Meer
Publicatiedatum: 28-08-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Balans en toelichting

Balans

Activa

ACTIVA bedragen x € 1.000
31-12-2017 31-12-2016
VASTE ACTIVA
Immateriële vaste activa 8.496 8.608
-Kosten van onderzoek en ontwikkeling 55
-Bijdragen aan activa van derden 8.441 8.608
Materiële vaste activa 202.786 206.845
-Overige investeringen met economisch nut 158.027 163.453
-Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven 26.450 25.935
-Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut 18.308 17.456
Financiële vaste activa 5.420 5.615
-Kapitaalverstrekkingen aan:
-Deelnemingen 606 606
-Overige verbonden partijen 17 17
-Leningen aan:
-Woningbouwcorporaties 4.062 4.242
-Overige langlopende leningen 359 374
-Overige uitzettingen met looptijd langer dan 1 jaar 376 376
TOTAAL VASTE ACTIVA 216.702 221.068
VLOTTENDE ACTIVA
Voorraden 174.015 178.173
-Grond- en hulpstoffen:
-Niet in exploitatie genomen bouwgronden
-Grond- en hulpstoffen overige
-Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie 174.015 178.173
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 28.463 23.166
-Vorderingen op openbare lichamen 8.395 9.382
-Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 14.310 8.430
-Overige vorderingen 5.758 5.354
Liquide middelen 1.005 2.356
-Kassaldi 1 1
-Bank- en girosaldi 1.004 2.355
Overlopende activa 3.423 3.013
-De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel 461
-Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van de volgende begrotingsjaren komen 3.423 2.552
TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA 206.906 206.709
TOTAAL-GENERAAL 423.608 427.777

Passiva

PASSIVA bedragen x € 1.000
31-12-2017 31-12-2016
VASTE PASSIVA
Eigen vermogen 105.328 92.311
-Algemene reserve 81.610 74.292
-Bestemmingreserves 11.905 11.532
-Oververdeeld resultaat 11.812 6.488
Voorzieningen 23.683 19.813
-Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's 10.543 7.669
-Egalisatievoorzieningen
-Van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden 13.140 12.144
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer 257.479 273.051
-Obligatieleningen
-Onderhandse leningen van:
-Binnenl. pens.fondsen en verzekeringsinst.
-Binnenl. banken en overige financiële inst. 257.457 273.039
-Waarborgsommen 22 12
TOTAAL VASTE PASSIVA 386.490 385.175
VLOTTENDE PASSIVA
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 17.550 21.767
-Kasgeldleningen aangegaan bij openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, 10.000 10.000
onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden
-Debetsaldi bank
-Overige schulden 7.550 11.767
Overlopende passiva 19.568 20.834
-Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend 11.531 12.644
begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende
arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
-De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen 8.034 8.187
voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter
dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
-Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen 3 4
TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA 37.118 42.601
TOTAAL-GENERAAL 423.608 427.777
Gewaarborgde geldleningen en garantstellingen 214.387 222.267

Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Inleiding

De jaarrekening is opgemaakt in overeenstemming met de voorschriften volgens het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door de gemeenteraad op d.d. 22 december 2016 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. Tenzij anders vermeld, zijn alle bedragen afgerond op € 1.000, waardoor tussen de verschillende tabellen kleine afrondingsverschillen kunnen bestaan.

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. Met betrekking tot de eigen bijdragen die het CAK int en aan de gemeenten afdraagt geldt op basis van de Kadernota rechtmatigheid 2017 van de commissie BBV het volgende; gemeenten kunnen op basis van de overzichten van het CAK wel de aantallen personen, soort en omvang van de zorgverlening beoordelen met de eigen WMO-administratie. Probleempunt is dat door het ontbreken van inkomensgegevens op deze overzichten de informatie over de eigen bijdrage ontoereikend is om als gemeente de juistheid op persoonsniveau en volledigheid van de eigen bijdragen als geheel te kunnen vaststellen. Door de systematiek te kiezen van het vaststellen van de eigen bijdrage door het CAK, heeft de wetgever in feite bepaald, dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Dat betekent dat door gemeenten geen zekerheden over omvang en hoogte van de eigen bijdragen kunnen worden verkregen als gevolg van het niet kunnen vaststellen van de juistheid op persoonsniveau, zoals hiervoor is toegelicht.

Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn.

De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in maximaal vier jaar afgeschreven. De afschrijving van de geactiveerde kosten van onderzoek en ontwikkeling vangt aan in het jaar volgend op het jaar van realisatie van het gerelateerde materiële vaste actief.

De bijdragen aan activa in eigendom van derden worden met ingang van 1 januari 2016 verantwoord onder de immateriële vaste activa, in plaats van financiële vaste activa (BBV artikel 34). Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden geactiveerd als aan alle voorwaarden zoals genoemd in artikel 61 BBV wordt voldaan. Waardering vindt plaats tegen het bedrag van de verstrekte bijdragen, verminderd met afschrijvingen. De verleende bijdragen worden afgeschreven in de periode waarin het betrokken actief van de derde op basis van de door de gemeente gestelde voorwaarden moet bijdragen aan de publieke taak.

Grondslagen voor resultaatbepaling

Algemeen

De baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Personeelslasten

Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke.

Algemene uitkering

Met betrekking tot de algemene uitkering heeft de commissie BBV een stellige uitspraak gedaan. Deze uitspraak houdt in dat in de jaarrekening de algemene uitkering wordt opgenomen conform de in het jaar laatst gepubliceerde accresmededeling.

Bouwleges

De opbrengsten uit bouwleges worden verantwoord op het moment van aanvragen van de bouwvergunning. Op grond van de legesverordening zijn bouwleges al opeisbaar op het moment van in behandeling nemen van de aanvraag tot beoordeling van een bouwvergunning.

Dividend

Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als baten genomen op het moment waarop het dividend betaalbaar wordt gesteld.

Materiële vaste activa

In de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:

a. investeringen met een economisch nut;

b. investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden  geheven;

c. investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.

Investeringen met economisch nut

Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven over de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde.

Investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven

Wanneer investeringen grotendeels of meer worden gedaan voor riolering, het inzamelen van huishoudelijk afval of andere alsook voor de rechten die op grond van art. 229 lid 1 a en b Gemeentewet worden geheven, dan worden deze investeringen op de balans opgenomen in een aparte categorie: de investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven.

Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut

Infrastructurele werken in de openbare ruimte, zoals wegen, pleinen, bruggen, watergangen en viaducten zijn, conform de Nota Activabeleid 2016, gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en afgeschreven in 20 jaar.

Afschrijvingen

De materiële vaste activa worden lineair afgeschreven op basis van de verwachte levensduur zonder rekening te houden met een restwaarde. De afschrijvingsperiode vangt aan op 1 januari volgend op het jaar van ingebruikname c.q. gereedkomen. Op de investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut mag extra worden afgeschreven. Activa onder de € 25.000 worden in één keer afgeschreven.

De volgende afschrijvingstermijnen worden gehanteerd conform de richtlijnen in de financiële verordening:

Gronden en terreinen n.v.t.
Woonruimten
·         nieuwbouw 40
·         renovatie en restauratie 25
Bedrijfsgebouwen
·         nieuwbouw 40
·         renovatie en restauratie 25
·         tijdelijke gebouwen/noodlokalen PM
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
·         aanleg en reconstructie wegen en kunstwerken (bruggen e.d.) 20
·         aanleg en renovatie riolering 40
·         aanleg en renovatie rioolgemalen 15
·         openbare verlichting 15
·         aanleg en renovatie openbaar groen 25
·         verkeers- en straatmeubilair 5
·         speeltoestellen 10
Voertuigen 5
Vrachtwagens 8
Bouwkundige installaties (brand/luchtbehandeling/warmwater) 15
Overige materiële vaste activa
·         kantoor- en schoolmeubilair en overige 10
·         automatisering (hardware) 4

Financiële vaste activa

Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en leningen u/g zijn opgenomen tegen nominale waarde. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht.

Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingsprijs zal afwaardering plaatsvinden. Tot dusver is een dergelijke afwaardering niet noodzakelijk gebleken; de actuele waarde ligt ruim boven de verkrijgingsprijs.

Van een deelneming is krachtens artikel 1 lid e BBV sprake als de gemeente participeert in het aandelenkapitaal van een NV of BV.

Vlottende activa

Voorraden

In de balans worden onder de voorraden afzonderlijk opgenomen:

a. grond- en hulpstoffen;

b. onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie;

c. gereed product en handelsgoederen;

d. vooruitbetalingen. 

Afschaffing balanscategorie niet in exploitatie genomen gronden (NIEGG)

In het wijzigingsbesluit vernieuwing BBV is de balanscategorie 'niet in exploitatie genomen bouwgronden' komen te vervallen. Deze wijziging is met terugwerkende kracht per 1 januari 2016 van toepassing. Dit betekent dat gemeenten niet in exploitatie genomen gronden moeten herrubriceren van de voorraden naar terreinen en gronden bij de materiele vaste activa.

Grond- en hulpstoffen

De overige grond- en hulpstoffen zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs, dan wel lagere marktwaarde. Er wordt geen rente bijgeschreven op de boekwaarde van deze voorraden.

Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie

In het wijzigingsbesluit vernieuwing BBV is een nieuwe definitie opgenomen voor bouwgrond in exploitatie: Gronden in eigendom van een gemeente, waarvoor de raad een grondexploitatiecomplex en een grondexploitatiebegroting heeft vastgesteld.

De als onderhanden werken opgenomen bouwgronden in exploitatie zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs, dan wel de lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend alsmede de rentekosten berekend zoals voorgeschreven in het BBV en de administratie- en beheerskosten.

De lagere marktwaarde is bepaald, rekening houdend met de nog te realiseren uitgaven en inkomsten. De contante waarde per 31 december 2017 van een eventueel tekort op eindwaarde van een exploitatie is in mindering gebracht op de balanswaarde door middel van een balansverkorting. Vanaf 2016 moet de toegestane toe te rekenen rente aan BIE worden gebaseerd op de daadwerkelijk te betalen rente over het vreemd vermogen. Voor het jaar 2017 betekent dit dat voor de doorrekening van de GREXen gerekend wordt met een omslagrente van 2,15%. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijpmaken), alsmede een redelijk te achten aandeel in de rentekosten en de administratie- en beheerskosten.

Winsten uit de grondexploitatie worden slechts genomen indien en voor zover die met voldoende mate van betrouwbaarheid als gerealiseerd aangemerkt kunnen worden. Zolang daarvan geen sprake is, worden de verkregen verkoopopbrengsten ten volle op de vervaardigingskosten in mindering gebracht.

Gereed product en handelsgoederen

Gerede producten worden gewaardeerd tegen de kostprijs of tegen de marktwaarde indien de marktwaarde lager is dan de kostprijs. Dat laatste doet zich met name voor indien voorraden incourant worden. De kostprijs bestaat uit de verrekenprijzen van grond- en hulpstoffen en de loon- en machinekosten die aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend.

Vooruitbetalingen

Voor de inkomsten en uitgaven op de grondexploitatie en dan meer specifiek de aan- en verkoop van grond worden de volgende uitgangspunten gehanteerd. Grondaankopen worden meegenomen op moment dat de verplichting tot koop is aangegaan en de ontbindende voorwaarden zijn vervallen. Grondverkopen worden geregistreerd als gerealiseerde opbrengsten als de daadwerkelijke juridische overdracht van de grond heeft plaatsgevonden.

Vorderingen en overlopende activa

De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht.

Liquide middelen en overlopende posten

Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.

Vaste passiva

Eigen vermogen

Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening.

Voorzieningen

Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De pensioenverplichting voor de wethouders is echter tegen de contante waarde van de (reeds opgebouwde) toekomstige uitkeringsverplichtingen gewaardeerd.

De onderhoudsegalisatievoorzieningen stoelen op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de gemeentelijke kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn. In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen die is opgenomen in het jaarverslag is het beleid ter zake nader uiteengezet.

Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld in geval van reorganisaties) dient wel een verplichting gevormd te worden. Door de invoering van het Individueel Keuze Budget (IKB) op 1-1-2017 met daaraan gekoppeld de omzetting van de opbouwperiode van de vakantietoelage, betalen we in het eerste jaar van het IKB 19 maanden in plaats van 12 maanden vakantietoeslag. Waar tot 2017 de opbouw van vakantietoeslag namelijk plaatsvond over de periode van juni tot en met mei verandert dit met de invoering van het IKB naar een opbouw van januari tot en met december. Aangezien 7 maanden van de vakantietoeslag 2017 worden opgebouwd in de periode van juni 2016 tot en met december 2016 zorgt dit voor een éénmalige extra last van 7 maanden vakantiegeld in 2016 van ongeveer € 640.000. In de vergelijkende cijfers 2016 staat dit bedrag opgenomen als vlottende schuld.

Vaste schulden

Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

Vlottende passiva

De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is en die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, worden op grond van artikel 49 BBV geclassificeerd onder de overlopende passiva. In de toelichting op de balans is per uitkering van EU, Rijk en provincies met een specifiek bestedingsdoel het verloop gedurende het jaar van ontvangen voorschotbedragen in een overzicht weergegeven, conform artikel 52a BBV.

Borg- en garantstellingen

Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn, is buiten telling het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. In de toelichting op de balans is hierover nadere informatie opgenomen.

Toelichting op de balans: vaste activa

Immateriële vaste activa

Specificatie immateriële vaste activa

Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief:

  • Dit betreffen de voorbereidingskosten ten behoeve van de ontwikkeling van Wilderszijde.
bedragen x € 1.000
Immateriële vaste activa Boekwaarde 31-12-2017 Boekwaarde 31-12-2016
Kosten onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief 55
Bijdragen aan activa van derden 8.441 8.608
Totaal 8.496 8.608

Verloop immateriële vaste activa

Bijdragen aan activa van derden:

  • In 2017 zijn er geen investeringen gedaan op dit onderdeel.

Het verloop van de immateriële vaste activa in 2017 is als volgt:

bedragen x € 1.000
Verloop immateriële vaste activa Boekwaarde 31-12-2016 Herrubricering Boekwaarde 1-1-2017 Investering Desinvesteringen Afschrijvingen Afwaarderingen Boekwaarde 31-12-2017
Kosten onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief 55 55
Bijdragen aan activa van derden 8.608 8.608 167 8.441
Totaal 8.608 8.608 55 167 8.496

Materiële vaste activa

Specificatie van de materiële vaste activa:

bedragen x € 1.000
Materiële vaste activa Boekwaarde 31-12-2017 Boekwaarde 31-12-2016
Materiele vaste activa met economisch nut 158.027 163.453
Grond, weg- en waterbouwkundige werken waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven 26.450 25.935
Materiele vaste activa met maatschappelijk nut 18.308 17.456
Totaal 202.786 206.845

Financiële vaste activa

Specificatie van de financiële vaste activa:

bedragen x € 1.000
Financiële vaste activa Boekwaarde 31-12-2017 Boekwaarde 31-12-2016
Kapitaalverstrekkingen aan:
Deelnemingen 606 606
Overige verbonden partijen 17 17
Leningen aan:
Woningbouwcorporaties 4.062 4.242
Overige langlopende leningen 359 374
Overige uitzettingen met een looptijd van > 1 jaar 376 376
Totaal 5.420 5.615

Verloop financiële vaste activa

De kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen bestaan uit:

  • Aandelen Eneco Holding NV / Stedin N.V. (168.045 gewone aandelen van € 100 nominaal) en;
  • Aandelen NV Bank Nederlandse Gemeenten (15.015 gewone aandelen van nominaal € 2,50).

Op 30 januari 2017 is Eneco gesplitst in Eneco Groep en Stedin Group. De gemeente heeft in de vennootschappen Eneco Holding N.V. en Stedin N.V. een belang van 3,38%.

De kapitaalverstrekkingen aan overige verbonden partijen bestaan uit:

  • Maatschappelijk belang bouwkassen BSH
  • Grootboek der Nationale Schuld

Leningen aan woningcorporaties

De gemeente heeft leningen verstrekt aan woningcorporatie 3B wonen voor de bouw en renovatie van woningen. Op deze leningen betalen de woningcorporatie jaarlijks rente en aflossing. In 2017 is er een bedrag van € 180.101 afgelost (2016: € 173.944).

Overige langlopende leningen

De post overige langlopende leningen bestaat uit startersleningen, lening aan de stichting Rotonde en een hypotheeklening abtenaren. De startersleningen zijn renteloos en aflossingsvrij. Op de overige leningen worden rente en aflossing ontvangen.

Er worden geen nieuwe hypotheekleningen meer verstrekt.

Door invoering van het Individueel Keuze Budget (IKB) is de lening inzake het fiets privéplan helemaal afgelost.

Overige uitzettingen met een looptijd langer dan één jaar

De overige uitzettingen met een looptijd langer dan een jaar betreffen de belegde gelden voor wethouderspensioenen. De waarde van de participaties bedragen ultimo 2017 € 500.013 (2016: € 501.108)

Het verloop van de financiële vaste activa in 2017 is als volgt:

bedragen x € 1.000
Verloop financiële vaste activa Boekwaarde 31-12-2016 Herrubricering Boekwaarde 1-1-2017 Investering Desinvesteringen Afschrijving / aflossing Afwaarderingen Boekwaarde 31-12-2017
Kapitaalverstrekkingen aan:
Deelnemingen 606 606 606
Overige verbonden partijen 17 17 17
Leningen aan:
Woningbouwcorporaties 4.242 4.242 180 4.062
Overige langlopende leningen 374 374 15 359
Overige uitzettingen met een looptijd van > 1 jaar 376 376 376
Totaal 5.615 5.615 195 5.420

Materiële vaste activa met economisch nut

Specificatie van de materiële vaste activa met economisch nut:

bedragen x € 1.000
Materiele vaste activa met economisch nut Boekwaarde 31-12-2017 Boekwaarde 31-12-2016
Gronden en terreinen 54.171 54.137
Woonruimten 3 4
Bedrijfsgebouwen 95.275 100.348
Grond, weg- en waterbouwkundige werken economisch nut 7.020 7.404
Vervoermiddelen 197 220
Machine's, apparaten en installaties 564 404
Overige materiële vaste activa economisch nut 797 936
Totaal 158.027 163.453

Verloop materiële vaste activa met economisch nut

Gronden en terreinen:

  • De herrubricering betreft een stukje grond bij de Randweg Oost wat is overgeheveld van grond-, weg- en waterbouwkundige werken met maatschappelijk nut.

Woonruimten:

  • In 2017 zijn er geen investeringen gedaan op dit onderdeel.

Bedrijfsgebouwen:

  • In 2017 heeft de gemeente de opstallen van Indaver voor € 1.070.000 gekocht. Verdere investeringen betreffen renovatie aan de Tobias Asserlaan, vervangende nieuwbouw schoolgebouw Berkel en Rodenrijs en de bouwkosten permanente 2e Westpolderschool.
  • De desinvesteringen betreffen de verkoop van het Melanchthon De Blesewic, Hoekeindseweg 7A in Bleiswijk en MKC ’t Web, Nachtegaallaan 4 in Bleiswijk.
  • Conform de Nota Activabeleid worden het nieuwe gemeentehuis en het zwembad vanaf 2017 ook lineair afgeschreven. In overeenstemming met raadsbesluit BR1600145 is de afschrijvingstermijn van het nieuwe gemeentehuis vanaf 2017 aangepast van 50 jaar naar 40 jaar.

Grond-, weg- en waterbouwkundige werken:

  • Dit betreffen voornamelijk investeringen in de aanleg en renovatie van sportvelden binnen de gemeente.

Vervoermiddelen:

  • De herrubricering betreft de Stratos Strooier die overgeheveld is van machines, apparaten en installaties.
  • In 2017 is er een Giant V4502T tele knik-telescooplader aangeschaft.

Machines, apparaten en installaties:

  • De herrubricering betreft de Stratos Strooier die is overgeheveld naar vervoermiddelen en investeringen ICT 2015 hardware die zijn overgeheveld van de overige materiële vaste activa.
  • In 2017 is er geïnvesteerd in de liftaanpassing van het gemeentehuis, computerapparatuur, beregeningsinstallatie sportpark Sporthoek en in openbare laadpalen.

Overige materiële vaste activa:

  • De herrubricering betreft de investeringen ICT 2015 hardware die zijn overgeheveld naar machines, apparaten en installaties.
  • In 2017 heeft de gemeente geïnvesteerd in computerapparatuur en zijn er in de gemeente speeltoestellen vervangen.

Het verloop van de boekwaarde van de materiële vaste activa met economisch nut is als volgt:

bedragen x € 1.000
Verloop boekwaarde materiele vaste activa met economisch nut Boekwaarde 31-12-2016 Herrubricering Boekwaarde 1-1-2017 Investering Desinvesteringen Afschrijvingen Bijdragen van derden Boekwaarde 31-12-2017
Gronden en terreinen 54.137 34 54.171 54.171
Woonruimten 4 4 1 3
Bedrijfsgebouwen 100.348 100.348 1.138 2.511 3.699 95.275
Grond, weg- en waterbouwkundige werken 7.404 7.404 478 861 7.020
Vervoermiddelen 220 36 257 30 89 197
Machine's, apparaten en installaties 404 103 507 113 57 564
Overige materiële vaste activa 936 -139 797 137 137 797
Totaal 163.453 34 163.488 1.895 2.511 4.845 158.027

Grond, weg- en waterbouwkundige werken waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven

Grond, weg- en waterbouwkundige werken waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven:

bedragen x € 1.000
Grond, weg- en waterbouwkundige werken waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven Boekwaarde 31-12-2017 Boekwaarde 31-12-2016
Grond, weg- en waterbouwkundige werken waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven 26.450 25.935
Totaal 26.450 25.935

Verloop grond, weg- en waterbouwkundige werken waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven

Het verloop van de materiële vaste activa met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven is als volgt:

bedragen x € 1.000
Verloop grond, weg- en waterbouwkundige werken waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven Boekwaarde 31-12-2016 Herrubricering Boekwaarde 1-1-2017 Investering Desinvesteringen Afschrijvingen Bijdragen van derden Boekwaarde 31-12-2017
Grond, weg- en waterbouwkundige werken waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven 25.935 25.935 1.468 953 26.450
Totaal 25.935 25.935 1.468 953 26.450

Materiële vaste activa met maatschappelijk nut

Specificatie materiële vaste activa met maatschappelijk nut:

bedragen x € 1.000
Materiele vaste activa met maatschappelijk nut Boekwaarde 31-12-2017 Boekwaarde 31-12-2016
Grond, weg- en waterbouwkundige werken 17.534 16.710
Machine's, apparaten en installaties 257
Overige materiële vaste activa 517 746
Totaal 18.308 17.456

Verloop materiële vaste activa met maatschappelijk nut

Grond, weg en waterbouwkundige werken:

  • De herrubricering betreft de overheveling van armaturen naar machines, apparaten en installaties met maatschappelijk nut en de overheveling van een stukje grond van de Randweg Oost naar grond en terreinen met economisch nut.
  • De grootste investeringen zijn op wegen, te weten aanleg wegen Overbuurtsepolder (bl), aanleg fietsvoorziening Pastoor Verbrughweg (br), herinrichting Noordersingel (br), reconstructie Zuidersingel (br), reconstructie Anthuriumweg (bl). Ook zijn er kosten gemaakt ter vervanging van de bushalte Boterdorpseweg.
  • De desinvestering heeft betrekking op de bijdragen die zijn gefactureerd voor het Fietspad Wilderszijde en gebruikers van de wegen Overbuurtsepolder.  

Machines, apparaten en installaties:

  • Dit betreft de herrubricering van het vervangen van masten en armaturen van grond-, weg-, en waterbouwkundige werken.

Overige materiële vaste activa:

  • In 2017 is er voor € 63.075 besteed aan het vervangen van hekwerken, bebording en straatmeubilair.
bedragen x € 1.000
Verloop materiële vaste activa met maatschappelijk nut Boekwaarde 31-12-2016 herrubricering Boekwaarde 1-1-2017 Investering Desinvesteringen Afschrijvingen Bijdragen van derden Boekwaarde 31-12-2017
Grond, weg- en waterbouwkundige werken 16.710 -310 16.400 2.732 116 1.482 17.534
Machine's, apparaten en installaties 276 276 18 257
Overige materiële vaste activa 746 746 63 292 517
Totaal 17.456 -34 17.422 2.795 116 1.793 18.308

Toelichting op de balans: vlottende activa

Voorraden bouwgronden

Specificatie voorraden bouwgronden:

bedragen x € 1.000
Voorraden bouwgronden Boekwaarde 31-12-2017 Boekwaarde 31-12-2016
Grond- en hulpstoffen gespecificeerd naar:
Onderhanden werk / bouwgronden in exploitatie 174.015 178.173
Totaal 174.015 178.173

Bouwgronden in exploitatie

Voor de projecten Centrum Berkel, De Tuinen, Centrum Bergschenhoek, De Vluchtheuvel en Landscheidingspark Horeca staat een deel van de voorziening opgenomen aan de passivazijde, omdat dat deel van de voorziening boven de huidige boekwaarde uitkomt.

Van de bouwgronden in exploitatie is het verloop in het boekjaar 2017 als volgt geweest:

bedragen x € 1.000
Verloop bouwgronden in exploitatie Boekwaarde 31-12-2016 Investering 2017 Opbrengsten 2017 Saldering voorziening Winst- / verlies name Boekwaarde 31-12-2017
Meerpolder 3.909 1.069 1.213 3.766
Centrum 5.194 358 300 -5.252
Westpolder/Bolwerk 91.085 5.167 7.576 88.677
Oudeland 67.955 2.922 1.011 69.867
Berkelse Poort 38 1 39
Rodenrijse Zoom -25 62 20 571 588
De Tuinen 13.240 609 4.163 -9.686
Parkzoom 4.926 1.830 5.632 1.125
Leeuwenhoekweg 13.290 1.038 538 13.790
Centrum B'hoek 367 44 -411
Wilderszijde 17.042 699 505 17.235
Scholen Boterdorp -468 523 54
De Vluchtheuvel -35 2 34
Groenzoom RvR 6.368 320 742 5.947
Landscheidingspark Horeca 59 -59
Subtotaal 222.888 14.180 21.700 -15.375 1.094 201.088
Voorziening afwaardering lagere marktwaarde: stand 31-dec-2016 45.219
waardemutaties 2017 18.146
overige mutaties
stand 31-dec-2017 27.073
Totaal Balanswaarde 31 december 2017 174.015

Ramingen per complex

De geraamde kosten, opbrengsten en eindwaarde per complex ziet er als volgt uit:

bedragen x € 1.000
Ramingen bouwgronden in exploitatie Te verwachten opbrengsten Te verwachten kosten Te verwachten financierings-lasten Te verwachten eindresultaat
Meerpolder 9.854 8.443 294 -2.650
Centrum 5.934 8.636 816 -8.770
Westpolder/Bolwerk 93.708 11.652 7.033 -13.556
Oudeland 133.830 40.150 19.526 4.287
Rodenrijse Zoom 1.360 466 -4 309
De Tuinen 983 1.333 425 -10.461
Parkzoom 12.301 11.821 -226 -418
Leeuwenhoekweg 7.745 864 1.096 -8.005
Centrum B'hoek 41 74 9 -453
Wilderszijde 25.565 12.612 1.709 -5.991
Scholen Boterdorp 219 52 -4 117
De Vluchtheuvel 39 -5
Groenzoom RvR 17.494 13.800 -220
Landscheidingspark Horeca 350 568 5 -282

Liquide middelen

Specificatie van de liquide middelen:

bedragen x € 1.000
Liquide middelen Boekwaarde 31-12-2017 Boekwaarde 31-12-2016
Kassaldi 1 1
Banksaldi 1.004 2.355
Totaal 1.005 2.356

Overlopende activa

Specificatie van de overlopende activa:

Bedragen x € 1.000
Overlopende activa Boekwaarde 31-12-2017 Boekwaarde 31-12-2016
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel 461
Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen 3.423 2.552
Totaal 3.423 3.013

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel

Specificatie van de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel:

bedragen x € 1.000
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Boekwaarde 31-12-2017 Boekwaarde 31-12-2016
Overige Nederlandse overheidslichamen 461
Totaal 461

Verloop van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel

Verloop van de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel:

bedragen x € 1.000
Verloop van de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Boekwaarde 31-12-2016 Toevoeging 2017 Ontvangsten 2017 Boekwaarde 31-12-2017
SRR-subsidie Snelfietspad Kasteelroute 260 299 559
SRR-subsidie toegankelijk maken bushalten 144 144
SRR-subsidie Fietsparkeren WPBW, fase 3 12 12
SRR-subsidie Belevenisverbinding Noordas 45 45
Overige Nederlandse overheidslichamen 461 299 760

Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

De vordering op de belastingdienst, groot € 8.450.430, was in de jaarrekening 2016 ten onrechte vermeld onder de overlopende activa. Dit had moeten worden verantwoord onder de vorderingen op openbare lichamen.

Specificatie overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen:

bedragen x € 1.000
Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Boekwaarde 31-12-2017 Boekwaarde 31-12-2016
Vooruitbetaalde bedragen 138 186
Voorschotten Sociaal Domein 55 571
GR Jeugdhulp Rijnmond 1
Netto salarissen 2 -3
Door te belasten kosten 2 8
Nog te ontvangen rente 50 52
NTO Bijdragen van het Rijk 1.699 906
NTO bijdragen van overige overheden 467 31
NTO Gelden (exclusief overheid) 1.010 800
Totaal 3.423 2.552

Toelichting op de ramingen per complex

De voorziening is op contante waarde (eindwaarde contant gemaakt tegen 2%).

De uitgangspunten zijn voor alle projecten gelijk:

  • De kosten zijn onderbouwd met civieltechnische ramingen en planning inzet VTA;
  • De inkomsten en fasering hiervan zijn onderbouwd met marktonderzoeken;
  • De rente is gebaseerd op de BBV-systematiek;

Risico’s

De belangrijkste risico’s die samenhangen met de grondexploitaties hebben betrekking op de planning, prijs en het programma. Voor de komende 4 jaar zijn de opbrengsten op een totaal van ruim € 150 miljoen geraamd, gemiddeld iets minder dan € 40 miljoen per jaar. Het college stuurt actief op de realisatie van deze opbrengsten. Zo zijn er in 2017 voor Westpolder Bolwerk en Parkzoom en Meerpolder nieuwe (realisatie)overeenkomsten gesloten voor in totaal zo’n 350 woningen waarin concrete afspraken zijn gemaakt over de momenten van afname en/of betaling. Ook voor de bedrijventerreinen zijn in 2017 meerdere verkoopovereenkomsten gesloten voor de uitgifte van ca. 3,5 ha. Daarnaast zijn er ook (betaalde) optieovereenkomsten gesloten voor nog eens 12,5 ha. Voor een deel is de markt te beïnvloeden, maar voor een ander deel ook niet. In de paragraaf Weerstandsvermogen zijn deze risico’s nader toegelicht.

Planning bedrijfsterreinen

Binnen Lansingerland heeft de gemeente twee terreinen in ontwikkeling, waarvoor de gemeente 100% van het risico draagt: Oudeland in Berkel en Rodenrijs en Leeuwenhoekweg in Bergschenhoek. Daarnaast worden nog twee terreinen ontwikkeld gezamenlijk met de gemeente Zoetermeer: Bleizo en Hoefweg.

Het inschatten van een goede afzetraming voor de bedrijfsterreinen is vanwege de veelheid en omvang van locaties en de onzekere markt lastig. Daarnaast worden er in de praktijk zowel kleine als hele grote kavels uitgegeven. In 2015 is er een onderzoek uitgevoerd naar de (gemiddelde) afzetprognose van Leeuwenhoekweg en Oudeland voor de komende jaren. De uitkomsten van dit onderzoek zijn qua fasering en prijsstelling in de grondexploitaties vertaald en vormen ook nu nog de basis. Daarnaast zijn de reeds gesloten overeenkomsten verwerkt in de grondexploitaties. De (betaalde) optieovereenkomsten voorzichtigheidshalve nog niet. Als deze worden omgezet in verkoopovereenkomsten leidt dit naar verwachting tot een versnelling in de uitgifteplanning.

Geactualiseerde toelichting NEXT-route

Voor de ontwikkeling van het plangebied Westpolder/Bolwerk-West is in 2003 een Samenwerkingsovereenkomst (SOK) gesloten met de ontwikkelcombinatie Westpolder-Bolwerk C.V. (OCW). Voor het eerst voor deelplan 3 hebben de gemeente en OCW binnen de kaders van de SOK hun afspraken zodanig ingevuld dat de gemeente haar kosten zal verhalen door middel van een financieel voorschrift bij de omgevingsvergunning. Op grond van dit financieel voorschrift zullen de woningkopers gehouden zijn het kostenverhaal aan de gemeente te voldoen. Alvorens deze afspraken zijn vastgelegd heeft de gemeente over de gevolgen voor de BTW-heffing hiervan bij de gemeente in 2014 afstemming gezocht met de Belastingdienst. De Belastingdienst heeft in 2014 vervolgens schriftelijk bevestigd dat de gemeente geen BTW is verschuldigd over het kostenverhaal op grond van het financieel voorschrift bij de omgevingsvergunning.

Eind 2016 heeft het Ministerie van Financiën, in vervolg op eerder overleg van dat Ministerie met de VNG, een brief gestuurd aan de VNG over de BTW-behandeling van exploitatiebijdragen. Deze brief van het Ministerie brengt het actuele beleid van de Belastingdienst tot uitdrukking ten aanzien van BTW-heffing over exploitatiebijdragen. Gezien dit beleid is het risico aanwezig dat de inspecteur daarin aanleiding ziet om zijn eerdere instemming uit 2014 in te trekken. Op grond van de (fiscale) rechtspraak zal de inspecteur alsdan aan de gemeente een redelijke overgangsperiode moeten bieden om (financiële) schade voor de gemeente te voorkomen

De feitelijke situatie voor Westpolder/Bolwerk is een andere dan die welke in de brief van het Ministerie wordt beschreven. De gemeente is daarom van mening dat de brief van het Ministerie geen aanleiding betekent voor de inspecteur om terug te komen op zijn eerdere instemming met de door de gemeente voorgelegde – en door de inspecteur – akkoord bevonden handelwijze van partijen voor het hele plangebied Westpolder/Bolwerk (met ingang van deelplan 3).

Om elke (mogelijke) verkeerde beeldvorming op dit punt te voorkomen heeft de gemeente, conform de voorwaarden die door de Belastingdienst zijn gesteld, de Belastingdienst geïnformeerd over het vorenstaande. In november 2017 bevestigde de Belastingdienst de eerdere instemming uit 2014 en de daaraan verbonden voorwaarden. Daarnaast gaf zij aan akkoord te zijn met het na afronding van de grondexploitatie Westpolder bepalen van de BTW-positie.

Bij de instemming van de Belastingdienst met de BTW-gevolgen ter zake van het kostenverhaal in het gebied Westpolder-Bolwerk is een voorwaarde opgenomen waaraan de gemeente moet voldoen. Als blijkt dat de gemeente de bijdrage toch niet (volledig) in rekening mocht brengen in samenhang met de omgevingsvergunning dan moet de gemeente de inspecteur daarover informeren. De inspecteur zal dan bezien of over het deel van de berekende bijdrage voor zover die de maximaal verhaalbare bijdrage overschrijdt alsnog BTW verschuldigd wordt.

Op basis van de gerealiseerde en nog te realiseren kosten en opbrengsten in de grondexploitatie 2018 zou de indruk kunnen ontstaan dat zich een situatie aandient waarin de gemeente uiteindelijk een hogere exploitatiebijdrage zal berekenen dan het bedrag van de maximaal verhaalbare kosten. Of die situatie zich uiteindelijk ook daadwerkelijk zal voordoen is pas bekend op het moment dat de exploitatie van Westpolder/Bolwerk financieel wordt afgesloten, rekening houdend met de dan geldende bepalingen van de Wet ruimtelijke ordening.

Indien de Belastingdienst zich op het standpunt stelt dat alsnog BTW zal moeten worden voldaan over de hogere exploitatiebijdragen, dan zou het op basis van de huidige uitgangspunten van de grondexploitatie om circa € 3 miljoen aan BTW gaan. Hoewel wij goede aanknopingspunten zien dat heffing (gedeeltelijk) achterwege zal blijven en afrekening waarschijnlijk pas aan het eind van de exploitatieperiode Westpolder zal plaatsvinden is voorzichtigheidshalve bij de waardering van de grondexploitatie Westpolder met deze € 3 miljoen rekening gehouden.

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

Uitzettingen met een looptijd van ten hoogste één jaar:

bedragen x € 1.000
Uitzettingen met een looptijd = 1 jaar Boekwaarde 31-12-2017 Boekwaarde 31-12-2016
Vorderingen op openbare lichamen 8.395 9.382
Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 14.310 8.430
Overige vorderingen 4.842 4.357
Debiteuren Sociale Zaken 916 997
Totaal 28.463 23.166

Vorderingen openbare lichamen

De vorderingen op openbare lichamen bestaan voor € 4.224.589 uit een vordering op de belastingdienst. De overige € 4.107.674 heeft betrekking op Rijkswaterstaat, waterschappen, gemeenten en gemeenschappelijke regelingen.

De vordering op de belastingdienst was in de jaarrekening 2016 ten onrechte vermeld onder de overlopende activa. Door deze aanpassing is het saldo van de vorderingen op openbare lichamen per 31 december 2016 € 8.450.430 hoger dan in de jaarrekening 2016 staat vermeld.

Schatkistbankieren

Op basis van de wet financiering decentrale overheden (wet Fido) is de gemeente verplicht om overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist. De gemeente is gerechtigd om een bepaald bedrag aan middelen buiten ’s Rijks schatkist aan te houden. Gerekend over een heel kwartaal mag het op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden bedrag gemiddeld niet hoger zijn dan het drempelbedrag. Het drempelbedrag wordt bepaald op basis van het begrotingstotaal, waarbij het drempelbedrag minimaal € 250.000 bedraagt.

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren:

bedragen x €1.000
Verslagjaar
(1) Drempelbedrag 963
Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
(2) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 1.024 991 950 1.165
(3a) = (1) > (2) Ruimte onder drempelbedrag 0 0 13 0
(3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag 61 28 0 202
(1) Berekening drempelbedrag
Verslagjaar
(4a) Begrotingstotaal verslagjaar 128.349
(4b) Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen 128.349
(4c) Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
(1) = (4b)*0,0075 * (4c)*0,002 met een minimum van € 250.000 Drempelbedrag 963
(2) Berekening kwartaalcijfers op dagbasis buiten 's Rijks schatlkist aangehouden middelen
Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
(5a) Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) 92.132 90.174 87.424 107.173
(5b) Dagen in het kwartaal 90 91 92 92
(2) = (5a) / (5b) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 1.024 991 950 1.165

Overige vorderingen

De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. Van de openstaande vorderingen per 31 december 2017 is op 2 maart 2018 nog € 1.659.278 niet voldaan.

Voor de overige debiteuren is de voorziening als volgt bepaald:

  • vorderingen op openbare lichamen zijn in principe niet voorzien;
  • inbaarheid vorderingen > € 25.000,- (ontstaan vóór 01-01-2016) in overleg met de budgethouder bepaald;
  • overige vorderingen ontstaan in 2017 zijn niet voorzien;
  • overige vorderingen ontstaan in 2016 zijn voor 25% voorzien;
  • overige vorderingen ontstaan in 2015 zijn voor 50% voorzien;
  • overige vorderingen ontstaan in 2014 zijn voor 75% voorzien;
  • overige vorderingen ontstaan vóór 2014 zijn voor 100% voorzien.

De invordering van gemeentelijke heffingen onroerende zaakbelasting, hondenbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing is met ingang van 1 januari 2013 uitbesteed aan het samenwerkingsverband SVHW. De verwachte oninbaarheid van deze vorderingen wordt door het SVWH bepaald. Door Deloitte accountants is een controleverklaring over de jaarverantwoording afgegeven. Wij zijn akkoord met de door Deloitte bepaalde voorziening.

Debiteuren Sociale Zaken

Voor de debiteuren Sociale Zaken zijn de volgende principes gehanteerd:

1)            Alle debiteuren zijn individueel beoordeeld;

2)            Wat is het saldo waarop 1 jaar niet is afgelost;

3)            Wat is het saldo waarop 2 jaar niet is afgelost;

4)            Wat is de termijn van de vordering (datum ontstaan van de vordering);

5)            Wat is het saldo waarop het afgelopen boekjaar is afgelost;

6)            Welke vorderingen zijn ouder dan 5 jaar (verjaringstermijn).

Opbouw van de boekwaarde van de debiteuren Sociale Zaken:

bedragen x € 1.000
Debiteuren Sociale Zaken Boekwaarde 31-12-2017 Boekwaarde 31-12-2016
Debiteuren Sociale Zaken 2.703 2.884
Rijksdeel BBZ 75% -329 -365
Voorziening dubieuze debiteuren -1.458 -1.521
Totaal 916 997

Toelichting op de balans: vaste passiva

Eigen vermogen

Het eigen vermogen van de gemeente Lansingerland bestaat uit de Algemene reserve, de bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat. De Algemene reserve is dat deel van het vermogen waar de gemeente vrij over kan beschikken. Het dient om financiële tegenvallers op te vangen. Daarnaast wordt het resultaat met de Algemene reserve afgewikkeld.

De verschillende bestemmingsreserves vormen een belangrijk onderdeel van het eigen vermogen. Kenmerkend voor deze categorie reserves is dat het hierbij gaat om door de raad geoormerkte middelen. Dit betekent dat aan deze reserves specifieke bestedingsdoelen zijn gekoppeld. De bestemmingsreserves worden door de raad ingesteld. De raad heeft als enige orgaan de bevoegdheid de bestemming en de omvang van een reserve te wijzigen.

Specificatie van het eigen vermogen:

bedragen x € 1.000
Eigen vermogen Boekwaarde 31-12-2017 Boekwaarde 31-12-2016
Algemene reserves 81.610 74.292
Bestemmingsreserves 11.905 11.532
Oververdeeld resultaat 11.812 6.488
Totaal 105.328 92.311

Verloop reserves

Het verloop van de reserves in 2017 is als volgt:

bedragen x € 1.000
Verloop reserves Boekwaarde 31-12-2016 Bestemming resultaat 2016 Toevoeging 2017 Ontrekking 2017 Vrijval 2017 Boekwaarde 31-12-2017
Algemene reserves 74.292 6.488 6.738 5.907 81.610
Algemene reserves 74.292 6.488 6.738 5.907 81.610
Reserve rekenkamer 6 6
Reserve afronding Overbuurtsepolder 789 789
Reserve baggeren 1.486 480 76 1.890
Reserve 1e inrichting OLP en meubilair 141 59 76 124
Reserve tijd. huisvesting primair onderwijs 43 43
Reserve A.M.G. Schmidtpark 2.749 318 2.430
Reserve Participatie budget 91 91
Egalisatiereserve afvalstoffenheffing 2.395 744 3.139
Reserve iav bhp begraafplaats onderhoud 125 125
Reserve bovenwijkse voorzieningen 1.287 39 1.326
Reserve nog te maken kosten GREX 106 38 68
Reserve Parkzoom 258 258
Reserve personeel 45 45
Reserve GO gemeentelijke gebouwen 1.732 491 349 1.874
Reserve nieuwbouw gemeentehuis 281 281
Bestemmingsreserves 11.532 1.814 1.441 11.905
Resultaat na bestemming 6.488 -6.488 11.812 11.812
Totaal Eigen Vermogen 92.311 20.364 7.347 105.328

Algemene reserve

Aard/reden:

  1. Het opvangen van onvoorziene uitgaven, voortvloeiende uit opkomende verplichtingen die niet rechtstreeks verband houden met de lopende exploitatie en uit calamiteiten;
  2. Het opvangen van rekeningtekorten;
  3. Het afdekken van begrotingstekorten, voor zover op basis van een meerjarenbegroting blijkt  dat deze niet van structurele aard is.

Looptijd: onbeperkt.

Het resultaat na bestemming over 2016 wordt toegevoegd aan de algemene reserve. Bij het vaststellen van de jaarrekening werd vervolgens € 1.534.000 onttrokken aan de algemene reserves. In de NJN 2017 is besloten om € 750.000 middels een budgetoverheveling toe te voegen aan de algemene reserves. In 2017 zijn voor € 54.789 reserves vrijgevallen ten gunste van de algemene reserves.

De grondexploitaties zijn geactualiseerd. Op de projecten Rodenrijse Zoom en de Scholen Boterdorp moesten we tussentijds winst nemen. Voor de overige projecten is de totale voorziening iets toegenomen.

Algemene reserves In wijziging Bedrag (in €)
Stand per 1 januari 2017 74.291.580
Resultaatbestemming 2016 6.487.781
Budgetoverhevelingen NJN 2017 750.000
Vrijval reserves 54.790
Winstneming grondexploitaties 1.093.954
Mutatie voorziening grondexploitaties 466.350
Onttrekking conform jaarrekening 2016 -1.534.000
Stand per 31 december 2017 81.610.455

Voorziening afvloeiingsregelingen personeel

Aard/reden: Deze voorzienig is gevormd vanwege de verplichting die is ontstaan door afvloeiingsregelingen met ex-medewerkers.

Voorziening afvloeiingsregelingen personeel In wijziging Bedrag (in €)
Stand per 1 januari 2017 -
Dotatie 2017 411.872
Stand per 31 december 2017 411.872

Voorziening onderhoud gevel gemeentehuis

Aard / reden: Deze voorziening is gevormd om de kosten van de gevels van het gemeentehuis, die aan renovatie toe zijn, op te vangen. In het verleden is getracht om de kosten te verhalen op de aannemer; deze is echter failliet. In 2016 heeft er onderzoek plaats gevonden over de mogelijkheden en de kosten van het herstel. In 2017 zijn de werkzaamheden gestart.

Voorziening onderhoud gevel gemeentehuis In wijziging Bedrag (in €)
Stand per 1 januari 2017 1.724.655
Onttrekking 2017 -197.079
Stand per 31 december 2017 1.527.576

Verliesvoorziening grondexploitaties

Voor een aantal complexen is, conform de verslaggevingsrichtlijnen, een voorziening opgenomen. Een verliesvoorziening voor een grondexploitatie moet voor zover mogelijk met de boekwaarde van de betreffende grondexploitatie worden gesaldeerd. Wanneer de voorziening hoger is dan de boekwaarde, is het restant van de voorziening dat kan niet worden gesaldeerd, aan de passiefzijde van de balans onder de voorzieningen gepresenteerd. Dit geldt voor Centrum Berkel, De Tuinen, Centrum Bergschenhoek, De Vluchtheuvel en Landscheidingspark Horeca

Conform de beleidslijn zoals opgenomen in de nota Reserves en Voorzieningen 2016 wordt de vrijval van de verliesvoorziening bij de jaarrekening 2017 vóór resultaatsbestemming toegevoegd aan de algemene reserve.

bedragen x € 1.000
Saldo verliesvoorziening grondexploitaties Boekwaarde 31-12-2017 Boekwaarde 31-12-2016
Meerpolder 471
Centrum Berkel 2.536
De Tuinen 368
Centrum Gergschenhoek 33 33
Vluchtheuvel 38
Landscheidingspark Horeca 212
Totaal 3.187 504

Voorziening riolering met specifieke besteding

Aard/Reden: Deze voorziening is gevormd voor het egaliseren van onderhoud en vervangingsinvesteringen waarvoor een heffing wordt geheven, ter voorkoming van grote schommelingen in het tarief voor Rioolrecht.

Deze middelen zijn beklemd omdat in de huidige systematiek sprake is van restitutieplicht aan de burgers doordat het saldo van het product riolering leidt tot een aanpassing van het tarief. Dit wordt betrokken bij de evaluatie van het GRP in 2018.

Voorziening riolering In wijziging Bedrag (in €)
Stand per 1 januari 2017 12.144.132
Dotatie 2017 995.965
Stand per 31 december 2017 13.140.097

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer

De totale rentelast voor het boekjaar 2017 voor de vaste schulden bedraagt € 6.505.046 (2016: € 7.772.184). Voor nadere toelichting op deze mutaties, zie paragraaf Financiering & Treasury.

bedragen x € 1.000
Vaste schuld > 1 jaar Boekwaarde 31-12-2017 Boekwaarde 31-12-2016
Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen 257.457 273.039
Waarborgsommen 22 12
Totaal 257.479 273.051

Specificatie vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar

De totale rentelast voor het boekjaar 2017 voor de vaste schulden bedraagt € 6.505.046

(2016: 7.772.184). Voor nadere toelichting op deze mutaties, zie paragraaf Financiering & Treasury.

bedragen x € 1.000
Verloop vaste schuld > 1 jaar Schuld per 31-12-2016 Verstrekt in 2017 Aflossing in 2017 Schuld per 31-12-2017
Leningen Bank Nederlandse Gemeenten 226.506 30.915 195.590
Leningen Nationaal Groenfonds 1.200 1.200
Leningen De Nederlandse Waterschapsbank N.V. 45.333 20.000 4.667 60.666
Waarborgsommen 12 10 22
Totaal 273.051 20.010 35.582 257.478

Reserve personeel

Aard/reden: Bij de Najaarsnota 2009 is deze reserve gevormd voor het opvangen van knelpunten in de personele sfeer, in verband met de forse bezuinigingen die op bedrijfsvoering en personeel in de programma-begroting 2010-2013 zijn opgenomen.

Looptijd: 2021

Reserve personeel In wijziging Bedrag (in €)
Stand per 1 januari 2017 45.094
Onttrekking 2017-30 VJN -45.094
Stand per 31 december 2017 -

Reserve groot onderhoud gemeentelijke gebouwen

Aard/reden: Dekking van cyclische onderhoudslasten van de gemeentelijke gebouwen.

Looptijd: onbeperkt

De toevoeging van € 491.000 betreft een jaarlijkse dotatie, conform begroting. De onttrekking aan de reserve van € 349.427 is ter dekking van gemaakte kosten van groot onderhoud.

Reserve groot onderhoud gemeentelijke gebouwen In wijziging Bedrag (in €)
Stand per 1 januari 2017 1.732.326
Toevoeging conform Nota R&V 2017 PR 491.000
Gemaakte kosten 2017 -349.427
Stand per 31 december 2017 1.873.899

Reserve nieuwbouw gemeentehuis

Aard/reden: Gedeeltelijke financiering van het nieuwe gemeentehuis.

De reserve nieuwbouw gemeentehuis is gekoppeld aan de afwikkeling van de bouw van het gemeentehuis. Het saldo is conform resultaatbestemming vrijgevallen.

Reserve nieuwbouw gemeentehuis In wijziging Bedrag (in €)
Stand per 1 januari 2017 280.866
Onttrekking conform Nota R&V 2017-5 -280.866
Stand per 31 december 2017 -

Voorzieningen

Specificatie van de voorzieningen:

bedragen x € 1.000
Voorzieningen Boekwaarde 31-12-2017 Boekwaarde 31-12-2016
voorziening voor verplichtingen, verliezen en risico's 10.543 7.669
Van derden verkregen middelen specifiek te besteden 13.140 12.144
Totaal 23.683 19.813

Verloop voorzieningen

Het verloop van de voorzieningen 2017 is als volgt:

bedragen x € 1.000
Verloop voorzieningen Boekwaarde 31-12-2016 Toevoeging 2017 Ontrekking 2017 Vrijval 2017 Boekwaarde 31-12-2017
Voorziening wethouders 5.441 212 200 37 5.416
Voorziening afvloeiingsregelingen personeel 412 412
Voorziening onderhoud gevel gemeentehuis 1.725 197 1.528
Saldo verliesvoorziening grondexploitaties 504 2.683 3.187
Voorz. Voor verplichtingen en risico's 7.669 3.307 397 37 10.543
Voorziening riolering met specifieke besteding 12.144 996 13.140
Van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden 12.144 996 13.140
Totaal voorzieningen 19.813 4.303 397 37 23.683

Voorzieningen wethouderspensioenen

Aard/reden: Deze voorziening is gevormd voor toekomstige pensioen- en wachtgeldverplichtingen van (ex-) wethouders. De hoogte van de voorziening wordt jaarlijks bepaald aan de hand van actuariële berekeningen en is opgenomen tegen contante waarde. De berekeningen zijn gebaseerd op actuele rekenrente en sterftetabel.

Door uitgekeerde pensioenen is de voorziening met een bedrag van € 199.638 afgenomen. Voor actualisering is een bedrag van € 211.868 toegevoegd. Door het overlijden van een pensioengerechtigde is er een bedrag van € 36.661 vrijgevallen.

Voorziening wethouders In wijziging Bedrag (in €)
Stand per 1 januari 2017 5.440.701
Actualisering toevoeging 211.868
Actualisering onttrekking -199.638
Vrijval voorziening -36.661
Stand per 31 december 2017 5.416.270

Reserve Participatiebudget

Aard/reden: Deze reserve is gevormd voor participatie-activiteiten voor bijzondere doelgroepen.

Looptijd: 2017

De reserve is in 2017 niet aangesproken.

Reserve Participatie budget In wijziging Bedrag (in €)
Stand per 1 januari 2017 91.000
Geen mutaties in 2017 -
Stand per 31 december 2017 91.000

Egalisatiereserve afvalstoffenheffing

Aard/reden: Door het instellen van een egalisatiereserve wordt de afvalinzameling in combinatie met de afvalstoffenheffing een gesloten financieel circuit. Door egalisatie kunnen eventuele toekomstige tariefstijgingen en -dalingen worden gedempt.

Looptijd: 2018

Het saldo van de kosten en heffingen is gestort in de reserve.

Egalisatiereserve afvalstoffenheffing In wijziging Bedrag (in €)
Stand per 1 januari 2017 2.394.699
Toevoeging 744.184
Stand per 31 december 2017 3.138.883

Reserve iav onderhoud begraafplaats

Aard/reden: Deze reserve wordt als startkapitaal gebruikt bij het instellen van de voorziening begraafplaats-onderhoud, zodra het beheerplan is vastgesteld.

Looptijd: 2019

De reserve is in 2017 niet aangesproken.

Reserve iav bhp begraafplaats onderhoud In wijziging Bedrag (in €)
Stand per 1 januari 2017 125.000
Geen mutaties in 2017 -
Stand per 31 december 2017 125.000

Reserve bovenwijkse voorzieningen

Aard/reden: Deze reserve is gevormd voor de aanleg van bovenwijkse voorzieningen zoals opgenomen in de Nota Bovenwijkse Voorzieningen. In de Najaarsnota 2017 is het doel van de reserve aangepast. Het doel van de reserve is dekking van de kapitaallasten die voortvloeien uit investeringen die zijn benoemd in het raadsvoorstel Fons Bovenwijkse voorzieningen (BR1600121).

Looptijd: 2023

Aan de reserve is € 39.093 toegevoegd vanuit de grondexploitaties.

Reserve bovenwijkse voorzieningen In wijziging Bedrag (in €)
Stand per 1 januari 2017 1.286.776
Toevoeging 39.093
Stand per 31 december 2017 1.325.869

Reserve nog te maken kosten GREX

Aard/reden: Dekking voor nog uit te voeren werkzaamheden na afsluiting van de grondexploitaties.

Looptijd: onbeperkt

Reserve nog te maken kosten GREX In wijziging Bedrag (in €)
Stand per 1 januari 2017 105.730
Onttrekking -37.693
Stand per 31 december 2017 68.037

Reserve Parkzoom

Aard/reden: Bekostiging van de nog te realiseren toegangswegen vanuit Parkzoom naar de overgangen over de HSL.

Looptijd: 2017

Conform de begroting is € 257.583 onttrokken aan de reserve.

Reserve Parkzoom In wijziging Bedrag (in €)
Stand per 1 januari 2017 257.583
Onttrekking conform Nota R&V 2017 PR -257.583
Stand per 31 december 2017 -

Reserve rekenkamer

Aard/reden: Deze reserve is ingesteld als onderzoeksreserve voor de Rekenkamer Lansingerland.

Storting vindt plaats op grond van de verordening Rekenkamer Lansingerland.

Looptijd: onbeperkt

Reserve rekenkamer In wijziging Bedrag (in €)
Stand per 1 januari 2017 5.630
Toevoeging 251
Stand per 31 december 2017 5.881

Reserve afronding Overbuurtsepolder

Aard/reden: Deze reserve is gevormd vanuit de reserve Projecten (bestemd) om de nog te maken kosten van afronding van de Overbuurtse Polder te kunnen opvangen.

Looptijd: 2021

Reserve afronding Overbuurtse polder In wijziging Bedrag (in €)
Stand per 1 januari 2017 788.895
Geen mutaties in 2017 -
Stand per 31 december 2017 788.895

Reserve baggeren

Aard/reden: Deze reserve is gevormd om de onderhoudslasten ten behoeve van baggerwerkzaamheden evenredig over de tijd te kunnen verdelen.

Looptijd: onbeperkt

De toevoeging van € 480.333 betreft een jaarlijkse dotatie, conform begroting. De onttrekking aan de reserve van € 75.782 is ter dekking van gemaakte kosten van baggerwerkzaamheden.

Reserve baggeren In wijziging Bedrag (in €)
Stand per 1 januari 2017 1.485.733
Toevoegingen 2017 PR 480.333
Gemaakte kosten 2017 -75.782
Stand per 31 december 2017 1.890.284

Reserve 1e inrichting OLP en meubilair

Aard/reden: De reserve is ingesteld voor de bekostiging van toekomstige aanvragen "eerste inrichting onderwijsleer-pakket en meubilair. Voor de toekomstige aanspraken op deze reserve wordt er jaarlijks, conform de begroting, € 59.000 gestort.

Looptijd: 2018

De onttrekking aan de reserve van € 75.921 is ter dekking van gemaakte kosten.

Reserve 1e inrichting OLP en meubilair In wijziging Bedrag (in €)
Stand per 1 januari 2017 140.597
Toevoegingen 2017 PR 59.000
Gemaakte kosten 2017 -75.921
Stand per 31 december 2017 123.676

Reserve tijdelijke huisvesting primair onderwijs

Aard/reden: Dekking van kosten (o.a. sloop tijdelijke huisvesting) gerelateerd aan de realisatie van algemeen primair onderwijs.

Looptijd: 2021

De reserve is in 2017 niet aangesproken.

Reserve tijdelijke huisvesting primair onderwijs In wijziging Bedrag (in €)
Stand per 1 januari 2017 43.160
Geen mutaties in 2017 -
Stand per 31 december 2017 43.160

Reserve A.M.G. Schmidtpark

Aard/reden: De middelen in deze reserve worden ingezet voor de kwaliteitsoptimalisatie van het Landscheidingspark.

Looptijd: 2018

De oorspronkelijke looptijd van de reserve Landscheidingspark loopt tot 31 december 2016. Omdat er nog enkele afwikkelingen nodig zijn voor het park waarbij er nog kosten gemaakt worden, zal de looptijd van deze reserve worden verlengd tot 31 december 2018.

Reserve Landscheidingspark In wijziging Bedrag (in €)
Stand per 1 januari 2017 2.748.610
Gemaakte kosten 2017 -318.197
Stand per 31 december 2017 2.430.414

Toelichting op de balans: vlottende passiva

Vlottende passiva

Specificatie vlottende passiva

bedragen x € 1.000
Vlottende passiva Boekwaarde 31-12-2017 Boekwaarde 31-12-2016
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter daan één jaar 17.550 21.767
Overlopende passiva 19.568 20.834
Totaal 37.118 42.601

Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

Overige kasgeldleningen

De kasgeldlening is aangegaan om de liquiditeitsbehoefte op korte termijn te dekken. Aangezien er nog onvoldoende zekerheid was over de liquiditeitsbehoefte op langere termijn, is voor deze optie gekozen.

Overige schulden

De overige schulden hebben betrekking op nog te betalen facturen die grotendeels eind 2017 zijn ontvangen en die een vervaldatum in 2018 hebben.

bedragen x € 1.000
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Boekwaarde 31-12-2017 Boekwaarde 31-12-2016
Overige Kasgeldleningen 10.000 10.000
Overige schulden 7.550 11.767
Totaal 17.550 21.767

Overlopende passiva

bedragen x € 1.000
Overlopende passiva Boekwaarde 31-12-2017 Boekwaarde 31-12-2016
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume 11.531 12.644
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren 8.034 8.187
Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen 3 4
Totaal 19.568 20.834

Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume

bedragen x € 1.000
Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbare volume Boekwaarde 31-12-2017 Boekwaarde 31-12-2016
Vooruitontvangen bedragen (excl. overheid) 129 239
Betaling uitkeringen/WMO 706 326
GR Jeugdhulp Rijnmond 122
Loonheffing 1.507
Nog te realiseren stortingen fonds dorpsuitl. (bh) 13
Rente leningen 4.244 4.717
Nog te betalen bijdrage van het Rijk 2.408
Nog te betalen bijdragen van overige overheden 2.975 33
Nog te betalen gelden (exclusief overheid) 1.588 3.840
NTB vakantiegeld 2016 703
Anterieure overeenkomsten 260 366
Totaal 11.531 12.644

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen te dekking van lasten van voorgaande begrotingsjaren

bedragen x € 1.000
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Boekwaarde 31-12-2017 Boekwaarde 31-12-2016
Het Rijk 3.088 3.214
Overige Nederlandse overheidslichamen 4.946 4.973
Totaal 8.034 8.187

Specificatie van de van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen te dekking van lasten van voorgaande begrotingsjaren

bedragen x € 1.000
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel Boekwaarde 31-12-2016 Ontvangen 2017 Uitgaven 2017 Boekwaarde 31-12-2017
Rijksbijdrage onderwijsachterstanden 194 271 197 267
Rijksbijdrage WSW werkvoorziening 221 221
Rijksbijdrage geluidschermen N209 voorb 571 8 562
Rijksbijdrage geluidschermen N209 Bergschenhoek 1.228 1.228
Rijksbijdrage geluidschermen N209 Bleiswijk 962 962
Rijksbijdrage vbt-subsidie geluidhinderende beperking woningen N209 39 34 5
Rijksbijdrage subsidie geluidshinderende beperking Noordeindseweg 45 45
Rijksbijdrage subsidie geluidshinderende beperking Bergweg Zuid 18 18
Totaal Rijk 3.214 334 460 3.088
SRR-subsidie Fietspad Triangelpark Wilder 3.157 85 3.073
SRR-subsidie Fietsvoorziening ZORO 26 21 5
SRR-subsidie Belevenisverbinding Noordas 241 241
Provincie subsidie Stad- landverbinding LsL
SRR-subsidie Project Ontwikkeling Rodenrijs 32 32
Provincie bijdrage waterb. Voorafsche polder 813 16 14 814
GR Groenzoom 142 142
SRR-convenant jeugdwerkloosheid 120 41 79
Nedvang subsidie project zwerfafval 228 66 161
SRR-bijdrage project klimaatagenda 15 7 8
Subsidie Project elektrische deelauto's 23 4 18
SRR-subsidie fietsroute 7 OL 46 46
3D's Sociaal Domein 372 372
Totaal Overige Nederlandse overheidslichamen 4.973 258 284 4.946
Totaal 8.187 592 744 8.034