Meer
Publicatiedatum: 28-08-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Inleiding

Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) stelt dat een aantal verplichte paragrafen moet worden opgenomen in de programmabegroting. Zij geven, als een dwarsdoorsnede door de programma’s, inzicht in een aantal bedrijfsvoeringaspecten van de gemeente. De paragrafen zijn:

  • Lokale heffingen
  • Weerstandsvermogen en risicobeheersing
  • Onderhoud kapitaalgoederen
  • Financiering
  • Bedrijfsvoering
  • Verbonden partijen
  • Grondbeleid
  • Taakstelling en reserveringen
  • Interbestuurlijk toezicht

Paragraaf Taakstelling en reserveringen is niet verplicht vanuit de BBV, maar is toegevoegd naar aanleiding van een advies in de begrotingscirculaire van de Provincie Zuid-Holland 2014-2017. De paragraaf Interbestuurlijk toezicht is toegevoegd naar aanleiding van de wet revitalisering generiek toezicht.

Paragraaf Lokale heffingen

Inleiding

Bij de lokale heffingen wordt onderscheid gemaakt tussen heffingen waarvan de besteding gebonden is (zoals de rioolheffing en de afvalstoffenheffing) en de gemeentelijke heffingen waarvan de besteding niet van te voren is bestemd (zoals de onroerende zaakbelasting en de hondenbelasting).

Naast een overzicht met vergelijkende cijfers van de gemeentelijke woonlasten over 2016 wordt in deze paragraaf ingegaan op een aantal ontwikkelingen in het afgelopen jaar.

De gemeente Lansingerland kent de volgende belastingen en rechten:

  1. Onroerende zaakbelasting (OZB);
  2. Afvalstoffenheffing;
  3. Rioolheffing;
  4. Lijkbezorgingsrechten;
  5. Leges burgerzaken;
  6. Leges bouw;
  7. Hondenbelasting;
  8. Marktgelden;
  9. Precariobelasting.

Overzicht opbrengst lokale heffingen

De onderstaande tabel geeft de gerealiseerde opbrengsten van de lokale heffingen in 2017 weer.

bedragen x € 1.000
Rekening 2016 Begroting 2017 voor wijziging Begroting 2017 na wijziging Rekening 2017 Verschil t.o.v. begroting
OZB woningen 8.810 9.096 9.096 8.967 -129
OZB niet-woningen 5.521 6.001 6.001 5.834 -167
Afvalstoffenheffing 6.209 5.638 5.638 5.652 14
Rioolheffing 5.701 5.887 5.887 5.958 71
Lijkbezorgingsrechten 205 212 212 203 -9
Leges burgerzaken 669 506 650 790 140
Leges bouw 1.452 1.390 2.190 3.827 1.637
Hondenbelasting 300 295 295 304 9
Marktgelden 65 71 71 60 -11
Precariobelasting, uitstallingen 40 45 45 39 -6
Precariobelasting, kabels en leidngen 202 0 200 201 1
Totaal belastingen en rechten 29.174 29.141 30.285 31.835 1.550

Onroerende zaakbelasting (OZB)

Er zijn twee soorten OZB: de eigenarenbelasting en de gebruikersbelasting. Voor woningen bestaat er alleen een eigenarenbelasting. Voor niet-woningen (onder andere bedrijfspanden, maatschappelijke voorzieningen zoals scholen en zwembaden, maar ook bouwgronden) bestaat er zowel een eigenaren- als een gebruikersbelasting. Jaarlijks bepaalt de gemeente de waarde van de onroerende zaak, de zogeheten WOZ-waarde.

Lansingerland kent een tariefdifferentiatie voor woningen en niet-woningen. Een dergelijke tariefsdifferentiatie tussen woningen en niet-woningen wordt overigens in vrijwel heel het land toegepast.

 

Tarieven

Het OZB-tarief wordt berekend naar een percentage van de WOZ-waarde. Het verloop van de OZB-tarieven over de afgelopen jaren ziet er als volgt uit:

Tarieven Onroerende Zaakbelasting Tarief 2015 Tarief 2016 Tarief 2017 Stijging t.o.v. 2016
Eigenaar (woning) 0,1505% 0,1454% 0,1407% -3,23%
Eigenaar (niet-woning) 0,2446% 0,2508% 0,2548% 1,59%
Gebruiker (niet-woning) 0,1960% 0,2010% 0,2042% 1,59%

Opbrengsten onroerende zaakbelasting

Op grond van de uitgangspunten in kadernota 2017, zijn de geraamde OZB-opbrengsten in 2017 met 1,1% verhoogd (inflatiecorrectie). De tarieven zijn hierbij gecorrigeerd voor waardeontwikkeling; +4,5% voor woningen en -0,5% voor niet-woningen. In 2017 is voor niet-woningen een aantal verminderingen en vernietigingen door SVHW verwerkt. Voor woningen is door het arrest Waterverdedigingswerkenvrijstelling eind 2017 de areaalwaarde naar beneden bijgesteld. Hierdoor is de netto-opbrengst van de onroerende zaakbelasting lager dan begroot.

bedragen in hele euro's
Opbrengst OZB Realisatie 2016 Raming 2017 voor wijziging Raming 2017 na wijziging Realisatie 2017 Afwijking 2017
Woningen (eigenaren) 8.809.561 9.096.255 9.096.255 8.966.944 -129.311
Niet-woningen (eigenaren) 3.268.724 3.567.200 3.567.200 3.465.805 -101.395
Niet-woningen (gebruikers) 2.252.031 2.434.064 2.434.064 2.368.523 -65.541
Subtotaal niet-woningen 5.520.755 6.001.264 6.001.264 5.834.328 -166.936
Totaal opbrengst OZB 14.330.316 15.097.519 15.097.519 14.801.272 -296.247

Waardering Onroerende zaken (WOZ)

Uitvoering

SVHW te Klaaswaal voert per 1 januari 2013 de Wet WOZ en de heffing en inning van gemeentelijke belastingen uit voor onze gemeente.

Waarderingskamer

De Waarderingskamer (WAKA) heeft de uitvoering van de WOZ binnen het voorzieningengebied van SVHW beoordeeld als “voldoende”. Dit algemeen oordeel is van toepassing op een gemeente die WOZ-taxaties van voldoende kwaliteit levert en op de belangrijkste onderdelen van het WOZ-werkproces voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen. Zie hiervoor de website van de Waarderingskamer: https://www.waarderingskamer.nl/nc/alle-beoordelingen/gemeentepagina/lansingerland/

Bezwaarschriften

Het aantal ingediende bezwaarschriften is met 20% toegenomen ten opzichte van 2016. Dit is te verklaren door een hoger aantal ingediende bezwaren door No-cure-no-pay bureaus. Van de ingediende bezwaarschriften is in 2017 ongeveer 40% toegekend, dit is in lijn met voorgaande jaren.

Aantallen bezwaarschriften WOZ 2015 2016 2017 mutatie t.o.v. 2016
Ingediend 433 377 456 21%
Nog in behandeling (28 januari 2018) 0 8 5 -38%
Waarvan afgehandeld:
Toegekend 206 151 186 23%
Afgewezen en anderszins afgedaan 227 218 265 22%

Hondenbelasting

Voor de hondenbelasting bestaat een tarief voor de eerste hond, een tarief voor de tweede en volgende hond en voor een geregistreerde kennel. Het verloop van de tarieven hondenbelasting over de afgelopen jaren ziet er als volgt uit:

Hondenbelasting Tarief 2015 Tarief 2016 Tarief 2017 Stijging t.o.v. 2016
Eerste hond € 80,28 € 80,63 € 81,48 1,1%
Elke volgende hond € 112,32 € 112,92 € 114,12 1,1%
Geregistreerde kennel € 240,84 € 242,04 € 244,68 1,1%

Afvalstoffenheffing

De gemeente Lansingerland kent voor de afvalstoffenheffing een tarief voor éénpersoonshuishoudens en een tarief voor meerpersoonshuishoudens. Het verloop van de tarieven over de afgelopen jaren is als volgt:

Tarieven afvalstoffenheffing Tarief 2015 Tarief 2016 Tarief 2017 Daling t.o.v. 2016
Eenpersoonshuishoudens € 285,60 € 229,92 € 205,68 -10,5%
Meerpersoonshuishoudens € 356,88 € 287,28 € 257,16 -10,5%

Baten en lasten afvalstoffenheffing en dekkingspercentge

Door nieuwe inzichten op het gebied van het verbeteren van scheidingsgedrag en zwerfvuil zijn niet alle acties uitgevoerd en voeren we een aantal projecten later uit. Voor het werk dat wel is uitgevoerd zijn de kosten lager uitgevallen. Het resterende saldo van afvalinzameling is toegevoegd aan de egalisatiereserve afvalstoffenheffing.

Tabel 3.1.7 Baten en lasten afvalinzameling bedragen in hele euro's
Afvalinzameling Rekening Begroting Rekening Verschil t.o.v.
( - = nadelig, + = voordelig) 2016 2017 2017 begroting
Lasten (toegerekende kosten, inclusief BTW) 4.059.745 5.637.900 5.018.591 619.309-
Baten afvalstoffenheffing 6.209.444 5.637.900 5.652.167 14.267
Saldo 2.149.699 - 633.576 633.576
Dekkingspercentage 1,53 1,00 1,13

Rioolheffing

Eind 2015 is het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) voor de planperiode 2015-2020 voor Lansingerland vastgesteld. Het uitgangspunt bij de rioolheffing is, op grond van het vastgestelde GRP, dat de kosten voor de rioleringsvoorzieningen voor 100% worden gedekt uit de rioolheffing. Als heffingsgrondslag wordt een vast bedrag per 500 m3 waterverbruik aangehouden, met een maximum van 10.000 m3. In het GRP 2015-2020 is ervan uitgegaan dat:

  • De rioolheffing per (equivalente) heffingseenheid een vastgestelde 1,7% indexatie, naast de eventuele index voor inflatie (deze is voor 2017 vastgesteld op 1,1%) kent;
  • De rioolheffing maximaal kostendekkend mag zijn: de geraamde opbrengsten (in de beschouwde periode) mogen de geraamde lasten niet overstijgen (Gemeentewet artikel 229b);
  • Reserveren voor toekomstige vervangingsinvesteringen - door dotaties aan de (spaar)voorziening – is toegestaan;
  • Reserveren enkel voor uitbreiding van het voorzieningenniveau niet is toegestaan;
  • De opbrengsten van de rioolheffing niet voor andere doeleinden dan voor het gemeentelijk rioolstelsel (inclusief grond- en hemelwatervoorzieningen) mogen worden aangewend ofwel een relatie hebben met de verbrede watertaken.

Het GRP wordt periodiek geëvalueerd om te bewaken dat de kostendekkendheid van de rioolheffing gehandhaafd blijft.

Tarieven rioolheffing Tarief 2015 Tarief 2016 Tarief 2017 Stijging t.o.v. 2016
Woningen € 229,32 € 230,52 € 237,00 2,81%

Baten en lasten rioolheffing en dekkingspercentage

Het saldo van baten en lasten van € 995.965 wordt gestort in de voorziening ‘Riolering’. Hiervan was reeds € 964.139 in de begroting geraamd. Door het systeem van verwerking van het saldo van baten en lasten riolering via de voorziening ‘riolering’ komt een voordelig verschil uiteindelijk ten gunste van de voorziening.

Met betrekking tot het dekkingspercentage wordt nog het volgende opgemerkt. In het vastgestelde GRP is niet per jaar sprake van 100% kostendekkendheid. Voor het bepalen van de kostendekkendheid is de gehele planperiode die loopt tot 2073 beoordeeld. Voor deze totale planperiode is sprake van een 100% kostendekkendheid. De jaarlijkse mutatie, zijnde het verschil tussen de baten en lasten van rioolheffing verloopt via de voorziening ‘Riolering’.

bedragen in hele euro's
Rioolheffing Rekening Begroting Rekening Verschil t.o.v.
( - = nadelig, + = voordelig) 2016 2017 2017 begroting
Lasten (toegerekende kosten, inclusief BTW) 4.573.437 4.936.178 5.011.584 75.406
Baten (rioolheffing en overige heffingen) 5.705.815 5.900.317 6.007.549 107.232
Saldo baten en lasten 1.132.378 964.139 995.965 31.826
Mutatie voorziening "riolering" (- = storting) 1.132.378- 964.139- 995.965- 31.826-
Saldo na mutatie voorziening - - -
Dekkingspercentage 1,25 1,20 1,20

Leges burgerzaken

De baten uit de leges burgerzaken bleken voor meerdere leges hoger dan geprognotiseerd in verband met een onvoorziene stijging van het aantal aanvragen. Voor 2018 zijn de prognoses bijgesteld en vanaf 2019 wordt een daling van de aanvragen reisdocumenten verwacht.

De opbrengsten van de gemeentelijke leges burgerzaken in 2016 en 2017 staan in onderstaand overzicht nader gespecificeerd.

bedragen in hele euro's
Opbrengst leges burgerzaken Rekening 2016 Begroting 2017 Rekening 2017 Verschil t.o.v. begroting
Leges burgerlijke stand 79.969 52.617 91.343 38.726
Leges basisadministratie persoonsgegevens 45.463 24.274 45.361 21.087
Leges reisdocumenten 353.735 333.000 413.514 80.514
Leges rijbewijzen 174.038 205.000 220.907 15.907
Leges naturalisatie (vanaf 2014 inclusief overige leges) 9.528 35.149 11.444 23.705-
Leges gehandicaptenparkeerkaart 6.274 - 7.324 7.324
Totaal 669.007 650.040 789.893 139.853

Leges bouwzaken

De legesinkomsten bedragen veel meer dan aanvankelijk begroot. De markt trok sterker en sneller aan dan verwacht. Hierdoor namen het aantal en de omvang van de aanvragen voor grote woningbouwprojecten en vergunningaanvragen bij uitgifte van bedrijfskavels gedurende het jaar flink toe en richting het einde van het jaar explosief toe. Daarnaast verklaart de gewijzigde systematiek van toerekenen ook een deel van de legesinkomsten: tot vorig jaar boekten we de leges in het jaar waarin we deze inden en maakten we alleen voor zeer grote projecten (waaronder Bleizo) een verdeling over de jaren waarop deze betrekking had. Naar aanleiding van onze eigen bevindingen en een opmerking in de managementletter van de accountant eind 2017 hebben wij besloten ook voor andere aanvragen het jaar van in behandeling nemen van de aanvraag als leidend te nemen.

De leges voor bouwaanvragen zijn per 1 januari 2017 aangepast aan de geraamde kostentoerekening (uurtarief afdeling x tijdsbesteding van het betreffende product).

bedragen in hele euro's
Opbrengst leges bouwzaken Rekening 2016 Begroting 2017 voor wijziging Begroting 2017 na wijziging Rekening 2017 Verschil t.o.v. begroting
Leges bouw € 1.451.612 € 1.390.000 € 2.190.000 € 3.826.708 € 1.636.708

Lijkbezorgingsrechten

De lijkbezorgingsrechten zijn per 1 januari 2017 conform de uitgangpunten van de begroting 2017 – 2020 met 1,1% (inflatie) verhoogd.

Kwijtschelding van belastingen en rechten

De ontwikkelingen met betrekking tot de aangevraagde kwijtscheldingen geeft het volgende beeld:

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2016 2017 toename t.o.v. 2016
Ingediende aanvragen 1.195 1.021 -14,56%
Nog in behandeling (februari 2018) 0
Waarvan afgehandeld:
Toegekend (geheel of gedeeltelijk) 788 824 4,57%
Afgewezen 407 197

Lasten kwijtschelding gemeentelijke belastingen

Het totaal aantal aanvragen tot kwijtschelding is in 2017 licht gedaald ten opzichte van 2016. Het aantal toegekende kwijtscheldingen is gestegen door toename van het aantal geautomatiseerde kwijtscheldingen aan een stabiele groep die reeds meerdere jaren in aanmerking komt voor kwijtschelding. De realisatie kwijtschelding is lager dan begroot met een realisatie van € 371.000.

De uitgaven aan kwijtscheldingen van de gemeentelijke belastingen en rechten geeft het volgende overzicht:

bedragen in hele euro's
Lasten kwijtschelding Rekening 2016 Begroting 2017 Rekening 2017 Verschil t.o.v. begroting
Afvalstoffenheffing 202.655 229.800 183.576 46.224
Rioolheffing 174.224 189.200 182.826 6.374
Hondenbelasting - - - -
Onroerende-zaakbelasting 3.906 - 4.711 4.711-
Totaal 380.785 419.000 371.113 47.887

Overzicht en vergelijking gemeentelijke woonlasten 2016 en 2017

Het COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) publiceert ieder jaar de zogeheten “Atlas van de lokale lasten”. Onderdeel van deze atlas is een tarievenoverzicht. Het overzicht 2017 is hieronder opgenomen, aangevuld met de gegevens van Lansingerland.

De onderstaande tabel laat zien dat de door gemeente Lansingerland gehanteerde tarieven boven het landelijk gemiddelde zitten:

Laagste 2017 Gemiddelde 2017 Hoogste 2017 Lansingerland 2017 Percentage van het gemiddelde
OZB woningen (eigenaar) 0,0446% 0,1237% 0,2669% 0,1407% 113,74%
OZB niet-woningen (eig./gebruiker) 0,0748% 0,4693% 1,1742% 0,4590% 97,81%
Afvalstoffenheffing (meerpersoons) € 12 € 260 € 408 € 257 98,91%
Rioolheffing € 0 € 192 € 404 € 237 123,44%
Hondenbelasting (1e hond) € 16 € 55 € 124 € 81 149,31%
Woonlasten € 487 € 723 € 1.211 € 878 121,48%

Woonlasten 2016 en 2017 Lansingerland en omliggende gemeenten

In de Atlas van de lokale lasten wordt ook een inzicht gegeven in de gemeentelijke woonlasten. Daarbij wordt het gemiddelde bedrag berekend dat een meerpersoonshuishouden op basis van de gemiddelde WOZ waarde van een eigen woning in de betreffende gemeente betaalt aan OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. In de ons omringende gemeenten hebben de gemiddelde woonlasten voor meerpersoonshuishoudens zich als volgt ontwikkeld.

De woonlasten 2017 bedragen landelijk gemiddeld € 723 (2016: € 749), ofwel een daling van 3,5%. Ten opzichte van onze buurgemeenten laat Lansingerland de grootste daling zien (2,1%), maar zijn de woonlasten nog wel het hoogst.

Gemeenten Gemeentelijke woonlasten Stijging t.o.v.
2016 2017 2016
Lansingerland € 897 € 878 -2,12%
Delft € 831 € 845 1,68%
Pijnacker-Nootdorp € 832 € 839 0,84%
Zuidplas € 811 € 815 0,49%
Zoetermeer € 723 € 714 -1,24%
Rotterdam € 721 € 714 -0,97%

Marktgelden

De marktrechten zijn per 1 januari 2017 conform de uitgangpunten van de begroting 2017 – 2020 met 1,1% (inflatie) verhoogd.

Precariobelasting

De tarieven voor standplaatsen zijn per 1 januari 2017 conform de uitgangspunten van begroting 2017 – 2020 met 1,1% (inflatie) verhoogd.

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft aan in hoeverre de gemeente Lansingerland in staat is om haar financiële risico’s op te vangen en welke methode gebruikt wordt voor het bepalen van het risicoprofiel. Daarnaast beschrijft de paragraaf op hoofdlijnen op welke wijze ‘risicobeheersing’ onderdeel is van de bedrijfsvoering van de gemeente.

Op basis van het BBV nemen gemeenten een aantal verplichte financiële kengetallen op in de paragraaf weerstandsvermogen van de begroting en het jaarverslag. Dit om de leden van provinciale staten en de gemeenteraad gemakkelijker inzicht te geven in de financiële positie van hun provincie of gemeente.

Risicobeheersing in de gemeente Lansingerland

De nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2015-2018 beschrijft op welke wijze Lansingerland haar risico’s beheerst.

Op basis van de huidige inzichten loopt Lansingerland haar grootste financiële risico’s bij de grondexploitaties. Het risico op de grondexploitaties houdt verband met de hoge boekwaarde van reeds gedane investeringen in grond en de marktomstandigheden. Het risico is dat grond niet, later of voor een lagere prijs wordt verkocht dan nu voorzien. Om dit risico te ‘beheersen’ moeten we vooral inspelen op de marktontwikkelingen en het onderscheidende vermogen van de gemeente als toekomstige woongemeente of vestigingsplaats voor een bedrijf. Dit is daarom ook een speerpunt van het college. Om de boekwaarde op de huidige grondexploitaties niet (verder) op te laten lopen worden nieuwe uitgaven pas gedaan als deze noodzakelijk zijn om ‘inkomsten’ te genereren waarbij de hoofdregel is dat de ‘inkomsten’ zeker moeten zijn voordat de uitgaven plaatsvinden. In de begroting 2018-2021 is ook zichtbaar dat het geïnvesteerde bedrag in de grondexploitaties de komende jaren terugloopt. We verwachten meer inkomsten dan uitgaven. Voor een verdere toelichting op de risico’s van de grondexploitaties wordt verwezen naar Paragraaf Grondbeleid.

Inventarisatie risico’s

Op basis van het risicoprofiel van de gemeente Lansingerland kan worden bepaald hoeveel middelen nodig zijn om alle risico’s te kunnen opvangen. Daarbij maken we onderscheid tussen ‘incidentele risico’s’ en het risico op structurele tegenvallers. Incidentele risico’s dienen te worden afgedekt door het beschikbare weerstandsvermogen en voor het opvangen van structurele risico’s zal voldoende ‘flexibiliteit’ in de begroting aanwezig moeten zijn. Dit laatste maken we inzichtelijk door in de paragraaf weerstandsvermogen een aantal scenario’s te schetsen die zich voor kunnen doen en daarbij aan te geven wat de financiële impact is op de saldi van de meerjarenbegroting.

De benodigde weerstandscapaciteit wordt berekend op basis van een risicosimulatie. Uitgangspunt hierbij is een statistische benadering die ervan uitgaat dat nooit alle risico’s zich tegelijk én in hun maximale omvang zullen voordoen. Indien dat wel het geval is, zou op basis van de in beeld gebrachte risico’s, hiermee een bedrag gemoeid zijn van € 113,5 miljoen (feitelijk het absoluut maximum aan financieel gevolg van de in beeld gebrachte risico’s).

Dit is als volgt te verdelen over de algemene dienst en de grondexploitaties:

                                        Algemene dienst:      €     12,5 miljoen
                                        Grondexploitaties:    € 101,0 miljoen

Top 10 risico’s gemeente Lansingerland
De top 10 aan risico’s zijn op basis van hun aandeel in het totaal benodigde weerstandsvermogen:

Nr.

Risico

Kans

Maximaal bedrag

(x 1.000)

1

Wilderszijde wordt niet meer ontwikkeld en grond afboeken naar restwaarde.

30%

€ 23.060

2

Fiscale optimalisatie Westpolder wordt niet gerealiseerd.

30%

€ 11.500

3

Vraag naar bedrijventerrein Oudeland komt onder druk.

10%

€ 23.200

4

Niet of later verkopen incourante rest kavels Oudeland.

30%

€ 6.200

5

Tekort op ontwikkeling Bleizo.

N.v.t.

€ 1.750

6

Projectrisico's opbrengsten Westpolder (uitwerking deelplan 7 en 4west, woningbouwprogramma).

10%

€ 4.100

7

Lagere grondprijs Oudeland fna 2021.

10%

€ 12.435

8

Projectrisico’s uitvoering Westpolder (parkeren, fietsen, ontsluiting).

30%

€ 2.500

9

Lagere grondopbrengsten deel Wilderszijde.

50%

€ 1.440

10

De rente stijgt vanaf 2025 naar 4,5% voor project Oudeland

10%

€ 6.100

Uit het voorgaande tabel blijkt dat onze grootste risico’s betrekking hebben op de grondexploitaties, waarvan Oudeland en Wilderszijde de grootste invloed hebben. De genoemde bedragen zijn de mogelijke verdere verliezen op de grondexploitaties als de ontwikkelingen niet lopen zoals we nu inschatten op basis van de huidige marktomstandigheden. Naast bovenstaande incidentele effecten zijn er, als het risico zich voordoet, ook structurele effecten omdat schulden niet of minder snel kunnen worden afgelost. Op basis van de huidige rekenrente grondexploitaties van circa 2% betekent elke € 10 miljoen verdere verlies name op de grondexploitatie een toename van de structurele rentelast op de begroting van € 0,2 miljoen. Voor wat betreft het risico op het moeten afboeken van Wilderszijde merken wij op dat de signalen in de markt steeds positiever zijn. Ontwikkelaars benaderen de gemeente actief met het verzoek ontwikkelingen te mogen starten in het gebied. Daarnaast stelde de Raad in 2017 de ontwikkelvisie vast voor Wilderszijde. De komende periode werken we de ontwikkelvisie uit in ruimtelijke en financiële kaders voor Wilderszijde. Omdat deze uitwerking nog niet gereed is handhaven we vanuit voorzichtigheid vooralsnog het risico, maar verlagen we wel de kans van optreden naar 30%.  

Bij risico 5 (Bleizo) is bij de kans van optreden ‘n.v.t.’ vermeld omdat het in de stukken van de gemeente opgenomen bedrag is gebaseerd op de berekening vanuit de gemeenschappelijke regeling Bleizo en door Bleizo al rekening is gehouden met kansen van optreden van risico’s. Daarbij heeft, in lijn met de aanbeveling van de Rekenkamer Lansingerland, de gemeente geen rekening gehouden met eventuele positieve risico’s. Het zekerheidspercentage dat door de gemeente wordt gehanteerd (90%) wijkt af van het zekerheidspercentage van Bleizo (82,5%). De risico’s van Bleizo zijn herrekend naar 90% conform het risicobeleid van de gemeente. Daarom is het risicobedrag dat de gemeente bepaalt hoger dan het bedrag dat door Bleizo is bepaald.

Ten opzichte van de begroting 2018 zijn een aantal risico’s uit de top 10 gemuteerd. Het risico op verminderde vraag naar grond op bedrijventerreinen schat het college lager in dan bij de begroting 2018. Op Leeuwenhoekweg zijn inmiddels een aantal kavels verkocht (en daarmee is het risico op het niet in ontwikkeling gaan en de financiële gevolgen daarvan nihil) en ook voor Oudeland zijn onderhandelingstrajecten over verkoop van grond in een ver gevorderd stadium. Het risico dat fase 2 van Oudeland niet meer ontwikkelt wordt is vervallen. Dit risico maakte onderdeel uit van risico 2 uit de begroting 2018 (vraag naar bedrijventerrein Oudeland komt onder druk). Zowel de kans als de mogelijke impact van dit risico zijn daarom verlaagd. Vanuit de verkaveling ontstaat een risico op incourante kavels. Dit risico is nieuw t.o.v. de begroting 2018.

Het renterisico op Oudeland is naar beneden bijgesteld. De rente is nog steeds zeer laag. Financiering trekken we aan tegen ‘negatieve’ rentes op dit moment. Het risico op een rente van 4,5% betekent een stijging van de rente t.o.v. de huidige standen van ruim 4,5%. De kans hierop is aanwezig, maar schatten we als laag in.

Het benodigde risicobedrag voor een eventueel tekort op Bleizo is verlaagd. Deze (per saldo) verlaging hangt samen met het feit dat het verwachte resultaat van de grondexploitatie Bleizo is verbeterd in 2018 ten opzichte van 2017. Het risicoprofiel van Bleizo daarentegen is verslechterd. Per saldo is de verbetering van het verwachte resultaat van de grondexploitatie groter dan de toename van de risico’s. Per saldo leidt dit dus tot een lager benodigd risicobedrag voor Lansingerland. Een eventueel tekort bij Bleizo komt voor de eerste € 9,5 miljoen ten laste van de gemeente Zoetermeer.

 

Risico’s verbonden partijen

De gemeente Lansingerland neemt deel in diverse gemeenschappelijke regelingen en verbonden partijen. In de paragraaf verbonden partijen van deze begroting is een overzicht hiervan opgenomen en is per partij ook inzicht gegeven in de risico’s bij de verbonden partij.

De risico’s van Bleizo en het effect hiervan op het benodigde weerstandsvermogen van de gemeente zijn in de vorige paragraaf toegelicht. Uit de grondexploitatie jaarrekening 2017 van de gemeenschappelijke regeling Hoefweg blijkt dat de risico’s die Hoefweg loopt nog opgevangen kunnen worden binnen de eigen grondexploitatie (de grondexploitatie bevat zelf nog voldoende weerstandscapaciteit). De gemeente zelf hoeft op basis van de huidige inzichten geen weerstandscapaciteit voor Hoefweg aan te houden.

Het project Bleizo betreft de ontwikkeling van het gebied rondom het nieuw te realiseren NS station op de kruising van de bestaande spoorlijn Utrecht – Den Haag en de nog aan te leggen verlengde Oosterheemlijn. De ambitie is in dit gebied een mix te realiseren van hoogwaardige bedrijvigheid, kantoren en overige functies. De bouw van OV knooppunt is inmiddels in volle gang. Momenteel bereidt de gemeente een nieuw omgevingsplan (bestemmingsplan_ voor om dit mogelijk te maken. Een onderdeel van de onderbouwing van het bestemmingsplan betreft de ‘Ladder van duurzame verstedelijking’. Het omgevingsplan voldoet aan de gestelde voorwaarden (o.a. ladder voor duurzame verstedelijking). In februari 2018 is een bestuursovereenkomst gesloten met de gemeenten Zoetermeer, Waddinxveen en Lansingerland en de Provincie Zuid-Holland en VNO-NCW om gezamenlijk de Corridor A12 te versterken. Een onderdeel hiervan is dat gekeken wordt naar de bedrijventerreinen in dit gebied. Voor Bleizo is de afspraak gemaakt dat tot de zomer 2018 nader onderzoek plaatsvindt naar de (on)mogelijkheden van een aangepast ontwikkelprogramma voor Bleizo. Hierbij is afgesproken dat partijen zich inspannen om de financiële gevolgen voor de GREX Bleizo hierbij te minimaliseren. Doel hiervan is de huidige dubbelbestemming voor grootschalige logistiek, zoals opgenomen in het in procedure zijnde omgevingsplan, overbodig te maken. Daarmee ontstaat elders in de A12-corridor ruimte voor nieuwe terreinen voor grootschalige logistiek. Mocht naar aanleiding van het onderzoek worden geconcludeerd dat de programmering van Bleizo en het bestemmingsplan Hoefweg-Zuid moeten worden aangepast én alle partijen afspraken hebben gemaakt over (de verdeling van) de financiële consequenties en risico’s hiervan, dan zal dit aan het aan de gemeenteraden van Zoetermeer en Lansingerland ter besluitvorming worden voorgelegd en (indien nodig) de grondexploitatie hier op worden aangepast.

Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit zijn de middelen die de gemeente heeft of ter beschikking kan krijgen om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Het uitgangspunt daarbij is dat structurele risico’s opgevangen moeten worden door structurele ‘weerstandscapaciteit’ en incidentele risico’s opgevangen worden door incidentele ‘weerstandscapaciteit’. Dit onderscheid is ook van belang met het oog op het ‘structureel evenwicht’ in de begroting en de toets van de Provincie hierop.

 Incidentele weerstandscapaciteit

De gemeente Lansingerland rekent alleen de algemene reserve tot de incidentele weerstandscapaciteit. De overige reserves rekenen wij niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Dit zijn de bestemmingsreserves en de stille reserves. Bestemmingsreserves worden niet meegenomen omdat hier al een bestemming aan is toegekend. Stille reserves (ontstaan wanneer de boekwaarde van de activa lager is dan de verkoopwaarde) worden niet meegenomen omdat deze pas geïncasseerd kunnen worden als de activa verkocht wordt. Echter, als er expliciete besluiten worden genomen om stille reserves te gelden te maken, dan worden deze toegevoegd aan de weerstandscapaciteit.

Structurele weerstandscapaciteit

De structurele weerstandscapaciteit betreft de flexibiliteit die er in de begroting is. Dit betreft de mate waarin lasten verder zijn terug te brengen (door bezuinigingen), inkomsten te verhogen en de inzet van de post onvoorzien.

Zodoende bestaat structurele weerstandscapaciteit uit:

  • Onbenutte belastingcapaciteit;
  • Post onvoorzien;
  • Bezuinigingspotentieel lastenniveau tot wettelijke taken.

De onbenutte belastingcapaciteit is in theorie niet gemaximeerd. Er zijn geen maximum tarieven voor de ozb. Wel zijn er landelijk afspraken over de maximale jaarlijkse stijging van de ozb (macro-norm) en geldt voor het doen van een aanvraag tot artikel 12 dat de ozb boven de drempelpercentages ligt (gebaseerd op 120% van het landelijk gemiddelde ozb-percentage).

De post onvoorzien bedraagt in de begroting op dit moment € 250.000. Op grond van de financiële verordening 2017 bepaalt het college jaarlijks opnieuw de omvang van de post onvoorzien en motiveert de omvang in de begroting. De post onvoorzien in de begroting 2017 is niet aangewend en in de Najaarsnota 2017 afgeraamd.   

Ten behoeve van de kadernota 2015 is het bezuinigingspotentieel in beeld gebracht indien de gemeente alleen de wettelijke taken zou uitvoeren en op taken met een inspanningsverplichting het minimale zou doen. In dat geval zou de gemeente nog enkele miljoen kunnen bezuinigen. Dit zou dan wel gepaard gaan met veel maatschappelijke onrust en de bezuinigingen zijn veelal niet direct in het eerstvolgende begrotingsjaar in te voeren. De flexibiliteit op dit punt is dus beperkt.

Risicobuffer in grondexploitaties en projecten

In de grondexploitaties en kredieten is meestal ook een post ‘onvoorzien’ opgenomen. Binnen de grondexploitaties en projecten zelf is dus ook enige mate van weerstandscapaciteit aanwezig. Bij het bepalen van het weerstandsvermogen op gemeenteniveau houden we geen rekening met deze posten ‘onvoorzien’.

Benodigde weerstandscapaciteit

De grootte van risico’s zijn na identificatie ingeschat middels het benoemen van een kans en een gevolg  (kwantificering). Op basis van de ingevoerde risico’s is de risicosimulatie uitgevoerd. Op basis van deze simulatie kan (met een zekerheidspercentage van 90%) gesteld worden dat alle risico’s kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 39,8 miljoen.

De benodigde weerstandscapaciteit is als volgt te verdelen:

                                        Algemene dienst       €    3,0  miljoen

                                        Grondexploitaties      €  36,8  miljoen (incl. Bleizo)

De Rekenkamer Lansingerland gaat als ‘benchmark’ voor de risico’s op grondexploitaties uit van een benodigde weerstandscapaciteit van 10% van de boekwaarde van de grondexploitaties in exploitatie en 10% van de nog te realiseren opbrengsten. Op basis van de jaarrekening 2017 en de onderliggende grondexploitaties is dan € 49 miljoen nodig voor de gemeentelijke grondexploitaties. Voor Hoefweg is dit € 3,5 miljoen en voor Bleizo € 9 miljoen. Totaal dus circa € 61,5 miljoen. Deze berekeningswijze van de Rekenkamer is sterk genormeerd en houdt geen rekening met de specifieke omstandigheden. Enige afwijking tussen deze berekening en de eigen berekening is dus logisch. De eigen berekening van circa € 37 miljoen is circa € 24,5 miljoen lager dan de € 61,5 miljoen op basis van de methode Rekenkamer. De afwijking zit voor € 3,5 miljoen in het feit dat op basis van ons eigen risicobeleid we geen weerstandsvermogen hoeven aan te houden voor Hoefweg (de risico’s van Hoefweg zijn nog op te vangen binnen het verwachte positieve resultaat van Hoefweg) en voor circa € 7,5 miljoen in Bleizo. Op basis van de risico-analyse van Bleizo (aangepast naar grondslagen Lansingerland) is € 1,7 miljoen nodig. Op basis van de Rekenkamer is dit € 9 miljoen. Verschil zitten deze beide inschattingen zit vooral in het feit dat in de risico analyse van Bleizo de omvang van het risico op dalende grondprijzen lager is dan de methode waar de Rekenkamer mee rekent. Reden is dat vanaf de actualisatie 2014 van Bleizo reeds met een neerwaartse bijstelling van de grondprijzen rekening is gehouden. Het risico bedrag voor daling van de grondprijzen is daarmee ook lager. Daarnaast staat de gemeente Zoetermeer voor € 9,5 miljoen garant voor een tekort op de exploitatie Bleizo. De systematiek van de Rekenkamer houdt daar geen rekening mee. Voor de gemeentelijke grondexploitaties (inclusief Wilderszijde nog in exploitatie te nemen deel) is op basis van de methode Rekenkamer € 49 miljoen nodig. In de benodigde weerstandscapaciteit is dit € 35 miljoen. Het verschil zit vooral in het project Oudeland. In dit project is in de grondexploitatie zelf al rekening gehouden met een risicoreserve voor grondprijzen/vertraging. Afdekking via het weerstandsvermogen is dan niet nodig. Op basis hiervan is er geen reden het risicoprofiel van de gemeente bij te stellen voor de bepaling van het weerstandsvermogen.

Beoordeling weerstandsvermogen

De beschikbare weerstandscapaciteit van Gemeente Lansingerland bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken.

In de nota risicomanagement is opgenomen dat de gemeente Lansingerland streeft naar een ratio van 1,2 op de lange termijn. Bij de begroting 2018 werd nog een ratio van 1,5 verwacht per eind 2017. Door het hogere saldo van de jaarrekening 2017 dan dat voorzienbaar was bij het opstellen van de Najaarsnota 2017, het positieve resultaat van de herziening grondexploitaties en met name de afname van het risicoprofiel van de grondexploitaties is de ratio eind 2017 circa 2,3.

Doordat we ook de komende jaren overschotten op de begroting verwachten neemt de algemene reserve naar verwachting verder toe. De benodigde weerstandscapaciteit neemt naar verwachting verder af indien de begroting wordt gerealiseerd en de verwachte grondopbrengsten binnen komen. 

Ultimo 2017 ziet het weerstandsvermogen er als volgt uit:

bedragen x € 1.000
Weerstandsvermogen jaarstukken 2017 Voorstel resultaatbestemming 2017 Reserves onderdeel weerstandsvermogen
Stand algemene reserve 31/12/2017 voor resultaat 2017 81.610
Weerstandsvermogen jaarstukken 2017 voor bestemming resultaat 81.610
Resultaatbestemming jaarrekening 2017:
a. Overheveling incidentele budgetten 2017 naar 2018 707
b. Overhevelen in 2018 in te zetten deel decentralisatie-uitkering asielinstroom 270
c. Bestemmen onderhoud schoolgebouwen ter overdracht 900
d. Toevoeging aan algemene reserve 9.935 9.935
Subtotaal 11.812 9.935
Vrijval reserve Parkzoom 257
Totale weerstandscapaciteit ultimo 2017 91.803
Benodigde weerstandscapaciteit 39.810
Ratio weerstandsvermogen 2,3

Prognose ontwikkeling weerstandsvermogen en (risico) Vennootschapsbelasting

In de begroting 2018 is de meest recente prognose van de ontwikkeling van het weerstandsvermogen opgenomen. Door het hogere saldo van de jaarrekening 2017 dan waarmee in de begroting 2018 rekening kon worden gehouden is de verwachting dat deze prognose positiever wordt. Het eerstvolgende moment voor actualisatie van de prognose van het weerstandsvermogen is de begroting 2019. In de begroting zullen we, net als bij de begroting 2018, ook weer een aantal scenario’s zichtbaar maken met daarbij de invloed op de ontwikkeling van het weerstandsvermogen.

Met ingang van 2016 is de gemeente voor haar ondernemersactiviteiten belastingplichtig voor de Vennootschapsbelasting (Vpb). Op basis van een analyse van PWC gaan we er vooralsnog vanuit dat Lansingerland voor het grondbedrijf (nog) niet door de ondernemingspoort gaat en daardoor geen Vpb hoeft te gaan betalen. Mocht dit wel het geval zijn, dan wordt de jaarlijkse belastinglast geschat op circa € 0,5 miljoen per jaar.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Zie de toelichting bij de netto schuldquote.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Jaarrekening 2016 Begroting 2017 Jaarrekening 2017
A Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) 273.051 243.037 257.479
B Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) 21.767 9.651 17.550
C Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) 20.834 19.064 19.568
D Financiële activa (cf. art. 36 lid b, c, d, e en f) 4.992 15.164 4.798
E Uitzetting < 1 jaar (cf. art. 39 bbv) 1="" jaar="" (cf.="" art.="" 39=""> 23.166 0 28.463
F Liquide middelen (cf. art. 40 BBV) 2.356 14 1.005
G Overlopende activa (cf. art. 49 BBV) 3.013 9.000 3.423
H Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) 167.807 128.674 147.780
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% 168% 192% 174%

Solvabiliteit

Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De minimumnorm voor de solvabiliteit ligt tussen de 25 en 40%.

Ten opzichte van de jaarrekening 2016 en de begroting 2017 is de solvabiliteit fors toegenomen. Dit komt door de positieve jaarresultaten 2016 en 2017 (positievere jaarresultaten dan bij de oorspronkelijke begroting 2017 was voorzien).

Solvabiliteit Jaarrekening 2016 Begroting 2017 Jaarrekening 2017
A Eigen vermogen (cf. art. 42 BBV) 92.311 77.175 105.328
B Balanstotaal 427.777 368.644 423.608
Solvabiliteit (A/B) x 100% 22% 21% 25%

Structurele exploitatieruimte

Dit kengetal geeft het structurele en reële evenwicht van de begroting weer. Thans wordt er onderscheid gemaakt tussen de structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen.

Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Zowel de begroting 2017 als de jaarrekeningen 2017 en 2016 zijn (structureel) in evenwicht.

Structurele exploitatieruimte Jaarrekening 2016 Begroting 2017 Jaarrekening 2017
A Totaal structurele lasten 96.220 126.918 129.581
B Totaal structurele baten 105.662 126.834 138.777
C Totaal structurele toevoegingen aan reserves 877 971 971
D Totaal structurele onttrekkingen aan de reserves 323 775 425
E Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) 167.807 128.674 147.780
Structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E x 100% 5% 0% 6%

Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonhuishouden

De belastingcapaciteit van de gemeente geeft de belastingdruk voor een gezin bij een gemiddelde WOZ-waarde ten opzichte van het landelijk gemiddelde (t-1) weer. Een percentage > 100% geeft weer dat de belastingdruk van de gemeente hoger is dan het landelijk gemiddelde.

De woonlasten in Lansingerland liggen nog boven het landelijk gemiddelde maar zijn in 2017 verder gedaald. Zowel de OZB als de afvalstoffenheffing.

Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar ervoor Jaarrekening 2016 Begroting 2017 Jaarrekening 2017
A OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 388,63 367,60 367,60
B Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 230,52 237,00 237,00
C Afvalstoffenheffing voor een gezin 287,28 257,16 257,16
D Eventuele heffingskorting
E Totale woonlasten gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D) 906,43 861,76 861,76
F Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 716,00 716,00 723,00
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar ervoor (E/F) x 100% 127% 120% 119%

Grondexploitatie

Dit kengetal geeft een indicatie van risico's van de boekwaarde van de bouwgronden op de totale baten van de gemeente. De boekwaarde van de bouwgronden moeten terugverdiend worden via de totale baten.  Het betreft de verhouding tussen de boekwaarde van de bouwgronden en de totale baten. > 100% betekent dat de boekwaarde hoger is dan de totale baten in enig jaar. Dit betekent een verhoogd risico voor de gemeente.

De boekwaarde van de grondexploitaties is in 2017 afgenomen. Dit komt doordat de inkomsten uit de grondexploitaties hoger zijn dan de uitgaven. De hogere boekwaarde van de gronden in exploitatie ten opzichte van de begroting 2017 komt o.a. door de aankoop van de gronden Westpolder en door de lagere voorziening voor de grondexploitaties. Doordat de totale baten van de gemeente in 2017 lager waren (zie ook de toelichting bij de netto schuldquote) is het kengetal 2017 (optisch) verslechterd.

 

Grondexploitatie Jaarrekening 2016 Begroting 2017 Jaarrekening 2017
A Niet in exploitatie genomen gronden (cf. art. 38 lid a punt 1 BBV)
B Bouwgronden in exploitatie (cf. art. 38 lid b BBV) 178.173 160.555 174.015
C Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) 167.807 128.674 147.780
Grondexploitatie (A+B)/C x 100% 106% 125% 118%

Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie

Door de Provincie zijn een aantal signaleringswaarden geformuleerd voor de kengetallen:

Samengevat ziet het beeld voor Lansingerland er op basis van de jaarrekening 2017 als volgt uit:

Uit de kengetallen blijkt dat de financiële positie van de gemeente is verbeterd in 2016. Vooral de solvabiliteit is toegenomen en de structurele exploitatieruimte neemt toe. De schuldquote  en het kengetal grondexploitatie zijn verslechterd, maar dit hangt vooral samen met lagere totale baten van de gemeente (zie ook de toelichting bij de netto schuldquote). De totale netto schuld van de gemeente is in 2017 afgenomen en ook het geïnvesteerde bedrag in de grondexploitaties is afgenomen (dat laatste is een gunstige ontwikkeling voor het risicoprofiel). 

De solvabiliteit lift in de categorie ‘neutraal’. Het eigen vermogen van de gemeente is vrij hoog, maar ook de schulden zijn hoog (en daarmee het balanstotaal). In de grondexploitaties zit nog een fors geïnvesteerd vermogen dat de komende jaren afneemt door de verkoop van gronden. Dan nemen ook de schulden af en zal de solvabiliteit toenemen naar verwachting. Zie hiervoor ook de begroting 2018.

Financiële kengetallen

Naar aanleiding van het rapport van de commissie Depla over vernieuwing van de begroting en verantwoording van gemeenten is het BBV gewijzigd. Vanaf 2015 zijn gemeenten verplicht om een set van kengetallen op te nemen in de jaarstukken. Waar in de tabellen hieronder ‘begroting 2017’ staat wordt bedoelt de cijfers die begroot waren per 31 december 2017 ten tijde van het opstellen van de begroting 2017 (en waren opgenomen op blz. 97 en 98 van de begroting 2017). De kengetallen in deze paragraaf zijn wat betreft de vergelijkende cijfers 2016 aangepast na enkele wijzigingen in de weergegeven cijfers 2016. Voor verdere toelichting zie ook de toelichting op de balans.

Het betreft de volgende kengetallen:

  • Netto schuldquote;
  • Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen;
  • Solvabiliteitsratio;
  • Structurele exploitatieruimte;
  • Belastingcapaciteit;
  • Grondexploitatie.

 

Netto schuldquote

De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.

De netto schulden (A+B+C-D-E-F-G) van de gemeente zijn in 2017 met circa € 25 miljoen afgenomen. De netto schuldquote is in 2017 echter wel gestegen ten opzichte van de jaarrekening 2017. Dit komt vooral omdat de totale baten van de gemeente met circa € 20 miljoen zijn gedaald. Deze daling komt vooral doordat in de jaarrekening 2016 er een grote ‘bate’ was als gevolg van de positieve bijstelling van de grondexploitaties.

De werkelijke schuld per 31 december 2017 ligt hoger dan begroot in de oorspronkelijke begroting 2017. Dit komt omdat in de oorspronkelijke begroting 2017 (vastgesteld in november 2016) de gevolgen van de aankoop van gronden in Westpolder (raadsbesluit december 2016) nog niet was opgenomen. Zonder de aankoop van de gronden Westpolder zou de netto schuld eind 2017 in lijn liggen met hetgeen begroot was in de oorspronkelijke begroting 2017.

Netto schuldquote Jaarrekening 2016 Begroting 2017 Jaarrekening 2017
A Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) 273.051 243.037 257.479
B Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) 21.767 9.651 17.550
C Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) 20.834 19.064 19.568
D Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) 376 15.832 376
E Uitzetting < 1 jaar (cf. art. 39 bbv) 1="" jaar="" (cf.="" art.="" 39=""> 23.166 0 28.463
F Liquide middelen (cf. art. 40 BBV) 2.356 14 1.005
G Overlopende activa (cf. art. 49 BBV) 3.013 9.000 3.423
H Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) 167.807 128.674 147.780
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% 171% 192% 177%

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Algemeen

De kapitaalgoederen in de openbare ruimte zijn wegen, straten & pleinen, kunstwerken & water, openbare verlichting, groen, spelen, riolering en accommodaties. Een duurzaam beheer en onderhoud van deze kapitaalgoederen is nodig om het kapitaal in stand te houden en kapitaalvernietiging als gevolg van achterstallig onderhoud te voorkomen. De tabel geeft de kerncijfers weer van de genoemde kapitaalgoederen en van bebording & straatmeubilair.

Kader

Het Integraal Beheerplan 2017-2024 vormt het kader voor nagenoeg alle beheerproducten en geeft aan welke wet- en regelgeving van toepassing is en welke uitgangspunten we hanteren bij het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Er is bewust gekozen voor een integrale aanpak. Integrale samenwerking en afstemming van onderhoud tussen de verschillende beheerproducten zorgt voor efficiency en mondt uit in een verlaging van kosten en een reductie van risico’s. In het Integraal Beheerplan is product specifieke informatie opgenomen in deelbeheerplannen.

In 2017 waren er bij de onderdelen wegen, straten en pleinen, openbare verlichting, civiele kunstwerken en riolering vertragingen ontstaan door langdurig ziekteverzuim en onderbezetting. Hierdoor zijn de doelen deels behaald. Inhuurconstructies namen het productieverlies niet helemaal weg.

Kapitaalgoederen Areaal m2/st Vervangingswaarde
Wegen 3.061.260 m2 € 173.000.000
Openbare verlichting 15.000 Stuks € 18.000.000
Bebording en straatmeubilair 22.500 Stuks € 7.000.000
Riolering 559 km € 253.000.000
Civiele kunstwerken (water) 2.100 Stuks € 115.000.000
Spelen 960 Stuks € 7.000.000
Groen - bomen 21.000 Stuks € 18.000.000
Groen - overig 2.550.000 m2
Accommodaties 65 Stuks € 143.000.000
Sportvelden / -parken 3 Stuks € 26.000.000
Totale vervangingswaarde € 760.000.000

Areaaluitbreiding

Door de aanleg van nieuwe woonwijken en bedrijfsterreinen is Lansingerland een typische groeigemeente. Dit betekent dat het areaal openbare ruimte jaarlijks groeit. De uitbreiding vond in 2017 vooral plaats in de Vinexwijken Westpolder, de Wadden, Parkzoom, bedrijventerrein Hoefslag, bedrijventerrein Prisma en de Laan van Mathenesse. Daarnaast is de Groenzoom opgeleverd en overgedragen.

Wegen, straten en pleinen

Hoewel alle gestelde doelen zijn behaald, is het onderhoudsprogramma niet volledig uitgevoerd. Hierdoor is sprake van een beperkte kwalitatieve onderhoudsachterstand.

Circa 70% van het investeringsbudget is ingezet voor de realisatie van het investeringsprogramma 2017. Niet alles is uitgegeven omdat we een gedeelte van het werk van de Noordersingel en de Pastoor Verburghweg, door slechte weersomstandigheden eind 2017, pas in 2018 uitvoeren. Voor de Vogelbuurt leidden de integrale aanpak en participatie op gebied van duurzaamheid tot een later dan geplande start van de uitvoering.

Uitgevoerde projecten:

  • Zuidersingel (oost) in Berkel en Rodenrijs;
  • Noordersingel in Berkel en Rodenrijs (90%);
  • Pastoor Verburghweg in Berkel en Rodenrijs (90%);
  • Anthuriumweg in Bleiswijk.

Projecten in de voorbereidingsfase:

  • Anjerweg;
  • Julianastraat en Dorpsstraat (gedeeltelijk) in Bergschenhoek;
  • Dorp Noord-Oost in Bergschenhoek;
  • Bomenbuurt;
  • Bloemenbuurt;
  • Vogelbuurt.

Bij de reconstructie en onderhoud van wegen pasten we duurzame materialen toe. Er waren in 2017 geen ontwikkelingen die leiden tot een veranderend lange termijn perspectief.

Openbare verlichting

In 2017 is 35% van de preventieve vervanging van lampen niet uitgevoerd. Dit heeft geen consequenties voor het kwaliteitsniveau van de openbare verlichting en de veiligheid van de weggebruikers. Bij de vervanging van een aantal conventionele lampen en armaturen is energiezuinige en dimbare verlichting toegepast. Dit om de openbare verlichting te verduurzamen en energiekosten te verlagen.

Dit jaar zijn twee projecten vertraagd: project Dorp Noord-Oost in Bergschenhoek pakken wij op in 2019, omdat wegen en riolering dan integraal worden aangepast. Er waren ook extra wensen op het gebied van duurzaamheid waardoor de inrichting van de wijk toekomstbestendig wordt. Er was vertraging bij het project ‘Optimalisatie van de installaties voor openbare verlichting’. Dit heeft beperkte consequenties voor het technische kwaliteitsniveau van de openbare verlichting. In 2017 deden zich geen ontwikkelingen voor die leiden tot een veranderd lange termijn perspectief.

Civiele kunstwerken en Water

Alle doelen voor 2017 zijn bereikt, het onderhoud verliep volgens plan. Waar mogelijk pasten we duurzame materialen toe.

In 2017 is het vervangen van beschoeiingen in Bleiswijk en de brug Bergweg-noord vertraagd. Voor het vervangen van de beschoeiing van de Esdoornlaan/Oostersingel zijn de werkzaamheden goedkoper afgerond. In 2017 waren er geen ontwikkelingen die leiden tot een veranderd lange termijn perspectief.

Groen

Alle doelen voor 2017 zijn bereikt. Om deze doelen te bereiken verrichten we cyclisch dagelijks onderhoud, voeren we inspecties uit en vervangen we groen waar dat noodzakelijk is. Daarbij hanteren we een duurzame aanpak. Voorbeelden daarvan zijn de toepassing van social return, verbetering van ecologisch maaibeheer en het treffen van klimaatbestendige maatregelen zoals de aanleg van een wadi (tijdelijke opvang voor hemelwater) aan de Spiraeadreef te Bleiswijk. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud en er hebben zich in 2017 geen ontwikkelingen voorgedaan die leiden tot een wijzigend lange termijn perspectief.

Spelen

Alle doelen voor 2017 zijn bereikt. Om deze doelen te bereiken verrichten we cyclisch dagelijks onderhoud, voeren we inspecties uit en vervangen we speeltoestellen waar dat noodzakelijk is. Daarbij hanteren we een duurzame aanpak. Een voorbeeld daarvan is levensduur verlengend onderhoud op speeltoestellen. Dit jaar is er minder slijtage / vandalisme aan speelvoorzieningen, waardoor er ook minder onderzoekskosten en begeleiding nodig waren.

Het investeringsbudget is ingezet voor vervanging van toestellen op het Deventerpad en Bachplein in Berkel en Rodenrijs en Hertshoornvaren in Bergschenhoek. In het eerste kwartaal van 2018 vinden er nog afrondende werkzaamheden plaats.

Er is geen sprake van achterstallig onderhoud en er hebben zich in 2017 geen ontwikkelingen voorgedaan die leiden tot een wijzigend lange termijn perspectief.

Riolering

In de exploitatiebegroting is circa 90% van de gestelde doelen voor 2017 doelen bereikt. Door vertragingen bij de uitwerking van planvorming, onderhoudsplannen en de gemaleninspectieplannen haalden we niet alle doelen. De vertragingen leidden tot nadelige effecten (achterstand) op het operationele functioneren van het rioolsysteem, vooral in het gemalenbeheer.

Bij de investeringen is circa 70% van de voorgenomen doelen behaald tegen besteding van circa 63% van beschikbare investeringsbudgetten. Er waren minder kosten dan voorzien voor het verhelpen van restpunten na oplevering van de projecten en de gereserveerde budgetten voor onvoorziene kosten hoefden we niet volledig te benutten.

De lagere uitputting van het investeringsbudget is veroorzaakt door uitstel in de uitvoering. Een hoofdzakelijke oorzaak van de lagere investeringen is het veranderen van de voorbereiding van integrale renovatieprojecten. Voor de Vogelbuurt geldt dat bewonersparticipatie zorgde voor een gewijzigde scope voorafgaand aan de technische voorbereiding. Bij twee investeringsprojecten in de uitvoeringsfase zijn werkzaamheden uitgesteld door extra afstemming tussen externe partijen (onder andere grondeigenaren, nutsbedrijven). Wel zijn deze projecten gestart en verlopen inmiddels voorspoedig en worden opgeleverd in 2018.

In 2017 deden zich geen ontwikkelingen voor die leiden tot gewijzigde inzichten voor de vrijvervalleidingen. Bij de rioolgemalen is er echter een toename van het aantal storingen en achterstallig onderhoud in de vorm van ontbrekende keuringen en daaraan gerelateerde werkzaamheden. Nader onderzoek is gestart in 2017 en er is structureel capaciteit ingezet om de achterstand in te lopen.

Gebouwen

De gemeente is juridisch eigenaar van 65 gebouwen. De gebouwenportefeuille bestaat onder meer uit het gemeentehuis, gemeentewerf, sporthallen, maatschappelijke accommodaties, kinderdagopvang, strategische objecten en onderwijsgebouwen. Van deze laatste groep (onderwijsgebouwen) zijn 19 stuks overgedragen aan schoolbesturen. De schoolbesturen zijn daarmee economisch eigenaar. Van 4 onderwijsgebouwen is de gemeente wel economisch eigenaar, maar zijn de schoolbesturen zelf verantwoordelijk voor het onderhoud van de gebouwen.

De gemeente streeft naar een hoge mate van efficiency in het vastgoedbeleid. Uitgangspunt is dat er alleen sprake is van eigendom en/of exploitatie daar waar dat noodzakelijk is voor de uitoefening van een publieke taak. We pakken mogelijkheden om niet essentieel vastgoed van de hand te doen actief op. Dat heeft geleid tot de sloop van een aantal strategische objecten (met name in Westpolder/Bolwerk) en de overdracht van de voormalige werf van Bleiswijk, het rouwcentrum in Bleiswijk en ’t Web in 2017. Ook zijn gesprekken over MFR Anthuriumsingel, Pecto’s en het Polderhuis verder geïntensiveerd.

Het beheer en de exploitatie van een groot aantal gebouwen is door de gemeente bij een externe partij belegd. In 2017 was dit bij Optisport ondergebracht. Sportfondsen heeft de aanbesteding van deze taak voor 2018 – 2020 gewonnen. Het groot onderhoud wordt uitgevoerd door de gemeente, conform het Beheerplan Gebouwen en het bijbehorende Meerjaren-onderhoudsprogramma (MJOP). De kosten voor het groot onderhoud worden gedekt door de bestemmingsreserve Gebouwen. Daar waar sprake is van vervanging kijken we of er mogelijkheden zijn om de producten te verduurzamen.

Er is geen sprake van een onderhoudsachterstand en er hebben zich in 2017 geen ontwikkelingen voorgedaan die leiden tot een wijzigend lange termijn perspectief.

Sportvelden

Het onderhoud van sportparken is uitgevoerd op basis van het beheerplan 2017-2024. De gestelde doelen zijn bereikt, het onderhoud ligt goed op schema. Voor ieder type sportveld is er een eigen beheerstrategie. De onderhoudsstrategie wordt dus gekenmerkt door maatwerk. Voordat er over wordt gegaan tot vervanging inventariseren we of het mogelijk is om met een tijdelijke duurzame oplossing de vervanging uit te stellen.

In 2017 zijn in lijn met het beheerplan twee grasvoetbalvelden gerenoveerd en zijn noodzakelijke aanpassingen aan de infrastructuur van sportpark het Merenveld uitgevoerd. Daarnaast is, zoals gepland, de renovatie aan het honk- en softbalveld in Bergschenhoek gestart, met oplevering in het eerste kwartaal 2018. Totaal is 72% van investeringsbudget gebruikt, de overige 28% wordt uitgegeven in het eerste kwartaal van 2018. Dit betreft geen onderhoudsachterstand maar wordt veroorzaakt door de renovatie van honk- en softbalveld.

Er is geen sprake van een gewijzigd lange termijn perspectief.

Paragraaf Financiering en treasury

Inleiding

Het doel van deze paragraaf is om de raad te informeren over het treasurybeleid en de beheersing van financiële risico’s. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.

Treasurybeleid

Primair richt het treasurybeleid zich op het waarborgen van financiële continuïteit door het resultaat en vermogen te beschermen tegen financiële risico’s. Deze risico’s komen voort uit zowel de financieringsbehoefte, als uit de mutaties van de bestaande portefeuilles zoals (vervroegde) aflossingen, herfinanciering en renteaanpassing.

De gemeente onderscheidt een drietal doelstellingen van de treasuryfunctie:

  1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;
  2. Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s, zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s;
  3. Het streven, binnen de kaders van wet- en regelgeving en binnen de bepalingen van het Treasurystatuut, naar een optimale financieringsstructuur en beheersing van de daarmee gemoeide kosten.

Deze doelstellingen leiden tot het zo nauwkeurig mogelijk op elkaar afstemmen van opgenomen en benodigde gelden, waarbij de financieringslasten zoveel mogelijk beperkt worden in relatie tot het risico dat wij lopen. Gelden worden overigens alleen aangetrokken in euro’s, zodat er geen valutarisico’s ontstaan.

Op basis van de laatst geactualiseerde liquiditeitsprognose constateerden wij in de loop van het jaar een liquiditeitsbehoefte van circa € 20 miljoen. Ter dekking hiervoor hebben wij een nieuwe langlopende lineaire lening aangetrokken ter waarde van € 20 miljoen tegen een licht negatief rentepercentage voor een periode van 5 jaar.

In 2017 is één lening afgelost voor een totaalbedrag van circa € 12 miljoen (met een rente van 4,7%). Daarnaast hebben wij in de loop van 2017 verschillende kasgeldleningen aangetrokken om tijdelijke fluctuaties in de liquiditeit te kunnen opvangen. De looptijd van deze leningen is doorgaans kort (circa 3 maanden). In oktober is een lening aangetrokken van circa € 10 miljoen voor de duur van 3 maanden tegen een licht negatieve rente. Alleen deze lening is jaargrensoverschrijdend.

De lening portefeuille voor Lansingerland per einde jaar 2017 ziet er als volgt uit.

bedrag x € 1.000
Resterende Rente
looptijd 0,0% <> 1,5% 1,5% <> 2,5% 2,5% <> 3,5% 3,5% <> 4,5% 4,5% <> 5,5% 5,5% <> 6,5% Eindtotaal
0 tot 2 jr. - - 1.359 17.057 204 18.620
2 tot 4 jr. 12.000 - 21.000 - - - 33.000
4 tot 6 jr. 20.000 - 50.000 - 7.000 - 77.000
6 tot 8 jr. 48.000 - - - - - 48.000
8 tot 10 jr. - - 16.667 - - - 16.667
meer dan 10 jr. 17.333 12.833 - 30.000 - - 60.167
97.333 12.833 87.667 31.359 24.057 204 253.453

Risicobeheer

De risico’s ten aanzien van treasury vallen in de volgende soorten uiteen:

  • Renterisico’s op vlottende en vaste schuld (opgenomen geld);
  • Liquiditeitsrisico’s;
  • Kredietrisico.                                                                                                                                    

Renterisico op vlottende schuld: de kasgeldlimiet

Om een grens te stellen aan korte termijn financiering (rentetypische looptijd tot één jaar) is in de Wet fido de kasgeldlimiet opgenomen. Het doel van de kasgeldlimiet is het voorkomen dat fluctuaties in korte rente (schulden < 1 jaar) direct een grote impact hebben op de rentelasten in het exploitatiejaar. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn. De behoefte aan vreemd vermogen mag daarom maar voor een gelimiteerd deel met korte leningen worden ingevuld. De kasgeldlimiet voor gemeenten bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. Deze wordt gedefinieerd als alle lasten op de begroting vóór verdeling van de reserves. Het begrotingstotaal voor het jaar 2017 is € 128,3 miljoen, hetgeen een kasgeldlimiet oplevert van € 10,9 miljoen. Indien de gemiddelde liquiditeitspositie van drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet overschrijdt, dan dient de gemeente de drie kwartaalrapportages toe te zenden aan de toezichthouder (Provincie), met daarbij een plan om weer te voldoen aan de kasgeldlimiet (bijvoorbeeld overgaan tot financiering met lang geld).

In de loop van het jaar zijn er verschillende kasgeldleningen aangetrokken die vaak ook gedurende het jaar weer afgelost worden. Alleen in het tweede kwartaal ontstond er hierdoor een overschrijding op de vastgestelde kasgeldlimiet. De andere kwartalen blijft de gemiddelde vlottende schuld onder de kasgeldlimiet. Dit is ook zichtbaar in onderstaande tabel.

bedrag x € 1.000
1e kw. 2e kw. 3e kw. 4e kw.
Gemiddelde netto vlottende schuld (+), dan wel 5.386 11.863 10.883 -5.836
gemiddelde overschot vlottende middelen (-)
Kasgeldlimiet 10.910 10.910 10.910 10.910
Ruimte onder kasgeldlimiet 5.524 - 27 16.745
Overschrijding kasgeldlimiet - 953 - -
Begrotingstotaal 128.349 128.349 128.349 128.349
Percentage vastgesteld per min. regeling 8,50%
Kasgeldlimiet 10.910 10.910 10.910 10.910

Kasstroomoverzicht

Onderstaand overzicht geeft het kasstroomoverzicht weer volgens de directe methode:

Kasstroomoverzicht (Directe methode) (x € 1.000) 2017
Kasstroom uit operationele activiteiten
Ontvangsten van afnemers 176.216
Betalingen aan leveranciers en werknemers -158.825
Kasstroom uit bedrijfsoperaties
Ontvangen interest 198
Ontvangen dividend 3.371
Betaalde interest -6.899
Kasstroom uit operationele activiteiten 14.061
Kasstroom uit grondexploitaties
Investeringen -14.180
Verkopen 21.700
Kasstroom uit grondexploitaties 7.520
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
Investeringen in immateriële vaste activa -
Desinvesteringen in immateriële vaste activa -
Investeringen in materiële vaste activa -6.128
Desinvesteringen in materiële vaste activa 2.710
Investeringen in financiële vaste activa -
Desinvesteringen in financiële vaste activa -
Kasstroom uit investeringsactiviteiten -3.418
Kasstroom uit financieringsactiviteiten
Ontvangen aflossingen op verstrekte geldleningen 195
Opgenomen geldleningen - langlopende schulden 20.000
Aflossing geldleningen - langlopende schulden -35.582
Opgenomen geldleningen - kortlopende schulden 90.000
Aflossing geldleningen - kortlopende schulden -90.000
Kasstroom uit financieringsactiviteiten. -15.387
Netto kasstroom boekjaar 2.775
Beginstand liquide middelen 9.876
Eindstand liquide middelen 12.651
Mutatie liquide middelen inclusief vordering 's-Rijks Schatkist 2.775

Renterisico op vaste schuld: de renterisiconorm

In het kader van de wet Fido wordt jaarlijks de renterisiconorm vastgesteld. Het doel van de renterisiconorm is spreiding in de leningenportefeuille, waardoor mogelijke renterisico’s worden beperkt. Hierin wordt dan specifiek gekeken naar de momenten waarop renteherziening of herfinanciering plaatsvindt. Door deze spreiding wordt voorkomen dat op een bepaald moment veel leningen op hetzelfde moment moeten worden afgelost. Is dan herfinanciering aan de orde, dan kan de dan geldende marktrente grote gevolgen hebben op de begrotingssaldi.

De renterisiconorm wordt bepaald op 20% van de op 1 januari bestaande omvang van het begrotingstotaal. Het begrotingstotaal voor het jaar 2017 is € 128,3 miljoen, hetgeen een renterisiconorm oplevert van € 25,7 miljoen. Dit betekent dat in 2017 maximaal € 25,7 miljoen nieuw kapitaal kan worden aangetrokken of leningen kunnen worden afgelost. Afgelopen jaar hebben we in totaal € 35,4 miljoen aan aflossingen betaald.

In voorgaande begrotingen en jaarrekeningen is al aangegeven dat Lansingerland de rente­risico­norm overschrijdt. De huidige leningenportefeuille kan namelijk niet zonder hoge kosten worden aangepast. Wanneer herfinanciering aan de orde is zal bij het afsluiten van nieuwe leningen de renterisiconorm in acht worden genomen. Dit doen we door in beginsel voor nieuwe leningen te kiezen voor lineaire leningen gecombineerd met een spreiding in looptijd.

Liquiditeitsrisico

Liquiditeitsrisico is het risico dat wij als gemeente over onvoldoende middelen beschikken om aan onze directe verplichtingen te voldoen. In onze liquiditeitsprognose wordt onze geldbehoefte gevolgd en tijdig afgedekt. Deze liquiditeitsprognose wordt regelmatig geactualiseerd. Daarnaast is het risico dat op enig moment geen geld beschikbaar zou zijn, volgens onze geldverstrekkers voor gemeenten, verwaarloosbaar.

Kredietrisico

De gemeente Lansingerland loopt zelf ook risico bij het verstrekken van gelden. Afhankelijk van het type instelling kan een zeker risico worden bepaald. De verstrekte leningen kunnen verdeeld worden in verstrekte leningen en garantstellingen.

Renteschema

In de notitie rente 2017 is een renteschema opgenomen. De commissie BBV adviseert deze op te nemen in de jaarstukken en begroting. Met dit schema wordt inzicht gegeven in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. 

Rentelasten

De rentelasten voor 2017 bedragen € 6,4 miljoen. Dit bestaat uit € 6,5 miljoen aan rente voor langlopende geldleningen en € 130.000 aan negatieve rente voor herfinanciering.

Wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten

In 2017 is € 4.617.000 toegerekend aan onze grondexploitaties. De rente die aan investeringen wordt doorberekend was voorheen gebaseerd op onze interne rekenrente. Deze interne rekenrente is met de vernieuwing in het BBV komen te vervallen en vervangen door een renteomslagpercentage.

Renteomslagpercentage

De omslagrente wordt berekend door de aan de taakvelden toe te rekenen rente (in Euro’s) te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd. De omslagrente moet vervolgens op consistente en eenduidige wijze worden toegerekend aan de individuele activa. Het is niet toegestaan om per investering of taakveld te differentiëren in het toe te rekenen rentepercentage. Het bij de begroting (voor)gecalculeerde omslagrentepercentage mag binnen een marge van 0,5% worden afgerond.

Het berekende omslagrentepercentage bedraagt voor Lansingerland voor 2017 0,81%. Wij kiezen ervoor om te rekenen met een gekozen renteomslagpercentage van 1,25%. Uit het oogpunt van voorzichtigheid kunnen we eventuele rentetegenvallers bij een herfinanciering hiermee opvangen. Indien de werkelijke rentelasten in Euro’s die over een jaar aan taakvelden hadden moeten worden doorbelast afwijken van de rentelasten in Euro’s die op basis van de voorgecalculeerde renteomslag aan de taakvelden zijn toegerekend, dan kan de gemeente besluiten tot correctie. Correctie wordt verplicht gesteld indien deze afwijking groter is dan 25%.

Dit gekozen renteomslagpercentage van 1,25% vervangt de interne rekenrente en wordt gebruikt voor het doorrekenen van rente aan onze investeringen.

Bij projectfinanciering wordt een lening specifiek aangetrokken voor een project. Lansingerland heeft geen projectfinanciering, wij hanteren een integrale financiering waarbij de gehele gemeentelijke financieringsbehoefte is betrokken.

De gehanteerde boekwaarde is de laatst vastgestelde boekwaarde. Deze bedraagt € 216,70 miljoen per 31 december 2015. Hiermee is nog geen rekening gehouden met het versneld afschrijven van maatschappelijk vaste activa in 2016. Wanneer wij hier rekening mee houden stijgt het berekende renteomslagpercentage.

Renteresultaat

Het renteresultaat op het taakveld Treasury bedraagt € 951.000. Dit is het verschil tussen de rente die wij werkelijk aan taakvelden toerekenen (€ 1,7 miljoen) en het saldo van de externe rentebaten en rentelasten (€ 2.7 miljoen).

Schema rentetoerekening 2017 2017 2017
x € 1000 x € 1000
De externe rentelasten over de korte en lange financiering 6.375
De externe rentebaten
Saldo externe rentelasten en rentebaten € 6.375
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend -4.617
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend € -
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente € -4.617
Saldo door te rekenen externe rente € 1.759
Rente over eigen vermogen € -
Rente over voorzieningen (die gewaardeerd zijn op contante waarde) € -
Totaal rentetoerekening intern € -
De aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente (renteomslag) € 1.759
Boekwaarde vaste activa die integraal zijn gefinancierd per 1 januari € 216.702
Berekende omslagrentepercentage 0,81%
Gekozen renteomslagpercentage (mag 0,5% afwijken van berekend) 1,25%
De werkelijk aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag) € 2.709
Renteresultaat op het taakveld treasury € 950

Garantstellingen en borgstellingen

Aan verenigingen, onderwijsinstellingen en zorginstellingen zijn garantstellingen en waarborgen afgegeven. Deze financieringen zijn door onze gemeente gewaarborgd in het kader van het maatschappelijk belang van door hen gedane investeringen. Daarnaast zijn achtervangover­een­komsten afgesloten met de stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Deze borgstel­lingen hebben betrekking op het aantrekken van vaste langlopende leningen door woningstichtingen voor (her)financiering van al bestaande gewaarborgde geldleningen. WSW neemt de betaalverplichtingen voor een lening over wanneer de corporatie de rente en aflossing op een door WSW geborgde lening niet meer kan betalen. Alleen als WSW deze betaalverplichting niet uit de overige buffers in de zekerheidsstructuur kan voldoen, moeten Rijk en gemeenten bijspringen.

Ten slotte zijn er gemeentegaranties onder de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW). Deze stichting is in 1995 verzelfstandigd onder de naam Nationale Hypotheek Garantie (NHG). De stichting staat borg voor de verstrekking van bepaalde hypotheken aan particulieren. Sinds 1 januari 2011 is de achtervang van nieuwe hypotheken geheel naar het rijk geschoven, waardoor jaarlijks het totale bedrag aan gewaarborgde geldleningen afneemt met de door particulieren gedane aflossingen.

Onderstaand totaalsaldo betreft de volledige garantstelling en komt niet geheel voor rekening van de gemeente. Voor het Garantiefonds WSW en SWS en de particuliere hypotheken is het gemeentelijk aandeel beperkt tot 50%.

Onder het Garantiefonds WSW vallen leningen voor meerdere corporaties, waarvan veruit de meeste betrekking hebben op Woningbouwvereniging 3B (€ 166,9 miljoen). Ook hiervoor geldt dat de gemeente voor 50% van dit bedrag garant staat.

De gemeente Lansingerland verstrekt enkel garantstellingen wanneer er zekerheden (onderpand) door de garantieaanvrager overlegd kan worden. In aanloop naar de jaarrekening 2017 is contact geweest met alle instellingen voor een specifieke onderbouwing van de verschillende restantschulden. In de jaarrekening zijn deze cijfers conform verwerkt.

Met betrekking tot de Nationale Hypotheek Garantie wordt jaarlijks door de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen een liquiditeitsprognose opgesteld. Aan de hand hiervan krijgt de gemeente inzicht in mogelijke toekomstige aanspraak op de achtervangfunctie. Op basis van deze liquiditeitsprognose verwacht de Stichting WEW geen aanspraken op de achtervangfunctie.

De garantie inzake de hypotheken van personeel betreffen een tweetal hypotheekleningen afgesloten bij het Hypotheekfonds voor Overheidspersoneel (HvO), dochteronderneming van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Sinds enkele jaren geleden worden geen nieuwe hypotheekgaranties voor overheidspersoneel meer afgegeven. In 2017 is de garantstelling op één aflossingsvrije hypotheeklening komen te vervallen waardoor het resterende bedrag voor de oorspronkelijke leningen lager is dan het restant ultimo 2016.

In 2017 is een nieuwe garantstelling verstrekt van € 5,0 miljoen in het kader van de doordecentralisatie van De Blesewic van het Melanchthon in Bleiswijk. Uw raad is hierover geïnformeerd met raadsbrief U17.08175.

Per 31 december 2017 bedraagt het totaal van gewaarborgde geldleningen € 220,4 miljoen. Dit is als volgt opgebouwd:

bedragen x € 1.000
Waarborgsommen en primaire secundaire tertiaire oorpronkelijk restant restant
garantieleningen zekerheid zekerheid zekerheid bedrag 31-dec-16 31-dec-17
Garantiefonds WSW woningbouwver. WSW gem.(50%) 192.014 187.586 181.382
Garantiefonds SWS sportver. SWS gem.(50%) 335 267 244
Hypotheken particulieren particulier WEW gem.(50%) 4.179 3.552 3.215
Hypotheken personeel personeel gem.(100%) - 455 590 376
Onderwijsinstellingen instelling gem.(100%) - 38.600 28.880 32.861
Overige instellingen instelling gem.(100%) - 2.391 1.393 1.311
Totaal 237.974 222.268 219.389

Paragraaf Bedrijfsvoering

Planning en control

Om een organisatie goed op koers te houden is een goed werkend systeem van planning & control een randvoorwaarde. Hieruit vloeit immers informatie voort die nodig is om te kunnen sturen.

Wat hebben we gedaan in 2017?

  1. We stelden de jaarrekening 2016 op aan de hand van de geactualiseerde richtlijnen van het BBV en pasten formats voor de jaarrekening en begroting aan de nieuwe eisen aan.
  2. We bleven ambtelijk strak sturen op de voorspelbaarheid en betrouwbaarheid van de (financiële) resultaten. Naast de reguliere P&C-documenten continueerden we in 2017 de periodieke budgetreviews en hielden in het voorjaar van 2017 alle afdelingshoofden een ‘in-control’-gesprek met de gemeentesecretaris.
  3. We hielden een aanbesteding voor de aanschaf van nieuwe P&C-software en kozen voor Pepperflow. In 2018 implementeren we deze software. Hierdoor kunnen we efficiënter P&C-documenten samenstellen en deze digitaal aanbieden aan de Raad en digitaal publiceren voor onze inwoners.
  4. We stelden een nota ‘Planning & control’ op. Eind 2017 stelde de Raad deze nota vast. Uitgangspunt van de nota is een efficiëntere P&C-cyclus en een cyclus die meer recht doet aan de rolverhoudingen tussen Raad en college. De raad krijgt nadrukkelijk de kader stellende en controlerende rol. Zo vervangen we de Kadernota met ingang van 2018 met een Kaderbrief en vervangen we de voor- en najaarsnota door een zomerrapportage. In 2019 evalueren we het eerste jaar werken met de nieuwe cyclus.  
  5. We deden in 2017 voor het eerst aangifte Vennootschapsbelasting. Omdat de huidige activiteiten op dit moment niet kwalificeren als ‘onderneming’ deden we een zogenoemde ‘nihil’-aangifte.
  6. We gebruikten actief landelijk beschikbare informatie om effecten van beleid te evalueren en beleid bij te stellen. Zo deden we in 2017 mee aan de benchmark formatie van Berenschot (als input voor het project ‘Kennis in kaart’) en besloot de Raad om in 2018 (net als in 2016) deel te nemen aan de burgerpeiling ten behoeve van www.waarstaatjegemeente.nl.

Audit en AO/IC

In de huidige organisatie is een nadrukkelijke scheiding aangebracht tussen de beslissende, financieel beleid makende en beheersende rol en de toetsende en controlerende rol. De eerste rol is belegd bij de vak afdelingen en de afdeling Financiën. De toetsende en controlerende rol is nadrukkelijker belegd bij de Concernstaf. Binnen gemeentelijke organisaties zien we een toenemende behoefte aan deze onafhankelijke rol en positie. Zo eist de nieuwe AVG[1] (intern) onafhankelijk toezicht op het systeem van privacy borging in de organisatie en is deze onafhankelijke rol ook nodig in het kader van ENSIA[2]. In 2017 zagen we dan ook een verschuiving/verbreding van controle en advisering op het gebied van financiën en rechtmatigheid naar controle en advisering op gebieden als privacy en informatiebeveiliging.

Wat hebben we gedaan in 2017?

  • We voerden de reguliere interne controles uit voor rechtmatigheid. Dit in overleg met de externe accountant en ter voorbereiding op de controle van de jaarrekening 2017.
  • Ook in 2017 was, net als in 2016, nog extra inzet en inspanningen nodig t.a.v. de verantwoording en controle in het sociale domein. Uiteindelijk resulteerde dat in een goedkeurende controleverklaring bij de jaarrekening 2016 van de gemeente, maar bijvoorbeeld ook de GR Jeugd ontving over het jaar 2016 een goedkeurende controleverklaring bij de jaarrekening.
  • In 2017 voerden we, net als alle andere gemeenten, ENSIA in. De noodzakelijke audits en werkzaamheden zijn tijdig uitgevoerd en vastgelegd in de zogenoemde ENSIA-tool. Deze tool vormt de basis voor de verantwoording over informatiebeveiliging die het college gelijktijdig met de jaarstukken 2017 aflegt aan de gemeenteraad.

[1] Algemene Verordening Gegevensbescherming

[2] Eenduidige Normatiek Single Information Audit

Organisatie en personeel

In 2017 kreeg het voorkomen van en adequaat omgaan met ziekteverzuim veel aandacht. We zien dat het tegengaan van overbelasting van medewerkers een aandachtspunt blijft. We doen met een beperkt aantal medewerkers een toegenomen hoeveelheid werk en medewerkers zijn zo gedreven dat ze hard doorwerken en tegen hun grenzen aanlopen. Leidinggevenden en medewerkers blijven hier alert op en maken dit bespreekbaar.

Met de invoering van het Individueel Keuze Budget kregen medewerkers meer keuzevrijheid voor geld of vrije tijd. We zien dat ieder daar naar eigen behoefte invulling aan geeft.

We onderzochten hoe we mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een plaats in de organisatie kunnen geven, zoals bijstandsgerechtigden en mensen met een verstandelijke of lichamelijke handicap. Begin 2018 is het plan van aanpak klaar en starten we met de implementatie.

Het afgelopen jaar merkten we dat de arbeidsmarkt weer aantrekt doordat we meer moeite hadden vacatures in te vullen. Door een creatieve werving en selectie en extra budget voor de werving is het tot nog toe grotendeels gelukt de vacatures in te vullen, maar soms was het nodig terug te vallen op inhuur als we niet direct de juiste mensen konden vinden. We verwachten dat dit de komende jaren nog meer inzet zal vragen.

Met het in de begroting 2018 toegekende extra formatiebudget krijgen we de basis op orde en hopen we de overdruk te reduceren. Deze formatie moet wel nog nader verdeeld worden op basis van de analyse en het plan van aanpak van de interim gemeentesecretaris. Vooruitlopend op het plan van aanpak besloot het college eind 2017 om vanuit de ‘basis op orde’ 3 FTE toe te kennen bovenop de ‘reguliere’ groei van de formatie. De overige groei van de toegestane formatie per 1/1/2018 ten opzichte van 1/1/2017 betreft de reguliere groei-gerelateerde formatie (team Veiligheid, bouw- en woningtoezicht, sociaal domein en beheer en onderhoud), de 5 FTE voor duurzaamheid (zie begroting 2018), 2 FTE BOA’s en 1 FTE voor CISO/FG.

  01-01-12 01-01-13 01-01-14 01-01-15 01-01-16 01-01-17 01-01-18
Toegestane formatie in fte 356 338 325 324 328 340 362
Aantal inwoners per 1/1 55.270 56.512 57.137 58.133 59.039 60.042 61.152
Aantal fte per 1.000 inwoners 6,44 6,00 5,68 5,57 5,56 5,66 5,92

Van de in de begroting 2018 genoemde formatie op orde is nog circa 5 FTE in te vullen op basis van het plan van aanpak van de interim gemeentesecretaris.

Wat hebben we nog meer gedaan?

  • Naar aanleiding van het onderzoek van Necker Van Naem is het organisatieontwikkeltraject gestart met als doel de organisatie meer toekomstbestendig te maken. Hierdoor wordt de professionaliteit van de organisatie en kwaliteit van dienstverlening verder versterkt. In opdracht van een stuurgroep maakten twee werkgroepen met medewerkers uit de hele organisatie een advies over respectievelijk een toekomstbestendige structuur voor de organisatie en welke kennis en kunde de organisatie nodig heeft om toekomstbestendig te zijn. Een vanuit de organisatie samengestelde klankbordgroep adviseerde en reflecteerde op de werkzaamheden van de twee werkgroepen. De adviezen van deze twee werkgroepen zijn meegegeven aan de interim gemeentesecretaris zodat hij deze kan verwerken in zijn eigen analyse en plan van aanpak dat in april 2018 naar verwachting gereed is.
  • Er is een verdiepende verzuimanalyse gemaakt en alle leidinggevenden zijn in de gelegenheid gesteld om zich te trainen in het voeren van verzuimgesprekken.

Communicatie

In 2017 vierde de gemeente Lansingerland haar 10 jarig bestaan. Dit thema stond, waar mogelijk, centraal in alle gemeentelijke communicatie. De viering van het 10 jarig bestaan en de vele grote publieksevenementen (Ride for the Roses, Foodtruck festival XL, Monumentendag/Open Huis, Strongman Run en huldiging Chantal Blaak etc.), heeft Lansingerland als aantrekkelijke woon- en vrijetijdsgemeente verder op de kaart gezet.

Voor potentiele inwoners van de gemeente Lansingerland lanceerde we als onderdeel van de online marketing strategie een nieuwe website. Deze website www.woneninlansingerland.nl verving www.buitenleveninderandstad.nl. Door de koppeling met Funda te maken, toont deze website altijd het actuele aanbod van woningen binnen onze gemeente. Gekoppeld aan deze website hebben we circa 9 maanden gewerkt met betaalde advertenties op social media om geïnteresseerden van buiten onze gemeente te attenderen op het wonen in Lansingerland in het algemeen en op de aantrekkelijke woonkernen van Lansingerland in het bijzonder.

Voor de ondernemers die geïnteresseerd zijn in het kopen van een bedrijfskavel, hebben we als onderdeel van de online marketing strategie de website www.bedrijventerreinen-lansingerland.nl vernieuwd. Door het toevoegen van een tweetal video’s over het koopproces van een bedrijfskavel, een keuzehulp voor bedrijfskavel en een geactualiseerd overzicht van beschikbare kavels maken we ondernemers makkelijker om te kiezen voor Lansingerland.

Bestaande inwoners en ondernemers zijn ook in 2017 actief betrokken bij beleidsuitvoering en -vorming middels burgerparticipatie en interactieve beleidsvorming, in de publiekscommunicatie is hier veel aandacht aan besteed. Vier Lansingerlandse burgerinitiatieven (het zangfietspad; het labyrint; herbouw Tol ’t Meerhek en Energiebank LansingerZon) hebben van de gemeenteraad een aanmoedigingssubsidie ontvangen.

 Wat hebben we gedaan in 2017?

  1. De Contentredactie heeft in 2017 een pilot gedraaid met WhatsApp. Het kanaal heeft zijn functionaliteit ruimschoots bewezen.
  2. In 2017 is in samenwerking met team Reizen, Wonen, Leven gestart met een pilot klantreizen. De eerste klantreis is in 2017 grotendeels afgerond. De Motie (CU) over de mogelijkheden van Klantreizen in onze organisatie sluit hier goed op aan. In 2018 starten we een pilot met 4 klantreizen binnen Publiekszaken (reizen, wonen en leven). De verwachtingen zijn hoog gespannen om in de toekomst deze klantreizen te implementeren in onze werkprocessen;
  3. De projectgroep digitale medialandschap is hard aan de slag gegaan met onder andere de vervanging van de website. Hiervoor zijn marktverkenningsbezoeken aan andere gemeenten afgelegd, kwalitatief onderzoek gedaan onder de kwetsbaren in onze gemeente en een prestatieonderzoek van de huidige website. Daarnaast heeft de projectgroep in samenspraak met MT en college een keuze gemaakt om de nieuwe website met open source software te bouwen en aan te sluiten bij het open webconcept dat ontwikkeld is door de gemeente Buren. Samen gaan wij dit concept uitbreiden, ontwikkelen en beschikbaar maken voor Nederlandse gemeenten. Eind 2018 staat de live-gang van de nieuwe website gepland.
  4. In september 2017 zijn we met een nieuw onderdeel van onze app live gegaan. Hierin zijn de gemeentelijke monumenten opgenomen met tekst en beeld over het monument waar men op dat moment staat. De input van deze teksten is tot stand gekomen in samenspraak met de Erfgoedcommissie.
  5. In 2017 hebben we weer maandelijks persconferenties voor de lokale kranten en het college georganiseerd
  6. In 2017 heeft de gemeente Lansingerland o.l.v. burgemeester Pieter van de Stadt een grote handelsdelegatie van Nederlandse Greenport bedrijven begeleid en deelgenomen aan de grootste Agri-Expo van China in Shouguang, de grootste glastuinbouwgemeente van China. Team EZ heeft i.s.m. communicatie ook in 2017 diverse buitenlandse delegaties in het gemeentehuis ontvangen. Het college heeft verder individuele en collectieve bezoeken gebracht.
  7. In afwachting van de nieuwe website van financiën hebben we in 2017 een duidelijke infographic gemaakt over de begroting, waarin we de inkomsten en uitgaven en lokale lasten duidelijk hebben verbeeld.
  8. Reguliere taken (publieksvoorlichting) in 2017, o.a. veranderingen in het afvalbeleid, duurzaamheid, de mogelijke uitbreiding van de luchthaven, de aanleg van de A16 Rotterdam, participatieproces HSL, vitale kernen, gemeentelijke dienstverlening en sociaal domein.
  9. Voor wat betreft de interne communicatie. Het gebruik en belang van de sociale intranetsite @work groeit verder.
  10. De Nieuwjaarsreceptie, de viering van Koningsdag, Dodenherdenking, 5 mei, lintjesregen en Veteranendag faciliteert en organiseert communicatie. Samen met de afdelingen VVH en EMO heeft communicatie bijgedragen aan de totstandkoming van het nieuwe evenementenvisie.
  11. In 2017 hebben we met veel succes het Lansingerlandse Kwartetspel (als vervolg op en actualisatie van de toekomstvisie 2040) uitgebracht en in de samenleving geïntroduceerd.

 

Digitale media

Facebook                                            3.661 fans, (+ 887 nieuwe fans in 2017)

Twitter                                                 4.230 volgers, (+ 274 nieuwe fans in 2017)

Whatsapp                                          1.343 gesprekken

Instagram                                           402 volgers

YouTube                                              76 abonnees

YouTube                                              89 filmpjes geplaatst in 2017

Gemeentenieuwsbrief               2.727 abonnees in 2017 (+ 386 in 2017)

Website                                               278.041 unieke bezoekers

Readspeaker                                     2381 voorgelezen items

Informatievoorziening en ICT

Informatievoorziening en ICT ondersteunen de gemeentelijke organisatie en het gemeentebestuur in de uitvoering van haar (wettelijke) taken en zijn van groot belang voor onze (digitale) dienstverlening aan inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen. Wij werken voortdurend aan de kwaliteit, veiligheid, continuïteit en beschikbaarheid van de IT-infrastructuur en informatievoorziening. Zo ook het afgelopen jaar. In grote lijnen hebben wij de volgende activiteiten uitgevoerd.

Techniek
In 2017 hebben we de servers en opslagfaciliteit (storage) vervangen. Dit is een belangrijke basis van de IT-Infrastructuur. Verder is de aanbesteding van de printers afgerond en zijn er nieuwe netwerkprinters geplaatst. Een aantal vervangingstrajecten hebben wij doorgeschoven naar 2018 vanwege de relatie met het project TOP werken (Tijd- en Plaats-onafhankelijk werken).

Informatievoorziening
Er is het afgelopen jaar veel energie gestoken in de verdere implementatie van het zaaksysteem.
Het zaaksysteem heeft als doel onze dienstverlening verder te optimaliseren, persoonsgebonden informatie zo veel mogelijk digitaal en laagdrempelig te ontsluiten, efficiënter te werken en kosten te reduceren door het verminderen van het aantal gebruikte systemen. In 2017 zijn ruim 30 processen (verdeeld over de verschillende vakafdelingen) geïmplementeerd. Eind 2017 waren er ongeveer 8300 nieuwe zaken aangemaakt en werkten er al 104 medewerkers met het zaaksysteem. Deze stijgende lijn zetten we door in 2018.

Wat hebben we nog meer gedaan?

  • Er is eind 2017 een start gemaakt met de koppeling tussen de Berichtenbox van “Mijnoverheid.nl” en de applicatie van Burgerzaken. Daardoor kunnen we inwoners binnenkort digitaal een bericht sturen over bijvoorbeeld het verlopen van een reisdocument. Een volgende stap is de koppeling met het zaaksysteem waardoor wij op termijn het gebruik van de Berichtenbox kunnen uitbreiden. Hiervoor moeten nog wel enkele technisch hobbels genomen worden
  • Wij hebben een nieuwe GIS Viewer (Geografisch Informatiesysteem) aangeschaft waardoor wij beter in staat zijn informatie (afkomstig van verschillende bronnen) op kaarten te presenteren
  • In 2017 is de aanbesteding voor mobiele telefonie en andere telecomdiensten (internet) afgerond. De migratie van de abonnementen en lijnverbindingen is gepland in het 1e kwartaal van 2018
  • Eind 2017 is de aanbesteding van de nieuwe Firewall opgestart. Begin 2018 wordt deze geïmplementeerd
  • Het project TOP werken (Tijd- en Plaatsonafhankelijk werken) is van start gegaan. Dat betekent een vernieuwing van de IT-Infrastructuur, bijvoorbeeld de vernieuwing van het netwerkbesturingssysteem en werkplekinrichting (virtuele desktop en mobiele devices)

In het kader van informatiebeveiliging besteden wij vanuit ICT veel tijd en aandacht aan het up to date houden van de hard- en software m.b.t. beveiligingsupdates. Dit is een doorlopende (belangrijke) activiteit.

Inkoop en aanbestedingen

In het afgelopen jaar hebben we de doorontwikkeling van inkoop binnen de organisatie verder doorgezet. We borgen de uitvoering conform de uitgangspunten uit het Inkoop- en aanbestedingsbeleid. Binnen het zaaksysteem is het contractbeheersysteem ingericht. Hiermee hebben we doelstelling op het gebied van contractmanagement uit het collegeprogramma behaald. In 2017 is het Manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) ondertekend en vanuit Inkoop wordt het actieplan hiervoor opgesteld. We werken hierin nauw samen met team Duurzaamheid en sluiten aan op het Visietraject/de Routekaart Duurzaamheid.

Wat hebben we nog meer gedaan?

  • We hebben een update gedaan op de standaard aanbestedingsleidraden voor Europese, Nationale en meervoudig onderhandse aanbestedingen.
  • We hebben factsheets opgesteld over het inkoopproces en aanbestedingsprocedures.
  • We hebben een spendanalyse over de uitgaven 2016 gemaakt, zowel organisatiebreed als per afdeling.
  • We hebben nieuwe Algemene Inkoopvoorwaarden ICT (GIBIT) vastgesteld, waarmee we aansluiten op de VNG.
  • We hebben oog voor lokale economie en hebben in dat kader regelmatig overleg met Ondernemend Lansingeland gevoerd en een Meet Up georganiseerd.

Huisvesting, facilitaire zaken en DIV

De facilitaire ondersteuning intern is gericht op ontzorgen zodat collega’s zich kunnen richten op hun primaire werkzaamheden. Wij geven uitvoering aan het Vastgoedbeleid doordat wij eerste contactpersoon zijn van de huurders van het kantoorgebouw voor facilitaire zaken en het verhuren van de openbare ruimten voor incidentele evenementen/activiteiten. Het gebruik van het publieksgebouw door andere bedrijven en verenigingen is toegenomen.

Ook in 2017 hebben we gezorgd dat de kwaliteit van het archief- en informatiebeheer binnen onze organisatie op orde is. Het rapport over de archiefinspectie van het Stadsarchief bevestigt dit.

Wat hebben we nog meer gedaan?

  • Diverse evenementen ondersteund, zoals de concerten van Concordia, het optreden van Jay’s Place, Wereldlichtjesdag, debat scholieren Wolfert Pro, Energiemarkt en de nieuwjaarsreceptie.
  • We zorgden voor het inrichten van exposities in de publiekshal.
  • We hebben de aanbesteding multifunctionals en de voorbereiding voor de (maatschappelijke) aanbesteding catering uitgevoerd.
  • We hebben de nieuwe paragraaf in het Vastgoedbeleid voor de incidentele verhuur in het gemeentehuis uitgewerkt (vastgesteld in 2018).
  • We hebben alle werkzaamheden uitgevoerd ten behoeve van de archiefinspectie.
  • We hebben de archiefbescheiden van de gemeente Bleiswijk 1978-2006 overgedragen aan het Stadsarchief.
  • De fysieke en digitale dossiers die dit jaar in aanmerking kwamen voor vernietiging zijn tijdig vernietigd.
  • In 2017 heeft het stadsarchief zijn tweejaarlijkse archiefinspectie uitgevoerd. Conclusie is dat het fysieke/digitale archief en informatiebeheer goed op orde is. De aanbevelingen hebben betrekking op het op orde houden van deze kwaliteit met de implementatie van het zaaksysteem. Deze aanbevelingen nemen wij over.

Burgerparticipatie

Beleid maken in Lansingerland gebeurt in principe samen met de inwoners. Wij betrekken de inwoners al in een zo vroeg mogelijk stadium, zowel bij de beleidsvoorbereiding als bij de uitvoering. Steeds vaker zijn het niet meer de inwoners die mogen meepraten met de gemeentelijke plannen, maar vragen inwoners de gemeente zich aan te passen aan hun wensen en initiatieven. De gemeente participeert en faciliteert steeds vaker bij initiatieven van de inwoners, ondernemers en (maatschappelijke) organisaties (overheidsparticipatie). Het burgerpanel is een vast instrument om de meningen van inwoners op een grootschalige wijze te peilen, naast de mogelijkheden die we hebben om persoonlijk het gesprek aan te gaan met inwoners.

Wat hebben gedaan in 2017?

  1. In 2017 is voor de eerste keer het Lansingerlands Initiatief georganiseerd: een nieuwe manier om burgerinitiatieven in te dienen en te wegen. Negen initiatiefnemers hebben een pitch gehouden voor de gemeenteraad en uiteindelijk heeft de raad tijdens een feestelijke bijeenkomst aan vier initiatieven een aanmoedigingsbedrag toegekend.  
  2. Er is een ambtelijke werkgroep voor het uitwisselen van kennis en ervaring van participatie en het aanreiken van handvatten om inwoners te inspireren en op weg te helpen. Alle nieuwe medewerkers krijgen een basistraining burgerparticipatie.
  3. Er is actieve (ambtelijke en bestuurlijke) kennisdeling met andere overheden op het gebied van participatie en democratische vernieuwingsinstrumenten.
  4. De ondersteuning van wijkgericht werken is een van de prioriteiten van communicatie.
  5. Het meldpunt burgerparticipatie en burgerinitiatieven fungeert als begeleidings- en adviespunt in de organisatie. Deelnemers en het Lansingerlands Initiatief begeleiden we bij het indienen en het uitvoeren van hun initiatief. Overige initiatieven begeleiden we binnen de organisatie om deze zo kansrijk en succesvol mogelijk te maken. Daarnaast levert het meldpunt intern kennis en advies bij participatievraagstukken (in 2017 o.a. voor wijkaanpak Vogelbuurt, Omgevingsvisie Bleiswijk).
  6. In het burgerpanel zijn in 2017 drie grote peilingen gehouden: Peiling Verkeersveiligheid, Peiling Afval en Peiling Evenementenbeleid.

Betalingsgedrag Gemeente Lansingerland

Het percentage wat binnen 30 dagen (na registratiedatum) wordt voldaan is in 2017 gelijk gebleven t.o.v. 2016 (85%). Het streven is om alle facturen op tijd te betalen. Daarbij moet worden aangetekend dat er altijd een aantal facturen is dat dusdanig wordt aangeleverd, dat tijdige verwerking door de gemeente niet haalbaar is.

In onderstaande tabel is inzichtelijk gemaakt welk percentage van de binnengekomen facturen op tijd (binnen 30 dagen) door de Gemeente Lansingerland is voldaan.

Betaaltermijn 2014 2015 2016 2017
Aantal % Aantal % Aantal % Aantal %
Binnen 30 dagen na ontvangst 6.078 63% 8.333 83% 7.625 85% 6.912 85%
Te laat 3.606 37% 1.772 17% 1.314 15% 1.198 15%
Tussen 0 en 30 dagen te laat 3.075 32% 1.392 14% 1.094 12% 1.036 13%
Tussen 30 en 90 dagen te laat 398 4% 242 2% 136 2% 98 1%
Meer dan 90 dagen te laat 133 1% 138 1% 84 1% 64 1%
Totaal 9.684 10.105 8.939 8.110

Informatiebeveiliging en privacy

De stand van zaken omtrent informatiebeveiliging en privacy wordt toegelicht in het document “Verantwoordingsinformatie informatiebeveiliging en privacy”.

Paragraaf Verbonden partijen

Inleiding

Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Van een financieel belang is sprake indien de gemeente risico loopt met aan deze partijen beschikbaar gestelde middelen of als de gemeente aangesproken kan worden als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Van bestuurlijk belang is sprake als de gemeente zeggenschap heeft, vanwege vertegenwoordiging in het bestuur of vanwege het hebben van stemrecht.

De visie op en de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen

De ‘Nota verbonden partijen 2016 – 2020’, aangevuld met een addendum geven een goed beeld van onze visie en beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen. Als gemeente kunnen wij door toenemende uitbreiding en complexiteit niet al onze taken meer zelfstandig uitvoeren. Samenwerking met andere partners, waaronder andere overheden, kan dan een oplossing bieden. De nota geeft geen eensluidend antwoord op de vraag of we al dan niet moeten deelnemen aan een verbonden partij. Iedere afzonderlijke situatie vraagt om een specifieke afweging en een politieke keuze. In de afweging om wel of niet een samenwerking aan te gaan lopen we een stappenplan door.

Als de gemeente de uitvoering van een publieke taak op afstand zet, is (volledige) directe invloed en sturing door de gemeente niet meer van toepassing. Aan de andere kant zijn verbonden partijen samenwerkingsverbanden die institutioneel en beleidsmatig geworteld zijn in de (deelnemende) gemeenten en ontlenen daaraan hun taakopdracht en hun democratische legitimatie. Dit maakt het omgaan met verbonden partijen complex. Het is een andere manier van besturen. Daarom hebben we in de nota een hoofdstuk governance opgenomen waarin we de beschikbare mogelijkheden en (extra) instrumenten om bestuurlijk en ambtelijk invulling te geven aan ‘(be)sturen op afstand’ te beschrijven.

Ontwikkelingen 2017

Deelname van Lansingerland aan verbonden partijen is dynamisch. In januari 2017 heeft de verplichte splitsing plaatsgevonden tussen Eneco en Stedin. Dit zijn vanaf 2018 twee aparte verbonden partijen. 

Door uittreding van de provincie uit de GR Recreatieschap Rottemeren per 1 januari 2018 zijn alle bepalingen waarin de provincie de positie van deelnemer heeft en bepalingen inzake zetelverdeling, stemverhoudingen en kostenverdelingen dientengevolge aangepast en door de raad in 2017 vastgesteld. De huidige gemengde regeling is per 1 januari 2018 gewijzigd in een collegeregeling.

De ‘Nota verbonden partijen 2016 – 2020’ is aangevuld met een addendum op het uitvoeringsdocument met de omschrijving van de rollen van de burgemeester, wethouders, en de afgevaardigde raadsleden. De nota geeft inzicht in het (wettelijk) kader en geeft het afwegingskader een handvat voor het toe- en uittreden bij verbonden partijen. De nota gaat ook in op de vertegenwoordiging in verbonden partijen. Daarnaast besteedt de nota aandacht aan de spelregels voor governance en het uitvoeren van risicomanagement met de bestaande (wettelijke) instrumenten van informatievoorziening en aanvullende mogelijkheden om bij te dragen aan de kaderstellende, toezichthoudende en controlerende rol van de raad.

Eneco Groep en Stedin Groep

Op 31 januari 2017 is Eneco Holding gesplitst is in een commercieel productie- en leveringsbedrijf Eneco Groep en een regionale netbeheerder Stedin Groep. Om deze reden vindt in de jaarrekening 2017 separate rapportage plaats over beide verbonden partijen.

In 2017 heeft Lansingerland besloten het aandelenbelang in het commercieel productie- en leveringsbedrijf Eneco Groep af te bouwen. Van alle aandeelhouders heeft bijna 75% van de vertegenwoordiging in het aandelenkapitaal dit afbouwbesluit genomen. In 2017 is het vervolgproces gestart wat kan resulteren in een concreet bod of in de financiële contouren van een voorgestelde beursgang. De uitkomst van dit transactieproces is nog niet bekend.

Lansingerland continueert het aandeelhouderschap in de regionale netbeheerder Stedin Groep.

Overzicht

In onderstaand overzicht staat de meest essentiële financiële informatie van de verbonden partijen. In de latere tabellen staat per verbonden partij de informatie die op grond van artikel 15 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplicht is. Daarnaast schrijft artikel 15 BBV voor dat de lijst van verbonden partijen, wordt onderverdeeld in:

  1. gemeenschappelijke regelingen;
  2. vennootschappen en coöperaties;
  3. stichtingen en verenigingen
  4. overige verbonden partijen.

Met ingang van de jaarstukken 2016 hanteren we deze onderverdeling naar rechtspersoonlijkheid.

 

De uitgebreidere informatie per verbonden partij is in de zogenaamde factsheets opgenomen. Deze zijn

15 juni 2017 door de raad vastgesteld. Op de website van Lansingerland staat, conform artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr), het register Verbonden Partijen.

Gemeenschappelijke regelingen Programma Bijdrage 2016 Begroting 2017 Bijdrage 2017
Bleizo 5. Lansingerland Ontwikkelt Niet van toepassing. Niet van toepassing. Niet van toepassing.
Bedrijvenschap Hoefweg 5. Lansingerland Ontwikkelt Niet van toepassing. Niet van toepassing. Niet van toepassing.
DCMR Milieudienst Rijnmond 5. Lansingerland Ontwikkelt € 1.183.512 € 1.191.000 € 1.209.553
Jeugdhulp Rijnmond 3. Maatschappelijke ondersteuning € 6.659.476 € 5.408.000 € 5.781.798
MRDH (Metropoolregio Rotterdam-Den Haag) 7. Algemene dekkingsmiddelen € 143.539 € 147.000 € 147.002
Openbare Gezondheidszorg Rotterdam-Rijnmond 3. Maatschappelijke ondersteuning € 294.422 gezondheidszorg en € 81.080 inspectie kinderopvang € 301.000 gezondheidszorg en € 86.000 inspectie kinderopvang € 300.895 alg. deel € 91.533 variabel deel / inspectie kinderopvang
Recreatieschap Rottemeren 5. Lansingerland Ontwikkelt € 186.562 € 188.000 € 187.582
Schadevergoedings-schap HSL-Zuid 5. Lansingerland Ontwikkelt Niet van toepassing. Niet van toepassing. Niet van toepassing.
SVHW (Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffingen en Waardebepaling) 7. Algemene dekkingsmiddelen € 480.356 € 532.000 € 532.000
Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond 1. Bestuur en dienstverlening € 2.691.512 basiszorg en € 28.000 individuele taken en bijdragen € 2.896.000 basiszorg en € 28.000 individuele taken en bijdragen € 2.895.595 basiszorg en € 28.000 individuele taken en bijdragen
Vennootschappen en coöperaties Programma Bijdrage 2016 Begroting 2017 Bijdrage 2017
Dunea (vh Duinwater-bedrijf Zuid-Holland) 7. Algemene Dekkingsmiddelen Niet van toepassing. Niet van toepassing. Niet van toepassing.
Eneco Groep 7. Algemene Dekkingsmiddelen Niet van toepassing. Niet van toepassing. Niet van toepassing.
Stedin Groep 7. Algemene Dekkingsmiddelen Niet van toepassing. Niet van toepassing. Niet van toepassing.
Stichtingen en verenigingen Programma Bijdrage 2016 Begroting 2017 Bijdrage 2017
Parkmanagement Bedrijvenpark Oudeland (PMBO) 5. Lansingerland Ontwikkelt € 56.737 € 57.000 € 56.737, incidenteel € 21.689
Overige verbonden partijen Programma Bijdrage 2016 Begroting 2017 Bijdrage 2017
BNG (Bank Nederlandse Gemeenten) 7. Algemene dekkingsmiddelen Niet van toepassing. Niet van toepassing. Niet van toepassing.

BLEIZO

 

Naam verbonden partij BLEIZO
Vestigingsplaats Bergschenhoek, gemeente Lansingerland.

Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit?)

Het doel van deze GR is het ontwikkelen van het gebied rondom het OV knooppunt Bleizo, gericht op het realiseren van een nieuw economisch knooppunt met een eigen identiteit. Met de ontwikkeling van een OV-knooppunt en het gebied daarom heen wil de gemeente een gunstig economisch klimaat en een interessant werk– en woongebied creëren voor de inwoners.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) De gemeenten Lansingerland en Zoetermeer nemen beiden voor 50% deel in deze gemeenschappelijke regeling. (art. 32 GR Bleizo) Beide gemeenten staan ervoor in dat de GR Bleizo altijd over voldoende middelen beschikt om verplichtingen aan derden te voldoen. Verder komt een batig/nadelig saldo voor 50% ten gunste/laste van Lansingerland, waarbij tevens de afspraak is gemaakt dat Zoetermeer garant staat voor een bedrag van € 9,5 mln. (nadelig saldo) in relatie tot de bijdrage die GR Bleizo levert aan de financiering van het OV Knooppunt Bleizo.

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017* (Uit: jaarrekening 2017

Per 1 januari 2017: € 0

Per 31 december 2017: € 0

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017* (Uit: jaarrekening 2017

Per 1 januari 2017: € 58,5 miljoen

Per 31 december 2017: € 59,0 miljoen (concept cijfers)

Financieel resultaat 2017*(Uit: jaarrekening 2017

€ 0 (concept cijfer

Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2017 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft.

Geen
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? De gemeenten Lansingerland en Zoetermeer nemen beiden voor 50% deel in deze gemeenschappelijke regeling. De grondexploitatie van GR Bleizo per 1-1-2017 is positief: € 2,4 mln. Netto Contante Waarde (NCW). Bleizo heeft een risicoprofiel, waarbij ook rekening wordt gehouden met kansen, van ca. € -3,6 mln. De risico’s betreffen het uitgiftetempo, grondprijsontwikkeling en kostenstijging. In Lansingerland is in de Begroting 2017-2020 rekening gehouden met een bruto risicoprofiel van € 3,7 mln. voor Bleizo (zonder rekening te houden met kansen: in de risicocalculatie houden we dus alleen rekening met de risico’s en niet met mogelijke meevallers). Van dit bedrag is 50% meegenomen in de berekening voor het benodigd weerstandsvermogen. Bij de opheffing en liquidatie van GR Bleizo staat de gemeente Zoetermeer bij een negatief resultaat van de grondexploitatie garant voor maximaal € 9,5 mln. (minus eventuele aanpassingen als gevolg van een lagere investeringsbijdrage en/of een positief resultaat van GR Bedrijvenschap Hoefweg). Een negatief resultaat van de grondexploitatie boven de € 9,5 mln. komt gelijkelijk ten laste van de gemeente Zoetermeer en Lansingerland.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? 

De samenwerking Corridor A12 is voor Bleizo van belang. Het eerste half jaar van 2018 gaat gestudeerd worden op een alternatief programma voor het westelijke deel van Bleizo.

De vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan Hoefweg-Zuid, zodat gronden kunnen worden uitgegeven voor uiteenlopende functies zoals bedrijven, leisure en kantoren. Aandachtspunt hierbij is de Ladder-onderbouwing van duurzame verstedelijking. De gronduitgifte is eveneens een aandachtspunt, specifiek t.b.v. Adventure World, welke afhankelijk is van de financiering van deze marktinitiatieven.

Bedrijvenschap Hoefweg

Naam verbonden partij Bedrijvenschap Hoefweg
Vestigingsplaats Bleiswijk, gemeente Lansingerland.

Deelnemende partijen

Gemeente Lansingerland (voorheen gemeente Bleiswijk) en gemeente Zoetermeer.

Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit?)

Ontwikkeling van het bedrijventerrein Hoefweg (Hoefweg Noord) voor vestigingsmogelijkheden voor bedrijven. Met de ontwikkeling van dit gebied wil de gemeente een gunstig economisch klimaat en daarmee indirect een interessant werk– en woongebied creëren voor de inwoners.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Geen structurele bijdrage aan of van het Bedrijvenschap. Art. 24 en 25 van de GR: de gemeente levert een financiële bijdrage aan het startkapitaal, de gemeenten zorgen voor voldoende middelen zodat de GR aan verplichtingen aan derden kan voldoen. De inbreng en risicoverdeling is op 50%- 50% voor elke gemeente vastgesteld. De GR neemt voor 30% deel aan de CV Prisma Bleiswijk en voor 31% in Prisma Bleiswijk Beheer BV.

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017* (Uit: jaarrekening 2017

Per 1 januari 2017: € 0

Per 31 december 2017: € 3,5 miljoen (concept cijfers)

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017* (Uit: jaarrekening 2017

Per 1 januari 2017: € 11,1 miljoen

Per 31 december 2017: € 53,3 miljoen (concept cijfers)

Financieel resultaat 2017*(Uit: jaarrekening 2017

€ 3,4 miljoen (concept cijfers)

Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2017 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft.

Geen, het belang van de gemeente is niet veranderd. Door gronduitgifte is de grondexploitatie verbeterd.
Welke mogelijke veranderingen in de financiële bijdrage van LL of wijzigingen in systematiek van bijdragen zijn er de komende 2 jaar te verwachten voor LL? Geen.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? De gemeenten Lansingerland en Zoetermeer nemen beiden voor 50% deel in deze gemeenschappelijke regeling. De grondexploitatie van Bedrijvenschap Hoefweg per 1-1-2017 is positief: € 8,5 mln. Netto Contante Waarde (NCW). Bedrijvenschap Hoefweg heeft een risicoprofiel, waarbij ook rekening wordt gehouden met kansen, van ca. € -2,3 mln. De risico’s betreffen het uitgiftetempo en grondprijsontwikkeling. In Lansingerland is in de Begroting 2017-2020 bij de berekening van het benodigd weerstandsvermogen geen rekening gehouden met risico’s voor Bedrijvenschap Hoefweg. De grondexploitatie Hoefweg bevat nog voldoende weerstandscapaciteit om de risico’s zelf op te vangen.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? 

De samenwerking Corridor A12 is voor Bleizo van belang. Het eerste half jaar van 2018 gaat gestudeerd worden op een alternatief programma voor het westelijke deel van Bleizo.

DCMR Milieudienst Rijnmond

Naam verbonden partij DCMR Milieudienst Rijnmond
Vestigingsplaats Schiedam

Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit?)

Uitvoeren van de Wet Milieubeheer voor de Gemeente Lansingerland en advisering op milieugebied. Het publieke belang is het bereiken van een goed leefmilieu voor burgers en bedrijven. 
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?)

Bijdrage werkplan 2017: € 1.190.613

Bijdrage EED 2017:            €        18.940

Totale bijdrage 2017:        € 1.209.553

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017* (Uit: jaarrekening 2017

Per 1 januari 2017: € 14.053.000

Per 31 december 2017: € 7.948.000

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017* (Uit: jaarrekening 2017

Per 1 januari 2017: € 9.524.000

Per 31 december 2017: € 11.839.000

Financieel resultaat 2017*(Uit: jaarrekening 2017

€ 2.640.000

Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2017 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft.

Er zijn geen veranderingen in de bijdrage voor 2017. Met de invoering van artikel 8 van de Europese Energie-Efficiency Directive (EED) zijn gemeenten bevoegd gezag voor het toezicht op de uitvoering van energie-audits door grote ondernemingen. De DCMR voert deze taak voor Lansingerland uit. Omdat dit een nieuwe taak voor gemeenten is heeft het Rijk besloten geld beschikbaar te stellen aan het bevoegd gezag via het gemeentefonds. Lansingerland heeft een bedrag van ongeveer € 19.000 ontvangen voor de uitvoering van het toezicht op de uitvoering van energie-audits. Dit bedrag is overgeheveld naar de DCMR, omdat zij deze taak voor Lansingerland uitvoert.
Welke mogelijke veranderingen in de financiële bijdrage van LL of wijzigingen in systematiek van bijdragen zijn er de komende 2 jaar te verwachten voor LL? Op grond van de Wet VTH en het bijbehorende Besluit omgevingsrecht zijn gemeenten per 1 juli 2017 verplicht om basistaken over te dragen aan de omgevingsdienst. De meeste basistaken heeft Lansingerland al overgedragen aan de DCMR. Alleen het toezicht bij asbestsanering is nog niet overgedragen aan de DCMR. Aan de overdracht van deze taak zijn uiteraard kosten verbonden. Het jaar 2018 gebruikt DCMR om te ervaren hoeveel tijd en capaciteit de uitvoering van deze taak kost, zodat we hierover in het werkplan voor 2019 concrete afspraken kunnen maken.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend?

De potentiële risico’s van de DCMR hebben betrekking op het verlenen van toestemming voor het uitvoeren van activiteiten waarvoor geen toestemming had moeten worden verleend, het niet of onvoldoende waarnemen van afwijkingen van verleende toestemmingen of verstoringen in de organisatievorming en de bedrijfsvoering van de DCMR (bijvoorbeeld het informatiesysteem RUDIS).

Met de afhandeling van de verkoop van het oude kantoorpand van de DCMR is het grootste (financiële) risico afgewend.

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? 

We zien de laatste twee jaar een ontwikkeling ontstaan dat de DCMR meer werkzaamheden uitvoert dan vooraf afgesproken. Dit heeft enerzijds te maken met de economische situatie in Lansingerland; het gaat financieel beter, waardoor meer ondernemers inrichtingen starten en (milieu)vergunningen nodig hebben. Anderzijds vragen we ook meer van de DCMR bijvoorbeeld op het gebied van horeca en duurzaamheid. Dit leidde tot een lichte overschrijding van het werkplan in 2016 en een zware overschrijding in 2017. Deze fluctuatie in de afrekening van het werkplan vangen we op met het ‘voorschot met een specifiek bestedingsdoel’, dat we bij de DCMR opgebouwd hebben vanuit onderschrijdingen in voorgaande jaren. Door de overschrijding van het werkplan 2017 met ca. 10% is dit voorschot aanzienlijk afgenomen.

Ook voor het werkplan 2018 verwachten we een overschrijding op basis van de rekenmethodiek en de ervaringen van afgelopen jaren.

Stedin Groep

Naam verbonden partij Stedin Groep
Vestigingsplaats Rotterdam

Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit?)

De waarborging van levering van energie binnen het verzorgingsgebied.

Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?)

Algemeen structureel dekkingsmiddel in de meerjarenbegroting. Lansingerland is in grootte de vijfde aandeelhouder met een aandeel van 3,38% in het aandelenkapitaal van Eneco Groep. Op 31 januari 2017 is Eneco gesplitst in Eneco Groep en Stedin Groep. Om die reden vindt per 31 december 2017 separate rapportage plaats over deze beide verbonden partijen.

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017* (Uit: jaarrekening 2017

Per 1 januari 2017 Eneco Holding: € 5.310 miljoen

Per 31 december 2017 Stedin Groep: € 2.583 miljoen

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017* (Uit: jaarrekening 2017

Per 1 januari 2017 Eneco Holding: € 4.502 miljoen

Per 31 december 2017 Stedin Groep: € 2.583 miljoen

Financieel resultaat 2017*(Uit: jaarrekening 2017

Stedin Groep € 89 miljoen, waarvan de helft als dividend uitgekeerd wordt aan aandeelhouders.

Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2017 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft.

Op 31 januari 2017 is Eneco gesplitst is in een commercieel productie- en leveringsbedrijf Eneco Groep en een regionale netbeheerder Stedin Groep. Deze splitsing is verplicht op basis van de Wet Onafhankelijk Netbeheer. De gemeente Lansingerland is nu aandeelhouder in twee ondernemingen namelijk van Eneco Groep en van Stedin.
In beide ondernemingen heeft de gemeente Lansingerland een aandelenbelang van 3,38%.

Welke mogelijke veranderingen in de financiële bijdrage van LL of wijzigingen in systematiek van bijdragen zijn er de komende 2 jaar te verwachten voor LL?

N.v.t.

Welke financiële risico’s zijn er nu bekend?

De dividenduitkering is een vast dekkingsmiddel in onze begroting. De omvang van het uit te keren dividend is afhankelijk van de netto winst in enig jaar. De mogelijke tegenvaller in de nettowinst van de onderneming is een financieel risico.

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? 

N.v.t.

Stichting Parkmanagement Bedrijvenpark Oudeland (PMBO)

Naam verbonden partij Stichting Parkmanagement Bedrijvenpark Oudeland (PMBO)
Vestigingsplaats Lansingerland

Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit?)

De stichting heeft ten doel:

  • het uitvoeren of doen uitvoeren van het algemeen management voor de dienstverlening met als doel het initiële kwaliteitsniveau van en het verblijfsklimaat op bedrijvenpark Oudeland te behouden en waar mogelijk te verhogen, een en ander overeenkomstig de daartoe in het parkmanagementplan opgenomen prestatie-eisen;
  • het uitvoeren of doen uitvoeren van terreinbeveiliging op bedrijvenpark Oudeland overeenkomstig de daartoe in het parkmanagementplan opgenomen prestatie-eisen;
  • het (doen) realiseren, (doen) beheren en (doen) onderhouden van bedrijfsverwijzingen op bedrijvenpark Oudeland overeenkomstig de daartoe in het parkmanagementplan opgenomen prestatie-eisen;
  • het beheren en onderhouden of doen beheren en onderhouden van de openbare ruimte op bedrijvenpark Oudeland overeenkomstig het daartoe opgestelde beheerplan; en voorts al hetgeen met een en ander verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.

Het publieke belang is het creëren van een gunstig economisch klimaat. Daarnaast is de taak van de stichting PMBO het organiseren, in stand houden en daar waar mogelijk verbeteren van het kwaliteitsniveau (ruimtelijk, technisch en voor veiligheid) op bedrijvenpark Oudeland.

Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?)

De gemeente Lansingerland draagt het beschikbare budget voor beheer en onderhoud over aan de stichting PMBO. Het gaat daarbij alleen om het budget behorende bij de taken die daadwerkelijk worden overgedragen, dit is voor de gemeente dus budgetneutraal.

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017* (Uit: jaarrekening 2017

Per 1 januari 2017: € 261.417

Per 31 december 2017: € 292.981

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017* (Uit: jaarrekening 2017

Per 1 januari 2017: € 13.386

Per 31 december 2017: € 40.803

Financieel resultaat 2017*(Uit: jaarrekening 2017

€ 1.564

Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2017 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft.

In 2017 is gebleken dat op basis van de huidige afspraken er verschil bestond tussen overgedragen taken en het overdragen budget. Dit is met terugwerkende kracht gecorrigeerd door een incidenteel bedrag van € 21.689. Structureel zal de bijdrage ca. € 6.000 worden verhoogd. Binnenkort wordt het beheerplan, waarin de overdracht van taken is vastgelegd geactualiseerd.

Welke mogelijke veranderingen in de financiële bijdrage van LL of wijzigingen in systematiek van bijdragen zijn er de komende 2 jaar te verwachten voor LL?

Het beheerplan wordt geactualiseerd en de ontwikkeling van fase 2 zal op termijn in beheer worden overgedragen. Naar aanleiding van de actualisatie van het beheerplan zal de financiële bijdrage aangepast worden. De actualisatie wordt naar verwachting in het eerste kwartaal 2018 afgerond.

Welke financiële risico’s zijn er nu bekend?

Geen bijzonderheden.

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? 

Belangrijk aandachtspunt is alle ondernemers/eigenaren van Oudeland betrokken te houden bij de in stand houding van de kwaliteit van het bedrijvenpark. Tevens het benutten van alle mogelijkheden om gronden uit te geven aan nieuwe ondernemers en het bedrijvenpark te laten groeien. Ook in 2017 zijn weer nieuwe ondernemers op het bedrijvenpark welkom geheten.

Bank Nederlandse Gemeenten

Naam verbonden partij Bank Nederlandse Gemeenten
Vestigingsplaats Den Haag

Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit?)

BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.

Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?)

Wij dragen financieel niets bij. Als aandeelhouder van 15.015 van de totaal circa 56 mln. aandelen ontvangen wij 0,027% van de netto winst die uitgekeerd wordt aan aandeelhouders.

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017* (Uit: jaarrekening 2017

Per 1 januari 2017: € 4.486 miljoen

Per 31 december 2017: € 4.220 miljoen

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017* (Uit: jaarrekening 2017

Per 1 januari 2017: € 149.514 miljoen

Per 31 december 2017: € 135.805 miljoen

Financieel resultaat 2017*(Uit: jaarrekening 2017

€ 536 miljoen

Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2017 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft.

N.v.t.

Welke mogelijke veranderingen in de financiële bijdrage van LL of wijzigingen in systematiek van bijdragen zijn er de komende 2 jaar te verwachten voor LL?

N.v.t. Lansingerland draagt niet financieel bij, maar krijgt als aandeelhouder een dividenduitkering, mits de bank een netto winst heeft behaald en in de AVA besloten wordt om aan de aandeelhouders een deel van deze winst uit te keren aan de aandeelhouders.

Welke financiële risico’s zijn er nu bekend?

N.v.t.

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? 

N.v.t.

Recreatieschap Rottemeren

Naam verbonden partij Recreatieschap Rottemeren
Vestigingsplaats Schiedam

Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit?)

In stand houden, ontsluiten en exploiteren van recreatiegebied Rottemeren. Openluchtrecreatie, natuurbescherming en natuur- en landschapsschoon bewaren en bevorderen.

Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?)

Deelnemers: Rotterdam 91%, Lansingerland 5% en Zuidplas 4%.

Bijdrage 2017 was €187.582 en is voor 2018 begroot op € 187.807

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017* (Uit: jaarrekening 2017

Per 1 januari 2017: € 18.059.187

Per 31 december 2017: € 17.242.221

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017* (Uit: jaarrekening 2017

Per 1 januari 2017: € 4.306.572

Per 31 december 2017: € 5.397.134

Financieel resultaat 2017*(Uit: jaarrekening 2017

€ 650.168

Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2017 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft.

De begroting 2017 baseert zich op de begroting 2016 met toepassing van een indexeringspercentage van 0,1%.

Welke mogelijke veranderingen in de financiële bijdrage van LL of wijzigingen in systematiek van bijdragen zijn er de komende 2 jaar te verwachten voor LL?

Door uittreding van de provincie uit de GR Recreatieschap Rottemeren per 1 januari 2018 zijn alle bepalingen waarin de provincie de positie van deelnemer heeft en bepalingen inzake zetelverdeling, stemverhoudingen en kostenverdelingen dientengevolge aangepast en door de raad in 2017 vastgesteld. De huidige gemengde regeling is per 1 januari 2018 gewijzigd in een collegeregeling. In deze nieuwe GR blijft de bijdrage van Lansingerland ongewijzigd t.o.v. de huidige situatie, te weten 5% van de exploitatiebegroting. In deze nieuwe GR blijft de bijdrage van Lansingerland ongewijzigd t.o.v. de huidige situatie, te weten 5% van de exploitatiebegroting.

Welke financiële risico’s zijn er nu bekend?

Concrete risico’s, waarvan de kans op optreden oplaag en middel niveau worden ingeschat, worden genoemd bij de weerstandsparagraaf in de begroting van het recreatieschap: Invoering Vpb voor overheidsondernemingen; koersrisico, essentaksterfte, locatie asfaltfabriek, baggeren watergangen, nazorg grondwaterverontreiniging stortplaats HBB, claim aansprakelijkheidsstelling, warmteleiding.

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? 

De uitvoering van de nieuwe gemeenschappelijke regeling en de vormgeving van het toekomstige terreinbeheer. Staatsbosbeheer verzorgt dit voor de jaren 2017 en 2018. Het komende jaar moet besloten worden over de werkwijze na 2018. Daarnaast geldt als aandachtspunt aansluiting te houden bij de provinciale geldstromen voor ontwikkeling van recreatief groen. Voor de komende jaren is een goede inpassing van de A16 in het Lage Bergse Bos en gelijktijdige realisatie van een kwalitatief en recreatief aantrekkelijk Lage Bergse Bos (extra 2,5 miljoen euro uit de Algemene Reserve Recreatieschap) van bijzonder belang. De essentaksterfte raakt ook de Rottemeren. Het komende jaar zal in combinatie met groot onderhoud de populatie bomen aangepakt worden om te komen tot een gezonde en vitale opstand.

Schadevergoedingsschap HSL-Zuid, A16 en A4

Naam verbonden partij Schadevergoedingsschap HSL-Zuid, A16 en A4
Vestigingsplaats Rotterdam

Deelnemende partijen

Gemeente Lansingerland en vrijwel alle gemeenten over wiens grondgebied het tracé van de HSL-Zuid is aangelegd, alsmede de Minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit?)

In artikel 2 van de gemeenschappelijke regeling staat opgenomen;

“Het doel van de regeling is het bevorderen dat de behandeling van verzoeken om schadevergoeding die verband houden met de aanleg van de HSL-Zuid en de verbreding, verlegging en reconstructie van de A-16 (...), respectievelijk de A-4 (…), en de beslissingen op die verzoeken doelmatig, deskundig en op gelijke wijze plaatsvinden. Door deze regeling wordt tevens voor de burgers duidelijkheid geschapen over de terzake bevoegde instantie.”

Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?)

De kosten van het Schap en van de door het Schap toegekende schadevergoedingen neemt het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor haar rekening.

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017* (Uit: jaarrekening 2017

Er is geen sprake van eigen vermogen.

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017* (Uit: jaarrekening 2017

Er is geen sprake van vreemd vermogen.

Financieel resultaat 2017*(Uit: jaarrekening 2017

€ (nog niet bekend).

Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2017 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft.

Vanwege het feit dat alle kosten voor rekening komen van het Ministerie van I&M, is er geen sprake van financieel belang voor de gemeente.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend?

Er zijn thans geen financiële risico’s bekend. Het Schap heeft met het Ministerie de afspraak gemaakt dat wanneer er een schadeverzoek met een aanmerkelijk belang wordt ingediend dat deze, met het oog op risicomanagement, direct kenbaar wordt gemaakt bij het Ministerie.

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? 

Naar verwachting zal medio 2018 inzicht bestaan in het effect van het maatregelenpakket. Het Schap kan de nieuwe en aanvullende aanvragen tot schadevergoeding eerst in behandeling nemen als door Movaris (belast met de akoestische berekeningen) uitsluitsel wordt gegeven op de vraag of er sprake is van een toename van geluid en het mitigerend effect van de maatregel bekend is.

SVHW (Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffingen en Waardebepaling)

Naam verbonden partij SVHW (Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffingen en Waardebepaling)
Vestigingsplaats Klaaswaal

Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit?)

artikel 3 GR: Een zo doelmatig mogelijke uitvoering van werkzaamheden met betrekking tot:

  • - de heffing en invordering van belastingen
  • - de uitvoering van Wet waardering onroerende zaken (woz)
  • - de administratie van vastgoedgegevens
  • - het verstrekken van vastgoedgegevens aan deelnemers en derden
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?)

De bijdrage van Lansingerland voor 2017 bedraagt € 532.000,- inclusief BTW. Na aftrek van compensabele BTW bedraagt de netto-bijdrage met betrekking tot 2016 € 484.300.

In 2017 is nog een afrekening voldaan over 2016 voor een totaalbedrag van € 32.000. De totale netto-kosten in 2017 komen hiermee op een totaalbedrag van € 516.300.

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017* (Uit: jaarrekening 2017

Per 1 januari 2017: € 690.000

Per 31 december 2017: € 1.273.000

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017* (Uit: jaarrekening 2017

Per 1 januari 2017: € 5.490.000

Per 31 december 2017: € 5.633.000

Financieel resultaat 2017*(Uit: jaarrekening 2017

€ 583.000

Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2017 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft.

Geen.
Welke mogelijke veranderingen in de financiële bijdrage van LL of wijzigingen in systematiek van bijdragen zijn er de komende 2 jaar te verwachten voor LL?

Het financieel beleid van SVHW voor de komende jaren blijft gericht op maximalisatie van de ontvangsten in combinatie met kostenbesparingen en een restrictief uitgavenbeleid. Aanpassing van het huidige tariefmodel kan alleen plaatsvinden als alle deelnemers akkoord gaan met de aanpassingen.

Welke financiële risico’s zijn er nu bekend?

Het SVHW streeft ernaar om risico 's zoveel mogelijk te ondervangen. Dat is de reden waarom diverse verzekeringen afgesloten zijn voor het onroerend goed, inventaris en personeel. De risico’s waarmee het SVHW geconfronteerd zou kunnen worden zijn:

  • automatiseringsomgeving;
  • calamiteiten van huisvesting;
  • renterisico op een geldlening;
  • personeel.

SVHW is een belangrijke organisatie voor haar deelnemers. Continuïteit van de bedrijfsvoering is daarom essentieel. Het borgen van de bedrijfsvoering dient op het niveau van directie en DB te kunnen worden beslist. Bij het opvangen van de gevolgen van calamiteiten is het onwenselijk dat de organisatie afhankelijk zou zijn van de besluitvorming van de deelnemers. Gelet op genoemde risico's en de behoefte aan continuïteit van de bedrijfsvoering is het gewenst een financiële buffer in stand te houden. In de vergadering van het Algemeen bestuur van 5 december 2013 is daarom besloten de omvang vast te stellen op minimaal € 400.000 en maximaal € 700.000.

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? 

Geen.

Programma

7. Algemene dekkingsmiddelen

Op welke wijze heeft de verbonden partij bijgedragen aan realisatie van de doelstelling van het programma?

SVHW heeft namens de gemeente in 2017 op een efficiënte wijze de lokale belastingen geheven.

Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

Naam verbonden partij Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam

Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit?)

Het openbaar lichaam heeft tot doel:

  • Het doelmatig organiseren en coördineren van werkzaamheden ter voorkoming, beperking en bestrijding van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt, het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand, het beperken en bestrijden van rampen en overigens het bevorderen van een goede hulpverlening bij ongevallen en rampen;
  • Het doelmatig organiseren en coördineren van het vervoer van zieken en ongeval slachtoffers, de registratie daarvan en het bevorderen van adequate opname van zieken en ongeval slachtoffers in ziekenhuizen of andere instelling voor intramurale zorg;
  • Het voorbereiden en bewerkstelligen van een doelmatig georganiseerde en gecoördineerde geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen;
  • Het geven van invulling aan de regionale taken ten aanzien van het waarborgen van de fysieke veiligheid van de organisatie en het voorbereiden op rampenbestrijding en crisisbeheersing en de hiermee verband houdende multidisciplinaire samenwerking, waaronder begrepen de Gemeenschappelijke Meldkamer als integraal informatieknooppunt. 

Het publieke belang wordt behartigd door het voorkomen, beperken en bestrijden van rampen en crises.

Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?)

Bijdrage 2017 is € 2.923.595 dit bedrag is als volgt opgebouwd:

€ 2.895.595 (Basiszorg) en € 28.000 (Individuele taken en bijdragen).

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017* (Uit: jaarrekening 2017

Per 1 januari 2017: € 8.903.629

Per 31 december 2017: € 10.902.995

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017* (Uit: jaarrekening 2017

Per 1 januari 2017: € 74,393 miljoen

Per 31 december 2017: € 76.442.468

Financieel resultaat 2017*(Uit: jaarrekening 2017

€ 2.262.000

Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2017 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft.

Door groei van ons inwonersaantal is de gemeentelijke bijdrage voor het jaar 2017 verhoogd. Dit werkt structureel door naar 2018.

Welke mogelijke veranderingen in de financiële bijdrage van LL of wijzigingen in systematiek van bijdragen zijn er de komende 2 jaar te verwachten voor LL?

Vanaf 2018 is de bijdrage 100%.

Welke financiële risico’s zijn er nu bekend?

In de begroting 2018 is een aantal risico’s opgenomen, waaronder:

  • Vrijwaring van gemeenten voor aansprakelijkheid van niet verzekerbare  risico’s;
  • Wegvallen opbrengsten openbaar meldsysteem (OMS);
  • Gevolgen van (veranderde) wet- en regelgeving niet tijdig op kunnen vangen;
  • Samenvoeging meldkamers Zuid-Holland Zuid en Rotterdam-Rijnmond;
  • Vertraagd tempo en/of onvoldoende aanpassingen bijdragen van stakeholders van de VRR t.b.v. kostenontwikkeling;
  • Wegvallen en niet toereikend zijn van subsidie impuls omgevingsveiligheid;
  • Wegvallen en niet toereikend zijn van gelden Landelijk Expertisecentrum (LEC);
  • Niet voldoen aan de zorgnorm door de ambulancediensten (te laat komen). De Nederlandse Zorgautoriteit kan een (straf)korting opleggen indien de norm voor aanrijtijden niet wordt gehaald;
  • Bestaansrecht organisatie.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? 
  • Verhoging van de bijdrage aan de VRR door tariefwijziging;
  • Lage weerstandscapaciteit van de VRR;
  • Mogelijke herijking financieringssystematiek;
  • Overdracht van de Landelijke Meldkamerorganisatie in 2020;
  • Aanbesteding ambulancevervoer 2020 en Cooperatie AZRR U.A.;
  • Beroepsziekte;
  • cao-wijziging en het 2e loopbaanbeleid;
  • Indexering van de lasten;
  • Invoering Wet Algemene Bepalingen omgevingsrecht (WABO);
  • Herijking bijdrage instituut Fysieke Veiligheid;
  • De VRR groeit toe naar een dynamische en risicogerichte vorm van  brandweerzorg. Voor de uitvoering van het Programma Brandweerzorg is het Plan Brandweerzorg 2017-2020 opgesteld. Dit plan geeft een richtlijn om de brandweerzorg opnieuw in te richten. Het Plan brandweerzorg leidt niet automatisch tot een goedkopere of duurdere brandweerzorg en is ook niet bedoeld als bezuinigingsoperatie. De toekomst moet uitwijzen hoe dit uitpakt.

 De burgemeester heeft er bij de VRR op aangedrongen om de kazernes in Bleiswijk en Berkel en Rodenrijs te behouden en zorgvuldig om te gaan met de vrijwilligers Dit dient meegenomen te worden bij de ontwikkeling van het toekomstige beleid.

 De VRR streeft ernaar het dekkingsplan in 2018 gereed te hebben.

NV Duinwaterbedijf Zuid-Holland (Handelsnaam Dunea)

Naam verbonden partij NV Duinwaterbedrijf Zuid-Holland (Handelsnaam Dunea)
Vestigingsplaats 's-Gravenhage

Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit?)

Dunea wil een vitale organisatie zijn die toekomstbestendige producten en diensten levert en daarbij duidelijk zichtbaar is als maatschappelijke onderneming. De strategie focust op drie pijlers:

  1. Toekomstbestendige producten en diensten;
  2. Maatschappelijk ondernemen;
  3. Vitale organisatie.

Het publieke belang bestaat uit de gewaarborgde levering van drinkwater aan alle klanten binnen het verzorgingsgebied en het natuurbeheer in de duingebieden.

Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?)

Statutair mag Dunea geen dividend uitkeren.

Lansingerland bezit 175.542 aandelen (na de periodieke herverdeling in 2013) van de in totaal 4.000.000 uitgegeven aandelen.

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017* (Uit: jaarrekening 2017

Per 1 januari 2016: € 184,5 miljoen

Per 31 december 2016: € 193,3 miljoen

Jaarrekening 2017 nog niet beschikbaar

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017* (Uit: jaarrekening 2017

Per 1 januari 2016: € 391,7 miljoen

Per 31 december 2016: € 401,7 miljoen

Jaarrekening 2017 nog niet beschikbaar

Financieel resultaat 2017*(Uit: jaarrekening 2017

€ 8,8 miljoen

Jaarrekening 2017 nog niet beschikbaar

Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2017 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft.

Geen
Welke mogelijke veranderingen in de financiële bijdrage van LL of wijzigingen in systematiek van bijdragen zijn er de komende 2 jaar te verwachten voor LL?

Geen.

Welke financiële risico’s zijn er nu bekend?

Geen.

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? 

De aandachtspunten blijven het verzorgen van een goede drinkwatervoorziening en beheer van het duingebied.

Programma

7. Algemene dekkingsmiddelen

Op welke wijze heeft verbonden partij bijgedragen aan realisatie van de doelstelling van het programma?

Lansingerland is aandeelhouder en ziet erop toe dat een goede drinkwatervoorziening geborgd wordt door Dunea.

Eneco Groep

Naam verbonden partij Eneco Groep
Vestigingsplaats Rotterdam

Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit?)

N.v.t.

Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?)

Algemeen structureel dekkingsmiddel in de meerjarenbegroting. Lansingerland is in grootte de vijfde aandeelhouder met een aandeel van 3,38% in het aandelenkapitaal van Eneco Groep. Op 31 januari 2017 is Eneco gesplitst in Eneco Groep en Stedin Groep. Om die reden vindt per 31 december 2017 separate rapportage plaats over deze beide verbonden partijen.

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017* (Uit: jaarrekening 2017

Per 1 januari 2017 Eneco Holding: € 5.310 miljoen

Per 31 december 2017 Eneco Groep: € 2.869 miljoen

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017* (Uit: jaarrekening 2017

Per 1 januari 2017 Eneco Holding: € 4.502 miljoen

Per 31 december 2017 Eneco Groep: € 2.787 miljoen

Financieel resultaat 2017*(Uit: jaarrekening 2017

Eneco Groep N.V. € 127 miljoen, waarvan de helft als dividend uitgekeerd wordt aan aandeelhouders.

Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2017 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft.

Op 31 januari 2017 is Eneco gesplitst is in een commercieel productie- en leveringsbedrijf Eneco Groep en een regionale netbeheerder Stedin Groep. Deze splitsing is verplicht op basis van de Wet Onafhankelijk Netbeheer. De gemeente Lansingerland is nu aandeelhouder in twee ondernemingen namelijk van Eneco Groep en van Stedin Groep.
In beide ondernemingen heeft de gemeente Lansingerland een aandelenbelang van 3,38%.

Welke mogelijke veranderingen in de financiële bijdrage van LL of wijzigingen in systematiek van bijdragen zijn er de komende 2 jaar te verwachten voor LL?

N.v.t.

Welke financiële risico’s zijn er nu bekend?

De dividenduitkering is een vast dekkingsmiddel in onze begroting. De omvang van het uit te keren dividend is afhankelijk van de netto winst in enig jaar. De mogelijke tegenvallers in de nettowinst van de onderneming én een eventuele verkoop van het aandelenbelang zijn een financieel risico.

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? 

De gemeente Lansingerland heeft zich in 2017 bezonnen op het toekomstig aandeelhouderschap van Eneco Groep. Daartoe is in 2017 een traject gelopen, gezamenlijk met alle aandeelhouders van Eneco, om hier op een zorgvuldige wijze naar te kijken. In dit proces is de raad intensief betrokken. Uitkomst is dat Lansingerland constateert dat het aandeelhouderschap in Eneco niet noodzakelijk is om publieke belangen te realiseren of te borgen, dat de zeggenschap over Eneco beperkt is en dat het risicoprofiel van Eneco significant veranderd is en op basis van de huidige strategie verder veranderen zal. Daarom heeft Lansingerland op 31 oktober 2017 besloten om het aandelenbelang in Eneco af te bouwen. De cijfermatige uitkomst van de consultatie is dat 52 van de 53 aandeelhouders een principebesluit hebben genomen om hun aandelenbelang te willen afbouwen of te houden. Eenenveertig aandeelhouders (74,55% van het geplaatste aandelenkapitaal) namen een principebesluit tot afbouw. De gemeente Lansingerland maakt onderdeel uit van deze groep. Elf aandeelhouders (24,77% van het geplaatste aandelenkapitaal) namen een principebesluit tot houden. Eén aandeelhouder (0,68% van het geplaatste aandelenkapitaal) heeft nog geen principebesluit genomen, maar wacht de uitkomsten van het transactieproces af.
Eind 2017 is het transactieproces gestart. Op enig moment kan het transactieproces resulteren in een concreet bod of in de financiële contouren van een voorgestelde beursgang. Op dat moment is er dus concreter zicht op de uiteindelijke waarde van het te verkopen aandelenpakket. Algehele of gedeeltelijke afbouw van het aandelenbelang heeft onder meer een direct effect op de omvang van het jaarlijkse geprognotiseerde dividend van Eneco én de totale financieringspositie van de gemeente.

Jeugdhulp Rijnmond

Naam verbonden partij Jeugdhulp Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam

Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit?)

De GR heeft 3 doelstellingen:

  • Uitvoering geven aan de wettelijke verplichtingen tot regionale samenwerking uit de Jeugdwet in het kader van Veilig Thuis (AMHK), jeugdreclassering en jeugdbescherming.
  • Het uitvoeren van bovenlokale taken door middel van het contracteren en/of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp, -reclassering en -beschermingsmaatregelen in het kader van de Jeugdwet.
  • Realiseren van overleg, kennisontwikkeling- en overdracht tussen de aangesloten gemeenten.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?)

De GR Jeugdhulp is opgericht voor de inkoop van verschillende vormen van jeugdhulp waar gemeenten verantwoordelijk voor zijn. De inleg van de gemeente Lansingerland bedraagt in 2017 € 5.661.719.

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017* (Uit: jaarrekening 2017

Algemene reserve:

31 december 2017: € 2.249.090

31 december 2016: € 3.648.144

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017* (Uit: jaarrekening 2017

Vreemd vermogen:

31 december 2017: € 36.107.263

31 december 2016: € 32.808.137

Overlopende passiva:

31 december 2017: € 35.264.553

31 december 2016 € 32.639.074

Financieel resultaat 2017*(Uit: jaarrekening 2017

€ 0

Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2017 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft.

  • Door middel van het raadsvoorstel BR1700132 heeft uw raad ingestemd met een zienswijze op de vorming van de Stichting Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond. Onderdeel van deze besluitvorming was een verhoging van de bijdrage voor de aangesloten gemeenten vanaf 2018. Voor Lansingerland gaat het hierbij om € 60.355 structureel vanaf 2018, aangevuld met € 17.850 incidenteel in 2018. Bij deze besluitvorming werd vastgelegd dat wij deze extra middelen dekken binnen programma 3. Hierdoor heeft deze extra bijdrage geen netto-effect op de vastgestelde begroting. De Raad is hierover geïnformeerd middels voorstel BR1700132
  • Bij het vaststellen van de definitieve inleg van de bij de GRJR aangesloten gemeenten over 2018 heeft een aantal verschuivingen plaatsgevonden. Deze worden veroorzaakt doordat bij het vaststellen van de jaarrekening 2016 door een aantal aanbieders nog geen juiste toedeling was van de kosten van verleende ondersteuning aan individuele gemeenten. Voor Lansingerland leidt deze verschuiving tot een extra (incidentele) bijdrage van € 152.941 over 2018. Dit financiële resultaat wordt meegenomen in het berekenen van de bijdragen van de jaren na 2018 door middel van de ‘vlaktaksmethode’. (zie kopje ‘financiële risico’s’). De Raad is hierover geïnformeerd middels brief U18.01810.
  • Tijdens het Algemeen Bestuur van 15 februari 2018 heeft het Algemeen Bestuur van de GRJR besloten in te stemmen met het indexeren van de jaarlijkse bijdrage aan onze Gecertificeerde Instellingen met het percentage uit het zogenaamde OVA-convenant. Dit leidt tot een verhoging van onze bijdrage over 2018 met € 22.479.
Welke mogelijke veranderingen in de financiële bijdrage van LL of wijzigingen in systematiek van bijdragen zijn er de komende 2 jaar te verwachten voor LL?

Wij voorzien een toename van onze benodigde bijdrage aan de GRJR. Deze stijging heeft drie oorzaken:

  • De hierboven beschreven algemene verhoging van de begroting  werkt door in onze bijdrage aan de GRJR voor de komende jaren.
  • Er is sprake van stijging van het gebruik van via de GRJR ingekochte vormen van ondersteuning.
  • Door middel van de zogenaamde ‘vlaktaks’ worden afwijkingen ten opzichte van de geraamde productie in drie jaar verrekend in onze jaarlijkse bijdrage.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend?

Toenemend zorggebruik in een open einde regeling

De jeugdwet bevat een open einde regeling. Omdat er sprake lijkt te zijn van een toenemend zorggebruik is Lansingerland levert dit een financieel risico op. Wij sturen hierop door middel van de (lokale) toegang, de samenwerking met onze toegangspartners en samenwerking met huisartsen.

Resultaatgerichte inkoop 2018

Met ingang van 1 januari 2018 is de GRJR overgegaan op het resultaatgericht inkopen van ondersteuning. De insteek hiervan is om bij de inzet van ondersteuning minder product- en meer resultaatgericht te werken. De insteek van deze gewijzigde inkoop is budgetneutraliteit. Niettemin houdt deze wijziging een zeker risico van een verhoging van de kosten in.

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? 

Aandachtspunten zijn:

  • Duiden van het toenemende gebruik van specialistische jeugdzorg en het implementeren van beheersmaatregelen.
  • Implementeren van het resultaatgerichte inkoopmodel.
  • Het zorgen voor prikkels bij aanbieders om te transformeren

Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH)

Naam verbonden partij Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH)
Vestigingsplaats Rotterdam

Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit?)

Doel is het versterken van de internationale concurrentiepositie van de regio.

Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?)

De Brede Doeluitkering (BDU) voor verkeer en vervoer is de belangrijkste dekking voor de kosten van de programma’s Verkeer en Openbaar Vervoer. De geraamde lasten en baten bedragen in 2017 € 756,4 miljoen. De inwonersbijdrage voor het programma Economisch Vestigingsklimaat is in 2017 geïndexeerd met 1 % en brengt de inwonersbijdrage op € 2,49. 

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017* (Uit: jaarrekening 2017

Per 1 januari 2017: € 2.590.025

Per 31 december 2017: € 7.425.581

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017* (Uit: jaarrekening 2017

Per 1 januari 2017: € 566.216.670

Per 31 december 2017: € 1.348.170

Financieel resultaat 2017*(Uit: jaarrekening 2017

€ 4.835.556

Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2017 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft.

De begroting 2017 is sluitend en kent een omvang van € 764,7 miljoen. Tot en met 2017 blijven de investeringsprogramma’s en de bijbehorende fondsen van de voormalige stadsregio’s gescheiden, pas na die datum zal van integratie sprake zijn; de jaarlijkse contributie van de Haaglanden-gemeenten aan het Mobiliteitsfonds is tot en met 2017 vastgelegd; er mag sprake zijn van overplanning (= negatief saldo) binnen het investeringsprogramma, mits binnen tien jaar het saldo weer nul is. Overplanning houdt in dat er in de planning rekening mee wordt gehouden dat er meer aan projecten gepland wordt in enig jaar dan er BDU-geld beschikbaar is. De praktijk leert dat gemeenten vaak optimistisch plannen. De werkelijke bestedingen ijlen dan soms een paar jaar na.

Welke mogelijke veranderingen in de financiële bijdrage van LL of wijzigingen in systematiek van bijdragen zijn er de komende 2 jaar te verwachten voor LL?

Geen. De MRDH ontvangt als vervoerregio de bevoegdheden en middelen op het gebied van openbaar vervoer. Conform het besluit van de bestuurscommissie vervoersautoriteit van 7 december 2016 wordt er vanaf 2018 geen aparte inwonersbijdrage van de voormalige regio haaglanden gemeenten meer geheven. De MRDH is er voor en door gemeenten. Ook Lansingerland levert een actieve bijdrage aan bepaalde projecten/onderwerpen.

Welke financiële risico’s zijn er nu bekend?

Met enige reserve heeft de raad ingestemd met het principe tot overbesteding bij de programma’s Verkeer en Openbaar Vervoer in 2017 waarbij de maximale overbesteding is gelimiteerd op € 90 miljoen onder de voorwaarde dat binnen een periode van tien jaar de voor de programma’s Verkeer en Openbaar Vervoer beschikbare financiële middelen ten minste nul zijn. De onderbouwing voor de overbesteding staat uitvoerig in de begroting 2017 opgenomen. De MRDH gaat de komende jaren (meer) voorfinancieren vooruitlopend op de toekomstige BDU-gelden. Ook vanwege de overname van de financiering van materieel van de RET/HTM. Hierdoor moet de MRDH gaan lenen en nemen de schulden van de MRDH toe en daarmee ook indirect de schuldenpositie van de deelnemers. In het treasury-statuut is er extra aandacht voor financieringsarrangementen voor bepaalde projecten waarbij ook sprake is van leningen, borgstellingen en garanties.

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? 

Als gevolg van kortingen op de BDU door voorgaande kabinetten en stijgende kosten van beheer, onderhoud en vervanging van metro, lightrail en tram staat de investeringsruimte van de VA onder grote druk. De MRDH lobbyt voor van regionale en stedelijke bereikbaarheid; een goede bereikbaarheid is en randvoorwaarde is om de MRDH verder te ontwikkelen. De MRDH kijkt ook naar andere vormen van financiering, zoals (private) investeerders. Als gevolg van de ernstige vertraging van de ingebruikname van de Hoekse Lijn is een akkoord bereikt voor de dekking van de meerkosten. De financiële bijdrage wordt deels gedekt door Rotterdam en deels door een mix van meevallers en reserves in de exploitatiebegroting OV. Hoewel lopende projecten hierdoor niet geraakt worden, impliceert dit wel een verminderde reserve.

Gemeenschappelijke Regeling GGD Rotterdam-Rijnmond

Naam verbonden partij Gemeenschappelijke Regeling GGD Rotterdam-Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam

Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit?)

Artikel 3 van de GR:

Het lichaam heeft tot doel:

  • het beschermen en bevorderen van de gezondheid van de bevolking of van specifieke groepen daarbinnen, in het rechtsgebied van het lichaam;
  • het voorkómen en het vroegtijdig opsporen van ziekten onder de bevolking;
  • alles wat met het bovenstaande in de ruimste zin verband houdt.

De regeling regelt de deelnemersbijdrage van de deelnemende gemeente voor de inkoop van het basispakket. De GGD is leverancier en uitvoerder van het basispakket.

Het publieke belang is de openbare gezondheid.

Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?)

Lansingerland draagt in 2017 € 392.428 bij aan de gemeenschappelijke inkoop van het basistakenpakket. Dit bedrag bestaat uit € 300.895 voor het algemene basistakenpakket en € 91.533 voor de inspecties kinderopvang (variabel deel basistakenpakket).

De werkelijke verrekening van het variabele deel van het basistakenpakket vindt plaats in 2019.

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017* (Uit: jaarrekening 2017

De gemeenschappelijke regeling van de GGD-RR kent geen balans en andere financiële staten om in de begroting op te nemen aangezien alleen de gemeente Rotterdam eigenaar is van de organisatie. Personeel en eventuele risico’s zijn daarmee voor rekening van de gemeente Rotterdam. De gemeenschappelijke regeling GGD-RR regelt in materiële zin slechts de inkoop van producten. Daarmee is de gemeenschappelijke regeling financieel “leeg”, dus zonder bezittingen, waardoor er ook geen balans is. Het financiële risico voor deelname aan de regeling is voor regiogemeenten dus ook niet aanwezig.

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017* (Uit: jaarrekening 2017

Niet van toepassing, zie tekst bij ‘Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017’.

Financieel resultaat 2017*(Uit: jaarrekening 2017

Niet van toepassing, zie tekst bij ‘Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017’.

Hoe is de accountantscontrole geregeld?

Niet van toepassing, zie tekst bij ‘Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017’.

Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2017 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft.

Geen, voor zover nu bekend.

Welke mogelijke veranderingen in de financiële bijdrage van LL of wijzigingen in systematiek van bijdragen zijn er de komende 2 jaar te verwachten voor LL?

De omvang van het basispakket wordt steeds voor vier jaar vastgesteld. De huidige begrotingscyclus loopt van 2015-2018. Vanaf 2019 start een nieuwe cyclus. In februari 2018 neemt het Algemeen Bestuur een principebesluit over de begroting voor 2019. Aanpassingen in het basispakket vinden slechts plaats indien alle gemeenten hiermee akkoord gaan.

Welke financiële risico’s zijn er nu bekend?

Geen. De gemeente Rotterdam is risicodrager.

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? 

Uitvoering van de verplichtingen uit de Wet publieke gezondheid (WPG) tegen een aanvaardbare kostprijs blijft een aandachtspunt. Het basispakket moet garanderen dat wij voldoen aan de verplichtingen die wij hebben vanuit de Wpg.

Paragraaf Grondbeleid

Grondbeleid

Grondbeleid is een middel om ruimtelijke doelstellingen op het gebied van bijvoorbeeld volkshuisvesting, economie, groen en recreatie, infrastructuur en maatschappelijke voorzieningen te realiseren. In de nota Grondbeleid 2015-2018 is het beleid vastgelegd. De nota Grondbeleid geeft onder meer inzicht in de verschillende vormen van grondbeleid, de instrumenten die we als gemeente inzetten om het beleid te realiseren en de spelregels die we hierbij toepassen. De nota wordt in 2018 geactualiseerd. Hierbij kijken we onder meer of ons beleid nog aansluit bij de huidige ruimtelijke doelstellingen en marktvraag, ook voor bijvoorbeeld actuele thema’s als sociale woningbouw / starters en duurzaamheid. Vaststelling van de nota Grondbeleid 2019-2022 staat gepland voor het 4e kwartaal 2018.

Vanuit de VINEX-opgave heeft de gemeente in het verleden vooral een actief grondbeleid gevoerd. Hierdoor bezit de gemeente voldoende grond om ook de komende jaren uitvoering te kunnen geven aan haar beleidsdoelstellingen, zoals vastgelegd in onder meer de Structuurvisie, Woonvisie en Economische visie. Aan een actief grondbeleid zijn ook risico’s verbonden, waarbij een toename van de financiële risico’s voor de gemeente niet gewenst is. Op basis hiervan wordt voor nieuwe gebiedsontwikkelingen vaker gekozen voor een (meer) faciliterend grondbeleid.

Bij verkoop van grond hanteren we marktconforme grondprijzen. Jaarlijks stellen we een Kaderbrief Grondprijzen op waarin staat hoe we onze grondprijzen bepalen. Daarnaast benoemen we voor een aantal categorieën zoals vrije kavels en kavels voor bedrijven concrete prijzen en/of bandbreedtes.

Het college staat open voor nieuwe, private initiatieven. Hierbij wegen we wel telkens af in hoeverre deze initiatieven van meerwaarde of aanvullend zijn ten opzichte van de reeds bestaande plannen. Bij particuliere ontwikkelingen gaan we op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) uit van een volledig verhaal van de door de gemeente gemaakte en nog te maken kosten. Hiertoe sluiten we met de grondeigenaren een zogenaamde anterieure overeenkomst. Bereiken we hierover geen overeenstemming, kunnen we overgaan tot het opstellen van een exploitatieplan en de kosten via de publiekrechtelijke weg alsnog verhalen.

Materiële vaste activa

Lansingerland bezit meerdere gronden die ook ooit aangekocht zijn met het doel deze te ontwikkelen, maar waarvan de ontwikkeling op dit moment nog niet in uitvoering is. Deze gronden zijn tegen de huidige boekwaarden ondergebracht onder de materiele vaste activa.

De meest in het oog springende gronden zijn de gronden voor de toekomstige ontwikkeling van Wilderszijde. Jaarlijks vindt een toets op marktwaarde plaats voor deze gronden. Conform de voorschriften van het BBV mag de balanswaarde niet hoger zijn dan de marktwaarde. Dit is ook nu weer getoetst. Hieruit concluderen we dat marktwaarde op dit moment hoger is dan de huidige boekwaarde (aanschafwaarde -/- voorziening). De boekwaarde blijft dan ook ongewijzigd. Conform het BBV rekenen we geen rente meer toe.

De waarde van de overige gronden in Bleiswijk is begin 2015 door een externe deskundige bepaald. Daarbij is de huidige bestemming als voornamelijk glastuinbouwgebied uitgangspunt geweest voor het bepalen van de waarde. Voor de jaarrekening 2017 heeft geen nieuwe taxatie plaatsgevonden. Er hebben zich in de markt geen zodanige wijzigingen voorgedaan, dat dit noodzakelijk is.

Grondexploitatie, risico’s en weerstandsvermogen

De gemeente Lansingerland voert een groot aantal grondexploitaties, zowel voor woningbouw als voor bedrijfsterreinen. Per 1-1-2017 heeft Lansingerland 14 lopende grondexploitaties, zie onderstaand overzicht. In 2017 sloten we geen grondexploitaties af. We sluiten projecten af wanneer 100% van de opbrengsten gerealiseerd zijn en 90% van de kosten. 

Kern Woningbouw Bedrijven-terreinen Centrum-ontwikkeling Overig
Berkel en Rodenrijs Meerpolder Oudeland Berkel Centrum  
Westpolder/Bolwerk
Rodenrijse Zoom
RvR Groenzoom
Bergschenhoek Wilderszijde (doorlopende deel) Leeuwenhoekweg Bergschenhoek Centrum Landscheidingspark Horeca
Parkzoom
Kavels Boterdorp
Bleiswijk De Tuinen   Vluchtheuvel  

In juni 2017 stelde de raad, gelijktijdig met de Jaarrekening 2016, de Meerjaren Prognose Grondexploitaties (MPG) 2017 vast. Per 1-1-2018 heeft een volledige herziening van alle grondexploitaties plaatsgevonden. Hierbij zijn de parameters opnieuw vastgesteld, de boekwaarden verwerkt, de ramingen voor nog te maken kosten en opbrengsten waar nodig bijgesteld en is ook de fasering aangepast aan de huidige inzichten.

In het MPG 2018 worden de (algemene) uitgangspunten, marktontwikkelingen en alle grondexploitaties nader toegelicht. Hierbij wordt ook ingegaan op de verschillen ten opzichte van het MPG 2017 en de aan de grondexploitaties verbonden risico’s.

Resultaat MPG 2018

De totaalresultaten van het MPG 2018 zijn als volgt weer te geven:

Tabel actualisatie grondexploitaties (in miljoenen €)

 

MPG 2018

Nominale waarde

MPG 2018

Rente en indexering

(toekomstbestendig)

MPG 2018

Eindwaarde

MPG 2018

NCW

per 1-1-2018

Totaal negatieve grondexploitaties € -44,17 €    -6,38 €  -50,56 € - 45,63
Totaal positieve grondexploitaties  €   19,37 € -14,65 €       4,71 €       3,35
Totaal alle grondexploitaties € -24,81 € -21,04 €  -45,84 € - 42,29

Conform de notitie Grondexploitaties van de commissie BBV zijn de resultaten in bovenstaande tabel ook weergegeven op nominale waarde. Bij de nominale waarde wordt geen rekening gehouden met toekomstige rente en indexering van kosten en opbrengsten. In de eindwaarde is hier wel rekening mee gehouden. Bij de netto contante waarde wordt dit resultaat op eindwaarde teruggerekend naar het heden (prijspeil 1-1-2017), waarmee de resultaten van de grondexploitaties onderling vergelijkbaar zijn.

Ten opzichte van de het MPG 2017 is het resultaat van het MPG 2018 – na winstneming - afgenomen met ca. € 0,74 mln miljoen.

Let op: Dit bedrag is inclusief een (verplichte) tussentijdse winstneming voor Rodenrijse Zoom en Scholen Boterdorp van in totaal € 1,09 mln. Deze winstnemingen zijn als kosten in de grondexploitaties verwerkt, en worden als positieve resultaten vermeld in het betreffende jaarrekeningresultaat.

Tabel actualisatie grondexploitaties (in miljoenen €)      

 

Prijspeil

                A=
MPG 2017 / JR 2016
          01-01-17

                 B=
MPG 2018 / JR 2017
            01-01-18

               C=
Verschil B t.o.v. A

Totaal negatieve grexen op NCW per 1-1-2017  € -45,47  € -45,63  € -0,16
Totaal positieve grexen op NCW  € 3,91  € 3,35  € -0,57
Totaal op NCW   € -41,55  € -42,29  € 0,74

Verschillenverklaring

Het verschil in resultaat ten opzichte van het MPG 2017 wordt onder meer veroorzaakt door de volgende belangrijkste wijzigingen:

Algemeen:

  • VTA: verhoging van het interne uur tarief van € 111 naar € 118 als gevolg van hogere loon- en overheadskosten (nadelig effect);
  • Opbrengstenstijging woningbouw: neerwaartse bijstelling van de parameter voor de opbrengstenstijging voor woningbouw van 2% naar 1% voor de periode 2022 t/m 2027 (nadelig effect, tenzij opbrengstenstijging contractueel vastgelegd. In dat geval geldt het contract);
  • Vrijval onvoorzien / risicoreservering naar mate project vordert: voor een aantal grote projecten geldt dat deze in een meer afrondende fase komen. Hiermee komt meer zicht op de laatste te realiseren kosten en opbrengsten. Deze kunnen nauwkeuriger worden ingeschat en het risico op onvoorziene tegenvallers neemt af. Dit leidt in een aantal gevallen, zoals nu bij De Tuinen, Parkzoom en Meerpolder, tot gedeeltelijke vrijval van bijvoorbeeld de posten onvoorzien (kosten) en de gereserveerde financiële ruimte voor evt. programmawijzigingen en/of onderhandelingen (opbrengsten). Beide hebben een voordelig effect op het resultaat;
  • Tussentijdse winstneming (positieve grexen): zie toelichting op de balans;
  • Rentetoerekening en indexatie over 2017: dit was in de grondexploitaties reeds voorzien, maar leidt op nominale waarde tot een verschil (wijziging prijspeil van 2017 naar 2018).

Projecten:

Op projectniveau heeft zich ten opzichte van 2017 de grootste wijziging voorgedaan in het project Berkel Centrum. De geraamde kosten voor CTW en VTA zijn aanzienlijk verhoogd door een afname van het aantal uitgeefbare meters, een hoger kwaliteitsniveau van de openbare ruimte en maatregelen voor een goede verkeersafwikkeling. In totaal verslechtert het resultaat met ca. € 3,9 mln op netto contante waarde.

Voor meer informatie over de verschillen en de overige projecten wordt verwezen naar de het MPG 2018 en de toelichtingen per project.

Tussentijdse winstneming

Het BBV schrijft een tussentijdse winstneming voor bij winstgevende projecten, naar rato van de voortgang. De regelgeving omtrent deze tussentijdse winstneming is in 2017 aangescherpt en de methodiek van de winstbepaling wordt landelijk toegepast. Dit wijkt af van het tot op heden door de gemeente Lansingerland gehanteerde beleid dat we pas resultaat boeken (winstnemen) bij afsluiting. Waarbij we pas afsluiten en winstnemen indien alle opbrengsten zijn gerealiseerd en tenminste 90% van de kosten.

Voor het tussentijds winstnemen gelden 3 voorwaarden:

  • Het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat; én
  • De grond (of het deelperceel) moet zijn verkocht; én
  • De kosten zijn gerealiseerd (winst wordt naar rato van de realisatie gerealiseerd).

De hoogte van de tussentijdse winstneming wordt, per project, bepaald op basis van het zogenaamde percentage of completion (POC). Eventuele onzekerheden (risico’s) mogen hierop in mindering worden gebracht.

Op basis van bovenstaande is bij de Jaarrekening 2017 in totaal ca. € 1,09 mln aan tussentijdse winst genomen. Dit betreft de volgende grondexploitaties:

  • Scholen Boterdorp € 0,52 mln
  • Rodenrijse Zoom  € 0,57 mln

Het project Oudeland kent ook een positief resultaat. De nog te realiseren opbrengsten en de daarmee gepaard gaande risico’s zijn echter dusdanig van omvang, dat een tussentijdse winstneming voor dit project niet verantwoord is.

De tussentijdse winstneming is bij de actualisatie als kostenpost opgenomen in de grondexploitaties en toegevoegd aan de algemene reserve. De gepresenteerde resultaten van de betreffende (positieve) grondexploitaties en het MPG 2018 zijn hierdoor lager.

Verwerking van tekort en totaal voordeel

Het tekort op de grondexploitaties neemt af. Voor het tekort, ofwel het totaal aan verliesgevende grondexploitaties, moet een verliesvoorziening aanwezig zijn. Op grond van het MPG 2017 was op basis van het totaal van de verliesgevende grondexploitaties een verliesvoorziening benodigd van € 45,47 miljoen. Per 31-12-2017 is een verliesvoorziening benodigd van 45,63 mln. Dat betekent dat bij de Jaarrekening 2017 per saldo een bedrag van € 0,16 vanuit algemene reserve moet worden toegevoegd aan deze voorziening. In de Begroting 2017 is al rekening gehouden met een toename van de voorziening (a.g.v. de contante waarde) van ca. € 0,79 mln. Hiervan kan nu dus een deel vrijvallen.

Per saldo komt het totale voordeel a.g.v. de actualisatie daarmee per 31-12-2017 op:

   € 1,09 mln Tussentijdse winstneming (zie toelichting op de balans)

-/- € 0,16 mln Toevoeging aan verliesvoorziening                    

+  € 0,79 mln Vrijval verwachte toename voorziening o.b.v. Begroting 2017             

=================================================================

   € 1,72 mln.

Conform de beleidslijn zoals opgenomen in de nota Reserves en Voorzieningen 2016 is de vrijval van de verliesvoorziening per 31-12-2017 bij de Jaarrekening 2017 vóór resultaatsbestemming toegevoegd aan de algemene reserve. Dit geldt ook voor de tussentijdse winstneming.

BBV en 10 jaars termijn

Het BBV geeft bepalingen en richtlijnen voor de gemeentelijke grondexploitaties. Eén van deze bepalingen heeft betrekking op de looptijd van een grondexploitaties. Deze luidt als volgt:

“Om de risico’s die samenhangen met zeer lang lopende projecten te beperken mag de looptijd van een grondexploitatiecomplex maximaal 10 jaar bedragen.

Deze termijn wordt gehanteerd als richttermijn, die voortschrijdend moet worden bezien en waar alleen gemotiveerd van kan worden afgeweken. Een gemotiveerde afwijking houdt in dat deze motivatie is geautoriseerd door de raad en verantwoord in de begroting en jaarstukken. De motivatie moet tevens zijn voorzien van risico-beperkende beheersmaatregelen die de gemeente heeft genomen om de onzekerheden en risico’s die gepaard gaan met de langere looptijd te mitigeren.”

Risicobeperkende beheersmaatregelen Oudeland

Lansingerland kent op dit moment 1 grondexploitatie met een looptijd langer dan 10 jaar: Oudeland. De grondexploitatie Oudeland loopt tot en met 31-12-2036 en overschrijdt daarmee de richttermijn van 10 jaar. Om de risico’s van de (lange termijn) ontwikkeling van Oudeland te beheersen heeft de gemeente de volgende maatregelen getroffen en vastgesteld via het MPG 2017:

  1. Niet meer indexeren opbrengsten na 10 jaar (= conform de door de commissie BBV aangedragen voorbeeld maatregel);
  2. Financieel beleidsuitgangspunt dat er geen onnodige uitgaven voor bijvoorbeeld bouw- en woonrijp maken worden gedaan voordat er voldoende zekerheid is t.a.v. de nog te verwachten opbrengsten; we proberen de boekwaarde van de grondexploitatie (behoudens de rente) dus zo minimaal mogelijk te laten doen toenemen;
  3. Periodiek vindt er marktonderzoek plaats en worden deze gegevens gebruikt bij het toetsen of de gehanteerde uitgangspunten voor tempo van afzet en grondprijs nog realistisch zijn. Indien nodig vindt bijstelling van de grondexploitatie plaats. De huidige fasering en looptijd van Oudeland sluit aan bij het meest recente onderzoek (uit 2015);
  4. De fasering van de uitgifte is gebaseerd op een voorzichtige, gemiddelde uitgifte van 1,5-3 ha per jaar. Bij uitgifte van grotere kavels kan de looptijd mogelijk worden verkort;
  5. Er wordt een actief acquisitie/verkoopbeleid gevoerd waarbij resultaten worden gemonitord en waar nodig zijn speciale instrumenten (zoals koop op afbetaling en/of een korting op de grondprijs bij afname van (zeer) grote kavels) inzetbaar om de afzet van grond te realiseren. De voorwaarden van deze instrumenten zijn vastgelegd in de nota Grondbeleid 2015-2018;
  6. We bepalen bij iedere actualisatie het risicoprofiel van Oudeland (waaronder vertraging in afzet, en/of lagere prijzen. Op basis van het risicoprofiel is een benodigde weerstandscapaciteit bepaalt voor Oudeland. Dit is een belangrijk onderdeel van de totaal benodigde weerstandscapaciteit van de gemeente (zie Kadernota 2018 en de Jaarstukken 2017). Gezien de ontwikkeling van de weerstandsratio en het meer dan sluitend zijn van de begroting kunnen we tegenvallers binnen Oudeland opvangen als gemeente.

Ten opzichte van het MPG 2017 zijn er voor Oudeland op basis van de huidige marktomstandigheden en gesloten verkoop- en optieovereenkomsten 2 wijzigingen doorgevoerd die een relatie hebben met bovenstaande risicobeperkende beheersmaatregelen:

  • De eerste wijziging is het naar voren halen van de kosten voor het bouwrijpmaken van fase 2, zoals ook toegelicht in het vorige hoofdstuk. Het is van belang na het sluiten van een verkoopovereenkomst snel te kunnen leveren. De oorspronkelijke fasering van de kosten was gekoppeld aan de gemiddelde uitgifte. Op basis van de getekende, betaalde optieovereenkomsten is de verwachting dat de uitgifte wordt versneld door verkoop van grotere kavels ineens. Het niet snel, in bouwrijpe staat, kunnen leveren van de gronden, leidt tot een ongewenst afbreukrisico voor de te sluiten verkoopovereenkomsten. Het financiële effect van deze wijziging is op basis van de huidige parameters voor rente (2,15%) en kostenstijging (2%) zeer beperkt.
  • De tweede wijziging is dat het we bij het risicoprofiel van Oudeland er niet meer vanuit gaan dat fase 2 in zijn geheel niet meer zal worden ontwikkeld. Op basis van reeds gesloten verkoop- en reserveringsovereenkomsten en huidige marktomstandigheden achten wij dit scenario niet meer realistisch. Wel is er in de risicoanalyse nog rekening gehouden met mogelijke vertraging, daling van de grondprijzen en/of het niet (volledig) kunnen uitgeven van incourante restkavels.

 Vennootschapsbelasting

De Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen bepaalt dat ook gemeenten vennootschapsbelasting moeten betalen over ondernemersactiviteiten. Hier vallen in beginsel ook de (actieve) grondexploitaties onder. Via de Quickscan Winstoogmerk grondbedrijven wordt jaarlijks getoetst of er sprake is van een onderneming. Op basis van een advies van PriceWaterhouseCoopers (PWC, 2016) en de cijfers uit de Actualisatie Grondexploitaties en het MPG 2017 gaan we er op dit moment vanuit dat dit voor Lansingerland nu niet het geval is. Dit standpunt wordt onderschreven door onze huidige (externe) fiscaal adviseur. Op basis van de cijfers uit het MPG 2018 voeren wij in 2018 opnieuw een toets uit en vullen wij ons Vpb-dossier met de uitkomsten van deze toets aan.

Eind 2016 lichtten wij ons standpunt aan de Belastingdienst toe. De Belastingdienst herkende de situatie van de gemeente Lansingerland (tekorten op de grondexploitaties), herkende de toegepaste methode om tot ons standpunt te komen (quick scan grondbedrijf) en gaf aan dat voor veel andere gemeenten hier ook sprake van is. In 2017 hebben wij een “nihil”-aangifte ingediend bij de Belastingdienst voor het jaar 2016 en namen daarmee formeel een standpunt in richting de Belastingdienst. Hier hebben wij nog geen reactie op ontvangen.

Binnen de Belastingdienst en andere gemeenten is op dit moment nog veel onduidelijk over de Vpb in relatie tot het grondbedrijf. In de praktijk zien we dat de bestaande handreikingen op verschillende manieren kunnen en worden geïnterpreteerd (bijvoorbeeld als het gaat om toerekening van historische rente, bijdragen uit het verleden etc.) en twee jaar na invoering van de Vpb ook nog nieuwe handreikingen verschijnen die wederom op verschillende manieren kunnen en worden geïnterpreteerd. Wij achten ons standpunt dat wij niet door “de poort” gaan nog steeds reëel en onderbouwd. In de Begroting geven we in de paragraaf Weerstandsvermogen inzicht in scenario’s (onzekere gebeurtenissen) die zich kunnen voordoen en het mogelijke effect hiervan op de begroting. Hierbij is ook een indicatie van het mogelijke effect van de Vpb meegenomen indien wij wel door de zogeheten ondernemerspoort komen.

Risico's

Ondanks dat we de ramingen binnen de grondexploitaties met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opstellen, blijven er risico’s bestaan. Niemand kan de toekomst voorspellen en de berekeningen zijn gebaseerd op aannames en uitgangspunten, die in de praktijk anders (zowel positief als negatief) kunnen uitvallen. De belangrijkste risico’s die samenhangen met de grondexploitaties hebben betrekking op de planning, de prijs en het programma. Voor de komende 4 jaar zijn de opbrengsten op een totaal van bijna € 50 miljoen geraamd, gemiddeld zo’n € 12,5 miljoen per jaar. Het college stuurt dan ook actief op de realisatie van deze opbrengsten.

De positieve lijn van de afgelopen twee jaar zette zich in 2017 voort. Voor zowel de woningbouwprojecten als de bedrijventerreinen ondertekenden we in 2017 diverse contracten. Op basis van deze contracten en de in 2017 gerealiseerde verkopen is wederom een deel van de financiële ruimte voor evt. programmawijzigingen en/of onderhandelingen (risicoreservering) in de grondexploitaties vrijgevallen. Dit betreft onder meer Meerpolder en de Tuinen. Indien de positieve woningmarkt zich voortzet, zal deze ruimte komende jaren mogelijk verder kunnen vrijvallen. Dit heeft een positief effect op het resultaat van de grondexploitaties.

Hier tegen over staan ook negatieve scenario’s. Voor een deel is de markt te beïnvloeden, maar voor een ander deel ook niet. Of de stijgende lijn blijft, is lastig te voorspellen. Het tempo in de bouw wordt nu bijvoorbeeld beperkt door gebrek aan menskracht en materialen. Mochten door omstandigheden de geraamde opbrengsten voor de komende jaren maar voor een deel worden gerealiseerd, dan lopen de rentelasten snel op (incidenteel én structureel). Ook loopt de gemeente renterisico. Indien de rente gaat stijgen dan heeft dit effect op de saldi van de jaarschijven (en de resultaten van de grondexploitaties). In combinatie met een tegenvallende grondverkoop kunnen dit dan forse tegenvallers zijn.

Gekoppeld aan de actualisatie van de grondexploitaties vindt ook altijd een actualisatie van de risico’s plaats. Per project beoordelen we of de risicoanalyse nog actueel en volledig is. Waar nodig worden risico’s toegevoegd of bijgesteld (naar beneden of boven). Hierbij schatten we, naast het risicobedrag, ook in wat de kans is dat het risico zich zal voordoen. Dit leidt tot een gewogen risicoprofiel per project. Om het verloop van de risico’s te kunnen monitoren in de tijd is (indicatief) een indeling gemaakt naar 3 profielen: hoog (gewogen risico groter dan 2,5 mln), midden (gewogen risico 1 mln tot 2,5 mln) en laag (gewogen risico tot 1 mln). Bij een voorspoedige ontwikkeling nemen de risico’s af naar mate de ontwikkeling vordert. In het begin van een project zal er doorgaans sprake zijn van aannames met een hoge mate van onzekerheid. Naar mate de ontwikkeling concreter wordt, kunnen ook de cijfers nauwkeuriger worden ingeschat. Hieronder volgt een overzicht van de projecten met de daarbij behorende risicoprofielen van zowel de het MPG 2017 als het MPG 2018.

Tabel risicoprofielen    
  2017 2018
Parkzoom Laag Laag
Wilderszijde Midden Midden
De Tuinen Laag Laag
Leeuwenhoekweg Hoog Laag
Scholen Boterdorp Laag Laag
Centrum Bergschenhoek Laag Laag
Meerpolder Laag Laag
Berkel Centrum Laag Laag
Westpolder Hoog Hoog
Oudeland Hoog Hoog
Rodenrijse Zoom Laag Laag
Vluchtheuvel Laag Laag
RvR Groenzoom Laag Laag
Landscheidingspark Horeca Laag Laag
     
     
Bleizo Hoog Hoog
Hoefweg Hoog Hoog
     
Wilderszijde (MVA) Hoog Hoog

Op basis van het MPG 2018 zijn meest in het oog springende risico’s en wijzigingen ten opzichte van het MPG 2017:

Oudeland:

Het risicoprofiel van Oudeland is naar beneden bijgesteld. Wij gaan er niet meer vanuit dat fase 2 in zijn geheel niet meer zal worden ontwikkeld. Op basis van reeds gesloten verkoop- en reserveringsovereenkomsten en huidige marktomstandigheden achten wij dit scenario niet meer realistisch. Wel is er in de risicoanalyse nog rekening gehouden met mogelijke vertraging, daling van de grondprijzen en/of het niet (volledig) kunnen uitgeven van incourante restkavels. Door de omvang en lange resterende looptijd van het project kent Oudeland nog wel steeds een hoog risicoprofiel.

Westpolder Bolwerk (gelijk aan vorig jaar):

  • Het marktrisico op de ontwikkeling van Westpolder. Door de omvang en resterende looptijd van het project kent Westpolder Bolwerk op basis van het bedrag en de gehanteerde indeling in risicoprofielen nog steeds een hoog risicoprofiel.
  • Het risico dat als gevolg van bijvoorbeeld gewijzigde wetgeving het resultaat van de fiscale optimalisatie in Westpolder niet wordt behaald.

Leeuwenhoekweg:

Het risicoprofiel van Leeuwenhoekweg is naar beneden bijgesteld. Net als bij Oudeland achten wij het scenario dat Leeuwenhoekweg niet wordt ontwikkeld niet meer realistisch. Er is nog ca. 5 ha uit te geven, waarvan slechts 2 ha. aan grond waarvoor geen verkoopovereenkomst en/of (betaalde) reserveringsovereenkomst is gesloten.

Rodenrijse Zoom:

Het risicoprofiel is iets opgehoogd door het vertragingsrisico van de appartementen (mogelijk minder of geen opbrengsten).

Wilderszijde MVA (nog te ontwikkelen):

Het al eerder genoemde risico dat ontstaat als de nog te ontwikkelen locatie van Wilderszijde in zijn geheel niet ontwikkeld kan worden. Wij achten de kans hierop echter klein. Bij het opstellen van de grondexploitatie voor dit deel zal ook een uitgebreide risicoanalyse worden opgesteld.

Op totaalniveau is het risicoprofiel gekoppeld aan de benodigde weerstandscapaciteit. De actualisatie van de risico’s bij het MPG 2018 leidt tot een verlaging van het risicoprofiel en daarmee de benodigde weerstandscapaciteit. Voor meer informatie wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandscapaciteit van de jaarrekening 2017.

FINANCIELE OVERZICHTEN

Tabel verloop grondexloitaties        
Verloop grondexploitaties 2018 2019 2020 2021
Kostensoort        
Verwerving  € 2.140.595  € 6.098.302  € 282.303  € 278.660
Tijdelijk beheer  € 263.478  € 225.934  € 235.706  € 214.056
Sloop  € 116.179  € 84.669  € 10.708  € 10.932
Milieu  € 508.662  € 260.411  € 2.734.682  € 67.685
Civiel technische werken  € 16.644.354  € 14.575.276  € 10.903.636  € 6.441.164
VTA  € 4.636.515  € 3.606.804  € 2.801.516  € 2.078.714
Fondsen en afdrachten  € 707.832  € 423.458  € 204.294  € 314.633
Rente  € 650  € -  € -  € -
Totaal kosten  € 25.018.266  € 25.274.855  € 17.172.855  € 9.405.843
         
Opbrengstensoort        
Grondopbrengsten  € 32.177.614  € 39.876.938  € 45.086.077  € 26.798.846
Overige opbrengsten  € 3.955.458  € 1.762.453  € 1.918.193  € 1.965.952
Totaal opbrengsten  € 36.133.072  € 41.639.391  € 47.004.270  € 28.764.798
         
Saldo kosten en opbrengsten  € 11.114.807  € 16.364.536  € 29.831.415  € 19.358.955
         
Boekwaarden per einde jaar  € -207.667.215  € -195.124.674  € -158.315.340  € -142.468.541
         
Boekwaarde 31-12-2017  € -214.293.558      

 

Paragraaf Taakstelling en reserveringen

Inleiding

Naar aanleiding van een advies in de begrotingscirculaire van de Provincie Zuid-Holland 2014-2017 nemen wij deze Paragraaf ‘taakstelling en reserveringen’ op. Deze paragraaf toont per einde jaar 2017 een integraal beeld van de voortgang van de in de Begroting 2017-2020 opgenomen bezuinigingen/ taakstellingen in de programma’s.

Openstaande stelposten en reservering

Deze paragraaf bevat enkel informatie over de (nog) niet gerealiseerde bezuinigingen en taakstellingen uit de Begroting 2017. Deze zijn:

  bedragen x € 1.000
Stelposten en reservering 2017
Stelposten  
1. Verkoop vier sociaal culturele panden (programma 7) 110
2. Lagere onderhoud- en beheerlasten n.a.v. zaaksysteem (programma 1)  
3. Banenafspraak arbeidsbeperkten 150
Reservering  
1. Vennootschapsbelasting, niet overheidstaken (programma 7) -14
2. Nieuw beleid coalitieakkoord 2014 (programma 7)  
Totaal 246
"+ = lagere lasten: - = hogere lasten"  

Stelposten

In de Begroting 2017 waren de volgende twee stelposten (nog te effectueren voorgenomen bezuinigingen) nog niet ingevuld:

Stelpost bezuinigingen Sociale panden

Bij de bezuinigingen in de kadernota 2015 is deze stelpost ingesteld door vier sociale panden af te stoten. Deze bezuinigingsstelpost is in 2017 nog niet geheel ingevuld wegens verschillende redenen (zoals lopende bestemmingsplanprocedure, verkoopprocedures of discussie omtrent de invulling van de panden). De Raad is lopende 2017 hierover geïnformeerd en zal in 2018 ook geïnformeerd blijven indien er ontwikkelingen zich voortdoen.

Banenafspraak arbeidsbeperkten

De raad heeft met de voorjaarsnota 2017 structureel een budget opgenomen voor het in dienst nemen van mensen met een arbeidshandicap. Uit onderzoek bleken slechts mogelijkheden te bestaan buiten de reguliere functies. Het plan van aanpak om deze functies duurzaam in te zetten binnen de gemeentelijke organisatie zal Q1 van 2018 gereed zijn en worden gedeeld met de raad. Hierdoor is het budget dat beschikbaar was voor 2017 incidenteel (nog) niet gebruikt.

Reservering

In de Begroting 2017 is één reservering (begrotingsruimte die gereserveerd is voor uitgaven) nog niet ingevuld. Dit betreft het geraamde nadelige effect van de invoering van de vennootschapsbelasting voor de niet-grex taken voor een bedrag van € 14.000. Aangezien de vennootschapsbelasting nog niet is ingevoerd staat deze reservering nog steeds op een stelpost.

Paragraaf Interbestuurlijk toezicht

Inleiding

Op 1 oktober 2012 is de wet revitalisering generiek toezicht (Wet RGT) in werking getreden. In deze paragraaf legt het college overeenkomstig deze wet verantwoording af over de uitvoering van wettelijke taken. Wij voegen hiertoe de Rapportage IBT toe conform de afspraken met de provincie. De rapportage treft u onder Overige Stukken.

Verantwoording

Het college dient per thema in de Rapportage IBT aan te geven of zij dit thema geheel op orde heeft (groen), op één of enkele aspecten na (oranje) of op meerdere aspecten niet op orde (rood). De informatie in de Handreiking Interbestuurlijk Toezicht van de bestuursovereenkomst bevat een toelichting op de door de provincie opgestelde nadere criteria om te komen tot de beoordeling (groen, oranje of rood) en is tevens ter toelichting opgenomen onder Overige Stukken. De onderbouwing van de Rapportage IBT is waar mogelijk voorzien van cijfermateriaal en verwijzingen naar evaluaties, kaarten en rapporten.

Omgevingsrecht

De provincie geeft aan dat het uitvoeringsprogramma uiterlijk 1 februari van het jaar waarop het betrekking heeft door B&W vastgesteld dient te worden. Het uitvoeringsprogramma 2017 is gelijktijdig met de evaluatie 2016 vastgesteld door B&W. Vanwege de koppeling met de evaluatie is dit iets later geweest dan 1 februari, namelijk 14 februari. De geconstateerde tekortkoming is echter zeer gering. Daarom geeft de provincie op basis van de geleverde gegevens toch score ‘groen’ voor omgevingsrecht.

Huisvesting van verblijfsgerechtigden /vergunninghouders

Op dit moment vindt er nog discussie plaats tussen de provincie, de gemeente en het COA (centraal orgaan opvang asielzoekers) over de administratie omtrent de definitieve cijfers. Eind vorig jaar was er een achterstand  ontstaan in het huisvesten van vergunninghouders. Uit onze cijfers blijkt dat deze achterstand in de loop van 2017 is ingelopen. Na het eerste halfjaar resteerde er nog een achterstand van 36 te huisvesten vergunninghouders. Aan het eind van 2017 was er geen achterstand meer.