Meer
Publicatiedatum: 15-07-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Balans en toelichting

Balans

Activa

Bedragen x € 1.000
ACTIVA
31-12-2018 31-12-2017
VASTE ACTIVA
Immateriële vaste activa 9.997 8.496
-Kosten van onderzoek en ontwikkeling 676 55
-Bijdragen aan activa van derden 9.321 8.441
Materiële vaste activa 202.671 202.786
-Overige investeringen met economisch nut 156.233 158.027
-Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven 26.789 26.450
-Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut 19.649 18.308
Financiële vaste activa 4.761 5.420
-Kapitaalverstrekkingen aan:
-Deelnemingen 606 606
-Overige verbonden partijen 17 17
-Leningen aan:
-Woningbouwcorporaties 3.339 4.062
-Overige langlopende leningen 422 359
-Overige uitzettingen met looptijd langer dan 1 jaar 376 376
TOTAAL VASTE ACTIVA 217.429 216.702
VLOTTENDE ACTIVA
Voorraden 130.729 174.015
-Grond- en hulpstoffen:
-Niet in exploitatie genomen bouwgronden
-Grond- en hulpstoffen overige
-Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie 130.729 174.015
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 46.344 28.463
-Vorderingen op openbare lichamen 10.262 8.395
-Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 30.591 14.310
-Overige vorderingen 5.491 5.758
Liquide middelen 1.862 1.005
-Kassaldi 1 1
-Bank- en girosaldi 1.860 1.004
Overlopende activa 3.971 3.423
-De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel
-Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van de volgende begrotingsjaren komen 3.971 3.423
TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA 182.906 206.906
TOTAAL-GENERAAL 400.335 423.608

Passiva

Bedragen x € 1.000
PASSIVA
31-12-2018 31-12-2017
VASTE PASSIVA
Eigen vermogen 115.060 105.328
-Algemene reserve 99.643 81.610
-Bestemmingreserves 10.000 11.905
-Oververdeeld resultaat 5.417 11.812
Voorzieningen 25.604 23.683
-Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's 11.756 10.543
-Egalisatievoorzieningen
-Van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden 13.848 13.140
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer 224.431 257.479
-Obligatieleningen
-Onderhandse leningen van:
-Binnenl. pens.fondsen en verzekeringsinst.
-Binnenl. banken en overige financiële inst. 224.387 257.457
-Waarborgsommen 44 22
TOTAAL VASTE PASSIVA 365.095 386.490
VLOTTENDE PASSIVA
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 16.532 17.550
-Kasgeldleningen aangegaan bij openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden 10.000 10.000
-Debetsaldi bank -
-Overige schulden 6.532 7.550
Overlopende passiva 18.708 19.568
-Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten 12.817 11.531
gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
-De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking 5.852 8.034
van lasten van volgende begrotingsjaren
-Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen 39 3
TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA 35.239 37.118
TOTAAL-GENERAAL 400.335 423.608
Gewaarborgde geldleningen en garantstellingen 235.584 219.389

Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Inleiding

De jaarrekening is opgemaakt in overeenstemming met de voorschriften volgens het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door de gemeenteraad op d.d. 22 december 2016 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. Tenzij anders vermeld, zijn alle bedragen afgerond op € 1.000, waardoor tussen de verschillende tabellen kleine afrondingsverschillen kunnen bestaan.

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. Met betrekking tot de eigen bijdragen die het CAK int en aan de gemeenten afdraagt geldt op basis van de Kadernota rechtmatigheid 2017 van de commissie BBV het volgende; gemeenten kunnen op basis van de overzichten van het CAK wel de aantallen personen, soort en omvang van de zorgverlening beoordelen met de eigen WMO-administratie. Probleempunt is dat door het ontbreken van inkomensgegevens op deze overzichten de informatie over de eigen bijdrage ontoereikend is om als gemeente de juistheid op persoonsniveau en volledigheid van de eigen bijdragen als geheel te kunnen vaststellen. Door de systematiek te kiezen van het vaststellen van de eigen bijdrage door het CAK, heeft de wetgever in feite bepaald, dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Dat betekent dat door gemeenten geen zekerheden over omvang en hoogte van de eigen bijdragen kunnen worden verkregen als gevolg van het niet kunnen vaststellen van de juistheid op persoonsniveau, zoals hiervoor is toegelicht.

Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn.

De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in maximaal vier jaar afgeschreven. De afschrijving van de geactiveerde kosten van onderzoek en ontwikkeling vangt aan in het jaar volgend op het jaar van realisatie van het gerelateerde materiële vaste actief.

Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden geactiveerd als aan alle voorwaarden zoals genoemd in artikel 61 BBV wordt voldaan. Waardering vindt plaats tegen het bedrag van de verstrekte bijdragen, verminderd met afschrijvingen. De verleende bijdragen worden afgeschreven in de periode waarin het betrokken actief van de derde op basis van de door de gemeente gestelde voorwaarden moet bijdragen aan de publieke taak.

Grondslagen voor resultaatbepaling

Algemeen

De baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Personeelslasten

Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke.

Algemene uitkering

Met betrekking tot de algemene uitkering heeft de commissie BBV een stellige uitspraak gedaan. Deze uitspraak houdt in dat in de jaarrekening de algemene uitkering wordt opgenomen conform de in het jaar laatst gepubliceerde accresmededeling.

Bouwleges

De opbrengsten uit bouwleges worden verantwoord op het moment van aanvragen van de bouwvergunning. Op grond van de legesverordening zijn bouwleges al opeisbaar op het moment van in behandeling nemen van de aanvraag tot beoordeling van een bouwvergunning.

Dividend

Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als baten genomen op het moment waarop het dividend betaalbaar wordt gesteld.

Materiële vaste activa

In de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:

a. investeringen met een economisch nut;

b. investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden  geheven;

c. investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.

Investeringen met economisch nut

Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven over de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde.

Investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven

Wanneer investeringen grotendeels of meer worden gedaan voor riolering, het inzamelen van huishoudelijk afval of andere alsook voor de rechten die op grond van art. 229 lid 1 a en b Gemeentewet worden geheven, dan worden deze investeringen op de balans opgenomen in een aparte categorie: de investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven.

Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut

Infrastructurele werken in de openbare ruimte, zoals wegen, pleinen, bruggen, watergangen en viaducten zijn, conform de Nota Activabeleid 2016, gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en afgeschreven in 20 jaar.

Afschrijvingen

De materiële vaste activa worden lineair afgeschreven op basis van de verwachte levensduur zonder rekening te houden met een restwaarde. De afschrijvingsperiode vangt aan op 1 januari volgend op het jaar van ingebruikname c.q. gereedkomen. Op de investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut mag extra worden afgeschreven. Activa onder de € 25.000 worden in één keer afgeschreven.

De volgende afschrijvingstermijnen worden gehanteerd conform de richtlijnen in de financiële verordening:

Activasoorten Afschrijvingstermijn in jaren
Gronden en terreinen n.v.t.
Woonruimten
·         nieuwbouw 40
·         renovatie en restauratie 25
Bedrijfsgebouwen
·         nieuwbouw 40
·         renovatie en restauratie 25
·         tijdelijke gebouwen/noodlokalen PM
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
·         aanleg en reconstructie wegen en kunstwerken (bruggen e.d.) 20
·         aanleg en renovatie riolering 40
·         aanleg en renovatie rioolgemalen 15
·         openbare verlichting 15
·         aanleg en renovatie openbaar groen 25
·         verkeers- en straatmeubilair 5
·         speeltoestellen 10
Voertuigen 5
Vrachtwagens 8
Bouwkundige installaties (brand/luchtbehandeling/warmwater) 15
Overige materiële vaste activa
·         kantoor- en schoolmeubilair en overige 10
·         automatisering (hardware) 4

Financiële vaste activa

Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en leningen u/g zijn opgenomen tegen nominale waarde. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht.

Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingsprijs zal afwaardering plaatsvinden. Tot dusver is een dergelijke afwaardering niet noodzakelijk gebleken; de actuele waarde ligt ruim boven de verkrijgingsprijs.

Van een deelneming is krachtens artikel 1 lid e BBV sprake als de gemeente participeert in het aandelenkapitaal van een NV of BV.

Vlottende activa

Voorraden

In de balans worden onder de voorraden afzonderlijk opgenomen:

a. grond- en hulpstoffen;

b. onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie;

c. gereed product en handelsgoederen;

d. vooruitbetalingen. 

 Grond- en hulpstoffen

De overige grond- en hulpstoffen zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs, dan wel lagere marktwaarde. Er wordt geen rente bijgeschreven op de boekwaarde van deze voorraden.

Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie

In het wijzigingsbesluit vernieuwing BBV is een nieuwe definitie opgenomen voor bouwgrond in exploitatie: Gronden in eigendom van een gemeente, waarvoor de raad een grondexploitatiecomplex en een grondexploitatiebegroting heeft vastgesteld.

De als onderhanden werken opgenomen bouwgronden in exploitatie zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs, dan wel de lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend alsmede de rentekosten berekend zoals voorgeschreven in het BBV en de administratie- en beheerskosten.

De lagere marktwaarde is bepaald, rekening houdend met de nog te realiseren uitgaven en inkomsten. De contante waarde per 31 december 2018 van een eventueel tekort op eindwaarde van een exploitatie is in mindering gebracht op de balanswaarde door middel van een balansverkorting. Vanaf 2016 moet de toegestane toe te rekenen rente aan BIE worden gebaseerd op de daadwerkelijk te betalen rente over het vreemd vermogen. Voor het jaar 2018 betekent dit dat voor de doorrekening van de GREXen gerekend wordt met een omslagrente van 1,55%. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijpmaken), alsmede een redelijk te achten aandeel in de rentekosten en de administratie- en beheerskosten.

Winsten uit de grondexploitatie worden slechts genomen indien en voor zover die met voldoende mate van betrouwbaarheid als gerealiseerd aangemerkt kunnen worden. Zolang daarvan geen sprake is, worden de verkregen verkoopopbrengsten ten volle op de vervaardigingskosten in mindering gebracht.

Gereed product en handelsgoederen

Gerede producten worden gewaardeerd tegen de kostprijs of tegen de marktwaarde indien de marktwaarde lager is dan de kostprijs. Dat laatste doet zich met name voor indien voorraden incourant worden. De kostprijs bestaat uit de verrekenprijzen van grond- en hulpstoffen en de loon- en machinekosten die aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend.

Vooruitbetalingen

Voor de inkomsten en uitgaven op de grondexploitatie en dan meer specifiek de aan- en verkoop van grond worden de volgende uitgangspunten gehanteerd. Grondaankopen worden meegenomen op moment dat de verplichting tot koop is aangegaan en de ontbindende voorwaarden zijn vervallen. Grondverkopen worden geregistreerd als gerealiseerde opbrengsten als de daadwerkelijke juridische overdracht van de grond heeft plaatsgevonden.

Vorderingen en overlopende activa

De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht.

Liquide middelen en overlopende posten

Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.

Vaste passiva

Eigen vermogen

Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening.

Voorzieningen

Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De pensioenverplichting voor de wethouders is echter tegen de contante waarde van de (reeds opgebouwde) toekomstige uitkeringsverplichtingen gewaardeerd.

De onderhoudsegalisatievoorzieningen stoelen op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de gemeentelijke kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn. In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen die is opgenomen in het jaarverslag is het beleid ter zake nader uiteengezet.

Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld in geval van reorganisaties) dient wel een verplichting gevormd te worden. 

Vaste schulden

Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

Vlottende passiva

De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is en die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, worden op grond van artikel 49 BBV geclassificeerd onder de overlopende passiva. In de toelichting op de balans is per uitkering van EU, Rijk en provincies met een specifiek bestedingsdoel het verloop gedurende het jaar van ontvangen voorschotbedragen in een overzicht weergegeven, conform artikel 52a BBV.

Borg- en garantstellingen

Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn, is buiten telling het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. In de toelichting op de balans is hierover nadere informatie opgenomen.

Toelichting op de balans: vaste activa

Immateriële vaste activa

Specificatie immateriële vaste activa

Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief:

  • Dit betreffen de voorbereidingskosten ten behoeve van de ontwikkeling van Wilderszijde.
Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2018 Boekwaarde 31-12-2017
Kosten onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief 676 55
Bijdragen aan activa van derden 9.321 8.441
Totaal 9.997 8.496

Verloop immateriële vaste activa

 Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief:

  • Dit betreffen de voorbereidingskosten ten behoeve van de ontwikkeling van Wilderszijde.

Bijdragen aan activa van derden:

  • In 2018 zijn er bijdragen gedaan in de grondkosten van de scholen De Zijde en Melanchton Berkroden.

Het verloop van de immateriële vaste activa in 2018 is als volgt:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2017 Herrubricering Boekwaarde 1-1-2018 Investering Desinvesteringen Afschrijvingen Afwaarderingen Boekwaarde 31-12-2018
Kosten onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief 55 55 621 676
Bijdragen aan activa van derden 8.441 8.441 1.047 167 9.321
Totaal 8.496 8.496 1.668 167 9.997

Materiële vaste activa

Specificatie van de materiële vaste activa:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2018 Boekwaarde 31-12-2017
Materiële vaste activa met economisch nut 156.233 158.027
Materiële vaste activa waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven 26.789 26.450
Materiële vaste activa met maatschappelijk nut 19.649 18.308
Totaal 202.671 202.786

Financiële vaste activa

Specificatie van de financiële vaste activa:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2018 Boekwaarde 31-12-2017
Kapitaalverstrekkingen aan:
Deelnemingen 606 606
Overige verbonden partijen 17 17
Leningen aan:
Woningbouwcorporaties 3.339 4.062
Overige langlopende leningen 422 359
Overige uitzettingen met een looptijd van > 1 jaar 376 376
Totaal 4.761 5.420

Verloop financiële vaste activa

De kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen bestaan uit:

  • Aandelen Eneco Groep N.V. / Stedin Holding N.V. (168.045 gewone aandelen van € 100 nominaal) en;
  • Aandelen NV Bank Nederlandse Gemeenten (15.015 gewone aandelen van nominaal € 2,50).

Op 30 januari 2017 is Eneco Holding N.V.gesplitst in Eneco Groep N.V.  en Stedin Holding N.V.. De gemeente heeft in beide vennootschappen Eneco Groep N.V. en Stedin Holding N.V. een belang van 3,38%.

De kapitaalverstrekkingen aan overige verbonden partijen bestaan uit:

  • Maatschappelijk belang bouwkassen BSH
  • Grootboek der Nationale Schuld

Leningen aan woningcorporaties

De gemeente heeft leningen verstrekt aan woningcorporatie 3B wonen voor de bouw en renovatie van woningen. Op deze leningen betaald de woningcorporatie jaarlijks rente en aflossing. In 2018 is er een bedrag van € 723.020 afgelost (2017: € 180.101).

Overige langlopende leningen

De post overige langlopende leningen bestaat uit startersleningen, lening aan de stichting Rotonde en een hypotheeklening ambtenaren. De startersleningen zijn renteloos en aflossingsvrij. Op de overige leningen worden rente en aflossing ontvangen. De hypotheeklening ambtenaren is in 2018 afgelost.

In 2018 zijn voor € 75.375 blijversleningen aan ouderen verstrekt.

Er worden geen nieuwe hypotheekleningen meer verstrekt.

Overige uitzettingen met een looptijd langer dan één jaar

De overige uitzettingen met een looptijd langer dan een jaar betreffen de belegde gelden voor wethouderspensioenen. De waarde van de participaties bedragen ultimo 2018 € 494.074 (2017: € 500.013)

Het verloop van de financiële vaste activa in 2018 is als volgt:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2017 Herrubricering Boekwaarde 1-1-2018 Investering Desinvesteringen Afschrijving / aflossing Afwaarderingen Boekwaarde 31-12-2018
Kapitaalverstrekkingen aan:
Deelnemingen 606 606 606
Overige verbonden partijen 17 17 17
Leningen aan:
Woningbouwcorporaties 4.062 4.062 723 3.339
Overige langlopende leningen 359 359 75 12 422
Overige uitzettingen met een looptijd van > 1 jaar 376 376 376
Totaal 5.420 5.420 75 735 4.761

Sub1

 Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief:

  • Dit betreffen de voorbereidingskosten ten behoeve van de ontwikkeling van Wilderszijde.

Bijdragen aan activa van derden:

  • In 2018 zijn er bijdragen gedaan in de grondkosten van de scholen De Zijde en Melanchton Berkroden.

Het verloop van de immateriële vaste activa in 2018 is als volgt:

Materiële vaste activa met economisch nut

Specificatie van de materiële vaste activa met economisch nut:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2018 Boekwaarde 31-12-2017
Gronden en terreinen 52.818 54.171
Woonruimten 2 3
Bedrijfsgebouwen 91.974 95.275
Grond, weg- en waterbouwkundige werken economisch nut 9.085 7.020
Vervoermiddelen 239 197
Machine's, apparaten en installaties 1.211 564
Overige materiële vaste activa economisch nut 904 797
Totaal 156.233 158.027

Verloop materiële vaste activa met economisch nut

Gronden en terreinen:

  • In 2018 is er vanuit de grondexploitatie een hockeyveld op Het Hoge Land overgedragen.
  • In 2018 is er voor € 1.037.263 grond overgedragen aan de school aan De Zijde.
  • In 2018 is de grond m.b.t de N470 met een waarde van € 992.000 overgedragen aan de Provincie Zuid-Holland

Woonruimten:

  • In 2018 zijn er geen investeringen gedaan op dit onderdeel.

Bedrijfsgebouwen:

  • In 2018 heeft de gemeente Kindcentrum Rodenrijs en de Leeuwerik opgeknapt. Ook is er gestart met de realisatie van Cultuurfabriek het Spectrum.

Grond-, weg- en waterbouwkundige werken:

  • Dit betreffen voornamelijk investeringen in de aanleg en renovatie van sportvelden binnen de gemeente.

Vervoermiddelen:

  • In 2018 is er een New Holland tractor en een Kubota RTV-X900 Transporter aangeschaft.

Machines, apparaten en installaties:

  • De herrubricering betreft de investeringen ICT 2016 die zijn overgeheveld van de overige materiële vaste activa.
  • In 2018 is er geïnvesteerd in de liftaanpassing van het gemeentehuis, computerapparatuur, zonnepanelen. 

Overige materiële vaste activa:

  • De herrubricering betreft de investeringen ICT 2016 die zijn overgeheveld naar machines, apparaten en installaties.
  • In 2018 heeft de gemeente geïnvesteerd in computerapparatuur en zijn er in de gemeente speeltoestellen vervangen.

Het verloop van de boekwaarde van de materiële vaste activa met economisch nut is als volgt:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2017 Herrubricering Boekwaarde 1-1-2018 Investering Desinvesteringen Afschrijvingen Bijdragen van derden Boekwaarde 31-12-2018
Gronden en terreinen 54.171 54.171 676 2.029 52.818
Woonruimten 3 3 1 2
Bedrijfsgebouwen 95.275 95.275 449 3.750 91.974
Grond, weg- en waterbouwkundige werken 7.020 7.020 2.618 553 9.085
Vervoermiddelen 197 197 82 41 239
Machine's, apparaten en installaties 564 146 709 630 128 1.211
Overige materiële vaste activa 797 -146 651 449 196 904
Totaal 158.027 158.027 4.905 2.029 4.669 156.233

Materiële vaste activa waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven

Materiële vaste activa waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2018 Boekwaarde 31-12-2017
Materiële vaste activa waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven 26.789 26.450
Totaal 26.789 26.450

Verloop materiële vaste activa waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven

Het verloop van de materiële vaste activa met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven is als volgt:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2017 Herrubricering Boekwaarde 1-1-2018 Investering Desinvesteringen Afschrijvingen Bijdragen van derden Boekwaarde 31-12-2018
Materiële vaste activa waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven 26.450 26.450 1.360 1.021 26.789
Totaal 26.450 26.450 1.360 1.021 26.789

Materiële vaste activa met maatschappelijk nut

Specificatie materiële vaste activa met maatschappelijk nut:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2018 Boekwaarde 31-12-2017
Grond, weg- en waterbouwkundige werken maatschappelijk nut 18.735 17.534
Machine's, apparaten en installaties maatschappelijk nut 546 257
Overige materiële vaste activa maatschappelijk nut 368 517
Totaal 19.649 18.308

Verloop materiële vaste activa met maatschappelijk nut

Grond, weg en waterbouwkundige werken:

  • De herrubricering betreft de overheveling van de Poller Bonfut naar machines, apparaten en installaties met maatschappelijk nut.
  • De grootste investeringen zijn op wegen, te weten vervanging beschoeiing, renovatie Berkel Centrum 't Vierkantje, fietsveiligheid aanpak rotondes, verlengen Hoogseweg, herinrichting Noordesrsingel, reconstructie Dorpsstraat, vervangen brug Bergweg-Noord, fietsveiligheid verlcihting Landscheidingspark. 
  • De desinvestering heeft betrekking op de bijdragen die zijn gefactureerd voor het verlengen van de Hoogseweg.  

Machines, apparaten en installaties:

  • Dit betreft de herrubricering van de Poller Bonfut van grond-, weg-, en waterbouwkundige werken.
  • De investering betreft het optimaliseren van openbare verlichtingskasten.

Overige materiële vaste activa:

  • In 2018 is er voor € 45.770 besteed aan het vervangen van bebording.
Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2017 Herrubricering Boekwaarde 1-1-2018 Investering Desinvesteringen Afschrijvingen Bijdragen van derden Boekwaarde 31-12-2018
Grond, weg- en waterbouwkundige werken 17.534 -72 17.462 3.226 754 1.200 18.735
Machine's, apparaten en installaties 257 72 329 242 26 546
Overige materiële vaste activa 517 517 46 194 368
Totaal 18.308 18.308 3.514 754 1.420 19.649

Toelichting op de balans: vlottende activa

Voorraden bouwgronden

Specificatie voorraden bouwgronden:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2018 Boekwaarde 31-12-2017
Onderhanden werk / bouwgronden in exploitatie 130.729 174.015
Totaal 130.729 174.015

Bouwgronden in exploitatie

Voor de projecten Meerpolder, Centrum Berkel, De Tuinen en Landscheidingspark Horeca staat een deel van de voorziening opgenomen aan de passivazijde, omdat dat deel van de voorziening boven de huidige boekwaarde uitkomt.

Van de bouwgronden in exploitatie is het verloop in het boekjaar 2018 als volgt geweest:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2017 Investering 2018 Opbrengsten 2018 Saldering voorziening Winst- / verlies name Boekwaarde 31-12-2018
Meerpolder 3.766 835 5.680 -1.079
Centrum 5.252 763 19 -5.996
Westpolder/Bolwerk 88.677 8.012 22.671 74.018
Oudeland 69.867 2.393 23.510 3.331 52.080
Berkelse Poort 39 1 73 -34
Rodenrijse Zoom 588 77 171 837
De Tuinen 9.686 506 231 -9.961
Parkzoom 1.125 1.773 9.353 794 -5.660
Leeuwenhoekweg 13.790 571 2.114 12.247
Centrum B'hoek 411 37 59 -389
Wilderszijde 17.235 503 1.912 15.826
Scholen Boterdorp 54 -4 51
De Vluchtheuvel -34 2 32
Groenzoom RvR 5.947 322 1.638 4.631
Landscheidingspark Horeca 59 1 -60
Subtotaal 216.463 15.796 67.260 -16.017 3.935 152.917
Voorziening afwaardering lagere marktwaarde: stand 31-dec-2017 45.635
waardemutaties 2018 23.447
overige mutaties
stand 31-dec-2018 22.188
Totaal Balanswaarde 31 december 2018 130.729

Ramingen per complex

De geraamde kosten, opbrengsten en eindwaarde per complex ziet er als volgt uit:

Bedragen x € 1.000
Bouwgronden in exploitatie Te verwachten opbrengsten Te verwachten kosten Te verwachten financieringslasten Te verwachten eindresultaat
Meerpolder 4.786 6.656 -25 -766
Centrum 6.119 9.579 630 -10.086
Westpolder/Bolwerk 74.872 8.316 5.110 -12.555
Oudeland 107.813 35.565 -603 24.103
Rodenrijse Zoom 1.362 452 -30 846
De Tuinen 857 1.006 338 -10.448
Parkzoom 2.907 8.472 -310 1.199
Leeuwenhoekweg 5.901 570 640 -7.557
Wilderszijde 25.803 13.436 1.021 -4.479
Scholen Boterdorp 228 51 -16 660
Groenzoom RvR 15.778 13.357 -177
Landscheidingspark Horeca 350 704 4 -417

Liquide middelen

Specificatie van de liquide middelen:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2018 Boekwaarde 31-12-2017
Kassaldi 1 1
Banksaldi 1.860 1.004
Totaal 1.862 1.005

Overlopende activa

Specificatie van de overlopende activa:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2018 Boekwaarde 31-12-2017
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel
Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen 3.971 3.423
Totaal 3.971 3.423

Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

Specificatie overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2018 Boekwaarde 31-12-2017
Vooruitbetaalde bedragen 154 138
Voorschotten Sociaal Domein 181 55
Netto salarissen 2
Door te belasten kosten 132 2
Nog te ontvangen rente 50
NTO Bijdragen van het Rijk 1.748 1.699
NTO bijdragen van overige overheden 162 467
NTO Gelden (exclusief overheid) 1.714 1.010
Totaal 4.091 3.423

Toelichting op de ramingen per complex

De voorziening is op contante waarde (eindwaarde contant gemaakt tegen 2%).

De uitgangspunten zijn voor alle projecten gelijk:

  • De kosten zijn onderbouwd met civieltechnische ramingen en planning inzet VTA;
  • De inkomsten en fasering hiervan zijn onderbouwd met marktonderzoeken;
  • De rente is gebaseerd op de BBV-systematiek;

Risico’s

De belangrijkste risico’s die samenhangen met de grondexploitaties hebben betrekking op de planning, prijs en het programma. Voor de komende 4 jaar zijn de opbrengsten op een totaal van ca. € 174 miljoen geraamd, gemiddeld zo'n € 43,5 miljoen per jaar. Het al dan niet realiseren van deze opbrengsten is voor de grondexploitaties de grootste uitdaging. Het college stuurt dan ook actief op de realisatie van deze opbrengsten. We sloten in 2018 diverse overeenkomsten voor onder meer Westpolder-Bolwerk, Berkel Centrum en Meerpolder, waarin concrete afspraken zijn gemaakt over de momenten van afname en/of betaling. Ook voor de bedrijventerreinen sloten we in 2018 meerdere verkoopovereenkomsten. Met een uitgifte van ruim 10 hectare haalden we onze omzetdoelstellingen voor 2018 voor de bedrijventerreinen ruimschoots. Ook sloten we voor ca. 14 ha aan betaalde reserveringsovereenkomsten die naar verwachting in 2019 worden omgezet in verkoopovereenkomsten. Hiermee is meer zekerheid verkregen over de productie in de komende jaren. Voor een deel is de markt te beïnvloeden, maar voor een ander deel ook niet. In de paragraaf Weerstandsvermogen zijn deze risico’s nader toegelicht.  

Planning bedrijfsterreinen

Binnen Lansingerland heeft de gemeente twee terreinen in ontwikkeling, waarvoor de gemeente 100% van het risico draagt: Oudeland in Berkel en Rodenrijs en Leeuwenhoekweg in Bergschenhoek. Daarnaast worden nog twee terreinen ontwikkeld gezamenlijk met de gemeente Zoetermeer: Bleizo en Hoefweg.

Het inschatten van een goede afzetraming voor de bedrijfsterreinen is vanwege de veelheid en omvang van locaties en de onzekere markt lastig. Daarnaast worden er in de praktijk zowel kleine als hele grote kavels uitgegeven. In 2018 is het onderzoek naar de (gemiddelde) afzetprognose van Oudeland geactualiseerd. De uitkomsten van dit onderzoek zijn qua fasering en prijsstelling in de grondexploitatie vertaald. Daarnaast zijn de reeds gesloten overeenkomsten verwerkt in de grondexploitaties. Voor Leeuwenhoekweg zijn bijna alle kavels verkocht.  

Geactualiseerde toelichting NEXT-route

Voor de ontwikkeling van het plangebied Westpolder/Bolwerk-West is in 2003 een Samenwerkingsovereenkomst (SOK) gesloten met de ontwikkelcombinatie Westpolder-Bolwerk C.V. (OCW). Voor het eerst voor deelplan 3 hebben de gemeente en OCW binnen de kaders van de SOK hun afspraken zodanig ingevuld dat de gemeente haar kosten zal verhalen door middel van een financieel voorschrift bij de omgevingsvergunning. Op grond van dit financieel voorschrift zullen de woningkopers gehouden zijn het kostenverhaal aan de gemeente te voldoen. Alvorens deze afspraken zijn vastgelegd heeft de gemeente over de gevolgen voor de BTW-heffing hiervan bij de gemeente in 2014 afstemming gezocht met de Belastingdienst. De Belastingdienst heeft in 2014 vervolgens schriftelijk bevestigd dat de gemeente geen BTW is verschuldigd over het kostenverhaal op grond van het financieel voorschrift bij de omgevingsvergunning.

Eind 2016 heeft het Ministerie van Financiën, in vervolg op eerder overleg van dat Ministerie met de VNG, een brief gestuurd aan de VNG over de BTW-behandeling van exploitatiebijdragen. Deze brief van het Ministerie brengt het actuele beleid van de Belastingdienst tot uitdrukking ten aanzien van BTW-heffing over exploitatiebijdragen. Gezien dit beleid is het risico aanwezig dat de inspecteur daarin aanleiding ziet om zijn eerdere instemming uit 2014 in te trekken. Op grond van de (fiscale) rechtspraak zal de inspecteur alsdan aan de gemeente een redelijke overgangsperiode moeten bieden om (financiële) schade voor de gemeente te voorkomen.

De feitelijke situatie voor Westpolder/Bolwerk is een andere dan die welke in de brief van het Ministerie wordt beschreven. De gemeente is daarom van mening dat de brief van het Ministerie geen aanleiding betekent voor de inspecteur om terug te komen op zijn eerdere instemming met de door de gemeente voorgelegde – en door de inspecteur – akkoord bevonden handelwijze van partijen voor het hele plangebied Westpolder/Bolwerk (met ingang van deelplan 3).

Om elke (mogelijke) verkeerde beeldvorming op dit punt te voorkomen heeft de gemeente, conform de voorwaarden die door de Belastingdienst zijn gesteld, de Belastingdienst geïnformeerd over het vorenstaande. In november 2017 bevestigde de Belastingdienst de eerdere instemming uit 2014 en de daaraan verbonden voorwaarden. Daarnaast gaf zij aan akkoord te zijn met het na afronding van de grondexploitatie Westpolder bepalen van de BTW-positie.

Bij de instemming van de Belastingdienst met de BTW-gevolgen ter zake van het kostenverhaal in het gebied Westpolder-Bolwerk is een voorwaarde opgenomen waaraan de gemeente moet voldoen. Als blijkt dat de gemeente de bijdrage toch niet (volledig) in rekening mocht brengen in samenhang met de omgevingsvergunning dan moet de gemeente de inspecteur daarover informeren. De inspecteur zal dan bezien of over het deel van de berekende bijdrage voor zover die de maximaal verhaalbare bijdrage overschrijdt alsnog BTW verschuldigd wordt.

Op basis van de gerealiseerde en nog te realiseren kosten en opbrengsten in de huidige grondexploitatie 2019 zou de indruk kunnen ontstaan dat zich een situatie aandient waarin de gemeente uiteindelijk een hogere exploitatiebijdrage zal berekenen dan het bedrag van de maximaal verhaalbare kosten. Of die situatie zich uiteindelijk ook daadwerkelijk zal voordoen is pas bekend op het moment dat de exploitatie van Westpolder/Bolwerk financieel wordt afgesloten, rekening houdend met de dan geldende bepalingen van de Wet ruimtelijke ordening.

Indien de Belastingdienst zich op het standpunt stelt dat alsnog BTW zal moeten worden voldaan over de hogere exploitatiebijdragen, dan zou het op basis van de huidige uitgangspunten van de grondexploitatie om circa € 2,8 miljoen aan BTW gaan. Hoewel wij goede aanknopingspunten zien dat heffing (gedeeltelijk) achterwege zal blijven en afrekening waarschijnlijk pas aan het eind van de exploitatieperiode Westpolder zal plaatsvinden is voorzichtigheidshalve bij de waardering van de grondexploitatie Westpolder met deze € 2,8 miljoen rekening gehouden.

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

Uitzettingen met een looptijd van ten hoogste één jaar:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2018 Boekwaarde 31-12-2017
Vorderingen op openbare lichamen 10.262 8.395
Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 30.591 14.310
Overige vorderingen 4.624 4.842
Debiteuren Sociale Zaken 867 916
Totaal 46.344 28.463

Vorderingen openbare lichamen

De vorderingen op openbare lichamen bestaan voor € 9.454.925 uit een vordering op de belastingdienst. De overige € 807.001 heeft betrekking op Rijkswaterstaat, waterschappen, gemeenten en gemeenschappelijke regelingen.

Schatkistbankieren

Op basis van de wet financiering decentrale overheden (wet Fido) is de gemeente verplicht om overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist. De gemeente is gerechtigd om een bepaald bedrag aan middelen buiten ’s Rijks schatkist aan te houden. Gerekend over een heel kwartaal mag het op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden bedrag gemiddeld niet hoger zijn dan het drempelbedrag. Het drempelbedrag wordt bepaald op basis van het begrotingstotaal, waarbij het drempelbedrag minimaal € 250.000 bedraagt.

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren:

Verslagjaar
(1) Drempelbedrag 1.074
Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
(2) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 999 1.003 969 1.041
(3a) = (1) > (2) Ruimte onder drempelbedrag 75 71 105 33
(3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag - - - -
(1) Berekening drempelbedrag
Verslagjaar
(4a) Begrotingstotaal verslagjaar 143.251
(4b) Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen 143.251
(4c) Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
(1) = (4b)*0,0075 * (4c)*0,002 met een minimum van € 250.000 Drempelbedrag 1.074
(2) Berekening kwartaalcijfers op dagbasis buiten 's Rijks schatlkist aangehouden middelen
Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
(5a) Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) 89.872 91.246 89.143 95.766
(5b) Dagen in het kwartaal 90 91 92 92
(2) = (5a) / (5b) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 999 1.003 969 1.041

Overige vorderingen

De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. Van de openstaande vorderingen per 31 december 2018 is op 12 februari 2019 nog € 2.839.181 niet voldaan.

Voor de overige debiteuren is de voorziening als volgt bepaald:

  • vorderingen op openbare lichamen zijn in principe niet voorzien;
  • inbaarheid vorderingen > € 25.000,- (ontstaan vóór 01-01-2016) in overleg met de budgethouder bepaald;
  • overige vorderingen ontstaan in 2018 zijn niet voorzien;
  • overige vorderingen ontstaan in 2017 zijn voor 25% voorzien;
  • overige vorderingen ontstaan in 2016 zijn voor 50% voorzien;
  • overige vorderingen ontstaan in 2015 zijn voor 75% voorzien;
  • overige vorderingen ontstaan vóór 2015 zijn voor 100% voorzien.

De invordering van gemeentelijke heffingen onroerende zaakbelasting, hondenbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing is met ingang van 1 januari 2013 uitbesteed aan het samenwerkingsverband SVHW. De verwachte oninbaarheid van deze vorderingen wordt door het SVWH bepaald. Door Deloitte accountants is een controleverklaring over de jaarverantwoording afgegeven. Wij zijn akkoord met de door Deloitte bepaalde voorziening.

Debiteuren Sociale Zaken

Voor de debiteuren Sociale Zaken zijn de volgende principes gehanteerd:

1)            Alle debiteuren zijn individueel beoordeeld;

2)            Wat is het saldo waarop 1 jaar niet is afgelost;

3)            Wat is het saldo waarop 2 jaar niet is afgelost;

4)            Wat is de termijn van de vordering (datum ontstaan van de vordering);

5)            Wat is het saldo waarop het afgelopen boekjaar is afgelost;

6)            Welke vorderingen zijn ouder dan 5 jaar (verjaringstermijn).

Opbouw van de boekwaarde van de debiteuren Sociale Zaken:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2018 Boekwaarde 31-12-2017
Debiteuren Sociale Zaken 2.320 2.703 121110
Rijksdeel BBZ 75% -244 -329 121111
Voorziening dubieuze debiteuren -1.209 -1.458 9922002
Totaal 867 916

Toelichting op de balans: vaste passiva

Eigen vermogen

Het eigen vermogen van de gemeente Lansingerland bestaat uit de Algemene reserve, de bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat. De Algemene reserve is dat deel van het vermogen waar de gemeente vrij over kan beschikken. Het dient om financiële tegenvallers op te vangen. Daarnaast wordt het resultaat met de Algemene reserve afgewikkeld.

De verschillende bestemmingsreserves vormen een belangrijk onderdeel van het eigen vermogen. Kenmerkend voor deze categorie reserves is dat het hierbij gaat om door de raad geoormerkte middelen. Dit betekent dat aan deze reserves specifieke bestedingsdoelen zijn gekoppeld. De bestemmingsreserves worden door de raad ingesteld. De raad heeft als enige orgaan de bevoegdheid de bestemming en de omvang van een reserve te wijzigen.

Specificatie van het eigen vermogen:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2018 Boekwaarde 31-12-2017
Algemene reserves 99.643 81.610
Bestemmingsreserves 10.000 11.905
Oververdeeld resultaat 5.417 11.812
Totaal 115.060 105.328

Verloop reserves

Het verloop van de reserves in 2018 is als volgt:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2017 Bestemming resultaat 2017 Toevoeging 2018 Ontrekking 2018 Vrijval 2018 Boekwaarde 31-12-2018
Algemene reserves 81.610 11.812 10.777 4.556 99.643
Algemene reserves 81.610 11.812 10.777 4.556 99.643
Reserve rekenkamer 6 22 28
Reserve afronding Overbuurtsepolder 789 789
Reserve baggeren 1.890 486 148 600 1.627
Reserve 1e inrichting OLP en meubilair 124 59 183
Reserve tijd. huisvesting primair onderwijs 43 43
Reserve overdracht schoolgebouwen 900 17 883
Reserve A.M.G. Schmidtpark 2.430 74 2.357
Reserve Participatie budget 91 91
Egalisatiereserve afvalstoffenheffing 3.139 1.740 163 1.236
Reserve iav bhp begraafplaats onderhoud 125 125
Reserve bovenwijkse voorzieningen 1.326 450 876
Reserve nog te maken kosten GREX 68 63 131
Reserve GO gemeentelijke gebouwen 1.874 473 442 1.905
Bestemmingsreserves 11.905 2.003 2.695 1.213 10.000
Resultaat na bestemming 11.812 -11.812 5.417 5.417
Totaal Eigen Vermogen 105.328 18.197 7.251 1.213 115.060

Algemene reserve

Aard/reden:

  1. Het opvangen van onvoorziene uitgaven, voortvloeiende uit opkomende verplichtingen die niet rechtstreeks verband houden met de lopende exploitatie en uit calamiteiten;
  2. Het opvangen van rekeningtekorten;
  3. Het afdekken van begrotingstekorten, voor zover op basis van een meerjarenbegroting blijkt  dat deze niet van structurele aard is.

Looptijd: onbeperkt.

Het resultaat na bestemming over 2017 wordt toegevoegd aan de algemene reserve. Bij het vaststellen van de jaarrekening werd vervolgens € 2.627.480 onttrokken aan de algemene reserves. In 2018 zijn voor € 763.048 aan reserves vrijgevallen ten gunste van de algemene reserves.

In 2018 is € 962.956 gestort in bestemmingsreserves.

De grondexploitaties zijn geactualiseerd. De projecten Centrum Bergschenhoek en De Vluchtheuvel zijn afgesloten. Op de projecten Oudeland, Rodenrijse Zoom, Parkzoom en de Scholen Boterdorp moesten we tussentijds winst nemen. Voor de overige projecten is de totale voorziening iets afgenomen.

Bedragen x € 1,-
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2018 81.610.455
Resultaatbestemming 2017 11.812.179
Budgetoverhevelingen 240.000
Vrijval reserves 763.048
Winstneming grondexploitaties 4.292.012
Resultaat afgesloten grondexploitaties -357.066
Mutatie voorziening grondexploitaties 3.973.304
Instellen reserve overdracht schoolgebouwen -900.000
Storting in bestemmingsreserve -62.956
Onttrekking conform jaarrekening 2017 -1.727.480
Stand per 31 december 2018 99.643.496

Reserve rekenkamer

Aard/reden: Deze reserve is ingesteld als onderzoeksreserve voor de Rekenkamer Lansingerland.

Storting vindt plaats op grond van de verordening Rekenkamer Lansingerland.

Looptijd: onbeperkt

Bedragen x €1,-
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2018 5.881
Toevoegingen 21.926
Onttrekkingen -
Stand per 31 december 2018 27.807

Reserve afronding Overbuurtsepolder

Aard/reden: Deze reserve is gevormd vanuit de reserve Projecten (bestemd) om de nog te maken kosten van afronding van de Overbuurtse Polder te kunnen opvangen.

Looptijd: 2021

Bedragen x €1,-
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2018 788.895
Toevoegingen -
Onttrekkingen -
Stand per 31 december 2018 788.895

Reserve baggeren

Aard/reden: Deze reserve is gevormd om de onderhoudslasten ten behoeve van baggerwerkzaamheden evenredig over de tijd te kunnen verdelen.

Looptijd: onbeperkt

De toevoeging van € 485.617 betreft een jaarlijkse dotatie, conform begroting. De onttrekking aan de reserve van € 748.484 is voor € 148.484 ter dekking van gemaakte kosten van baggerwerkzaamheden en € 600.000 vrijval conform ZR.

Bedragen x €1,-
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2018 1.890.284
Toevoegingen 485.617
Onttrekkingen -148.484
Vrijval -600.000
Stand per 31 december 2018 1.627.418

Reserve 1e inrichting OLP en meubilair

Aard/reden: De reserve is ingesteld voor de bekostiging van toekomstige aanvragen "eerste inrichting onderwijsleer-pakket en meubilair. 

Looptijd: 2018

De onttrekking aan de reserve van € 123.676 is ter dekking van gemaakte kosten.

Bedragen x €1,-
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2018 123.676
Toevoegingen 59.000
Onttrekkingen -182.676
Stand per 31 december 2018 0

Reserve tijdelijke huisvesting primair onderwijs

Aard/reden: Dekking van kosten (o.a. sloop tijdelijke huisvesting) gerelateerd aan de realisatie van algemeen primair onderwijs.

Looptijd: 2021

De reserve is in 2018 niet aangesproken.

Bedragen x €1,-
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2018 43.160
Toevoegingen -
Onttrekkingen -
Stand per 31 december 2018 43.160

Reserve overdracht schoolgebouwen

Aard/reden:  Onderhoud aan schoolgebouwen opdat ze aan de schoolbesturen worden overgedragen. De bekostiging is noodzakelijk om aan onze wettelijke plicht uit de Wet op het primair onderwijs te voldoen om te voorzien in voldoende en adequate onderwijshuisvesting.

Looptijd: 2019

In 2018 is er € 900.000 in de reserve gestort. De onttrekking aan de reserve van € 16.842 is ter dekking van gemaakte kosten.

Bedragen x €1,-
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2018 -
Instellen reserve 900.000
Onttrekkingen -16.842
Stand per 31 december 2018 883.158

Reserve A.M.G. Schmidtpark

Aard/reden: De middelen in deze reserve worden ingezet voor de kwaliteitsoptimalisatie van het Landscheidingspark.

Looptijd: 2018

De oorspronkelijke looptijd van de reserve Landscheidingspark loopt tot 31 december 2016. Omdat er nog enkele afwikkelingen nodig zijn voor het park waarbij er nog kosten gemaakt worden, zal de looptijd van deze reserve worden verlengd tot 31 december 2018.

Bedragen x €1,-
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2018 2.430.413
Toevoegingen -
Onttrekkingen -73.750
Vrijval 0
Stand per 31 december 2018 2.356.663

Reserve Participatiebudget

Aard/reden: Deze reserve is gevormd voor participatie-activiteiten voor bijzondere doelgroepen.

Looptijd: 2017

De reserve is in 2018 opgeheven.

Bedragen x €1,-
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2018 91.000
Toevoegingen -
Onttrekkingen -91.000
Stand per 31 december 2018 0

Egalisatiereserve afvalstoffenheffing

Aard/reden: Door het instellen van een egalisatiereserve wordt de afvalinzameling in combinatie met de afvalstoffenheffing een gesloten financieel circuit. Door egalisatie kunnen eventuele toekomstige tariefstijgingen en -dalingen worden gedempt.

Looptijd: 2019

Het saldo van de kosten en heffingen is onttrokken aan de reserve.

Bedragen x €1,-
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2018 3.138.883
Toevoegingen -
Onttrekkingen -1.740.270
Vrijval -163.048
Stand per 31 december 2018 1.235.565

Reserve iav onderhoud begraafplaats

Aard/reden: Deze reserve wordt als startkapitaal gebruikt bij het instellen van de voorziening begraafplaats-onderhoud, zodra het beheerplan is vastgesteld.

Looptijd: 2019

De reserve is in 2018 niet aangesproken.

Bedragen x €1,-
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2018 125.000
Toevoegingen -
Onttrekkingen -
Stand per 31 december 2018 125.000

Reserve bovenwijkse voorzieningen

Aard/reden: Deze reserve is gevormd voor de aanleg van bovenwijkse voorzieningen zoals opgenomen in de Nota Bovenwijkse Voorzieningen. In de Najaarsnota 2017 is het doel van de reserve aangepast. Het doel van de reserve is dekking van de kapitaallasten die voortvloeien uit investeringen die zijn benoemd in het raadsvoorstel Fons Bovenwijkse voorzieningen (BR1600121).

Looptijd: 2023

Aan de reserve is € 450.000 onttrokken conform de ZR.

Bedragen x €1,-
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2018 1.325.869
Toevoegingen -
Onttrekkingen -
Vrijval -450.000
Stand per 31 december 2018 1.325.869

Reserve nog te maken kosten GREX

Aard/reden: Dekking voor nog uit te voeren werkzaamheden na afsluiting van de grondexploitaties.

Looptijd: onbeperkt

Bedragen x €1,-
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2018 68.037
Toevoegingen 62.956
Onttrekkingen -
Stand per 31 december 2018 130.993

Reserve groot onderhoud gemeentelijke gebouwen

Aard/reden: Dekking van cyclische onderhoudslasten van de gemeentelijke gebouwen.

Looptijd: onbeperkt

De toevoeging van € 473.166 betreft een jaarlijkse dotatie, conform begroting. De onttrekking aan de reserve van € 442.009 is ter dekking van gemaakte kosten van groot onderhoud.

Bedragen x €1,-
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2018 1.873.899
Toevoeging conform Nota R&V 2018 PR 473.166
Onttrekkingen -442.009
Stand per 31 december 2018 1.905.056

Voorzieningen

Specificatie van de voorzieningen:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2018 Boekwaarde 31-12-2017
voorziening voor verplichtingen, verliezen en risico's 11.756 10.543
Van derden verkregen middelen specifiek te besteden 13.848 13.140
Totaal 25.604 23.683

Verloop voorzieningen

Het verloop van de voorzieningen 2018 is als volgt:

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2017 Toevoeging 2018 Ontrekking 2018 Vrijval 2018 Boekwaarde 31-12-2018
Voorziening wethouders 5.416 -59 209 913 4.236
Voorziening afvloeiingsregelingen personeel 412 411 397 425
Voorziening onderhoud gevel gemeentehuis 1.528 1.528
Voorziening planschade 2.840 2.840
Saldo verliesvoorziening grondexploitaties 3.187 1.426 359 4.255
Voorz. Voor verplichtingen en risico's 10.543 4.618 2.493 913 11.756
Voorziening riolering met specifieke besteding 13.140 708 13.848
Van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden 13.140 708 13.848
Totaal voorzieningen 23.683 5.326 2.493 913 25.604

Voorzieningen wethouderspensioenen

Aard/reden: Deze voorziening is gevormd voor toekomstige pensioen- en wachtgeldverplichtingen van (ex-) wethouders. De hoogte van de voorziening wordt jaarlijks bepaald aan de hand van actuariële berekeningen en is opgenomen tegen contante waarde. De berekeningen zijn gebaseerd op actuele rekenrente en sterftetabel.

Door uitgekeerde pensioenen is de voorziening met een bedrag van € 209.293 afgenomen. Voor actualisering is een bedrag van € -58.720 toegevoegd. Door het overlijden van een pensioengerechtigde is er een bedrag van € 78.136 vrijgevallen. De pensioenwaarde van één deelnemer is overgedragen aan een andere gemeente. Hierdoor neemt de voorziening af met € 834.583.

Bedragen x €1,-
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2018 5.416.270
Actualisering toevoeging -58.720
Actualisering onttrekking -209.293
Vrijval/overdracht voorziening -912.719
Stand per 31 december 2018 4.235.538

Voorziening afvloeiingsregelingen personeel

Aard/reden: Deze voorzienig is gevormd vanwege de verplichting die is ontstaan door afvloeiingsregelingen met ex-medewerkers.

Bedragen x €1,-
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2018 411.872
Toevoegingen 411.041
Onttrekkingen -397.416
Stand per 31 december 2018 425.497

Voorziening onderhoud gevel gemeentehuis

Aard / reden: Deze voorziening is gevormd om de kosten van de gevels van het gemeentehuis, die aan renovatie toe zijn, op te vangen. In het verleden is getracht om de kosten te verhalen op de aannemer; deze is echter failliet. In 2016 heeft er onderzoek plaats gevonden over de mogelijkheden en de kosten van het herstel. In 2017 zijn de werkzaamheden gestart en in 2018 zijn deze afgerond.

Bedragen x €1,-
In wijziging Bedrag
Stand per 1 januari 2018 1.527.576
Toevoegingen -
Onttrekkingen -1.527.576
Stand per 31 december 2018 0

Verliesvoorziening grondexploitaties

Voor een aantal complexen is, conform de verslaggevingsrichtlijnen, een voorziening opgenomen. Een verliesvoorziening voor een grondexploitatie moet voor zover mogelijk met de boekwaarde van de betreffende grondexploitatie worden gesaldeerd. Wanneer de voorziening hoger is dan de boekwaarde, is het restant van de voorziening dat kan niet worden gesaldeerd, aan de passiefzijde van de balans onder de voorzieningen gepresenteerd. Dit geldt voor Meerpolder, Centrum Berkel, De Tuinen en Landscheidingspark Horeca.

Conform de beleidslijn zoals opgenomen in de nota Reserves en Voorzieningen 2016 wordt de vrijval van de verliesvoorziening bij de jaarrekening 2018 vóór resultaatsbestemming toegevoegd aan de algemene reserve.

Bedragen x €1,-
Boekwaarde 31-12-2018 Boekwaarde 31-12-2017
Meerpolder 693.375 -
Centrum Berkel 3.139.089 2.535.552
De Tuinen 81.259 368.305
Centrum Bergschenhoek - 33.230
Vluchtheuvel - 38.439
Landscheidingspark Horeca 341.028 211.859
Totaal 4.254.751 3.187.385

Voorziening riolering met specifieke besteding

Aard/Reden: Deze voorziening is gevormd voor het egaliseren van onderhoud en vervangingsinvesteringen waarvoor een heffing wordt geheven, ter voorkoming van grote schommelingen in het tarief voor Rioolrecht.

Deze middelen zijn beklemd omdat in de huidige systematiek sprake is van restitutieplicht aan de burgers doordat het saldo van het product riolering leidt tot een aanpassing van het tarief. Dit wordt betrokken bij de evaluatie van het GRP in 2018.

Bedragen x €1,-
In wijziging Bedrag (in €)
Stand per 1 januari 2018 13.140.097
Toevoegingen 707.652
Onttrekkingen -
Stand per 31 december 2018 13.847.749

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2018 Boekwaarde 31-12-2017
Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen 224.387 257.457
Waarborgsommen 44 22
Totaal 224.431 257.479

Specificatie vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar

De totale rentelast voor het boekjaar 2018 voor de vaste schulden bedraagt € 5.533.682 (2017: € 6.505.046). Voor nadere toelichting op deze mutaties, zie paragraaf Financiering & Treasury.

Bedragen x € 1.000
Schuld per 31-12-2017 Verstrekt in 2018 Aflossing in 2018 Schuld per 31-12-2018
Leningen Bank Nederlandse Gemeenten 195.590 24.403 171.187
Leningen Nationaal Groenfonds 1.200 1.200
Leningen De Nederlandse Waterschapsbank N.V. 60.666 8.667 52.000
Waarborgsommen 22 24 1 44
Totaal 257.478 24 33.071 224.431

Toelichting op de balans: vlottende passiva

Vlottende passiva

Specificatie vlottende passiva

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2018 Boekwaarde 31-12-2017
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 16.532 17.550
Overlopende passiva 18.708 19.568
Totaal 35.239 37.118

Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

Overige kasgeldleningen

De kasgeldlening is aangegaan om de liquiditeitsbehoefte op korte termijn te dekken. Aangezien er nog onvoldoende zekerheid was over de liquiditeitsbehoefte op langere termijn, is voor deze optie gekozen.

Overige schulden

De overige schulden hebben betrekking op nog te betalen facturen die grotendeels eind 2018 zijn ontvangen en waarvan de vervaldatum in 2019 is.

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2018 Boekwaarde 31-12-2017
Overige Kasgeldleningen 10.000 10.000
Overige schulden 6.532 7.550
Totaal 16.532 17.550

Overlopende passiva

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2018 Boekwaarde 31-12-2017
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume 12.817 11.531
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren 5.852 8.034
Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen 39 3
Totaal 18.708 19.568

Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2018 Boekwaarde 31-12-2017
Vooruitontvangen bedragen (excl. overheid) 475 129
Betaling uitkeringen/WMO 495 706
GR Jeugdhulp Rijnmond 122
Loonheffing 1.561 1.507
Rente leningen 3.857 4.244
Nog te betalen bijdrage van het Rijk
Nog te betalen bijdragen van overige overheden 2.743 2.975
Nog te betalen gelden (exclusief overheid) 2.552 1.588
Waarborgsommen 732
Anterieure overeenkomsten 402 260
Totaal 12.817 11.531

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen te dekking van lasten van voorgaande begrotingsjaren

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2018 Boekwaarde 31-12-2017
Het Rijk 3.046 3.088
Overige Nederlandse overheidslichamen 2.806 4.946
Totaal 5.852 8.034

Specificatie van de van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen te dekking van lasten van voorgaande begrotingsjaren

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2017 Ontvangen 2018 Uitgaven 2018 Boekwaarde 31-12-2018
Rijksbijdrage onderwijsachterstanden 267 83 351
Rijksbijdrage geluidschermen N209 voorb 562 109 454
Rijksbijdrage geluidschermen N209 Bergschenhoek 1.228 1.228
Rijksbijdrage geluidschermen N209 Bleiswijk 962 962
Rijksbijdrage vbt-subsidie geluidhinderende beperking woningen N209 5 5
Rijksbijdrage subsidie geluidshinderende beperking Noordeindseweg 45 16 29
Rijksbijdrage subsidie geluidshinderende beperking Bergweg Zuid 18 18
Totaal Rijk 3.088 83 125 3.046
SRR-subsidie Fietspad Triangelpark Wilder 3.073 1.151 1.922
SRR-subsidie Fietsvoorziening ZORO 5 5
SRR-subsidie Belevenisverbinding Noordas 241 70 172
SRR-subsidie Project Ontwikkeling Rodenrijs 32 32
Provincie bijdrage waterb. Voorafsche polder 814 -16 667 132
GR Groenzoom 142 142
SRR-convenant jeugdwerkloosheid 79 52 27
Nedvang subsidie project zwerfafval 161 161
SRR-bijdrage project klimaatagenda 8 8
Subsidie Project elektrische deelauto's 18 18
3D's Sociaal Domein 372 372
Totaal Overige Nederlandse overheidslichamen 4.946 -16 2.124 2.806
Totaal 8.034 67 2.250 5.852

Overige vooruitontvangen bedragen

Bedragen x € 1.000
Boekwaarde 31-12-2018 Boekwaarde 31-12-2017
Netto salarissen 19
ABP: pensioenpremies, wachtgeld, FPU enz.
Te betalen IKB 1 2
Te betalen premie reparatie 3e WW-jaar 14
Tussenrek. Bank/PIN-betalingen Burgerzaken 5 2
Tussenrek. Terugbet. Leges identiteitskaarten
Totaal 39 3