Paragrafen

Inhoud

Inleiding

Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) stelt dat een aantal verplichte paragrafen moet worden opgenomen in de programmabegroting. Zij geven, als een dwarsdoorsnede door de programma’s, inzicht in een aantal bedrijfsvoeringsaspecten van de gemeente. De paragrafen zijn:

  1. Lokale heffingen
  2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing
  3. Onderhoud kapitaalgoederen
  4. Financiering
  5. Bedrijfsvoering
  6. Verbonden partijen
  7. Grondbeleid
  8. Interbestuurlijk toezicht

De paragraaf Interbestuurlijk toezicht is toegevoegd naar aanleiding van de wet revitalisering generiek toezicht. 

Paragraaf Lokale heffingen

Inleiding

De lokale heffingen vormen een belangrijke bron van inkomsten voor de gemeente. Het beleid voor deze heffingen is door de gemeenteraad vastgesteld en vastgelegd in verschillende gemeentelijke verordeningen. In deze paragraaf presenteren wij de lokale heffingen en de ontwikkelingen daarin voor 2021.

We onderscheiden twee soorten lokale heffingen: belastingen die als algemeen dekkingsmiddel mogen worden ingezet, en rechten waarvan de opbrengsten direct dienen ter dekking van gemaakte kosten. Tot de eerste categorie behoren de onroerendezaakbelastingen, hondenbelasting en de precariobelasting. Tot de tweede categorie, de zogenaamde bestemmingsheffingen, behoren de rioolheffing, afvalstoffenheffing, lijkbezorgingsrechten, marktgelden en leges. Voor deze categorie worden de tarieven dusdanig vastgesteld dat de geraamde baten van de rechten gelijk zijn aan de geraamde lasten.

De tarieven 2021 maken deel uit van deze paragraaf, maar zijn nog voorlopig. De gemeenteraad stelt de tarieven 2021 definitief vast in de raadsvergadering van december 2020 en zij zijn dus geen onderdeel van de besluitvorming van deze begroting.

Uitvoering WOZ–taken en heffingen gemeentelijke belastingen
De uitvoering van de WOZ–taken en heffing van gemeentelijke belastingen (opleggen en inning van de aanslag) zijn sinds 1 januari 2013 uitbesteed aan SVHW (Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffingen en Waardebepaling) te Klaaswaal.

Overzicht opbrengst lokale heffingen

Bedragen x € 1.000
Opbrengst lokale heffingen Realisatie 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Begr 2024
OZB woningen 8.362 8.472 8.756 8.954 9.089 9.223
OZB niet-woningen 5.917 6.013 7.212 7.583 7.904 7.925
Afvalstoffenheffing 4.236 6.661 6.958 6.987 7.117 7.130
Rioolheffing 6.318 6.489 6.644 6.830 7.012 7.261
Lijkbezorgingsrechten 244 212 212 212 212 212
Leges burgerzaken 579 475 486 482 482 482
Leges bouw 2.372 2.609 2.650 2.200 2.000 2.000
Hondenbelasting 295 299 299 299 299 299
Marktgelden 64 71 71 71 71 71
Precariobelasting, uitstallingen 41 45 45 45 45 45
Precariobelasting, kabels en leidingen 201 200 200 0 0 0
Totaal 28.629 31.546 33.533 33.663 34.231 34.648
Stijging t.o.v. jaar t-1 1.987 130 568 417

De grootste mutatie op het gebied van inkomsten uit lokale heffingen in de Meerjarenraming 2021 ten opzichte van de Meerjarenbegroting 2020 betreft de OZB niet-woningen (€ 1,2 miljoen). Het toegenomen areaal op niet-woningen (met name i.v.m. de nieuwe distributiecentra) levert een structurele meevaller op doordat de heffingsgrondslag is gegroeid. Daarnaast worden de OZB-niet woningen tarieven met ingang van Begrotingsjaar 2021 stapsgewijs meer in lijn gebracht met het landelijk gemiddelde. De opbrengsten uit de OZB-woningen stijgen licht in verband met de areaal uitbreiding en het toepassen van de inflatiecorrectie. In het coalitieakkoord en het collegeprogramma is het streven opgenomen om de lokale lasten voor de OZB op termijn terug te brengen naar het landelijk gemiddelde. In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) is opgenomen dat de rioolheffing jaarlijks zal stijgen met 1,7%, totdat in 2041 een kostendekkend niveau is bereikt.

Gemeentelijke woonlasten 2020 en (concept) 2021

In onderstaande tabellen staan de bedragen van de gemeentelijke woonlasten 2020 en 2021. De woonlasten bestaan uit de gemeentelijke belastingaanslag. Deze wordt opgelegd door SVHW en bestaat uit de OZB, de afvalstoffen– en rioolheffing (overeenkomstig de publicatie van COELO).

Hieronder staan de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden met (1) een eigen woning of (2) een huurwoning voor het jaar 2021. De WOZ–waarde voor de eigenaar van een woning is gebaseerd op fictieve WOZ–waarde gegevens.

(1) Meerpersoonshuishouden met eigen woning en een (fictieve) WOZ-waarde van € 349.000 Bedragen x € 1,-
Lokale lasten Lansingerland Aanslag 2020 Aanslag 2021 Verschil in € Verschil in %
OZB 348,94 332,60 -16,34 -4,68%
Afvalstoffenheffing 290,49 305,58 15,09 5,19%
Rioolheffing 249,35 253,59 4,24 1,70%
Aanslag gemeentelijke belastingen (via SVHW) 888,78 891,77 2,99 0,34%
(2) Meerpersoonshuishouden met een huurwoning Bedragen x € 1,-
Lokale lasten Lansingerland Aanslag 2020 Aanslag 2021 Verschil in € Verschil in %
Afvalstoffenheffing 290,49 305,58 15,09 5,19%
Rioolheffing 249,35 253,59 4,24 1,70%
Aanslag gemeentelijke belastingen (via SVHW) 539,84 559,17 19,33 3,58%
(3) Detailhandel met eigen woning met een (fictieve) WOZ-waarde van € 450.000 Bedragen x € 1,-
Lokale lasten Lansingerland Aanslag 2020 Aanslag 2021 Verschil in € Verschil in %
OZB 1.896,30 1.926,45 30,15 1,59%
Rioolheffing 249,35 253,59 4,24 1,70%
Aanslag gemeentelijke belastingen (via SVHW) 2.145,65 2.180,04 34,39 1,60%
Bedragen x € 1,-
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar ervoor Realisatie 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Begr 2024
A) OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde* 340,55 348,94 332,60 332,60 332,60 332,60
B) Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 245,00 249,35 253,59 257,90 262,28 266,74
C) Afvalstoffenheffing voor een gezin 187,02 290,49 305,58 303,24 305,67 300,21
D) Eventuele heffingskorting 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
E) Totale woonlasten gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D) 772,57 888,78 891,77 893,74 900,55 899,55
F) Landelijke gemiddelde jaar ervoor 760,00 764,95 776,00 776,00 776,00 776,00
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar ervoor (E/F) x 100% 101,65% 116,19% 114,92% 115,17% 116,05% 115,92%
*De OZB wordt telkens berekend voor het komende begrotingsjaar (nu:2021)

COELO 2020 en woonlasten en tarieven regio

Het COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) publiceert jaarlijks de zogeheten ‘Atlas van de lokale lasten’. In deze atlas staat een overzicht van de gemeentelijke woonlasten. De woonlasten hebben betrekking op een meerpersoonshuishouden met een eigen woning en bestaan uit de OZB, het rioolrecht en de afvalstoffenheffing. De WOZ-waarde van een woning is gebaseerd op de gemiddelde WOZ-waarde van alle woningen in de betreffende gemeenten.

Het COELO publiceert in de atlas ook een tarievenoverzicht. Het tarievenoverzicht voor 2020 is hieronder opgenomen, aangevuld met de gegevens van onze gemeente. Lansingerland staat in 2020 met het bedrag van € 889 aan woonlasten op plek 331 van de 372 gemeenten.

Bedragen x € 1,-
COELO - 2020 Laagste Landelijk gemiddelde Hoogste Lansingerland 2020 Lansingerland 2021 concept
OZB woningen (eigenaar) 0,0356% 0,1102% 0,2529% 0,1003% 0,0953%
OZB niet-woningen (eigenaar + gebruiker) 0,0660% 0,5069% 1,4447% 0,4214% 0,4301%
Afvalstoffenheffing MPH 36,00 283,00 428,00 290,49 305,58
Rioolheffing 0-500 m3 0,00 347,00 1.370,00 249,35 253,59
Hondenbelasting (1ste hond) 15,00 44,36 129,60 81,48 82,78
Woonlasten meerpersoonshuishouden 573,00 777,00 1.440,00 888,78 891,77

Woonlasten en de tarieven in de regio

Voor de vergelijking van de woonlasten van Lansingerland met die van andere gemeenten is gebruikgemaakt van de gegevens, die zijn gepubliceerd in de Atlas van de lokale lasten 2020 van COELO.

In onderstaand overzicht zijn de gemiddelde woonlasten 2020 weergegeven voor eigenaren van een eenpersoons huishouden (EPH) en voor een meerpersoonshuishouden (MPH) in Lansingerland en in andere gemeenten. In de berekening van de woonlasten zijn meegenomen de onroerende zaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De gemiddelde WOZ–waarde is gebaseerd op peildatum 1 januari 2019.

Bedragen x € 1,-
Woonlasten in de regio 2020 Gemiddelde WOZ-waarde Gemiddelde woonlasten EPH Gemiddelde woonlasten MPH Vergelijking Lansingerland MPH
Lansingerland 349.000 830,68 888,78 100,00%
Delft 240.000 732,66 860,52 96,82%
Pijnacker-Nootdorp 339.000 802,93 895,69 100,78%
Zoetermeer 242.000 720,22 765,79 86,16%
Zuidplas 289.000 817,29 838,68 94,36%
Bedragen x € 1,-
Tarieven 2020 in de regio Lansingerland Delft Pijnacker-Nootdorp Zoetermeer Zuidplas
OZB
Eigendom woningen 0,1003% 0,1191% 0,0932% 0,1538% 0,1074%
Eigendom niet-woningen 0,2325% 0,2902% 0,2191% 0,4401% 0,1775%
Gebruik niet-woningen 0,1889% 0,2273% 0,1558% 0,3188% 0,1332%
Totaal niet-woningen 0,4214% 0,5175% 0,3749% 0,7589% 0,3107%
OZB-aanslag woningen (a) 348,94 286,88 315,01 372,20 317,19
Afvalstoffenheffing
Eenpersoonshuishouden 232,39 225,76 259,56 239,03 271,11
Meerpersoonshuishouden (b) 290,49 353,66 352,32 284,60 292,50
Rioolheffing (c) 249,35 219,98 228,36 108,99 228,99
Gemiddelde woonlasten MPH (a+b+c) 888,78 860,52 895,69 765,79 838,68

OZB en woonlasten 2020 in relatie tot de WOZ-waarde 2020

In lijn met toezegging T2020.034 is in deze paragraaf een tabel opgenomen waarin de hoogte van de lokale woonlasten zijn afgezet tegen de WOZ-waarde. In onderstaand overzicht (OZB-aanslag t.o.v. WOZ-waarde) zijn de gemiddelde WOZ-waarden 2020 afgezet tegen de gemiddelde OZB-aanslag 2020 in Lansingerland en in andere gemeenten. De WOZ-waarden in Lansingerland liggen 29% boven het landelijk gemiddelde, de OZB-aanslag ligt in Lansingerland 18% boven het landelijke gemiddelde. De verhouding van de OZB-aanslag is hiermee 0,92 ten opzichte van de WOZ-waarde. Deze ligt in Lansingerland dus afgerond 8% onder het landelijk gemiddelde. In de regio is de OZB-aanslag ten opzichte van de WOZ-waarden in Lansingerland als laag te kwalificeren.

In onderstaand overzicht (Woonlasten t.o.v. WOZ-waarde) zijn de gemiddelde WOZ-waarden 2020 en gemiddelde woonlasten 2020 weergegeven voor eigenaren van een meerpersoonshuishouden in Lansingerland en in andere gemeenten. De WOZ-waarden in Lansingerland liggen 29% boven het landelijk gemiddelde, de woonlasten in Lansingerland liggen 15% boven het landelijk gemiddelde. De verhouding van de woonlasten is hiermee 0,89 ten opzichte van de WOZ-waarde. In de regio zijn de woonlasten ten opzichte van de WOZ-waarden in Lansingerland als laag te kwalificeren.

 

OZB-aanslag tov WOZ-waarde Gemiddelde WOZ-waarde WOZ-waarde t.o.v. landelijk gemiddelde OZB-tarief Gemiddelde OZB aanslag OZB-aanslag t.o.v. landelijk gemiddelde Verhouding WOZ-waarde OZB-aanslag
Lansingerland 349.000 129% 0,1003% 348,94 118% 0,92
Delft 240.000 89% 0,1191% 286,88 97% 1,09
Pijnacker-Nootdorp 339.000 126% 0,0932% 315,01 107% 0,85
Zoetermeer 242.000 90% 0,1538% 372,2 126% 1,41
Zuidplas 289.000 107% 0,1074% 317,19 108% 1
Nederland 270.000 100% 0,1102% 295 100% 1
Woonlasten tov WOZ-waarde Gemiddelde WOZ-waarde WOZ-waarde t.o.v. landelijk gemiddelde Gemiddelde woonlasten MPH MPH t.o.v. landelijk gemiddelde Verhouding WOZ-waarde woonlasten
Lansingerland 349.000 129% 888,78 115% 0,89
Delft 240.000 89% 860,52 112% 1,26
Pijnacker-Nootdorp 339.000 126% 895,69 116% 0,93
Zoetermeer 242.000 90% 765,79 99% 1,11
Zuidplas 289.000 107% 838,68 109% 1,02
Nederland 270.000 100% 770 100% 1

Onroerend zaakbelastingen (ozb)

De OZB bestaat uit een belasting voor de eigenaar en een belasting voor de gebruiker van een opstal, waarbij verschil gemaakt wordt tussen woningen en niet-woningen.

Belastingplichtig voor de eigenarenbelasting is de genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. Dat is degene die bij het kadaster staat ingeschreven met het meest verstrekkende genotsrecht. Voor de gebruikersbelasting is belastingplichtig degene die de onroerende zaak gebruikt (bijvoorbeeld een huurder), al dan niet krachtens persoonlijk recht.

De OZB is een algemeen dekkingsmiddel, wat betekent dat deze vrij besteedbaar is. De belasting wordt berekend naar een percentage van de WOZ– waarde. De WOZ-waarde wordt jaarlijks vastgesteld. Voor 2021 worden de onroerende zaken gewaardeerd naar de peildatum op 1 januari 2020. In het coalitieakkoord en het collegeprogramma is het streven opgenomen om de lokale lasten voor de OZB op termijn terug te brengen naar het landelijk gemiddelde.

Lansingerland kent een tariefdifferentiatie voor woningen en niet-woningen. Tariefdifferentiatie tussen woningen en niet – woningen wordt in heel Nederland toegepast. De tarieven voor niet-woningen liggen hoger dan voor de woningen. De tarieven voor woningen en niet-woningen liggen beiden onder het landelijk gemiddelde.

Tarieven 2021

Het tarief voor 2021 wordt gecorrigeerd voor de verwachte waardemutatie in 2020 (een stijging van 6,5%, voor woningen, 2% voor niet-woningen) en verwachte inflatie (1,6%). Er is geen verdere verlaging van het tarief nodig om te voldoen aan het streven de ozb-lasten terug te brengen naar het landelijke gemiddelde. In de raadsvergadering van december 2020 staat de vaststelling van de ozb-tarieven 2021 geagendeerd.

Ozb - tarieven 2019 2020 Concept 2021 % verschil t.o.v. 2020
Eigenaar (woning) 0,1095% 0,1003% 0,0953% -4,99%
Eigenaar (niet-woning) 0,2348% 0,2325% 0,2362% 1,59%
Gebruiker (niet-woning) 0,1908% 0,1889% 0,1919% 1,59%

Waardeontwikkeling en gevolgen ozb-tarief vanaf 2019

De tabel hieronder geeft aan wat het effect is van de waardeontwikkelingen van woningen en niet-woningen op het OZB-tarief in de afgelopen jaren.

Waardeontwikkeling en gevolgen ozb-tarief 2019 2020 2021
Waardeontwikkeling t.o.v. 1 januari jaar t-1
Woningen 10,60% 9,20% 6,50%
Niet-woningen 3,70% 1,20% 2,00%
Inflatiecorrectie 0,00% 0,00% 1,70%
Extra (korting op inkomsten) -8,00% 0,00% 0,00%
Gevolgen voor tarief
Eigenaar (woningen) -16,98% -6,89% -4,99%
Eigenaar (niet-woningen) -5,02% -0,98% -0,40%
Gebruiker (niet-woningen) -3,69% -1,00% -0,40%
* Wet Waardering Onroerende Zaken

Effect stijging OZB-tarieven niet-woningen

De OZB-tarieven niet-woningen worden met ingang van Begrotingsjaar 2021 stapsgewijs meer in lijn gebracht met het landelijk gemiddelde. De tarieven voor 2021 zullen om deze reden een lichte stijging laten zien. Omdat er verschillende typen onroerende zaken bestaan die in de categorie niet-woningen vallen (van winkelpanden tot distributiecentra), is in onderstaand vergelijkend overzicht weergegeven wat de effecten van de genoemde tariefstijging zullen zijn voor de OZB-aanslag in euro’s voor eigenaren/gebruikers met verschillende WOZ-waarden. Het gecombineerde eigenaren/gebruikers tarief was 0,4214% in 2020 en is 0,4281% voor 2021.

 

WOZ-waarde niet-woning OZB-aanslag 2020 OZB-aanslag 2021 Stijging OZB-aanslag
250.000 1.053,50 1.070,25 16,75
450.000 1.896,30 1.926,45 30,15
1.000.000 4.214,00 4.281,00 67,00
5.000.000 21.070,00 21.405,00 335,00

Afvalstoffenheffing

De afvalstoffenheffing bekostigt de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikmaakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

De geraamde baten mogen niet boven de geraamde kosten uitstijgen. De opbrengst mag dus maximaal 100% kostendekkend zijn in de begroting. Nu en in de toekomst blijft de afvalstoffenheffing een aparte geldstroom, los van de algemene middelen.

Tarieven 2021

Bij de vaststelling van de hoogte van de aanslag wordt rekening gehouden met een gedifferentieerd tarief voor één en meerpersoonshuishoudens.

Bedragen x € 1,-
Tarieven afvalstoffenheffing 2019 2020 Concept 2021 % verschil
Na teruggave Voor teruggave Na teruggave Voor teruggave t.o.v. 2020
Eenpersoonshuishoudens 149,59 192,36 232,39 244,47 5,20%
Meerpersoonshuishoudens 187,02 240,48 290,49 305,58 5,19%

Rioolheffing

De rioolheffing wordt geheven op grond van artikel 228a van de Gemeentewet. Rioolheffing is een bestemmingsbelasting en dient ter bekostiging van de gemeentelijke watertaken. Deze watertaken zijn het inzamelen, zuiveren en transporteren van huishoudelijk afvalwater; het verzamelen en transporteren van bedrijfsafvalwater en het inzamelen en verwerken van hemelwater. De kosten hiervoor verhalen we met de rioolheffing op de gebruiker.

Tarieven 2021

Het tarief is een vast bedrag voor maximaal 500 m3 afgevoerd afvalwater voor huishoudens. Voor de zogenaamde grootverbruikers geldt dat boven de 500 m3 voor iedere volgende 500 m3 afgevoerd afvalwater of een gedeelte daarvan een opslag wordt geheven. In de Rioolverordening 2020 is besloten de huidige methodiek te handhaven en geen differentiatie in tariefeenheden aan te brengen.

Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP)

De gemeente kiest voor doelmatig en risico gestuurd werken. Er wordt zoveel mogelijk integraal en wijkgericht gewerkt. Om uiteindelijk alle activiteiten te kunnen uitvoeren, is 8,9 fte berekend in de organisatie. Om de kosten als gevolg van de activiteiten te kunnen dekken, stijgt de rioolheffing vanaf 2016 in 25 jaar geleidelijk met 1,7% per jaar tot een kostendekkend niveau van € 345,45 in 2041. Dit is conform Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). De tarieven voor de rioolheffing 2021 zijn gebaseerd op bovenstaande uitgangspunten.

Bedragen x € 1,-
Tarieven rioolheffing 2019 2020 2021 % verschil t.o.v. 2020
Eenpersoonshuishoudens 245,18 249,35 253,59 1,70%
Meerpersoonshuishoudens 245,18 249,35 253,59 1,70%

Lijkbezorgingrechten

De gemeente Lansingerland heeft het gebruik van gemeentelijke begraafplaatsen vastgelegd in een beheerverordening. Deze verordening is door de raad van de gemeente Lansingerland vastgesteld op 27 november 2008 en in december 2008 in werking getreden. Hierin is onder meer bepaald welk type grafrechten worden verleend en onder welke voorwaarden. Daarnaast staat erin welke voorwaarden gelden alvorens iemand te begraven.

Leges Bouwvergunningen

In aanloop naar de Begroting 2021-2024 is de raming van de bouwleges geactualiseerd. Deze prognose is gebaseerd op meerjarige gemiddeldes en wordt hierbij afgestemd op de woningbouwplanning en de planning van de uitgifte van bedrijventerreinen.

De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in tarieventabel behorend bij de legesverordening. Deze verordening en tarieventabel wordt eind 2019 geactualiseerd. De tarieven voor bouwleges zijn afhankelijk van de hoogte van de bouwsom. De hoogte van de bouwsom bepaalt in welke tariefcategorie de aanvraag behoort. Per categorie geldt een vast en een variabel (percentage van de bouwsom) deel. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

In 2018 is gestart met de pilot ‘Vergroening Leges’. Hierbij bouwen we een financieel voordeel in voor een particulier wanneer deze energiezuiniger bouwt dan het huidige Bouwbesluit (minimale wettelijke technische bouweisen) voorschrijft. Op basis van ervaringen van andere gemeenten wordt voorgesteld te werken met een maximum aan legeskorting per aanvraag en een maximum aan totaal beschikbaar bedrag dat beschikbaar is voor vergroening van leges. Zo kan niet meer uitgegeven worden als dit maximumbedrag is bereikt. In deze begroting wordt rekening gehouden met een inkomstenderving van € 200.000 in 2020. Op basis van de evaluatie van de pilot verwerken we mogelijke de meerjarige effecten.

Bedragen x € 1,-
Inschatting bouwleges 2021
Basisinkomsten o.b.v. meerjarig gemiddelde 2.850.000
Vergroening leges -200.000
Raming legesinkomsten bouwaanvragen 2.650.000

Hondenbelasting

De gemeente Lansingerland heft hondenbelasting. De tarieven daarvoor zijn iets gestegen ten opzichte van 2020 doordat deze met de verwachte inflatie van 1,6% zijn verhoogd. Dit houdt in dat het tarief voor het houden van één hond in 2021 € 82,78 bedraagt, voor iedere volgende hond is dat € 115,95. De aanslag voor een geregistreerde kennel is € 248,59.

Marktgelden en precariobelasting (uitstallingen)

De berekening van het marktgeld hangt af van het aantal gebuikte meters frontbreedte en het gebruik van elektriciteit. Er is in principe iedere week markt. Het college stelt jaarlijks de tarieven voor de marktgelden vast. Deze tarieven kunnen verhoogd worden met maximaal het inflatiecijfer dat wordt toegepast in de begroting.

Precario op kabels en leidingen

Sinds 1 juli 2017 is de precariobelasting voor nutsnetwerken afgeschaft. Maar de gemeente Lansingerland kan gebruikmaken van een overgangsregeling, waardoor de gemeente tot en met 2021 precario kan blijven heffen op ondergrondse energieleidingen. Dit levert ons € 200.000 inkomsten per jaar op. Deze belasting heffen wij op Dunea.

Kwijtscheldingen

In Lansingerland kan kwijtschelding worden verleend voor afvalstoffenheffing en rioolheffing, als een belastingschuldige (particulieren) financieel niet in staat is om de belastingaanslag te betalen. Of een belastingschuldige in aanmerking komt voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding, wordt beoordeeld aan de hand van een inkomens- en vermogenstoets. Deze toets is gebaseerd op door het Rijk vastgestelde normen. De daarbij te hanteren kosten van bestaan (de zgn. betalingscapaciteit) worden vastgesteld op 100% van de bijstandsnorm.

Aan belastingschuldigen die op 31 december voorafgaand aan het belastingjaar een bijstandsuitkering en minimaal twee jaar gehele kwijtschelding hebben ontvangen, wordt automatisch kwijtschelding verleend. De kosten voor kwijtschelding worden bij de afvalstoffenheffing en de rioolheffing meegenomen in de berekening van de kostendekking.

De werkelijke en geraamde lasten van kwijtscheldingen staan in onderstaand overzicht.

Bedragen x € 1,-
Kwijtscheldingen Realisatie 2019 Begr 2020 Begr 2021 Verschil t.o.v. 2020
Afvalstoffenheffing 122.972 189.800 201.170 11.370
Rioolheffing 174.225 189.200 200.570 11.370
Hondenbelasting 0 0 0 0
OZB (niet-)woningen 1.153 0 0 0
Totaal 298.349 379.000 401.740 22.740

Verordening Bedrijven Investeringszone (BIZ) Bedrijvenpark Rodenrijs

De BIZ-bijdrage is een bestemmingsbelasting die op verzoek van ondernemers wordt geheven. Met de opbrengst worden activiteiten gerealiseerd van en voor deze ondernemers. In 2021 int de gemeente twee heffingen in de vorm van een BIZ-bijdrage: (1) BIZ Bedrijvenpark Rodenrijs en (2) BIZ Centrum Bergschenhoek.

Overzicht kostendekkendheid rechten en leges

Vanaf de Begroting 2017 moet de gemeente in de paragraaf lokale heffingen een overzicht van baten en lasten opnemen voor de heffingen, waarbij sprake is van het verhalen van kosten. De verplichting is bij besluit van 5 maart 2016 in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) opgenomen. In artikel 10, onderdeel c van het BBV is vastgelegd dat de paragraaf lokale heffingen in ieder geval bevat:

“Een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd.”

Hieronder staat de mate van kostendekkenheid voor de verschillende rechten en leges.

Bedragen x € 1.000
Kostendekkendheid tarieven rechten Afvalstoffenheffing Rioolheffing Lijkbezorgingsrechten Marktgelden
Directe kosten 5.872 5.450 231 59
Directe inkomsten, exclusief heffingen 374 13
Netto directe kosten 5.498 5.437 231 59
Toe te rekenen kosten:
Overhead incl. (omslag)rente 428 617 94 56
BTW 1.032 590
Totaal toe te rekenen kosten 6.958 6.644 325 115
Opbrengst heffingen 6.958 6.644 212 71
Dekking 100,00% 100,00% 65,23% 61,74%

In de tabel hieronder is de kostendekkendheid op hoofdstukniveau weergegeven. De gepresenteerde kostendekkendheid sluit aan bij de vernieuwde BBV-voorschriften, die sinds de Begroting 2017 van kracht zijn. Deze kostendekkendheid wordt in de komende periode nader bezien. Indien nodig of gewenst worden de tarieven op basis van deze bevindingen aangepast bij de Legesverordening 2021. De Raad stelt in december 2020 deze legesverordening en de tarieventabel definitief vast.

Onderbouwing kostendkekendheid leges Bedragen x € 1,-
Hfd Omschrijving Lasten Overhead Totaal lasten Baten Kostendekkendheid
1.1 Burgerlijke stand 61.689 51.726 113.415 85.617 75,49%
1.2 Reisdocumenten 58.271 55.856 114.127 89.691 78,59%
1.3 Rijbewijzen 123.620 94.302 217.922 215.000 98,66%
1.4 Verstrekkingen uit de Wet basisregistratie personen 16.425 10.156 26.580 24.274 91,32%
1.5 Verstrekkingen uit het Kiezersregister 0 0 0 0 -
1.6 Verstrekkingen op grond van Wet bescherming persoonsgegevens 0 0 0 0 -
1.7 Bestuursstukken 0 0 0 0 -
1.8 Vastgoedinformatie 1.679 1.406 3.086 2.676 86,73%
1.9 Overige publiekszaken 9.239 9.401 18.640 14.597 78,31%
1.10 Gemeentearchief 0 0 0 0 -
1.11 Huisvestingswet 0 0 0 0 -
1.12 Leegstandwet 0 0 0 0 -
1.13 Gemeentegarantie 0 0 0 0 -
1.14 Marktstandplaatsen 0 0 0 0 -
1.15 Winkeltijdenwet 0 0 0 0 -
1.16 Kansspelen 672 562 1.234 638 51,69%
1.17 Kinderopvang en peuterspeelzalen 0 0 0 0 -
1.18 Telecommunicatie 0 0 0 0 -
1.19 Verkeer en vervoer 17.267 13.620 30.888 15.254 49,39%
1.20 Diversen 63.742 61.664 125.405 75.348 60,08%
1.21 In deze titel niet benoemde beschikking 0 0 0 0 -
1 Subtotaal titel 1 352.604 298.693 651.297 523.095 80,32%
2.1 Begripsomschrijvingen 0 0 0 0 -
2.2 Vooroverleg / beoordelen conceptaanvraag 0 0 0 0 -
2.3 Omgevingsvergunning 1.985.833 719.136 2.704.969 2.650.000 97,97%
2.4 Vermindering 0 0 0 0 -
2.5 Teruggaaf 0 0 0 0 -
2.6 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project 0 0 0 0 -
2.7 Bestemmingswijzingen zonder activiteiten 0 0 0 0 -
2.8 Sloopmelding 0 0 0 0 -
2.9 Openstellingsvergunning 0 0 0 0 -
2.10 In deze titel niet benoemde beschikking 0 0 0 0 -
2 Subtotaal titel 2 1.985.833 719.136 2.704.969 2.650.000 97,97%
3.1 Horeca 12.133 10.253 22.386 17.645 78,82%
3.2 Organiseren van evenementen of markten 4.467 3.775 8.242 6.792 82,41%
3.3 Prostitutiebedrijven 0 0 0 0 -
3.4 Splitsingsvergunning woonruimte 0 0 0 0 -
3.5 Leefmilieuverordening 672 562 1.234 962 77,94%
3.6 Brandbeveiligingsverordening 280 234 514 201 39,08%
3.7 Niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking 0 0 0 0 -
3 Subtotaal titel 3 17.552 14.824 32.376 25.600 79,07%
Totaal legesverordening 2.355.989 1.032.653 3.388.643 3.198.695 94,39%

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft aan in hoeverre de gemeente Lansingerland in staat is om haar financiële risico’s op te vangen en welke methode gebruikt wordt voor het bepalen van het risicoprofiel. Daarnaast beschrijft de paragraaf op hoofdlijnen op welke wijze ‘risicobeheersing’ onderdeel is van de bedrijfsvoering van de gemeente. Op basis van het BBV nemen gemeenten een aantal verplichte financiële kengetallen op in de paragraaf weerstandsvermogen van de begroting en het jaarverslag. Dit om de leden van provinciale staten en de gemeenteraad gemakkelijker inzicht te geven in de financiële positie van hun provincie of gemeente.

Risicobeheersing in de gemeente Lansingerland

De nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2020-2023 beschrijft op welke wijze Lansingerland haar risico’s beheerst en hier verantwoording over af legt. De nota beschrijft onder andere welke informatie we in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing vanaf de begroting 2021 opnemen. Ten opzichte van de vorige nota risicomanagement (2015-2018) geeft deze paragraaf meer inzicht dan voorheen in de risico’s die de gemeente loopt op structurele tegenvallers en wat dat zou betekenen voor de begrotingssaldi.

Op basis van de huidige inzichten loopt Lansingerland haar grootste incidentele financiële risico’s bij de grondexploitaties. Het risico op de grondexploitaties houdt verband met de hoge boekwaarde van reeds gedane investeringen in grond en de marktomstandigheden. Het risico is dat grond niet, later of voor een lagere prijs wordt verkocht dan nu voorzien. Om dit risico te ‘beheersen’ moeten we vooral inspelen op de marktontwikkelingen en het onderscheidende vermogen van de gemeente als toekomstige woongemeente of vestigingsplaats voor een bedrijf. Dit is daarom ook een speerpunt van het college. Om de boekwaarde op de huidige grondexploitaties niet verder op te laten lopen is de gemeente terughoudend met nieuwe uitgaven. Uitgaven doen we pas als deze noodzakelijk zijn om 'inkomsten' te genereren. Waar mogelijk benutten we schaalvoordelen om werkzaamheden te clusteren. In de begroting 2021-2024 (prognose balans) is zichtbaar dat het geïnvesteerde bedrag in de grondexploitaties de komende jaren verder terugloopt. We verwachten meer inkomsten dan uitgaven. Voor een verdere toelichting op de risico’s van de grondexploitaties wordt verwezen naar Paragraaf Grondbeleid.

De grootste risico’s op structurele tegenvallers zijn binnen het sociaal domein. In de begroting 2021-2024 zijn deze lasten op basis van de inzichten medio 2020 zo adequaat mogelijk geraamd. Het betreft open-einden regelingen waarbij niet of nauwelijks financiële plafonds in te bouwen zijn. De afgelopen jaren laten zien dat o.a. door besluiten van het Rijk (bijvoorbeeld abonnementstarief Wmo) de lasten in een korte periode zeer snel kunnen groeien en het tempo van de groei ook steeds sneller toeneemt. Voor de Jeugdwet werken we aan een veranderprogramma dat los van de groei van het aantal inwoners moet leiden tot een afvlakking c.q. stabilisering van de stijging van de lasten. De potentiele opbrengsten/besparingen van dit veranderprogramma zijn in de meerjarenraming verwerkt. Risico is dat we deze besparingen uiteindelijk niet (kunnen) realiseren en er structurele tegenvallers ontstaan. In de paragraaf over de mogelijke impact van structurele tegenvallers lichten we dit verder (cijfermatig) toe.

Inventarisatie risico’s

Op basis van het risicoprofiel van de gemeente Lansingerland kan worden bepaald hoeveel middelen nodig zijn om alle risico’s te kunnen opvangen. Daarbij maken we onderscheid tussen incidentele risico’s en het risico op structurele tegenvallers. Incidentele risico’s dienen te worden afgedekt door het beschikbare weerstandsvermogen en voor het opvangen van structurele risico’s zal voldoende flexibiliteit in de begroting aanwezig moeten zijn. Dit laatste maken we inzichtelijk door in de paragraaf weerstandsvermogen een aantal scenario’s te schetsen die zich voor kunnen doen en daarbij aan te geven wat de financiële impact is op de saldi van de meerjarenbegroting.

De benodigde weerstandscapaciteit wordt berekend op basis van een risicosimulatie. Uitgangspunt hierbij is een statistische benadering die ervan uitgaat dat nooit alle risico’s zich tegelijk én in hun maximale omvang zullen voordoen. Indien dat wel het geval is, zou op basis van de in beeld gebrachte risico’s, hiermee een bedrag gemoeid zijn van € 112 miljoen (feitelijk het absoluut maximum aan financieel gevolg van de in beeld gebrachte risico’s).

Dit is als volgt te verdelen over de algemene dienst en de grondexploitaties:

  • Algemene dienst: € 17 miljoen
  • Grondexploitaties: € 95 miljoen

Top 10 risico’s gemeente Lansingerland
De top 10 aan risico’s zijn op basis van hun aandeel in het totaal benodigde weerstandsvermogen:

Bedragen x € 1.000
Nr. Risico Kans Maximaal bedrag
1 Ontwikkeling Wilderszijde o.b.v. Masterplan N.v.t. € 24.000
2 Fiscale optimalisatie Westpolder wordt niet gerealiseerd. 30% € 12.500
3 Vraag naar bedrijventerrein Oudeland komt onder druk. 30% € 9.370
4 Niet of later verkopen incourante restkavels Oudeland 30% € 6.200
5 Niet halen targets deelplannen Westpolder 30% € 4.000
6 Perceel in Oudeland kan niet worden verworven en daardoor niet worden uit gegeven. 30% € 3.400
7 Risico juridische procedure Remu 10% € 10.000
8 Lagere dekking Rijk inkomensdeel BUIG 30% € 4.000
9 Projectrisico’s uitvoering Westpolder (parkeren, fietsen, ontsluiting) 30% € 2.500
10 Uitvoerings- en aanbestedingsrisico’s Berkel Centrum 30% € 2.400

Uit voorgaande tabel blijkt dat onze grootste risico’s betrekking hebben op de grondexploitaties, waarvan Oudeland en Wilderszijde de grootste invloed hebben. De genoemde bedragen zijn de mogelijke verdere verliezen op de grondexploitaties als de ontwikkelingen niet lopen zoals we nu inschatten op basis van de huidige marktomstandigheden. Naast bovenstaande incidentele effecten zijn er, als het risico zich voordoet, ook structurele effecten omdat schulden niet of minder snel kunnen worden afgelost. Op basis van de huidige rekenrente grondexploitaties van 1,3% betekent elke € 10 miljoen verdere verlies name op de grondexploitatie een toename van de structurele rentelast op de begroting van € 0,13 miljoen.

Ten opzichte van het laatste P&C-document (jaarstukken 2019) zijn een aantal risico’s uit de top 10 gemuteerd. Zo hebben we het risico ontwikkeling Wilderszijde aangepast aan de meest recente cijfers. Dit zijn de cijfers die dienden als onderlegger voor de aangevraagde subsidie Woningbouwimpuls. Deze aanvraag is in de eerste tranche (september 2020) nog niet gehonoreerd. Momenteel oriënteren we ons op de vervolgstappen. Qua netto risico voor Wilderszijde houden we vooralsnog nog steeds rekening met een kans van 50% dat de bijdrage wordt toegekend. Het huidige scenario sluit met een tekort op de grondexploitatie van circa € 38,5 miljoen (dit is het bedrag exclusief investeringen in onderwijshuisvesting, deze bedragen zijn als investering opgenomen in het MIP van de begroting). De ingediende subsidie aanvraag bedroeg € 19 miljoen. Rekening houdend met een risico van 50% dat we de bijdrage niet krijgen rekenen we nu € 9,5 miljoen in. Voor het in exploitatie genomen deel van Wilderszijde troffen we tot en met de jaarstukken 2019 reeds een voorziening van circa € 5 miljoen. De nu benodigde ‘reservering’ in het weerstandsvermogen voor Wilderszijde is dus € 38,5 mio minus € 9,5 mio minus € 5 miljoen is € 24 miljoen. Het mag duidelijk zijn dat dit nog (zeer) grove inschatting zijn, maar deze inschattingen doen beter (en meer voorzichtig) recht aan de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen. We rekenen in het benodigde weerstandsvermogen ook ‘gewoon’ met de € 25,0 miljoen zonder hier verder een kans percentage op los te laten.

Nieuw in de top 10 is het risico van de juridische procedure inzake Remu. Dit risico hangt samen met de verkoop van de aandelen Eneco. Zoals vermeld in het raadsvoorstel over de verkoop van Eneco is door de aandeelhouders Eneco als geheel verkocht, maar is het risico van de juridische procedure Remu bij de voormalige aandeelhouders gebleven. Het aandeel van de gemeente Lansingerland in dit risico is op basis van de huidige inzichten circa € 10 miljoen. De kans op toekennen van de claim achten wij, mede door een eerdere uitspraak van de Rechtbank Amsterdam in de kwestie, zeer laag.

Ten opzichte van de jaarstukken 2019 is het ‘eigen’ risico dat de gemeente loopt op de uitvoering van de Participatie (inkomensdeel) toegenomen. Van het Rijk ontvangt de gemeente hiervoor jaarlijks geld, de zogenoemde BUIG-uitkering. Indien de werkelijke lasten voor de uitkeringen hoger liggen dan geldt eerst een eigen risico, daarboven kan de gemeente een aanvraag indien voor een aanvullende uitkering. Met het oog op de mogelijke economische nasleep van Corona gaan we in de meerjarenraming uit van een stijging van de uitkeringslasten, maar ook een stijging van de BUIG-uitkering. Mocht deze laatste ontoereikend zijn dan komt een eventueel nadeel tot de drempel voor een aanvullende uitkering ten laste van de gemeente. Het risico baseren we op elk jaar van de meerjarenraming een tekort van € 1 miljoen. De kans achten we beperkt omdat we enerzijds zelf deels kunnen sturen op het aantal bijstandsgerechtigden, via re-integratie, en anderzijds het Rijk de BUIG laat meebewegen met de macro-economische situatie.

Risico’s verbonden partijen

De gemeente Lansingerland neemt deel in diverse gemeenschappelijke regelingen en verbonden partijen. In de paragraaf verbonden partijen van deze begroting is een overzicht hiervan opgenomen en is per partij ook inzicht gegeven in de risico’s bij de verbonden partij.

De risico’s van Bleizo en het effect hiervan op het benodigde weerstandsvermogen van de gemeente zijn in de vorige paragraaf toegelicht. Uit de grondexploitatie jaarrekening 2019 van de gemeenschappelijke regeling Hoefweg blijkt dat de risico’s die Hoefweg loopt nog opgevangen kunnen worden binnen de eigen grondexploitatie (de grondexploitatie bevat zelf nog voldoende weerstandscapaciteit). De gemeente zelf hoeft op basis van de huidige inzichten geen weerstandscapaciteit voor Hoefweg aan te houden.

Het project Bleizo betreft de ontwikkeling van een hoogwaardige openbaar vervoersknoop (HOV) en de gebiedsontwikkeling rondom de knoop. Op 17 mei 2019 heeft staatssecretaris Stientje Van Veldhoven (ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) het station Lansingerland-Zoetermeer op feestelijke wijze geopend. De trein, Randstadrail, bus, auto en fiets zijn hierdoor met elkaar verbonden. Voor de gebiedsontwikkeling is het gebied in twee delen opgedeeld. Voor Bleizo-Oost, het deel ten oosten van de HSL, is inmiddels het bestemminsplan definitief vastgesteld. De economische groei en vraag naar logistieke kavels in de Corridor A12 maakt dat er ruimte is voor logistieke bedrijventerreinen. Partijen in de Corridor A12 hebben hierover met elkaar afspraken gemaakt, waardoor het bestemmingsplan voor Bleizo-Oost vastgesteld kon worden. Voor Bleizo-West doen we onderzoek naar een alternatief ontwikkelprogramma. Hiervoor is een eerste stedenbouwkundige verkenning uitgevoerd. De vaststelling van het bestemmingsplan voor Bleizo-West is opgeschort totdat er meer duidelijkheid is over de uitkomsten van het onderzoek.

 

Risico’s als gevolg van Corona
Het COVID-19 (Corona) virus heeft direct en indirect invloed op onze financiën. Hoe groot de financiële impact in 2021 en de daarop volgende jaren zijn is nu onmogelijk volledig te bepalen. We monitoren onze risico’s en die van onze partners voortdurend. Om financieel de risico’s te kunnen opvangen besloot de gemeenteraad in mei 2020 om een bestemmingsreserve van € 5 miljoen voor het begrotingsjaar 2020 in te stellen. Deze reserve wenden we aan om de incidentele extra lasten en incidentele gederfde inkomsten te dekken.

De VNG stelde een aantal handreikingen beschikbaar om de risico’s in beeld te brengen. In zijn algemeenheid geldt dat de risico’s op dit moment wel kwalitatief zijn te duiden, maar nog zeer moeilijk kwantitatief. Deze eerste risicobeschouwing is daarom ook vooral kwalitatief van aard en geeft de grootste financiële risico’s weer die het college op dit moment ziet. De lijst is, in willekeurige volgorde, als volgt:

Toename van het aantal bijstandsgerechtigden; als gevolg van Corona krijgt de economie en daarmee de werkgelegenheid forse klappen. In eerste instantie vallen ‘ontslagen’ medewerkers terug op de WW. Afhankelijk van de duur van de WW valt een deel van deze personen uiteindelijk ook terug op de bijstand. Ons huidige bestand is ongeveer 600 bijstandsgerechtigden. Een stijging van dit aantal is een reëel risico. Daar houden we in de begroting rekening mee. Risico is dat zich een nog negatiever scenario zich voordoet en de lasten nog sneller gaan stijgen. Het Rijk compenseert deze lasten (op termijn) mogelijk, maar uitgaande van de huidige systematiek voor financiering zal dat veelal met enige vertraging gaan (voordat de Rijksbijdrage om hoog gaat). De stijging van bijstandsgerechtigden betekent ook dat de ambtelijke organisatie meer inzet zal moeten plegen op participatie en rechtmatigheid en dus (tijdelijk) meer formatie nodig heeft.

Toename van het aantal schuldhulpverleningstrajecten; als gevolg van Corona krijgt de economie en daarmee de werkgelegenheid forse klappen. Ondernemers en (ontslagen) werknemers kunnen in de financiële problemen komen en te maken krijgen met (toenemende) schulden. De gemeente is verantwoordelijk voor de schuldhulpverlening. Dus een toenemend beroep betekent meer werk en meer lasten voor de gemeente. Via de septembercirculaire 2020 stelt het Rijk overigens incidenteel geld beschikbaar voor deze trajecten.

Effecten op woningmarkt; diverse partijen voorspellen zwaar(der) weer voor de woningmarkt. Op de korte termijn zijn de effecten nog beperkt, maar niet uit te sluiten valt dat de economische teruggang door sijpelt naar de woningmarkt. Naast economische risico is door Corona ook risico dat productieketens voor grond- en hulpstoffen voor de bouw stil vallen. Risico voor de gemeente is dat projecten vertraging oplopen of stilvallen en inkomsten later of niet binnen komen. Denk hierbij aan inkomsten uit grondverkopen en bouwleges. Op dit moment zijn daar nog geen indicaties van, of goede inschattingen van te maken, maar het college is zich wel bewust van dit risico en we monitoren dit risico nauwlettend. Het college merkt wel op dat de impact van een terugval op de huizenmarkt in financiële zin waarschijnlijk minder impact op Lansingerland zal hebben dan in de vorige crisis. De grondposities van de gemeente zijn fors kleiner, de schuldenlast lager en de rente is ook lager dan destijds.

Effecten op bedrijventerreinen; door de Corona-crisis kunnen investeerders voorzichtiger worden c.q. investeren bedrijven minder. Dit kan gevolgen hebben voor de nog uit te geven bedrijventerreinen (minder opbrengst, latere opbrengst, etc.).

Gemeentefonds; de inkomsten van de gemeente komen voor zo’n 50% uit het gemeentefonds. Het gemeentefonds volgt de ‘trap-op-trap-af’ systematiek. Als het Rijk meer uitgeeft gaat er ook meer naar de gemeenten. Het Rijk betaalt nu het crisis maatregelen pakket. Hierdoor zal de Staatsschuld oplopen. Het risico c.q. de verwachting is dat dit op termijn Rijksbezuinigingen nodig maakt. Ook gemeenten zullen dan worden geraakt. Met welke omvang is nog onbekend. Laatste berichten zijn dat het Rijk in de meicirculaire 2020 het accres voor 2020 en 2021 heeft bevroren. Hoe daarna met het gemeentefonds wordt omgegaan is aan een nieuw kabinet. De crisis uit 2009/2010 leerde dat in een nieuw regeerakkoord na een crisis ingrijpende maatregelen kunnen zijn opgenomen.

Toename beroep op voorzieningen WMO en Jeugdwet; de Corona crisis legt op heel veel mensen ook een psychische en fysieke wissel. Met name op ouderen (eenzaamheid) en jongeren (leerlingen/scholieren). Een reëel risico is dat meer mensen uit deze doelgroepen in de problemen gaan komen en er extra hulp of ondersteuning nodig is. De gemeente is, als er geen vangnetten zijn in de eigen omgeving, verantwoordelijk voor deze hulp. Dit betekent een potentiële toename van de lasten in het sociaal domein voor de voorzieningen en ook extra formatie die hier voor nodig is.

Extra kosten a.g.v. maatregelen; de gemeente en verschillende verbonden partijen maken extra kosten a.g.v. Corona. Denk aan veiligheid/beveiligers, voorlichting, extra kosten VRR, GGD, fysieke maatregelen gemeentehuis, etc. Deze kosten dekken we ten laste van de reserve Corona.

Minder inkomsten gemeente; op diverse onderdelen loopt de gemeente risico op minder inkomsten. Bijvoorbeeld inkomsten uit belastingen (OZB), leges, incidentele verhuur van maatschappelijke gebouwen. Eventuele mindere inkomsten in 2020 en 2021 dekken we uit de reserve Corona.

Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit betreft de middelen die de gemeente ter beschikking heeft of kan krijgen om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Het uitgangspunt hierbij is dat structurele risico’s opgevangen moeten worden door structurele ‘weerstandscapaciteit’ en incidentele risico’s opgevangen worden door incidentele ‘weerstandscapaciteit’. Dit onderscheid is ook van belang met het oog op het ‘structureel evenwicht’ in de begroting en de toets van de Provincie hierop.

Incidentele weerstandscapaciteit
De gemeente Lansingerland rekent alleen de algemene reserve tot de incidentele weerstandscapaciteit. De overige reserves rekenen wij niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Dit zijn de bestemmingsreserves en de stille reserves. Bestemmingsreserves worden niet meegenomen, omdat hier al een bestemming aan is toegekend. Stille reserves (ontstaan wanneer de boekwaarde van de activa lager is dan de verkoopwaarde) worden niet meegenomen, omdat deze pas geïncasseerd kunnen worden als de activa verkocht wordt. Echter, als er expliciete besluiten worden genomen om stille reserves te gelden te maken, dan worden deze toegevoegd aan de weerstandscapaciteit.

Structurele weerstandscapaciteit

De structurele weerstandscapaciteit betreft de flexibiliteit die er in de begroting is. Dit betreft de mate waarin lasten verder zijn terug te brengen (door bezuinigingen), inkomsten te verhogen en de inzet van de post onvoorzien. Zodoende bestaat structurele weerstandscapaciteit uit:

  • Onbenutte belastingcapaciteit;
  • Post onvoorzien;
  • Bezuinigingspotentieel lastenniveau tot wettelijke taken.

De onbenutte belastingcapaciteit is in theorie niet gemaximeerd. Er zijn geen maximum tarieven voor de OZB. Wel zijn er landelijk afspraken over de maximale jaarlijkse stijging van de OZB (macro-norm) en geldt voor het doen van een aanvraag tot artikel 12 dat de OZB boven de drempelpercentages ligt (gebaseerd op 120% van het landelijk gemiddelde OZB-percentage).

De post onvoorzien bedroeg in de begroting 2018-2021 nog structureel € 250.000. Op grond van de financiële verordening 2017 bepaalt het college jaarlijks opnieuw de omvang van de post onvoorzien en motiveert de omvang in de begroting. Voor de begroting 2019-2022 zag het college aanleiding de hoogte van de post onvoorzien naar € 100.000 bij te stellen. Aangezien de post onvoorzien nauwelijks wordt aangesproken stelt het college voor in deze begroting de post verder te verlagen naar € 50.000.

Ten behoeve van de kadernota 2015 is het bezuinigingspotentieel in beeld gebracht indien de gemeente alleen de wettelijke taken zou uitvoeren en op taken met een inspanningsverplichting het minimale zou doen. In dat geval zou de gemeente nog enkele miljoenen kunnen bezuinigen. Dit zou dan wel gepaard gaan met veel maatschappelijke onrust en de bezuinigingen zijn veelal niet direct in het eerstvolgende begrotingsjaar in te voeren. De flexibiliteit op dit punt is beperkt.

Risicobuffer in grondexploitaties en projecten
In de grondexploitaties en kredieten is meestal ook een post ‘onvoorzien’ opgenomen. Binnen de grondexploitaties en projecten zelf is dus ook enige mate van weerstandscapaciteit aanwezig. Bij het bepalen van het weerstandsvermogen op gemeenteniveau houden we geen rekening met deze posten ‘onvoorzien’.

Benodigde weerstandscapaciteit

De grootte van risico’s zijn na identificatie ingeschat middels het benoemen van een kans en een gevolg (kwantificering). Op basis van de ingevoerde risico’s is de risicosimulatie uitgevoerd. Op basis van deze simulatie kan (met een zekerheidspercentage van 90%) gesteld worden dat alle risico’s kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 48,3 miljoen.

De benodigde weerstandscapaciteit is als volgt te verdelen:

  • Algemene dienst € 4,0 miljoen
  • Grondexploitaties € 44,3 miljoen

De Rekenkamer Lansingerland gaat als ‘benchmark’ voor de risico’s op grondexploitaties uit van een benodigde weerstandscapaciteit van 10% van de boekwaarde van de grondexploitaties in exploitatie en 10% van de nog te realiseren opbrengsten. Op basis van de begroting 2021 en jaarrekening 2019 en de onderliggende grondexploitaties is dan € 44 miljoen nodig voor de gemeentelijke grondexploitaties. Voor Hoefweg is dit € 2,5 miljoen en voor Bleizo € 9,9 miljoen. Totaal dus circa € 56,4 miljoen. Deze berekeningswijze van de Rekenkamer is sterk genormeerd en houdt geen rekening met de specifieke omstandigheden. Enige afwijking tussen deze berekening en de eigen berekening is dus logisch. De eigen berekening van circa € 44,3 miljoen is circa € 12,1 miljoen lager dan de € 56,4 miljoen op basis van de methode Rekenkamer. De afwijking zit voor € 12 miljoen in het feit dat op basis van ons eigen risicobeleid we geen weerstandsvermogen hoeven aan te houden voor Hoefweg en Bleizo (de risico’s van Hoefweg en Bleizo zijn nog op te vangen binnen de verwachte positieve resultaten van deze grondexploitaties, als de risico’s optreden wordt het resultaat lager, maar blijven de grondexploitaties wel positief). Voor de gemeentelijke grondexploitaties (inclusief Wilderszijde nog in exploitatie te nemen deel) is op basis van de methode Rekenkamer € 44 miljoen nodig. In de benodigde weerstandscapaciteit is dit ook ongeveer € 44 miljoen. Op basis hiervan is er geen reden het risicoprofiel van de gemeente bij te stellen voor de bepaling van het weerstandsvermogen.

 

Beoordeling weerstandsvermogen
De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Op basis van de begroting 2021-2024 ontwikkelt het weerstandsvermogen zich als volgt:

Bedragen x € 1.000
Stand per 31 december 2020 2021 2022 2023 2024
Algemene reserve 68.205 59.361 57.052 54.609 52.078
Totale weerstandscapaciteit 68.205 59.361 57.052 54.609 52.078
Benodigde weerstandscapaciteit 48.300 48.300 48.300 48.300 48.300
Ratio weerstandsvermogen 1,4 1,2 1,2 1,1 1,1

In de nota risicomanagement is opgenomen dat Lansingerland streeft naar een ratio van 1,2 op de lange termijn. T/m 2022 is de verwachting dat we boven deze ratio zitten. In 2023 en 2024 daar net iets onder, maar volgens de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen is dat in tijden van economische neergang ook aanvaardbaar en nog binnen de bandbreedte. Daarnaast blijft ook in bovenstaand plaatje de ‘reserve Eneco’ in stand. Die telt dus niet mee bij de bepaling van het weerstandsvermogen. Daarnaast zou de benodigde weerstandscapaciteit de komende jaren kunnen afnemen indien we de begrote ‘targets’ realiseren voor de grondverkopen in de diverse projecten. Door het verkopen van die grond vervallen ook de risico’s op lagere grondprijzen, vertraging, etc.

Scenario’s risico op structurele tegenvallers – mogelijke impact onzekere gebeurtenissen

Met ingang van de begroting 2017 geeft de paragraaf weerstandsvermogen inzicht in scenario's (onzekere gebeurtenissen) die zich kunnen voordoen en het mogelijke effect hiervan op het saldo van de begroting.
Er zijn vele honderden scenario's/gebeurtenissen denkbaar. De kern van deze paragraaf is vooral te laten zien wat de effecten kunnen zijn van een aantal nadelige scenario's en in welke mate de begroting in staat is deze risico’s op te vangen. Het gaat hier om onzekere ontwikkelingen die zich mogelijk kunnen voordoen. Het zijn dus geen scenario's die we verwachten. Als dat wel het geval was geweest waren deze effecten in de begroting zelf opgenomen.

In de nieuwe nota Risicomanagement en weerstandsvermogen staat dat we deze risico’s in het vervolg uitgebreider toelichten en ook hier een top 10 opnemen. Het blijft hier gaan om risico’s en we ramen deze dan ook op hoofdlijnen. In onderstaande tabel noemen we de top 10. We nemen daarbij geen totaal in de tabel op, omdat het lang niet zeker is dat (al) deze risico’s zich gaan voor doen en al dan niet gelijktijdig. Wel is duidelijk dat sommige risico’s een behoorlijke impact op de saldi van de begroting kunnen hebben, ook risico’s waar we als gemeente niet of nauwelijks invloed op hebben (bijvoorbeeld de hoogte van het gemeentefonds).

De scenario's worden gepresenteerd op basis van de saldi van de vast te stellen begroting 2021-2024.

Bedragen x € 1.000.000
Effect op exploitatie saldo 2021 2022 2023 2024
Saldo begroting 2021-2024 0 0 0 0
1. Structureel effect verslechtering grondexploitaties -0,13 -0,26 -0,39 -0,52
2. Risico Vennootschapsbelasting -0,5 -0,5 -0,5 -0,5
3. Risico van 10% overschrijding op WMO budgetten -1 -1 -1,2 -1,3
4. Risico op niet realiseren ombuigingen Jeugdhulp lokaal -2 -3 -3 -3,5
5. Risico op lagere algemene uitkering (AU) -0,7 -0,7 -0,7 -0,7
6. Risico op stijging CAO in 2021 zonder compensatie via AU -0,3 -0,3 -0,3 -0,3
7. Rente risico PM PM PM PM
8. Snellere stijging bijstandsuitkeringen dan begroot -1 -1,1 -1,2 -1,2
9. Hogere kosten voor kwijtscheldingen -0,04 -0,04 -0,04 -0,04
10. Hogere bijdragen verbonden partijen PM PM PM PM
Saldo begroting 2021-2024 -5,67 -6,90 -7,33 -8,06

Toelichting risico’s op structurele tegenvallers:

1. In het weerstandsvermogen houden we rekening met een risico op de grondexploitaties van rond de
€ 40 miljoen. Stel dat dit risico (in fasen van € 10 miljoen afboeken per jaar) optreedt, dan moeten we ook rekening houden met een structureel nadeel op de rentelasten van circa € 130.000 per € 10 miljoen aanvullend tekort op de grondexploitatie. Cumulatief loopt dit dan op naar € 0,52 miljoen structureel.

2. Risico Vennootschapsbelasting. Tot nu toe voldeed ons grondbedrijf niet aan de eisen om door de ‘poort’ te gaan voor wat betreft de belastingplicht voor de Vennootschapsbelasting. Daar liggen een aantal aannames aan ten grondslag. Risico is dat door gewijzigde marktomstandigheden het grondbedrijf alsnog winstgevend wordt en we dan belasting moeten gaan betalen over de resultaten van het grondbedrijf. Grofweg wordt dit risico, net als in voorgaande begrotingen, op € 0,5 miljoen structureel geschat.

3. De afgelopen jaren zien we forse tekorten op de WMO. Ondanks de reeds forse bijstelling van de ramingen voor de WMO blijft het risico bestaan op (forse) overschrijdingen van deze budgetten. Deze reeks laat zien wat het risico is van 10% overschrijding van het WMO-budget voor maatwerk en vrij toegankelijke voorzieningen.

4. Zonder ingrijpen groeien de uitgaven voor de (lokale) Jeugdhulp de komende jaren in hetzelfde tempo als de afgelopen jaren en nemen ook toe door de groei van het aantal inwoners/jeugdigen. De veranderopgave Jeugd moet deze groei afvlakken en op onderdelen ombuigen. In de begroting 2021 en de meerjarenramingen zijn deze effecten verwerkt. Indien we deze ombuigingen niet realiseren bestaat risico dat de uitgaven in hetzelfde tempo groeien als de afgelopen jaren. Een ‘grove’ schatting van dit risico is hier opgenomen.

5. Het Rijk volgt de systematiek van de ‘trap-op-trap-af’. Geeft het Rijk minder uit dan krijgen gemeenten ook minder. Voor 2020/2021 is dit zogenoemde accres bevroren. De jaren erna niet. Daarnaast loopt een onderzoek naar de herverdeling van het gemeentefonds (verdeling onder de gemeenten). Deze herverdeling zal leiden tot voor- en nadeel van gemeenten. Risico op structurele tegenvaller is dat de algemene uitkering kan dalen. Momenteel bedraagt deze circa € 72 miljoen. Iedere procentuele verlaging betekent dus een afname van (afgerond) € 0,7 miljoen. Dit risico doet zich dus, met name, voor vanaf 2022 (dan is het accres niet meer bevroren en vindt naar verwachting de herverdeling plaats). In bovenstaande tabel maken we zichtbaar wat 1% daling betekent.

6. De CAO gemeenten loopt per 1 januari 2021 af. Risico is dat een CAO afspraak in 2021 leidt tot stijgende loonkosten. Bij een loonkostenbudget van ruim € 30 miljoen betekent iedere procentuele stijging een extra structurele last van € 0,3 miljoen. Er bestaat een risico dat voor deze CAO-stijging geen compensatie plaatsvindt via de meicirculaire 2021 van het Rijk.

7. Door de huidige liquiditeitspositie loopt Lansingerland geen (grote) renterisico’s als de rente gaat stijgen. Sterker nog, dat biedt kansen. De huidige vergoeding op de schatkist van het Rijk is minimaal 0%, waarbij de marktrente voor kort uitzetten van geld veelal negatief is. Risico is wel dat de wet- en regelgeving wordt aangepast en het Rijk ook geld/rente gaat vragen voor het stallen van geld bij de schatkist. Die kans schatten we laag in, maar is theoretisch gezien wel mogelijk. Uitgaande van ons liquiditeitsoverschot van ruim € 100 miljoen zou ieder 0,1% een structurele last van € 0,1 miljoen betekenen. Maar vooralsnog zetten we dit risico op PM.

8. In de begroting is rekening gehouden met de verwachte bijstandsuitkeringen. Risico is dat deze nog te optimistisch is en de uitkeringen sneller gaan stijgen en die stijging de komende jaren ook aanhoudt en de BUIG uitkering inclusief de aanvullende uitkering niet de hogere lasten (direct) dekken in het begrotingsjaar. Bij de kwantificering van dit risico is uitgaan van 10% van het in de begroting 2021-2024 opgenomen bijstandsbudget.

9. Door de Corona crisis komen vermoedelijk meer mensen in de financiële problemen en zullen er meer een beroep doen op kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Uitgaande van 10% stijgende kosten is dat circa € 40.000 per jaar aan extra lasten.

10. Net als de gemeente zullen ook verbonden partijen te maken kunnen krijgen met stijgende CAO-lasten. Deze zullen waarschijnlijk niet direct in 2021 nog worden doorberekend, maar wel vanaf 2022. Vooralsnog zetten we dit risico op PM.

Uit de tabel blijkt dat ook wat betreft de risico’s de grootste zorgpunten zitten bij het Sociaal Domein.

Financiële kengetallen

Netto schuldquote

De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.

Door de ontvangst van de opbrengst die voortvloeit uit de verkoop van de Eneco aandelen in 2020 is onze schuldquote sterk verbeterd. In de aankomende jaren worden deze liquide middelen ingezet om onze langlopende schulden af te bouwen. Daarbij realiseren we de aankomende jaren een positieve cashflow vanuit de grondexploitaties, waardoor wij verder kunnen werken aan het verbeteren van onze schuldquote. 

Bedragen x € 1.000
Netto schuldquote Realisatie 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Begr 2024
A) Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) 183.714 156.367 138.098 121.900 52.702 40.503
B) Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) 20.005 23.544 7.000 7.000 7.000 7.000
C) Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) 18.486 17.003 15.000 15.000 15.000 15.000
D) Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) 376 376 376 376 376 376
E) Uitzetting < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) 34.495 12.000 12.000 12.000 12.000 12.000
F) Liquide middelen (cf. art. 40 BBV) 1.004 0 77.315 60.336 2.359 13.143
G) Overlopende activa (cf. art. 49 BBV) 2.366 3.000 3.000 3.000 3.000 3.000
H) Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) 184.848 149.511 181.795 171.123 164.079 156.644
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% 100% 121% 37% 40% 35% 22%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Omdat er bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden te berekenen. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dat betekent voor de schuldenlast. Bij beide berekeningen worden bij de financiële activa de verstrekte leningen opgenomen.

Gezien wij een beperkte hoeveelheid aan uitgezette gelden hebben wijkt dit kengetal zeer beperkt af van de berekende schuldquote. 

Bedragen x € 1.000
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Realisatie 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Begr 2024
A) Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) 183.714 156.367 138.098 121.900 52.702 40.503
B) Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) 20.005 23.544 7.000 7.000 7.000 7.000
C) Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) 18.486 17.003 15.000 15.000 15.000 15.000
D) Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) 3.950 3.778 3.590 3.397 3.196 2.988
E) Uitzetting < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) 34.495 12.000 12.000 12.000 12.000 12.000
F) Liquide middelen (cf. art. 40 BBV) 1.004 0 77.315 60.336 2.359 13.143
G) Overlopende activa (cf. art. 49 BBV) 2.366 3.000 3.000 3.000 3.000 3.000
H) Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) 184.848 149.510 181.795 171.123 164.079 156.644
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% 98% 119% 35% 38% 33% 20%

Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente.

Door de ontvangst van de Eneco-gelden is onze liquiditeit toegenomen met ongeveer 137 miljoen. Dit leidt er ook toe dat onze solvabiliteit flink is gestegen en zeer positief is. In deze begroting hebben wij deze ontvangen gelden met name ingezet om onze schuldpositie af te lossen en daarmee de rentelasten te verlagen. Na het vaststellen van de begroting zal worden onderzocht of en op welke andere wijze de Eneco gelden kunnen worden ingezet. 

Bedragen x € 1.000
Solvabiliteit Realisatie 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Begr 2024
A) Eigen vermogen (cf. art. 42 BBV) 113.763 243.090 232.653 224.850 218.572 213.345
B) Balanstotaal 362.686 456.039 414.139 390.828 316.226 301.743
Solvabiliteit (A/B) x 100% 31% 53% 56% 58% 69% 71%

Structurele exploitatieruimte

Dit kengetal geeft het structurele en reële evenwicht van de begroting weer. Thans wordt er onderscheid gemaakt tussen de structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaren voordoen. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen.

Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn.

Op basis van deze begroting hebben wij een structureel negatieve exploitatieruimte van ongeveer 4%. Deze negatieve ruimte wordt met name veroorzaakt door de stijgende kosten voor het sociaal domein. Met de bestemmingsreserve Sociaal domein heeft de raad voorzien in een tijdelijke dekking van de extra uitgaven aan de lokale regionale jeugdhulp. Dat biedt het college de gelegenheid om structurele beheersmaatregelen voor te bereiden en de uitvoering daarvan een plek te geven binnen het toekomstperspectief van Lansingerland waarmee we trachten dit tekort terug te kunnen dringen.

Bedragen x € 1.000
Structurele exploitatieruimte Realisatie 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Begr 2024
A) Totaal structurele lasten 119.045 123.930 131.143 133.600 134.133 136.485
B) Totaal structurele baten 116.668 122.756 125.550 126.946 128.213 130.633
C) Totaal structurele toevoegingen aan de reserves 2.531 745 718 732 715 715
D) Totale structurele onttrekkingen aan de reserves 2.208 2.564 1.302 1.038 1.138 1.381
E) Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) 184.848 149.511 181.795 171.123 164.079 156.644
Structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E x 100% -1% 0% -3% -4% -3% -3%

Belastingdruk

De belastingcapaciteit van de gemeente geeft de belastingdruk voor een gezin bij een gemiddelde WOZ-waarde ten opzichte van het landelijk gemiddelde (t-1) weer. Een percentage > 100% geeft weer dat de belastingdruk van de gemeente hoger is dan het landelijk gemiddelde.

Uit onderstaande overzichten blijkt dat onze belastingdruk hoger ligt dan het landelijk gemiddelde. Dit wordt met name veroorzaakt door de hoge WOZ-waarde van de woningen in onze gemeente. Ons tarief ligt lager dan het landelijk gemiddelde. Dit is in overeenstemming met de doelstellingen uit het collegeprogramma. Een nadere toelichting op de belastingdruk is opgenomen in de paragraaf Lokale heffingen.

Bedragen x € 1,-
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar ervoor Realisatie 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Begr 2024
A) OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 340,55 329,46 332,60 332,60 332,60 332,60
B) Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 245,00 249,35 253,59 257,90 262,28 266,74
C) Afvalstoffenheffing voor een gezin 187,02 290,49 305,58 303,24 305,67 300,21
D) Eventuele heffingskorting 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
E) Totale woonlasten gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D) 772,57 869,30 891,77 893,74 900,55 899,55
F) Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 760,00 764,95 776,00 776,00 776,00 776,00
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar ervoor (E/F) x 100% 102% 114% 115% 115% 116% 116%

Grondexploitatie

Dit kengetal geeft een indicatie van risico's van de boekwaarde van de bouwgronden op de totale baten van de gemeente. De boekwaarde van de bouwgronden moet terugverdiend worden via de totale baten. Het betreft de verhouding tussen de boekwaarde van de bouwgronden en de totale baten. > 100% betekent dat de boekwaarde hoger is dan de totale baten in enig jaar. Dit betekent een verhoogd risico voor de gemeente.

De afgelopen jaren heeft Lansingerland veel geïnvesteerd in de grondexploitaties. Hierbij zijn de kosten voornamelijk voor de baten uitgelopen, waardoor wij een relatief hoge boekwaarde voor de grondexploitaties hebben. In deze begrotingsperiode worden de nog lopende projecten verder afgerond en dus ook verkocht. Hierdoor zien wij een dalende boekwaarde van de grondexploitaties. Dit leidt dan ook tot een positieve cashflow in de aankomende jaren op basis van de huidige projectportefeuille. Hiermee neemt het risico voor onze gemeente ook verder af.

Bedragen x € 1.000
Grondexploitatie Realisatie 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Begr 2024
A) Niet in exploitatie genomen gronden (cf. art. 38 lid a punt 1 BBV)
B) Bouwgronden in exploitatie (cf. art. 38 lid b BBV) 101.796 71.011 71.125 61.093 47.091 30.703
C) Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) 184.848 149.511 181.795 171.123 164.079 156.644
Grondexploitatie (A+B)/C x 100% 55% 47% 39% 36% 29% 20%

Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie

Door de Provincie zijn een aantal signaleringswaarden geformuleerd voor de kengetallen. Samengevat ziet het beeld voor Lansingerland er op basis van de Begroting 2021 als volgt uit:

Kengetal Categorie A: minst risicovol Categorie B: neutraal Categorie C: meest risicovol
1. Netto schuldquote
a. zonder correctie doorgeleende gelden < 90% 90-130% > 130%
b. met correctie doorgeleende gelden < 90% 90-130% > 130%
2. Solvabiliteitsratio > 50% 20-50% < 20%
3. Grondexploitatie < 20% 20-35% > 35%
4. Structurele exploitatieruimte Begr > 0% Begr = 0% Begr < 0%
5. Belastingcapaciteit < 95% 95-105% > 105%
Kengetal Realisatie 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Begr 2024
1. Netto schuldquote
a. zonder correctie doorgeleende gelden 100% 121% 37% 40% 35% 22%
b. met correctie doorgeleende gelden 98% 119% 35% 38% 33% 20%
2. Solvabiliteitsratio 31% 53% 56% 58% 69% 71%
3. Grondexploitatie 55% 47% 39% 36% 29% 20%
4. Structurele exploitatieruimte -1% 0% -3% -4% -3% -3%
5. Belastingcapaciteit 102% 114% 115% 115% 116% 116%

Meerjarige ontwikkeling balans 2021-2024

De ontwikkeling van de balans is opgenomen in hoofdstuk 4 van de begroting.


Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Algemeen

Kapitaalgoederen zijn eigendommen van de gemeente zoals wegen, riolering, bruggen, bomen en gebouwen die we duurzaam in stand houden. In onderstaande tabel geven we de kerncijfers weer van de belangrijkste kapitaalgoederen conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

Bedragen x € 1,-
Kapitaalgoederen Areaal m2/st Vervangingswaarde
Groen - algemeen 4.000.000 m2 30.000.000
Groen - bomen 24.000 stuks
Wegen 3.572.171 m2 195.000.000
Riolering 594 km 475.000.000
Rioolgemalen en pompunits 956 stuks 17.500.000
Civiele kunstwerken 2.235 stuks 126.000.000
Gebouwen 63 stuks 150.000.000
Totale vervangingswaarde 993.500.000

Het beheer en onderhoud is gebaseerd op door de gemeenteraad vastgestelde Beheerplannen. In de Beheerplannen is opgenomen hoe het reguliere en periodieke onderhoud plaatsvindt. Voor alle beheerplannen geldt dat het vastgestelde onderhoudskwaliteitsniveau minimaal B is. Randvoorwaarden daarbij zijn: het waarborgen van de veiligheid en het voorkomen van kapitaalvernietiging. In de centra en stationsgebieden onderhouden we de onderdelen onkruidbestrijding, zwerfvuil, vegen en maaien op onderhoudsniveau A. De kapitaalgoederen kennen geen structurele onderhoudsachterstanden.

Het Integraal Beheerplan (IBP) Openbare ruimte 2017-2024 vormt een belangrijk kader voor al onze beheer en onderhoudsactiviteiten in de openbare ruimte. Voor riolering en gebouwen hebben we een apart onderhoudsplan. In onderstaande tabel is een overzicht van deze beheerplannen opgenomen.

Omschrijving Beheerplan Vastgesteld door de raad Frequentie Actualisatie Actualisatie Financiële vertaling in de begroting Achterstallig onderhoud Reserves en Voorzieningen
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2017-2024 27 oktober 2016 4  jaar. In 2018 verwerken we eenmalig eerder genomen besluiten. 2020 Ja Deels, zie toelichting wegen. Reserve Waterbaggeren
Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2020 26 november 2015 5 jaar 2020 Ja Deels, zie toelichting Riolering. Voorziening Riool
Beheerplan Gebouwen 2017-2024 27 oktober 2016 4 jaar. In 2019 verwerken we eenmalig de impact van verduurzaming. 2019 Ja Nee Bestemmingsreserve gebouwen

Groen

Het beheer en onderhoud van Groen voeren we uit volgens het deelbeheerplan Groen dat onderdeel is van het IBP 2017-2024. De onderhoudswerkzaamheden vallen uiteen in klein onderhoud, groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. Voor het klein en groot onderhoud is voor elke kern een raamcontract afgesloten met een aannemer. Het groot onderhoud baseren we op de resultaten van jaarlijkse schouwen die de technische kwaliteit van het groen in beeld brengen.

Het boomonderhoud volgt uit de boomveiligheidscontrole. Bij vervanging van groen zetten we in op het verduurzamen van de groene buitenruimte. Meerdere keren per jaar vindt monitoring van het onderhoudsniveau plaats via schouwen. Hierdoor kunnen we bijsturen wanneer het onderhoud van het afgesproken ambitieniveau afwijkt.

Vanuit Groen zetten we in 2021 extra in op klimaatadaptatie, biodiversiteit en participatie. In het door het Rijk vastgestelde Deltaplan Klimaatadaptatie, wordt gemeenten gevraagd passende maatregelen te nemen. De klimaatopgave heeft raakvlakken met onze doelstellingen op het gebied van biodiversiteit. Door de aanleg van meer groen en daarin specifieke keuzes te maken dragen we als gemeente bij aan een hogere biodiversiteit. Ons groenbeheer is zo vormgegeven dat het de biodiversiteit ten goede komt.

Binnen de gemeente zijn er de afgelopen jaren meerdere zelfbeheer-initiatieven ontstaan waarbij bewoners een stuk gemeentelijk groen geadopteerd hebben. Zelfbeheer geeft bewoners de gelegenheid om de onderhoudskwaliteit van het groen te verhogen, bovenop de kwaliteit die de gemeente kan leveren binnen het budget voor onderhoud. Naast de zelfbeheerprojecten laten we waar mogelijk ook bewoners participeren bij groot onderhoud en herinrichtingen.

Civiele Kunstwerken (water)

Het beheer en onderhoud van Civiele Kunstwerken voeren we uit volgens het deelbeheerplan Civiele Kunstwerken dat onderdeel uitmaakt van het IBP 2017-2024. Uitgangspunt voor Civiele Kunstwerken is een upgrade naar onderhoudsniveau B, mits de veiligheid in het openbaar gebied niet in het geding komt en er geen kapitaalvernietiging plaatsvindt.

De belangrijkste beheerstrategie is het uitvoeren van onderhoud op basis van planmatige inspecties. Aan de hand van inspecties en kwaliteitsonderzoeken stellen wij de feitelijk uit te voeren onderhoudsmaatregelen en het onderhoudsprogramma op.

De maatregelen bestaan uit het uitvoeren van klein en groot onderhoud en het vervangen van civiele kunstwerken. Hierbij streven wij naar een integrale aanpak. In het cyclisch onderhoud stemmen wij met de verschillende beheerdisciplines af om in één werkgang zoveel mogelijk benodigde werkzaamheden in de openbare ruimte uit te voeren. Deze gezamenlijke aanpak zorgt voor minder kosten in de uitvoering en minder overlast voor de omgeving tijdens de uitvoering van werkzaamheden.

Onderhoudswerkzaamheden voeren we zoveel mogelijk duurzaam uit. Bij het vervangen van civiele kunstwerken passen we onderhoudsarme en duurzame materialen toe en waar mogelijk vormen we beschoeiingen om naar natuurvriendelijke oevers om de waterkwaliteit te verbeteren.

Wegen

Het wegenbeheer en -onderhoud voeren we uit volgens het deelbeheerplan Wegen dat onderdeel uitmaakt van het IBP 2017-2024. Uitgangspunt voor het deelbeheerplanwegen is een upgrade naar onderhoudsniveau B, mits de veiligheid in het openbaar gebied niet in het geding komt en er geen kapitaalvernietiging plaatsvindt.

De belangrijkste beheerstrategie is het uitvoeren van onderhoud op basis van tweejaarlijkse inspecties. Aan de hand van inspecties en kwaliteitsonderzoeken stellen wij de feitelijk uit te voeren onderhoudsmaatregelen en het onderhoudsprogramma op.

Bij het opstellen van het onderhoudsprogramma staat het effect op de levensduur van de verharding centraal in onderhoudskeuzes. Hierdoor zorgen we voor het economisch meest voordelige onderhoud. Hierbij streven wij naar een integrale aanpak met de verschillende beheerdisciplines om in één werkgang zoveel mogelijk benodigde werkzaamheden uit te kunnen voeren in de openbare ruimte. Deze gezamenlijke aanpak zorgt voor minder kosten in de uitvoering en minder overlast voor de omgeving tijdens de uitvoering van werkzaamheden. Onderhoudswerkzaamheden voeren we zoveel mogelijk duurzaam uit.

Riolering

In tegenstelling tot andere kapitaalgoederen, heeft Riolering geen beeldkwaliteitscriterium waaraan het moet voldoen. Voor Riolering geldt dat we aan de wettelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater moeten voldoen. De invulling hiervan is beschreven in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2015-2020, dat door de gemeenteraad is vastgesteld. Het GRP is het huidige kader voor beheer- en onderhoudsactiviteiten voor het kapitaalgoed Riolering.

Daarnaast zijn in het GRP enkele thema's benoemd die we belangrijk vinden en waar we de afgelopen jaren aandacht aan besteed hebben maar zeker ook in de toekomst aandacht voor hebben. Klimaatadaptatie en aandacht voor duurzaamheid is een gemeente breed thema waar Riolering actief aan deelneemt. Bij de voorbereiding van werkzaamheden nemen we maatregelen om eventuele toekomstige problemen - als gevolg van klimaatverandering - op te lossen en zo wateroverlast of droogteproblemen te voorkomen.

Om het beheer en onderhoud optimaal uit te voeren, is meten, monitoren, op orde brengen en houden van gegevens noodzakelijk. Afgelopen jaren hebben we de eerste stappen gezet en daar gaan we de komende jaren in verder. Een belangrijk onderdeel is het Basisrioleringsplan (BRP), ook informatiedrager voor het GRP. We hebben recent de BRP’s vernieuwd. De maatregelen hieruit worden in de komende jaren opgepakt.

Om het aantal storingen van drukrioleringsgemalen terug te dringen, investeren we extra om de gemalen en drukriolering te optimaliseren.

Gebouwen

De gemeente is juridisch eigenaar van circa 60 vastgoedobjecten. De vastgoedportefeuille bestaat onder andere uit het gemeentehuis, gemeentewerf, afvalbrengstation, sporthallen, maatschappelijke accommodaties, kinderdagopvang, strategische objecten en onderwijsgebouwen. Van deze laatste groep zijn 20 onderwijsgebouwen overgedragen aan schoolbesturen voor primair onderwijs. Van drie onderwijsgebouwen is de gemeente vooralsnog eigenaar en zijn wij in onderhandeling met schoolbesturen over het formeel in gebruik geven of in eigendom overdragen van deze schoolgebouwen.

Wij streven naar sociaal en financieel rendement van ons vastgoed. Uitgangspunt is dat er alleen sprake is van eigendom en/of exploitatie daar waar dat noodzakelijk is voor de uitoefening van een publieke taak. We pakken mogelijkheden om niet essentieel vastgoed van de hand te doen op. De komende jaren volgen nog enkele verkopen welke in het verleden zijn ingezet. Ons vastgoedbezit is wat dat betreft op orde.

Het beheer en de exploitatie van een groot aantal gebouwen is door de gemeente bij een externe partij belegd. Vanaf 2018 is dit ondergebracht bij Sportfondsen. Het groot onderhoud voert de gemeente uit, conform het Beheerplan Gebouwen en het bijbehorende Meerjarig-Onderhoudsprogramma (MJOP). De kosten voor het groot onderhoud worden gedekt door de bestemmingsreserve Gebouwen.

Daar waar sprake is van vervanging onderzoeken we of er mogelijkheden zijn om de producten te verduurzamen. Het verduurzamen van ons vastgoed wordt onderdeel van het MJOP van de gebouwen om zo kapitaalvernietiging te voorkomen en op natuurlijke momenten verduurzaming te kunnen toepassen. Een aantal zaken zijn uitgesteld om investeringen af te kunnen stemmen op het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed.

Paragraaf Financiering

Inleiding

Deze paragraaf beschrijft de uitvoering van de gemeentelijke financieringsfunctie (treasury). Hoofddoel van deze functie is dat er tijdig voldoende geld aanwezig is om aan alle financiële verplichtingen te voldoen.
Met betrekking tot treasury is wet- en regelgeving van toepassing die zowel extern als intern van aard is. De belangrijkste externe wet- en regelgeving omvat:
• Wet Financiering Decentrale Overheden (FiDo)
• Regeling Uitzetting Derivaten Decentrale Overheden (Ruddo)
• Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof)
• Regeling Schatkistbankieren
• Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)
• Gemeentewet (toezichthoudende rol Provincie)
• Financiële-verhoudingswet (toezichthoudende rol Provincie)

De belangrijkste interne regelgeving omvat:
• Treasurystatuut 2020
• Financiële Verordening Gemeente Lansingerland 2017

Treasurybeleid

De gemeente onderscheidt een drietal subdoelstellingen van de treasuryfunctie:
1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities.
2. Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals met name renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s.
3. Het streven, binnen de kaders van wet- en regelgeving en binnen de bepalingen van het Treasurystatuut, naar een optimale financieringsstructuur en beheersing van de daarmee gemoeide kosten.

Om deze doelstellingen te realiseren richt de treasuryfunctie richt zich op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de huidige en toekomstige financiële inkomende en uitgaande geldstromen, financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Binnen de wettelijke kaders is het doel om tegen zo laag mogelijke kosten te financieren.

Daarbij is het van belang om de financiële inkomende en uitgaande geldstromen adequaat te administreren en betrouwbare prognoses te hebben van toekomstige geldstromen. Onze liquiditeitsprognoses worden in beginsel op weekbasis geactualiseerd.

Toegang tot financiële markten

Gezien de kredietwaardigheid van de overheden is, volgens onze geldverstrekkers, het risico verwaarloosbaar dat op enig moment geen geld beschikbaar zou zijn.

Rentevisie

Onze rentevisie houdt in dat wij een inschatting maken van het rentepercentage dat komende jaren moet worden betaald voor nieuw aan te trekken leningen op de kapitaalmarkt. Voorzichtigheidshalve schatten wij deze herfinancieringsrente conservatief in. De herfinancieringsrente is ingeschat op 1,5 procent. Door de instroom van de Eneco-middelen en verwachte positieve liquiditeitsbijdrage vanuit de GREX, is er geen herfinanciering voorzien in de Begroting 2021-2024.

Schatkistbankieren

Gemeenten dienen verplicht eventuele financiële tegoeden, boven een drempelbedrag, aan te houden bij het Ministerie van Financiën, het zogenaamde schatkistbankieren. Het drempelbedrag bedraagt 0,75 procent van het begrotingstotaal. Voor Lansingerland is het drempelbedrag voor 2021 ruim € 1,0 miljoen. Wij maken gebruik van het schatkistbankieren.

Financiële risico's

Rente risico’s

Kasgeldlimiet

Om een grens te stellen aan korte financiering (rentetypische looptijd tot één jaar) is in de Wet FiDo de kasgeldlimiet opgenomen. Het doel van de kasgeldlimiet is het voorkomen dat fluctuaties in korte rente (schulden < 1 jaar) direct een grote impact hebben op de rentelasten in het exploitatiejaar. De kasgeldlimiet voor gemeenten bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. Deze wordt gedefinieerd als alle lasten op de begroting vóór verdeling van de reserves. De hoogte van de kasgeldlimiet is voor 2021 berekend op € 16,9 miljoen (2020: € 12,7 miljoen):

Bedragen x € 1.000
Kasgeldlimiet Begroting Begroting Begroting Begroting
2021 2022 2023 2024
Omvang begroting 2021-2024 198.563 179.859 170.981 163.233
1. Toegestane kasgeldlimiet
     In procenten van de grondslag 8,5% 8,5% 8,5% 8,5%
     In bedragen 16.878 15.288 14.533 13.875
     Renterisico's afgedekt met CAP 0 0 0 0
     Totaal kasgeldlimiet 16.878 15.288 14.533 13.875
2. Omvang vlottende schuld
     Opgenomen gelden < 1 jaar 0 0 0 0
     Schuld in rekening courant 0 0 0 0
     Gestorte gelden door derden < 1 jaar 0 0 0 0
     Overige geldleningen (geen vaste schuld) 0 0 0 0
     Totaal omvang vlottende schuld 0 0 0 0
3. Vlottende middelen
     Contante gelden in kas 77.000 60.000 2.000 13.000
     Tegoeden in rekening courant 0 0 0 0
     Overige uitstaande gelden < 1 jaar 12.000 12.000 12.000 12.000
     Totaal vlottende middelen 89.000 72.000 14.000 25.000
Toets kasgeldlimiet
4. Totaal netto vlottende schuld (2-3) -89.000 -72.000 -14.000 -25.000
Ruimte(+)/Overschrijding(-); (1-4) 105.878 87.288 28.533 38.875

Renterisiconorm

In het kader van de wet FiDo wordt jaarlijks de renterisiconorm vastgesteld. Het doel van het beheersen van de renterisiconorm is spreiding in de aflossing en/ of renteherziening in de leningenportefeuille waardoor mogelijke renterisico’s worden beperkt. Door deze spreiding wordt voorkomen dat op een bepaald moment veel leningen op hetzelfde moment moeten worden afgelost of de rente herzien wordt waardoor sterk afwijkende marktrentes grote gevolgen hebben op de begrotingssaldi.

De renterisiconorm is wettelijk bepaald op 20% van de op 1 januari bestaande omvang van het begrotingstotaal. De hoogte van de renterisiconorm bedraagt voor 2021 € 39,7 miljoen (voor 2020: € 29,9 miljoen):

Bedragen x € 1.000
Renterisico's vaste schuld Begroting Begroting Begroting Begroting
2021 2022 2023 2024
Renterisico's
     Renteherziening op vaste schuld o/g 0 0 0 0
     Renteherziening op vaste schuld u/g 0 0 0 0
1. Saldo renteherziening op vaste schuld 0 0 0 0
2. Aflossingen 18.269 16.198 69.198 12.199
3. Renterisico op vaste schuld (1+2) 18.269 16.198 69.198 12.199
4. Renterisiconorm (4) 39.713 35.972 34.196 32.647
5. Ruimte renterisiconorm
5.a. Ruimte onder renterisiconorm 21.444 19.774 0 20.448
5.b. Overschrijding renterisiconorm 0 0 35.002 0
Berekening renterisiconorm
      Begrotingstotaal 198.563 179.859 170.981 163.233
      Vastgelegd percentage (bij min. regeling) 20% 20% 20% 20%
Renterisiconorm 39.713 35.972 34.196 32.647

Lansingerland overschrijdt in 2023 de renterisiconorm. Bij de provincie wordt een ontheffingsverzoek ingediend. Dit is in voorgaande jaren ook gedaan en daar hebben wij goedkeuring op ontvangen. Omdat Lansingerland weliswaar in 2023 een fors bedrag aan leningen moet aflossen maar op basis van de huidige liquiditeitsprognoses zich niet hoeft te herfinancieren, loopt de gemeente nauwelijks financieel risico. Wanneer herfinanciering aan de orde is, zal bij het afsluiten van nieuwe leningen de renterisiconorm in acht worden genomen.

Kredietrisico

Het kredietrisico is het risico op een waardedaling van een uitstaande vordering ten gevolge van het (tijdig) kunne nakomen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit. De gemeente Lansingerland kent garantieleningen en garantstellingen.

Garantieleningen

De gemeente Lansingerland heeft enkele garantieleningen lopen die in de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw zijn verstrekt aan de woningcorporatie 3B Wonen. Het betreffen leningen waarbij de aflossingen en de rentebetalingen één op één worden doorgezet naar de corporatie en wij als garantsteller fungeren. Ultimo 2020 bedragen deze leningen in totaal € 3,0 miljoen. Het betreffen annuïtaire leningen en deze zijn contractueel geheel afgelost in 2030.         

Garantstellingen en borgstellingen

De gemeente heeft aan verschillende partijen garantstellingen en waarborgen afgegeven. Er zijn achtervangovereenkomsten afgesloten met de stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Deze borgstellingen hebben betrekking op het aantrekken van vaste langlopende leningen door woningstichtingen voor (her)financiering van al bestaande gewaarborgde geldleningen. Ook zijn er garantstelling afgesloten met de Stichting Waarborgfonds Sport (SWS). Aan particulieren zijn gemeentegaranties afgegeven onder de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW). Deze stichting is in 1995 verzelfstandigd onder de naam Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Er komen geen gemeentegaranties meer bij en het totale bedrag aan gewaarborgde geldleningen neemt af met de door particulieren gedane aflossingen.

Voor de WSW, SWS en de particuliere hypotheken is het gemeentelijk aandeel beperkt tot 50%. De garantie inzake de hypotheken van personeel betreffen een tweetal hypotheekleningen afgesloten bij het Hypotheekfonds voor Overheidspersoneel (HvO). Er worden geen nieuwe hypotheekgaranties voor overheidspersoneel meer afgegeven.

Per 31 december 2019 bedraagt het totaal van gewaarborgde geldleningen € 232,5 miljoen:

Bedragen x € 1.000
Waarborgsommen en garantieleningen Primaire zekerheid Secundaire zekerheid Tertiaire zekerheid Oorpronkelijk bedrag restant
31-12-2019
Garantiefonds WSW woningbouwver. WSW gem.(50%) 203.317 181.800
Garantiefonds SWS sportver. SWS gem.(50%) 385 100
Hypotheken particulieren particulier WEW gem.(50%) 3.422 2.200
Hypotheken personeel personeel gem.(100%) - 455 376
Onderwijsinstellingen instelling gem.(100%) - 53.439 46.600
Stichting BOOR 21.239 17.515
Ver. Chr.Voortg.Ondw.Rd 32.200 29.085
Overige instellingen instelling gem.(100%) - 2.454 1.400
Totaal 263.472 232.476

De verwachting is dat in 2021 het totaalbedrag de gewaarborgde leningen rond de € 235 miljoen beweegt.

Liquiditeitsrisico’s

Het liquiditeitsrisico is het risico dat een gemeente over onvoldoende middelen beschikt om aan onze directe verplichtingen te voldoen. In onze liquiditeitsprognose wordt onze geldbehoefte gevolgd en tijdig afgedekt. Gezien de kredietwaardigheid van de overheden is, volgens onze geldverstrekkers, het risico verwaarloosbaar dat op enig moment geen geld beschikbaar zou zijn.

Rentelasten

De totale rentelasten worden op jaarbasis geheel toegerekend aan de taakvelden, de zogenaamde renteomslag. Het volgende renteschema geeft inzicht in de rentelasten externe financiering, de wijze van toerekening en het renteresultaat. De Commissie BBV adviseert vanwege het verlangde inzicht, de eenvoud en transparantie geen bespaarde rente meer toe te rekenen aan eigen vermogen en voorzieningen. Lansingerland volgt dit advies sinds 2016.

Dit voorgeschreven renteschema is voor Lansingerland als volgt:

Bedragen x € 1.000
Schema rentetoerekening 2021
De externe rentelasten over de korte en lange financiering 3.448
De externe rentebaten 79
Saldo externe rentelasten en rentebaten 3.369
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend -1.217
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend 0
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente -1.217
Saldo door te rekenen externe rente 2.152
Rente over eigen vermogen 0
Rente over voorzieningen (die gewaardeerd zijn op contante waarde) 0
Totaal rentetoerekening intern 0
De aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente (renteomslag) 2.152
Boekwaarde vaste activa die integraal zijn gefinancierd per 1 januari 2021 248.000
Berekende omslagrentepercentage 0,71%
Gekozen renteomslagpercentage (mag 0,5% afwijken van berekend) 0,75%
De werkelijk aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag) 1.860
Renteresultaat op het taakveld treasury -292

Externe rentelasten

De rentelasten voor 2021 bedragen naar verwachting € 3,4 miljoen voor langlopende leningen. In 2021 zijn geen kosten voor kortlopende (< 1 jaar) financiering geraamd.
De rentelasten met betrekking tot de leningen van de woningcorporatie worden weer geheel doorbelast aan deze woningcorporatie.

Rente grondexploitatie

In 2021 wordt naar verwachting € 1,2 miljoen rentelasten toegerekend aan de grondexploitaties. Deze toerekeningsmethodiek is dwingend voorgeschreven. Omdat de verwachte boekwaarde van de grondexploitaties 2021 ten opzichte van voorgaand jaar afneemt, daalt ook de financieringsbehoefte en daarmee de verwachte rentelasten. Deze trend zet zich de komende jaren verder voort.

Renteomslagpercentage

Voor 2021 bedraagt het renteomslagpercentage 0,75%. Op basis van dit renteomslagpercentage worden de rentelasten toegerekend aan de verschillende taakvelden.

Financiering

De gemeente voert een veelheid aan activiteiten uit, doet investeringen in bijvoorbeeld riolen en gebouwen en voert grondexploitaties uit. Al deze zaken leiden tot een financieringsbehoefte. Deze financieringsbehoefte is meerjarig. Op basis van deze meerjarige liquiditeitsprognoses stemmen wij onze leningportefeuille op de lange termijn en op de korte termijn af.

Financieringsbehoefte

Op basis van deze programmabegroting is de verwachte financieringsbehoefte voor de komende jaren:

Bedragen x € 1,-
Jaar Bedrag herfinanciering Rentepercentage Rentekosten nieuwe leningen
2021 0 1,50% 0
2022 0 1,50% 0
2023 0 1,50% 0
2024 0 1,50% 0

Leningenportefeuille

Gebaseerd op de afgesloten leningsovereenkomsten dienen de komende jaren de volgende aflossingen plaats te vinden op de langlopende leningen:

Bedragen x € 1.000
Jaar Contractuele aflossingen op langlopende leningen
2021 18.269
2022 16.198
2023 69.198
2024 12.199
Totaal 115.864

In totaal bedragen de aflossingen op langlopende over de jaren 2021-2024 € 115,9 miljoen.

Langlopende leningen 2021 - 2024

Op basis van deze programmabegroting is de verwachting dat er in de periode 2021 – 2024 geen aanvullende financiering plaatsvindt. Het totaalbedrag van de langlopende leningen ultimo boekjaar, bedraagt daarmee:

Bedragen x € 1.000
Jaar Saldo langlopende leningen ultimo boekjaar
2021 138.049
2022 121.851
2023 52.653
2024 40.454

Netto schuldquote en vaste schulden

Netto schuldquote

De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en wordt de ‘netto schuldquote’ genoemd. Deze netto schuldquote bestaat uit de totale schulden ultimo boekjaar gedeeld door de totale baten van de gemeente in datzelfde jaar. De netto schuldquote geeft daarmee een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.

Door de Provincie is als toezichthouder op de financiën van de gemeenten een signaleringswaarde geformuleerd voor de kengetal:

Kengetal Categorie A: minst risicovol Categorie B: neutraal Categorie C: meest risicovol
Netto schuldquote < 90% 90-130% > 130%

In het coalitieakkoord is aangegeven dat ‘de netto schuldquote wordt teruggebracht naar de categorie neutraal (90-130%), waarbij wij ons richten op een percentage van 110%’.

Het effect van de programmabegroting op de netto schuldquotes van onze gemeente voor de komende 11 jaar geeft het volgende beeld:

Bedragen x € 1.000.000
Netto schuldquote Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Begr 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030 Begr 2031
A) Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) 138 122 53 41 28 22 16 11 8 5 3
B) Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7 7
C) Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) 15 15 15 15 15 15 15 15 15 15 15
D) Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
E) Uitzetting < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12
F) Liquide middelen (cf. art. 40 BBV) 77 60 2 13 5 0 0 0 0 0 0
G) Overlopende activa (cf. art. 49 BBV) 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3
Netto schuld ultimo jaar 68 69 58 35 30 29 23 18 15 12 10
H) Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) 182 171 164 157 157 157 157 157 157 157 157
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% 37% 40% 35% 22% 19% 18% 15% 11% 10% 8% 6%

In de volgende grafiek zijn vorenstaande meerjarige netto schuldquotes afgezet tegen de drie categorieën signaleringswaarden:

Door de substantiële instroom van liquide middelen als gevolg van de verkoop van de aandelen in Eneco, heeft de netto schuldquote zich sterk verbeterd. De grafiek laat zien dat de netto schuldquote zich de komende 11 jaren volledig in de categorie “minst risicovol” bevindt. Hiermee is de doelstelling uit het coalitieakkoord om rond de 110% uit te komen ruimschoots behaald. De berekening van de netto schuldquote is berekend op basis van een aantal aannames en op basis van nu bekende ontwikkelingen. Met name het al dan niet realiseren van de grondverkopen en de ‘timing’ van de grondverkopen in de jaren bepaalt in belangrijke mate hoe de schuldquote zich ontwikkelt. Des te verder in de tijd des te groter de onzekerheid is dat deze aannames ook precies zo uitkomen.

Vaste schulden

De onderstaande grafiek toont het verloop van de vaste schulden (conform artikel 46 BBV) in de komende 11 jaar. De grafiek laat zien dat de vaste schulden naar verwachting afnemen tot nihil in 2029 bij de huidige investeringsniveaus. De verwachting is wel dat de investeringen over circa 10 jaar zullen toenemen wanneer de huidige Vinex wijken gerenoveerd worden.

EMU-saldo

Nederland maakt deel uit van de Europese Monetaire Unie. Voor landen die deelnemen aan de Europese Monetaire Unie gelden Europese begrotingsvoorschriften waaronder de zogenaamde EMU-normen. De EMU-normen stellen een grens aan het nationale begrotingstekort van 3% van het bruto binnenlands product (BBP) en de overheidsschuld mag niet meer dan 60% van het BBP bedragen. In Nederland zijn de Europese afspraken over de begrotingsdiscipline opgenomen in de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof). Er kunnen sancties worden opgelegd bij van overschrijding van de tekortnorm.

De BBV schrijft voor dat de gemeente het EMU-saldo van het voorgaande jaar, het actuele begrotingsjaar en drie daaropvolgende jaren opneemt in de begroting.

De EMU-saldi van Lansingerland op basis van deze begroting zijn als volgt:

Bedragen x € 1.000
2020 2021 2022 2023 2024
Omschrijving Actuele begroting Actuele begroting Meerjarenraming Meerjarenraming Meerjarenraming
1 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) 127.633 -10.438 -8.080 -6.263 -5.874
2 Mutatie (im)materiële vaste activa 11.756 12.571 3.730 -2.591 -8.847
3 Mutatie voorzieningen 1.180 809 967 919 3.085
4 Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) -23.970 -28.975 -10.031 -14.002 -16.388
5 Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa 0 0 0 0 0
Berekend EMU-Saldo 141.027 6.774 -812 11.249 22.446

De Begroting 2021 heeft een positief EMU–saldo van € 6,8 miljoen en draagt daarmee positief bij aan de gezamenlijke Nederlandse tekortnorm.

Paragraaf Bedrijfsvoering

Inleiding

Om de ambities van Lansingerland te realiseren zijn ondersteunde processen van belang. Binnen onze bedrijfsvoering komen verschillende aspecten aan de orde.
Onze kernwaarden zijn daarbij: duidelijk, daadkracht en dienstbaar. Medewerkers van bedrijfsvoering adviseren op basis van integrale afwegingen. In deze paragraaf geven we per bedrijfsvoeringsonderdeel inzicht in de ontwikkelingen voor 2021 en verder.

Personeel en Organisatie

Coördinatie op- en ondersteuning van de in 2019 ingezette concernbrede organisatieontwikkeling is ook in 2021 en de jaren erna één van de belangrijkste taken. Elk jaar, en dus ook in 2021 ontwikkelen we nieuwe initiatieven ter ondersteuning van de organisatieontwikkeling.

De gemeentelijke organisatie heeft conform planning de ingezette ontwikkeling - om een toekomstbestendige organisatie te zijn en te blijven – in 2020 voortgezet onder begeleiding van de bureaus Haagse beek en LCT voor respectievelijk teaminrichting & functiewaardering en teamontwikkeling (soft skills). Dit traject ronden we in 2020 af.

De coronacrisis heeft voor een vertraging gezorgd bij de doorontwikkeling van het Management Development traject. De aanbesteding gaat eind 2020 van start zodat het programma in 2021 alsnog kan starten. Lopende het MD traject kijken we naar welke behoefte er bestaat voor andere ondersteunende programma’s op het gebied van aanpassing van houding en gedrag, aantrekkelijk werkgeverschap, sturing op realisatie van opgaven en ruimte voor (talent)ontwikkeling. Dit laatste gebeurt door een heroriëntatie op de Lansingerland Academie (eLearning).

In 2021 realiseren we een methodiek voor Strategische Personeelsplanning (SPP). Hierbij verbinden we op een systematische wijze dat wat nodig is voor de organisatie en met wie aanwezig is in de organisatie. We kijken hierbij naar de korte, middellange en lange termijn (1 – 3 – 5 jaar). Tussen “nodig” en “beschikbaar” bestaat vrijwel altijd frictie. Met deze methodiek zijn wij in staat om adequaat te interveniëren op deze gap. Voor de ontwikkeling van SPP zetten we de komende drie jaar ook een adviseur HR data analyse in.

Door middel van de toegekende middelen voor de jaren 2019, 2020 en 2021 (€ 200.000 per jaar) zijn er financiële middelen beschikbaar om deze ontwikkeling te ondersteunen.

We continueren de begeleiding van managers en medewerkers bij complexe ziektegevallen. Dit doen we uiteraard ook voor kortdurend (frequent) verzuim en vroegtijdige signalering en preventie van overbelasting. Bovendien is en blijft vitaliteit en inzetbaarheid van medewerkers een belangrijk onderwerp van gesprek in de functionering- en beoordelingssystematiek. In 2021 besteden we de dienstverlening voor arbo, in de breedste zin van het woord, aan. We doen dit op basis van een nog op te stellen visie op arbo, verzuim en re-integratie.

Lansingerland is een middelgrote gemeente die -als gevolg van geografische ligging en potentie- een bovengemiddelde ambitie en ontwikkelmogelijkheden kent. Met een aantrekkende arbeidsmarkt in een sterk concurrerende omgeving moeten we alle zeilen bijzetten om ‘aantrekkelijk’ te zijn en blijven als werkgever. Ervaren, maar ook jonge professionals vertrekken en laten vacatures achter die de organisatie kwetsbaar maken. Dit maakt het noodzakelijk om te intensiveren op werving en selectie.

In 2020 hebben we besloten recruitment verder te professionaliseren en de ondersteuning van werving en selectie activiteiten te centraliseren. Dit heeft gezorgd voor een impuls in kwaliteit en kwantiteit. We zetten deze pilot nog tenminste twee jaar door. Als gevolg van de coronacrisis bekijken we in 2021 of dit recruitment team (deels) moet transformeren tot een mobiliteitsbureau om de mogelijke gevolgen van de crisis te helpen opvangen. Naast deze investering voor het in dienst nemen van vaste medewerkers zijn we in 2020 gestart met een aanbesteding voor het reguleren van de externe inhuur.

Door middel van het realiseren van een inhuurloket richten we vanaf Q2 2021 onze externe inhuur zodanig in dat we voldoen aan alle eisen en wensen op het gebied van recht- en doelmatigheid. Het recruitmentteam speelt ook hierbij een verbindende rol naar de organisatie en ontzorgt hiermee het management.

Intensivering van proactief, integraal en het werken vanuit maatschappelijke opgaven, betekent ook iets voor de ontwikkeling van functies en medewerkers van O&HRM. Eind 2020 is het team naar de eisen van deze tijd ingericht en heeft businesspartnerschap een prominente plek. Alle medewerkers doorlopen de komende jaren een opleidings- en ontwikkelingstraject.

Na een intensieve voorbereiding in 2020, gaat in 2021 de aanbesteding van een nieuw salaris- en personeelsinformatie-systeem van start. Dit gaat gepaard met een verdere verbetering en digitalisering van P&O werkprocessen en met de intensivering van medewerkers- en management selfservice (eHRM). Implementatie is gereed op 1 januari 2022.

Financiën en planning & control

In 2021 starten we de planning & control cyclus voor de nieuwe begroting met een kaderbrief. Gezien de bijzondere omstandigheden van de coronacrisis in het voorjaar van 2020 hebben we geen kaderbrief voor de Begroting 2021-2024 opgesteld. De situatie was toen nog ongewis, met nog geen perspectief op de effecten van de coronacrisis op de samenleving, laat staan dat er duidelijkheid bestond over de financiële consequenties daarvan. Voor 2021 houden we vast aan de periodieke budgetreviews en ‘in control’-gesprekken met de teammanagers/domeindirecteuren. Die bieden, zeker in deze onzekere tijd, goede aanknopingspunten voor de budgetbeheersing en om tijdig te interveniëren als de (financiële) situatie daar aanleiding toe geeft.

We voeren steeds een actief liquiditeitsbeheer, waarbij onze huidige schuldpositie continue aandacht krijgt. Met de bestuursopdracht ‘Herziening financieringsstructuur’ hopen wij tot voorstellen te komen die verlaging van de schuldquote tot gevolg hebben. Bij de kaderbrief in het voorjaar van 2021 geven we daar meer duidelijkheid over.

Audit en AO/IC

Een deugdelijke administratieve organisatie en interne controle zijn belangrijke randvoorwaarden om betrouwbare cijfers te rapporteren en rechtmatig te handelen. Door middel van audits stellen we periodiek vast of interne procedures en afspraken zijn nageleefd en de te rapporteren cijfers betrouwbaar zijn. Het gaat daarbij niet alleen om financiële cijfers maar ook niet-financiële cijfers, zoals indicatoren en kengetallen. Door middel van onderzoeken en benchmarking vergelijken we onze gemeente met andere gemeenten en formuleren we waar nodig acties en voeren deze uit. We voeren een doelmatigheidsonderzoek ex artikel 213a van de Gemeentewet uit en verstrekken een afschrift van de onderzoeksresultaten en de actiepunten naar aanleiding van het onderzoek aan de gemeenteraad.

Vanaf het begrotingsjaar 2021 treedt een wijziging op in de manier waarop de gemeente verantwoording aflegt over de rechtmatigheid. Waar tot en met 2020 de externe accountant een oordeel geeft over de rechtmatigheid, legt met ingang van de jaarstukken 2021 het college zelf expliciet verantwoording af over de rechtmatigheid. Deze verantwoording komt tot uitdrukking in de jaarstukken. Ook het accent van de controle verschuift daarmee meer naar intern. De accountant geeft wel een oordeel af bij de verantwoording die het college aflegt in de jaarstukken (geeft die verantwoording een juist beeld over de rechtmatige tot standkoming van de baten en lasten in de jaarstukken). In 2020/2021 bereiden we ons voor op deze ontwikkeling door te inventariseren welke aanvullende (controle)maatregelen nog nodig zijn om te voldoen aan de gewijzigde regels.

Informatievoorziening en automatisering

Informatievoorziening en ICT zijn absolute randvoorwaarden voor het goed functioneren van de gemeente Lansingerland. Wij voeren onze (wettelijke) taken uit met behulp van een groot aantal systemen. Door blijvend te investeren in ICT (vernieuwen/vervangen) blijft de kwaliteit, veiligheid en continuïteit van ICT op het gewenste en nodige niveau.

Informatievoorziening is hierin cruciaal; met informatie (data) voeren wij onze dienstverlening uit, nemen we besluiten en maken we beleid. Dat laatste gebeurt in toenemende mate. Datagestuurd werken betekent gebruik maken van de mogelijkheden die slim gebruik en hergebruik van data (BI) biedt. Bijvoorbeeld efficiënter te werken, beter in control te zijn en het ontwikkelen van nieuwe digitale diensten. Kortom, innovatieve toepassingen in de volle breedte.

In 2021 werken wij, op basis van de in 2020 vastgestelde visie op informatievoorziening en ICT, aan de verdere invulling van de IV-organisatie. Hierin krijgt informatiemanagement, informatie advies en projectportfoliomanagement een prominente rol. Hetzelfde geldt voor BI (Business Intelligence).

De IV-organisatie ondersteunt de gemeente in het toepassen van informatievoorziening door de vertaling te maken van de ontwikkelingen binnen en buiten de organisatie naar (nieuwe) oplossingen.

In 2021 zetten wij stappen om Geo-informatievoorziening op de ‘kaart’ te zetten. Geo-informatie biedt veel mogelijkheden in werk- en beleidsprocessen en dienstverlening aan de inwoners en bedrijven. Ook hiervoor hebben wij in 2020 een visie ontwikkeld en vastgesteld. Deze visie vormt de basis voor de vervanging van de applicaties in het Geo-domein.

Medio 2021 sluiten wij aan op het Digitaal Stelsel Omgevingsgwet (DSO) in het kader van de nieuwe Omgevingswet. Deze wet gaat in op 1 januari 2022.

Juridische zaken

In 2020 is onder begeleiding van de bureaus Haagse beek en LCT voor respectievelijk teaminrichting & functiewaardering en teamontwikkeling (soft skills) een ontwikkeling ingezet om de juridische dienstverlening binnen Lansingerland toekomstigbestendig te maken. De Quick Scan voor de juridische functie in de organisatie uit 2019 is meegenomen in deze ontwikkeling. Dit betekent onder meer aandacht voor juridische escalatie en control, grip op algemene juridische advisering en dienstverlening, beter inzicht en onderhoud van algehele en specifieke juridische kennis concern breed. Dit traject ronden we af in 2020.

Taken op het gebied van informatieveiligheid en privacy voeren we conform jaarplannen uit. De klachtencoördinator heeft activiteiten ter verbetering van de concern brede dienstverlening geïntensiveerd en dit zetten we in 2021 verder door.

Ambtelijk horen binnen de context van bezwaarprocedures is de afgelopen jaren met succes ingevoerd. In 2021 professionaliseren we de bezwaarprocedures verder door in te zetten op de door ontwikkeling van de standaarddocumentatie, met oog voor maatwerk waar nodig.

Juridische Zaken schrijft sinds 2019 één jaarverslag waarin alle aandachtsgebieden op een toegankelijke, eenduidige en aansprekende manier worden aangeboden. Deze lijn zetten we voor 2020 en 2021 door.

Dienstverlening

De publieke dienstverlening van de gemeente Lansingerland staat oog in oog met ingrijpende veranderingen. Naast het nieuwe werken is de toenemende digitalisering één van de belangrijkste andere veranderingen: deze daagt ons uit om onze dienstverlening anders in te richten en om de menselijke factor -die altijd nodig blijft- naar een hoger plan te tillen. Het face-to-face contact met klanten wordt minder, maar de complexiteit neemt toe. En dat vereist -meer dan ooit tevoren- hostmanship en vakmanschap. Het optimaliseren van de publieke dienstverlening kunnen we alleen bereiken wanneer de belofte die de gemeente Lansingerland doet richting haar inwoners ook werkelijk wordt waargemaakt door onze professionals. Hiervoor hebben we vakmanschap nodig, werken we samen met onze interne en externe partners, hebben we regelvrijheid en nemen we verantwoordelijkheid.

Een veranderende samenleving vereist een gemeentelijke organisatie die daarop inspeelt. Eén van onze speerpunten daarbij is een goede informatievoorziening en een goede informatiestructuur waardoor de gemeente Lansingerland de dienstverlening aan inwoners en bedrijven kan optimaliseren. Dit maakt flexibele dienstverlening mogelijk: inwoners kunnen digitaal veel zelf regelen, we zijn 24 uur per dag en 7 dagen in de week, vanaf elk gewenst apparaat en vanaf elke locatie bereikbaar. Maar niet iedere inwoner is zo digitaal ingesteld. Ook voor hen blijven we bereikbaar. Het gemeentehuis blijft open met een persoonlijke ontvangst en de balies blijven open. We richten ons dienstverleningsproces zo in dat de afhandeltijd zo kort mogelijk is en dat de inwoner áltijd bij ons terecht kan met vragen of opmerkingen. We denken van buiten naar binnen en zetten daarbij de inwoner en ondernemer centraal. De inwoner komt steeds meer centraal te staan en gemeenten krijgen veel meer en veel vaker een regisserende of faciliterende dan een uitvoerende rol. We werken aan het optimaliseren van de dienstverlening waarbij we luisteren naar wat de samenleving van Lansingerland van ons nodig heeft. Onze dienstverlening is digitaal waar mogelijk, persoonlijk waar nodig.

Inkoop

Op het gebied van inkoop hebben we als hoofddoelstellingen: blijven voldoen aan de rechtmatigheidseisen, inkopen tegen de meest optimale (integrale) prijs-kwaliteit verhouding en het optimaal functioneren van de inkoopfunctie in de organisatie.

In 2020 zijn we bezig met het herzien van de juridische inkoopfunctie. Waar we tot nu toe uitgaan van een decentraal gecoördineerd model, zijn we in gesprek met de de domeinen in hoeverre dit past bij de ondersteuning die zij op aanbestedingstrajecten nodig hebben. Op basis van deze evaluatie passen we in 2021 daar waar nodig het inkoop- en aanbestedingsmodel aan.

Communicatie

Communicatie verbindt de organisatie met de samenleving. De gemeente Lansingerland bouwt samen met inwoners, ondernemers en partners aan een krachtige samenleving. De focus van de organisatie ligt buiten het gemeentehuis. Ambtenaren helpen het bestuur van de gemeente met de ontwikkeling van de gemeenschap. Daarom staan zij midden in de samenleving, en niet daarbuiten. Ze kennen de samenleving, weten bij wie welke belangen en behoeften spelen en verbinden die aan bestuurlijke processen en besluitvorming door het college. Daarvoor brengen zij belangen bij elkaar en zorgen dat het bestuur goede besluiten neemt. De rol van de overheid verandert: steeds vaker spelen we een rol sámen met anderen. Dit maakt dat het belang van kwalitatieve verantwoording toeneemt: dat wat mensen vinden, zeggen, menen over dat wat de overheid in hun leven betekent. Hiervoor is nodig dat de gemeente op alle momenten in het beleidsproces in verbinding is met de samenleving. Communicatie helpt bij het maken van deze verbinding. Op basis van monitoring weten we wat er speelt in de samenleving en passen we onze communicatieaanpak aan. Onze middelen zijn afhankelijk van de doelgroep zowel offline als online. Met aandacht voor duidelijke taal.

Privacy en informatiebeveiliging

De inwerkingtreding van de AVG, het rekenkameronderzoek, de diverse audits op informatiebeveiliging en onze ervaringen maken continu duidelijk dat informatiebeveiliging en privacy continu aandacht nodig hebben. Voor beide onderdelen hebben we, net als voor 2020, een jaarplan opgesteld.

Het informatiebeveiligingsplan 2021 baseerden we op uitkomsten van audits, trends en ontwikkelingen zoals meldingen en incidenten, het Cybersecurity Beeld Nederland, input vanuit de Informatiebeveiligingsdienst en onze eigen uitgevoerde analyses. In 2020 actualiseerden we ons beleid rondom informatiebeveiliging aan de hand van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid. Met de implementatie van TOP-werken is het niveau van de technische kant van informatiebeveiliging stevig toegenomen. Onze systemen zorgen voor een eerste verdedigingslinie. Wel is het daarbij zaak om gedurende het jaar vinger aan de pols te houden of de genomen maatregelen ook werken en of informatie over (mogelijke) beveiligingsincidenten voldoende opvolging krijgen. In 2021 maken we deze slag en ronden we de implementatie van een ‘Governance’-tool voor informatiebeveiliging af. Doel is eind 2021 een zelfstandige P&C-cyclus (PDCA-cyclus) te realiseren rondom de informatiebeveiliging.

Ook in 2021 besteden we uitgebreid aandacht aan bewustwording van medewerkers. Dit pakken we in samenhang met privacy op. De huidige nieuwe manier van werken, waarbij men volledig of deels elders werkt, vereist dat medewerkers zich bewust zijn van de risico’s omtrent informatiebeveiliging en privacy.

In 2019 en 2020 voerden we voor de meest risicovolle processen Privacy Impact Assessments (PIA’s) uit (WMO, Jeugd en Veiligheid). Het opstellen van deze PIA’s leidt vervolgens tot organisatorische en technische maatregelen die we treffen om persoonsgegevens voldoende te beschermen. In 2021 toetsen we of deze maatregelen voldoende zijn getroffen.

Voor het jaarverslag van de FG 2019 inventariseerden we in 2020 in welke mate we momenteel voldoen aan de AVG. Hieruit komen nog diverse onderdelen naar voren waar het beter moet. Vooral op het vlak van het aantoonbaar en systematisch in control zijn op privacy (controles, vastlegging, verantwoording en rapportage). Deze analyse vormde de input voor het jaarplan 2021. Net als voor de informatiebeveiliging geldt dat we eind 2021 een zelfstandige P&C-cyclus realiseren rondom de Privacy/AVG-compliance.

Paragraaf Verbonden partijen

Inleiding

Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Van een financieel belang is sprake indien de gemeente risico loopt met aan deze partijen beschikbaar gestelde middelen of als de gemeente aangesproken kan worden als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Van bestuurlijk belang is sprake als de gemeente zeggenschap heeft, vanwege vertegenwoordiging in het bestuur of vanwege het hebben van stemrecht. Als gemeente kunnen wij door toenemende uitbreiding en complexiteit niet al onze taken meer zelfstandig uitvoeren. Samenwerking met andere partners, waaronder andere overheden, kan dan een oplossing bieden. Iedere afzonderlijke situatie vraagt om een specifieke afweging en een politieke keuze.

De ‘Nota verbonden partijen 2016 – 2020’ (Corsa-nummer T16.02321) geeft een beeld van onze visie op en beleidsvoornemens voor verbonden partijen. De nota is aangevuld met een addendum (T17.01105) op het uitvoeringsdocument met de omschrijving van de rollen van de burgemeester, wethouders, en de afgevaardigde raadsleden. De nota geeft inzicht in het (wettelijk) kader en geeft het afwegingskader een handvat voor het toe- en uittreden bij verbonden partijen. De nota gaat ook in op de vertegenwoordiging in verbonden partijen. Daarnaast besteedt de nota aandacht aan de spelregels voor governance en het uitvoeren van risicomanagement met de bestaande (wettelijke) instrumenten van informatievoorziening en aanvullende mogelijkheden om bij te dragen aan de kaderstellende, toezichthoudende en controlerende rol van de raad. Eind 2020 krijgt de nota een update. Elk jaar bespreekt de raad in een speciale raadsvergadering de factsheets van verbonden partijen tegelijkertijd met de zienswijzen op de begrotingen van verbonden partijen. De factsheets zijn voorzien van een bestuurlijke en financiële risicoanalyse.

Overzicht

In onderstaand overzicht staat de meest essentiële financiële informatie van de verbonden partijen. In de latere tabellen staat per verbonden partij de informatie die op grond van artikel 15 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplicht is inclusief bij welk programma uit de begroting het hoort en op welke wijze de verbonden partij bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling van het programma. Daarnaast schrijft artikel 15 BBV voor dat de lijst van verbonden partijen, wordt onderverdeeld in:

1. gemeenschappelijke regelingen;

2. vennootschappen en coöperaties;

3. stichtingen en verenigingen;

4. overige verbonden partijen.

De uitgebreidere informatie per verbonden partij is in de zogenaamde factsheets opgenomen. Deze zijn 18 juni 2020 door de raad vastgesteld (T20.05773). Op de website van Lansingerland staat, conform artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr), het register Verbonden Partijen.

Eneco staat niet meer vermeld op de lijst met verbonden partijen. De gemeente Lansingerland heeft zich in 2017 bezonnen op het toekomstig aandeelhouderschap van Eneco Groep N.V. Daartoe is in 2017 een traject doorlopen, gezamenlijk met alle aandeelhouders van Eneco, om hier op een zorgvuldige wijze naar te kijken. In dit proces is de raad intensief betrokken. Uitkomst is dat Lansingerland constateert dat het aandeelhouderschap in Eneco niet noodzakelijk is om publieke belangen te realiseren of te borgen. Mede om die reden heeft Lansingerland op 31 oktober 2017 besloten om het aandelenbelang in Eneco af te bouwen. De verkoop van de aandelen in Eneco is in boekjaar 2020 gefinaliseerd. Vanaf de begroting 2021 is Eneco dus niet langer te kwalificeren als een verbonden partij. Verkoop van het aandelenbelang heeft onder meer een direct effect op de omvang van het jaarlijkse geprognotiseerde dividend van Eneco, welke is komen te vervallen.

Gemeenschappelijke regelingen Programma Bijdrage 2019 Begroot 2020 Begroot 2021
Bedrijvenschap Hoefweg 6. Lansingerland Ontwikkelt Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing
Bleizo 6. Lansingerland Ontwikkelt Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing
DCMR Milieudienst Rijnmond 6. Lansingerland Ontwikkelt 1.470.464 1.506.115 1.529.062
Jeugdhulp Rijnmond 4. Maatschappelijke ondersteuning 8.860.955 8.699.536 9.521.757
MRDH (Metropoolregio Rotterdam-Den Haag) 6. Lansingerland Ontwikkelt 157.829 165.134 169.717
Openbare Gezondheidszorg Rotterdam-Rijnmond 4. Maatschappelijke ondersteuning 434.540 451.714 471.544
Recreatieschap Rottemeren 3. Sport, cultuur en onderwijs 191.497 196.400 198.600
Schadevergoedingsschap HSL-Zuid 6. Lansingerland Ontwikkelt Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing
SVHW (Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffingen en Waardebepaling) 8. Algemene dekkingsmiddelen 498.000 491.000 521.000
Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond 2. Openbare orde en veiligheid 3.317.186 waarvan: 3.290.750 basiszorg 26.436 individuele taken en bijdragen 3.643.559 waarvan: 3.617.559 basiszorg 26.000 individuele taken en bijdragen 3.732.532 waarvan: 3.706.532 basiszorg 26.000 individuele taken en bijdragen
Vennootschappen en coöperaties Programma Dividend 2019 Begroot 2020 Begroot 2021
Dunea (vh Duinwater-bedrijf Zuid-Holland) 8. Algemene dekkingsmiddelen Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing
Stedin Holding N.V. 8. Algemene dekkingsmiddelen 1,6 mln. 1,7 mln. 0,5 mln.
Vennootschappen en coöperaties Programma Bijdrage 2019 Begroot 2020 Begroot 2021
Parkmanagement Bedrijvenpark Oudeland (PMBO) 6. Lansingerland Ontwikkelt 56.737 en 21.689 incidenteel 57.000 57.000
Vennootschappen en coöperaties Programma Bijdrage 2019 Begroot 2020 Begroot 2021
BNG (Bank Nederlandse Gemeenten) 8. Algemene dekkingsmiddelen Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing

Bedrijvenschap Hoefweg

Naam verbonden partij Bedrijvenschap Hoefweg
Vestigingsplaats Bleiswijk
Deelnemende partijen Gemeente Zoetermeer en Gemeente Lansingerland
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) Ontwikkeling van het bedrijventerrein Hoefweg (Hoefweg Noord) voor vestigingsmogelijkheden voor bedrijven. Met de ontwikkeling van dit gebied wil de gemeente een gunstig economisch klimaat en daarmee indirect een interessant werk - en woongebied creëren voor de inwoners. Een deel van de gronden van Bedrijvenschap Hoefweg maakt onderdeel uit van de bestuurlijke opdracht Bleizo-West om te komen tot een ontwikkelperspectief. De uitkomst van deze bestuurlijk opdracht heeft invloed op deze gemeenschappelijke regeling.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Geen structurele bijdrage aan of van het Bedrijvenschap. Art. 24 en 25 van de GR: de gemeente levert een financiële bijdrage aan het startkapitaal, de gemeenten zorgen voor voldoende middelen zodat de GR aan verplichtingen aan derden kan voldoen. De inbreng en risicoverdeling is op 50%- 50% voor elke gemeente vastgesteld. De GR neemt voor 30% deel aan de CV Prisma en voor 31% in de BV Prisma.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: Jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 6,3,mln. Per 31-12-2019: € 9,4 mln.
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: Jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 49,2 mln. Per 31-12-2019: € 40,2 mln.
Financieel resultaat 2019 (Uit: jaarrekening 2019) € 3,1 mln.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2020 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Geen. Het financiële belang blijft gelijk.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? De gemeenten Lansingerland en Zoetermeer nemen beiden voor 50% deel in deze gemeenschappelijke regeling. De grondexploitatie van Bedrijvenschap Hoefweg per 1-1-2020 is positief: € 12,9 mln. Netto Contante Waarde (NCW). Bedrijvenschap Hoefweg heeft een risicoprofiel van ca. € 1,9 mln. De risico’s betreffen de renteontwikkeling en grondprijsontwikkeling. In Lansingerland is in de Jaarrekening 2019 bij de berekening van het benodigd weerstandsvermogen geen rekening gehouden met risico’s voor Bedrijvenschap Hoefweg. De grondexploitatie Hoefweg bevat nog voldoende weerstandscapaciteit om de risico’s zelf op te vangen.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Nagenoeg alle resterende gronden van Bedrijvenschap Hoefweg zijn onderdeel van de bestuurlijke opdracht Bleizo-West om te komen tot een ontwikkelperspectief. De uitgifte van deze gronden hangt samen met de uitkomst van het ontwikkelperspectief. In dat kader wordt ook gekeken of de gronden uit het onderzoeksgebied samengebracht kunnen worden met de gronden van GR Bleizo. Dit ook in lijn met amendement A2020-08 over het zo spoedig mogelijk afbouwen en opheffen van de Bedrijvenschap Hoefweg. De opheffing van de CV/BV Prisma is voorzien voor 2020 met uitloop tot 2021. Vanwege contractuele verplichtingen moet eerst de CV/BV Prisma opgeheven worden alvorens Bedrijvenschap Hoefweg opgegeven kan worden.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Financiële analyse: Laag Bestuurlijke analyse: Laag De grondexploitatie van Bedrijvenschap Hoefweg loopt tot 2026. De verwachting is dat Bedrijvenschap Hoefweg eerder opgeheven gaat worden. In deze periode is bijsturing nog goed mogelijk. Bestuurlijk hebben we (indirecte) invloed.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? De ontwikkeling van het bedrijventerrein Hoefweg stimuleert de vestigingsmogelijkheden voor bedrijven en een gunstig economisch klimaat.

BLEIZO

Naam verbonden partij BLEIZO
Vestigingsplaats Bleiswijk
Deelnemende partijen Gemeente Zoetermeer en Gemeente Lansingerland
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) Het doel van deze GR is het ontwikkelen van het gebied rondom het OV knooppunt Bleizo (station Lansingerland-Zoetermeer), gericht op het realiseren van een nieuw economisch knooppunt met een eigen identiteit. Met de ontwikkeling van een OV-knooppunt en het gebied daarom heen wil de gemeente een gunstig economisch klimaat en een interessant werk- en woongebied creëren voor de inwoners. De resterende gronden van GR Bleizo zijn onderdeel van het gebied van de bestuurlijke opdracht Bleizo-West om te komen tot een ontwikkelperspectief. De uitkomst van deze bestuurlijk opdracht gaat invloed hebben op deze gemeenschappelijke regeling.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) (art. 32 GR Bleizo) Beide gemeenten staan ervoor in dat de GR Bleizo altijd over voldoende middelen beschikt om verplichtingen aan derden te voldoen. De inbreng en risicoverdeling is op 50%- 50% voor elke gemeente vastgesteld.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: Jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: - € 2,4 mln. Per 31-12-2019: € 1,5 mln.
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: Jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 68,2 mln. Per 31-12-2019: € 79,0 mln.
Financieel resultaat 2019 (Uit: jaarrekening 2019) € 3,9 mln.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2020 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Het financiële belang van Lansingerland blijft ongewijzigd.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? De gemeenten Lansingerland en Zoetermeer nemen beiden voor 50% deel in deze gemeenschappelijke regeling. De grondexploitatie van GR Bleizo per 1-1-2020 is positief € 10,3 mln. Netto Contante Waarde (NCW). Bleizo heeft een risicoprofiel, waarbij ook rekening wordt gehouden met kansen, van ca. € 2,0 mln. De risico’s betreffen de rentelasten en de indexering. In Lansingerland is in de Jaarrekening 2019 bij de berekening van het benodigd weerstandsvermogen geen rekening gehouden met risico’s voor GR Bleizo. De grondexploitatie Bleizo bevat nog voldoende weerstandscapaciteit om de risico’s zelf op te vangen.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Alle resterende gronden van GR Bleizo zijn onderdeel van het gebied voor de bestuurlijke opdracht Bleizo-West om te komen tot een ontwikkelperspectief. De uitkomst van deze opdracht is van invloed op deze gemeenschappelijke regeling.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Financiële analyse: Gemiddeld Bestuurlijke analyse: Laag De GR Bleizo kent nog een behoorlijke looptijd. Ondanks dat de belangen aanzienlijk zijn, maakt dit dat bijsturing mogelijk is. Bestuurlijk hebben we (indirecte) invloed.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? De realisatie van vervoersknooppunt Bleizo (station Lansingerland-Zoetermeer) en de ontwikkeling van het gebied rondom het knooppunt dragen bij aan de ontwikkeling van Lansingerland als gemeente waarin aantrekkelijk en op duurzame wijze kan worden gewerkt en gewoond.

DCMR Milieudienst Rijnmond

Naam verbonden partij DCMR Milieudienst Rijnmond
Vestigingsplaats Schiedam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) Uitvoeren van de Wet Milieubeheer (Wm), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Wet bodembescherming (Wbb) en de asbesttaken op grond van het Bouwbesluit voor de Gemeente Lansingerland en advisering op het gebied van milieu en ruimtelijke ordening. Het publieke belang is het bereiken van een goed leefmilieu voor burgers en bedrijven.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) 2021: € 1.529.062 2020: € 1.506.115
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: Jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 5.681.000 Per 31-12-2019: € 4.567.000
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: Jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 9.669.000 Per 31-12-2019: € 10.224.000
Financieel resultaat 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Het financieel resultaat over 2019 na bestemming bedraagt € 1.446.000.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2020 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Er zijn geen veranderingen in het financiële belang wat Lansingerland heeft in de verbonden partij. De jaarlijkse indexering voor alle GR-en, vastgesteld door de “Werkgroep verbetering financiële sturing gemeenschappelijke regelingen” (ingesteld door de Kring van Gemeentesecretarissen Rotterdam-Rijnmond) bedraagt voor 2021: 1,4%.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? De benoemde risico's uit 2019, die samenhingen met het op orde krijgen van de bedrijfsvoeringssystemen, lijken nu beheersbaar. De nu begrote en vanuit de eigen exploitatie van de DCMR gedekte bedragen zijn zo realistisch mogelijk geraamd. De participanten krijgen zowel ambtelijk als bestuurlijk per kwartaal een gedetailleerde update, wat de sturingsmogelijkheden vergroot.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Vanwege de toegenomen werkzaamheden voor Lansingerland (o.a. groter bedrijvenbestand gekregen de afgelopen jaren) en enkele nieuwe taken (o.a. asbestgerelateerde werkzaamheden), verhoogden we in 2019 het budget structureel. De uitbreidingen van bedrijventerreinen zorgt echter tijdelijk voor een substantieel hoger aantal milieuvergunningplichtige bedrijven en de hierbij behorende bouwwerkzaamheden vergroten het aantal geluidsklachten flink. In 2021 drukt de afhandeling hiervan relatief zwaar op het werkprogramma, maar de verwachting is dat dit over enkele jaren weer afvlakt en we op termijn voldoende dekking hebben voor de uit te voeren werkzaamheden. Er bestaat een klein risico dat we eenmalige een extra bijdrage moeten leveren vanwege voornoemde werkzaamheden. De overdracht van de Bodemtaken van de Provincie naar de gemeente kan financiële consequenties hebben. Onduidelijk is vooralsnog hoeveel middelen vanuit het Rijk voor de uitvoering van deze taak beschikbaar worden gesteld.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Het financiële risico is gemiddeld. Dit heeft te maken met het feit dat in de Gemeenschappelijke Regeling een garantstelling voor de deelnemende gemeenten is opgenomen. Lansingerland heeft een belang van 2,5% in de DCMR en kan hiermee samen met de overige participanten invloed uitoefenen op de (financiële) bedrijfsvoering. Daarnaast hebben we invloed op het financieel bijsturen van de bijdrage die wij betalen voor de uitvoering van het werkplan. Hier is het risico gemiddeld tot hoog vanwege de toegenomen werkzaamheden door uitbreiding van het bedrijvenbestand. Het bestuurlijke (inhoudelijke) risico is laag, omdat de belangen van DCMR hetzelfde zijn als onze belangen, en er duidelijke afspraken met de DCMR zijn gemaakt die we regelmatig monitoren.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? De DCMR Milieudienst Rijnmond levert met inzet van wettelijke instrumenten en vanuit zijn specifieke deskundigheid een bijdrage aan het verlagen van de milieubelasting van bedrijven en aan het verhogen van de milieukwaliteit en veiligheid in het Rijnmondgebied. Hiermee draagt het bij aan de ontwikkeling van Lansingerland als gemeente waarin aantrekkelijk kan worden gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Daarnaast intensiveren we de samenwerking op het gebied van duurzaamheid, een eerste verkenning hiervoor op de thema’s circulaire economie en energietransitie is in 2020 gestart.

Jeugdhulp Rijnmond

Naam verbonden partij Jeugdhulp Rotterdam
Vestigingsplaats Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) 1. Uitvoering geven aan de (wettelijke verplichtingen tot) regionale samenwerking in het kader van de Jeugdwet en in het kader van Veilig Thuis, jeugdbescherming en jeugdreclassering. 2. Het uitvoeren van bovenlokale taken door middel van het contracteren en/of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp, -reclassering en -beschermingsmaatregelen in het kader van de Jeugdwet. 3. Realiseren van overleg, kennisontwikkeling- en overdracht tussen de aangesloten gemeenten.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) De GR Jeugdhulp is opgericht voor de inkoop van verschillende vormen van jeugdhulp waar gemeenten verantwoordelijk voor zijn. De inleg van de gemeente Lansingerland bedraagt in 2020 € 8.276.068 (inclusief organisatiekosten).
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: Jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 0 Per 31-12-2019: € 0
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: Jaarrekening 2019) Vreemd vermogen: Per 1-1-2019: € 0 Per 31-12-2019: € 0 Overlopende passiva: Per 1-1-2019: € 58.818.782 Per 31-12-2019: € 50.848.550
Financieel resultaat 2019 (Uit: jaarrekening 2019) € 0 Voor de deelnemende gemeenten geldt dat eventuele overschrijdingen in het budget lopende het begrotingsjaar, of bij jaarrekening, door de gemeenten moeten worden vergoed (zie financiële risico-analyse).
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2020 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft In juli 2020 heeft het Algemeen Bestuur van de GRJR (conform de aan de raden ter zienswijze voorgelegde begrotingswijziging 2020) ingestemd met het verhogen van de begroting van de GRJR over 2020 door de volgende ontwikkelingen: 1. Verhoging van de budgetten voor Jeugdhulp 2. Verhoging bijdrage Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond 3. Verhoging van de bijdrage aan Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond 4. Organisatiekosten 5. Verhoging van het budget voor buitenregionale plaatsingen (BRP) en adolescente strafrecht De inleg van Lansingerland is gestegen met een bedrag van € 672.616 naar een totale inleg van € 8.276.068. De verhoogde bijdrage is meegenomen in de zomerrapportage.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Toenemend zorggebruik in een open einde regeling De jeugdwet is een open einde regeling. De afgelopen jaren stegen de kosten binnen de jeugdregio Rijnmond en lijkt er sprake van een toename en verzwaring van het zorggebruik in de jeugdregio Rijnmond. Dit levert een financieel risico op. We zetten in op het versterken van de grip op het gebruik en de kosten van de jeugdhulp. Het versterken van preventie en vroegsignalering is het belangrijkste speerpunt in onze opgave voor het sociaal domein. Dit doen we mede door middel van de (lokale) toegang en het versterken van de samenwerking met onze toegangspartners en ook de huisartsen. Corona Het is op dit moment nog niet bekend wat de financiële consequenties van de coronacrisis zijn. Financiële taakstelling De meerjarenbegroting 2021-2024 bevat een taakstelling. 15 gemeenten (gezamenlijk, afzonderlijk en de uitvoeringsorganisatie) zijn verantwoordelijk voor de realisatie van de financiële taakstelling. De feitelijke opgave is nog groter, omdat overschrijdingen van de budgetten (zoals in 2019) niet zijn meegenomen. Onzeker is of de 15 gemeenten de gezamenlijke taakstelling behalen.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? 1. In het licht van de (financiële) ontwikkelingen in de specialistische jeugdhulp zetten wij in op de realisatie van de veranderopgave jeugdhulp. Dat betekent voor de regionaal ingekochte specialistische jeugdhulp dat wij waar mogelijk sturen op verminderen van het gebruik van specialistische jeugdhulp. 2. In 2020 ontwikkelen we de regiovisie van de Jeugdregio Rijnmond. Dit is een belangrijke basis voor de inkoop vanaf 2023. De afzonderlijke raden stellen de regiovisie vast. 3. Wij verbeteren het functioneren en de interne aansturing van de Gemeenschappelijke Regeling. De basis hiervoor is het verbeterplan uit 2019. 4. Wij verbeteren het arrangementenmodel. Vanaf medio 2020 is een projectleider Arrangementenmodel aangesteld. Deze projectleider heeft als opdracht het model aan te scherpen en te verstevigen. Daarnaast werkt de GRJR met betere monitoringsinstrumenten, waardoor de GRJR beter in staat is het gebruik actueel te monitoren en betere ramingen te maken. Daarmee verwacht de GRJR het risico van de resultaatgerichte inkoop beter te beheersen.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Risicobeleid GR Op basis van een risico-inventarisatie die bij de start van de samenwerking met de gemeenten is opgesteld, is geconcludeerd dat de omvang van het gewogen risico beheersbaar is en dat er geen apart weerstandsvermogen gevormd hoeft te worden. Wel wordt in de begroting een risicobudget opgenomen; voor 2021 € 3,6 miljoen. Voor de deelnemende gemeenten geldt daarbij dat eventuele overschrijdingen lopende het begrotingsjaar, of bij de jaarrekening, door de gemeenten moeten worden vergoed. De extra inbreng vindt plaats op basis van de weging van het betreffende jaar. De verrekening van het daadwerkelijk gebruik van individuele gemeenten vindt plaats bij de berekening van de vlaktaks. Gemeentelijk risicobeleid Op basis van de financiële analyse is er een hoog risico verbonden aan de GR Jeugdhulp. De gemeente heeft een hoge jaarlijkse financiële bijdrage, de begroting van de GRJR neemt toe en Lansingerland heeft een groeiend aandeel in de begroting van de GRJR. Bij de oprichting van de GRJR is besloten dat eventuele tekorten door de deelnemende gemeenten worden gedekt waardoor het risico bij de deelnemende gemeenten ligt (naar evenredigheid met hun inbreng in het betreffende jaar). Op basis van de bestuurlijke analyse is er een gemiddeld risico verbonden aan de GR. De ontwikkelingen op regionaal niveau zijn van invloed op de gemeentelijke doelstellingen. Lansingerland is vertegenwoordigd in het AB en DB. Omdat Rotterdam een grote invloed heeft op de besluitvorming brengt dit een zeker risico met zich mee.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? De GRJR heeft tot taak de gemeenschappelijke inkoop zodanig vorm te geven dat lokale ambities kunnen worden gerealiseerd en dat zorgcontinuïteit is geboden.

Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH)

Naam verbonden partij Metropoolregio Rotterdam Den-Haag (MRDH)
Vestigingsplaats Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) Het versterken van de internationale concurrentiepositie van de regio.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) De Brede Doeluitkering (BDU) voor verkeer en vervoer is de belangrijkste dekking voor de kosten van de twee programma’s exploitatie verkeer en openbaar vervoer, infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. De inwonerbijdrage bedraagt € 2,72 per inwoner voor het programma economisch vestigingsklimaat; voor 2021 is dat een totaalbedrag van € 6.501.075. Uitgaande van het inwoneraantal van Lansingerland op 1 januari 2020 van 62.396 bedraagt dit voor Lansingerland in 2021 € 169.717.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: Jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 15.361.458 Per 31-12-2019: € 22.023.344
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: Jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 1.543.298.267 Per 31-12-2019: € 1.555.686.899
Financieel resultaat 2019 (Uit: jaarrekening 2019) € 6.661.888
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2020 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Er waren geen veranderingen in de bijdrage voor 2020. De bijdrage voor Economisch Vestigingsklimaat is gebaseerd op het inwonersaantal.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? De MRDH heeft de komende jaren tijdelijk te maken met een tekort (overbesteding) op de Brede Doeluitkering(BDU)-middelen. Overbesteding houdt in dat het saldo van beschikbare middelen en bestedingen in enig jaar negatief is. De MRDH dient zich voor wat betreft de termijn van overbesteding te houden aan de uitgangspunten voor structureel begrotingsevenwicht die de provincie Zuid-Holland als toezichthouder hiervoor hanteert. De wettelijke termijn van overbesteding is daarmee bepaald op een maximale periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren. Hierbij geldt ook dat de begroting in de drie jaar na het inlopen van het tekort geen tekort mag laten zien. Vanwege de afronding van een aantal grote infrastructurele projecten in deze periode (o.a. Hoekse Lijn, Bleizo) is er vanaf 2022 weer sprake van een overschot. De BDU verkeer en vervoer daalt in 2021 licht, terwijl de kosten van beheer en onderhoud van de railinfrastructuur stijgen. Er is dus effectief minder geld om nieuwe investeringen te doen terwijl de opgaven waar deze regio voor staat steeds groter worden. Dat leidt tot meer doen met minder en dus op het verder continueren van kostenbeheersing op regulier beheer en onderhoud, vervangingsinvesteringen rail en op financieringskosten van de railvoertuigen. De coronacrisis heeft gevolgen voor de financiën, in het bijzonder in het openbaar vervoer. Reizigersinkomsten zijn teruggelopen, terwijl veel kosten gewoon doorlopen. Om financiële problemen bij onze vervoerbedrijven te beperken, hebben Rijk, decentrale overheden en vervoerbedrijven aanvullende afspraken gemaakt over subsidiëring en vergoedingen. De MRDH monitort de situatie na corona, en handelt hiernaar waar nodig. Aanpassingen aan OV-exploitatie en investeringen zijn op dit moment nog niet voorzien. De MRDH zet daarom in de Begroting 2021 in principe het beleid voort.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? De Regionale Groeiagenda is opgesteld door het bedrijfsleven, onderwijs en de overheid. Het dient als leidraad voor een scherpe lobby van de regionale opgaven: een sterke economie en een duurzame bereikbaarheid. De lobby is in het bijzonder gericht op het Rijk en de landelijke politiek in het kader van een mogelijke Nationaal Groeifonds en de komende Tweede Kamerverkiezingen. De genoemde regionale doelen dragen onder andere bij aan de bevindingen uit het Lansingerlandse Toekomstperspectief zoals die in de beeldvorming op 15 juli aan u zijn gepresenteerd. Wij zijn verheugd om in de Regionale Groeiagenda een aantal voor Lansingerland belangrijke elementen te herkennen. Lansingerland staat goed op de kaart.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Uit de financiële analyse blijkt dat het risico gemiddeld is. Dit is met name gelegen in het beperkte weerstandsvermogen van de MRDH enerzijds en de afdekking van de risico’s door de MRDH anderzijds zoals ook opgenomen in het treasurystatuut. De wettelijke termijn van overbesteding is bepaald op een maximale periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren. Om in de toekomst meer duidelijkheid te hebben over de (financiële) risico’s van grote infrastructurele projecten heeft de MRDH de beleidsnota risicomanagement en weerstandsvermogen opgesteld. Het bestuurlijk risico is laag. Lansingerland onderschrijft het belang van de MRDH en staat achter de missie en de visie. De uitwerking van de programma’s vindt in goed overleg met alle gremia plaats.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? In de gemeenschappelijke regeling (GR) Metropoolregio Rotterdam Den Haag is opgenomen dat er vijfjaarlijks geëvalueerd wordt en de eerste evaluatie plaatsvindt twee jaar na inwerkingtreding van de GR. Uit het evaluatierapport, afgerond eind 2017, komt naar voren dat de steun voor MRDH is toegenomen, de relatie tussen de MRDH en provincie is verbeterd en dat er binnen de bestaande structuur gezocht moet worden naar verbeteringen. Met name de rol van de adviescommissie behoeft verdere uitwerking. In de zienswijze (U17.13458) heeft de raad van Lansingerland aangegeven dat de adviescommissie niet een lichtere maar een andere invulling dient te krijgen. Een concrete verbetering is de invoering van portefeuillehouders in het AB waardoor het bestuurlijk eigenaarschap is versterkt. Deze veranderingen krijgen nu vorm. De MRDH heeft in de afgelopen jaren grote stappen voorwaarts gezet met de uitwerking van de aanbevelingen uit het OESO-rapport en Roadmap Next Economy als leidraad voor het investeringsprogramma. De MRDH werkt in 2020 verder aan de concretisering, ook voor projecten waarbij Lansingerland is betrokken.

Gemeenschappelijke Regeling GGD Rotterdam-Rijnmond

Naam verbonden partij Gemeenschappelijke Regeling GGD Rotterdam-Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) Artikel 3 van de GR: Het lichaam heeft tot doel: • het beschermen en bevorderen van de gezondheid van de bevolking of van specifieke groepen daarbinnen, in het rechtsgebied van het lichaam; • het voorkómen en het vroegtijdig opsporen van ziekten onder de bevolking; • alles wat met het bovenstaande in de ruimste zin verband houdt. De regeling regelt de deelnemersbijdrage van de deelnemende gemeente voor de inkoop van het basispakket. De GGD is leverancier en uitvoerder van het basispakket. Het publieke belang is de openbare gezondheid.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) De gemeenschappelijke regeling van de GGD-RR kent geen balans en andere financiële staten om in de begroting op te nemen aangezien alleen de gemeente Rotterdam eigenaar is van de organisatie. Personeel en eventuele risico’s zijn daarmee voor rekening van de gemeente Rotterdam. De gemeenschappelijke regeling GGD-RR regelt in materiële zin slechts de inkoop van producten. Lansingerland draagt in 2021 € 471.544 bij, bestaande uit € 342.405 voor de inkoop van het algemene basistakenpakket en € 129.139 voor de inspecties kinderopvang. Het bedrag voor de inspecties kinderopvang is indicatief, uiteindelijk worden de daadwerkelijk uitgevoerde inspecties die in 2021 plaatsvinden in rekening gebracht.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2020 (Uit: Begroting basistakenpakket 2021) De gemeenschappelijke regeling van de GGD-RR kent geen balans en andere financiële staten om in de begroting op te nemen aangezien alleen de gemeente Rotterdam eigenaar is van de organisatie. Personeel en eventuele risico’s zijn daarmee voor rekening van de gemeente Rotterdam. De gemeenschappelijke regeling GGD-RR regelt in materiële zin slechts de inkoop van producten. Daarmee is de gemeenschappelijke regeling financieel “leeg”, dus zonder bezittingen, waardoor er ook geen balans is. Het financiële risico voor deelname aan de regeling is voor regiogemeenten dus ook niet aanwezig.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2020 (Uit: Begroting basistakenpakket 2021) Niet van toepassing, zie tekst bij ‘Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2020’.
Financieel resultaat 2020 (Uit: Begroting basistakenpakket 2021) Niet van toepassing, zie tekst bij ‘Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2020’.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2020 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Momenteel wordt uitgezocht hoe het zit met eventuele extra kosten wegens de coronacrisis. In het vierde kwartaal van 2020 verwachten wij hier nader bericht over.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Geen. De gemeente Rotterdam is risicodrager, maar we weten niet hoe lang de coronacrisis zal voortduren en of er mogelijk structureel meer moet worden ingezet op bijvoorbeeld bestrijding van infectieziekten.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? • Uitvoering van de verplichtingen uit de Wet publieke gezondheid (WPG) tegen een aanvaardbare kostprijs blijft een aandachtspunt. • Het is nog onduidelijk in hoeverre de coronacrisis structurele financiële gevolgen heeft op de begroting van 2021. Na de coronacrisis vinden hier gesprekken en evaluaties over plaats. • In 2021 bekijken we of we de looptijd van het basispakket met een extra jaar verlengen: De omvang van het basispakket wordt steeds voor vier jaar vastgesteld en geldt nu van 2019-2022. De stuurgroep van bestuurders heeft in 2019 aangegeven dat het beter is om eenmalig de looptijd met een jaar te verlengen of te verkorten. Hiermee voorkomen we dat de vierjaren-periode steeds samenvalt met de bestuurlijke wisselingen in het algemeen bestuur door de gemeenteraadsverkiezingen. Bij de begroting van 2022 bekijken we of we deze vierjarencyclus eenmaal nog een jaar verlengen om dit samenvallen te doorbreken.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Er is zowel financieel als bestuurlijk een beperkt risico. De gemeente Rotterdam is financieel risicodrager. Daarnaast dragen de activiteiten van de verbonden partij bij aan het oorspronkelijke doel van de verbonden partij. Zoals hierboven vermeld bestaat er nog onzekerheid over kosten wegens de coronacrisis.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? De Gemeentelijke Gezondheidsdienst Rotterdam-Rijnmond zet zich in voor een goede en voor iedereen toegankelijke gezondheidszorg. Daarnaast zet de GGD zich in om ziekten en andere problemen te voorkomen. Hiermee draagt het bij aan Lansingerland als gezonde samenleving.

Recreatieschap Rottemeren

Naam verbonden partij Recreatieschap Rottemeren
Vestigingsplaats Rotterdam
Deelnemende partijen Gemeente Rotterdam, Gemeente Zuidplas en Gemeente Lansingerland
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) In stand houden, ontsluiten en exploiteren van recreatiegebied Rottemeren. Openluchtrecreatie, natuurbescherming en natuur- en landschapsschoon bewaren en bevorderen.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Deelnemers: Zuidplas 4%, Rotterdam 91%,en Lansingerland 5%, bijdrage in 2021 € 198.600.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: Jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 16.970.831 Per 31-12-2019: € 13.943.838
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: Jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 6.991.129 Per 31-12-2019: € 5.934.804
Financieel resultaat 2019 (Uit: jaarrekening 2019) € 140.800
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2020 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Geen veranderingen in het financiële belang van 5%.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Concrete risico's, overigens van een laag en middel gehalte, worden genoemd bij de weerstandsparagraaf in de begroting van het recreatieschap: • Invoering VPB; • Locatie asfaltfabriek; • Essentaksterfte; • Nazorg grondwaterverontreiniging stortplaats Hoge Bergse Bos; • Gerechtelijke procedure i.v.m. geannuleerd evenement in 2016; • Warmteleiding. In het in ontwikkeling zijnde Ontwikkelplan en bijbehorende uitvoeringsagenda komen projecten te staan die bijdragen aan het versterken van de doelen van het Recreatieschap Rottemeren zoals opgenomen in het Kader ‘Ruimte voor een groenblauwe toekomst; kader en koers voor recreatief landschapspark Rottemeren’. Om deze ambities (zoals beschreven in dit kader) van het Recreatieschap uit te voeren zijn veel financiële middelen nodig. Het is niet uitgesloten dat het Recreatieschap zich hiervoor richt tot de deelnemende partijen met het verzoek tot een incidentele of structurele bijdrage.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Met de vaststelling van het Kader voor het Recreatieschap Rottemeren worden de recreatiekaders gesteld waaraan het Recreatieschap uitvoering geeft. Dit wordt uitgewerkt in een ontwikkelplan met uitvoeringsacties. De kwaliteitsimpuls Lage Bergse Bos en de essentaksterfte maken dat het gebied in de picture staat en de komende jaren aangepakt gaat worden. Het gebied heeft een kwalitatieve impuls nodig, wat een aanzienlijke financiële bijdrage vraagt. Het Recreatieschap Rottemeren richt zich hiervoor mogelijk tot haar deelnemers. Ook het Ontwikkelplan en de uitvoeringsagenda gaat om aanzienlijke financiële middelen vragen. Conform onze zienswijze maakt het Recreatieschap Rottemeren de financiële ontwikkeling voor de komende jaren inzichtelijk. Hieruit komt mogelijk ook een aanvullend verzoek richting de deelnemende gemeenten. Dit kan zowel structureel als incidenteel van aard zijn.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Het financiële risico is gemiddeld. Er is sprake van een redelijke Algemene reserve en bestemmingsreserve. De genoemde risico’s zijn dusdanig beperkt van aard, dat er sprake is van een uitstekende weerstandsratio. Wel staat de financiële positie onder druk als gevolg van het belang van het gebied als groene buffer, maatschappelijke ontwikkelingen, ambities en impuls aan de (recreatieve) functie van het gebied. Bestuurlijk risico is laag vanwege (indirecte) invloed via AB en DB.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? Het in stand houden, ontsluiten en exploiteren van het recreatiegebied Rottemeren draagt bij aan de ontwikkeling van Lansingerland als gemeente waarin op aantrekkelijke wijze gewoond, gewerkt en gerecreëerd kan worden.

Schadevergoedingsschap HSL-Zuid, A16 en A4

Naam verbonden partij Schadevergoedingsschap HSL-Zuid, A16 en A4
Vestigingsplaats Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) In artikel 2 van de gemeenschappelijke regeling staat opgenomen; “Het doel van de regeling is het bevorderen dat de behandeling van verzoeken om schadevergoeding die verband houden met de aanleg van de HSL-Zuid en de verbreding, verlegging en reconstructie van de A-16 (...)respectievelijk de A-4, zoals bedoeld in artikel 1 onder f, en de beslissingen op die verzoeken doelmatig, deskundig en op gelijke wijze plaatsvinden. Door deze regeling wordt tevens voor de burgers duidelijkheid geschapen over de ter zake bevoegde instantie.”
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Alle kosten van het Schap en van de door het Schap toegekende schadevergoedingen worden betaald door de Rijksoverheid.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: Jaarrekening 2019) Er is geen sprake van een eigen vermogen.
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: Jaarrekening 2019) Er is geen sprake van vreemd vermogen.
Financieel resultaat 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Financieel resultaat 2019: Algemene kosten: € 62.676,30 Deskundigenkosten: € 8.383,65 Schadevergoedingen: € 0,00 Totaal: € 71.055,95
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2020 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Vanwege het feit dat alle kosten voor rekening komen van het Ministerie van I&W is er geen sprake van een financieel belang voor de gemeente.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Er zijn thans geen financiële risico’s bekend. Het Schap heeft met de accountmanager van het Ministerie de afspraak gemaakt dat wanneer er een schadeverzoek met een aanmerkelijk belang wordt ingediend dat deze, met het oog op risicomanagement, direct bij het Ministerie kenbaar wordt gemaakt.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Naar verwachting zal medio 2020 inzicht bestaan in het effect van het maatregelenpakket. Het Schap kan de nieuwe en aanvullende aanvragen tot schadevergoeding eerst in behandeling nemen als door de geluidsdeskundige (belast met de akoestische berekeningen) uitsluitsel wordt gegeven op de vraag of er sprake is van een toename van geluid en de mitigerende effecten van de maatregel bekend zijn. ProRail coördineert de uitvoering van het maatregelenpakket.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Er is geen sprake van een financieel risico omdat alle kosten voor rekening komen van het Ministerie van I&W. In bestuurlijke zin is geen risico te verwachten omdat het Algemeen bestuur van het Schap bevoegd is te beslissen op de aanvragen.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? Het doelmatig, deskundig en gelijkmatig behandelen van alle verzoeken om schadevergoeding in verband met de aanleg van de HSL-Zuid draagt bij aan het minimaliseren van de negatieve impact.

SVHW (Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffingen en Waardebepaling)

Naam verbonden partij SVHW (Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffingen en Waardebepaling)
Vestigingsplaats Klaaswaal
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) (art 3 GR) Een zo doelmatig mogelijke uitvoering van werkzaamheden met betrekking tot: - De heffing en invordering van belastingen; - De uitvoering van Wet waardering onroerende zaken (woz); - De administratie van vastgoedgegevens; - Het verstrekken van vastgoedgegevens aan deelnemers en derden.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) De bijdrage van Lansingerland voor 2021 bedraagt € 521.000.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: Jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 1.507.000 Per 31-12-2019: € 1.440.000
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: Jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 5.488.000 Per 31-12-2019: € 4.611.000
Financieel resultaat 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Een positief resultaat van € 479.000.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2020 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Geen.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Het SVHW streeft ernaar om risico's zoveel mogelijk te ondervangen. Dat is de reden waarom diverse verzekeringen afgesloten zijn voor het onroerend goed, inventaris en personeel. De risico’s waarmee het SVHW geconfronteerd zou kunnen worden zijn: • Automatiseringsomgeving; • Calamiteiten van huisvesting; • Renterisico op een geldlening; • Personeel. SVHW is een belangrijke organisatie voor haar 22 deelnemers. Continuïteit van de bedrijfsvoering is daarom essentieel. Het borgen van de bedrijfsvoering dient op het niveau van directie en DB te kunnen worden beslist. Bij het opvangen van de gevolgen van calamiteiten is het onwenselijk dat de organisatie afhankelijk zou zijn van de besluitvorming van de deelnemers. Gelet op genoemde risico's en de behoefte aan continuïteit van de bedrijfsvoering is het gewenst een financiële buffer in stand te houden. In de vergadering van het Algemeen bestuur van 5 december 2013 is daarom besloten de omvang vast te stellen op minimaal € 400.000 en maximaal € 700.000.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Door gemeentelijke herindelingen zijn er deelnemers uitgetreden en nieuwe toegetreden. Het aantal deelnemers is daardoor gewijzigd naar 15. De uittredende deelnemers betalen een uittredingsvergoeding die de frictiekosten van dit proces dekken. Vooralsnog worden er op de korte termijn geen verdere toe- danwel uittredingen verwacht.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Op basis van de financiële en bestuurlijke analyse kan worden vastgesteld dat het risicoprofiel gemiddeld is. De jaarlijkse bijdrage is gemiddeld en de gemeente is deels financieel aansprakelijk. Het weerstandsvermogen van SVHW is op peil en de bedrijfsvoering en kwaliteit van het risicomanagement zijn toereikend. Uit de financiële analyse komt derhalve de score gemiddeld. De bestuurlijke analyse geeft tevens een score van gemiddeld. Lansingerland is vertegenwoordigd in het Algemeen Bestuur, er zijn duidelijke afspraken over de informatievoorziening welke naar tevredenheid worden gehonoreerd en het belang van het SVHW komt volledig overeen met het belang van Lansingerland. De te leveren prestaties door het SVHW zijn echter maximaal van invloed.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? De uitbesteding van de werkzaamheden m.b.t. belastingen past in het streven van de gemeente om waar mogelijk in regie te werken en een kostenbesparing te realiseren.

Veiligheidsregio Rotterdam - Rijnmond

Naam verbonden partij Veiligheidsregio Rotterdam - Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) De VRR behartigt ons publieke belang door het voorkomen, beperken en bestrijden van rampen en crises.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Bijdrage 2020 is € 3.643.559. Dit bedrag is als volgt opgebouwd: € 3.617.559 (Basiszorg) en € 26.000 (Individuele taken en bijdragen). Bijdrage 2021 is € 3.732.532. Dit bedrag is als volgt opgebouwd: € 3.706.532 (basiszorg) en € 26.000 (individuele taken en bijdragen).
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: Jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 12.781.473 Per 31-12-2019: € 10.676.209
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: Jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 64.799.541 Per 31-12-2018: € 59.724.916
Financieel resultaat 2019 (Uit: jaarrekening 2019) € -1.482
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2020 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft De gemeentelijke bijdrage basiszorg is aangepast aan de actuele inwonersaantallen per 1 januari 2019.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? In de begroting 2021 zijn de volgende risico’s opgenomen: • Effecten en kosten als gevolg van grote crises (zoals de grieppandemie); • Vrijwaring van gemeenten voor aansprakelijkheid niet verzekerbare risico’s. Het gaat hier om juridische gevolgen, zoals claims; • Gevolgen van (veranderde) wet en regelgeving niet tijdig op kunnen vangen; • Vertraagd tempo en/of onvoldoende aanpassingen bijdragen van stakeholders van de VRR t.b.v. kostenontwikkeling; • Het niet halen van aanrijtijden en het niet leveren van een aantal diensten door de ambulance als gevolg van een tekort aan verpleegkundig personeel (ingehuurd duurder personeel leidt tot extra kosten). Het niet halen van de aanrijtijden leidt mogelijk tot een (straf)korting van de zorgverzekeraars; • Wegvallen en niet toereikend zijn van subsidie impuls Omgevingsveiligheid; • Wegvallen en niet toereikend zijn van gelden landelijk expertisecentrum (LEC); • De dekking van de brandweerzorg staat onder druk bij gebrek aan vrijwilligers die overdag beschikbaar zijn. Ondanks alternatieven, zoals opgenomen in het Plan brandweerzorg, lukt het niet om de gewenste dekking te garanderen. Verwachting is dat verdere aanpassingen gaan knellen qua financiën; • Gevolgen ontwikkelagenda VRR. Samen met de regiogemeenten onderzoekt de VRR of de taken en budgetten van de VRR nog voldoende op elkaar zijn afgestemd; • De ambulancedienst AZRR ging voor de overname van de BIOS groep een lening aan. De VRR staat garant voor deze lening die een looptijd heeft van 15 jaar. In geval van een faillissement is de VRR verantwoordelijk voor de restschuld; • Als gevolg van het bereikte principeakkoord over een nieuwe CAO stijgen de lonen in de periode 2019-2021 met in totaal 6,25%; • Alarmering bevolking. Uit faseren luchtalarm is uitgesteld naar eind 2020. De VRR overlegd met de Minister om sirenes in de buurt van chemisch-industriële complexen over te nemen.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? De belangrijkste punten zijn: • Invoering van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) en het risico dat de vrijwilligersstatus bij de brandweer vervalt; • Er is een risico dat er kosten ten laste van de VRR overblijven na overname van het beheer van de meldkamer door de politie in 2020; • In 2020 verhoogt de inwonersbijdrage met 0,69 per inwoner als gevolg van het wegvallen van de inkomsten uit het Openbare meldsysteem (OMS) • Samen met de regiogemeenten onderzoekt de VRR of budgetten en taken van de VRR nog voldoende op elkaar zijn afgestemd. Het is op dit moment niet in te schatten of dit financiële gevolgen heeft.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting De omvang van de jaarlijkse financiële bijdrage aan de VRR is hoog. Ondanks dat de jaarlijkse financiële bijdrage hoog is, is het financiële risico gemiddeld. Dit heeft ermee te maken dat VRR vaste taken heeft. De in kaart gebrachte negatieve risico’s zijn laag. Het risico wordt verspreid doordat 15 gemeenten deelnemen aan deze Gemeenschappelijke regeling. Het bestuurlijke inhoudelijke risico is laag. Er zijn duidelijke afspraken gemaakt met de VRR die we regelmatig monitoren. De gemeente Lansingerland is in het Dagelijks Bestuur vertegenwoordigd door de burgemeester, met de portefeuille ‘Bedrijfsvoering’.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? De Veiligheidsregio voert taken uit op het gebied van rampenbestrijding, crisisbeheersing, risicobeheersing, brandweerzorg, ambulancezorg en geneeskundige hulpverlening. Daarmee draagt het bij aan Lansingerland als een veilige en leefbare gemeente.

NV Duinwaterbedrijf Zuid-Holland Handelsnaam Dunea

Naam verbonden partij NV Duinwaterbedrijf Zuid-Holland Handelsnaam Dunea
Vestigingsplaats Den Haag
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) Het publieke belang bestaat uit de gewaarborgde levering van drinkwater aan onze inwoners. Zo zijn alle 17 gemeenten in het leveringsgebied aandeelhouders. Dunea wil een vitale organisatie zijn die toekomstbestendige producten en diensten levert en daarbij duidelijk zichtbaar is als maatschappelijke onderneming. De nieuwe strategie Koers 2020 heeft vier accenten: • Klantaccent, onderscheidend in dienstverlening en kwaliteit; • Beter voorbereid op de toekomst door verbreding producten & diensten; • Het zijn van duinbeheerder van wereldklasse; • Strijden voor het drinkwaterbelang van de Lek en de Maas.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Lansingerland bezit 186.584 aandelen (na de periodieke herverdeling in 2018) van de in totaal 4.000.000 uitgegeven aandelen. Statutair mag Dunea geen dividend uitkeren.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: Jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 220,9 mln. Per 31-12-2019: €231,5 mln.
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: Jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 358,6 mln. Per 31-12-2019: € 349,3 mln.
Financieel resultaat 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Resultaat na belasting boekjaar 2019: € 8,5 mln.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2020 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Geen.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Geen.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? De aandachtspunten blijven het verzorgen van een goede drinkwatervoorziening en beheer van het duingebied. Daarnaast is in de aandeelhoudersvergadering van november 2019 besloten tot een statutenwijziging en oprichting van een dochtervennootschap zodat Dunea NV in een later stadium kan beschikken over een vergunde warmtedochter die een rol kan spelen bij projecten op het gebied van Aquathermie binnen het leveringsgebied van Dunea.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Op basis van de financiële en bestuurlijke analyse kan worden vastgesteld dat het risicoprofiel laag is. Lansingerland is aandeelhouder en loopt daardoor in principe geen of een beperkt financieel of bestuurlijk risico.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? Dunea beheert de natuur (duinlandschap) en het water in Zuid-Holland. Dunea zorgt voor schoon drinkwater in Lansingerland. Hierin is geen belangrijke ontwikkeling of afwijking in positieve of negatieve zin.

Stedin Holding N.V.

Naam verbonden partij Stedin Holding N.V.
Vestigingsplaats Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) De waarborging van levering van energie aan de klanten binnen het verzorgingsgebied door middel van netbeheer als bedoeld in de Electriciteitswet en de Gaswet. Stedin maakt hierdoor de energietransitie mogelijk.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Lansingerland draagt niet financieel bij aan deze Verbonden Partij maar ontvangt juist een dividend. Het geprognotiseerde dividend is in de meerjarenbegroting opgenomen als algemeen structureel dekkingsmiddel. Lansingerland is de vijfde aandeelhouder met een aandeel van 3,38% in het aandelenkapitaal. Het dividend voor 2020 bedroeg € 1,7 miljoen en het geprognotiseerde jaarlijkse voor 2021 bedraagt € 0,5 miljoen en neemt de jaren daarna verder af. De boekwaarde van de aandelen Stedin is € 0,6 miljoen.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: Jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 2.699 mln. Per 31-12-2019: € 2.949 mln.
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: Jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 4.292 mln. Per 31-12-2019: € 4.340 mln.
Financieel resultaat 2019 (Uit: jaarrekening 2019) Het nettoresultaat over boekjaar 2019 bedraagt € 325 mln.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2020 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Lansingerland is vooralsnog niet voornemens om wijzigingen aan te brengen in het aandelenbelang in Stedin. Stedin heeft in 2018 de commerciële activiteit Joulz Energy Solutions (JES) verkocht aan VolkerWessels en in 2019 de commerciële activiteit Joulz Diensten aan 3i Infrastructure.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? De dividenduitkering is een vast dekkingsmiddel in onze begroting. De omvang van het uit te keren dividend is afhankelijk van de nettowinst in enig jaar en de solvabiliteit. De solvabiliteit is mede afhankelijk van de hoogte van het investeringsprogramma uit hoofde van de energietransitie. De mogelijke tegenvallers in de nettowinst van de onderneming én een verslechtering van de solvabiliteit zijn een financieel risico.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Stedin zorgt dat de energietransitie mogelijk is. Dat gaat gepaard met aanzienlijke investeringen. Aandachtspunten zijn met name de vereiste operationele snelheid ten opzichte van de aard en omvang van de energietransitie en de beschikbare financiële investeringsruimte, solvabiliteit en credit rating. Met betrekking tot het laatste aspect onderzoekt Stedin met de AHC de aard en omvang van lange termijn financiering (LTF) en wijze waarop deze ingevuld wordt. Na het zomerreces 2020 verwacht Stedin de resultaten hiervan te presenteren. De commerciële activiteiten zijn in 2018 en 2019 grotendeels afgebouwd en zijn daarmee geen belangrijk aandachtspunt meer.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Uitkomst van de financiële analyse is dat het financieel risicoprofiel hoog is. Stedin opereert in een gereguleerde markt waarbij wel de verwachte investeringen uit hoofde van de energietransitie aanzienlijk zijn hetgeen financiële druk legt op de solvabiliteit en de credit rating. Het dividend zal daarom de komende beperkt zijn ten opzichte van het recente verleden. Uitkomst van de bestuurlijke analyse is dat het bestuurlijke risicoprofiel laag is. Enerzijds is Stedin een zogenaamde structuurvennootschap waarbij de rechtstreekse invloed van aandeelhouder(s) op de raad van commissarissen en de raad van bestuur beperkt is. Anderzijds zijn er met Stedin eenduidige afspraken gemaakt over onder meer het goedkeuringsrecht van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders met betrekking tot (des-)investeringsbeslissingen en een adviesrecht ten aanzien van de vaststelling van het meerjarig strategisch plan alsmede een herziening daarvan, alsmede een daarop aansluitend jaarplan en de herziening daarvan, voor zover de inhoud daarvan ziet op het gereguleerde domein.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? De waarborging van levering van energie aan de klanten binnen het verzorgingsgebied door middel van netbeheer als bedoeld in de Elektriciteitsnet en de Gaswet. Vanuit deze wettelijke verantwoordelijkheid neemt Stedin een cruciale rol in het realiseren van de energietransitie.

Stichting Parkmanagement Bedrijvenpark Oudeland (PMBO)

Naam verbonden partij Stichting Parkmanagement Bedrijvenpark Oudeland (PMBO)
Vestigingsplaats Berkel en Rodenrijs
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) De stichting heeft ten doel: a. Het uitvoeren of doen uitvoeren van het algemeen management voor de dienstverlening met als doel het initiële kwaliteitsniveau van en het verblijfsklimaat op bedrijvenpark Oudeland te behouden en waar mogelijk te verhogen, een en ander overeenkomstig de daartoe in het parkmanagementplan opgenomen prestatie-eisen; b. Het uitvoeren of doen uitvoeren van terreinbeveiliging op bedrijvenpark Oudeland overeenkomstig de daartoe in het parkmanagementplan opgenomen prestatie-eisen; c. Het doen realiseren, beheren en onderhouden van bedrijfsverwijzingen op bedrijvenpark Oudeland overeenkomstig de daartoe in het parkmanagementplan opgenomen prestatie-eisen; d. Het beheren en onderhouden of doen beheren en onderhouden van de openbare ruimte op bedrijvenpark Oudeland overeenkomstig het daartoe opgestelde beheerplan; en voorts al hetgeen met een en ander verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. Het publieke belang is het creëren van een gunstig economisch klimaat. Daarnaast is de taak van de stichting PMBO het organiseren, in stand houden en daar waar mogelijk verbeteren van het kwaliteitsniveau (ruimtelijk, technisch en voor veiligheid) op bedrijvenpark Oudeland.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) De gemeente Lansingerland draagt het beschikbare budget voor het dagelijks beheer en onderhoud van de openbare ruimte over aan de stichting PMBO. Het gaat om een bedrag van € 57.000.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: Jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 332.090 Per 31-12-2019: € 305.683
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: Jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 10.295 Per 31-12-2019: € 15.841
Financieel resultaat 2019 (Uit: jaarrekening 2019) € 12.504
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2020 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Er hebben zich geen veranderingen in het financieel belang voorgedaan. In 2014 is de Beheerovereenkomst tussen de gemeente Lansingeland en de stichting PMBO ondertekend. In deze overeenkomst zijn de afspraken voor het dagelijks beheer en onderhoud van Oudeland vastgelegd. De kaders hiervoor staan beschreven in het bijbehorende beheerplan.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Geen bijzonderheden.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Het beheerplan is aan actualisering toe. Hier wordt aan gewerkt. We kijken opnieuw naar de werkzaamheden die de komende jaren nodig zijn om het gewenste kwaliteitsniveau te behalen en het budget dat daarvoor nodig is. Uitgangspunt daarbij is dat het kostenneutraal voor de gemeente moet zijn. Tevens zijn we bezig om een nieuwe overeenkomst met statuten voor de stichting af te sluiten. We evalueren bestaande afspraken met de stichting PMBO en kijken waar aanscherping en/of verduidelijking nodig is.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Financieel en bestuurlijk zijn de risico’s vooralsnog laag.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? Een goed georganiseerd en vitaal bedrijventerrein levert een belangrijke bijdrage aan de plaatselijke en regionale economie.

Bank Nederlandse Gemeenten

Naam verbonden partij Bank Nederlandse Gemeenten
Vestigingsplaats Den Haag
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.
Veranderingen in 2020 en 2021 in het bestuurlijke en publieke belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft. Er worden geen veranderingen verwacht.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Wij dragen financieel niets bij. Als aandeelhouder van 15.015 van de totaal circa 56 mln. aandelen ontvangen wij dividend.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: Jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 4.991 mln. Per 31-12-2019: € 4.887 mln.
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2019 (Uit: Jaarrekening 2019) Per 1-1-2019: € 132.518 mln. Per 31-12-2019: € 144.802 mln.
Financieel resultaat 2019 (Uit: jaarrekening 2019) De nettowinst 2019 bedraagt € 142 mln. (in 2018: € 318). Per aandeel zal € 1,27 worden uitgekeerd aan dividend. De dividenduitkering over 2018, die in 2019 uitgekeerd is, bedroeg € 2,83. De pay-out per aandeel bedraagt 50% van de winst per aandeel.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2020 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Niet van toepassing.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Niet van toepassing.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Niet van toepassing.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Op basis van de financiële en bestuurlijke analyse kan worden vastgesteld dat het risicoprofiel laag is. Lansingerland is aandeelhouder en loopt daardoor in principe geen of een beperkt financieel of bestuurlijk risico.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? Lansingerland is aandeelhouder. De dividenduitkering is een vast dekkingsmiddel in onze begroting.

Paragraaf Grondbeleid

Grondbeleid

Het Lansingerlands grondbeleid draagt bij aan de realisatie van onze ruimtelijke doelstellingen op het gebied van wonen, werken en recreëren. De nota Grondbeleid 2019-2022 geeft aan hoe wij het grondbeleid de komende jaren invullen. De nota stelt kaders en geeft richting, waarbij er ook ruimte is voor maatwerk indien de ruimtelijke opgave hierom vraagt. Het grond(prijs)beleid voor woningbouw is met name voor de categorieën sociaal en starters nader uitgewerkt, waarbij we niet alleen kwantitatief sturen op het te realiseren programma, maar ook kwalitatief. Dit geldt voor zowel onze eigen grondexploitaties als de private ontwikkelingen.

Strategische aankopen

Lansingerland heeft meerdere gronden in bezit die ooit zijn aangekocht met het doel deze te ontwikkelen. De meest in het oog springende gronden zijn de gronden in het plangebied Wilderszijde. Deze ‘warme gronden’ zijn in 2020 opnieuw gewaardeerd in het kader van de jaarrekening 2019. In 2020 stelden we het Masterplan Wilderszijde vast en we werken op dit moment aan de vertaling hiervan naar een nieuw bestemmingsplan. Ook de gronden van Wilderszijde die al wel in ontwikkeling zijn, nemen we hierin mee. Vaststelling van de grondexploitatie voor het totale plangebied Wilderszijde is gepland in 2021. Daarnaast zijn er ook nog gronden gelegen in Bleiswijk. Deze gronden zijn gewaardeerd tegen de huidige bestemming.

Grondexploitaties, risico’s en weerstandsvermogen (MPG 2020)

Op 16 juli 2020 heeft de raad ingestemd met de Meerjaren Prognose Grondexploitatie (MPG) 2020. Het MPG 2020 vormt de basis voor deze Begroting 2021-2024. Voor een uitgebreide toelichting verwijzen wij dan ook naar het MPG 2020.

Het MPG en daarmee de jaarlijkse actualisatie van alle grondexploitaties is gekoppeld aan de jaarrekening. Daarnaast geven we in, of gelijktijdig met bestuurlijke besluitvorming van, de begroting inzicht in grote afwijkingen ten opzichte van het MPG en een globale doorkijk naar de eerstvolgende actualisatie.

In het MPG 2020 zijn de volgende grondexploitaties opgenomen:

Kern Woningbouw Bedrijventerreinen Centrum-ontwikkeling Overig
Berkel en Rodenrijs Meerpolder Oudeland Berkel Centrum
Westpolder/Bolwerk
Rodenrijse Zoom
RvR Groenzoom
Bergschenhoek Wilderszijde (lopende deel) Leeuwenhoekweg Landscheidingspark Horeca
Parkzoom
Kavels Boterdorp
Bleiswijk

Programma en planning

Woningbouw

Qua programma is er sprake van een mix van woningen in verschillende woningbouw categorieën en typologieën. Zowel het programma als de planning (fasering) worden regionaal afgestemd.

De categorieën sociaal en starterswoningen hebben nadrukkelijk onze aandacht. Doelstelling is het voorzien in voldoende woningbouw voor deze doelgroepen, op korte én lange termijn. Naast het realiseren van nieuwe woningen is het dus ook van belang dat deze woningen in de toekomst behouden blijven voor de doelgroep. Via de nota Grondbeleid sturen wij hierop.

In totaal gaan we uit van een gemiddelde oplevering van 400-500 woningen per jaar voor de komende 5 jaar. Dit betreft zowel de gemeentelijke grondexploitaties als de particuliere initiatieven.


Bedrijventerreinen

Binnen Lansingerland heeft de gemeente twee terreinen in eigen ontwikkeling: Oudeland en Leeuwenhoekweg. Daarnaast worden er nog twee terreinen ontwikkeld gezamenlijk met de gemeente Zoetermeer: Bleizo en Hoefweg. Elk terrein heeft zijn eigen kenmerken en de terreinen liggen verspreid over Lansingerland.


In het MPG 2020 gaan we uit van onderstaande uitgifteplanning:

Verwachte uitgifte bedrijfsterrein in hectare (ha) 2020 2021 2022 2023 2024
Oudeland 6,6 5,1 2,5 2,0 2,0
Leeuwenhoekweg 1,1 0,9 0,0 0,0 0,0
Bleizo 17,7 6,9 1,7 1,7 1,7
Hoefweg 1,3 1,7 1,7 2,4 2,4

Looptijd projecten

De looptijd verschilt per project. Daarbij is het goed om te motiveren, vooral voor projecten met een langere looptijd, waarom ervoor gekozen is deze als “gronden in exploitatie” te beschouwen. Ook de commissie BBV schrijft dit voor in haar Notitie Grondbeleid in begroting en jaarverslaggeving (juli 2019). Lansingerland kent op dit moment een grondexploitatie met een looptijd langer dan 10 jaar: Oudeland. De grondexploitatie Oudeland heeft op dit moment een looptijd tot en met 31-12-2036 en overschrijdt daarmee de richttermijn van 10 jaar. Om de risico’s van de (lange termijn) ontwikkeling van Oudeland te beheersen heeft de gemeente beheersmaatregelen getroffen.

Prijzen

De wijze waarop de gemeente haar gronden verkoopt is neergelegd in de Nota Grondbeleid 2019-2022. Jaarlijks stellen we in de Kaderbrief Grondprijzen, voor een aantal categorieën, een vaste grondprijs vast voor onze gemeente. De grondprijzen in de grondexploitaties sluiten aan op de Kaderbrief Grondprijzen en de Nota Grondbeleid 2019-2022.

Parameters

Jaarlijks worden de te hanteren parameters voor de rente, kosten- en opbrengstenstijging vastgesteld, zie onderstaande tabel.

MPG 2020
2020 2021 2022 t/m 2029 vanaf 2030*
Prijsontwikkeling kosten
Kosten 3,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Prijsontwikkeling grondopbrengsten
Woningbouw 2,00% 1,00% 1,00% 0,00%
Bedrijventerreinen 2,00% 1,00% 1,00% 0,00%
Lopende contracten conform overeenkomsten conform overeenkomsten conform overeenkomsten 0,00%
Rente** 1,70% 1,70% 1,70% 1,70%
Disconteringsvoet 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%
* Conform het BBV mogen we de opbrengsten na een termijn van 10 jaar niet meer indexeren. Dit is op dit moment enkel van toepassing op de grondexploitatie Oudeland. ** De werkelijke rente die aan de grondexploitaties wordt doorbelast is gebaseerd op de daadwerkelijk betaalde rente over de lopende leningenportefeuille van de gemeente. Dit percentage kan afwijken van het voorcalculatorisch berekende percentage.

Plankosten

Jaarlijks herzien we bij de actualisatie ook de plankosten voor de resterende looptijd van een project. Daarbij maken we een inschatting van de tijdsbesteding in uren op basis van cijfers uit het verleden en verwachtingen voor de toekomst. Daarnaast ramen we kosten voor concrete producten die vallen onder de post planontwikkelingskosten, zoals bijvoorbeeld bestemmingsplannen en onderzoekskosten.

Uitgangspunt voor de raming van de interne uren zijn de uurtarieven zoals vastgesteld bij de Begroting 2020-2023.

Resultaten

Het MPG 2020 kent het volgende resultaat:

Bedragen x € 1.000.000
A= Actualisatie 2019 B= MPG 2020 / JR 2019 C= Verschil B t.o.v. A
prijspeil 1-1-2019 1-1-2020
Totaal negatieve grexen op NCW -32,38 -38,06 -5,69
Totaal positieve grexen op NCW 19,63 23,54 3,91
Totaal op NCW -12,75 -23,04 -1,78

Voor het totaal te verwachten negatieve resultaat van circa € 38,06 miljoen is een verliesvoorziening gevormd. Voor een toelichting op de resultaten per grondexploitatie verwijzen we naar het MPG 2020.

Tussentijdse winstnemingen

Het BBV schrijft een tussentijdse winstneming voor bij winstgevende projecten, naar rato van de voortgang. De regelgeving omtrent deze tussentijdse winstneming is in 2019 herschreven en verduidelijkt. De tussentijdse winst uitname zoals wij dit toepassen is hierdoor gewijzigd. In voorgaande jaren namen wij het resultaat op netto contante waarde als basis voor de winstberekening. Op grond van de herziene notitie dient dit te geschieden tegen het resultaat op Eindwaarde (het beoogde resultaat bij het afsluiten van het project inclusief prijsstijgingen en rente). Deze methodiek van de winstbepaling wordt landelijk toegepast en wij sluiten hierop aan.

Voor het tussentijds winstnemen gelden drie voorwaarden:

• Het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat; én
• De grond (of het deelperceel) moet zijn verkocht; én
• De kosten zijn gerealiseerd (winst wordt naar rato van de realisatie gerealiseerd).

De hoogte van de tussentijdse winstneming bepalen we jaarlijks per project op basis van het zogenaamde percentage of completion (POC) en de geactualiseerde grondexploitaties. Eventuele project specifieke risico’s (onzekerheden) mogen hierop in mindering worden gebracht. De hoogte van de tussentijdse winstneming bepalen we jaarlijks opnieuw en verrekenen we met eerder genomen winsten. Het kan hierbij ook voorkomen dat op basis van de geactualiseerde grondexploitaties een deel van de eerder genomen tussentijdse winst wordt teruggeboekt.

Op basis van bovenstaande namen we bij de jaarrekening 2019 in totaal ca. € 9,34 mln. aan tussentijdse winst. Dit bedrag komt bovenop de in 2017 en 2018 genomen tussentijdse winst van € 5,39 mln. voor Scholen Boterdorp, Rodenrijse Zoom, Parkzoom en Oudeland. In onderstaande tabel is de winstneming per grondexploitaties weergegeven:

      Bedragen x € 1.000.000
Project Reeds genomen winst t/m 2018 Genomen winst jaarrekening 2019 Totaal tussentijdse winstneming
Oudeland € 3,33 € 7,07 € 10,40
Rodenrijse Zoom € 0,74 € 0,16 € 0,90
Parkzoom € 0,79 € 2,07 € 2,87
Scholen Boterdorp € 0,52 € 0,04 € 0,56
TOTAAL € 5,39 € 9,34 € 14,73

De grondexploitatie Meerpolder kent na de herziening 2020 ook een positief resultaat. Het risicoprofiel van dit project schatten we echter hoger dan het berekende positieve resultaat en derhalve namen we geen tussentijdse winst in de jaarrekening 2019.

Risico’s

Ondanks dat we de ramingen binnen de grondexploitaties met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opstellen, blijven er risico’s bestaan. Niemand kan de toekomst voorspellen en de berekeningen zijn gebaseerd op aannames en uitgangspunten, die in de praktijk zowel positief als negatief kunnen uitvallen. De belangrijkste risico’s die samenhangen met de grondexploitaties hebben betrekking op de planning, de prijs en het programma. Voor de komende vier jaar (2021 t/m 2024) zijn de opbrengsten geraamd op een totaal van ruim € 127,6 miljoen, gemiddeld zo’n € 31,9 miljoen per jaar. Het college stuurt dan ook actief op de realisatie van deze opbrengsten. Gezien deze risico's en de impact dat dit kan hebben op de realisatie van de winsten in de grondexploitaties begroten wij geen winst in de begroting 2021-2024.

Bij de actualisatie van de grondexploitaties actualiseren wij ook de risicoprofielen. Op totaalniveau is het risicoprofiel gekoppeld aan de benodigde weerstandscapaciteit, zie paragraaf Weerstandscapaciteit. In onderstaande tabel worden de risicoprofielen per project weergegeven.

Risicoprofielen 2020
Parkzoom Laag
Wilderszijde Midden
Leeuwenhoekweg Laag
Scholen Boterdorp Laag
Meerpolder Laag
Berkel Centrum Midden
Westpolder Hoog
Oudeland Hoog
Rodenrijse Zoom Laag
RvR Groenzoom Laag
Landscheidingspark Horeca Laag
Bleizo Hoog
Hoefweg Hoog
Wilderszijde (MVA) Hoog

Op totaalniveau is het risicoprofiel gekoppeld aan de benodigde weerstandscapaciteit, zie paragraaf Weerstandscapaciteit. Voor een gedetailleerder overzicht van de risico’s per project wordt verwezen naar het MPG 2020.

Tussenstand en doorkijk grondexploitaties en risico's (t-MPG 2020)

De meeste grondexploitaties lopen volgens planning en kennen op dit moment geen grote afwijkingen ten opzichte van het MPG 2020. Voor een aantal grondexploitaties zal, voor zover wij nu in kunnen schatten, een verschuiving plaatsvinden van zowel kosten als opbrengsten naar achteren in de tijd. Het gaat om circa € 2,0 miljoen aan de kostenkant en € 850.000,- aan de opbrengstenkant. Nominaal heeft dit geen effect op de grondexploitaties. Financieel worden de bijstellingen pas verwerkt als deze voldoende zeker zijn. Dit beoordelen wij bij de actualisatie eind dit jaar (MPG 2021 / Jaarrekening 2021). Het MPG 2021 wordt na vaststelling verwerkt in de begroting.

Ontwikkelingen

Ten tijde van het opstellen van de MPG 2020 was er nog geen sprake van Corona en zijn de mogelijke financiële effecten van deze pandemie niet in het MPG meegenomen. Om te bepalen wat de mogelijke toekomstige effecten zijn van Corona is het belangrijk om te kijken naar de (gronduitgifte) categorieën binnen de gemeentelijke grondexploitaties:

1. Woningen:
• Vrije sector koopwoningen: de vraag naar woningen blijft, ondanks Corona en de voorziene economische crisis, hoog. Dit zien wij terug in onder andere Meerpolder waarbij voor 3 vrije kavels 65 gegadigden waren, maar ook bij plan Buyten (Wilderszijde) waarbij de eerste fase van de verkoop van de woningen zeer voorspoedig verloopt. Een (afzet)risico voor koopwoningen zien wij door de krappe woningmarkt tot op heden nog niet terug.
• Voor sociale huurwoningen geldt dat 3B Wonen (prefferred supplier) voldoende investeringsmogelijkheden heeft om de grote bouwplannen zoals Wilderszijde te financieren. De corporatie heeft de (financiële) mogelijkheden en wil graag nieuwe woningen realiseren.
• Bij vrije sector huurwoningen is een mogelijk risico op vertraging te verwachten. De bereidheid van investeerders om in deze categorie op middellange termijn te investeren kan mogelijk als gevolg van de crisis afnemen.
• Als gevolg van Corona kan minder efficiënt gewerkt worden (1,5 meter) en lopen/liepen sommige (buitenlandse) leveranties vertraging op. Vooralsnog zijn de effecten hiervan nog niet zichtbaar, maar dit kan een mogelijk langere bouwtijd tot gevolg hebben.

2. Bedrijventerreinen:
• De te verkopen/leveren gronden op bedrijventerrein Leeuwenhoekweg zijn beperkt en daarmee ook het gemeentelijk (Corona) risico.
• Voor Oudeland geldt dat er nog altijd nieuwe interesse wordt getoond in de aankoop van bouwkavels. Corona geeft ondernemers onder andere (nieuwe) inzichten in het op orde hebben van lokale (in plaats van internationale) voorraden waarvoor grotere opslagcapaciteiten op grotere bouwkavels nodig is. Oudeland biedt deze mogelijkheden en dit heeft tot op heden tot interesse geleid maar nog niet tot daadwerkelijk nieuwe ondertekende contracten.

3. Voorzieningen:
Voor de projecten waar wij voorzieningen gaan realiseren (Berkel Centrum en Landscheidingspark Horeca (Happy Italy)) hebben wij contracten gesloten met ontwikkelaars. Voor Berkel Centrum geldt dat pas gestart moet worden met de bouw op het moment dat 70% procent is verkocht/verhuurd. Daarmee voorkomen we dat we bouwen voor leegstand.

Lansingerland groeit naar maximaal 75.000 inwoners in 2030 en daarbij hoort ook een passend voorzieningenniveau. Hoewel investeerders in deze sector op korte termijn (als gevolg van Corona) wellicht wat terughoudend zullen zijn, is de verwachting dat op de lange termijn de beoogde ontwikkeling passend is bij de toekomstige omvang van de gemeente. De projectontwikkelaar ziet potentiële beleggers in de winkelpanden afhaken en overweegt nu zelf (risicodragend) de grond van de gemeente af te nemen en met de bouw te starten.

Belangrijkste verschuivingen en verschillen per project
Let op: de genoemde bedragen zijn indicatief en op nominale waarde. Dit betekent dat er nog geen rekening gehouden is met de effecten van rente en indexering.

Berkel centrum:
Verschuiving van uitgaven € 2,0 mln. van 2020 naar 2021 (per saldo geen effect).
• De onzekerheid in de (beleggers)markt zorgt ervoor dat de projectontwikkelaar tot op heden nog onvoldoende afnemers heeft gevonden voor de winkelpanden. De ontwikkelaar onderzoekt of hij de gemeentelijke gronden op eigen risico kan afnemen en met de bouw van de eerste bouwblokken kan starten. We gaan nog steeds uit van de verkoop van de grond in 2020.
• Het niet vinden van een belegger voor de winkelpanden zorgt ervoor dat de beoogde planning van het bouw- en woonrijp maken uitloopt. De door de gemeente uit te voeren werkzaamheden stemmen we nauw af op de planning van de ontwikkelaar. Hiermee voorkomen we het risico op onnodige investeringen.
• Bij het intreden van de intelligente lockdown is, in overleg met de winkeliers/horeca, besloten de werkzaamheden aan het Westerwater uit te stellen naar 2021. De mogelijke overlast als gevolg van de werkzaamheden en de eventuele gevolgen voor de klandizie kan voor ondernemers een extra risico zijn. De sector is door Corona hard getroffen en aanvullende risico’s zijn daarom niet wenselijk. De werkzaamheden aan de Oudelandselaan worden wel in 2020 uitgevoerd.

Parkzoom:
Verschuiving circa € 130.000,- aan kosten van 2021 naar 2020 (per saldo geen effect).
• Eerdere kosten doordat werkzaamheden woonrijpmaken eerder worden uitgevoerd.

Meerpolder:
Aanpassing woningprogramma (geen effect).
• Het woningprogramma bij project 71 wordt aangepast van vrije sector huurwoningen naar sociale woningbouw. Hierdoor nemen de grondopbrengsten af. Hier was echter al rekening mee gehouden door middel van een risicoreservering waardoor de aanpassing geen effect heeft op het resultaat.

Risico’s en kansen

Gezien de effecten van Corona nog onvoldoende zeker zijn worden deze effecten nog niet cijfermatig verwerkt. We volgen de ontwikkelingen nauwlettend en voeren aanpassingen door wanneer hiervoor voldoende informatie voorhanden is. We houden dit met verhoogde frequentie in de gaten en komen hier indien we substantiële wijzigingen zien op terug.

Door het sluiten van grondverkoopovereenkomsten en een meer concrete inschatting van de nog te maken kosten nemen de risico’s van de grondexploitaties (verder) af. De financiële consequenties van vertraging in de bouw liggen in de meeste gevallen bij de ontwikkelaar: contractueel is vaak een rentevergoeding afgesproken indien later wordt afgenomen. Ook verwachten we dat bij het sluiten van nieuwe grondverkoopovereenkomsten nog in de grondexploitaties opgenomen risicoreserveringen verder vrijvallen.

Jaarschijf 2020

Er is op hoofdlijnen gekeken naar (verwachte) afwijkingen tussen de begroting van de jaarschijf 2020, de gerealiseerde kosten tot nu toe en een prognose van de nog te maken kosten. Hierbij voorzien wij een aantal afwijkingen voor zowel de kosten als de opbrengsten.

Belangrijk is dat niet alle afwijkingen een financieel voor- of nadeel zijn. In veel gevallen betreft het een verschuiving tussen jaren en is het financiële effect op het resultaat van de grondexploitatie hiervan beperkt. Onderstaand een samenvatting op MPG-niveau (per hoofdkostensoort).

Financiële overzichten

Bedragen x € 1.000,-
Verloop grondexploitaties 2021 2022 2023 2024
Kostensoort:
Verwerving 1.547 4.649 351 338
Tijdelijk beheer 220 148 125 92
Sloop 9 66 8 -
Milieu 1.643 223 157 44
Civiel technische werken 14.643 8.715 7.373 4.236
VTA 3.163 2.475 1.719 1.207
Fondsen en afdrachten 599 521 425 52
Rente 1.301 925 794 612
Totaal kosten 23.125 17.722 10.952 6.581
Opbrengstensoort:
Grondopbrengsten 51.279 26.053 23.238 19.430
Overige opbrengsten 821 1.700 1.717 3.540
Totaal opbrengsten 52.100 27.753 24.955 22.970
Saldo kosten en opbrengsten 28.975 10.031 14.003 16.389
Boekwaarde per einde jaar 71.125 61.093 47.091 30.703
Boekwaarde 31-12-2019 101.796
Bedragen x € 1.000,-
Project Nog te realiseren kosten Nog te realiseren opbrengsten
Meerpolder 5.295 3.184
Berkel Centrum 13.655 6.088
Westpolder/Bolwerk 7.998 69.303
Oudeland 28.240 77.509
Rodenrijse Zoom 340 747
Parkzoom 6.925 2.065
Leeuwenhoekweg 421 3.542
Wilderszijde 15.225 23.549
Scholen Boterdorp 48 265
Groenzoom RvR 12.545 16.362
Landscheidingspark Horeca 756 0

Paragraaf Interbestuurlijk toezicht

Inleiding

De wet revitalisering generiek toezicht (Wet RGT) gaat ervan uit dat de raad in eerste lijn het college controleert, waardoor het verticaal toezicht van de provincies op gemeenten vermindert. De provincie wil haar verticale toezichtrol sober, proportioneel en risicogericht invullen. Om dit in de praktijk vorm te geven heeft de provincie in samenwerking met de Vereniging van Zuid-Hollandse Gemeenten (VHG) in 2013 met alle 65 Zuid-Hollandse gemeenten afzonderlijk –maar met identieke inhoud- een bestuursovereenkomst gesloten.

De provincie spreekt via de bestuursovereenkomst met de gemeenten af dat zij binnen de reguliere planning & control-cyclus (jaarverslag) jaarlijks informatie verschaffen over de stand van de taakbehartiging op de belangrijkste toezichtdomeinen: financiën, ruimtelijke ordening, omgevingsrecht, monumentenzorg, archief- en informatiebeheer en huisvesting vergunninghouders. Via deze paragraaf verschaffen wij deze informatie aan de provincie.

Financiën

De Begroting 2021 sluit structureel met inachtneming van de twee bestemmingsreserves die de raad bij de Zomerrapportage 2020 heeft ingesteld respectievelijk heeft opgehoogd, namelijk de reserve Financieringsstucturering en de reserve Sociaal domein. Op deze manier kunnen tijdelijk tekorten worden overbrugd om zo tot structurele oplossingen te komen. Daarvoor zijn bestuurlijke opdrachten geformuleerd. De uitwerking daarvan vergen tijd, creativiteit, (onderzoeks) capaciteit en innovatief vermogen. Voorts wordt de onbenutte belastingcapaciteit bij de OZB niet-woningen stapsgewijs ingezet. Die tarieven zijn voor 2021 verhoogd en zullen naar verwachting in 2024 het landelijke gemiddelde bereiken. Gezien de bijzondere omstandigheden van de Coronacrisis waarbij het nog volstrekt onduidelijk is welke effecten die op termijn sorteert en of het Rijk nog met structurele compensatiemaatregelen komt, zijn de tekorten in de Meerjarenraming 2022-2024 gedekt met onttrekkingen uit de algemene reserve.

Ruimtelijke ordening

In 2021 voldoen al onze bestemmingsplannen aan de verordening Ruimte.

Omgevingsrecht

In 2016 heeft de Raad de Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht Lansingerland vastgesteld. Jaarlijks stelt het college het uitvoeringsprogramma vast. Over de naleving van de kwaliteitscriteria doet het college van burgemeester en wethouders jaarlijks mededeling aan de gemeenteraad.

Monumentenzorg

Ook in 2021 beschikt de gemeente over een Erfgoedcommissie. Deze is opgebouwd conform de vastgestelde Erfgoedverordening 2016 m.b.t. deskundigheid.

Archief- en informatiebeheer

Op basis van het concept-verslag van de Archiefinspectie is de conclusie dat het archief- en informatiebeheer deels voldoet aan vigerende archiefwet- en regelgeving, maar ruimte laat voor verbetering.
De aanbevelingen worden z.s.m. opgepakt en doorgevoerd. Wij houden u op de hoogte van de bereikte resultaten.

Huisvesting van verblijfsgerechtigden /vergunninghouders

De taakstelling voor het huisvesten van verblijfsgerechtigden /vergunninghouders is aan het dalen ten opzichte van het hoogste punt in 2016. Bij tijdige en voldoende koppeling aan onze gemeente door het COA verwachten wij aan de taakstelling te kunnen voldoen.