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? In de gemeenschappelijke regeling (GR) Metropoolregio Rotterdam Den Haag is opgenomen dat er vijfjaarlijks geëvalueerd wordt en de eerste evaluatie plaatsvindt twee jaar na inwerkingtreding van de GR. Uit het evaluatierapport, afgerond eind 2017, komt naar voren dat de steun voor MRDH is toegenomen, de relatie tussen de MRDH en provincie is verbeterd en dat er binnen de bestaande structuur gezocht moet worden naar verbeteringen. Met name de rol van de adviescommissie behoeft verdere uitwerking. In de zienswijze (U17.13458) heeft de raad van Lansingerland aan gegeven dat de adviescommissie niet een lichtere maar een andere invulling dient te krijgen. Een concrete verbetering is de invoering van portefeuillehouders in het AB waardoor het bestuurlijk eigenaarschap is versterkt. De MRDH heeft de afgelopen jaren grote stappen voorwaarts gezet met de uitwerking van de aanbevelingen uit het OESO-rapport en Roadmap Next Economy als leidraad voor het investeringsprogramma. De MRDH werkt in 2020 verder aan de concretisering, ook voor projecten waarbij Lansingerland is betrokken.

Gemeenschappelijke Regeling GGD Rotterdam-Rijnmond

Naam verbonden partij Gemeenschappelijke Regeling GGD Rotterdam-Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) Artikel 3 van de GR: Het lichaam heeft tot doel: • het beschermen en bevorderen van de gezondheid van de bevolking of van specifieke groepen daarbinnen, in het rechtsgebied van het lichaam; • het voorkómen en het vroegtijdig opsporen van ziekten onder de bevolking; • alles wat met het bovenstaande in de ruimste zin verband houdt. De regeling regelt de deelnemersbijdrage van de deelnemende gemeente voor de inkoop van het basispakket. De GGD is leverancier en uitvoerder van het basispakket. Het publieke belang is de openbare gezondheid.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) De gemeenschappelijke regeling van de GGD-RR kent geen balans en andere financiële staten om in de begroting op te nemen aangezien alleen de gemeente Rotterdam eigenaar is van de organisatie. Personeel en eventuele risico’s zijn daarmee voor rekening van de gemeente Rotterdam. De gemeenschappelijke regeling GGD-RR regelt in materiële zin slechts de inkoop van producten. Lansingerland draagt in 2021 € 471.544 bij, bestaande uit € 342.405 voor de inkoop van het algemene basistakenpakket en € 129.139 voor de inspecties kinderopvang. Het bedrag voor de inspecties kinderopvang is indicatief, uiteindelijk worden de daadwerkelijk uitgevoerde inspecties die in 2021 plaatsvinden in rekening gebracht.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2020 (Uit: Begroting basistakenpakket 2021) De gemeenschappelijke regeling van de GGD-RR kent geen balans en andere financiële staten om in de begroting op te nemen aangezien alleen de gemeente Rotterdam eigenaar is van de organisatie. Personeel en eventuele risico’s zijn daarmee voor rekening van de gemeente Rotterdam. De gemeenschappelijke regeling GGD-RR regelt in materiële zin slechts de inkoop van producten. Daarmee is de gemeenschappelijke regeling financieel “leeg”, dus zonder bezittingen, waardoor er ook geen balans is. Het financiële risico voor deelname aan de regeling is voor regiogemeenten dus ook niet aanwezig.
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2020 (Uit: Begroting basistakenpakket 2021) Niet van toepassing, zie tekst bij ‘Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2020’.
Financieel resultaat 2020 (Uit: Begroting basistakenpakket 2021) Niet van toepassing, zie tekst bij ‘Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2020’.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2021 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Vooralsnog geen maar mogelijke effecten van de coronacrisis zijn nog niet bekend.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Geen. De gemeente Rotterdam is risicodrager.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Uitvoering van de verplichtingen uit de Wet publieke gezondheid (WPG) tegen een aanvaardbare kostprijs blijft een aandachtspunt. Het basispakket moet garanderen dat wij voldoen aan de verplichtingen die wij hebben vanuit de Wpg. Daarnaast weten we nog niet wat de gevolgen van de coronacrisis zijn en of dat extra kosten meebrengt.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Er is zowel financieel als bestuurlijk een beperkt risico. De gemeente Rotterdam is financieel risicodrager. Daarnaast dragen de activiteiten van de verbonden partij bij aan het oorspronkelijke doel van de verbonden partij.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? De Gemeentelijke Gezondheidsdienst Rotterdam-Rijnmond zet zich in voor een goede en voor iedereen toegankelijke gezondheidszorg. Daarnaast zet de GGD zich in om ziekten en andere problemen te voorkomen. Hiermee draagt het bij aan Lansingerland als gezonde samenleving.

Recreatieschap Rottemeren

Naam verbonden partij Recreatieschap Rottemeren
Vestigingsplaats Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) In stand houden, ontsluiten en exploiteren van recreatiegebied Rottemeren. Openluchtrecreatie, natuurbescherming en natuur- en landschapsschoon bewaren en bevorderen.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Deelnemers: Zuidplas 4%, Rotterdam 91%,en Lansingerland 5%, bijdrage in 2019 € 191.497,-
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 16.970.831,- Per 31-12-2019: € 13.943.838,-
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 6.991.129,- Per 31-12-2019: € 5.934.804,-
Financieel resultaat 2019 (Uit: jaarrekening 2019) € 140.800,-
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2019 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Geen veranderingen in het financiële belang van 5%.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Concrete risico's, overigens van een laag en middel gehalte, worden genoemd bij de weerstandsparagraaf in de begroting van het recreatieschap: • invoering VPB; • koersrisico ingeval van gedwongen verkoop beleggingen bij calamiteiten; • locatie asfaltfabriek; • essentaksterfte; • nazorg grondwaterverontreiniging Hoge Bergse Bos; • warmteleiding; • dekking dividend belegging • mogelijke procedure i.v.m. geannuleerd evenement.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Met de vaststelling van het Kader voor het Recreatieschap Rottemeren zijn de recreatiekaders gesteld voor het Recreatieschap Rottemeren. Dit wordt uitgewerkt in een ontwikkelplan met uitvoeringsacties. De kwaliteitsimpuls Lage Bergse Bos en de essentaksterfte maken dat het gebied in de picture staat en de (deel)gebieden de komende jaren aangepakt gaan worden. In de samenwerkingsovereenkomst met Staatsbosbeheer is afgesproken dat vanaf 2019 de jaarlijkse kosten niet meer als fixed price bepaald worden maar kostendekkend (op basis van nacalculatie) worden. Samen met de herijking van het Terrein Beheer Model (t.b.v. onderhoud) en het ontwikkelplan met uitvoeringsagenda verwachten wij dat dit tot financiële veranderingen kan leiden. Hier zal in de loop van 2020 meer bekend over worden.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Het financiële risico is laag. Er is sprake van een hoge Algemene reserve. De genoemde risico’s zijn dusdanig beperkt van aard, dat er sprake is van meer dan gewenste weerstandsratio. Daarnaast is de financiële bijdrage van de provincie overgenomen door Rotterdam en dit is tevens vastgelegd in de aangepaste GR. Bestuurlijk risico is laag vanwege (indirecte) invloed via AB en DB.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? Het in stand houden, ontsluiten en exploiteren van het recreatiegebied Rottemeren draagt bij aan de ontwikkeling van Lansingerland als gemeente waarin op aantrekkelijke wijze gewoond, gewerkt en gerecreëerd kan worden.

Schadevergoedingsschap HSL-Zuid, A16 en A4

Naam verbonden partij Schadevergoedingsschap HSL-Zuid, A16 en A4
Vestigingsplaats Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) In artikel 2 van de gemeenschappelijke regeling staat opgenomen; “Het doel van de regeling is het bevorderen dat de behandeling van verzoeken om schadevergoeding die verband houden met de aanleg van de HSL-Zuid en de verbreding, verlegging en reconstructie van de A-16 (...)respectievelijk de A-4, zoals bedoeld in artikel 1 onder f, en de beslissingen op die verzoeken doelmatig, deskundig en op gelijke wijze plaatsvinden. Door deze regeling wordt tevens voor de burgers duidelijkheid geschapen over de terzake bevoegde instantie.”
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Alle kosten van het Schap en van de door het Schap toegekende schadevergoedingen worden betaald door de Rijksoverheid.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Er is geen sprake van een eigen vermogen.
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Er is geen sprake van vreemd vermogen.
Financieel resultaat 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Financieel resultaat 2019: Algemene kosten € 62.676,30 Deskundigenkosten € 8.383,65 Schadevergoedingen € 0,00 Totaal € 71.055,95
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2019 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Vanwege het feit dat alle kosten voor rekening komen van het Ministerie van I&W is er geen sprake van een financieel belang voor de gemeente.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Er zijn thans geen financiële risico’s bekend. Het Schap heeft met de accountmanager van het Ministerie de afspraak gemaakt dat wanneer er een schadeverzoek met een aanmerkelijk belang wordt ingediend dat deze, met het oog op risicomanagement, direct bij het Ministerie kenbaar wordt gemaakt.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Naar verwachting zal medio 2020 inzicht bestaan in het effect van het maatregelenpakket. Het Schap kan de nieuwe en aanvullende aanvragen tot schadevergoeding eerst in behandeling nemen als door de geluidsdeskundige (belast met de akoestische berekeningen) uitsluitsel wordt gegeven op de vraag of er sprake is van een toename van geluid en de mitigerende effecten van de maatregel bekend zijn. ProRail coördineert de uitvoering van het maatregelenpakket.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Er is geen sprake van een financieel risico omdat alle kosten voor rekening komen van het Ministerie van I&W. In bestuurlijke zin is geen risico te verwachten omdat het Algemeen bestuur van het Schap bevoegd is te beslissen op de aanvragen.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? Het doelmatig, deskundig en gelijkmatig behandelen van alle verzoeken om schadevergoeding in verband met de aanleg van de HSL-Zuid draagt bij aan het minimaliseren van de negatieve impact.

SVHW (Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffingen en Waardebepaling)

Naam verbonden partij SVHW (Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffingen en Waardebepaling)
Vestigingsplaats Klaaswaal
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) (art 3 GR) Een zo doelmatig mogelijke uitvoering van werkzaamheden met betrekking tot - de heffing en invordering van belastingen - de uitvoering van Wet waardering onroerende zaken (woz) - de administratie van vastgoedgegevens - het verstrekken van vastgoedgegevens aan deelnemers en derden
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) De bijdrage van Lansingerland voor 2020 is begroot op € 491.000.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 1.507.000 Per 31-12-2019: 1.440.000
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 5.488.000 Per 31-12-2019: € 4.611.000
Financieel resultaat 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Een positief resultaat van € 479.000.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2019 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Geen veranderingen
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Het SVHW streeft ernaar om risico's zoveel mogelijk te ondervangen. Dat is de reden waarom diverse verzekeringen afgesloten zijn voor het onroerend goed, inventaris en personeel. De risico’s waarmee het SVHW geconfronteerd zou kunnen worden zijn: - automatiseringsomgeving - calamiteiten van huisvesting - renterisico op een geldlening - personeel SVHW is een belangrijke organisatie voor haar 22 deelnemers. Continuïteit van de bedrijfsvoering is daarom essentieel. Het borgen van de bedrijfsvoering dient op het niveau van directie en DB te kunnen worden beslist. Bij het opvangen van de gevolgen van calamiteiten is het onwenselijk dat de organisatie afhankelijk zou zijn van de besluitvorming van de deelnemers. Gelet op genoemde risico's en de behoefte aan continuïteit van de bedrijfsvoering is het gewenst een financiële buffer in stand te houden. In de vergadering van het Algemeen bestuur van 5 december 2013 is daarom besloten de omvang vast te stellen op minimaal € 400.000 en maximaal € 700.000.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Door gemeentelijke herindelingen (samenvoeging) zijn er deelnemers uitgetreden en nieuwe toegetreden. Het aantal deelnemers is daardoor gewijzigd naar 15. De uittredende deelnemers betalen een uittredingsvergoeding die de frictiekosten van dit proces dekken. Vooralsnog worden er op de korte termijn geen verdere toe- danwel uittredingen verwacht.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Op basis van de financiële en bestuurlijke analyse kan worden vastgesteld dat het risicoprofiel gemiddeld is. De  jaarlijkse bijdrage is gemiddeld en de gemeente is deels financieel aansprakelijk. Het weerstandsvermogen van SVHW is op peil en de bedrijfsvoering en kwaliteit van het risicomanagement zijn toereikend. Uit de financiële analyse komt derhalve de score gemiddeld. De bestuurlijke analyse geeft tevens een score van gemiddeld. Lansingerland is vertegenwoordigd in het Algemeen Bestuur, er zijn duidelijke afspraken over de informatievoorziening welke naar tevredenheid worden gehonereerd en het belang van het SVHW komt volledig overeen met het belang van Lansingerland. De te leveren prestaties door het SVHW zijn echter maximaal van invloed.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? De uitbesteding van de werkzaamheden m.b.t. belastingen past in het streven van de gemeente om waar mogelijk in regie te werken en een kostenbesparing te realiseren.

Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

Naam verbonden partij Veiligheidsregio Rotterdam - Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) De VRR behartigt ons publieke belang door het voorkomen, beperken en bestrijden van rampen en crises.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Bijdrage 2019 is € 3.317.186. Dit bedrag is als volgt opgebouwd: € 3.290.750 (basiszorg) en € 26.436 (individuele taken en bijdragen). Bijdrage 2020 is € 3.643.559. Dit bedrag is als volgt opgebouwd: € 3.617.559 (basiszorg) en € 26.000 (Individuele taken en bijdragen)
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 12.781.473 Per 31-12-2019: € 10.676.209
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 64.799.541 Per 31-12-2019: € 59.724.916
Financieel resultaat 2019 (Uit: jaarrekening 2019) € -1.482
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2020 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft De gemeentelijke bijdrage basiszorg is aangepast aan de actuele inwonersaantallen per 1 januari 2019.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? In de begroting 2020 zijn de volgende risico’s opgenomen: • Vrijwaring van gemeenten voor aansprakelijkheid niet verzekerbare risico’s. Het gaat hier om juridische gevolgen, zoals claims; • Overdracht van de meldkamer aan de Landelijke Meldkamer Organisatie (LMO) per 1-1-2020. Risico bestaat eruit dat er mogelijk kosten overblijven na overname van het beheer van de meldkamer; • Gevolgen van (veranderde) wet en regelgeving niet tijdig op kunnen vangen; • Vertraagd tempo en/of onvoldoende aanpassingen bijdragen van stakeholders van de VRR t.b.v. kostenontwikkeling; • Het niet halen van aanrijtijden en het niet leveren van een aantal diensten door de ambulance, als gevolg van een tekort aan verpleegkundig personeel (ingehuurd duurder personeel leidt tot extra kosten). Het niet halen van de aanrijtijden leidt mogelijk tot een (straf)korting van de zorgverzekeraars; • Wegvallen en niet toereikend zijn van subsidie impuls Omgevingsveiligheid; • Wegvallen en niet toereikend zijn van gelden landelijk expertisecentrum (LEC); • De dekking van de brandweerzorg staat onder druk bij gebrek aan vrijwilligers die overdag beschikbaar zijn. Ondanks alternatieven, zoals opgenomen in het Plan brandweerzorg, lukt het niet om de gewenste dekking te garanderen. Verwachting is dat verdere aanpassingen gaan knellen qua financiën; • Effecten en kosten als gevolg van grote crises (bv. Uitbraak grieppandemie); • Gevolgen onwikkelagenda VRR. Samen met de regiogemeenten onderzoekt de VRR of de taken en budgetten van de VRR nog voldoende op elkaar zijn afgestemd; • Gezien de leeftijdsopbouw van het brandweerpersoneel is de verwachting dat in de nabije toekomst veel nieuwe medewerkers worden aangetrokken en opgeleid, waardoor de uitgaven stijgen; • De ambulancedienst AZRR ging voor de overname van de BIOS groep een lening aan. De VRR staat garant voor deze lening die een looptijd heeft van 15 jaar. In geval van een faillissement is de VRR verantwoordelijk voor de restschuld; • Als gevolg van het bereikte principeakkoord over een nieuwe CAO stijgen de lonen in de periode 2019-2021 met in totaal 6,25%.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? De belangrijkste punten zijn: • Invoering van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) en het risico dat de vrijwilligersstatus bij de brandweer vervalt; • Uitkomsten ontwikkelagenda. Samen met de regiogemeenten onderzoekt de VRR of budgetten en taken van de VRR nog voldoende op elkaar zijn afgestemd. Het is op dit moment niet in te schatten of dit financiële gevolgen heeft; • De invoering van de Omgevingswet, verwacht vanaf 2021; • De aanbesteding van de ambulancezorg in 2021.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting De omvang van de jaarlijkse financiële bijdrage aan de VRR is hoog. Ondanks dat de jaarlijkse financiële bijdrage hoog is, is het financiële risico gemiddeld. Dit heeft ermee te maken dat VRR vaste taken heeft. De in kaart gebrachte negatieve risico’s zijn laag. Het risico wordt verspreid doordat 15 gemeenten deelnemen aan deze Gemeenschappelijke regeling. Het bestuurlijke inhoudelijke risico is laag. Er zijn duidelijke afspraken gemaakt met de VRR die we regelmatig monitoren. De gemeente Lansingerland is in het Dagelijks Bestuur vertegenwoordigd door de burgemeester, met de portefeuille ‘Bedrijfsvoering’.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? De Veiligheidsregio voert taken uit op het gebied van rampenbestrijding, crisisbeheersing, risicobeheersing, brandweerzorg, ambulancezorg en geneeskundige hulpverlening. Daarmee draagt het bij aan Lansingerland als een veilige en leefbare gemeente.

NV Duinwaterbedijf Zuid-Holland (Handelsnaam Dunea)

Naam verbonden partij NV Duinwaterbedrijf Zuid-Holland Handelsnaam Dunea
Vestigingsplaats Zoetermeer
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) Het publieke belang bestaat uit de gewaarborgde levering van drinkwater aan onze inwoners. Zo zijn alle 17 gemeenten in het leveringsgebied aandeelhouders. Dunea wil een vitale organisatie zijn die toekomstbestendige producten en diensten levert en daarbij duidelijk zichtbaar is als maatschappelijke onderneming. De nieuwe strategie Koers 2020 heeft vier accenten: • Klantaccent, onderscheidend in dienstverlening en kwaliteit; • Beter voorbereid op de toekomst door verbreding producten & diensten; • Het zijn van duinbeheerder van wereldklasse; • Strijden voor het drinkwaterbelang van de Lek en de Maas.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Lansingerland bezit 186.584 aandelen (na de periodieke herverdeling in 2018) van de in totaal 4.000.000 uitgegeven aandelen. Het aandelenkapitaal in Dunea vertegenwoordigt een waarde van €0,- op onze balans. Statutair mag Dunea geen dividend uitkeren.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Per 1-1-2018: € 220,9 mln. Per 31-12-2019: n.t.b.
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Per 1-1-2018: € 358,6 mln. Per 31-12-2018: n.t.b.
Financieel resultaat 2019 (Uit: jaarrekening 2019) n.t.b.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2019 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Geen.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Lansingerland is aandeelhouder en loopt daardoor in principe geen of een beperkt financieel of bestuurlijk risico.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? De aandachtspunten blijven het verzorgen van een goede drinkwatervoorziening en beheer van het duingebied. In de aandeelhoudersvergadering van November 2019 is daarnaast besloten tot een statutenwijziging en oprichting van een dochtervennootschap opdat Dunea NV in een later stadium kan beschikken over een vergunde warmtedochter die een rol kan spelen bij projecten op het gebied van Aquathermie binnen het leveringsgebied van Dunea. Op de korte termijn zal onderzocht worden hoe deze activiteiten mogelijk vorm gaan krijgen en hoe deze gefinancieerd zullen worden.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Op basis van de financiële en bestuurlijke analyse kan worden vastgesteld dat het risicoprofiel laag is. Lansingerland is aandeelhouder en loopt daardoor in principe geen of een beperkt financieel of bestuurlijk risico.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? Dunea beheert de natuur (duinlandschap) en het water in Zuid-Holland. Dunea zorgt voor schoon drinkwater in Lansingerland.

Eneco Groep

Naam verbonden partij Eneco Groep N.V.
Vestigingsplaats Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) Deze verbonden partij draagt niet meer bij aan de realisatie of borging van een publiek belang. Ter toelichting het volgende. De gemeente Lansingerland heeft zich in 2017 bezonnen op het toekomstig aandeelhouderschap van Eneco Groep N.V. Daartoe is in 2017 een traject gelopen, gezamenlijk met alle aandeelhouders van Eneco, om hier op een zorgvuldige wijze naar te kijken. In dit proces is de raad intensief betrokken. Uitkomst is dat Lansingerland constateert dat het aandeelhouderschap in Eneco niet noodzakelijk is om publieke belangen te realiseren of te borgen. Mede om die reden heeft Lansingerland op 31 oktober 2017 besloten om het aandelenbelang in Eneco af te bouwen. Na een zorgvuldig gecontroleerd veilingproces is de bieding van het consortium van Mitsubihi / Chubu als beste beoordeeld. Op 30 januari 2020 besloot Lansingerland dit bod te accepteren en alle aandelen te verkopen aan dit consortium. Het consortium heeft het bod gestand gedaan omdat meer dan 75 procent van geplaatste kapitaal de aandelen verkoopt én de regulatorische toestemmingen ontvangen zijn. De levering van de aandelen heeft inmiddels plaatsgevonden op 24 maart 2020 en de verkoopopbrengst van EUR 137,6 miljoen is op 25 maart 2020 geheel ontvangen.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Het geprognotiseerde dividend was in de meerjarenbegroting opgenomen als algemeen structureel dekkingsmiddel. Lansingerland is de vijfde aandeelhouder met een aandeel van 3,38% in het aandelenkapitaal. Het dividend bedroeg voor 2020 éénmalig € 2,3 mln. en het geprognotiseerde jaarlijkse dividend voor de jaren daarna € 1,6 mln. Als gevolg van de verkoop in 2020 is het dividend vanaf 2021 afgeraamd.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 2.939 mln. Per 31-12-2019: € 2.937 mln.
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 2.804 mln. Per 31-12-2019: € 3.031 mln.
Financieel resultaat 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Het nettoresultaat over boekjaar 2019 bedraagt € 80 mln.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2019 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft In 2020 zijn de aandelen in Eneco verkocht en geleverd.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? In verband met de verkoop en de levering van de aandelen aan Mitsubishi / Chubu zijn er geen grote financiële risico's bekend. De risico met betrekking tot de claim van de oud-aandeelhouders van REMU blijft, naar rato van het aandelenbelang, voor rekening en risico van de aandeelhouders. Deze claim bedraagt EUR 134 miljoen verhoogd met een vordering van een jaarlijkse wettelijke handelsrente van 8 procent. Het risico op toekenning van de claim wordt beduidend kleiner geacht dan 50 procent. Voor dit risico is geen voorziening opgenomen maar dit risico is wel verwerkt in het benodigde weerstandsvermogen.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Op 30 januari 2020 heeft Lansingerland besloten tot verkoop van alle aandelen in Eneco. De levering van de aandelen heeft inmiddels plaatsgevonden op 24 maart 2020.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Op 30 januari 2020 heeft Lansingerland besloten tot verkoop van alle aandelen in Eneco. De levering van de aandelen heeft inmiddels plaatsgevonden op 24 maart 2020. Het financiële en bestuurlijke risiso bestaat alleen uit de REMU-claim.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? Niet van toepassing.

Stedin Groep

Naam verbonden partij Stedin Holding N.V.
Vestigingsplaats Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) De waarborging van levering van energie aan de klanten binnen het verzorgingsgebied door middel van netbeheer als bedoeld in de Electriciteitswet en de Gaswet. Stedin maakt hierdoor de energietransitie mogelijk.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Lansingerland draagt niet financieel bij aan deze Verbonden Partij maar ontvangt juist een dividend. Het geprognotiseerde dividend is in de meerjarenbegroting opgenomen als algemeen structureel dekkingsmiddel. Lansingerland is de vijfde aandeelhouder met een aandeel van 3,38% in het aandelenkapitaal. Het dividend voor 2020 bedraagt EUR 1,7 miljoen en het geprognotiseerde jaarlijkse voor 2012 bedraagt EUR 0,5 miljoen en neemt de jaren daarna verder af. De boekwaarde van de aandelen Stedin is EUR 0,6 miljoen.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 2.699 mln. Per 31-12-2019: € 2.949 mln.
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 4.292 mln. Per 31-12-2019: € 4.340 mln.
Financieel resultaat 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Het nettoresultaat over boekjaar 2019 bedraagt EUR 325 mln.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2019 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Lansingerland is vooralsnog niet voornemens om wijzigingen aan te brengen in het aandelenbelang in Stedin. Stedin heeft in 2018 de commerciële activiteit Joulz Energy Solutions (JES) verkocht aan VolkerWessels en in 2019 de commerciële activiteit Joulz Diensten aan 3i Infrastructure.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? De dividenduitkering is een vast dekkingsmiddel in onze begroting. De omvang van het uit te keren dividend is afhankelijk van de nettowinst in enig jaar en de solvabiliteit. De solvabiliteit is mede afhankelijk van de hoogte van het investeringsprogramma uit hoofde van de energietransitie. De mogelijke tegenvallers in de nettowinst van de onderneming én een verslechtering van de solvabiliteit zijn een financieel risico.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Stedin zorgt dat de energietransitie mogelijk is. Dat gaat gepaard met aanzienlijke investeringen. Aandachtspunten zijn met name de vereiste operationele snelheid ten opzichte van de aard en omvang van de energietransitie en de beschikbare financiële investeringsruimte, solvabiliteit en credit rating. Me betrekking tot het laatste aspect onderzoekt Stedin met de AHC de aard en omvang van langetermijnfinanciering (LTF) en wijze waarop deze ingevuld wordt. Voor het zomerreces 2020 verwacht Stedin de resultaten hiervan te presenteren. De commerciële activiteiten zijn in 2018 en 2019 grotendeels afgebouwd en zijn daarmee geen belangrijk aandachtspunt meer.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Uitkomst van de financiële analyse is dat het financieel risicoprofiel gemiddeld is. Stedin opereert in een gereguleerde markt waarbij wel de verwachte investeringen uit hoofde van de energietransitie aanzienlijk zijn hetgeen financiële druk legt op de solvabiliteit en de credit rating. Het dividend zal daarom de komende beperkt zijn ten opzichte van het recente verleden. Uitkomst van de bestuurlijke analyse is dat het bestuurlijke risicoprofiel laag is. Enerzijds is Stedin een zogenaamde structuurvennootschap waarbij de rechtstreekse invloed van aandeelhouder(s) op de raad van commissarissen en de raad van bestuur beperkt is. Anderzijds zijn er met Stedin eenduidige afspraken gemaakt over ondermeer het goedkeuringsrecht van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders met betrekking tot (des-)investeringsbeslissingen en een adviesrecht ten aanzien van de vaststelling van het meerjarig strategisch plan alsmede een herziening daarvan, alsmede een daarop aansluitend jaarplan en de herziening daarvan, voor zover de inhoud daarvan ziet op het gereguleerde domein.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? De waarborging van levering van energie aan de klanten binnen het verzorgingsgebied door middel van netbeheer als bedoeld in de Elektriciteitsnet en de Gaswet. Vanuit deze wettelijke verantwoordelijkheid neemt Stedin een cruciale rol in het realiseren van de energietransitie.

Stichting Parkmanagement Bedrijvenpark Oudeland (PMBO)

Naam verbonden partij Stichting Parkmanagement Bedrijvenpark Oudeland (PMBO)
Vestigingsplaats Berkel en Rodenrijs
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) De stichting heeft ten doel: a. het uitvoeren of doen uitvoeren van het algemeen management voor de dienstverlening met als doel het initiële kwaliteitsniveau van en het verblijfsklimaat op bedrijvenpark Oudeland te behouden en waar mogelijk te verhogen, een en ander overeenkomstig de daartoe in het parkmanagementplan opgenomen prestatie-eisen; b. het uitvoeren of doen uitvoeren van terreinbeveiliging op bedrijvenpark Oudeland overeenkomstig de daartoe in het parkmanagementplan opgenomen prestatie-eisen; c. het (doen) realiseren, (doen) beheren en (doen) onderhouden van bedrijfsverwijzingen op bedrijvenpark Oudeland overeenkomstig de daartoe in het parkmanagementplan opgenomen prestatie-eisen; d. het beheren en onderhouden of doen beheren en onderhouden van de openbare ruimte op bedrijvenpark Oudeland overeenkomstig het daartoe opgestelde beheerplan; en voorts al hetgeen met een en ander verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. Het publieke belang is het creëren van een gunstig economisch klimaat. Daarnaast is de taak van de stichting PMBO het organiseren, in stand houden en daar waar mogelijk verbeteren van het kwaliteitsniveau (ruimtelijk, technisch en voor veiligheid) op bedrijvenpark Oudeland.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) De gemeente Lansingerland draagt het beschikbare budget voor het dagelijks beheer en onderhoud van de openbare ruimte over aan de stichting PMBO. Het gaat om een bedrag van € 57.000.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: jaarrekening 2019) jaarrekening 2019 nog niet verstrekt
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: jaarrekening 2019) jaarrekening 2019 nog niet verstrekt
Financieel resultaat 2019 (Uit: jaarrekening 2019) jaarrekening 2019 nog niet verstrekt
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2019 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Er hebben zich geen veranderingen in het financieel belang voorgedaan. In 2014 is de Beheerovereenkomst tussen de gemeente Lansingeland en de stichting PMBO ondertekend. In deze overeenkomst zijn de afspraken voor het dagelijks beheer en onderhoud van Oudeland vastgelegd. De kaders hiervoor staan beschreven in het bijbehorende beheerplan.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Geen bijzonderheden.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Het beheerplan is aan actualisering toe. We kijken opnieuw naar de werkzaamheden die de komende jaren nodig zijn om het gewenste kwaliteitsniveau te behalen en het budget dat daarvoor nodig is. We evalueren bestaande afspraken met de stichting PMBO en kijken waar aanscherping en/of verduidelijking nodig is.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Financieel en bestuurlijk zijn de risico’s vooralsnog laag.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? Een goed georganiseerd en vitaal bedrijventerrein levert een belangrijke bijdrage aan de plaatselijke en regionale economie.

Bank Nederlandse Gemeenten

Naam verbonden partij Bank Nederlandse Gemeenten
Vestigingsplaats 's Gravenhage
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) BNG is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.
Veranderingen in 2019 en 2020 in het bestuurlijke en publieke belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft. Er worden geen veranderingen verwacht.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Wij dragen financieel niets bij. Als aandeelhouder van 15.015 van de totaal circa 56 mln. aandelen ontvangen wij dividend. Het aandelenkapitaal in Dunea vertegenwoordigt een waarde van €7.694,- op onze balans
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 4.991 mln. Per 31-12-2019: € 4.887 mln.
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 132.518 mln. Per 31-12-2019: € 144.802 mln.
Financieel resultaat 2019 (Uit: jaarrekening 2019) De netto winst 2019 bedraagt € 142 mln. (in 2018: € 318). Per aandeel zal € 1,27 worden uitgekeerd aan dividend. De dividenduitkering over 2018, die in 2019 uitgekeerd is, bedroeg € 2,83. De pay-out per aandeel verhogen bedraagt 50% van de winst per aandeel.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2019 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Niet van toepassing.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Lansingerland is aandeelhouder en loopt daardoor in principe geen of een beperkt financieel of bestuurlijk risico.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Niet van toepassing.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Op basis van de financiële en bestuurlijke analyse kan worden vastgesteld dat het risicoprofiel laag is. Lansingerland is aandeelhouder en loopt daardoor in principe geen of een beperkt financieel of bestuurlijk risico.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? Lansingerland is aandeelhouder. De dividenduitkering is een vast dekkingsmiddel in onze begroting.

Paragraaf Grondbeleid

Grondbeleid

Grondbeleid is geen doel op zich maar een middel om ruimtelijke doelstellingen op het gebied van bijvoorbeeld volkshuisvesting, economie, groen en recreatie, infrastructuur en maatschappelijke voorzieningen te realiseren. Onze kaders zijn vastgelegd in de nota Grondbeleid. In deze nota geven we inzicht de verschillende vormen van grondbeleid en de keuze die wij hierin maken, de instrumenten die wij inzetten om dit beleid te realiseren en de spelregels die wij hierbij toepassen. De doelstellingen en ambities uit het coalitieakkoord 2019-2022 vormen hiervoor de basis samen met de beleidsdoelstelling zoals vastgelegd in de Structuurvisie, Woonvisie en Economische visie.

Vanuit de VINEX-opgave heeft de gemeente in het verleden vooral een actief grondbeleid gevoerd. Het merendeel van deze plannen is inmiddels in uitvoering. Bij een actief grondbeleid koopt en produceert de gemeente zelf bouwgrond. Hieraan zijn ook risico's verbonden. Een toename van de financiële risico's voor de gemeente is niet gewenst. Voor nieuwe ontwikkelingen kiezen wij dan ook in de basis voor een (meer) faciliterend grondbeleid. De kostenverhaalsmogelijkheden vanuit de Wet ruimtelijke ordening ondersteunen deze keuze. Ook de nieuwe omgevingswet biedt in de toekomst de mogelijkheid tot kostenverhaal.

Het college staat open voor nieuwe, private initiatieven. Hierbij wordt wel telkens de afweging gemaakt in hoeverre deze initiatieven van meerwaarde of aanvullend zijn ten opzichte van de reeds bestaande plannen.

Op basis van de nota Grondbeleid is het MPG in zowel 2019 als 2020 geactualiseerd. De actualisatie van 2020 is ook de basis voor de waardering van onze grondexploitatieprojecten in de jaarstukken 2019. Het college stelt daarnaast jaarlijkse de Kaderbrief Grondprijzen vast.

Strategische aankopen

Lansingerland heeft meerdere gronden in bezit die ooit zijn aangekocht met het doel deze te ontwikkelen. De meest in het oog springende gronden zijn de gronden in het plangebied Wilderszijde. Daarnaast zijn er ook nog gronden gelegen in Bleiswijk. Deze gronden zijn gewaardeerd tegen de huidige bestemming. De waardering van de gronden in Wilderszijde wordt jaarlijks opnieuw beoordeeld. op basis van de uitgevoerde taxatie is gebleken dat in er geen afwaardering hoeft plaats te vinden op de waarde van de grond.  In 2017 is het ambitiedocument voor Wilderszijde vastgesteld, dit wordt op dit moment uitgewerkt tot een stedenbouwkundig masterplan, welke in 2020 aan de raad zal worden gepresenteerd.. Ook de gronden van Wilderszijde die al wel in ontwikkeling zijn, nemen we hierin mee. Vaststelling van de grondexploitatie voor het totale plangebied Wilderszijde is gepland in 2021.

Grondexploitatie, risico’s en weerstandsvermogen

De Meerjaren Prognose Grondexploitatie (MPG) 2020 vormt de basis voor deze jaarstukken 2019. Voor een uitgebreide toelichting verwijzen wij dan ook naar het MPG 2020.

Het MPG en daarmee de jaarlijkse actualisatie van alle grondexploitaties is gekoppeld aan de jaarrekening. 

Bij de actualisatie sturen we vooral op de 4 P's: programma, planning, prijzen en parameters. Deze vier elementen bepalen in hoge mate het resultaat van de grondexploitaties. in 2019 hadden wij de volgende projecten in exploitatie. 

Kern Woningbouw Bedrijventerrein Centrumontwikkeling Overig
Berkel en Rodenrijs Meerpolder Oudeland Berkel Centrum
Westpolder-Bolwerk
Rodenrijse Zoom
RvR Groenzoom
Bergschenhoek Wilderszijde Leeuwenhoekweg Landscheidingspark Horeca
(deel in exploitatie)
Parkzoom
Kavels Boterdorp
Bleiswijk De Tuinen

Resultaat afgesloten projecten

in 2019 sloten wij het project de tuinen af. Het financieel resultaat van de Tuinen paste binnen het bedrag dat hier reeds t/m de jaarstukken 2018 was voorzien en sluit hierdoor af met een voordeel van € 0,4 miljoen ten opzichte van de voorziening t/m 2018.

 

Resultaat MPG 2020

Per 1-1-2020 zijn alle grondexploitaties volledig geactualiseerd. Bij de actualisatie stelden we de parameters opnieuw vast, verwerkten we de boekwaarden en stelden we de raming en fasering van de nog te maken kosten en opbrengsten waar nodig bij.

In de Meerjaren Prognose Grondexploitaties (MPG) 2020 lichten we de (algemene) uitgangspunten, marktontwikkelingen en alle grondexploitaties nader toe. Hierbij gaan we ook in op de verschillen ten opzichte van het MPG 2019 en de aan de grondexploitaties verbonden risico’s.

Conform de notitie Grondexploitaties van de commissie BBV zijn de resultaten in bovenstaande tabel ook weergegeven op nominale waarde. Bij de nominale waarde wordt geen rekening gehouden met toekomstige rente en indexering van kosten en opbrengsten. In de eindwaarde is hier wel rekening mee gehouden. Bij de netto contante waarde wordt dit resultaat op eindwaarde teruggerekend naar het heden (prijspeil 1-1-2020), waarmee de resultaten van de grondexploitaties onderling vergelijkbaar zijn.

Bedragen x € 1 miljoen
Afgesloten grondexploitaties MPG 2020 Nominale waarde MPG 2020 Rente & Indexering MPG 2020 Eindwaarde MPG 2020 NCW
(toekomstig) per 1-1-2020
Totaal -10,09 -0,20 -10,29 -14,52

Tussentijdse winstneming

Het BBV schrijft een tussentijdse winstneming voor bij winstgevende projecten, naar rato van de voortgang. Hierbij gelden 3 voorwaarden:

  • Het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat én;
  • De grond (of het deelperceel) moet zijn verkocht én;
  • De kosten zijn gerealiseerd (winst wordt naar rato van de realisatie gerealiseerd).

De hoogte van de tussentijdse winstneming bepaalden wij per project op basis van het zogenaamde percentage of completion (POC) op basis van het MPG 2020. Eventuele risico’s (onzekerheden) brachten we hierop in mindering . 

Op basis van bovenstaande namen we bij de jaarrekening 2019 in totaal ca. € 9,34 mln. aan tussentijdse winst. Dit bedrag komt bovenop de in 2017 en 2018 genomen winst. Het totaal van de genomen winsten over de lopende grondexploitaties komt hiermee uit op € 14,73 miljoen. De winstneming betreft de volgende grondexploitaties:

Bedragen x € 1 miljoen
grondexploitaties Reeds genomen winst t/m 2018 Te nemen winst 2019 Totaal tussentijdse winstneming
Oudeland 3,33 7,07 10,40
Rodenrijse Zoom 0,74 0,16 0,90
Parkzoom 0,79 2,07 2,86
Scholen Boterdorp 0,52 0,04 0,56
Totaal 5,38 9,34 14,72

Verwerking van het tekort en totaal voordeel

Voor het tekort, ofwel het totaal aan verliesgevende grondexploitaties, moet een verliesvoorziening aanwezig zijn. Op basis van het MPG 2020 was een verliesvoorziening benodigd van € 38,06 miljoen. Per 31-12-2018 was een verliesvoorziening benodigd van € 42,46 mln. Dat betekent dat bij de Jaarrekening 2019 per saldo een bedrag van € 4,4 mln. wordt toegevoegd aan de algemene reserve.

Zoals opgenomen in de nota Reserves en Voorzieningen 2016 is de vrijval van de verliesvoorziening per 31-12-2019 bij de Jaarrekening 2019 vóór resultaatsbestemming toegevoegd aan de algemene reserve. Dit geldt ook voor de tussentijdse winstneming en genoemde verrekening van de afgesloten projecten.

Verschillenverklaring

Ten opzichte van de het MPG 2019 is het resultaat van het MPG 2020 (zowel positieve als negatieve grondexploitaties) afgenomen met € 1,78 miljoen

Het verschil in resultaat ten opzichte van het MPG 2020 wordt onder meer veroorzaakt door de volgende wijzigingen:

Algemeen

  • Rente boekwaarde: conform BBV rekenden we de werkelijke rente over 2019 toe aan de grondexploitaties . Deze is lager dan begroot (voordelig effect);

Projecten

Op projectniveau heeft zich ten opzichte van 2019 de grootste wijziging voorgedaan in het project Berkel Centrum (west). In 2019 is de beroepsprocedure tegen het bestemmingsplan afgerond, is het inrichtingsplan voor de openbare ruimte uitgewerkt en vastgesteld en is een start gemaakt met het bouwrijp maken van de gronden. Gebleken is dat een omvangrijk centrumproject midden in een bestaand gebied met winkels, woningen en scholen veel meer aandacht vraagt dan aanvankelijk in de grondexploitatie was voorzien. Het vraagt veel omgevingsmanagement en participatie om gezamenlijk de juiste keuzes te maken teneinde de winkels goed bereikbaar te houden, de bevoorrading van de winkels te garanderen en de verkeersveiligheid te waarborgen. Dit vraagt meer inzet vanuit de gemeente en veel tijdelijke aanpassingen tijdens de uitvoering (faseringskosten). Daarnaast is sprake van stijgende kosten van arbeid en materialen en zijn aangescherpte milieuregels (PFAS) ingevoerd. De verkregen inzichten en
opgedane ervaring van het afgelopen jaar hebben we vertaald in de grondexploitatie 2020. Dit betreffen niet alleen de verwachtte overschrijdingen van in uitvoering zijnde werken maar we hebben ook de geraamde kosten voor de nog uit te voeren werkzaamheden grondig herzien.

BBV en 10 jaarstermijn

Net als voorgaande jaren kent Lansingerland op dit moment één grondexploitatie met een looptijd langer dan 10 jaar. De grondexploitatie Oudeland loopt tot en met 31-12-2036 en overschrijdt daarmee de richttermijn van 10 jaar, zoals door het BBV gesteld. Om de risico’s van de (lange termijn) ontwikkeling van Oudeland te beheersen hebben wij in het MPG beheersmaatregelen opgenomen en vastgesteld. 

Risico’s

Ondanks dat we de ramingen binnen de grondexploitaties met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opstellen, blijven er risico’s bestaan. Niemand kan de toekomst voorspellen en de berekeningen zijn gebaseerd op aannames en uitgangspunten, die in de praktijk anders (zowel positief als negatief) kunnen uitvallen. De belangrijkste risico’s die samenhangen met de grondexploitaties hebben betrekking op de planning, de prijs en het programma. Voor de lopende projecten  zijn de opbrengsten op een totaal van ca. € 202 mln. geraamd. Het al dan niet realiseren van deze opbrengsten is voor de grondexploitaties de grootste uitdaging. Het college stuurt dan ook actief op de realisatie van deze opbrengsten.

De positieve lijn van de afgelopen jaren zette zich in 2019 voort. Voor zowel de woningbouwprojecten als de bedrijventerreinen sloten we in 2019 diverse overeenkomsten. Indien de positieve markt zich voortzet, kan de in de grondexploitaties opgenomen financiële ruimte (risicoreservering) de komende jaren mogelijk verder vrijvallen. Dit heeft een positief effect op het resultaat van de grondexploitaties.

Hier tegenover staan ook negatieve scenario’s. Voor een deel is de markt te beïnvloeden, maar voor een ander deel ook niet. Mochten door omstandigheden de geraamde opbrengsten voor de komende jaren maar voor een deel worden gerealiseerd, dan lopen de rentelasten snel op (incidenteel én structureel). En als de nu nog steeds lage rente gaat stijgen dan heeft dit effect op de saldi van de jaarschijven (en de resultaten van de grondexploitaties). In combinatie met een tegenvallende grondverkoop kunnen dit dan forse tegenvallers zijn, echter is dit risico wel kleiner dan in de toekomst. Door de verbeterde verhouding tussen eigen- en vreemd vermogen zal het effect van rentestijgingen lager worden.

Gekoppeld aan de actualisatie van de grondexploitaties actualiseren we ook altijd de risico’s. Hierbij schatten we, naast het risicobedrag, ook in wat de kans is dat het risico zich zal voordoen. Dit leidt tot een gewogen risicoprofiel per project. Om het verloop van de risico’s te kunnen monitoren in de tijd is (indicatief) een indeling gemaakt naar 3 profielen: hoog (gewogen risico groter dan € 2,5 mln.), midden (gewogen risico € 1 mln. tot € 2,5 mln.) en laag (gewogen risico tot € 1 mln.). Bij een voorspoedige ontwikkeling nemen de risico’s af naar mate de ontwikkeling vordert. In het begin van een project is er doorgaans sprake van aannames met een hoge mate van onzekerheid. Naar mate de ontwikkeling concreter wordt, kunnen we de kosten en opbrengsten nauwkeuriger inschatten. Hieronder volgt een overzicht van de projecten met de daarbij behorende risicoprofielen van zowel het MPG 2020 als het MPG 2019.

Op totaalniveau is het risicoprofiel van de grondexploitaties verlaagd. De profielen zoals hierboven weergegeven zijn ten opzichte van vorig jaar ongewijzigd.

De geactualiseerde risicoanalyses sluiten aan op de geactualiseerde grondexploitaties van het MPG 2020 en zijn waar nodig bijgesteld en/of aangevuld. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het MPG 2019 zijn hierbij:

  • Verhoging van het risicobedrag voor Berkel Centrum: Bouwen in een bestaand centrumgebied is complex. Bereikbaarheid en (verkeers-)veiligheid zijn zaken waaraan we veel aandacht aan geven. Het vraagt veel afstemming met stake- en shareholders om de uitvoering in goede banen de leiden. De risico’s van dit project zijn veelal gerelateerd aan deze onderwerpen en het ondervangen van hinder in de tijdelijke situaties die kunnen ontstaan. Op basis van de ervaring van afgelopen jaar hebben we het risicoprofiel naar boven bijgesteld.
  • Verlagen van het risicobedrag voor Oudeland: in 2019 is voor Oudeland een grote grondverkoop geweest. Veel risico’s die vorig jaar voorzien waren hadden ermee te maken dat deze grondverkoop niet door zou gaan en zijn nu bij de actualisatie komen te vervallen.
  • Door de omvang en resterende looptijd kennen Oudeland en Westpolder-Bolwerk op basis van het bedrag
    en de gehanteerde indeling in risicoprofielen nog wel een hoog risicoprofiel.

Op totaalniveau is het risicoprofiel van de grondexploitaties gekoppeld aan de benodigde weerstandscapaciteit. De verlaging van het risicoprofiel betekent dus ook een verlaging van de benodigde weerstandscapaciteit. Voor meer informatie wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Risicoprofielen 2018 2019
Parkzoom Laag Laag
Wilderszijde Midden Midden
Leeuwenhoekweg Laag Laag
Scholen Boterdorp Laag Laag
Meerpolder Laag Laag
Berkel Centrum Laag Midden
Westpolder Hoog Hoog
Oudeland Hoog Hoog
Rodenrijse Zoom Laag Laag
RvR Groenzoom Laag Laag
Landscheidingspark Horeca Laag Laag

Vennootschapsbelasting

De Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen bepaalt dat ook gemeenten vennootschapsbelasting moeten betalen over ondernemersactiviteiten. Hier vallen in beginsel ook de (actieve) grondexploitaties onder. Via de Quickscan Winstoogmerk grondbedrijven toetsen we jaarlijks of er sprake is van een onderneming. Op basis van adviezen van meerdere externe deskundigen en onze berekeningen gaan we er op dit moment vanuit dat dit voor Lansingerland nu niet het geval is. 

Begin 2019 stelden wij op advies van onze huidige fiscaal adviseur op basis van het MPG 2018 ook een Quickscan op. Ook deze laat een fors negatief resultaat zien, zowel jaarlijks als op totaalniveau. Voor de jaren 2016, 2017 en 2018 hebben wij een “nihil”-aangifte ingediend bij de Belastingdienst en namen daarmee formeel een standpunt in richting de Belastingdienst.

Wij achten ons standpunt dat wij voor het totaal aan grondexploitaties niet door “de poort” gaan (en we ook fiscaal gezien dus geen winst maken) nog steeds reëel en onderbouwd. 

Op basis van de cijfers van het MPG 2020 blijkt dat nog steeds sprake is van een verlieslatende grondexploitatieportefeuille. Hierdoor zijn wij van mening dat onze inschatting omtrent de VPB ongewijzigd is ten opzichte van 2019.

Toekomst

Wij zetten ons volop in om het in de grondexploitaties beoogde programma te realiseren en zo onze grondposities en schuldenlast af te bouwen. Ook voor particuliere initiatieven staan wij open indien deze van meerwaarde zijn voor onze gemeente.

Binnen onze projecten benutten we kansen om te voldoen aan de marktvraag en staat duurzaamheid hoog op de agenda. Zoals bekend liggen op vrijwel alle gemeentelijke gronden voor woningbouw contractuele verplichtingen uit het verleden. De gemeente kan voor deze projecten niet zelfstandig wijzigingen doorvoeren. Hiervoor is instemming van beide partijen nodig. De gemeente heeft hierin wel een stimulerende rol. Voor de bedrijventerreinen spelen we in op de marktvraag door bijvoorbeeld kavels samen te voegen of juist te splitsen.

.

Publicatiedatum: 16-07-2020

Inhoud