Meer
Publicatiedatum: 15-07-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Inleiding

Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) stelt dat een aantal verplichte paragrafen moet worden opgenomen in de programmabegroting. Zij geven, als een dwarsdoorsnede door de programma’s, inzicht in een aantal bedrijfsvoeringaspecten van de gemeente. De paragrafen zijn:

  • Lokale heffingen
  • Weerstandsvermogen en risicobeheersing
  • Onderhoud kapitaalgoederen
  • Financiering
  • Bedrijfsvoering
  • Verbonden partijen
  • Grondbeleid
  • Taakstelling en reserveringen
  • Interbestuurlijk toezicht

Paragraaf Taakstelling en reserveringen is niet verplicht vanuit de BBV, maar is toegevoegd naar aanleiding van een advies in de begrotingscirculaire van de Provincie Zuid-Holland 2014-2017. De paragraaf Interbestuurlijk toezicht is toegevoegd naar aanleiding van de wet revitalisering generiek toezicht.

Paragraaf Lokale heffingen

Inleiding

Bij de lokale heffingen wordt onderscheid gemaakt tussen heffingen waarvan de besteding gebonden is (zoals de rioolheffing en de afvalstoffenheffing) en de gemeentelijke heffingen waarvan de besteding niet van te voren is bestemd (zoals de onroerende zaakbelasting en de hondenbelasting).

Naast een overzicht met vergelijkende cijfers van de gemeentelijke woonlasten over 2016 wordt in deze paragraaf ingegaan op een aantal ontwikkelingen in het afgelopen jaar.

De gemeente Lansingerland kent de volgende belastingen en rechten:

  1. Onroerende zaakbelasting (OZB);
  2. Afvalstoffenheffing;
  3. Rioolheffing;
  4. Lijkbezorgingsrechten;
  5. Leges burgerzaken;
  6. Leges bouw;
  7. Hondenbelasting;
  8. Marktgelden;
  9. Precariobelasting.

Overzicht opbrengst lokale heffingen

De onderstaande tabel geeft de gerealiseerde opbrengsten van de lokale heffingen in 2018 weer.

Bedragen x € 1.000
Realisatie 2017 Primitief 2018 Begroot 2018 Realisatie 2018 Afwijking 2018
OZB woningen 8.961 8.877 8.916 8.946 29
OZB niet-woningen 5.841 5.856 5.801 5.945 144
Afvalstoffenheffing 5.652 4.599 4.399 4.575 176
Rioolheffing 5.958 6.134 6.239 6.252 13
Lijkbezorgingsrechten 203 212 212 246 34
Leges burgerzaken 790 631 699 731 32
Leges bouw 3.826 1.600 3.450 4.776 1.326
Hondenbelasting 305 295 309 297 -12
Marktgelden 60 71 71 63 -7
Precariobelasting, uitstallingen 39 45 45 39 -6
Precariobelasting, kabels leidingen 201 200 200 201 1
Totaal 31.836 28.520 30.341 32.071 1.730

Onroerende zaakbelasting (OZB)

Er zijn twee soorten OZB: de eigenarenbelasting en de gebruikersbelasting. Voor woningen bestaat er alleen een eigenarenbelasting. Voor niet-woningen (onder andere bedrijfspanden, maatschappelijke voorzieningen zoals scholen en zwembaden, maar ook bouwgronden) bestaat er zowel een eigenaren- als een gebruikersbelasting. Jaarlijks bepaalt de gemeente de waarde van de onroerende zaak, de zogeheten WOZ-waarde.

Lansingerland kent een tariefdifferentiatie voor woningen en niet-woningen. Een dergelijke tariefs-differentiatie tussen woningen en niet-woningen wordt in vrijwel heel het land toegepast.

Tarieven

Het OZB-tarief wordt berekend naar een percentage van de WOZ-waarde. Het verloop van de OZB-tarieven over de afgelopen jaren ziet er als volgt uit:

Tarieven Onroerende Zaakbelasting Tarief 2016 Tarief 2017 Tarief 2018 Mutatie t.o.v 2017
Eigenaar (woning) 0,1454% 0,1407% 0,1319% -6,3%
Eigenaar (niet-woning) 0,2508% 0,2548% 0,2472% -3,0%
Gebruiker (niet-woning) 0,2010% 0,2042% 0,1981% -3,0%

Opbrengsten onroerende zaakbelasting

Op grond van de uitgangspunten in kadernota 2018, zijn de geraamde OZB-opbrengsten in 2018 met 3% verlaagd. De tarieven zijn hierbij gecorrigeerd voor de verwachte waardeontwikkeling; +3,5% voor woningen en 0,0% voor niet-woningen. Bij de Niet-woningen is aantal bezwaarschriften met meer dan 50% gedaald t.o.v. 2017.

Bedragen x € 1,-
Opbrengst OZB Realisatie 2017 Primitief 2018 Begroot 2018 Realisatie 2018 Afwijking 2018
Woningen (eigenaren) 8.960.563 8.876.870 8.916.440 8.945.767 29.327
Niet-woningen (eigenaren) 3.472.187 3.473.160 3.423.720 3.484.080 60.360
Niet-woningen (gebruikers) 2.368.523 2.383.143 2.377.200 2.460.646 83.446
Subtotaal niet-woningen 5.840.710 5.856.303 5.800.920 5.944.726 143.806
Totaal 14.801.273 14.733.173 14.717.360 14.890.493 173.133

Waardering Onroerende zaken (WOZ)

Uitvoering

SVHW te Klaaswaal voert per 1 januari 2013 de Wet WOZ en de heffing en inning van gemeentelijke belastingen uit voor onze gemeente.

Waarderingskamer

De Waarderingskamer (WAKA) heeft de uitvoering van de WOZ voor 2018 binnen het voorzieningengebied van SVHW beoordeeld als “goed”. Dit algemeen oordeel is van toepassing op een gemeente die WOZ-taxaties van voldoende kwaliteit levert en op de belangrijkste onderdelen van het WOZ-werkproces voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen. Zie hiervoor de website van de Waarderingskamer: https://www.waarderingskamer.nl/nc/alle-beoordelingen/gemeentepagina/lansingerland/

Bezwaarschriften

Het aantal ingediende bezwaarschriften is gedaald opzichte van 2017. Wel blijft het aantal ingediende bezwaren door No-cure-no-pay bureaus bij woningen stijgen, 137 t.o.v. 52 in 2017. Van de 11 zaken nog in behandeling zijn 9 pas in het laatste deel van 2018 binnengekomen.

Aantallen bezwaarschriften WOZ 2016 2017 2018 Mutatie t.o.v. 2017
Ingediend 377 456 426 -7%
Nog in behandeling (27 januari 2019) 8 5 11 120%
Waarvan afgehandeld:
Toegekend 151 186 149 -20%
Afgewezen en anderszins afgedaan 218 265 266 0%

Hondenbelasting

Voor de hondenbelasting bestaat een tarief voor de eerste hond, een tarief voor de tweede en volgende hond en voor een geregistreerde kennel. Het verloop van de tarieven hondenbelasting over de afgelopen jaren ziet er als volgt uit:

Bedragen x € 1,-
Hondenbelasting Tarief 2016 Tarief 2017 Tarief 2018 Mutatie t.o.v 2017
Eerste hond 80,63 81,48 81,48 0,0%
Elke volgende hond 112,92 114,12 114,12 0,0%
Geregistreerde kennel 242,04 244,68 244,68 0,0%

Afvalstoffenheffing

De gemeente Lansingerland kent voor de afvalstoffenheffing een tarief voor éénpersoonshuishoudens en een tarief voor meerpersoonshuishoudens.

In 2018 is op basis van de verwachte kosten en opbrengsten, in relatie tot de hoogte van de egalisatiereserve afvalstoffenheffing, een eenmalige korting in de tarieven opgenomen. Deze tegemoetkoming, ter hoogte van in totaal € 1,5 miljoen, is gedekt uit de egalisatiereserve. Naast deze korting is er een structurele daling van bijna 8% opgenomen. Het verloop van de tarieven over de afgelopen jaren is als volgt:

Bedragen x € 1,-
Tarieven afvalstoffenheffing Tarief 2016 Tarief 2017 Tarief 2018 voor korting Afname t.o.v. 2017 Tarief 2018 na korting
Eenpersoonshuishoudens 229,92 205,68 189,96 -7,6% 136,20
Meerpersoonshuishoudens 287,28 257,16 237,48 -7,7% 171,93

Baten en lasten afvalstoffenheffing en dekkingspercentge

In 2018 besloot de gemeenteraad de egalisatiereserve afval op te heffen. De hoogte van de reserve bij de zomerrapportage is bevroren. Dit komt als eenmalige verlaging van de afvalstoffenheffing 2019 terug naar de inwoners. De resultaten op het product afval van na dit besluit, verrekenen we met de algemene reserve. Het voordeel van €170.000 valt daarmee vrij voor de algemene reserve. Dit voordeel wordt deels verklaard door minder aanvragen voor kwijtschelding van de afvalstoffenheffing. In totaal bedroeg de kwijtschelding € 125.000, dat is € 65.000 lager dan begroot.

Bedragen x € 1,-
Afvalinzameling Realisatie 2017 Begroot 2018 Realisatie 2018 Afwijking 2018
Lasten (toegerekende kosten, inclusief BTW) 5.018.591 5.407.549 5.568.919 161.371
Baten afvalstoffenheffing 5.652.167 5.406.747 5.568.919 162.172
Saldo 633.576 -801 0 801
Dekkingspercentage 113% 100% 100%

Rioolheffing

Eind 2015 is het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) voor de planperiode 2015-2020 voor Lansingerland vastgesteld. Het uitgangspunt bij de rioolheffing is, op grond van het vastgestelde GRP, dat de kosten voor de rioleringsvoorzieningen voor 100% worden gedekt uit de rioolheffing. Als heffingsgrondslag wordt een vast bedrag per 500 m3 waterverbruik aangehouden, met een maximum van 10.000 m3. In het GRP 2015-2020 is ervan uitgegaan dat:

  • De rioolheffing per (equivalente) heffingseenheid een vastgestelde 1,7% indexatie, naast de eventuele index voor inflatie kent;
  • De rioolheffing maximaal kostendekkend mag zijn: de geraamde opbrengsten (in de beschouwde periode) mogen de geraamde lasten niet overstijgen (Gemeentewet artikel 229b);
  • Reserveren voor toekomstige vervangingsinvesteringen - door dotaties aan de (spaar)voorziening – is toegestaan;
  • Reserveren enkel voor uitbreiding van het voorzieningenniveau niet is toegestaan;
  • De opbrengsten van de rioolheffing niet voor andere doeleinden dan voor het gemeentelijk rioolstelsel (inclusief grond- en hemelwatervoorzieningen) mogen worden aangewend ofwel een relatie hebben met de verbrede watertaken.

Het GRP wordt periodiek geëvalueerd om te bewaken dat de kostendekkendheid van de rioolheffing gehandhaafd blijft.

Bedragen x € 1,-
Tarieven rioolheffing Tarief 2016 Tarief 2017 Tarief 2018 Mutatie t.o.v 2017
Woningen 230,52 237,00 241,08 1,7%

Baten en lasten rioolheffing en dekkingspercentage

In 2018 hebben we een inhaalslag gemaakt als het gaat om onderzoek, planvorming en beheer. Door de achterstanden voegden we de afgelopen jaren meer toe aan de voorziening dan begroot. In 2018 liepen we die achterstanden in en is de storting in de voorziening lager dan geraamd.

Bedragen x € 1,-
Rioolheffing Realisatie 2017 Begroot 2018 Realisatie 2018 Afwijking 2018
Lasten (toegerekende kosten, inclusief BTW) 5.011.584 5.123.262 5.544.401 421.139
Baten (rioolheffing en overige heffingen) 6.007.549 6.239.382 6.252.053 12.671
Saldo baten en lasten 995.965 1.116.120 707.652 -408.468
Mutatie voorziening "riolering" (- = storting) -995.965 1.116.120 707.652 -408.468
Saldo na mutatie voorziening 0 0 0 0
Dekkingspercentage 120% 122% 113%

Leges burgerzaken

De opbrengsten van de gemeentelijke leges burgerzaken in 2017 en 2018 staan in onderstaand overzicht nader gespecificeerd.

De baten uit de leges burgerzaken bleken voor meerdere leges hoger dan geprognotiseerd ondanks de verhoging van de budgetten in 2018. Ten opzichte van 2017 is de verwachte daling in reisdocumenten zichtbaar.

Bedragen x € 1,-
Opbrengst leges burgerzaken Realisatie 2017 Begroot 2018 Realisatie 2018 Afwijking 2018
Leges burgerlijke stand 91.343 85.617 97.388 11.771
Leges basisadministratie persoonsgegevens 45.361 24.274 30.198 5.924
Leges reisdocumenten 413.514 338.575 352.258 13.683
Leges rijbewijzen 220.907 215.000 226.451 11.451
Leges naturalisatie (vanaf 2014 inclusief overige leges) 11.444 35.149 13.043 -22.106
Leges gehandicaptenparkeerkaart 7.324 0 11.758 11.758
Totaal 789.893 698.615 731.095 32.480

Leges bouwzaken

De bouwlegesinkomsten bedragen veel meer dan begroot ondanks de bijstelling in de zomerrapportage. De begrotingsaanpassing was gebaseerd op opgegeven bouwkosten. De vastgestelde bouwkosten bleken hoger, waardoor ook de leges hoger uitvallen en er was aan het einde van het jaar een zeer grote bouw aanvraag. Een derde verklaring is een hoger aantal aanvragen van bedrijfspanden (sub-top/middensegment) en losse woningen

De leges voor bouwaanvragen zijn per 1 januari 2018 aangepast aan de geraamde kostentoerekening (uurtarief afdeling x tijdsbesteding van het betreffende product).

Bedragen x € 1,-
Opbrengst leges bouwzaken Realisatie 2017 Begroot 2018 Realisatie 2018 Afwijking 2018
Leges bouw 3.826.708 3.450.000 4.776.367 1.326.367

Lijkbezorgingsrechten

De gemeente Lansingerland heeft het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen vastgelegd in een beheerverordening. De vigerende beheerverordening van de gemeente Lansingerland dateert uit 2009.

De lijkbezorgingsrechten zijn per 1 januari 2018 niet aangepast. Zie tabel 3.1.1 voor de begrote en gerealiseerde bedragen in 2017 en 2018.

Marktgelden

De marktrechten zijn per 1 januari 2018 niet aangepast. Zie tabel 3.1.1 voor de begrote en gerealiseerde bedragen in 2017 en 2018.

Precariobelasting

De tarieven voor standplaatsen zijn per 1 januari 2018 niet aangepast. Zie tabel 3.1.1 voor de begrote en gerealiseerde bedragen in 2017 en 2018.

Kwijtschelding van belastingen en rechten

De ontwikkelingen met betrekking tot de aangevraagde kwijtscheldingen geeft het volgende beeld:

Kwijtscheldings gemeentelijke belastingen 2017 2018 Mutatie t.o.v. 2017
Ingediende aanvragen 1.020 930 -8,82%
Nog in behandeling (februari 2019) 0
Waarvan afgehandeld:
Toegekend (geheel of gedeeltelijk) 828 791 -4,47%
Afgewezen 192 139

Lasten kwijtschelding gemeentelijke belastingen

Het totaal aantal aanvragen tot kwijtschelding is in 2018 gedaald ten opzichte van 2017. In lijn hiermee is het aantal toekenningen ook gedaald. De daling t.o.v. 2017 bij de afvalstoffenheffing wordt verklaard door de eenmalig korting die in 2018 is gegeven op het tarief.

De uitgaven aan kwijtscheldingen van de gemeentelijke belastingen en rechten geeft het volgende overzicht:

Bedragen x € 1,-
Lasten kwijtschelding Realisatie 2017 Begroot 2018 Realisatie 2018 Afwijking 2018
Afvalstoffenheffing 183.576 189.800 124.543 -65.257
Rioolheffing 182.826 189.200 181.963 -7.237
Hondenbelasting 0 0 0 0
Onroerende-zaakbelasting 4.711 0 3.976 3.976
Totaal 371.113 379.000 310.482 -68.518

Overzicht en vergelijking gemeentelijke woonlasten 2017 en 2018

Het COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) publiceert ieder jaar de zogeheten “Atlas van de lokale lasten”. Onderdeel van deze atlas is een tarievenoverzicht. Het overzicht 2018 is hieronder opgenomen, aangevuld met de gegevens van Lansingerland:

De bovenstaande tabel laat zien dat de door gemeente Lansingerland gehanteerde tarieven boven het landelijk gemiddelde zitten. In 2017 was de afwijking 121% ten opzichte van het gemiddelde.

Bedragen x € 1,-
Laagste 2018 Gemiddelde 2018 Hoogste 2018 Lansingerland 2018
OZB woningen (eigenaar) 0,0414% 0,1180% 0,2612% 0,1319% 111,78%
OZB niet-woningen (eig./gebruiker) 0,0706% 0,4783% 1,3932% 0,4453% 93,10%
Afvalstoffenheffing (meerpersoons) 34 253 395 237 93,87%
Rioolheffing 0 194 442 241 124,27%
Hondenbelasting (1e hond) 15 50 122 81 163,48%
Woonlasten 505 721 1.234 794 110,12%
Bron: Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO)

Woonlasten 2017 en 2018 Lansingerland en omliggende gemeenten

In de Atlas van de lokale lasten wordt inzicht gegeven in de gemeentelijke woonlasten. Daarbij wordt het gemiddelde bedrag berekend dat een meerpersoonshuishouden op basis van de gemiddelde WOZ waarde van een eigen woning in de betreffende gemeente betaalt aan OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. In de ons omringende gemeenten hebben de gemiddelde woonlasten voor meerpersoonshuishoudens zich als volgt ontwikkeld.

De woonlasten 2017 bedragen landelijk gemiddeld € 721 (2017: € 723). Ten opzichte van onze buurgemeenten laat Lansingerland de grootste daling zien (9,59%). Lansingerland is gemiddeld duur ten opzichte van de ons omringende gemeenten.

Bedragen x € 1,-
Gemeenten Lasten 2017 Lasten 2018 Mutatie t.o.v. 2017
Lansingerland 878 794 -9,57%
Pijnacker-Nootdorp 839 848 1,07%
Delft 845 843 -0,24%
Zuidplas 815 792 -2,82%
Zoetermeer 714 733 2,66%
Rotterdam 714 717 0,42%

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft aan in hoeverre de gemeente Lansingerland in staat is om haar financiële risico’s op te vangen en welke methode gebruikt wordt voor het bepalen van het risicoprofiel. Daarnaast beschrijft de paragraaf op hoofdlijnen op welke wijze ‘risicobeheersing’ onderdeel is van de bedrijfsvoering van de gemeente.

Op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bevat deze paragraaf  een aantal verplichte financiële kengetallen en een toelichting bij deze kengetallen. Dit om de leden van provinciale staten en de gemeenteraad makkelijker inzicht te geven in de financiële positie van hun provincie of gemeente. Aanvullend op de verplichte kengetallen bevat deze paragraaf ook een duiding van de kengetallen op basis van de signaleringswaarden die door de Provincie Zuid-Holland zijn geformuleerd in het kader van haar financiële toezicht functie.

Risicobeheersing in de gemeente Lansingerland

De nota risicobeleid en weerstandsvermogen (2015) beschrijft op welke wijze Lansingerland haar risico’s in beeld brengt, beheerst en hier verantwoording over af legt.

Op basis van de huidige inzichten loopt Lansingerland haar grootste financiële risico’s bij de grondexploitaties. Het risico op de grondexploitaties houdt verband met de hoge boekwaarde van reeds gedane investeringen in grond en de marktomstandigheden. Het risico is dat grond niet, later of voor een lagere prijs wordt verkocht dan nu voorzien. Om dit risico te ‘beheersen’ moeten we vooral inspelen op de marktontwikkelingen en het onderscheidende vermogen van de gemeente als toekomstige woongemeente of vestigingsplaats voor een bedrijf. Dit is daarom ook een speerpunt van het college. Om de boekwaarde op de huidige grondexploitaties niet (verder) op te laten lopen is de gemeente terughoudend met het doen van nieuwe uitgaven. Uitgaven doen we pas als deze noodzakelijk zijn om ‘inkomsten’ genereren. Waar mogelijk benutten we daarbij schaalvoordelen om werkzaamheden te clusteren. In 2018 is de boekwaarde van de meeste projecten afgenomen. Dit betekent dat de inkomsten uit grondverkopen hoger zijn geweest dan de uitgaven. Voor een verdere toelichting op de risico’s van de grondexploitaties wordt verwezen naar Paragraaf 3.7 Grondbeleid.

Inventarisatie risico’s

Op basis van het risicoprofiel van de gemeente Lansingerland kan worden bepaald hoeveel middelen nodig zijn om alle risico’s te kunnen opvangen. Daarbij maken we onderscheid tussen ‘incidentele risico’s’ en het risico op structurele tegenvallers. Incidentele risico’s dienen te worden afgedekt door het beschikbare weerstandsvermogen en voor het opvangen van structurele risico’s zal voldoende ‘flexibiliteit’ in de begroting aanwezig moeten zijn. Dit laatste maken we inzichtelijk door in de paragraaf weerstandsvermogen een aantal scenario’s te schetsen die zich voor kunnen doen en daarbij aan te geven wat de financiële impact is op de saldi van de meerjarenbegroting.

De benodigde weerstandscapaciteit wordt berekend op basis van een risicosimulatie. Uitgangspunt hierbij is een statistische benadering die ervan uitgaat dat nooit alle risico’s zich tegelijk én in hun maximale omvang zullen voordoen. Indien dat wel het geval is, zou op basis van de in beeld gebrachte risico’s, hiermee een bedrag gemoeid zijn van € 102,7 miljoen (feitelijk het absoluut maximum aan financieel gevolg van de in beeld gebrachte risico’s).

Dit is als volgt te verdelen over de algemene dienst en de grondexploitaties:

                                        Algemene dienst       €   13,2 miljoen

                                        Grondexploitaties      €   89,5 miljoen

 

Top 10 risico’s gemeente Lansingerland

De top 10 aan risico’s zijn op basis van hun aandeel in het totaal benodigde weerstandsvermogen:

 

Nr.

Risico

Kans

Maximaal bedrag

(x 1.000)

1

Wilderszijde wordt niet meer ontwikkeld en grond afboeken naar restwaarde.

30%

€ 23.060

2

Fiscale optimalisatie Westpolder wordt niet gerealiseerd.

30%

€ 12.500

3

Vraag naar bedrijventerrein Oudeland komt onder druk.

30%

€ 9.370

4

Perceel in Oudeland kan niet worden verworven en daardoor niet worden uit gegeven.

50%

€ 4.410

5

Niet of later verkopen incourante restkavels Oudeland

30%

€ 6.200

6

Lagere grondprijs Oudeland na 6 jaar.

10%

€ 12.435

7

Projectrisico’s uitvoering Westpolder (parkeren, fietsen, ontsluiting)

30%

€ 2.500

8

Lagere dekking Rijk inkomensdeel BUIG

30%

€ 1.200

9

Niet halen targets deelplannen Westpolder

30%

€ 2.300

10

Verwachte versnelling in GREX Groenzoom vindt niet plaats

30%

€ 2.000

 

Uit het voorgaande tabel blijkt dat onze grootste risico’s betrekking hebben op de grondexploitaties, waarvan Oudeland en Wilderszijde de grootste invloed hebben. De genoemde bedragen zijn de mogelijke verdere verliezen op de grondexploitaties als de ontwikkelingen niet lopen zoals we nu inschatten op basis van de huidige marktomstandigheden. Naast bovenstaande incidentele effecten zijn er, als het risico zich voordoet, ook structurele effecten omdat schulden niet of minder snel kunnen worden afgelost. Op basis van de huidige rekenrente grondexploitaties van 1,7% betekent elke € 10 miljoen verdere verlies name op de grondexploitatie een toename van de structurele rentelast op de begroting van € 0,17 miljoen. Voor wat betreft het risico op het moeten afboeken van Wilderszijde merken wij op dat de signalen in de markt steeds positiever zijn. Ontwikkelaars benaderen de gemeente actief met het verzoek ontwikkelingen te mogen starten in het gebied. Daarnaast stelde de Raad in 2017 de ontwikkelvisie vast voor Wilderszijde. De komende periode werken we de ontwikkelvisie uit in ruimtelijke en financiële kaders voor Wilderszijde.

Ten opzichte van de begroting 2019 zijn een aantal risico’s uit de top 10 gemuteerd. Het risico op verminderde vraag naar grond op bedrijventerreinen schat het college lager in dan bij de begroting 2019. Dit komt o.a. doordat in 2018 een aantal grote grondverkopen plaatsvonden en daarmee is het risico gedaald.

In de begroting 2019 stond nog een risico op planschade. In de jaarrekening 2018 is hiervoor een voorziening getroffen en is het risico dus opgetreden (en daarmee geen risico meer maar een feit).

Het benodigde risicobedrag voor een eventueel tekort op Bleizo is ten opzichte van de jaarstukken 2018 en de begroting 2019 verlaagd. Een eventueel tekort bij Bleizo komt voor de eerste € 9,5 miljoen ten laste van de gemeente Zoetermeer. Hiermee rekening houdend houden we op basis van de grondexploitatie Bleizo 2019 rekening met een risico van € 0,2 miljoen voor Lansingerland. Het risico valt daarmee buiten de top 10. Doordat dit risico uit de top 10 valt schuift het risico t.a.v. de versnelling GREX Groenzoom de top 10 in.        

 

Risico’s verbonden partijen

De gemeente Lansingerland neemt deel in diverse gemeenschappelijke regelingen en verbonden partijen. In de paragraaf verbonden partijen van deze begroting is een overzicht hiervan opgenomen en is per partij ook inzicht gegeven in de risico’s bij de verbonden partij.

De risico’s van Bleizo en het effect hiervan op het benodigde weerstandsvermogen van de gemeente zijn in de vorige paragraaf toegelicht. Uit de grondexploitatie jaarrekening 2018 van de gemeenschappelijke regeling Hoefweg blijkt dat de risico’s die Hoefweg loopt nog opgevangen kunnen worden binnen de eigen grondexploitatie (de grondexploitatie bevat zelf nog voldoende weerstandscapaciteit). De gemeente zelf hoeft op basis van de huidige inzichten geen weerstandscapaciteit voor Hoefweg aan te houden.

Het project Bleizo betreft de ontwikkeling van een hoogwaardige openbaar vervoersknoop en de gebiedsontwikkeling rondom de knoop. Op 17 mei 2019 heeft staatssecretaris Stientje Van Veldhoven (ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) het station Lansingerland-Zoetermeer op feestelijke wijze geopend. De trein, Randstadrail, bus, auto en fiets zijn hier met elkaar verbonden. Voor de gebiedsontwikkeling is het gebied in 2 delen opgedeeld. Voor Bleizo-Oost, het deel ten oosten van de HSL, is inmiddels het bestemminsplan definitief vastgesteld. De economische groei en vraag naar logistieke kavels in de Corridor A12 maakt dat er ruimte is voor logistieke bedrijventerreinen. Partijen in de Corridor A12 hebben hierover met elkaar afspraken gemaakt. Dit betekende voor Bleizo-Oost dat het bestemmingsplan vastgesteld kon worden. Voor Bleizo-West wordt onderzoek gedaan naar alternatief ontwikkelprogramma. Hiervoor is een eerste stedenbouwkundige verkenning uitgevoerd. Alvorens te kunnen besluiten over het ontwikkelprogramma voor Bleizo-West brengen we eerst alle contexten die behoren bij deze afweging in beeld. Dit is nodig om de gemeenteraden van Lansingerland en Zoetermeer weloverwogen en goed geïnformeerd een besluit te kunnen nemen. De vaststelling van het bestemmingsplan voor Bleizo-West is opgeschort totdat er meer duidelijkheid is over het onderzoek.

Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit zijn de middelen die de gemeente heeft of ter beschikking kan krijgen om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Het uitgangspunt daarbij is dat structurele risico’s opgevangen moeten worden door structurele ‘weerstandscapaciteit’ en incidentele risico’s opgevangen worden door incidentele ‘weerstandscapaciteit’. Dit onderscheid is ook van belang met het oog op het ‘structureel evenwicht’ in de begroting en de toets van de Provincie hierop.

 Incidentele weerstandscapaciteit

De gemeente Lansingerland rekent alleen de algemene reserve tot de incidentele weerstandscapaciteit. De overige reserves rekenen wij niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Dit zijn de bestemmingsreserves en de stille reserves. Bestemmingsreserves worden niet meegenomen omdat hier al een bestemming aan is toegekend. Stille reserves (ontstaan wanneer de boekwaarde van de activa lager is dan de verkoopwaarde) worden niet meegenomen omdat deze pas geïncasseerd kunnen worden als de activa verkocht wordt. Echter, als er expliciete besluiten worden genomen om stille reserves te gelden te maken, dan worden deze toegevoegd aan de weerstandscapaciteit.

Structurele weerstandscapaciteit

De structurele weerstandscapaciteit betreft de flexibiliteit die er in de begroting is. Dit betreft de mate waarin lasten verder zijn terug te brengen (door bezuinigingen), inkomsten te verhogen en de inzet van de post onvoorzien.

Zodoende bestaat structurele weerstandscapaciteit uit:

  • Onbenutte belastingcapaciteit;
  • Post onvoorzien;
  • Bezuinigingspotentieel lastenniveau tot wettelijke taken.

De onbenutte belastingcapaciteit is in theorie niet gemaximeerd. Er zijn geen maximum tarieven voor de ozb. Wel zijn er landelijk afspraken over de maximale jaarlijkse stijging van de ozb (macro-norm) en geldt voor het doen van een aanvraag tot artikel 12 dat de ozb boven de drempelpercentages ligt (gebaseerd op 120% van het landelijk gemiddelde ozb-percentage).

De post onvoorzien bedraagt in de begroting op dit moment € 100.000. Op grond van de financiële verordening 2017 bepaalt het college jaarlijks opnieuw de omvang van de post onvoorzien en motiveert de omvang in de begroting. De post onvoorzien  in de begroting 2018 is niet aangewend.

Ten behoeve van de kadernota 2015 is het bezuinigingspotentieel in beeld gebracht indien de gemeente alleen de wettelijke taken zou uitvoeren en op taken met een inspanningsverplichting het minimale zou doen. In dat geval zou de gemeente nog enkele miljoen kunnen bezuinigen. Dit zou dan wel gepaard gaan met veel maatschappelijke onrust en de bezuinigingen zijn veelal niet direct in het eerstvolgende begrotingsjaar in te voeren. De flexibiliteit op dit punt is dus beperkt.

Risicobuffer in grondexploitaties en projecten

In de grondexploitaties en kredieten is meestal ook een post ‘onvoorzien’ opgenomen. Binnen de grondexploitaties en projecten zelf is dus ook enige mate van weerstandscapaciteit aanwezig. Bij het bepalen van het weerstandsvermogen op gemeenteniveau houden we geen rekening met deze posten ‘onvoorzien’.

Benodigde weerstandscapaciteit

De grootte van risico’s zijn na identificatie ingeschat middels het benoemen van een kans en een gevolg  (kwantificering). Op basis van de ingevoerde risico’s is de risicosimulatie uitgevoerd. Op basis van deze simulatie kan (met een zekerheidspercentage van 90%) gesteld worden dat alle risico’s kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 39,3 miljoen.

De benodigde weerstandscapaciteit is als volgt te verdelen:

                                        Algemene dienst       €    3,2  miljoen

                                        Grondexploitaties      €  36,1  miljoen (incl. Bleizo)

De Rekenkamer Lansingerland gaat als ‘benchmark’ voor de risico’s op grondexploitaties uit van een benodigde weerstandscapaciteit van 10% van de boekwaarde van de grondexploitaties in exploitatie en 10% van de nog te realiseren opbrengsten. Op basis van de jaarrekening 2018 en de onderliggende grondexploitaties is dan € 51,3 miljoen nodig voor de gemeentelijke grondexploitaties. Voor Hoefweg is dit € 4,5 miljoen en voor Bleizo € 9 miljoen. Totaal dus circa€ 64,8 miljoen. Deze berekeningswijze van de Rekenkamer is sterk genormeerd en houdt geen rekening met de specifieke omstandigheden. Enige afwijking tussen deze berekening en de eigen berekening is dus logisch. De eigen berekening van circa
€ 36 miljoen is circa € 14 miljoen lager dan de € 50 miljoen op basis van de methode Rekenkamer. De afwijking zit voor € 4,5 miljoen in het feit dat op basis van ons eigen risicobeleid we geen weerstandsvermogen hoeven aan te houden voor Hoefweg (de risico’s van Hoefweg zijn nog op te vangen binnen het verwachte positieve resultaat van Hoefweg) en voor circa € 8,8 miljoen in Bleizo. Op basis van de risico-analyse van Bleizo (aangepast naar grondslagen Lansingerland) is € 0,2 miljoen nodig. Op basis van de Rekenkamer is dit € 9 miljoen. Verschil zitten deze beide inschattingen zit vooral in het feit dat in de risico analyse van Bleizo de omvang van het risico op dalende grondprijzen lager is dan de methode waar de Rekenkamer mee rekent. Reden is dat vanaf de actualisatie 2014 van Bleizo reeds met een neerwaartse bijstelling van de grondprijzen rekening is gehouden. Het risico bedrag voor daling van de grondprijzen is daarmee ook lager. Daarnaast staat de gemeente Zoetermeer voor € 9,5 miljoen garant voor een tekort op de exploitatie Bleizo. De systematiek van de Rekenkamer houdt daar geen rekening mee. Voor de gemeentelijke grondexploitaties (inclusief Wilderszijde nog in exploitatie te nemen deel) is op basis van de methode Rekenkamer € 51,3 miljoen nodig. In de benodigde weerstandscapaciteit is dit
€ 36 miljoen. Het verschil zit vooral in het project Oudeland, Wilderszijde in exploitatie en Westpolder. In de projecten Oudeland en Wilderszijde in exploitatie is in de grondexploitatie zelf al rekening gehouden met een risicoreserve voor grondprijzen/vertraging. Afdekking via het weerstandsvermogen is dan niet nodig. Op basis hiervan is er geen reden het risicoprofiel van de gemeente bij te stellen voor de bepaling van het weerstandsvermogen. Voor Westpolder geldt dat hier een samenwerkingsovereenkomst is gesloten met een ontwikkelaar inclusief momenten en afgesproken financiële resultaten van de grondexploitatie. Op basis hiervan is er ook geen reden het risicoprofiel van de gemeente bij te stellen.

Beoordeling weerstandsvermogen

De beschikbare weerstandscapaciteit van Gemeente Lansingerland bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken.

Ultimo 2018 ziet het weerstandsvermogen er als volgt uit:

Bedragen x € 1.000
Weerstandsvermogen jaarstukken 2018 Voorstel resultaatbestemming 2018 Reserves onderdeel weerstandsvermogen
Stand algemene reserve 31/12/2018 voor resultaat 2018 99.643
Weerstandsvermogen jaarstukken 2018 voor bestemming resultaat 99.643
Resultaatbestemming 2018:
a. Bestemming reserve Actieplan Omgevingswet 825
b. Overheveling incidentele budgetten 2018 naar 2019 652
c. Toevoeging aan de algemene reserve 3.940 3.940
Subtotaal 5.417 3.940
Vrijval reserve Landscheidingspark 2.357
Totale weerstandscapaciteit ultimo 2018 105.940
Benodigde weerstandscapaciteit 39.300
Ratio weerstandsvermogen 2,7

Prognose ontwikkeling weerstandsvermogen en (risico) Vennootschapsbelasting

In de begroting 2019 is de meest recente prognose van de ontwikkeling van het weerstandsvermogen opgenomen. Door het hogere saldo van de jaarrekening 2018 dan waarmee in de begroting 2019 rekening kon worden gehouden is de verwachting dat deze prognose positiever wordt. Het eerstvolgende moment voor actualisatie van de prognose van het weerstandsvermogen is de Kaderbrief 2020. In de begroting 2020 zullen we, net als bij de begroting 2018, ook weer een aantal scenario’s zichtbaar maken met daarbij de invloed op de ontwikkeling van het weerstandsvermogen.

Met ingang van 2016 is de gemeente voor haar ondernemersactiviteiten belastingplichtig voor de Vennootschapsbelasting (Vpb). Op basis van een analyse van o.a. PWC gaan we er vooralsnog vanuit dat Lansingerland voor het grondbedrijf (nog) niet door de ondernemingspoort gaat en daardoor geen Vpb hoeft te gaan betalen. Mocht dit wel het geval zijn, dan wordt de jaarlijkse belastinglast geschat op circa € 0,5 miljoen per jaar.

Financiële kengetallen

Naar aanleiding van het rapport van de commissie Depla over vernieuwing van de begroting en verantwoording van gemeenten is het BBV gewijzigd. Vanaf 2015 zijn gemeenten verplicht om een set van kengetallen op te nemen in de jaarstukken. Publicatie hiervan heeft voor het eerst in de begroting 2016 plaatsgevonden. Waar in de tabellen hieronder ‘begroting 2018’ staat wordt bedoelt de cijfers die begroot waren per 31 december 2018 ten tijde van het opstellen van de begroting 2018 (en waren opgenomen op blz. 105 en 106 van de begroting 2018).

Het betreft de volgende kengetallen:

  • Netto schuldquote;
  • Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen;
  • Solvabiliteitsratio;
  • Structurele exploitatieruimte;
  • Belastingcapaciteit;
  • Grondexploitatie.

Netto schuldquote

De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.

De netto schuldquote is in 2018 fors gedaald ten opzichte van de jaarrekening 2017 en ook ten opzichte van de begroting 2018 is deze lager uitgekomen. Dit komt enerzijds omdat de netto-schuld zelf is gedaald (bijvoorbeeld door een aantal grote grondverkopen). Deze grondverkopen veroorzaken tevens dat de totale baten van de gemeente (administratief) zijn gestegen/veel hoger liggen dan in 2017 en de begroting 2018. door de wijze waarop de baten en lasten van de grondexploitaties worden verwerkt in het BBV (inclusief de mutatie van de boekwaarde die in de staat van baten en lasten wordt verantwoord).

Bedragen x € 1.000
Netto schuldquote Jaarrekening 2017 Begroting 2018 Jaarrekening 2018
A Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) 257.479 224.409 224.431
B Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) 17.550 9.500 16.532
C Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) 19.568 43.179 18.708
D Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) 376 376 376
E Uitzetting < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) 28.463 12.000 46.344
F Liquide middelen (cf. art. 40 BBV) 1.005 1.862
G Overlopende activa (cf. art. 49 BBV) 3.423 3.000 3.971
H Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) 147.780 156.964 195.673
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% 177% 167% 106%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Voor een toelichting zie onder netto schuldquote.

Bedragen x € 1.000
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Jaarrekening 2017 Begroting 2018 Jaarrekening 2018
A Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) 257.479 224.409 224.431
B Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) 17.550 9.500 16.532
C Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) 19.568 43.179 18.708
D Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) 4.798 4.193 4.138
E Uitzetting < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) 28.463 12.000 46.344
F Liquide middelen (cf. art. 40 BBV) 1.005 1.862
G Overlopende activa (cf. art. 49 BBV) 3.423 3.000 3.971
H Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) 147.780 156.964 195.673
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% 174% 164% 104%

Solvabiliteit

Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De minimumnorm voor de solvabiliteit ligt tussen de 25 en 40%.

Ten opzichte van de jaarrekening 2017 en de begroting 2018 is de solvabiliteit verder toegenomen. Dit komt door de verbeterde vooruitzichten voor de grondexploitaties (lagere verliesvoorziening en daardoor hogere algemene reserve), gerealiseerde winsten op de grondexploitaties door verkopen en het positieve saldo van het jaar 2018 en het aflossen van schulden.

Bedragen x € 1.000
Solvabiliteit Jaarrekening 2017 Begroting 2018 Jaarrekening 2018
A Eigen vermogen (cf. art. 42 BBV) 105.328 107.981 115.060
B Balanstotaal 423.608 408.278 400.335
Solvabiliteit (A/B) x 100% 25% 26% 29%

Structurele exploitatieruimte

Dit kengetal geeft het structurele en reële evenwicht van de begroting weer. Thans wordt er onderscheid gemaakt tussen de structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen.

Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn.

Uit interne controle is gebleken dat de structurele exploitatieruimte in de jaarrekening 2017 onjuist was berekend. Voor de volledigheid en vergelijkbaarheid presenteren wij hieronder de juiste tabel:

  Bedragen x € 1.000
Structurele exploitatierumte Jaarrekening 2017
A Totaal structurele lasten 100.155
B Totaal structurele baten 110.397
C Totaal structurele toevoegingen aan reserves 971
D Totaal structurele onttrekkingen aan reserves 425
E Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) 146.842
Structurele exploitatierumte ((B-A)+D-C))/E x 100% 7%


Bedragen x € 1.000
Structurele exploitatierumte Jaarrekening 2017 Begroting 2018 Jaarrekening 2018
A Totaal structurele lasten 129.581 147.033 110.143
B Totaal structurele baten 138.777 150.411 116.674
C Totaal structurele toevoegingen aan reserves 971 1.071 825
D Totaal structurele onttrekkingen aan reserves 425 3.182 111
E Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) 147.780 156.964 195.673
Structurele exploitatierumte ((B-A)+D-C))/E x 100% 6% 3% 3%

Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonhuishouden

De belastingcapaciteit van de gemeente geeft de belastingdruk voor een gezin bij een gemiddelde WOZ-waarde ten opzichte van het landelijk gemiddelde (t-1) weer. Een percentage > 100% geeft weer dat de belastingdruk van de gemeente hoger is dan het landelijk gemiddelde.

De woonlasten in Lansingerland liggen nog boven het landelijk gemiddelde maar zijn in 2018 verder gedaald. Zowel de OZB als de afvalstoffenheffing.

Bedragen x € 1,-
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar ervoor Jaarrekening 2017 Begroting 2018 Jaarrekening 2018
A OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 384,08 381,33 381,33
B Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 237,00 241,08 241,08
C Afvalstoffenheffing voor een gezin 257,16 171,93 171,93
D Eventuele heffingskorting
E Totale woonlasten gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D) 878,24 794,34 794,34
F Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 749,45 751,97 721,00
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar ervoor (E/F) x 100% 117% 106% 110%

Grondexploitatie

Dit kengetal geeft een indicatie van risico's van de boekwaarde van de bouwgronden op de totale baten van de gemeente. De boekwaarde van de bouwgronden moeten terugverdiend worden via de totale baten.  Het betreft de verhouding tussen de boekwaarde van de bouwgronden en de totale baten. > 100% betekent dat de boekwaarde hoger is dan de totale baten in enig jaar. Dit betekent een verhoogd risico voor de gemeente.

De daling van de boekwaarde van de gronden in exploitatie komt o.a. door de verkoop van gronden. Het risicodragende vermogen in de grondexploitaties neemt hierdoor (snel) af.

Bedragen x € 1.000
Grondexploitatie Jaarrekening 2017 Begroting 2018 Jaarrekening 2018
A Niet in exploitatie genomen gronden (cf. art. 38 lid a punt 1 BBV)
B Bouwgronden in exploitatie (cf. art. 38 lid b BBV) 174.015 167.401 130.729
C Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) 147.780 156.964 195.673
Grondexploitatie (A+B)/C x 100% 118% 107% 67%

Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie

Uit de kengetallen blijkt dat de financiële positie van de gemeente sterk is verbeterd in 2018. Vooral de vermogenspositie is verbeterd. Zo steeg de solvabiliteit, daalden de schulden en verbeterde de schuldquote. Deze laatste ligt nu voor het eerst sinds jaren in de categorie ‘neutraal’ en daalt richting het niveau dat in het coalitieakkoord als ‘streefwaarde’ is aangegeven (110%).


Door de Provincie zijn een aantal signaleringswaarden geformuleerd voor de kengetallen:
Categorie A Categorie B Categorie C
Kengetal Minst risicovol Neutraal Meest risicovol
1. Netto schuldquote
a. zonder correctie doorgeleende gelden <90% 90%-130% >130%
b. met correctie doorgeleende gelden <90% 90%-130% >130%
2. Solvabiliteitsratio >50% 20%-50% <20%
3. Grondexploitatie <20% 20%-35% >35%
4. Structurele exploitatieruimte Begr.>0% Begr.=0% Begr.<100%
5. Belastingcapaciteit <95% 95%-105% >105%
Samengevat ziet het beeld voor Lansingerland er op basis van de jaarrekening 2018 als volgt uit:
Kengetal JRK 2017 Begr. 2018 JRK 2018
1. Netto schuldquote
a. zonder correctie doorgeleende gelden 177% 167% 106%
b. met correctie doorgeleende gelden 174% 164% 104%
2. Solvabiliteitsratio 25% 26% 29%
3. Grondexploitatie 118% 107% 67%
4. Structurele exploitatieruimte 6% 3% 3%
5. Belastingcapaciteit 117% 106% 110%

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Algemeen

Een groot deel van het gemeentelijk vermogen is geïnvesteerd in kapitaalgoederen. Deze kapitaalgoederen zijn van groot belang voor het functioneren van onze gemeente, onder andere op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, verkeer, vervoer en recreatie.

In onderstaande tabel geven we de kerncijfers weer van de belangrijkste kapitaalgoederen conform het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

Bedragen x € 1
Kapitaalgoederen Areaal m²/st Vervangingswaarde
Groen - bomen 23.000 stuks 19.500.000
Groen - overig 2.550.000
Civiele kunstwerken 2.119 stuks 122.000.000
Wegen 3.035.134 167.000.000
Riolering 557 km 252.000.000
Gebouwen 63 stuks 145.000.000
Totale vervangingswaarde +/- 705.500.000

Beheerplannen

Het beheer en onderhoud van kapitaalgoederen is gebaseerd op door de raad vastgestelde beheerplannen. In de beheerplannen is opgenomen op welke wijze het onderhoud, zowel regulier als periodiek, plaatsvindt. Voor alle beheerplannen geldt dat het vastgestelde onderhoudskwaliteitsniveau minimaal C is of een equivalent hiervan. Met de vaststelling van de kadernota 2018 is besloten om voor de onderdelen onkruidbestrijding, zwerfvuil, vegen en maaien voor de woonkernen beeldkwaliteit B te hanteren.

Het IBP vormt het kader voor nagenoeg alle beheerproducten omdat we het beheer en onderhoud zo integraal mogelijk aanpakken.

Omschrijving Beheerplan Vastgesteld door raad Frequentie Actualisatie Volgende Actualisatie Financieel in begroting Achterstallig onderhoud Reserves
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2017-2024 27 oktober 2016 2 jaar 2018 Ja Nee Reserve Water-baggeren
Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2020 26 november 2015 5 jaar 2020 Ja Nee Voorziening Riool
Beheerplan Gebouwen 2017-2024 27 oktober 2016 20 2018 Ja Nee Bestemmings-reserve gebouwen

Groen

De vooraf gestelde doelen voor 2018 zijn bereikt. Om dit te kunnen realiseren, verrichtten we cyclisch dagelijks onderhoud, voerden we inspecties uit en vervingen we groen waar dat noodzakelijk was. Daarbij hanteerden we een duurzame aanpak. Voorbeelden daarvan zijn de toepassing van social return, het afschaffen van chemische bestrijdingsmiddelen en de toepassing van ecologisch maaibeheer.

Binnen de gemeente zijn er de afgelopen jaren meerdere zelfbeheer-initiatieven ontstaan waarbij bewoners een stuk gemeentelijk groen geadopteerd hebben. Zelfbeheer geeft bewoners de gelegenheid om de onderhoudskwaliteit van het groen te verhogen. Het versterkt de betrokkenheid van bewoners. In 2018 stimuleerden we deze betrokkenheid bij zowel het onderhoud als de inrichting van openbaar groen. Een voorbeeld hiervan is de “Permacultuurmoestuin” in Berkel en Rodenrijs.

Civiele kunstwerken

De doelen voor 2018 zijn bereikt en alle werkzaamheden zijn conform het onderhoudsplan uitgevoerd.

In 2018 is het vervangen van de brug Bergweg-noord uitgevoerd. In 2018 waren er geen ontwikkelingen die leidden tot een veranderd lange termijn perspectief.

Wegen

De beperkte kwalitatieve onderhoudsachterstand waar in 2017 nog sprake van was, is in 2018 volledig weggewerkt. Ook zijn alle vooraf gestelde doelen bereikt.

In 2018 vond de tweejaarlijkse (kwaliteits)inspectie plaats. Met deze technische inspectie monitoren we de staat van onderhoud en de kwaliteit van wegen op planmatige wijze. Slechts 7% van de wegen scoort ‘slecht’ (9% is acceptabel) en 76% van de wegen scoort ‘goed’ (71% is streven).

 

In 2018 bereidden we de volgende projecten voor:

  • Dorp Noord-Oost in Bergschenhoek
  • Bomenbuurt
  • Bloemenbuurt
  • Vogelbuurt

 

Uitgevoerde projecten:

  • Noordersingel in Berkel en Rodenrijs
  • Pastoor Verburghweg in Berkel en Rodenrijs
  • Julianastraat en Dorpsstraat in Bergschenhoek (50%)

Riolering

Het Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2020 is het kader voor beheer- en onderhoudsactiviteiten voor het kapitaalgoed Riolering. Dit plan geeft duidelijkheid over wat we doen om de waarde in stand te houden van leidingen, kolken en gemalen in de openbare ruimte.

De ontstane achterstand van de afgelopen jaren, vooral bij onderzoek en planvorming, haalden we in 2018 fors in. Door de achterstanden voegden we de afgelopen jaren meer toe aan de voorziening dan begroot. In 2018 liepen we die achterstanden in en is de storting in de voorziening lager dan geraamd. Daarnaast namen we stappen in het kader van wetgeving rond klimaatadaptatie. Bij de investeringen is 87% van de beschikbare budgetten uitgegeven. In 2018 bereidden we een aantal projecten, zoals de Hoeksekade en Dorpsstraat Oost, voor.

Gebouwen

De gemeente is eind 2018 eigenaar van 63 gebouwen. Na het opstellen van de begroting 2018 sloopten of verkochten we meerdere panden. Deze panden zijn niet noodzakelijk voor de uitoefening van onze gemeentelijke taak. We droegen de voormalige bibliotheek in Bergschenhoek aan de Notaris Kruytstraat over aan 3B-wonen. We continueerden gesprekken over de verkoop van het Polderhuis, Laan van Koot en de Snip.

Van de onderwijsgebouwen zijn 19 stuks overgedragen aan schoolbesturen. Over de 4 schoolgebouwen waar de gemeente nog wel economisch eigenaar van is, zijn we in overleg met de schoolbesturen. Zie de toelichting hierop binnen beleidsveld onderwijs in deze jaarstukken.

 

Het beheer en de exploitatie van een groot aantal gebouwen is door de gemeente bij een externe partij belegd. Er is geen sprake van een onderhoudsachterstand op het gemeentelijk vastgoed. De strategische panden onderhouden we bewust op een minimaal niveau.

In het collegeprogramma 2018-2022 zetten we in op het versneld verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed. In 2018 troffen we hier de voorbereidingen op. Voor het maatschappelijk vastgoed brengt de gemeente maatschappelijke huurtarieven in rekening. Deze tarieven zijn wat lager dan de marktconforme tarieven.

Paragraaf Financiering en treasury

Inleiding

Het doel van deze paragraaf is om u te informeren over het treasurybeleid (3.4.2) en de beheersing van financiële risico’s (3.4.2). Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.

Treasurybeleid

Primair richt het treasurybeleid zich op het waarborgen van financiële continuïteit door het resultaat en vermogen te beschermen tegen financiële risico’s. Deze risico’s komen voort uit zowel de financieringsbehoefte, als uit de mutaties van de bestaande portefeuilles zoals (vervroegde) aflossingen, herfinanciering en renteaanpassing.

De gemeente onderscheidt een drietal doelstellingen van de treasuryfunctie:

  1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;
  2. Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s, zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s;
  3. Het streven, binnen de kaders van wet- en regelgeving en binnen de bepalingen van het Treasurystatuut, naar een optimale financieringsstructuur en beheersing van de daarmee gemoeide kosten.

 

Deze doelstellingen leiden tot het zo nauwkeurig mogelijk op elkaar afstemmen van opgenomen en benodigde gelden, waarbij we de financieringslasten zoveel mogelijk beperken in relatie tot het risico dat wij lopen.

Risicobeheer

De risico’s ten aanzien van treasury vallen in de volgende soorten uiteen:

•          Renterisico’s op vlottende en vaste schuld (opgenomen geld);

•          Liquiditeitsrisico’s;

•          Kredietrisico.

                                                                                                                       

Renterisico op vlottende schuld: de kasgeldlimiet

Om een grens te stellen aan korte termijn financiering (rentetypische looptijd tot één jaar) is in de Wet fido de kasgeldlimiet opgenomen. Het doel van de kasgeldlimiet is het voorkomen dat fluctuaties in korte rente (schulden < 1 jaar) direct een grote impact hebben op de rentelasten in het exploitatiejaar. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn. De behoefte aan vreemd vermogen mag daarom slechts voor een gelimiteerd deel met korte leningen worden ingevuld. De kasgeldlimiet voor gemeenten bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. Deze wordt gedefinieerd als alle lasten op de begroting vóór verdeling van de reserves. Het begrotingstotaal voor het jaar 2018 is € 143.3 miljoen, hetgeen een kasgeldlimiet oplevert van € 12,2 miljoen. Indien de gemiddelde liquiditeitspositie van drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet overschrijdt, dan dient de gemeente de drie kwartaalrapportages toe te zenden aan de toezichthouder (Provincie), met daarbij een plan om weer te voldoen aan de kasgeldlimiet (bijvoorbeeld overgaan tot financiering met lang geld).

 

In de loop van het jaar zijn verschillende kasgeldleningen aangetrokken die vaak ook gedurende het jaar weer afgelost worden. In het jaar 2018 is er geen overschrijding van het vastgestelde kasgeldlimiet geweest.

Renterisico op vaste schuld: de renterisiconorm

In het kader van de wet Fido wordt jaarlijks de renterisiconorm vastgesteld. Het doel van de renterisiconorm is spreiding in de leningenportefeuille, waardoor mogelijke renterisico’s worden beperkt. Hierin wordt dan specifiek gekeken naar de momenten waarop renteherziening of herfinanciering plaatsvindt. Door deze spreiding wordt voorkomen dat op een bepaald moment veel leningen op hetzelfde moment moeten worden afgelost. Is dan herfinanciering aan de orde, dan kan de dan geldende marktrente grote gevolgen hebben op de begrotingssaldi.

De renterisiconorm wordt bepaald op 20% van de op 1 januari bestaande omvang van het begrotingstotaal. Het begrotingstotaal voor het jaar 2018 is € 143,3 miljoen, hetgeen een renterisiconorm oplevert van € 28,7 miljoen. Dit betekent dat in 2018 maximaal € 28,7 miljoen nieuw kapitaal kan worden aangetrokken of leningen kunnen worden afgelost. Afgelopen jaar hebben we in totaal € 35,4 miljoen aan aflossingen betaald.

In voorgaande begrotingen en jaarrekeningen is al aangegeven dat Lansingerland de rente­risico­norm overschrijdt. Dit heeft te maken gehad met grondaankopen in het verleden en de voorfinanciering daarvan. De huidige leningenportefeuille kan namelijk niet zonder hoge kosten worden aangepast. Wanneer herfinanciering aan de orde is zal bij het afsluiten van nieuwe leningen de renterisiconorm in acht worden genomen. Dit doen we door in beginsel voor nieuwe leningen te kiezen voor lineaire leningen gecombineerd met een spreiding in looptijd.

Liquiditeitsrisico

Liquiditeitsrisico is het risico dat wij als gemeente over onvoldoende middelen beschikken om aan onze directe verplichtingen te voldoen. In onze liquiditeitsprognose wordt onze geldbehoefte gevolgd en tijdig afgedekt. Deze liquiditeitsprognose wordt regelmatig geactualiseerd. Daarnaast is het risico dat op enig moment geen geld beschikbaar zou zijn, volgens onze geldverstrekkers voor gemeenten, verwaarloosbaar.

Kredietrisico

De gemeente Lansingerland loopt zelf ook risico bij het verstrekken van gelden. Afhankelijk van het type instelling kan een zeker risico worden bepaald. De verstrekte leningen kunnen verdeeld worden in verstrekte leningen en garantstellingen.

Renteschema

De omslagrente wordt berekend door de aan de taakvelden toe te rekenen rente (in Euro’s) te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd. De omslagrente moet vervolgens op consistente en eenduidige wijze worden toegerekend aan de individuele activa. Het is niet toegestaan om per investering of taakveld te differentiëren in het toe te rekenen rentepercentage. Het bij de begroting (voor)gecalculeerde omslagrentepercentage mag binnen een marge van 0,5% worden afgerond. Wij hebben er bij de begroting 2018 voor gekozen om te rekenen met een renteomslagpercentage van 0,9% en niet te werken met een marge van 0,5%. Uit het oogpunt van voorzichtigheid kunnen we eventuele rentetegenvallers bij een herfinanciering hiermee opvangen. Indien de werkelijke rentelasten in Euro’s die over een jaar aan taakvelden hadden moeten worden doorbelast afwijken van de rentelasten in Euro’s die op basis van de voorgecalculeerde renteomslag aan de taakvelden zijn toegerekend, dan kan de gemeente besluiten tot correctie. Correctie wordt vanuit de BBV verplicht gesteld indien deze afwijking groter is dan 25%.

Renteresultaat

Het renteresultaat op het taakveld Treasury bedraagt € 14.000. Dit is het verschil tussen de rente die wij werkelijk aan taakvelden toerekenen (€ 2.054.000) en het saldo van de externe rentebaten en rentelasten (€ 2.040.000).

 

Bedragen x € 1.000
Schema rentetoerekening 2018 2018
De externe rentelasten over de korte en lange financiering 5.504
De externe rentebaten -126
Saldo externe rentelasten en rentebaten 5.378
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend -3.338
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend 0
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente -3.338
Saldo door te rekenen externe rente 2.040
Rente over eigen vermogen 0
Rente over voorzieningen (die gewaardeerd zijn op contante waarde) 0
Totaal rentetoerekening intern 0
De aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente (renteomslag) 2.040
Boekwaarde vaste activa die integraal zijn gefinancierd per 1 januari 216.702
Berekende omslagrentepercentage 0
Gekozen renteomslagpercentage (mag 0,5% afwijken van berekend) 0
De werkelijk aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag) 2.054
Renteresultaat op het taakveld treasury 14

Financieringsbehoefte

De gemeente voert activiteiten uit die meerjarig worden gefinancierd. Dit zijn de investeringen van de gemeente, zoals die blijken uit de staat van activa en de investeringen die zijn en worden gedaan in de grondexploitatie. Bij deze laatste worden eerst de kosten (zoals aankoop, bouw- en woonrijp maken) gemaakt, en later worden deze in beginsel terugverdiend door grondverkopen. Afhankelijk van de looptijd van een grondexploitatie liggen de gelden over een lange periode vast en is financiering nodig. Ter financiering worden leningen aangetrokken. Onderstaande tabel geeft een overzicht van alle uitstaande geldlening in 2018 met daarbij horende aflossingen en looptijd. Het verschil in looptijd heeft te maken met de datum van afsluiten en de financieringsbehoefte op dat moment.

Bedragen x € 1.000
Lening boeknummer Einde looptijd Rentepercentage Stand per 1-1-2018 Aflossing 2018 Restant lening per 31-12-2018
1914007 2018 4,45% 57 57 0
1914008 2019 4,20% 159 79 80
1914009 2019 5,35% 159 79 80
1914010 2019 5,75% 45 23 22
1914021 2023 4,74% 7.000 0 7.000
1914022 2018 4,62% 5.000 5.000 0
1914054 2019 4,90% 12.000 0 12.000
1914055 2019 3,90% 1.200 0 1.200
1914056 2020 3,18% 21.000 7.000 14.000
1914059 2032 3,86% 30.000 2.000 28.000
1914060 2027 3,19% 16.667 1.667 15.000
1914061 2023 2,61% 50.000 0 50.000
1914062 2028 2,35% 12.833 1.167 11.666
1914063 2025 0,63% 32.000 4.000 28.000
1914064 2030 0,90% 8.667 667 8.000
1914065 2020 0,46% 12.000 4.000 8.000
1914066 2025 0,99% 16.000 2.000 14.000
1914067 2030 1,43% 8.667 667 8.000
1914068 2022 -0,05% 20.000 4.000 16.000
Totaal 253.454 32.406 221.048

Garantstellingen en borgstellingen

Aan verenigingen, onderwijsinstellingen en zorginstellingen zijn garantstellingen en waarborgen afgegeven. Deze financieringen zijn door onze gemeente gewaarborgd in het kader van het maatschappelijk belang van door hen gedane investeringen. Daarnaast zijn achtervang-overeenkomsten afgesloten met de stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Deze borgstellingen hebben betrekking op het aantrekken van vaste langlopende leningen door woningstichtingen voor (her)financiering van al bestaande gewaarborgde geldleningen. WSW neemt de betaalverplichtingen voor een lening over wanneer de corporatie de rente en aflossing op een door WSW geborgde lening niet meer kan betalen. Alleen als WSW deze betaalverplichting niet uit de overige buffers in de zekerheidsstructuur kan voldoen, moeten Rijk en gemeenten bijspringen.

Ten slotte zijn er gemeentegaranties onder de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW). Deze stichting is in 1995 verzelfstandigd onder de naam Nationale Hypotheek Garantie (NHG). De stichting staat borg voor de verstrekking van bepaalde hypotheken aan particulieren. Sinds 1 januari 2011 is de achtervang van nieuwe hypotheken geheel naar het rijk geschoven, waardoor jaarlijks het totale bedrag aan gewaarborgde geldleningen afneemt met de door particulieren gedane aflossingen.

Het totaalsaldo betreft de volledige garantstelling en komt niet geheel voor rekening van de gemeente. Voor het Garantiefonds WSW en SWS en de particuliere hypotheken is het gemeentelijk aandeel beperkt tot 50%.

Onder het Garantiefonds WSW vallen leningen voor meerdere corporaties, waarvan veruit de meeste betrekking hebben op Woningbouwvereniging 3B (€ 177,5 miljoen). Ook hiervoor geldt dat de gemeente voor 50% van dit bedrag garant staat.

De gemeente Lansingerland verstrekt enkel garantstellingen wanneer er zekerheden (onderpand) door de garantieaanvrager overlegd kan worden. In aanloop naar de jaarrekening 2018 is contact geweest met alle instellingen voor een specifieke onderbouwing van de verschillende restantschulden. In de jaarrekening zijn deze cijfers conform verwerkt.

Met betrekking tot de Nationale Hypotheek Garantie wordt jaarlijks door de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen een liquiditeitsprognose opgesteld. Aan de hand hiervan krijgt de gemeente inzicht in mogelijke toekomstige aanspraak op de achtervangfunctie. Op basis van deze liquiditeitsprognose verwacht de Stichting WEW geen aanspraken op de achtervangfunctie.

De garantie inzake de hypotheken van personeel betreffen een tweetal hypotheekleningen afgesloten bij het Hypotheekfonds voor Overheidspersoneel (HvO), dochteronderneming van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Sinds enkele jaren geleden worden geen nieuwe hypotheekgaranties voor overheidspersoneel meer afgegeven.

Per 31 december 2018 bedraagt het totaal van gewaarborgde geldleningen € 235,6 miljoen. Dit is als volgt opgebouwd:

Bedragen x € 1.000
Waarborgsommen en garantieleningen Primaire zekerheid Secundaire zekerheid Tertiaire zekerheid Oorpronkelijk bedrag restant 31-12-2017 restant 31-12-2018
Garantiefonds WSW woningbouwver. WSW gem.(50%) 203.317 192.886 191.670
Garantiefonds SWS sportver. SWS gem.(50%) 385 156 136
Hypotheken particulieren particulier WEW gem.(50%) 3.422 2.626 2.494
Hypotheken personeel personeel gem.(100%) - 455 376 376
Onderwijsinstellingen instelling gem.(100%) - 53.439 47.700 39.613
Overige instellingen instelling gem.(100%) - 2.454 1.374 1.297
Totaal 263.472 245.118 235.584

Kasstroomoverzicht

Onderstaand overzicht geeft het kasstroomoverzicht weer volgens de directe methode:

Bedragen x € 1.000
Kasstroomoverzicht (directe methode) 2018
Ontvangsten van afnemers 176.629
Betalingen aan leveranciers en werknemers -167.952
Kasstroom uit bedrijfsoperaties: 0
Ontvangen interest 298
Ontvangen dividend 3.081
Betaalde interest -5.504
Kasstroom uit operationele activiteiten 6.552
Investeringen -15.796
Verkopen 67.260
Kasstroom uit grondexploitaties 51.464
Investeringen in immateriële vaste activa -1.669
Desinvesteringen in immateriële vaste activa 1
Investeringen in materiële vaste activa -9.401
Desinvesteringen in materiële vaste activa 2.784
Investeringen in financiële vaste activa -75
Desinvesteringen in financiële vaste activa 0
Kasstroom uit investeringsactiviteiten -8.360
Ontvangen aflossingen op verstrekte geldleningen 735
Opgenomen geldleningen - langlopende schulden 0
Aflossing geldleningen - langlopende schulden -33.070
Opgenomen geldleningen - kortlopende schulden 46.000
Aflossing geldleningen - kortlopende schulden -46.000
Kasstroom uit financieringsactiviteiten. -32.335
Netto kasstroom boekjaar 17.321
Beginstand liquide middelen 12.651
Eindstand liquide middelen 29.972
Mutatie liquide middelen inclusief vordering 's-Rijks Schatkist 17.321

Paragraaf Bedrijfsvoering

Inleiding

De paragraaf bedrijfsvoering geeft volgens het BBV inzicht in de beleidsvoornemens op het gebied van de bedrijfsvoering. Deze paragraaf is omvangrijker dan voorgaande jaren vanwege het programma Organisatieontwikkeling en de hiermee samenhangende intensiveringen en investeringen die in deze begroting zijn opgenomen. Dit betreft het kwalitatief en kwantitatief versterken van de formatie en investeringen op het gebied van ICT.

Programma organisatie ontwikkeling en versterking formatie in 2018

Het jaar 2018 stond in het teken van de reorganisatie. Inmiddels zijn drie domeinen gevormd (Domein Dienstverlening en Bedrijfsvoering, Domein Samenleving en Domein Ruimte en Economie) en zijn daarbinnen vijftien teams ingericht. Door een vlotte werving en selectie van de vacatures op directieniveau en een plaatsingsprocedure voor de laag teammanagers zijn op 1 januari 2019 vier directiefuncties vervuld en hebben alle teams inmiddels een teammanager.

De begroting van 2018 kende extra formatie budget van € 800.000,- toe. Deze is in twee tranches (december 2017 en Q4 2018 ) definitief toebedeeld aan de domeinen.  Eind december 2017 zijn, vanwege de urgentie, vier formatieplaatsen met voorrang toegekend. Dit betrof een adviseur aanbestedingen, -vastgoed, organisatieadviseur en een implementatiemanager sociaal domein. Deze formatieplaatsen dekken we uit de bestaande formatiebudgetten. In Q4 2018 besloten we, na vaststelling van het advies van de interim gemeentesecretaris en de nieuwe organisatiesubstructuur en op basis van de aangeleverde team- en domeinplannen ook de overige formatieve middelen vrij te geven. Het betreft onder andere formatieve versterking op de strategische adviesfuncties ten behoeve van het bestuur, -contractmanagement, centrummanagement, informatiemanagement en strategische beleidsontwikkeling. De formatieve consequenties van het nieuwe coalitieakkoord en de groeiformatie kenden we in het laatste kwartaal van 2018 toe.

Met de definitieve vaststelling van de nieuwe organisatiestructuur en de indeling in de teams is de organisatie in staat continu signalen op te vangen over wat er in de samenleving en omgeving speelt en wat daarbij nodig is van de organisatie. De organisatie vertaalt dit in passend beleid, handelen en dienstverlening en stuurt op de signalen en ontwikkelingen uit die omgeving. De nieuwe organisatiestructuur ondersteunt flexibele arbeidsinzet zodat de organisatie zowel vraag gestuurd als efficiënt en doelmatig werkt.

Ontwikkeling formatie 1-1-2012 1-1-2013 1-1-2014 1-1-2015 1-1-2016 1-1-2017 1-1-2018 1-1-2019
Toegestane formatie in fte 356 338 325 324 328 340 362 356
Aantal inwoners per 1/1 55.270 56.512 57.137 58.133 59.039 60.042 61.152 61.626
Aantal fte per 1.000 inwoners 6.44 6.00 5.68 5.57 5.56 5.66 5.92 5.77

Informatievoorziening en ICT

Informatievoorziening en ICT ondersteunen de gemeentelijke organisatie en het gemeentebestuur in de uitvoering van haar (wettelijke) taken. Informatievoorziening en ICT zijn hierin geen doel op zich, maar wel een absolute randvoorwaarde. De kwaliteit, veiligheid, continuïteit en beschikbaarheid van de IT-infrastructuur en informatievoorziening zijn van groot belang voor onze (digitale) dienstverlening aan inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen. Het is om die reden dat wij continue investeren in de doorontwikkeling van informatievoorziening en ICT en het up-to-date houden en (op tijd) vernieuwen van onze systemen. In dat kader voerden wij het afgelopen jaar de volgende activiteiten uit:

Wat hebben we in 2018 gedaan?

  • Vervanging/vernieuwing ICT-Infrastructuur
  • Upgrade van essentiële applicaties (o.a. Corsa) waardoor we voldoen aan de eisen van informatiebeveiliging (verhelpen van kwetsbaarheden in applicaties)
  • Vervanging van de Firewall (implementatie afgerond in januari 2019)
  • Vervanging telefooncentrale door Skype voor Bedrijven en Anywhere 365, als voorloper voor TOP-werken. De implementatie is in het 4e kwartaal 2018 voorbereid en januari 2019 is de livegang.
  • Vervanging iPads Raadsleden (nieuwe gemeenteraad)
  • Vervanging website

 

Zaakgericht werken

2018 was het 2e jaar van het project ‘Verstand van Zaken’ (implementatie zaaksysteem). Eind 2017 stond de teller van het aantal geïmplementeerde processen in het nieuwe zaaksysteem op 30. Een jaar later (eind 2018) stond de teller op ongeveer 145. Er is in 2018 veel werk verzet binnen het project. Hierin werkte we nauw en intensief samen met medewerkers van de diverse teams/afdelingen. Twee grote processen (Omgevingsvergunning en de Meldingen Openbare Ruimte) gingen vorig jaar live. Lansingerland is hiermee een voorloper binnen gemeenteland. Dit blijkt mede uit werkbezoeken van andere overheidsinstellingen om de aanpak en het gebruik van het zaaksysteem binnen de gemeente Lansingerland te zien.

 

Informatiemanagement en gegevensbeheer

Wij startten met informatiemanagement door het instellen van een werkgroep informatiemanagement met vertegenwoordigingen uit alle afdelingen vertegenwoordigd. De werkgroep maakt samen met een externe partij een plan van aanpak voor de ontwikkeling (visie) en implementatie van informatiemanagement in Lansingerland. De voorbereiding bestond in 2018 uit het formuleren van de aanpak in twee fasen (plan van aanpak en realisatie) en de planning van de eerste fase (pva). Doel is om in het eerste kwartaal van 2019 het plan van aanpak op te leveren

 

TOP-werken

In 2018 besteedden we veel tijd aan de voorbereiding van het nieuwe platform (de digitale werkomgeving voor medewerkers) en de vernieuwing van belangrijke onderdelen van de IT-Infrastructuur die TOP-werken mogelijk maken. Wij legden referentiebezoeken af bij andere gemeenten. Dat leverde waardevolle informatie op, maar ook het beeld dat het maken van de juiste keuzes t.a.v. de techniek (hardware, software en systemen) essentieel is. Daarbij constateerden wij dat de samenhang van de verschillende onderdelen cruciaal en complex is. En dat verkeerde keuzes risicovol zijn. Om die reden vroegen wij een externe partij om ons te helpen met het formuleren van architectuurprincipes en het maken van een ontwerp voor het nieuwe platform. Het ontwerp vormt de basis voor een groot aantal (Europese) aanbestedingen die eind 2018 van start gingen. Door de langere voorbereidingstijd is er in 2018 nog niets aangeschaft voor wat betreft hard- en software. De investeringen schuiven daarom door naar 2019.

 

Eind 2018 maakten we , als gevolg van de structuurwijziging van de organisatie, alvast een start met TOP-werken door het invoeren van flexibel werken. De nieuwe domeinen/teams kregen middels een zogenaamd vlekkenplan een ‘vlek’ in het gebouw toegewezen. Binnen die vlek kunnen medewerkers een werkplek vinden. In principe heeft niemand meer een eigen werkplek en kunnen medewerkers overal zitten. Flexibel werken zorgt ervoor dat we efficiënter gebruik maken van de werkplekken. Daardoor konden we het aantal werkplekken die in gebruik zijn terugbrengen.
Omdat de meeste medewerkers geen eigen werkplek meer hebben maakten we afspraken over de manier waarop we met de (flexibele) werkplek omgaan. Hiervoor bedachten we de zogenoemde ‘Topdeals’. Bijvoorbeeld het leeg en schoon achterlaten van de werkplek na gebruik. Naast de topdeals is via onder andere @work, medewerkersbijeenkomsten en de klankbordgroep de organisatie (be)geleidt naar de nieuwe manier van werken. De start met de nieuwe mobiele oplossing Skype for business is het tweede resultaat van de projectgroep TOP-werken. Deze volgende stap binnen TOP-werken zijn meerdere aanbestedingen en implementaties om de nieuwe ICT mobiele werkplek in te richten en het tijd en plaats onafhankelijk werken ook echt mogelijk te maken.

Planning & control

Om een organisatie goed op koers te houden is een goed werkend systeem van planning & control een randvoorwaarde. Hieruit vloeit immers informatie voort die nodig is om te kunnen sturen.

Dit hebben we in 2018 gedaan:

  1. De raad heeft de Nota Planning en Control vastgesteld. Doel is om de P&C cyclus efficiënter te maken en kwalitatief te verbeteren. 
  2. We sturen op de voorspelbaarheid en betrouwbaarheid van de (financiële) resultaten. Naast de reguliere P&C-documenten waren er in 2018 periodieke budgetreviews. Ook toetsen we de financiële consequenties van ieder raadsvoorstel.
  3. We voeren actief liquiditeitsbeheer, waarbij onze huidige schuldpositie continue aandacht krijgt

Audit en AO/IC

In de huidige organisatie is een nadrukkelijke scheiding aangebracht tussen de beslissende, financieel beleid makende en beheersende rol en de toetsende en controlerende rol. De eerste rol is belegd bij de vak afdelingen en de afdeling Financiën. De toetsende en controlerende rol is vanaf 1 januari 2019 nadrukkelijker belegd bij de Concernstaf. Binnen gemeentelijke organisaties zien we een toenemende behoefte aan deze onafhankelijke rol en positie. Zo eist de nieuwe AVG[1] (intern) onafhankelijk toezicht op het systeem van privacy borging in de organisatie en is deze onafhankelijke rol ook nodig in het kader van ENSIA[2]. In 2018 zagen we dan ook een verdere verschuiving/verbreding van controle en advisering op het gebied van financiën en rechtmatigheid naar controle en advisering op gebieden als privacy en informatiebeveiliging.

Wat hebben we gedaan in 2018?

  • We voerden de reguliere interne controles uit voor rechtmatigheid. Dit in overleg met de externe accountant en ter voorbereiding op de controle van de jaarrekening 2018. Naar aanleiding van de interne controles scherpten we in overleg met de BAC de procedures en de controles rondom inkoop- en aanbesteding aan.
  • In 2017 voerden we, net als alle andere gemeenten, ENSIA in. De noodzakelijke audits en werkzaamheden zijn tijdig uitgevoerd en vastgelegd in de zogenoemde ENSIA-tool. Deze tool vormt de basis voor de verantwoording over informatiebeveiliging die het college gelijktijdig met de jaarstukken aflegt aan de gemeenteraad. Voor de uitkomsten van ENSIA verwijzen wij naar paragraaf 3.5.9.
  • Mede in verband met het organisatie ontwikkelingstraject en de daarbij behorende activiteiten voerden we in 2018 geen (apart) doelmatigheidsonderzoek uit. Voor 2019 is het onderzoek inmiddels gepland. De Raad heeft een afschrift van het onderzoeksvoorstel 2019 ontvangen. 


[1] Algemene Verordening Gegevensbescherming

[2] Eenduidige Normatiek Single Information Audit

Organisatie en personeel

Het ziekteverzuim is gedaald van 6,31% (2017) naar 5,57% (2018).

De arbeidsmarkt is het afgelopen jaar nog krapper geworden. De banen liggen voor het oprapen. Dat merken we aan de uitstroom van medewerkers. Er is heel veel tijd en inzet gaan zitten in de werving en selectie van- en het zoeken naar geschikte kandidaten. Met name in het Domein Ruimte en Economie is de door ons gevraagd expertise zeer schaars. Maar ook in het Domein Samenleving en in de ICT gerelateerde functies merken we dat de markt moeizaam is. Dit betekent dat we vaker (duur) moeten inhuren en vacatures moeilijk vervulbaar zijn en soms lang open staan.

We zijn erin geslaagd om vier mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, veelal mensen met een verstandelijke- of lichamelijke handicap of bijstandsgerechtigden, een baan in het kader van de Participatiewet aan te bieden. Zij zijn werkzaam in het team Buitendienst en als gastheer/vrouw in de Publiekshal voor het team Service en Contacten.

 

Communicatie

Wij zijn bereikbaar voor onze inwoners en communiceren met hen via vele kanalen. In 2018 openden wij ons WhatsApp-kanaal waarmee wij tegemoet kwamen aan de wens van inwoners om snel en laagdrempelig contact te zoeken met de gemeente.

Met een nieuwe website en een voor Lansingerland nieuwe publicatievorm (het digitale magazine) zijn wij innovatief en modern. Wij communiceren via de middelen die bij de doelgroep past, omdat niet de zender van de boodschap, maar de ontvanger centraal staat.

Wij monitoren in onze Newsroom alle social-mediakanalen en weten daardoor wat er in de samenleving speelt en hoe wij kunnen handelen om escalatie te voorkomen. Zo reageren wij actief, snel en actueel en halen wij buiten naar binnen. Zo zijn wij altijd en overal in gesprek met de inwoners.

Niet alleen online, maar natuurlijk ook fysiek zoeken wij onze inwoners op tijdens bijeenkomsten, inloopavonden en de dagelijkse praktijk. Wij zijn altijd in contact.

Zo bouwen wij aan het imago, reputatie en profilering van Lansingerland en zetten wij de gemeente met gerichte citymarketing op de kaart.

Inkoop en aanbesteding

Op het gebied van inkoop hebben we als hoofddoelstellingen: blijven voldoen aan de rechtmatigheidseisen, inkopen tegen de meest optimale (integrale) prijs-kwaliteit verhouding en het optimaal functioneren van de inkoopfunctie in de organisatie. Daarbij dragen we met inkoop bij aan de ambities op het gebied van duurzaamheid en social return.

Dit is in 2018 gedaan:

Naast het begeleiden van en adviseren bij de hoeveelheid aan aanbestedingen en inkoop-/rechtmatigheidsvraagstukken, richtten we ons op het volgende:

  • De inkoopfunctie verder geprofessionaliseerd en geborgd in de organisatie (onder meer met behulp van inkoop-factsheets, sjabloondocumenten en workshops).
  • Het contractbeheer en –management verder geprofessionaliseerd.
  • Deelgenomen aan het Platform Duurzaam Inkopen van de MRDH en Duurzaam Inkopen verder geïmplementeerd in diverse aanbestedingstrajecten.
  • Goede relatie met lokale ondernemers behouden.
  • Waar mogelijk en wenselijk (doelmatig en efficiënt) samengewerkt met andere organisaties/gemeenten; van kennisdeling tot gezamenlijk aanbesteden.

We zijn echter nog niet klaar en gaan hier in 2019 mee verder.

Huisvesting, facilitaire zaken en DIV

Facilitaire zaken is intern gericht en heeft als belangrijkste taak het ontzorgen van collega’s, zodat zij zich kunnen richten op hun primaire werkzaamheden.

Daarnaast is facilitaire zaken aanspreekpunt voor alle huurders in het gemeentehuis en geeft zo uitvoering aan het vastgoedbeleid. Ook de ondersteuning van de evenementen is een belangrijke taak voor facilitair. In 2018 vonden er weer veel evenementen plaats in het huis van de samenleving: de nieuwjaarsreceptie, het concert van Concordia, de dag van de eenzaamheid, wereldlichtjesdag.

In 2018 zijn de volgende grote projecten uitgevoerd:

  • De gevelrenovatie van het kantoorgebouw is in maart gestart en eind juli afgerond.
  • De nieuwe minder validenlift is geplaatst.
  • De catering is aanbesteed en sinds 1 juli is Appèl Catering de nieuwe bedrijfscateraar in het gemeentehuis. Speciale aandacht bij deze aanbesteding was er voor medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt.  Zij worden in de spoelkeuken en voor de koffievoorziening ingezet. Het is de bedoeling dat ze op termijn ook in de keuken gaan helpen.
  • In 2018 zijn vier elektrische auto’s aangeschaft. De auto’s zijn in beheer bij facilitair.
  • In het kader van het project Tijd- en Plaats Onafhankelijk(TOP)-Werken zijn bijna alle medewerkers verhuisd naar een andere werkplek. We werken nu met flexibele werkplekken.

Met professioneel digitaal archief- en informatiebeheer ondersteunen we de organisatie bij het transparant handelen en het kunnen afleggen van verantwoording over dit handelen. Daarnaast stellen we een blijvende bewaring veilig van informatie met (cultuur-)historische waarde.

Het zaaksysteem vervangt het huidige documentmanagementsysteem Corsa. DIV is nauw betrokken bij de implementatie van het zaaksysteem en daarmee de overgang van alle documentregistraties van Corsa naar het zaaksysteem.

Dit hebben wij in 2018 gerealiseerd:

  • Verzorgen van de post- en archiefwerkzaamheden;
  • Implementatie van een groot aantal processen in het zaaksysteem/documentmanagementsysteem;
  • Overdracht van archiefstukken naar het Stadsarchief Rotterdam is voorbereid;
  • Vernietiging van het archief dat daarvoor in aanmerking komt op basis van de vernietigingslijst 2018. In totaal is er 70 meter archief vernietigd.

Burgerparticipatie

Burgerparticipatie is niet meer weg te denken. We betrekken inwoners proactief, in een zo vroeg mogelijk stadium, bij beleid en uitvoering. Het gaat om meepraten, meedenken, meedoen en/of meebeslissen. We moedigen inwoners aan om zelf met initiatieven te komen en eigen verantwoordelijkheid te nemen.

In 2018 gingen wij door met de Right to Challenge-pilot voor de Leeuwenkuil in Bergschenhoek. De vervanging van de riolering in de Vogelbuurt in Berkel en Rodenrijs bood in 2018 een enorme kans om, aanvullend op de herinrichting, met elkaar duurzame ideeën voor de buurt te bedenken. In een intensief traject werkten wij zes duurzame initiatieven uit.

Juridische zaken

In 2018 is de pilot ambtelijk horen geëvalueerd. Op grond van de resultaten is het ambtelijk horen in het ‘gemengde model’ door het college ingevoerd als vaste werkwijze. Met het optimaliseren van het proces is in 2018 een begin gemaakt en zal in 2019 worden afgerond door actualisering van het aanwijzingsbesluit en de verordening.

Het proces bezwaarschriften is inmiddels geïmplementeerd in het Zaaksysteem en de doorlooptijden hebben daarin een duidelijke plek gekregen. In die zin, dat het proces zo optimaal mogelijk is gekoppeld aan de beslistermijn.

Betalingsgedrag Gemeente Lansingerland

In onderstaande tabel is inzichtelijk gemaakt welk percentage van de binnengekomen facturen op tijd (binnen 30 dagen) door de Gemeente Lansingerland is voldaan.
Het percentage wat binnen 30 dagen (na registratiedatum) wordt voldaan is in 2018 (89%) verbeterd t.o.v. 2017 (85%). Het streven is om alle facturen op tijd te betalen. Daarbij moet worden aangetekend dat er altijd een aantal facturen is dat dusdanig wordt aangeleverd, dat tijdige verwerking door de gemeente niet haalbaar is.
Betaaltermijn 2015 2016 2017 2018
Aantal % Aantal % Aantal % Aantal %
Binnen 30 dagen na ontvangst 8.333 83% 7.625 85% 6.912 85% 8.161 89%
Te laat 1.772 17% 1.314 15% 1.198 15% 967 11%
Tussen 0 en 30 dagen te laat 1.392 14% 1.094 12% 1.036 11% 844 9%
Tussen 30 en 90 dagen te laat 242 2% 136 2% 98 1% 88 1%
Meer dan 90 dagen te laat 138 1% 84 1% 64 1% 35 0%
Totaal 10.105 8.939 8.110 9.128

Paragraaf Verbonden partijen

Inleiding

Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Van een financieel belang is sprake indien de gemeente risico loopt met aan deze partijen beschikbaar gestelde middelen of als de gemeente aangesproken kan worden als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Van bestuurlijk belang is sprake als de gemeente zeggenschap heeft, vanwege vertegenwoordiging in het bestuur of vanwege het hebben van stemrecht.

De visie op en de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen

Als gemeente kunnen wij door toenemende uitbreiding en complexiteit niet al onze taken meer zelfstandig uitvoeren. Samenwerking met andere partners, waaronder andere overheden, kan dan een oplossing bieden. De ‘Nota verbonden partijen 2016 – 2020’ (corsanummer T16.02321) geeft inzicht in het (wettelijk) kader en geeft het afwegingskader een handvat voor het toe- en uittreden bij verbonden partijen. De nota en bijbehorend addendum (T17.01105) gaan ook in op de vertegenwoordiging in verbonden partijen. Daarnaast besteedt de nota aandacht aan de spelregels voor governance en het uitvoeren van risicomanagement met de bestaande (wettelijke) instrumenten van informatievoorziening en aanvullende mogelijkheden om bij te dragen aan de kaderstellende, toezichthoudende en controlerende rol van de raad.

Overzicht

In onderstaand overzicht staat de meest essentiële financiële informatie van de verbonden partijen. In de latere tabellen staat per verbonden partij de informatie die op grond van artikel 15 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplicht is inclusief bij welk programma uit de begroting het hoort en op welke wijze de verbonden partij bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling van het programma. Daarnaast schrijft artikel 15 BBV voor dat de lijst van verbonden partijen, wordt onderverdeeld in:

1. gemeenschappelijke regelingen;

2. vennootschappen en coöperaties;

3. stichtingen en verenigingen

4. overige verbonden partijen.

 

Met ingang van de jaarstukken 2018 hanteren we deze onderverdeling naar rechtspersoonlijkheid.

De uitgebreidere informatie per verbonden partij is in de zogenaamde factsheets opgenomen. Deze zijn in de raadsvergadering verbonden partijen van juni 2018 door de raad vastgesteld (T18.05425). Op de website van Lansingerland staat, conform artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr), het register Verbonden Partijen.

Gemeenschappelijke regelingen Programma Begroot 2018 Realisatie 2018
Bedrijvenschap Hoefweg 5. Lansingerland ontwikkelt Niet van toepassing. Niet van toepassing.
Bleizo 5. Lansingerland ontwikkelt Niet van toepassing. Niet van toepassing.
DCMR Milieudienst Rijnmond 5. Lansingerland ontwikkelt € 1.200.531(1) € 1.280.610
Jeugdhulp Rijnmond 3. Maatschappelijke ondersteuning € 5.071.778 € 5.990.978
MRDH (Metropoolregio Rotterdam-Den Haag) 1. Bestuur en dienstverlening € 150.846 € 150.846
Openbare Gezondheidszorg Rotterdam-Rijnmond 3. Maatschappelijke ondersteuning € 397.849 € 397.849
Recreatieschap Rottemeren 5. Lansingerland ontwikkelt € 187.807 € 187.807
Schadevergoedingsschap HSL-Zuid 5. Lansingerland ontwikkelt Niet van toepassing. Niet van toepassing.
SVHW (Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffingen en Waardebepaling) 7. Algemene dekkingsmiddelen € 510.000 € 467.946
Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond 4. Lansingerland schoon, heel en veilig € 3.153.728 basiszorg en €28.000 individuele taken en bijdragen € 3.153.728 basiszorg en €28.000 individuele taken en bijdragen
Vennootschappen en coöperaties Programma Begroot 2018 Realisatie 2018
Dunea (vh Duinwater-bedrijf Zuid-Holland) 7. Algemene dekkingsmiddelen Niet van toepassing. Niet van toepassing.
Eneco Groep N.V. 7. Algemene dekkingsmiddelen Niet van toepassing. Inkomst: dividend € 2.095.923
Stedin Holding N.V. 7. Algemene dekkingsmiddelen Niet van toepassing. Inkomst: dividend € 947.551
Stichtingen en verenigingen Programma Begroot 2018 Realisatie 2018
Parkmanagement Bedrijvenpark Oudeland (PMBO) 5. Lansingerland ontwikkelt € 56.737 € 57.887
Overige verbonden partijen Programma Begroot 2018 Realisatie 2018
BNG (Bank Nederlandse Gemeenten) 7. Algemene dekkingsmiddelen Niet van toepassing. Inkomst: dividend € 37.988

BLEIZO

Naam verbonden partij* Bleizo
Vestigingsplaats* Bleiswijk, gemeente Lansingerland
Deelnemende partijen Gemeenten Lansingerland en Zoetermeer
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit?) Het doel van deze GR is het ontwikkelen van het gebied rondom het OV-knooppunt Bleizo, gericht op het realiseren van een nieuw economisch knooppunt met een eigen identiteit. Met de ontwikkeling van een OV-knooppunt en het gebied daarom heen wil de gemeente een gunstig economisch klimaat en een interessant werk – en woongebied creëren voor de inwoners.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) (art. 32 GR Bleizo) Beide gemeenten staan ervoor in dat de GR Bleizo altijd over voldoende middelen beschikt om verplichtingen aan derden te voldoen. Verder komt een batig/nadelig saldo voor 50% ten gunste/laste van Lansingerland, waarbij tevens de afspraak is gemaakt dat Zoetermeer garant staat voor een bedrag van € 9,5 mln. (nadelig saldo) in relatie tot de bijdrage die GR Bleizo levert aan de financiering van het OV Knooppunt Bleizo.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1 januari 2018: € 6,9 miljoen (-/-) Per 31 december 2018: € 2,4 miljoen (-/-)
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018* (Uit: jaarrekening 2018) Per 1 januari 2018: € 59 miljoen Per 31 december 2018: € 68,2 miljoen
Financieel resultaat 2018* (Uit: jaarrekening 2018) € 4,5 miljoen
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2018 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft* Het financiële belang van Lansingerland is ongewijzigd: 50% van winst of verlies van GR Bleizo. Zoetermeer staat garant voor € 9,5 mln. voor de bijdrage van GR Bleizo aan de vervoersknoop Bleizo. De afspraken hierover zijn in 2017 uitgewerkt en met brief U17.03185 is de gemeenteraad hierover geïnformeerd.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? De gemeente Lansingerland en Zoetermeer nemen beiden voor 50% deel in deze gemeenschappelijke regeling. De beide deelnemende gemeenten staan borg voor een eventueel exploitatietekort. GR Bleizo heeft, vanwege de nader uitgewerkte afspraken met betrekking tot de bijdrage vanuit de gemeente Zoetermeer ten behoeve van de het OV knooppunt, per ultimo 2018 een negatief eigen vermogen. De grondexploitatie is verlieslatend, beide deelnemende gemeenten staan voor 50% garant in geval van een tekort. Het saldo contante waarde van de grondexploitatie actualisatie 1-1-2019 bedraagt ca. € 2,4 mln. negatief. Op basis van de huidige inzichten is bij een zekerheidspercentage van 82,5% een risicovoorziening van € 5,3 mln. noodzakelijk om in 82,5% van de gevallen een resultaat van minimaal -/- € 2,4 mln. te behalen. Zowel de gemeente Lansingerland als Zoetermeer staan garant voor een tekort. Bij een verwacht negatief saldo van de grondexploitatie zullen beide gemeenten voor hun aandeel (50%) een voorziening treffen. Het huidig benodigd weerstandsvermogen is circa € 5,3 mln. Dit bedrag kan als volgt afgedekt worden: • Waarborg Zoetermeer € 2,65 • Waarborg Lansingerland € 2,65 Totaal € 5,30 Aanvullend hierop hebben beide gemeenten onderling afspraken gemaakt over de wijze waarop beide gemeenten, in het kader van de uitwerking van de garantstelling van de gemeente Zoetermeer aan GR Bleizo, hiervoor een voorziening treffen en invulling geven aan de waarborgen.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Het onderzoek naar het ontwikkelprogramma van Bleizo kan mogelijk een wijziging van de opdracht voor de GR Bleizo opleveren. Een bestuurlijke keuze over de ontwikkelrichting is hierover nodig.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Financiële analyse: Gemiddeld Bestuurlijke analyse: Laag De GR Bleizo kent nog een behoorlijke looptijd. Ondanks dat de belangen aanzienlijk zijn, maakt dit dat bijsturing mogelijk is. Bestuurlijk hebben we (indirecte) invloed.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma?* De realisatie van de vervoersknoop Bleizo (station Lansingerland-Zoetermeer) en de ontwikkeling van het gebied rondom het knooppunt dragen bij aan de ontwikkeling van Lansingerland als gemeente waarin aantrekkelijk en op duurzame wijze kan worden gewerkt en gewoond.

Bedrijvenschap Hoefweg

Naam verbonden partij* Bedrijvenschap Hoefweg
Vestigingsplaats* Bleiswijk, gemeente Lansingerland
Deelnemende partijen Gemeenten Lansingerland en Zoetermeer
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit?) Ontwikkeling van het bedrijventerrein Hoefweg (Hoefweg-Noord) voor vestigingsmogelijkheden voor bedrijven. Met de ontwikkeling van dit gebied wil de gemeente een gunstig economisch klimaat en daarmee indirect een interessant werk– en woongebied creëren voor de inwoners.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Geen structurele bijdrage aan of van het Bedrijvenschap. Art. 24 en 25 van de GR: de gemeente levert een financiële bijdrage aan het startkapitaal, de gemeenten zorgen voor voldoende middelen zodat de GR aan verplichtingen aan derden kan voldoen. De inbreng en risicoverdeling is op 50%-50% voor elke gemeente vastgesteld. De GR neemt voor 30% deel aan de CV Prisma en voor 31% in de BV Prisma.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1 januari 2018: € 3,4 miljoen Per 31 december 2018: € 6,3 miljoen
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018* (Uit: jaarrekening 2018) Per 1 januari 2018: € 53,5 miljoen Per 31 december 2018: € 49,3 miljoen
Financieel resultaat 2018* (Uit: jaarrekening 2018) € 2,9 miljoen
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2018 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft* Geen.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? De gemeente Lansingerland en Zoetermeer nemen beiden voor 50% deel in deze gemeenschappelijke regeling. De beide deelnemende gemeenten staan borg voor een eventueel exploitatietekort. De opbrengstindex en de financieringsrente hebben het meeste invloed hebben op het resultaat van de grondexploitatie. Andere risico’s die invloed hebben zijn de kostenindex en uitgiftetempo. De uitgevoerde Monte Carlo-simulatie van de huidige grondexploitatie resulteert in een bandbreedte van € 9,3 mln. (NCW) tot € 12,3 mln. (NCW) bij een zekerheidspercentage van 95%. De benodigde weerstandscapaciteit voor de risico’s wordt gevonden in de positieve contante waarde van de grondexploitatie. Beide gemeenten hoeven dus geen weerstandscapaciteit te reserveren. De risicowaarde bedraagt € 3,0 mln. De voornaamste risico’s betreft de financieringsrente en de uitgifteplanning. De weerstandscapaciteit is € 12,9 mln. (ncw grondexploitatie) en daarmee ruim voldoende.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Een deel van het gebied maakt onderdeel uit van het onderzoek naar alternatief ontwikkelprogramma. Een bestuurlijke keuze over de ontwikkelrichting is hierover nodig.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Financiële analyse: Gemiddeld Bestuurlijke analyse: Laag De grondexploitatie van Bedrijvenschap Hoefweg loopt tot en met 2026. In de periode tot 2027 is bijsturing nog goed mogelijk. Bestuurlijk hebben we (indirecte) invloed.

DCMR Milieudienst Rijnmond

Naam verbonden partij* DCMR Milieudienst Rijnmond
Vestigingsplaats* Schiedam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit?) Uitvoeren van de Wet Milieubeheer (Wm), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet bodembescherming (Wbb) voor de Gemeente Lansingerland en advisering op het gebied van milieu en ruimtelijke ordening. Het publieke belang is het bereiken van een goed leefmilieu voor burgers en bedrijven.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) De realisatie bedroeg € 1.280.610. In 2019 is de raming (zoals opgenomen in de begroting ) € 1.500.000.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1 januari 2018: € 8.117.000 Per 31 december 2018: € 5.680.000
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018* (Uit: jaarrekening 2018) Per 1 januari 2018: € 11.838.000 Per 31 december 2018: € 9.669.000
Financieel resultaat 2018* (Uit: jaarrekening 2018) € 839.000 (-/-)
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2018 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft* Er zijn geen veranderingen in het bestuurlijke en publieke belang in 2018.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? De DCMR had in 2018 een begrotingstekort van € 840.000. Voorgesteld is om dit uit de algemene reserves te halen en niet direct de participanten extra te belasten. Dit houdt wel in dat de algemene reserves onder de 3% van het totaal komen, wat een risico met zich meebrengt. De DCMR ontwikkelt een Toekomstagenda. Het DB en AB moet hier echter nog een besluit op nemen. De mogelijke financiële consequenties zijn op dit moment nog niet in beeld gebracht.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? In 2019 hevelen we asbestgerelateerde taken over aan de DCMR, grotendeels vanwege een wettelijke verplichting hiertoe. In het werkplan is hiervoor budget gereserveerd. Ook de komst van de Omgevingswet en het voorbereiden hierop kan financiele consequenties hebben. Dit zal lopende het jaar met het doorontwikkelen van de Toekomstagenda duidelijker worden.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Het financiële risico is gemiddeld. Dit heeft te maken met het feit dat in de Gemeenschappelijke Regeling een garantstelling voor de deelnemende gemeenten is opgenomen, de bedrijfsvoering nog niet volledig op orde is en Lansingerland slechts deels invloed heeft om financieel bij te sturen. Lansingerland heeft vooral invloed op het financieel bijsturen op de bijdrage die wij betalen voor de uitvoering van het werkplan. Het bestuurlijke (inhoudelijke) risico is laag, omdat de belangen van DCMR hetzelfde zijn als onze belangen, er duidelijke afspraken met de DCMR zijn gemaakt die we regelmatig monitoren en we veel vertrouwen in deze verbonden partij hebben.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma?* Niet alleen voert de DCMR de milieu-gerelateerde VTH-taken voor Lansingerland uit, ook de aandacht voor energietransitie en circulaire economie is in lijn met onze ambitie op duurzaamheid. Bij de besprekingen van de werkplannen, het trimesteroverleg en het Bestuurlijke Overleg monitoren we de voortgang van de doelen en acties.

Jeugdhulp Rijnmond

Naam verbonden partij* Jeugdhulp Rijnmond
Vestigingsplaats* Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit?) De GR heeft 3 doelstellingen: 1. Uitvoering te geven aan de wettelijke verplichtingen tot regionale samenwerking uit de Jeugdwet in het kader van Veilig Thuis (AMHK), jeugdreclassering en jeugdbescherming. 2. Het uitvoeren van bovenlokale taken door middel van het contracteren en/of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp, -reclassering en -beschermingsmaatregelen in het kader van de Jeugdwet. 3. Realiseren van overleg, kennisontwikkeling en -overdracht tussen de aangesloten gemeenten.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) De GR Jeugdhulp is opgericht voor de inkoop van verschillende vormen van jeugdhulp waar gemeenten verantwoordelijk voor zijn. De inleg van de gemeente Lansingerland bedraagt in 2018 € 5.856.015 (inclusief organisatiekosten).
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Algemene reserve: Per 1 januari 2018: € 2.249.090 Per 31 december 2018: € 0
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018* (Uit: jaarrekening 2018) Vreemd vermogen: Per 1 januari 2018: € 36.107.263 Per 31 december 2018: € 47.881.156
Financieel resultaat 2018* (Uit: jaarrekening 2018) € 0,-
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2018 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft* In de vergadering van april 2018 heeft het Algemeen Bestuur van de GRJR ingestemd met het verhogen van de begroting 2018 door de volgende ontwikkelingen: 1. Bijstelling inleg 2018 door gemeenten op basis van de definitieve afrekening 2016; 2. Verhoging van de bijdrage aan de Gecertificeerde Instellingen; 3. Extra middelen Stichting Veilig Thuis. De bovenstaande ontwikkelingen leidden voor 2018 tot een extra bijdrage voor Lansingerland van € 317.031 ten opzichte van de vastgestelde begroting van 2018. Naast de bovenstaande verhoging van de bijdrage bleek in de loop van het jaar dat het zorggebruik in onze regio verder toeneemt. Dit zal leiden tot een tekort binnen de gemeenschappelijke regeling over het boekjaar 2018. Omdat de GRJR haar boekjaren niet negatief af kan sluiten en geen eigen vermogen in kas heeft, leidt dit tot een extra bijdrage van de aangesloten gemeenten. Voor Lansingerland ramen wij deze extra bijdrage op € 564.963,-. Het verschil tussen deze bijdrage en het werkelijke gebruik van jeugdzorg door onze inwoners wordt in de boekjaren 2020-2022 afgerekend door middel van de ‘vlaktaks’. Gedurende 2018 informeerden wij de Raad over de bovenstaande ontwikkelingen door brieven U18.01810 en U18.11288.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Toenemend zorggebruik in een open einde regeling Er is sinds 2017 sprake van aanzienlijke kostenstijgingen binnen de specialistische jeugdzorg. Wij zijn hierin niet uniek: in heel Nederland worstelen gemeenten en regio’s met kostenoverschrijdingen. Het is duidelijk dat de met de decentralisatie en transformatie beoogde besparingen nog onvoldoende op gang komen: de aantallen kinderen met jeugdhulp nemen (nog) niet af en de beoogde besparingen worden (nog) niet gerealiseerd. Resultaatgerichte inkoop 2018 Met ingang van 1 januari 2018 is de GRJR overgegaan op het resultaatgericht inkopen van ondersteuning. De insteek hiervan is om bij de inzet van ondersteuning minder product- en meer resultaatgericht te werken. De insteek van deze gewijzigde inkoop is budgetneutraliteit. Niettemin houdt deze wijziging een zeker risico van een verhoging van de kosten in.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Aandachtspunten zijn: 1. In het licht van de (financiële) ontwikkelingen in de specialistische jeugdhulp intensiveren en versterken wij onze inspanningen op het gebied van de transformatie. Wij formuleren hiertoe een samenhangende aanpak, op zowel lokaal als regionaal niveau. 2. In regionaal verband brengen wij in beeld of en in hoeverre de resultaatgerichte inkoop leidt tot hogere kosten. Wij betrekken de bevindingen hiervan bij het besluit over de inkoop van specialistische jeugdzorg in 2022 en verder. 3. In 2019 beoordelen en verbeteren wij (waar nodig) het functioneren en de interne aansturing van de Gemeenschappelijke Regeling 4. Wij implementeren de aanbevelingen uit het ‘Berenschot-onderzoek’ naar de toename van jeugdhulp in onze gemeente
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Risicobeleid GR In het kader van de begroting 2018 heeft de GR een risico-inventarisatie opgesteld. Op basis van deze inventarisatie is besloten het risicopercentage in de huidige begroting op 1,5% te zetten. Een update van deze inventarisatie in 2018 resulteerde in een gewogen risicopercentage van 3,0 % voor 2018 en 2,3% voor 2019. Dit wordt mede veroorzaakt door enkele (incidentele) grote risico’s die voortkomen uit de nieuwe resultaatgerichte financiering van de Jeugdhulp. Het Algemeen Bestuur heeft besloten om het risicopercentage 2018 en 2019 te handhaven op 1,5%. De risico-inventarisatie wordt gedurende 2018 enkele malen geactualiseerd op basis van de dan bekende informatie. De eerste actualisatie vindt in april plaats en de tweede in principe in september. Voor de deelnemende gemeenten geldt daarbij dat eventuele overschrijdingen in het budget lopende het begrotingsjaar, of bij jaarrekening door de gemeenten moeten worden vergoed. Gemeentelijk risicobeleid 1. Op basis van de financiële analyse is er een hoog risico verbonden aan de GR Jeugdhulp. De gemeente heeft een hoge jaarlijkse financiële bijdrage. In 2015 is besloten dat eventuele tekorten door de deelnemende gemeenten worden gedekt waardoor het weerstandsvermogen van de GR bij de gemeenten wordt gelegd. 2. Op basis van de bestuurlijke analyse is er een gemiddeld risico verbonden aan de GR. De te leveren afspraken zijn van invloed op de gemeentelijke doelstellingen. Lansingerland is vertegenwoordigd in het AB en DB. Omdat Rotterdam een grote invloed heeft op de besluitvorming (50% van de GR gevormd wordt door de gemeente Rotterdam) brengt dit een zeker risico met zich mee.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma?* De GR Jeugdhulp draagt zorg voor de inkoop van verschillende vormen van specialistische jeugdhulp. De uitvoering van deze taken valt onder onder wettelijke plicht zoals vastgelegd in de Jeugdwet.

Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH)

Naam verbonden partij* MRDH (Metropoolregio Rotterdam-Den Haag)
Vestigingsplaats* Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit?) Doel is het versterken van de internationale concurrentiepositie van de regio.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) De Brede Doeluitkering (BDU) voor verkeer en vervoer is de belangrijkste dekking voor de kosten van de twee programma’s exploitatie verkeer en openbaar vervoer, infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. De inwonerbijdrage bedraagt € 2,51 per inwoner voor het programma economisch vestigingsklimaat. Dit komt op een totaal bedrag van
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1 januari 2018: € 7,4 miljoen Per 31 december 2018: € 15,4 miljoen
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018* (Uit: jaarrekening 2018) Per 1 januari 2018: € 1.348,2 miljoen Per 31 december 2018: € 1.543,3 miljoen
Financieel resultaat 2018* (Uit: jaarrekening 2018) € 7,9 miljoen (voor bestemming)
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2018 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft* Er waren geen veranderingen in de bijdrage voor 2018. Bijdrage voor Economisch Vestigingsklimaat is gebaseerd op het inwonersaantal.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? De MRDH heeft de komende jaren tijdelijk te maken met een tekort (overbesteding) op de BDU-middelen. Overbesteding houdt in dat het saldo van beschikbare middelen en bestedingen in enig jaar negatief is. Tot en met de Begroting 2018 hanteerde de MRDH het uitgangspunt dat een tekort op de BDU-middelen is toegestaan onder de voorwaarde dat over een periode van tien jaar het saldo van beschikbare middelen en bestedingen positief is. Een extern kader voor deze termijn ontbrak toen nog. Een externe partij is daarom gevraagd om nader onderzoek te doen naar de kaders voor overbesteding. De provincie is betrokken geweest bij dit onderzoek. Conclusie uit dit onderzoek is dat de MRDH zich voor wat betreft de termijn van overbesteding dient te houden aan de uitgangspunten voor structureel begrotingsevenwicht die de provincie Zuid-Holland als toezichthouder hiervoor hanteert. De wettelijke termijn van overbesteding is daarmee bepaald op een maximale periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren. Een tekort in 2019 moet dus uiterlijk in 2022 zijn aangezuiverd. Hierbij geldt ook dat de begroting in de drie jaar na het inlopen van het tekort geen tekort mag laten zien. Vanwege de afronding van een aantal grote infrastructurele projecten in deze periode (o.a. Hoekse Lijn, Bleizo) is er vanaf 2022 weer sprake van een overschot. De Brede Doeluitkering (BDU) verkeer en vervoer blijft na eerdere kortingen min of meer gelijk, maar de kosten van beheer en onderhoud van de railinfrastructuur stijgen. Er is dus effectief minder geld om nieuwe investeringen te doen terwijl de opgaven waar deze regio voor staat steeds groter worden. Dat leidt tot meer doen met minder en dus op het verder continueren van kostenbeheersing op regulier beheer en onderhoud, vervangingsinvesteringen rail en op financieringskosten van de railvoertuigen.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Projecten zijn vaak gemeente en regio overschrijdend waardoor ook andere overheden en/of bestuurslagen betrokken zijn. Investeringen voor de projecten moeten bedrijven, kennisinstellingen en overheden bij elkaar brengen. De aandachtspunten voor Lansingerland zijn de verdere uitwerking van de projecten uit het investeringsprogramma en de daarbij behorende financiën te genereren. In het investeringsprogramma zijn ook andere projecten opgenomen zoals corridor A12 (o.a. logistieke hotspot, railterminal), energie-infrastructuur (warmtenet), geothermie, greenport en vaarroutes (Rotte – Rijn – Vliet). De MRDH kan in het samenbrengen van gemeenten en het definiëren van regionale projecten een voortrekkersrol vervullen om in gesprek te gaan met andere gemeenten en marktpartijen. Als vervolg op de MIRT Rotterdam Den Haag (Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport) wordt aan een aantal tafels de strategie van de regio uitgewerkt. Deze studies moeten richting geven aan nieuwe grote infrastructurele projecten in relatie tot andere ruimtelijke ontwikkelingen zoals de woningbouwopgave. Dit geeft richting aan de doorontwikkeling van het hoogwaardige OV-net in onze regio. Ook in Lansingerland worden OV-lijnen verkend, zoals de ZoRo. De projecten en de organisatie van de Vervoersautoriteit (VA) worden grotendeels bekostigd uit de reguliere Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Daarnaast zijn er nog specifieke rijksbijdragen, zoals gelden voor het programma Beter Benutten Vervolg en het Actieprogramma Regionaal OV die beiden zijn toegevoegd aan de BDU. De komende jaren is er een stevige opgave om de kosten van het openbaar vervoer te drukken. Door een oplopende beheerlast neemt het investeringsvermogen af.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Uit de financiële analyse blijkt dat het risico gemiddeld is. Dit is met name gelegen in het beperkte weerstandsvermogen van de MRDH enerzijds en de afdekking van de risico’s door de MRDH anderzijds zoals ook opgenomen in het treasurystatuut. De wettelijke termijn van overbesteding is bepaald op een maximale periode van drie achtereen-volgende kalenderjaren. Om in de toekomst meer duidelijkheid te hebben over de (financiële) risico’s van grote infrastructurele projecten verwachten we dat de MRDH de reeds aangekondigde beleidsnota risicomanagement en weerstandsvermogen in 2018 opstelt. Het bestuurlijk risico is laag. Lansingerland onderschrijft het belang van de MRDH en staat achter de missie en de visie. De uitwerking van de programma’s vindt in goed overleg met alle gremia plaats.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma?* In de gemeenschappelijke regeling (GR) Metropoolregio Rotterdam Den Haag is opgenomen dat er vijfjaarlijks geëvalueerd wordt en de eerste evaluatie plaatsvindt twee jaar na inwerkingtreding van de GR. Uit het evaluatierapport, afgerond eind 2017, komt naar voren dat de steun voor MRDH is toegenomen, de relatie tussen de MRDH en provincie is verbeterd en dat er binnen de bestaande structuur gezocht moet worden naar verbeteringen. Met name de rol van de adviescommissie behoeft verdere uitwerking. In de zienswijze (U17.13458) heeft de raad van Lansingerland aan gegeven dat de adviescommissie niet een lichtere maar een andere invulling dient te krijgen. Een concrete verbetering is de invoering van portefeuillehouders in het AB waardoor het bestuurlijk eigenaarschap is versterkt. Sinds november 2018 heeft Lansingerland ook een klankbordgroep MRDH, één van de aanbevelingen uit het evaluterapport. De MRDH heeft in 2016 en 2017 grote stappen voorwaarts gezet met de uitwerking van de aanbevelingen uit het OESO-rapport en Roadmap Next Economy als leidraad voor het investeringsprogramma. De MRDH werkt in 2018 verder aan de concretisering, ook voor projecten waarbij Lansingerland is betrokken.

Gemeenschappelijke Regeling GGD Rotterdam-Rijnmond

Naam verbonden partij* Openbare Gezondheidszorg Rotterdam-Rijnmond
Vestigingsplaats* Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit?) Artikel 3 van de GR: Het lichaam heeft tot doel: 1. het beschermen en bevorderen van de gezondheid van de bevolking of van specifieke groepen daarbinnen, in het rechtsgebied van het lichaam; 2. het voorkómen en het vroegtijdig opsporen van ziekten onder de bevolking; 3. alles wat met het bovenstaande in de ruimste zin verband houdt. De regeling regelt de deelnemersbijdrage van de deelnemende gemeente voor de inkoop van het basispakket. De GGD is leverancier en uitvoerder van het basispakket. Het publieke belang is de openbare gezondheid.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Lansingerland droeg in 2018 € 398.250 bij aan de gemeenschappelijke inkoop van het basistakenpakket. Dit bedrag bestaat uit € 306.625 voor het algemene basistakenpakket en € 91.625 voor de inspecties kinderopvang (variabel deel basistakenpakket). De werkelijke verrekening van het variabele deel van het basistakenpakket vindt plaats in 2019.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) De gemeenschappelijke regeling van de GGD-RR kent geen balans en andere financiële staten om in de begroting op te nemen aangezien alleen de gemeente Rotterdam eigenaar is van de organisatie. Personeel en eventuele risico’s zijn daarmee voor rekening van de gemeente Rotterdam. De gemeenschappelijke regeling GGD-RR regelt in materiële zin slechts de inkoop van producten. Daarmee is de gemeenschappelijke regeling financieel “leeg”, dus zonder bezittingen, waardoor er ook geen balans is. Het financiële risico voor deelname aan de regeling is voor regiogemeenten dus ook niet aanwezig.
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018* (Uit: jaarrekening 2018) Niet van toepassing, zie tekst bij ‘Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018’.
Financieel resultaat 2018* (Uit: jaarrekening 2018) Niet van toepassing, zie tekst bij ‘Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018’.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2018 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft* Niet van toepassing, zie tekst bij ‘Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018’.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Geen, voor zover nu bekend.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? De omvang van het basispakket wordt steeds voor vier jaar vastgesteld. De huidige begrotingscyclus loopt van 2019-2022. Aanpassingen in het basispakket vinden slechts plaats indien alle gemeenten hiermee akkoord gaan.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Geen. De gemeente Rotterdam is risicodrager.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma?* Uitvoering van de verplichtingen uit de Wet publieke gezondheid (WPG) tegen een aanvaardbare kostprijs blijft een aandachtspunt. Het basispakket moet garanderen dat wij voldoen aan de verplichtingen die wij hebben vanuit de Wpg.

Recreatieschap Rottemeren

Naam verbonden partij* Recreatieschap Rottemeren
Vestigingsplaats* Rotterdam
Deelnemende partijen Gemeente Rotterdam, Zuidplas en Lansingerland
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit?) Het in onderlinge samenhang behartigen van de belangen openluchtrecreatie, natuurbescherming en het bewaren en bevorderen van het natuur en landschapsschoon.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Deelnemers : Zuidplas (4%), Rotterdam (91%) en Lansingerland (5%), bijdrage in 2018 € 187.807.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1 januari 2018: € 17.242.221 Per 31 december 2018: € 16.300.718
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018* (Uit: jaarrekening 2018) Per 1 januari 2018: € 5.397.134 Per 31 december 2018: € 6.991.129
Financieel resultaat 2018* (Uit: jaarrekening 2018) € 47.913
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2018 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft* Geen veranderingen in het financiële belang van (5%)
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? N.n.b.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Met de vaststelling van het Kader voor het Recreatieschap Rottemeren worden de recreatiekaders gesteld waaraan het Recreatieschap uitvoering geeft. Dit wordt uitgewerkt in een ontwikkelplan met uitvoeringsacties. De kwaliteitsimpuls Lage Bergse Bos en de essentaksterfte maken dat het gebied in de picture staat en de (deel)gebieden de komende jaren aangepakt gaan worden.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Het financiële risico is laag. Er is sprake van een hoge Algemene reserve. Bestuurlijk risico is laag. Met het recreatiekader geven de gemeenten sturing aan het Recreatieschap Rottemeren.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma?* Het in stand houden, ontsluiten en exploiteren van het recreatiegebied Rottemeren draagt bij aan de ontwikkeling van Lansingerland als gemeente waarin op een aantrekkelijke wijze gewoond, gewerkt en gerecreëerd kan worden.

Schadevergoedingsschap HSL-Zuid, A16 en A4

Naam verbonden partij* Schadevergoedingsschap HSL-Zuid, A16 en A4
Vestigingsplaats* Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit?) In artikel 2 van de gemeenschappelijke regeling staat opgenomen: “Het doel van de regeling is het bevorderen dat de behandeling van verzoeken om schadevergoeding die verband houden met de aanleg van de HSL-Zuid en de verbreding, verlegging en reconstructie van de A-16 (….), respectievelijk de A-4, en de beslissing op die verzoeken doelmatig, deskundig en op gelijke wijze plaatsvinden. Door deze regeling wordt tevens voor de burgers duidelijkheid geschapen over de terzake bevoegde instantie”.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Alle kosten van het Schap en van de door het Schap toegekende schadevergoedingen worden betaald door de Rijksoverheid.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Er is geen sprake van een eigen vermogen.
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018* (Uit: jaarrekening 2018) Er is geen sprake van een vreemd vermogen.
Financieel resultaat 2018* (Uit: jaarrekening 2018) Financieel resultaat 2018: Algemene kosten – PM Deskundigen kosten – PM Schadevergoedingen – PM Totaal – PM De dechargebrief wordt eind april verwacht.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2018 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft* Vanwege het feit dat alle kosten voor rekening komen van het Ministerie van I&W is er geen sprake van een financieel belang voor de gemeente.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Er zijn thans geen financiële risico’s bekend. Het Schap heeft met het Ministerie de afspraak gemaakt dat wanneer er een schadeverzoek met een aanmerkelijk belang wordt ingediend dat deze, met het oog op risicomanagement, direct bij het Ministerie kenbaar wordt gemaakt.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Naar verwachting zal medio 2019 inzicht bestaan in het effect van het maatregelenpakket. Het Schap kan de nieuwe en aanvullende aanvragen tot schadevergoeding eerst in behandeling nemen als door de geluidsdeskundige (belast met de akoestische berekeningen) uitsluitsel wordt gegeven op de vraag of er sprake is van een toename van geluid en de mitigerende effecten van de maatregel bekend zijn. ProRail coördineert de uitvoering van het maatregelenpakket.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Er is geen sprake van een financieel risico omdat alle kosten voor rekening komen van het Ministerie van I&W. In bestuurlijke zin is vrijwel geen risico te verwachten omdat het Algemeen bestuur van het Schap bevoegd is te beslissen op de aanvragen.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma?* Er wordt nog steeds overeenkomstig het oorspronkelijke doel gewerkt: doelmatig, deskundig en gelijkmatig behandelen van alle verzoeken om schadevergoeding in verband met de aanleg van de HSL-Zuid. Naar verwachting zullen er in de komende jaren nieuwe en aanvullende verzoeken om schadevergoeding door belanghebbenden uit Lansingerland worden ingediend.

SVHW (Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffingen en Waardebepaling)

Naam verbonden partij* SVHW (Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffingen en Waardebepaling)
Vestigingsplaats* Klaaswaal
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit?) (art 3 GR) Een zo doelmatig mogelijke uitvoering van werkzaamheden met betrekking tot 1. de heffing en invordering van belastingen 2. de uitvoering van Wet waardering onroerende zaken (woz) 3. de administratie van vastgoedgegevens 4. het verstrekken van vastgoedgegevens aan deelnemers en derden
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) De bijdrage van Lansingerland voor 2018 bedraagt € 510.000 inclusief BTW. Na aftrek van compensabele BTW bedraagt de netto-bijdrage met betrekking tot 2018 € 466.096. In 2018 is de afrekening 2017 ontvangen van per saldo € 1.850. De totale netto-kosten in 2018 komen hiermee op een totaalbedrag van € 467.946.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1 januari 2018: € 1.273.000 Per 31 december 2018: € 1.507.000
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018* (Uit: jaarrekening 2018) Per 1 januari 2018: € 5.633.000 Per 31 december 2018: € 5.488.000
Financieel resultaat 2018* (Uit: jaarrekening 2018) € 589.000
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2018 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft* Geen
Welke mogelijke veranderingen in de financiële bijdrage van LL of wijzigingen in systematiek van bijdragen zijn er de komende 2 jaar te verwachten voor LL? Het financieel beleid van SVHW voor de komende jaren blijft gericht op maximalisatie van de ontvangsten in combinatie met kostenbesparingen en een restrictief uitgavenbeleid. Door het toetreden van deelnemers moet een breder draagvlak ontstaan voor kosten en efficiencyverbetering. Deze kan mogelijk leiden tot een bescheiden verhoging dan wel verlaging van de bijdrage van de deelnemende gemeenten. Aanpassing van het huidige tariefmodel kan alleen plaatsvinden als alle deelnemers akkoord gaan met de aanpassingen.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Het SVHW streeft ernaar om risico 's zoveel mogelijk te ondervangen. Dat is de reden waarom diverse verzekeringen afgesloten zijn voor het onroerend goed, inventaris en personeel. De risico’s waarmee het SVHW geconfronteerd zou kunnen worden zijn: • automatiseringsomgeving; • calamiteiten van huisvesting; • renterisico op een geldlening; • personeel. SVHW is een belangrijke organisatie voor haar 22 deelnemers. Continuïteit van de bedrijfsvoering is daarom essentieel. Het borgen van de bedrijfsvoering dient op het niveau van directie en DB te kunnen worden beslist. Bij het opvangen van de gevolgen van calamiteiten is het onwenselijk dat de organisatie afhankelijk zou zijn van de besluitvorming van de deelnemers. Gelet op genoemde risico's en de behoefte aan continuïteit van de bedrijfsvoering is het gewenst een financiële buffer in stand te houden. In de vergadering van het Algemeen bestuur van 5 december 2013 is daarom besloten de omvang vast te stellen op minimaal € 400.000 en maximaal € 700.000.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Door gemeentelijke herindelingen zullen in 2019 deelnemers uittreden en nieuwe toetreden. Het veranderproces is reeds in 2018 ingezet. De uittredende deelnemers betalen een uittredingsvergoeding die de frictiekosten van dit proces dekken.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Op basis van de financiële en bestuurlijke analyse kan worden vastgesteld dat het risicoprofiel gemiddeld is. De jaarlijkse bijdrage is gemiddeld en de gemeente is deels financieel aansprakelijk. Het weerstandsvermogen van SVHW is op peil en de bedrijfsvoering en kwaliteit van het risicomanagement zijn toereikend. Uit de financiële analyse komt derhalve de score gemiddeld. De bestuurlijke analyse geeft tevens een score van gemiddeld. Lansingerland is vertegenwoordigd in het Algemeen Bestuur, er zijn duidelijke afspraken over de informatievoorziening en het belang van het SVHW komt volledig overeen met het belang van Lansingerland. De te leveren prestaties door het SVHW zijn echter maximaal van invloed.

Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

Naam verbonden partij* Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
Vestigingsplaats* Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit?) Doel openbaar lichaam: A. Het doelmatig organiseren en coördineren van werkzaamheden ter voorkoming, beperking en bestrijding van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt, het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand, het beperken en bestrijden van rampen en overigens het bevorderen van een goede hulpverlening bij ongevallen en rampen; B. Het doelmatig organiseren en coördineren van het vervoer van zieken en ongeval slachtoffers, de registratie daarvan en het bevorderen van adequate opname van zieken en ongeval slachtoffers in ziekenhuizen of andere instelling voor intramurale zorg; C. Het voorbereiden en bewerkstelligen van een doelmatig georganiseerde en gecoördineerde geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen; D. Het geven van invulling aan de regionale taken ten aanzien van het waarborgen van de fysieke veiligheid van de organisatie en het voorbereiden op rampenbestrijding en crisisbeheersing en de hiermee verband houdende multidisciplinaire samenwerking, waaronder begrepen de Gemeenschappelijke Meldkamer als integraal informatieknooppunt. Het publieke belang wordt behartigd door het voorkomen, beperken en bestrijden van rampen en crises.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Bijdrage 2018 is € 3.181.728. Dit bedrag is als volgt opgebouwd: € 3.153.728 (basiszorg) en € 28.000 (individuele taken en bijdragen)
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1 januari 2018: € 10.902.995 Per 31 december 2018: € 12.781.743
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018* (Uit: jaarrekening 2018) Per 1 januari 2018: € 76.442.468 Per 31 december 2018: € 64.799.541
Financieel resultaat 2018* (Uit: jaarrekening 2018) € 1.421.373 (-/-)
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2018 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft* De gemeentelijke bijdragen basiszorg zijn aangepast aan de actuele inwoneraantallen per 1 januari 2017.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? In de begroting 2019 is een aantal risico’s opgenomen, waaronder: 1. Vrijwaring van gemeenten voor aansprakelijkheid van niet verzekerbare risico’s. Het gaat hier om juridische gevolgrisico’s, zoals claims; 2. Gevolgen van (veranderde) wet en regelgeving niet tijdig op kunnen vangen; 3. Cao-wijziging en het 2e loopbaanbeleid; 4. Vertraagd tempo en/of onvoldoende aanpassingen bijdragen van stakeholders van de VRR t.b.v. kostenontwikkeling; 5. Wegvallen en niet toereikend zijn van subsidie impuls omgevingsveiligheid; 6. Wegvallen en niet toereikend zijn van gelden landelijk expertisecentrum (LEC); 7. Jaarlijks wordt onderhandeld met zorgverzekeraars over de budgetten inzake spreidingen beschikbaarheid van de ambulance. Het risico bestaat dat het budget niet toereikend is om de diensten te regelen conform het spreidings- en beschikbaarheidsplan.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? 1. Invoering van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) en het risico dat de vrijwilligersstatus bij de brandweer vervalt; 2. Er is een risico dat er kosten ten laste van de VRR overblijven na overname van het beheer van de meldkamer, door de politie in 2020; 3. In 2020 verhoogt de inwonersbijdrage met 0,69 per inwoner, als gevolg van het wegvallen van de inkomsten uit het Openbare meldsysteem (OMS).
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Het doelmatig organiseren en coördineren van werkzaamheden ter voorkoming, beperking en bestrijding van brand en alle aspecten die daarbij horen is een doelstelling die de VRR goed vervult. Daarmee draagt de verbonden partij dus zeker bij aan het oorspronkelijke doel. Dat geldt ook voor het tweede en derde doel van de VRR namelijk het doelmatig organiseren en registreren van het vervoer van zieken en ongevalsslachtoffers, en het voorbereiden en bewerkstelligen van een doelmatig georganiseerde en gecoördineerde geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen. Bij het vierde doel, het geven van invulling aan de regionale taken ten aanzien van het waarborgen van de fysieke veiligheid van de organisatie zien wij dat de VRR zeker invulling geeft aan dit doel. Wat ons betreft mag de VRR nog meer sturen op een intergemeentelijke samenwerking en de vorming van een regionaal flexibel inzetbare pool van medewerkers tijdens crises en rampen.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma?* De omvang van de jaarlijkse financiële bijdrage aan de VRR is hoog. Ondanks dat de jaarlijkse financiële bijdrage hoog is, is het financiële risico gemiddeld. Dit heeft ermee te maken dat VRR vaste taken heeft. Eventuele negatieve risico’s zijn laag. Het risico wordt verspreid doordat 15 gemeenten deelnemen aan deze Gemeenschappelijke regeling. Het bestuurlijke inhoudelijke risico is laag. Er zijn duidelijke afspraken gemaakt met de VRR die we regelmatig monitoren. De gemeente Lansingerland heeft zitting in het DB van de VRR. De burgemeester maakt tevens deel uit van de bestuurlijke auditcommissie die een controlerende functie uitoefent op het beheer en de bedrijfsvoering van de VRR.

NV Duinwaterbedijf Zuid-Holland (Handelsnaam Dunea)

Naam verbonden partij* Dunea (vh Duinwater-bedrijf Zuid-Holland)
Vestigingsplaats* ´s-Gravenhage
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit?) Dunea wil een vitale organisatie zijn die toekomstbestendige producten en diensten levert en daarbij duidelijk zichtbaar is als maatschappelijke onderneming. De nieuwe strategie Koers 2020 heeft vier accenten: Klantaccent, onderscheidend in dienstverlening en kwaliteit; Beter voorbereid op de toekomst door verbreding producten & diensten; Het zijn van duinbeheerder van wereldklasse; Strijden voor het drinkwaterbelang van de Lek en de Maas. Het publieke belang bestaat uit de gewaarborgde levering van drinkwater aan alle klanten binnen het verzorgingsgebied en het natuurbeheer in de duingebieden.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Statutair mag Dunea geen dividend uitkeren. Lansingerland bezit 186.584 aandelen (na de periodieke herverdeling in 2018) van de in totaal 4.000.000 uitgegeven aandelen.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1 januari 2018: € 184,5 miljoen Per 31 december 2018: € 193,3 miljoen
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018* (Uit: jaarrekening 2018) Per 1 januari 2018: € 391,7 miljoen Per 31 december 2018: € 401,7 miljoen
Financieel resultaat 2018* (Uit: jaarrekening 2018) € 8,8 miljoen
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2018 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft* Geen
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Geen
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? De aandachtspunten blijven het verzorgen van een goede drinkwatervoorziening en beheer van het duingebied.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Op basis van de financiële en bestuurlijke analyse kan worden vastgesteld dat het risicoprofiel laag is. Lansingerland is aandeelhouder en loopt daardoor in principe geen of een beperkt financieel of bestuurlijk risico.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma?* Lansingerland is aandeelhouder.

Eneco Groep

Naam verbonden partij* Eneco Groep N.V.
Vestigingsplaats* Rotterdam
Deelnemende partijen De aandelen van Eneco Groep N.V. zijn in eigendom van 44 Nederlandse gemeenten.
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit?) Deze verbonden partij draagt niet meer bij aan de realisatie of borging van een publiek belang. De gemeente Lansingerland heeft zich in 2017 bezonnen op het toekomstig aandeelhouderschap van Eneco Groep N.V. Daartoe is in 2017 een traject gelopen, gezamenlijk met alle aandeelhouders van Eneco, om hier op een zorgvuldige wijze naar te kijken. In dit proces is de raad intensief betrokken. Uitkomst is dat Lansingerland constateert dat het aandeelhouderschap in Eneco niet noodzakelijk is om publieke belangen te realiseren of te borgen. Mede om die reden heeft Lansingerland op 31 oktober 2017 besloten om het aandelenbelang in Eneco af te bouwen.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Het geprognotiseerde dividend is in de meerjarenbegroting opgenomen als algemeen structureel dekkingsmiddel. Lansingerland is de vijfde aandeelhouder met een aandeel van 3,38% in het aandelenkapitaal.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1 januari 2018: € 2.869 miljoen Per 31 december 2018: € 2.939 miljoen
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018* (Uit: jaarrekening 2018) Per 1 januari 2018: € 2.787 miljoen Per 31 december 2018: € 2.804 miljoen
Financieel resultaat 2018* (Uit: jaarrekening 2018) Het nettoresultaat over 2017 van Eneco Groep N.V. bedraagt € 127 miljoen, waarvan de helft in 2018 als dividend uitgekeerd is aan aandeelhouders. Voor Lansingerland betekent dit een nettodividend voor het eigen boekjaar 2018 van € 2.095.923. Het nettoresultaat over 2018 van Eneco Groep N.V. bedraagt € 136 miljoen, waarvan de helft in 2019 als dividend uitgekeerd wordt aan aandeelhouders. Voor Lansingerland betekent dit een nettodividend voor het eigen boekjaar 2019 van € 2,3 miljoen.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2018 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft* Niet van toepassing
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? De dividenduitkering is een vast dekkingsmiddel in onze begroting. De omvang van het uit te keren dividend is afhankelijk van de nettowinst in enig jaar en de solvabiliteit. De mogelijke tegenvallers in de nettowinst van de onderneming én een eventuele verkoop van het aandelenbelang zijn een financieel risico. Als gevolg van verkoop valt een structureel geraamd dividend weg.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? De gemeente Lansingerland heeft zich in 2017 bezonnen op het toekomstig aandeelhouderschap van Eneco Groep. Uitkomst is dat Lansingerland constateert dat het aandeelhouderschap in Eneco niet noodzakelijk is om publieke belangen te realiseren of te borgen, dat de zeggenschap over Eneco beperkt is en dat het risicoprofiel van Eneco significant veranderd is en op basis van de huidige strategie verder veranderen zal. Daarom heeft Lansingerland op 31 oktober 2017 besloten om het aandelenbelang in Eneco af te bouwen. Een grote meerderheid van de aandeelhouders heeft hetzelfde afbouwbesluit genomen. Naar verwachting eind 2019kan het transactieproces resulteren in een concreet bod of in de financiële contouren van een voorgestelde beursgang. Op dat moment is er dus concreter zicht op de uiteindelijke waarde van het te verkopen aandelenpakket. Algehele of gedeeltelijke afbouw van het aandelenbelang heeft onder meer een direct effect op de omvang van het jaarlijkse geprognotiseerde dividend van Eneco én de totale financieringspositie van de gemeente.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Uitkomst van de financiële analyse is dat het financieel risicoprofiel gemiddeld is. De geraamde dividenden zijn aanzienlijk, terwijl Eneco opereert in een commerciële markt met een aanzienlijk investeringsprogramma, mede in het buitenland. Dit geeft een vergroot risico met betrekking tot de stabiliteit van de nettowinst en daarmee van het dividend. Ook heeft Eneco in 2018 een meerjarig intern verandertraject ingezet met als doel het rendement te verbeteren. De financiële effecten daarvan zijn al merkbaar in boekjaar 2018. Het resultaat over het jaar 2018 van Eneco bedraagt € 136 miljoen. De verwachting is dat het resultaat over 2019 niet lager is dan het resultaat over 2018. Uitkomst van de bestuurlijke analyse is dat het bestuurlijke risicoprofiel hoog is. Eneco zit in een transactieproces c.q. privatiseringsproces. Ook vond, voorafgaand aan dit proces, veel discussie plaats over ondermeer rollen en verantwoordelijkheden uitmondend in een mediationtraject. Ook heeft in 2018 de Ondernemingskamer een enquête-onderzoek gelast. Eneco is een zogenaamde structuurvennootschap. De rechtstreekse invloed van aandeelhouder(s) op de RvC en RvB is daardoor beperkt.

Stedin Groep

Naam verbonden partij* Stedin Holding N.V.
Vestigingsplaats* Rotterdam
Deelnemende partijen De aandelen van Stedin Holding N.V. zijn in eigendom van 44 Nederlandse gemeenten.
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit?) De waarborging van levering van energie aan de klanten binnen het verzorgingsgebied door middel van netbeheer als bedoeld in de Electriciteitswet en de Gaswet.
Veranderingen in 2018 en 2018 in het bestuurlijke en publieke belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft. De hoofdactiviteit van Stedin is het uitvoeren van wettelijke netbeheertaken. Stedin oriënteert zich op het afstoten van commerciële activiteiten en heeft in dat kader in 2018 Joulz Energy Solutions (JES) verkocht aan VolkerWessels en in 2019 Joulz Diensten aan 3i Infrastructure. Lansingerland is niet voornemens om wijzigingen aan te brengen in het aandelenbelang in Stedin.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Het geprognotiseerde dividend is in de meerjarenbegroting opgenomen als algemeen structureel dekkingsmiddel. Lansingerland is de vijfde aandeelhouder met een aandeel van 3,38% in het aandelenkapitaal. Het geprognotiseerde jaarlijkse dividend bedraagt € 1.600.000.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1 januari 2018: € 2.583 miljoen Per 31 december 2018: € 2.699 miljoen
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018* (Uit: jaarrekening 2018) Per 1 januari 2018: € 3.968 miljoen Per 31 december 2018: € 4.292 miljoen
Financieel resultaat 2018* (Uit: jaarrekening 2018) Het te verdelen resultaat over 2017 van Stedin Holding N.V. bedraagt € 56 miljoen, waarvan in 2018 de helft als dividend uitgekeerd is aan aandeelhouders. Voor Lansingerland betekent dit een nettodividend voor het eigen boekjaar 2018 van € 947.551. Het nettoresultaat over 2018 van Stedin Holding N.V. bedraagt € 118 miljoen, waarvan € 46 miljoen in 2019 als dividend uitgekeerd wordt aan aandeelhouders. Voor Lansingerland betekent dit een nettodividend voor het eigen boekjaar 2019 van bijna € 1,6 miljoen.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2018 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft* Niet van toepassing
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? De dividenduitkering is een vast dekkingsmiddel in onze begroting. De omvang van het uit te keren dividend is afhankelijk van de nettowinst in enig jaar en de solvabliteit. De mogelijke tegenvallers in de nettowinst van de onderneming is een financieel risico.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Uitkomst van de financiële analyse is dat het financieel risicoprofiel laag is. De geraamde dividenden zijn aanzienlijk maar Stedin opereert in een gereguleerde markt. Uitkomst van de bestuurlijke analyse is dat het bestuurlijke risicoprofiel ook laag is. Enerzijds is Stedin een zogenaamde structuurvennootschap waarbij de rechtstreekse invloed van aandeelhouder(s) op de raad van commissarissen en de raad van bestuur beperkt is. Anderzijds zijn er met Stedin in 2018 eenduidige afspraken gemaakt over ondermeer het goedkeuringsrecht van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders met betrekking tot (des-)investeringsbeslissingen en een adviesrecht ten aanzien van de vaststelling van het meerjarig strategisch plan alsmede een herziening daarvan, alsmede een daarop aansluitend jaarplan en de herziening daarvan, voor zover de inhoud daarvan ziet op het gereguleerde domein.

Stichting Parkmanagement Bedrijvenpark Oudeland (PMBO)

Naam verbonden partij* Parkmanagement Bedrijvenpark Oudeland (PMBO)
Vestigingsplaats* Lansingerland
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit?) De stichting heeft ten doel: a. het uitvoeren of doen uitvoeren van het algemeen management voor de dienstverlening met als doel het initiële kwaliteitsniveau van en het verblijfsklimaat op bedrijvenpark Oudeland te behouden en waar mogelijk te verhogen, een en ander overeenkomstig de daartoe in het parkmanagementplan opgenomen prestatie-eisen; b. het uitvoeren of doen uitvoeren van terreinbeveiliging op bedrijvenpark Oudeland overeenkomstig de daartoe in het parkmanagementplan opgenomen prestatie-eisen; c. het (doen) realiseren, (doen) beheren en (doen) onderhouden van bedrijfsverwijzingen op bedrijvenpark Oudeland overeenkomstig de daartoe in het parkmanagementplan opgenomen prestatie-eisen; d. het beheren en onderhouden of doen beheren en onderhouden van de openbare ruimte op bedrijvenpark Oudeland overeenkomstig het daartoe opgestelde beheerplan; en voorts al hetgeen met een en ander verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. Het publieke belang is het creëren van een gunstig economisch klimaat. Daarnaast is de taak van de stichting PMBO het organiseren, in stand houden en daar waar mogelijk verbeteren van het kwaliteitsniveau (ruimtelijk, technisch en voor veiligheid) op bedrijvenpark Oudeland.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) De gemeente Lansingerland draagt het beschikbare budget voor het dagelijks beheer en onderhoud van de openbare ruimte over aan de stichting PMBO. Het gaat daarbij alleen om het budget behorende bij de taken die daadwerkelijk worden overgedragen. Het gaat afgerond om een bedrag van € 58.000. De verhouding bijdrage ondernemers – bijdrage gemeente voor het totale parkmanagement bedraagt in 2018 65%-35%.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1 januari 2018: € 292.981 Per 31 december 2018: € 332.090
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018* (Uit: jaarrekening 2018) Per 1 januari 2018: € 40.803 Per 31 december 2018: € 10.295
Financieel resultaat 2018* (Uit: jaarrekening 2018) € 1.609
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2018 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft* Er deden zich geen veranderingen in het financieel belang voor. In 2014 is de Beheerovereenkomst tussen de gemeente Lansingeland en de stichting PMBO ondertekend. In deze overeenkomst zijn de afspraken voor het dagelijks beheer en onderhoud van Oudeland vastgelegd. De kaders hiervoor staan beschreven in het bijbehorende beheerplan.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Geen bijzonderheden.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? De ontwikkeling van fase 2 zal op termijn in beheer worden overgedragen. De systematiek zal niet wijzigen, maar per saldo zal de gemeente op termijn meer budget aan de stichting overdragen voor het dagelijks beheer en onderhoud.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Financiële risico’s zijn klein, vanwege het budgetneutrale karakter van de gemeentelijke afdracht. Belangrijk aandachtspunt is alle ondernemers/eigenaren van Oudeland betrokken te houden bij de in stand houding van de kwaliteit van het bedrijvenpark. Tevens het benutten van alle mogelijkheden om gronden uit te geven aan nieuwe ondernemers en het bedrijvenpark te laten groeien.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma?* Schoon, heel en veilig in een omvangrijk gebied.

Bank Nederlandse Gemeenten

Naam verbonden partij* BNG (Bank Nederlandse Gemeenten)
Vestigingsplaats* Den Haag
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit?) BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Wij dragen financieel niets bij. Als aandeelhouder van 15.015 van de totaal circa 56 mln. aandelen ontvangen wij dividend.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1 januari 2018: € 4.687 miljoen Per 31 december 2018: € 4.991 miljoen
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018* (Uit: jaarrekening 2018) Per 1 januari 2018: € 135.185 miljoen Per 31 december 2018: € 132.518 miljoen
Financieel resultaat 2018* (Uit: jaarrekening 2018) De netto winst 2018 bedraagt € 337 mln. (in 2017: € 393). Per aandeel is € 2,53 uitgekeerd aan dividend over 2017. De dividenduitkering over 2017, die in 2018 uitgekeerd is, bedraagt voor Lansingerland € 37.987,95.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2018 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft* Niet van toepassing
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Niet van toepassing
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Niet van toepassing
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Op basis van de financiële en bestuurlijke analyse kan worden vastgesteld dat het risicoprofiel laag is. Lansingerland is aandeelhouder en loopt daardoor in principe geen of een beperkt financieel of bestuurlijk risico.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma?* Lansingerland is aandeelhouder. De dividenduitkering is een vast dekkingsmiddel in onze begroting.

Paragraaf Grondbeleid

Grondbeleid

Het grondbeleid draagt bij aan de realisatie van onze ruimtelijke doelstellingen op het gebied van bijvoorbeeld wonen, werken en recreëren, zoals opgenomen in de Structuurvisie en meer thematische nota’s zoals de Economische visie en de Woonvisie. In de nota Grondbeleid 2015-2018 is het beleid vastgelegd. De nota Grondbeleid geeft onder meer inzicht in de verschillende vormen van grondbeleid, de instrumenten die wij als gemeente inzetten om het beleid te realiseren en de spelregels die we hierbij toepassen. De nota stelt kaders en geeft richting, waarbij er ook ruimte is voor maatwerk indien de ruimtelijke opgave hierom vraagt. In 2018 actualiseerden we de nota Grondbeleid en deze bieden we in 2019 ter besluitvorming aan de raad aan.

Vanuit de Vinex-opgave heeft de gemeente in het verleden vooral een actief grondbeleid gevoerd. Voor nieuwe initiatieven kiest de gemeente voor een (meer) faciliterend grondbeleid.

Bij verkoop van grond hanteren we marktconforme grondprijzen. Jaarlijks stelt het college een kaderbrief Grondprijzen vast waarin staat hoe we onze grondprijzen bepalen. Daarnaast benoemen we in de kaderbrief concrete prijzen en/of bandbreedtes voor een aantal categorieën zoals vrije kavels en de kavels voor bedrijven.

Het college staat open voor nieuwe (private) initiatieven. Hierbij wegen we wel telkens af in hoeverre deze initiatieven van meerwaarde of aanvullend zijn ten opzichte van de reeds bestaande plannen. Bij particuliere ontwikkelingen gaan we op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) uit van een volledig verhaal van de door ons als gemeente gemaakte en nog te maken kosten. Hiertoe sluiten we een zogenaamde anterieure exploitatieovereenkomst. Bereiken we hierover geen overeenstemming, dan kunnen wij, indien wij toch medewerking aan het plan willen verlenen, overgaan tot het opstellen van een exploitatieplan en de kosten via de publiekrechtelijke weg alsnog verhalen.

Strategische aankopen

Wij bezitten meerdere gronden die we ooit aankochten met het doel deze te ontwikkelen, maar waarvan de ontwikkeling op dit moment nog niet in uitvoering is. Deze gronden zijn tegen de huidige boekwaarden ondergebracht onder de materiele vaste activa.

De meest in het oog springende gronden zijn de gronden voor de toekomstige ontwikkeling van Wilderszijde. De voorbereidingen voor het in ontwikkeling nemen van deze gronden zijn in volle gang. Wij verwachten in 2019 een grondexploitatie te openen voor het totale gebied Wilderszijde.

Tot dat moment laten we jaarlijks de marktwaarde van de gronden die nu nog niet in ontwikkeling zijn toetsen. Conform de voorschriften van het BBV mag de balanswaarde niet hoger zijn dan de marktwaarde. Dit is ook nu weer getoetst. De marktwaarde is hoger dan de huidige boekwaarde (aanschafwaarde -/- voorziening). De boekwaarde blijft dan ook ongewijzigd.

De waarde van onze overige gronden in Bleiswijk zijn in 2015 door een externe deskundige bepaald. Daarbij is de huidige bestemming als voornamelijk glastuinbouwgebied uitgangspunt geweest voor het bepalen van de waarde. Er hebben zich in 2018 geen wijzigingen voorgedaan die van invloed zijn op deze waardering. Voor de Jaarrekening 2018 zijn deze gronden dan ook niet opnieuw getaxeerd.

Grondexploitatie, risico’s en weerstandsvermogen

In 2018 voerden wij 14 grondexploitaties voor zowel woningbouw als bedrijventerrein. Per 1-1-2019 hebben wij nog 12 lopende grondexploitaties. In onderstaand overzicht staan alle lopende grondexploitaties per 1-1-2019.

Kern Woningbouw Bedrijventerrein Centrumontwikkeling Overig
Berkel en Rodenrijs Meerpolder Oudeland Berkel Centrum
Westpolder-Bolwerk
Rodenrijse Zoom
RvR Groenzoom
Bergschenhoek Wilderszijde Leeuwenhoekweg Landscheidingspark Horeca
(deel in exploitatie)
Parkzoom
Kavels Boterdorp
Bleiswijk De Tuinen

Resultaat afgesloten projecten

De grondexploitaties Vluchtheuvel en Bergschenhoek Centrum sloten wij per 31-12-2018 af. Wij sluiten grondexploitaties af als 100% van de opbrengsten is gerealiseerd en tenminste 90% van de kosten. Het laatste deel van de kosten verrekenen we na afsluiting van de grondexploitatie met de daarvoor bestemde reserve Nog te maken kosten grondexploitaties.

Het resultaat van -/- € 0,36 mln. verrekenen we met de algemene reserve. De eerder gevormde verliesvoorziening voor deze afgesloten grondexploitaties valt hierbij vrij (zie “resultaat MPG 2019”). Daarnaast doteren we voor de laatste nog te maken kosten een bedrag van ca. € 63.000 aan de daarvoor bestemde reserve Nog te maken kosten grondexploitaties. Per saldo bedraagt het eindresultaat van deze projecten daarmee -/- € 0,42 mln.

Bedragen x € 1 miljoen
Afgesloten grondexploitaties Eindwaarde per 31-12-2018
Centrum Bergschenhoek -0,39
Vluchtheuvel 0,03
Totaal -0,36

Resultaat MPG 2019

Per 1-1-2019 zijn alle grondexploitaties volledig geactualiseerd. Bij de actualisatie stelden we de parameters opnieuw vast, verwerkten we de boekwaarden en stelden we de raming en fasering van de nog te maken kosten en opbrengsten waar nodig bij.

In de Meerjaren Prognose Grondexploitaties (MPG) 2019 lichten we de (algemene) uitgangspunten, marktontwikkelingen en alle grondexploitaties nader toe. Hierbij gaan we ook in op de verschillen ten opzichte van het MPG 2018 en de aan de grondexploitaties verbonden risico’s.

Conform de notitie Grondexploitaties van de commissie BBV zijn de resultaten in bovenstaande tabel ook weergegeven op nominale waarde. Bij de nominale waarde wordt geen rekening gehouden met toekomstige rente en indexering van kosten en opbrengsten. In de eindwaarde is hier wel rekening mee gehouden. Bij de netto contante waarde wordt dit resultaat op eindwaarde teruggerekend naar het heden (prijspeil 1-1-2018), waarmee de resultaten van de grondexploitaties onderling vergelijkbaar zijn.

Let op: Onderstaande bedragen zijn, in tegenstelling tot de vorig jaar gepresenteerde cijfers, exclusief de (verplichte) tussentijdse winstneming. Op basis van voortschrijdend inzicht en in aansluiting op het BBV is de winstneming niet meer opgenomen als kostenpost in de grondexploitatie, maar presenteren wij deze separaat.

Bedragen x € 1 miljoen
Afgesloten grondexploitaties MPG 2019 Nominale waarde MPG 2019 Rente & Indexering MPG 2019 Eindwaarde MPG 2019 NCW
(toekomstig) per 1-1-2019
Totaal negatieve grexen -42,89 -3,81 -46,70 -42,46
Totaal positieve grexen 24,64 2,20 26,84 19,42
Totaal -18,24 -1,62 -19,86 -23,04

Tussentijdse winstneming

Het BBV schrijft een tussentijdse winstneming voor bij winstgevende projecten, naar rato van de voortgang. Hierbij gelden 3 voorwaarden:

  • Het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat én;
  • De grond (of het deelperceel) moet zijn verkocht én;
  • De kosten zijn gerealiseerd (winst wordt naar rato van de realisatie gerealiseerd).

De hoogte van de tussentijdse winstneming bepalen we jaarlijks per project op basis van het zogenaamde percentage of completion (POC) en de geactualiseerde grondexploitaties. Eventuele risico’s (onzekerheden) mogen hierop in mindering worden gebracht. Het bedrag verrekenen we met de al eerder genomen tussentijdse winst. Het kan hierbij ook voorkomen dat op basis van de geactualiseerde grondexploitaties een deel van de eerder genomen tussentijdse winst wordt teruggeboekt.

Op basis van bovenstaande namen we bij de jaarrekening 2018 in totaal ca. € 4,29 mln. aan tussentijdse winst. Dit bedrag komt bovenop de in 2017 genomen tussentijdse winst van € 1,09 mln. voor Scholen Boterdorp en Rodenrijse Zoom. De winstneming betreft de volgende grondexploitaties:

Bedragen x € 1 miljoen
Afgesloten grondexploitaties Reeds genomen winst t/m 2017 Te nemen winst 2018 Totaal tussentijdse winstneming
Oudeland 0,00 3,33 3,33
Rodenrijse Zoom 0,57 0,17 0,74
Parkzoom 0,00 0,79 0,79
Scholen Boterdorp 0,52 -0,00 0,52
Totaal 1,09 4,29 5,39

Verwerking van het tekort en totaal voordeel

Voor het tekort, ofwel het totaal aan verliesgevende grondexploitaties, moet een verliesvoorziening aanwezig zijn. Op basis van het MPG 2018 was een verliesvoorziening benodigd van € 45,63 mln. Per 31-12-2018 is een verliesvoorziening benodigd van € 42,46 mln. Dat betekent dat bij de Jaarrekening 2018 per saldo een bedrag van € 3,17 mln. wordt toegevoegd aan de algemene reserve. In de Begroting 2018 was rekening gehouden met een toename van de voorziening (a.g.v. de contante waarde) van ca. € 0,80 mln. Dit valt eveneens vrij. Per saldo betekent dit een vrijval van de verliesvoorziening van € 3,97 mln.

Het totale voordeel als gevolg van het MPG 2019 per 31-12-2018 komt op:

       -/- € 0,36 mln. Resultaat afgesloten projecten per 31-12-2018

       -/- € 0,06 mln. Onttrekking tbv reserve Nog te maken kosten grondexploitaties

       € 3,17 mln. Vrijval verliesvoorziening o.b.v. MPG 2019

       € 0,80 mln. Vrijval verwachte toename verliesvoorziening o.b.v. Begroting 2018

       € 4,29 mln. Tussentijdse winstneming 2019

      ========================================================================

       € 7,84 mln.

Conform de beleidslijn zoals opgenomen in de nota Reserves en Voorzieningen 2016 is de vrijval van de verliesvoorziening per 31-12-2018 bij de Jaarrekening 2018 vóór resultaatsbestemming toegevoegd aan de algemene reserve. Dit geldt ook voor de tussentijdse winstneming en genoemde verrekening van de afgesloten projecten.

Verschillenverklaring

Ten opzichte van de het MPG 2018 is het resultaat van het MPG 2018 (zowel positieve als negatieve grondexploitaties) toegenomen met ca. € 17,7 mln.

Het verschil in resultaat ten opzichte van het MPG 2018 wordt onder meer veroorzaakt door de volgende wijzigingen:

Algemeen:

  • Rente boekwaarde: conform BBV boekten we de werkelijke rente over 2018. Deze is lager dan begroot (voordelig effect);
  • Rente toekomst: verlaging van het rentepercentage naar 1,70% (voordelig effect);
  • Kostenstijging: verhoging van de kostenstijging voor de korte termijn (nadelig effect);
  • Opbrengstenstijging: verhoging van de opbrengstenstijging voor de korte termijn (voordelig effect). Dit geldt niet als de opbrengstenstijging contractueel is vastgelegd. In dat geval geldt het contract;
  • Lagere kosten civieltechnische werken (CTW): voor een aantal grote projecten geldt dat deze zich in een meer afrondende fase bevinden. Hierdoor hebben we meer zicht op de laatste te realiseren kosten en kunnen we deze nauwkeuriger inschatten. Dit heeft geleid tot een bijstelling van de civiele kosten voor een aantal projecten zoals Berkel Centrum, Westpolder-Bolwerk, Wilderszijde en Parkzoom. Per saldo zijn de totale kosten voor CTW op MPG-niveau naar beneden bijgesteld (voordelig effect);
  • Vrijval risicoreservering: in de grondexploitaties is in de crisistijd enige financiële ruimte opgenomen voor eventuele programmawijzigingen en/of onderhandelingen. In de huidige, positieve markt zetten wij deze ruimte maar beperkt in. Net als voorgaande jaren valt op basis van gerealiseerde verkopen en ondertekende verkoopovereenkomsten ook nu weer een deel van deze ruimte vrij (voordelig effect);
  • Tussentijdse winstneming (positieve grexen): deze was vorig jaar opgenomen in het resultaat van het MPG. Dit hebben we nu teruggedraaid (administratieve wijziging). De jaarlijkse tussentijdse winstneming maken we nu apart inzichtelijk;
  • Rentetoerekening en indexatie over 2018: dit was in de grondexploitaties reeds voorzien, maar leidt op nominale waarde tot een verschil (wijziging prijspeil van 2018 naar 2019).

Projecten:

Op projectniveau heeft zich ten opzichte van 2018 de grootste wijziging voorgedaan in het project Oudeland. In 2018 realiseerden we in Oudeland bijna € 20 mln. meer opbrengsten dan geraamd in dat jaar. Het marktonderzoek naar de afzetprognose dat wij in 2018 lieten actualiseren laat zien dat deze positieve lijn zich de eerstvolgende jaren naar verwachting doorzet. De in 2018 gesloten verkoop- en reserveringsovereenkomsten bevestigen dit beeld. Richting einde looptijd verwachten we dat de gemiddelde uitgifte afneemt ten opzichte van de planning van vorig jaar. Dit hangt er mee samen dat we nu veelal grote kavels verkopen en dat richting einde de wat kleinere en wellicht minder courante kavels resteren. In de grondexploitatie verwerkten we deze aangepaste planning. Dit heeft een groot effect op het resultaat door vooral de rentecomponent in combinatie met de nog lange looptijd. Op basis van de aangepaste planning bereiken we naar verwachting veel eerder een positieve boekwaarde dan eerder voorzien.

Bedragen x € 1 miljoen
Afgesloten grondexploitaties A = Actualisatie 2018 B = MPG 2019 / JR 2018 C = Verschil B t.o.v. A
per 1-1-2018 per 1-1-2019
Totaal negatieve grexen op NCW -45,63 -42,46 3,17
Totaal positieve grexen op NCW 4,44 19,42 14,98
Totaal -41,19 -23,04 18,15

BBV en 10 jaarstermijn

Net als voorgaande jaren kent Lansingerland op dit moment één grondexploitatie met een looptijd langer dan 10 jaar. De grondexploitatie Oudeland loopt tot en met 31-12-2036 en overschrijdt daarmee de richttermijn van 10 jaar, zoals door het BBV gesteld. Om de risico’s van de (lange termijn) ontwikkeling van Oudeland te beheersen hebben wij in het MPG beheersmaatregelen opgenomen en vastgesteld. Ook lieten wij in 2018 het marktonderzoek naar de afzetprognose actualiseren en is er een nieuwe raming opgesteld voor de civiele kosten.

Risico’s

Ondanks dat we de ramingen binnen de grondexploitaties met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opstellen, blijven er risico’s bestaan. Niemand kan de toekomst voorspellen en de berekeningen zijn gebaseerd op aannames en uitgangspunten, die in de praktijk anders (zowel positief als negatief) kunnen uitvallen. De belangrijkste risico’s die samenhangen met de grondexploitaties hebben betrekking op de planning, de prijs en het programma. Voor de komende 4 jaar zijn de opbrengsten op een totaal van ca. € 174 mln. geraamd, gemiddeld zo’n € 43,5 mln. per jaar. Het al dan niet realiseren van deze opbrengsten is voor de grondexploitaties de grootste uitdaging. Het college stuurt dan ook actief op de realisatie van deze opbrengsten.

De positieve lijn van de afgelopen jaren zette zich in 2018 voort. Voor zowel de woningbouwprojecten als de bedrijventerreinen sloten we in 2018 diverse overeenkomsten. Indien de positieve markt zich voortzet, kan de in de grondexploitaties opgenomen financiële ruimte (risicoreservering) de komende jaren mogelijk verder vrijvallen. Dit heeft een positief effect op het resultaat van de grondexploitaties.

Hier tegenover staan ook negatieve scenario’s. Voor een deel is de markt te beïnvloeden, maar voor een ander deel ook niet. Mochten door omstandigheden de geraamde opbrengsten voor de komende jaren maar voor een deel worden gerealiseerd, dan lopen de rentelasten snel op (incidenteel én structureel). En als de nu nog steeds lage rente gaat stijgen dan heeft dit effect op de saldi van de jaarschijven (en de resultaten van de grondexploitaties). In combinatie met een tegenvallende grondverkoop kunnen dit dan forse tegenvallers zijn.

Gekoppeld aan de actualisatie van de grondexploitaties actualiseren we ook altijd de risico’s. Hierbij schatten we, naast het risicobedrag, ook in wat de kans is dat het risico zich zal voordoen. Dit leidt tot een gewogen risicoprofiel per project. Om het verloop van de risico’s te kunnen monitoren in de tijd is (indicatief) een indeling gemaakt naar 3 profielen: hoog (gewogen risico groter dan € 2,5 mln.), midden (gewogen risico € 1 mln. tot € 2,5 mln.) en laag (gewogen risico tot € 1 mln.). Bij een voorspoedige ontwikkeling nemen de risico’s af naar mate de ontwikkeling vordert. In het begin van een project is er doorgaans sprake van aannames met een hoge mate van onzekerheid. Naar mate de ontwikkeling concreter wordt, kunnen we de kosten en opbrengsten nauwkeuriger inschatten. Hieronder volgt een overzicht van de projecten met de daarbij behorende risicoprofielen van zowel het MPG 2019 als het MPG 2018.

Op totaalniveau is het risicoprofiel van de grondexploitaties verlaagd. De profielen zoals hierboven weergegeven zijn ten opzichte van vorig jaar ongewijzigd.

De geactualiseerde risicoanalyses sluiten aan op de geactualiseerde grondexploitaties van het MPG 2019 en zijn waar nodig bijgesteld en/of aangevuld. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het MPG 2018 zijn hierbij:

  • Verlaging van het risicobedrag voor Oudeland: dit zit vooral in de wijziging van het risico op de opbrengsten en het renterisico. Op basis van de gerealiseerde verkopen, huidige marktomstandigheden en verwachte grote uitgiften in de eerstvolgende jaren stelden wij het risico op lagere grondopbrengsten bovenop de al in de grondexploitatie opgenomen risicoreservering, naar beneden bij. Daarnaast verlaagden we in deze lijn ook het renterisico.
  • Verlaging van het risicobedrag voor Westpolder-Bolwerk: op basis van reeds gerealiseerde verkopen en gesloten realisatieovereenkomsten stelden we het risicobedrag van Westpolder-Bolwerk naar beneden bij.

Door de omvang en resterende looptijd kennen Oudeland en Westpolder-Bolwerk op basis van het bedrag en de gehanteerde indeling in risicoprofielen nog wel een hoog risicoprofiel.

Op totaalniveau is het risicoprofiel van de grondexploitaties gekoppeld aan de benodigde weerstandscapaciteit. De verlaging van het risicoprofiel betekent dus ook een verlaging van de benodigde weerstandscapaciteit. Voor meer informatie wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandscapaciteit.

Risicoprofielen 2018 2019
Parkzoom Laag Laag
Wilderszijde Midden Midden
De Tuinen Laag Laag
Leeuwenhoekweg Laag Laag
Scholen Boterdorp Laag Laag
Meerpolder Laag Laag
Berkel Centrum Laag Laag
Westpolder Hoog Hoog
Oudeland Hoog Hoog
Rodenrijse Zoom Laag Laag
RvR Groenzoom Laag Laag
Landscheidingspark Horeca Laag Laag

Vennootschapsbelasting

De Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen bepaalt dat ook gemeenten vennootschaps-belasting moeten betalen over ondernemersactiviteiten. Hier vallen in beginsel ook de (actieve) grondexploitaties onder. Via de Quickscan Winstoogmerk grondbedrijven toetsen we jaarlijks of er sprake is van een onderneming. Op basis van adviezen van meerdere externe deskundigen en onze berekeningen gaan we er op dit moment vanuit dat dit voor Lansingerland nu niet het geval is. Begin 2019 stelden wij op advies van onze huidige fiscaal adviseur ook een Post Quickscan op. Ook deze laten een fors negatief resultaat zien, zowel jaarlijks als op totaalniveau.

Voor de jaren 2016 en 2017 hebben wij een “nihil”-aangifte ingediend bij de Belastingdienst en namen daarmee formeel een standpunt in richting de Belastingdienst. Op verzoek van de Belastingdienst lichten wij deze de komende periode toe.

Op basis van de cijfers van het MPG 2019 voeren wij in 2019 opnieuw een toets uit en vullen wij ons Vpb-dossier met de uitkomsten van deze toets aan. Wij achten ons standpunt dat wij niet door de zogenaamde ondernemerspoort gaan nog steeds reëel en onderbouwd. In de Begroting geven we in de paragraaf Weerstandsvermogen inzicht in scenario’s (onzekere gebeurtenissen) die zich kunnen voordoen en het mogelijke effect hiervan op de begroting. Hierbij is ook een indicatie van het mogelijke effect van de Vpb meegenomen indien wij wel door de zogeheten ondernemerspoort komen.

Toekomst

Wij zetten ons volop in om het in de grondexploitaties beoogde programma te realiseren en zo onze grondposities en schuldenlast af te bouwen. Ook voor particuliere initiatieven staan wij open indien deze van meerwaarde zijn voor onze gemeente.

Binnen onze projecten benutten we kansen om te voldoen aan de marktvraag en staat duurzaamheid hoog op de agenda. Zoals bekend liggen op vrijwel alle gemeentelijke gronden voor woningbouw contractuele verplichtingen uit het verleden. De gemeente kan voor deze projecten niet zelfstandig wijzigingen doorvoeren. Hiervoor is instemming van beide partijen nodig. De gemeente heeft hierin wel een stimulerende rol. Voor de bedrijventerreinen spelen we in op de marktvraag door bijvoorbeeld kavels samen te voegen of juist te splitsen.

In 2018 sloten we diverse overeenkomsten voor onder meer Westpolder-Bolwerk, Berkel Centrum en Meerpolder. Ook verleenden we in 2018 vergunningen voor ruim 500 woningen. Hiermee is meer zekerheid verkregen over de realisatie van woningen in de komende jaren. Naar verwachting worden er dan ook niet minder woningen gebouwd, alleen ligt het tempo lager dan eerder verwacht. Dit geldt voor zowel de gemeentelijke grondexploitaties als de particuliere ontwikkelingen.

Op bedrijvenpark Leeuwenhoekweg zijn vrijwel alle gronden nu verkocht en op bedrijvenpark Oudeland gaven we in 2018 ruim 10 ha aan grond uit en sloten voor nog eens 13 ha reserveringsovereenkomsten.

FINANCIELE OVERZICHTEN

Bedragen x € 1,-
Tabel verloop grondexploitaties 2019 2020 2021 2022
Kostensoort
Verwerving 2.900.374 5.258.787 277.223 273.342
Tijdelijk beheer 227.857 214.798 210.545 201.161
Sloop 106.045 25.357 10.876 11.093
Milieu 842.364 181.081 5.428.433 77.413
Civiel technische werken 13.819.061 14.284.307 9.225.474 5.351.367
VTA 3.954.655 3.097.460 2.481.566 1.907.014
Fondsen en afdrachten 713.516 394.299 180.546 184.157
Rente 0 0 0 0
Totaal kosten 22.563.871 23.456.089 17.814.662 8.005.547
Opbrengstensoort
Grondopbrengsten 51.241.898 44.952.796 38.546.984 31.990.090
Overige opbrengsten 1.773.988 2.472.709 1.487.768 1.528.843
Totaal opbrengsten 53.015.886 47.425.505 40.034.751 33.518.934
Saldo kosten en opbrengsten 30.452.015 23.969.415 22.220.089 25.513.387
Boekwaarde per einde jaar -133.826.597 -112.132.233 -81.440.000 -58.171.406
Boekwaarde 31-12-2018 -161.532.558

Paragraaf Taakstelling en reserveringen

Inleiding

Zoals te lezen was in de Kadernota 2018 is het college gestart in een periode waarin het financieel slecht ging met onze gemeente. De eerste jaren zijn dan ook voornamelijk gericht geweest op het op orde krijgen van de financiën. Dit ging gepaard met flinke bezuinigingen. Bezuinigingen zoals aangekondigd in voorgaande kadernota’s (2009 t/m 2016) zijn financieel verwerkt in onze huidige begroting.

Inmiddels is het economisch herstel ingezet. Na 2017 zijn 2018 en verdere jaren, jaren waarin geen nieuwe bezuinigingen zijn doorgevoerd. In 2018 verlagende we de afvalstoffenheffing en OZB om de lasten bij onze inwoners te verlichten. Daarnaast laat de financiële situatie toe om bestaand beleid aan te passen en om nieuw beleid vorm te geven. De stelposten van de begroting 2018: zagen er als volgt uit

Openstaande stelposten en reservering

Stelposten

1. Verkoop vier sociaal culturele panden

Een deel van de stelpost is ingevuld door verkoop van de panden zoals het Polderhuis en de Notaris Kruytstraat (46.000). In het nieuw coalitie akkoord is het realiseren van bezuinigingen d.m.v. verkoop van maatschappelijk vastgoed geen speerpunt meer. Het nieuwe college wil maatschappelijke en financiële opbrengst van onze maatschappelijke panden beoordelen en op basis daarvan keuzes maken. Vanaf 2019 is deze stelpost dus afgeraamd.

Reserveringen

1. Vennootschapsbelasting, niet overheidstaken

Deze stelpost was in 2018 niet meer noodzakelijk en afgeraamd bij de zomerrapportage 2018

2. Nieuw beleid coalitieakkoord 2014

Deze stelpost is bij de zomerrapportage 2018 afgeraamd.

Bedragen x € 1.000
Primitief 2018 Begroot 2018 Realisatie 2018 Afwijking 2018
Stelposten
Stelpost bezuinigingen Sociale panden -156 -110 0 110
Reservering
Nieuw beleid 30 0 0 0
Vennootschapsbelasting 14 0 0 0
Totaal -112 -110 0 110

Paragraaf Interbestuurlijk toezicht

Inleiding

Op 1 oktober 2012 is de wet revitalisering generiek toezicht (Wet RGT) in werking getreden. In deze paragraaf legt het college overeenkomstig deze wet verantwoording af over de uitvoering van wettelijke taken. Wij voegen hiertoe de Rapportage IBT toe conform de afspraken met de provincie. De rapportage treft u onder Overige Stukken.

Verantwoording

Het college dient per thema in de Rapportage IBT aan te geven of zij dit thema geheel op orde heeft (groen), op één of enkele aspecten na (oranje) of op meerdere aspecten niet op orde (rood). De informatie in de Handreiking Interbestuurlijk Toezicht van de bestuursovereenkomst bevat een toelichting op de door de provincie opgestelde nadere criteria om te komen tot de beoordeling (groen, oranje of rood) en is tevens ter toelichting opgenomen onder Overige Stukken. De onderbouwing van de Rapportage IBT is waar mogelijk voorzien van cijfermateriaal en verwijzingen naar evaluaties, kaarten en rapporten.

Verantwoording per thema

Alle verantwoordingsinformatie is opgenomen in de Rapportage IBT.