Meer
Publicatiedatum: 22-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Inleiding

Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) stelt dat een aantal verplichte paragrafen moet worden opgenomen in de programmabegroting. Zij geven, als een dwarsdoorsnede door de programma’s, inzicht in een aantal bedrijfsvoeringsaspecten van de gemeente. De paragrafen zijn:

  1. Lokale heffingen
  2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing
  3. Onderhoud kapitaalgoederen
  4. Financiering
  5. Bedrijfsvoering
  6. Verbonden partijen
  7. Grondbeleid
  8. Interbestuurlijk toezicht

De paragraaf Interbestuurlijk toezicht is toegevoegd naar aanleiding van de wet revitalisering generiek toezicht. Paragraaf Taakstelling en reserveringen is niet verplicht vanuit de BBV, maar is toegevoegd naar aanleiding van een advies in de begrotingscirculaire van de Provincie Zuid-Holland 2014-2017. Zowel in 2019 als in 2020 hebben wij geen nieuwe stelposten (nog te effectueren voorgenomen bezuinigingen) en reserveringen (begrotingsruimte die gereserveerd is voor uitgaven) opgenomen. Zodoende laten we deze paragraaf vanaf de Begroting 2020 vervallen.

Paragraaf Lokale heffingen

Inleiding

De lokale heffingen vormen een belangrijke bron van inkomsten voor de gemeente. Het beleid voor deze heffingen is door de gemeenteraad vastgesteld en vastgelegd in verschillende gemeentelijke verordeningen. In deze paragraaf presenteren wij de lokale heffingen en de ontwikkelingen daarin voor 2020.

We onderscheiden twee soorten lokale heffingen: belastingen die als algemeen dekkingsmiddel mogen worden ingezet, en rechten waarvan de opbrengsten direct dienen ter dekking van gemaakte kosten. Tot de eerste categorie behoren de onroerende zaakbelastingen, hondenbelasting en de precariobelasting. Tot de tweede categorie, de zogenaamde bestemmingsheffingen, behoren de rioolheffing, afvalstoffenheffing, lijkbezorgingsrechten, marktgelden en leges. Voor deze categorie worden de tarieven dusdanig vastgesteld dat de geraamde baten van de rechten gelijk zijn aan de geraamde lasten.

De tarieven 2020 maken deel uit van deze paragraaf, maar zijn nog voorlopig. De gemeenteraad stelt de tarieven 2020 definitief vast in de raadsvergadering van december 2019 en zij zijn dus geen onderdeel van de besluitvorming van deze begroting.

Uitvoering WOZ–taken en heffingen gemeentelijke belastingen
De uitvoering van de WOZ–taken en heffing van gemeentelijke belastingen (opleggen en inning van de aanslag) zijn sinds 1 januari 2013 uitbesteed aan SVHW (Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffingen en Waardebepaling) te Klaaswaal.

Overzicht opbrengst lokale heffingen

Bedragen x € 1.000
Opbrengst lokale heffingen Realisatie 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Begr 2024
OZB woningen 8.946 8.367 8.472 8.221 8.019 8.154 8.288
OZB niet-woningen 5.945 5.989 6.013 6.097 6.118 6.139 6.160
Afvalstoffenheffing 3.836 4.352 6.661 6.837 6.828 6.826 6.824
Rioolheffing 6.237 6.421 6.489 6.691 6.930 7.180 7.456
Lijkbezorgingsrechten 246 212 212 212 212 212 212
Leges burgerzaken 731 484 450 480 476 476 476
Leges bouw 4.776 2.500 2.600 2.500 2.200 2.000 2.000
Hondenbelasting 297 299 299 299 299 299 299
Marktgelden 63 71 71 71 71 71 71
Precariobelasting, uitstallingen 39 45 45 45 45 45 45
Precariobelasting, kabels en leidingen 201 200 200 200 0 0 0
Totaal 31.317 28.940 31.512 31.653 31.198 31.402 31.831
Stijging t.o.v. jaar t-1 2.572 141 -455 204 429
*Begroting 2019 na wijzigingen in het lopende jaar

De grootste mutatie op het gebied van inkomsten uit lokale heffingen in de Meerjarenraming 2020 ten opzichte van de Meerjarenbegroting 2019 betreft de afvalstoffenheffing (€ 2,3 miljoen). In 2019 was, evenals in 2018, een eenmalige korting op de afvalstoffenheffing als gevolg van het opheffen van de reserve afvalstoffenheffing verrekend in het tarief. Voor 2020 is gerekend met een tarief van € 290,49 voor een meerpersoonshuishouden. Een nadere toelichting van de stijging wordt gegeven in programma 5 bij het beleidsveld Afval.

In 2020 wordt het OZB tarief op woningen verlaagd ten opzichte van 2019 voor de verwachte waardeontwikkeling. Op termijn wil het college het OZB tarief terugbrengen naar het landelijk gemiddelde. De totale opbrengst stijgt licht door een hogere waardeontwikkeling in 2019 dan meerjarig begroot. In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) is opgenomen dat de rioolheffing jaarlijks zal stijgen met 1,7%, totdat in 2041 een kostendekkend niveau is bereikt.

Gemeentelijke woonlasten 2019 en (concept) 2020

In onderstaande tabellen staan de bedragen van de gemeentelijke woonlasten 2019 en 2020. De woonlasten bestaan uit de gemeentelijke belastingaanslag. Deze wordt opgelegd door SVHW en bestaat uit de OZB, de afvalstoffen– en rioolheffing (overeenkomstig de publicatie van COELO).

Hieronder staan de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden met (1) een eigen woning of (2) een huurwoning voor het jaar 2020. De WOZ–waarde voor de eigenaar van een woning is gebaseerd op fictieve WOZ–waarde gegevens.

Onderstaande cijfers zijn exclusief de eenmalige korting op de afvalstoffenheffing in 2019.

(1) Meerpersoonshuishouden met eigen woning en een (fictieve) WOZ-waarde van € 323.000 Bedragen x € 1,-
Lokale lasten Lansingerland Aanslag 2019 Aanslag 2020 Verschil in € Verschil in %
OZB 353,69 329,46 -24,23 -6,85%
Afvalstoffenheffing 240,48 290,49 50,01 20,80%
Rioolheffing 245,18 249,35 4,17 1,70%
Aanslag gemeentelijke belastingen (via SVHW) 839,35 869,30 29,96 3,57%
(2) Meerpersoonshuishouden met een huurwoning Bedragen x € 1,-
Lokale lasten Lansingerland Aanslag 2019 Aanslag 2020 Verschil in € Verschil in %
Afvalstoffenheffing 240,48 290,49 50,01 20,80%
Rioolheffing 245,18 249,35 4,17 1,70%
Aanslag gemeentelijke belastingen (via SVHW) 485,66 539,84 54,18 11,16%
(3) Detailhandel met eigen woning met een (fictieve) WOZ-waarde van € 450.000 Bedragen x € 1,-
Lokale lasten Lansingerland Aanslag 2019 Aanslag 2020 Verschil in € Verschil in %
OZB 1.915,20 1.896,30 -18,90 -0,99%
Rioolheffing 245,18 249,35 4,17 1,70%
Aanslag gemeentelijke belastingen (via SVHW) 2.160,38 2.145,65 -14,73 -0,68%
Bedragen x € 1,-
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar ervoor Realisatie 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023
A) OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 381,33 353,69 329,46 329,46 329,46 329,46
B) Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 241,08 245,18 249,35 253,59 257,90 262,28
C) Afvalstoffenheffing voor een gezin 237,24 240,48 290,49 294,30 288,56 282,89
D) Eventuele heffingskorting -65,31 -53,46 0,00 0,00 0,00 0,00
E) Totale woonlasten gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D) 794,34 785,89 869,30 877,35 875,92 874,63
F) Landelijke gemiddelde jaar ervoor 751,97 749,02 764,95 764,95 764,95 764,95
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar ervoor (E/F) x 100% 105,63% 104,92% 113,64% 114,69% 114,51% 114,34%

COELO 2019 en woonlasten en tarieven regio

Het COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) publiceert jaarlijks de zogeheten ‘Atlas van de lokale lasten’. In deze atlas staat een overzicht van de gemeentelijke woonlasten. De woonlasten hebben betrekking op een meerpersoonshuishouden met een eigen woning en bestaan uit de OZB, het rioolrecht en de afvalstoffenheffing. De WOZ-waarde van een woning is gebaseerd op de gemiddelde WOZ-waarde van alle woningen in de betreffende gemeenten.

Het COELO publiceert in de atlas ook een tarievenoverzicht. Het tarievenoverzicht voor 2019 is hieronder opgenomen, aangevuld met de gegevens van onze gemeente. Lansingerland staat in 2019 met het bedrag van € 780 (inclusief de korting op de afvalstoffenheffing) aan woonlasten op plek 231 van de 372 gemeenten.

Bedragen x € 1,-
COELO - 2019 Laagste Landelijk gemiddelde Hoogste Lansingerland 2019 Lansingerland 2020 concept
OZB woningen (eigenaar) 0,0379% 0,1150% 0,2509% 0,1095% 0,1020%
OZB niet-woningen (eigenaar + gebruiker) 0,0668% 0,4779% 1,4075% 0,4256% 0,4214%
Afvalstoffenheffing MPH* 37,00 263,00 419,00 240,48 290,49
Rioolheffing 0-500 m3 0,00 340,00 1.370,00 245,18 249,35
Hondenbelasting (1ste hond) 15,37 45,46 124,80 81,48 81,48
Woonlasten meerpersoonshuishouden 511,00 740,00 1.446,00 833,46 869,30
*exclusief eenmalige korting 2019

Woonlasten en de tarieven in de regio

Voor de vergelijking van de woonlasten van Lansingerland met die van andere gemeenten is gebruikgemaakt van de gegevens, die zijn gepubliceerd in de Atlas van de lokale lasten 2019 van COELO.

In onderstaand overzicht zijn de gemiddelde woonlasten 2019 weergegeven voor eigenaren van een eenpersoons huishouden en voor een meerpersoonshuishouden in Lansingerland en in andere gemeenten. In de berekening van de woonlasten zijn meegenomen de onroerende zaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De gemiddelde WOZ–waarde is gebaseerd op peildatum 1 januari 2018.

Bedragen x € 1,-
Woonlasten in de regio 2019 Gemiddelde WOZ-waarde Rangnummer Gemiddelde woonlasten EPH Gemiddelde woonlasten MPH Vergelijking Lansingerland MPH
Lansingerland 317.709 231 742,66 780,09 100,00%
Delft 218.000 178 708,89 753,74 96,62%
Pijnacker-Nootdorp 211.819 316 722,16 850,06 108,97%
Zoetermeer 262.183 254 779,92 795,09 101,92%
Zuidplas 319.000 323 777,01 860,05 110,25%
Bedragen x € 1,-
Tarieven 2019 in de regio Lansingerland Delft Pijnacker-Nootdorp Zoetermeer Zuidplas
OZB
Eigendom woningen 0,1095% 0,1305% 0,0992% 0,1680% 0,1154%
Eigendom niet-woningen 0,2348% 0,2775% 0,2191% 0,4140% 0,1772%
Gebruik niet-woningen 0,1908% 0,2172% 0,1558% 0,3218% 0,1330%
Totaal niet-woningen 0,4256% 0,4947% 0,3749% 0,7358% 0,3102%
OZB-aanslag woningen (a) 347,89 276,42 316,45 366,24 302,56
Afvalstoffenheffing
Eenpersoonshuishouden 149,59 225,76 232,20 235,27 230,17
Meerpersoonshuishouden (b) 187,02 353,66 315,24 280,12 245,33
Rioolheffing (c) 245,18 219,98 228,36 107,38 247,20
Gemiddelde woonlasten MPH (a+b+c) 780,09 850,06 860,05 753,74 795,09

Onroerend zaakbelastingen (ozb)

De ozb bestaat uit een belasting voor de eigenaar en een belasting voor de gebruiker van een opstal, waarbij verschil gemaakt wordt tussen woningen en niet-woningen.

Belastingplichtig voor de eigenarenbelasting is de genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. Dat is degene die bij het kadaster staat ingeschreven met het meest verstrekkende genotsrecht. Voor de gebruikersbelasting is belastingplichtig degene die de onroerende zaak gebruikt (bijvoorbeeld een huurder), al dan niet krachtens persoonlijk recht.

De ozb is een algemeen dekkingsmiddel, wat betekent dat deze vrij besteedbaar is. De belasting wordt berekend naar een percentage van de WOZ– waarde. De WOZ*-waarde wordt jaarlijks vastgesteld. Voor 2020 worden de onroerende zaken gewaardeerd naar de peildatum op 1 januari 2019. In het coalitieakkoord en het collegeprogramma is het streven opgenomen om de lokale lasten voor de ozb op termijn terug te brengen naar het landelijk gemiddelde.

Lansingerland kent een tariefdifferentiatie voor woningen en niet-woningen. De tarieven voor niet-woningen liggen hoger dan voor de woningen. Tariefdifferentiatie tussen woningen en niet – woningen wordt in heel Nederland toegepast.

Tarieven 2020

Het tarief voor 2020 wordt gecorrigeerd voor de verwachte waardemutatie in 2019 (een stijging van 7,4%, voor woningen) en verwachte inflatie. Door de extra daling in 2019 (8% i.p.v. 4 %) is in 2020 naast de correctie voor de verwachte waardestijging geen verdere aanpassing van het tarief nodig om te voldoen aan het streven de ozb-lasten terug te brengen naar het landelijke gemiddelde. Het (voorlopig) tarief voor woningen daalt van 10,95% naar 10,20%. In de raadsvergadering van december 2019 staat de vaststelling van de ozb-tarieven 2020 geagendeerd.

Ozb - tarieven 2018 2019 Concept 2020 % verschil t.o.v. 2019
Eigenaar (woning) 0,1319% 0,1095% 0,1020% -6,85%
Eigenaar (niet-woning) 0,2472% 0,2348% 0,2325% -0,98%
Gebruiker (niet-woning) 0,1981% 0,1908% 0,1889% -1,00%

Waardeontwikkeling en gevolgen ozb-tarief vanaf 2018

De tabel hieronder geeft aan wat het effect is van de waardeontwikkelingen van woningen en niet-woningen op het OZB-tarief in de afgelopen jaren.

Waardeontwikkeling en gevolgen ozb-tarief 2018 2019 2020
Waardeontwikkeling t.o.v. 1 januari jaar t-1
Woningen 3,50% 10,60% 7,40%
Niet-woningen 0,00% 3,70% 1,00%
Inflatiecorrectie 0,00% 0,00% 0,00%
Extra (korting op inkomsten) -3,00% -8,00% 0,00%
Gevolgen voor tarief
Eigenaar (woningen) -6,30% -16,98% -6,89%
Eigenaar (niet-woningen) -3,00% -5,02% -0,98%
Gebruiker (niet-woningen) -3,00% -3,69% -1,00%
* Wet Waardering Onroerende Zaken

Afvalstoffenheffing

De afvalstoffenheffing bekostigt de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikmaakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

De geraamde baten mogen niet boven de geraamde kosten uitstijgen. De opbrengst mag dus maximaal 100% kostendekkend zijn in de begroting. Nu en in de toekomst blijft de afvalstoffenheffing een aparte geldstroom, los van de algemene middelen.

Tarieven 2020

Bij de vaststelling van de hoogte van de aanslag wordt rekening gehouden met een gedifferentieerd tarief voor één en meerpersoonshuishoudens.

Bedragen x € 1,-
Tarieven afvalstoffenheffing 2018 2019 Concept 2020 % verschil
Na teruggave Voor teruggave Na teruggave Voor teruggave t.o.v. 2019
Eenpersoonshuishoudens 149,59 189,84 149,59 192,36 232,39 20,81%
Meerpersoonshuishoudens 187,02 237,24 187,02 240,48 290,49 20,80%

Rioolheffing

De rioolheffing wordt geheven op grond van artikel 228a van de Gemeentewet. Rioolheffing is een bestemmingsbelasting en dient ter bekostiging van de gemeentelijke watertaken. Deze watertaken zijn het inzamelen, zuiveren en transporteren van huishoudelijk afvalwater; het verzamelen en transporteren van bedrijfsafvalwater en het inzamelen en verwerken van hemelwater. De kosten hiervoor verhalen we met de rioolheffing op de gebruiker.

Tarieven 2020

Het tarief is een vast bedrag voor maximaal 500 m3 afgevoerd afvalwater voor huishoudens. Voor de zogenaamde grootverbruikers geldt dat boven de 500 m3 voor iedere volgende 500 m3 afgevoerd afvalwater of een gedeelte daarvan een opslag wordt geheven. Bij de totstandkoming van de Rioolverordening 2020 gaan we onderzoeken of het wenselijk is om meer differentiatie in tariefeenheden aan te brengen.

Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2020 (GRP)

De gemeente kiest voor doelmatig en risico gestuurd werken. Er wordt zoveel mogelijk integraal en wijkgericht gewerkt. Om uiteindelijk alle activiteiten te kunnen uitvoeren, is 8,9 fte berekend in de organisatie. Om de kosten als gevolg van de activiteiten te kunnen dekken, stijgt de rioolheffing vanaf 2016 in 25 jaar geleidelijk met 1,7% per jaar tot een kostendekkend niveau van € 345,45 in 2041. Dit is conform Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2015-2020 en exclusief inflatie. De tarieven voor de rioolheffing 2020 zijn gebaseerd op bovenstaande uitgangspunten.

Bedragen x € 1,-
Tarieven rioolheffing 2018 2019 2020 % verschil t.o.v. 2019
Eenpersoonshuishoudens 241,08 245,18 249,35 1,70%
Meerpersoonshuishoudens 241,08 245,18 249,35 1,70%

Lijkbezorgingrechten

De gemeente Lansingerland heeft het gebruik van gemeentelijke begraafplaatsen vastgelegd in een beheerverordening. Deze verordening is door de raad van de gemeente Lansingerland vastgesteld op 27 november 2008 en in december 2008 in werking getreden. Hierin is onder meer bepaald welk type grafrechten worden verleend en onder welke voorwaarden. Daarnaast staat erin welke voorwaarden gelden alvorens iemand te begraven.

Leges Bouwvergunningen

In aanloop naar de Begroting 2020-2023 is de raming van de bouwleges geactualiseerd. Deze prognose is gebaseerd op meerjarige gemiddeldes en wordt hierbij afgestemd op de woningbouwplanning en de planning van de uitgifte van bedrijventerreinen.

De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in tarieventabel behorend bij de legesverordening. Deze verordening en tarieventabel wordt eind 2019 geactualiseerd. De tarieven voor bouwleges zijn afhankelijk van de hoogte van de bouwsom. De hoogte van de bouwsom bepaalt in welke tariefcategorie de aanvraag behoort. Per categorie geldt een vast en een variabel (percentage van de bouwsom) deel. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

In 2018 is gestart met de pilot ‘Vergroening Leges’. Hierbij bouwen we een financieel voordeel in voor een particulier wanneer deze energiezuiniger bouwt dan het huidige Bouwbesluit (minimale wettelijke technische bouweisen) voorschrijft. Op basis van ervaringen van andere gemeenten wordt voorgesteld te werken met een maximum aan legeskorting per aanvraag en een maximum aan totaal beschikbaar bedrag dat beschikbaar is voor vergroening van leges. Zo kan niet meer uitgegeven worden als dit maximumbedrag is bereikt. In deze begroting wordt rekening gehouden met een inkomstenderving van € 350.000 in 2020. Op basis van de evaluatie van de pilot verwerken we mogelijke de meerjarige effecten.

Bedragen x € 1,-
Inschatting bouwleges 2019
Basisinkomsten o.b.v. meerjarig gemiddelde 2.950.000
Vergroening leges -350.000
Raming legesinkomsten bouwaanvragen 2.600.000

Hondenbelasting

De gemeente Lansingerland heft hondenbelasting. De tarieven daarvoor blijven ongewijzigd ten opzichte van 2019. Dit houdt in dat het tarief voor het houden van één hond in 2020 € 81,48 bedraagt, voor iedere volgende hond is dat € 114,12. De aanslag voor een geregistreerde kennel is € 244,68.

Marktgelden en precariobelasting (uitstallingen)

De berekening van het marktgeld hangt af van het aantal gebuikte meters frontbreedte en het gebruik van elektriciteit. Er is in principe iedere week markt. Het college stelt jaarlijks de tarieven voor de marktgelden vast. Deze tarieven kunnen verhoogd worden met maximaal het inflatiecijfer dat wordt toegepast in de begroting.

Precario op kabels en leidingen

Sinds 1 juli 2017 is de precariobelasting voor nutsnetwerken afgeschaft. Maar de gemeente Lansingerland kan gebruikmaken van een overgangsregeling, waardoor de gemeente tot en met 2021 precario kan blijven heffen op ondergrondse energieleidingen. Dit levert ons € 200.000 inkomsten per jaar op. Deze belasting heffen wij op Dunea.

Kwijtscheldingen

In Lansingerland kan kwijtschelding worden verleend voor afvalstoffenheffing en rioolheffing, als een belastingschuldige (particulieren) financieel niet in staat is om de belastingaanslag te betalen. Of een belastingschuldige in aanmerking komt voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding, wordt beoordeeld aan de hand van een inkomens- en vermogenstoets. Deze toets is gebaseerd op door het Rijk vastgestelde normen. De daarbij te hanteren kosten van bestaan (de zgn. betalingscapaciteit) worden vastgesteld op 100% van de bijstandsnorm.

Aan belastingschuldigen die op 31 december voorafgaand aan het belastingjaar een bijstandsuitkering en minimaal twee jaar gehele kwijtschelding hebben ontvangen, wordt automatisch kwijtschelding verleend. De kosten voor kwijtschelding worden bij de afvalstoffenheffing en de rioolheffing meegenomen in de berekening van de kostendekking.

De werkelijke en geraamde lasten van kwijtscheldingen staan in onderstaand overzicht.

Bedragen x € 1,-
Kwijtscheldingen Realisatie 2018 Begr 2019 Begr 2020 Verschil t.o.v. 2019
Afvalstoffenheffing 124.543 139.800 189.800 50.000
Rioolheffing 181.377 189.200 189.200 0
Hondenbelasting 0 0 0 0
OZB (niet-)woningen 3.976 0 0 0
Totaal 309.896 329.000 379.000 50.000

Verordening Bedrijven Investeringszone (BIZ) Bedrijvenpark Rodenrijs

De BIZ-bijdrage is een bestemmingsbelasting die op verzoek van ondernemers wordt geheven. Met de opbrengst worden activiteiten gerealiseerd van en voor deze ondernemers. In 2019 int de gemeente twee heffingen in de vorm van een BIZ-bijdrage: (1) BIZ Bedrijvenpark Rodenrijs en (2) BIZ Centrum Bergschenhoek.

Overzicht kostendekkendheid rechten en leges

Vanaf de Begroting 2017 moet de gemeente in de paragraaf lokale heffingen een overzicht van baten en lasten opnemen voor de heffingen, waarbij sprake is van het verhalen van kosten. De verplichting is bij besluit van 5 maart 2016 in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) opgenomen. In artikel 10, onderdeel c van het BBV is vastgelegd dat de paragraaf lokale heffingen in ieder geval bevat:

“Een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd.”

Hieronder staat de mate van kostendekkenheid voor de verschillende rechten en leges.

Bedragen x € 1.000
Kostendekkendheid tarieven rechten Afvalstoffenheffing Rioolheffing Lijkbezorgingsrechten Marktgelden
Directe kosten 5.412.995 5.399.834 210 59
Directe inkomsten, exclusief heffingen 467.090 13.000
Netto directe kosten 4.945.905 5.386.834 210 59
Toe te rekenen kosten:
Overhead incl. (omslag)rente 656.077 539.753 159 56
BTW 1.059.185 562.497
Totaal toe te rekenen kosten 6.661.167 6.489.084 369 115
Opbrengst heffingen 6.661.000 6.489.084 212 71
Dekking 100,00% 100,00% 57,45% 61,74%

In de tabel hieronder is de kostendekkendheid op hoofdstukniveau weergegeven. De gepresenteerde kostendekkendheid sluit aan bij de vernieuwde BBV-voorschriften, die sinds de Begroting 2017 van kracht zijn. Deze kostendekkendheid wordt in de komende periode nader bezien. Indien nodig of gewenst worden de tarieven op basis van deze bevindingen aangepast bij de Legesverordening 2020. De Raad stelt in december 2019 deze legesverordening en de tarieventabel definitief vast.

Onderbouwing kostendkekendheid leges Bedragen x € 1,-
Hfd Omschrijving Lasten Overhead Totaal lasten Baten Kostendekkendheid
1.1 Burgerlijke stand 61.689 51.726 113.415 85.617 75,49%
1.2 Reisdocumenten 58.271 55.856 114.127 89.691 78,59%
1.3 Rijbewijzen 123.620 94.302 217.922 215.000 98,66%
1.4 Verstrekkingen uit de Wet basisregistratie personen 16.425 10.156 26.580 24.274 91,32%
1.5 Verstrekkingen uit het Kiezersregister 0 0 0 0 -
1.6 Verstrekkingen op grond van Wet bescherming persoonsgegevens 0 0 0 0 -
1.7 Bestuursstukken 0 0 0 0 -
1.8 Vastgoedinformatie 1.679 1.406 3.086 2.676 86,73%
1.9 Overige publiekszaken 9.239 9.401 18.640 14.597 78,31%
1.10 Gemeentearchief 0 0 0 0 -
1.11 Huisvestingswet 0 0 0 0 -
1.12 Leegstandwet 0 0 0 0 -
1.13 Gemeentegarantie 0 0 0 0 -
1.14 Marktstandplaatsen 0 0 0 0 -
1.15 Winkeltijdenwet 0 0 0 0 -
1.16 Kansspelen 672 562 1.234 638 51,69%
1.17 Kinderopvang en peuterspeelzalen 0 0 0 0 -
1.18 Telecommunicatie 0 0 0 0 -
1.19 Verkeer en vervoer 17.267 13.620 30.888 15.254 49,39%
1.20 Diversen 63.742 61.664 125.405 75.348 60,08%
1.21 In deze titel niet benoemde beschikking 0 0 0 0 -
1 Subtotaal titel 1 352.604 298.693 651.297 523.095 80,32%
2.1 Begripsomschrijvingen 0 0 0 0 -
2.2 Vooroverleg / beoordelen conceptaanvraag 0 0 0 0 -
2.3 Omgevingsvergunning 1.801.592 848.631 2.650.223 2.600.000 98,10%
2.4 Vermindering 0 0 0 0 -
2.5 Teruggaaf 0 0 0 0 -
2.6 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project 0 0 0 0 -
2.7 Bestemmingswijzingen zonder activiteiten 0 0 0 0 -
2.8 Sloopmelding 0 0 0 0 -
2.9 Openstellingsvergunning 0 0 0 0 -
2.10 In deze titel niet benoemde beschikking 0 0 0 0 -
2 Subtotaal titel 2 1.801.592 848.631 2.650.223 2.600.000 98,10%
3.1 Horeca 12.133 10.253 22.386 17.645 78,82%
3.2 Organiseren van evenementen of markten 4.467 3.775 8.242 6.792 82,41%
3.3 Prostitutiebedrijven 0 0 0 0 -
3.4 Splitsingsvergunning woonruimte 0 0 0 0 -
3.5 Leefmilieuverordening 672 562 1.234 962 77,94%
3.6 Brandbeveiligingsverordening 280 234 514 201 39,08%
3.7 Niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking 0 0 0 0 -
3 Subtotaal titel 3 17.552 14.824 32.376 25.600 79,07%
Totaal legesverordening 2.171.748 1.162.148 3.333.896 3.148.695 94,44%

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft aan in hoeverre de gemeente Lansingerland in staat is om haar financiële risico’s op te vangen en welke methode gebruikt wordt voor het bepalen van het risicoprofiel. Daarnaast beschrijft de paragraaf op hoofdlijnen op welke wijze ‘risicobeheersing’ onderdeel is van de bedrijfsvoering van de gemeente. Op basis van het BBV nemen gemeenten een aantal verplichte financiële kengetallen op in de paragraaf weerstandsvermogen van de begroting en het jaarverslag. Dit om de leden van provinciale staten en de gemeenteraad gemakkelijker inzicht te geven in de financiële positie van hun provincie of gemeente.

Risicobeheersing in de gemeente Lansingerland

De nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2015-2018 beschrijft op welke wijze Lansingerland haar risico’s beheerst en hier verantwoording over af legt. Actualisatie van deze nota staat gepland voor 2020. De nota beschrijft o.a. welke informatie we in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de Begroting 2020 opnemen.

Op basis van de huidige inzichten loopt Lansingerland haar grootste financiële risico’s bij de grondexploitaties. Het risico op de grondexploitaties houdt verband met de hoge boekwaarde van reeds gedane investeringen in grond en de marktomstandigheden. Het risico is dat grond niet, later, of voor een lagere prijs wordt verkocht dan nu voorzien. Om dit risico te ‘beheersen’ moeten we vooral inspelen op de marktontwikkelingen en het onderscheidende vermogen van de gemeente als toekomstige woongemeente of vestigingsplaats voor een bedrijf. Dit is daarom ook een speerpunt van het college. Om de boekwaarde op de huidige grondexploitaties niet (verder) op te laten lopen is de gemeente terughoudend met het doen van nieuwe uitgaven. Uitgaven doen we pas als deze noodzakelijk zijn om 'inkomsten' te genereren. Waar mogelijk benutten we schaalvoordelen om werkzaamheden te clusteren. In de Begroting 2020-2023 (prognose balans) is zichtbaar dat het geïnvesteerde bedrag in de grondexploitaties de komende jaren verder terugloopt. We verwachten meer inkomsten dan uitgaven. Voor een verdere toelichting op de risico’s van de grondexploitaties wordt verwezen naar Paragraaf Grondbeleid.

Inventarisatie risico’s

Op basis van het risicoprofiel van de gemeente Lansingerland kan worden bepaald hoeveel middelen nodig zijn om alle risico’s te kunnen opvangen. Daarbij maken we onderscheid tussen ‘incidentele risico’s’ en het risico op structurele tegenvallers. Incidentele risico’s dienen te worden afgedekt door het beschikbare weerstandsvermogen en voor het opvangen van structurele risico’s zal voldoende ‘flexibiliteit’ in de begroting aanwezig moeten zijn. Dit laatste maken we inzichtelijk door in de paragraaf weerstandsvermogen een aantal scenario’s te schetsen die zich voor kunnen doen en daarbij aan te geven wat de financiële impact is op de saldi van de meerjarenbegroting.

De benodigde weerstandscapaciteit wordt berekend op basis van een risicosimulatie. Uitgangspunt hierbij is een statistische benadering die ervan uitgaat dat nooit alle risico’s zich tegelijk én in hun maximale omvang zullen voordoen. Indien dat wel het geval is, zou op basis van de in beeld gebrachte risico’s, hiermee een bedrag gemoeid zijn van € 117 miljoen (feitelijk het absoluut maximum aan financieel gevolg van de in beeld gebrachte risico’s).

Dit is als volgt te verdelen over de algemene dienst en de grondexploitaties:

  • Algemene dienst:      €  16 miljoen
  • Grondexploitaties:    € 101 miljoen

Top 10 risico’s gemeente Lansingerland
De top 10 aan risico’s zijn op basis van hun aandeel in het totaal benodigde weerstandsvermogen:

Bedragen x € 1.000
Nr. Risico Kans Maximaal bedrag
1 Wilderszijde wordt niet meer ontwikkeld en grond afboeken naar restwaarde. 30% € 23.060
2 Fiscale optimalisatie Westpolder wordt niet gerealiseerd. 30% € 12.500
3 Vraag naar bedrijventerrein Oudeland komt onder druk. 30% € 9.370
4 Perceel in Oudeland kan niet worden verworven en daardoor niet worden uit gegeven. 50% € 4.410
5 Niet of later verkopen incourante restkavels Oudeland 30% € 6.200
6 Lagere grondprijs Oudeland na 6 jaar. 10% € 12.435
7 Projectrisico’s uitvoering Westpolder (parkeren, fietsen, ontsluiting) 30% € 2.500
8 Lagere dekking Rijk inkomensdeel BUIG 30% € 1.200
9 Niet halen targets deelplannen Westpolder 30% € 2.300
10 Verwachte versnelling in GREX Groenzoom vindt niet plaats 30% € 2.000

Uit de voorgaande tabel blijkt dat onze grootste risico’s betrekking hebben op de grondexploitaties, waarvan Westpolder en Wilderszijde de grootste invloed hebben. De genoemde bedragen zijn de mogelijke verdere verliezen op de grondexploitaties als de ontwikkelingen niet lopen zoals we nu inschatten op basis van de huidige marktomstandigheden. Naast bovenstaande incidentele effecten zijn er, als het risico zich voordoet, ook structurele effecten omdat schulden niet of minder snel kunnen worden afgelost. Op basis van de huidige rekenrente van 1,7% voor de grondexploitaties betekent elke € 10 miljoen verdere verliesname op de grondexploitatie een toename van de structurele rentelast op de begroting van € 0,17 miljoen. Voor wat betreft het risico op het moeten afboeken van Wilderszijde merken wij op dat we dit risico voorlopig nog handhaven totdat het project Wilderszijde formeel in exploitatie wordt genomen, inclusief de bijbehorende grondexploitatie en een op die grondexploitatie toegespitste risicoanalyse.

Ten opzichte van de Begroting 2019 zijn een aantal risico’s uit de top 10 gemuteerd. Het risico op verminderde vraag naar grond op bedrijventerreinen schat het college lager in dan bij de Begroting 2019. Dit komt o.a. doordat in 2018 een aantal grote gronden zijn verkocht en daarmee is het risico gedaald.

In de Begroting 2019 stond nog een risico op planschade. In de Jaarrekening 2018 is hiervoor een voorziening getroffen en is het risico dus opgetreden (en daarmee geen risico meer maar een feit).

Het benodigde risicobedrag voor een eventueel tekort op Bleizo is ten opzichte van de jaarstukken 2018 en de Begroting 2019 verlaagd. Een eventueel tekort bij Bleizo komt voor de eerste € 9,5 miljoen ten laste van de gemeente Zoetermeer. Hiermee rekening houdend houden we op basis van de grondexploitatie Bleizo 2019 rekening met een risico van € 0,2 miljoen voor Lansingerland. Het risico valt daarmee buiten de top 10. Doordat dit risico uit de top 10 valt schuift het risico t.a.v. de versnelling GREX Groenzoom de top 10 in.

Risico’s verbonden partijen

De gemeente Lansingerland neemt deel in diverse gemeenschappelijke regelingen en verbonden partijen. In de paragraaf verbonden partijen van deze begroting is een overzicht hiervan opgenomen en is per partij ook inzicht gegeven in de risico’s bij de verbonden partij.

De risico’s van Bleizo en het effect hiervan op het benodigde weerstandsvermogen van de gemeente zijn in de vorige paragraaf toegelicht. Uit de Begroting 2020 en de Jaarrekening 2018 van de gemeenschappelijke regeling Hoefweg blijkt dat de risico’s die Hoefweg loopt nog opgevangen kunnen worden binnen de eigen grondexploitatie (de grondexploitatie bevat zelf nog voldoende weerstandscapaciteit). De gemeente zelf hoeft op basis van de huidige inzichten geen weerstandscapaciteit hiervoor aan te houden.

Het project Bleizo betreft de ontwikkeling van een hoogwaardige openbaar vervoersknoop (HOV) en de gebiedsontwikkeling rondom de knoop. Op 17 mei 2019 heeft staatssecretaris Stientje Van Veldhoven (ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) het station Lansingerland-Zoetermeer op feestelijke wijze geopend. De trein, Randstadrail, bus, auto en fiets zijn hier met elkaar verbonden. Voor de gebiedsontwikkeling is het gebied in 2 delen opgedeeld. Voor Bleizo-Oost, het deel ten oosten van de HSL, is inmiddels het bestemminsplan definitief vastgesteld. De economische groei en vraag naar logistieke kavels in de Corridor A12 maakt dat er ruimte is voor logistieke bedrijventerreinen. Partijen in de Corridor A12 hebben hierover met elkaar afspraken gemaakt, waardoor het bestemmingsplan voor Bleizo-Oost vastgesteld kon worden. Voor Bleizo-West doen we onderzoek naar een alternatief ontwikkelprogramma. Hiervoor is een eerste stedenbouwkundige verkenning uitgevoerd. Alvorens te kunnen besluiten over het ontwikkelprogramma voor Bleizo-West brengen we eerst alle contexten die behoren bij deze afweging in beeld. Dit is nodig om de gemeenteraden van Lansingerland en Zoetermeer weloverwogen en goed geïnformeerd een besluit te kunnen nemen. De vaststelling van het bestemmingsplan voor Bleizo-West is opgeschort totdat er meer duidelijkheid is over het onderzoek.

Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit betreft de middelen die de gemeente heeft of ter beschikking kan krijgen om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Het uitgangspunt daarbij is dat structurele risico’s opgevangen moeten worden door structurele ‘weerstandscapaciteit’ en incidentele risico’s opgevangen worden door incidentele ‘weerstandscapaciteit’. Dit onderscheid is ook van belang met het oog op het ‘structureel evenwicht’ in de begroting en de toets van de Provincie hierop.

Incidentele weerstandscapaciteit
De gemeente Lansingerland rekent alleen de algemene reserve tot de incidentele weerstandscapaciteit. De overige reserves rekenen wij niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Dit zijn de bestemmingsreserves en de stille reserves. Bestemmingsreserves worden niet meegenomen, omdat hier al een bestemming aan is toegekend. Stille reserves (ontstaan wanneer de boekwaarde van de activa lager is dan de verkoopwaarde) worden niet meegenomen, omdat deze pas geïncasseerd kunnen worden als de activa verkocht wordt. Echter, als er expliciete besluiten worden genomen om stille reserves te gelden te maken, dan worden deze toegevoegd aan de weerstandscapaciteit.

Structurele weerstandscapaciteit
De structurele weerstandscapaciteit betreft de flexibiliteit die er in de begroting is. Dit betreft de mate waarin lasten verder zijn terug te brengen (door bezuinigingen), inkomsten te verhogen en de inzet van de post onvoorzien. Zodoende bestaat structurele weerstandscapaciteit uit:

  • Onbenutte belastingcapaciteit;
  • Post onvoorzien;
  • Bezuinigingspotentieel lastenniveau tot wettelijke taken.

De onbenutte belastingcapaciteit is in theorie niet gemaximeerd. Er zijn geen maximum tarieven voor de OZB. Wel zijn er landelijk afspraken over de maximale jaarlijkse stijging van de OZB (macro-norm) en geldt voor het doen van een aanvraag tot artikel 12 dat de OZB boven de drempelpercentages ligt (gebaseerd op 120% van het landelijk gemiddelde OZB-percentage).

De post onvoorzien bedroeg in de Begroting 2018-2021 nog structureel € 250.000. Op grond van de financiële verordening 2017 bepaalt het college jaarlijks opnieuw de omvang van de post onvoorzien en motiveert de omvang in de begroting. Voor de Begroting 2019-2022 zag het college aanleiding de hoogte van de post onvoorzien naar € 100.000 bij te stellen. Aangezien de post onvoorzien nauwelijks wordt aangesproken stelt het college voor in deze begroting de post verder te verlagen naar € 50.000.

De afgelopen jaren kende de gemeente jaarlijks forse overschotten bij de jaarrekening. Bij het opstellen van de Begroting 2019-2022 is de begroting kritisch doorgelopen op eventuele (structurele) budgetruimte. Deze structurele budgetruimte is in de Begroting 2019-2022 toegevoegd aan de begrotingsruimte en ingezet voor het Collegeprogramma 2019-2022. Dit betekent wel dat de komende jaren de overschotten waarschijnlijk beperkter zullen zijn en er mogelijk (incidentele) tegenvallers ontstaan. 

Ten behoeve van de Kadernota 2015 is het bezuinigingspotentieel in beeld gebracht indien de gemeente alleen de wettelijke taken zou uitvoeren en op taken met een inspanningsverplichting het minimale zou doen. In dat geval zou de gemeente nog enkele miljoenen kunnen bezuinigen. Dit zou dan wel gepaard gaan met veel maatschappelijke onrust en de bezuinigingen zijn veelal niet direct in het eerstvolgende begrotingsjaar in te voeren. De flexibiliteit op dit punt is beperkt.

Risicobuffer in grondexploitaties en projecten

In de grondexploitaties en kredieten is meestal ook een post ‘onvoorzien’ opgenomen. Binnen de grondexploitaties en projecten zelf is dus ook enige mate van weerstandscapaciteit aanwezig. Bij het bepalen van het weerstandsvermogen op gemeenteniveau houden we geen rekening met deze posten ‘onvoorzien’.

Benodigde weerstandscapaciteit

De grootte van risico’s zijn na identificatie ingeschat middels het benoemen van een kans en een gevolg (kwantificering). Op basis van de ingevoerde risico’s is de risicosimulatie uitgevoerd. Op basis van deze simulatie kan (met een zekerheidspercentage van 90%) gesteld worden dat alle risico’s kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 39,3 miljoen.

De benodigde weerstandscapaciteit is als volgt te verdelen:

  • Algemene dienst    €  3,2  miljoen
  • Grondexploitaties   € 36,1  miljoen (incl. Bleizo)

De Rekenkamer Lansingerland gaat als ‘benchmark’ voor de risico’s op grondexploitaties uit van een benodigde weerstandscapaciteit van 10% van de boekwaarde van de grondexploitaties in exploitatie en 10% van de nog te realiseren opbrengsten. Op basis van de Jaarrekening 2018 en de onderliggende grondexploitaties is dan € 51,3 miljoen nodig voor de gemeentelijke grondexploitaties. Voor Hoefweg is dit € 4,5 miljoen en voor Bleizo € 9 miljoen. Totaal dus circa€ 64,8 miljoen. Deze berekeningswijze van de Rekenkamer is sterk genormeerd en houdt geen rekening met de specifieke omstandigheden. Enige afwijking tussen deze berekening en de eigen berekening is dus logisch. De eigen berekening van circa
€ 36 miljoen is circa € 14 miljoen lager dan de € 50 miljoen op basis van de methode Rekenkamer. De afwijking zit voor € 4,5 miljoen in het feit dat op basis van ons eigen risicobeleid we geen weerstandsvermogen hoeven aan te houden voor Hoefweg (de risico’s van Hoefweg zijn nog op te vangen binnen het verwachte positieve resultaat van Hoefweg) en voor circa € 8,8 miljoen in Bleizo. Op basis van de risicoanalyse van Bleizo (aangepast naar grondslagen Lansingerland) is € 0,2 miljoen nodig. Op basis van de Rekenkamer is dit € 9 miljoen. Verschil zitten deze beide inschattingen zit vooral in het feit dat in de risico analyse van Bleizo de omvang van het risico op dalende grondprijzen lager is dan de methode waar de Rekenkamer mee rekent. Reden is dat vanaf de actualisatie 2014 van Bleizo reeds met een neerwaartse bijstelling van de grondprijzen rekening is gehouden. Het risico bedrag voor daling van de grondprijzen is daarmee ook lager. Daarnaast staat de gemeente Zoetermeer voor € 9,5 miljoen garant voor een tekort op de exploitatie Bleizo. De systematiek van de Rekenkamer houdt daar geen rekening mee. Voor de gemeentelijke grondexploitaties (inclusief Wilderszijde nog in exploitatie te nemen deel) is op basis van de methode Rekenkamer € 51,3 miljoen nodig. In de benodigde weerstandscapaciteit is dit € 36 miljoen. Het verschil zit vooral in het project Oudeland, Wilderszijde in exploitatie en Westpolder. In de projecten Oudeland en Wilderszijde in exploitatie is in de grondexploitatie zelf al rekening gehouden met een risicoreserve voor grondprijzen/vertraging. Afdekking via het weerstandsvermogen is dan niet nodig. Op basis hiervan is er geen reden het risicoprofiel van de gemeente bij te stellen voor de bepaling van het weerstandsvermogen. Voor Westpolder geldt dat hier een samenwerkingsovereenkomst is gesloten met een ontwikkelaar inclusief momenten en afgesproken financiële resultaten van de grondexploitatie. Op basis hiervan is er ook geen reden het risicoprofiel van de gemeente bij te stellen.

De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Op basis van de Begroting 2020-2023 ontwikkelt het weerstandsvermogen zich als volgt:

Bedragen x € 1.000
Stand per 31 december 2019 2020 2021 2022 2023
Algemene reserve 102.131 86.414 86.575 85.319 85.206
Totale weerstandscapaciteit 102.131 86.414 86.575 85.319 85.206
Benodigde weerstandscapaciteit 39.300 39.300 39.300 39.300 39.300
Ratio weerstandsvermogen 2,6 2,2 2,2 2,2 2,2

In de nota risicomanagement is opgenomen dat Lansingerland streeft naar een ratio van 1,2 op de lange termijn. Door de saldi van de jaarrekeningen de afgelopen jaren en de betere vooruitzichten voor de grondexploitaties ligt de ratio inmiddels ruim boven de 2. In deze begroting stelt het college voor een (beredeneerd) deel van de algemene reserve (en daarmee de weerstandscapaciteit) in te zetten om een aantal incidentele lasten en investeringen in de toekomst van Lansingerland te dekken. De algemene reserve neemt hierdoor in 2020 af. Bovenstaande tabel geeft aan dat het weerstandsvermogen (ratio) nog ruim boven de streefwaarde van 1,2 blijft na inzet van de algemene reserve.

Scenario’s risico op structurele tegenvallers – mogelijke impact onzekere gebeurtenissen

Met ingang van de Begroting 2017 geeft de paragraaf weerstandsvermogen inzicht in scenario's (onzekere gebeurtenissen) die zich kunnen voordoen en het mogelijke effect hiervan op het saldo van de begroting.
Er zijn vele honderden scenario's/gebeurtenissen denkbaar. De kern van deze paragraaf is vooral te laten zien wat de effecten kunnen zijn van een aantal nadelige scenario's en in welke mate de begroting in staat is deze risico’s op te vangen. Het gaat hier om onzekere ontwikkelingen die zich mogelijk kunnen voordoen. Het zijn dus geen scenario's die we verwachten. Als dat wel het geval was geweest waren deze effecten in de begroting zelf opgenomen. Hierna zijn de effecten toegelicht van een scenario waarbij de grondopbrengsten de komende 4 jaar voor 50% van de begroting gerealiseerd worden (als gevolg van lagere prijzen of niet realiseren van verkopen). Ook de mogelijke effecten van de vennootschapsbelasting en tegenvallers bij de decentralisaties en de algemene uitkering zijn opgenomen.
De scenario's worden gepresenteerd op basis van de saldi van de vast te stellen Begroting 2020-2023.

Bedragen x € 1.000.000
Effect op exploitatie saldo 2020 2021 2022 2023
Saldo begroting 2020-2023 1 0,9 -0,5 0,4
1. Effect grondverkopen 50% van begroting -0,4 -0,7 -0,9 -1,1
2. Risico VPB -0,5 -0,5 -0,5 -0,5
3. Algemene uitkering 1% lager -0,6 -0,6 -0,6 -0,6
4. Effect indien decentralisaties 5% budgetoverschrijding -0,75 -0,75 -0,75 -0,75
Saldo begroting 2020-2023 -1,25 -1,65 -3,25 -2,55

Zoals uit de tabel blijkt bevat de begroting 2020-2023 voldoende ruimte om eventuele structurele tegenvallers op te vangen.

Financiële kengetallen

Netto schuldquote

De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.

Bedragen x € 1.000
Netto schuldquote Realisatie 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023
A) Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) 224.433 183.711 156.367 138.098 121.903 80.709
B) Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) 16.160 19.000 23.544 38.037 33.777 58.354
C) Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) 18.708 17.003 17.003 17.003 17.003 17.003
D) Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) 376 376 376 376 376 376
E) Uitzetting < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) 16.992 25.111 12.000 12.000 12.000 12.000
F) Liquide middelen (cf. art. 40 BBV) 0 0 0 0 0 0
G) Overlopende activa (cf. art. 49 BBV) 3.971 3.000 3.000 3.000 3.000 3.000
H) Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) 195.672 143.390 149.511 143.414 132.304 131.314
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% 122% 133% 121% 124% 119% 107%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Omdat er bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden te berekenen. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dat betekent voor de schuldenlast. Bij beide berekeningen worden bij de financiële activa de verstrekte leningen opgenomen.

Bedragen x € 1.000
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Realisatie 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023
A) Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) 224.433 183.711 156.367 138.098 121.903 80.709
B) Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) 16.160 19.000 23.544 38.037 33.777 58.354
C) Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) 18.708 17.003 17.003 17.003 17.003 17.003
D) Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) 4.138 3.959 3.778 3.590 3.397 3.196
E) Uitzetting < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) 16.992 25.111 12.000 12.000 12.000 12.000
F) Liquide middelen (cf. art. 40 BBV) 0 0 0 0 0 0
G) Overlopende activa (cf. art. 49 BBV) 3.971 3.000 3.000 3.000 3.000 3.000
H) Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) 195.672 143.390 149.510 143.414 132.304 131.314
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% 120% 131% 119% 122% 117% 105%

Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente.

Bedragen x € 1.000
Solvabiliteit Realisatie 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023
A) Eigen vermogen (cf. art. 42 BBV) 115.060 108.204 105.759 104.026 101.406 100.784
B) Balanstotaal 395.709 347.273 323.208 319.399 297.962 282.242
Solvabiliteit (A/B) x 100% 29% 31% 33% 33% 34% 36%

Structurele exploitatieruimte

Dit kengetal geeft het structurele en reële evenwicht van de begroting weer. Thans wordt er onderscheid gemaakt tussen de structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaren voordoen. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen.

Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn.

Bedragen x € 1.000
Structurele exploitatieruimte Realisatie 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023
A) Totaal structurele lasten 147.033 145.941 123.930 124.196 124.955 123.679
B) Totaal structurele baten 150.411 142.711 122.756 123.593 122.826 123.436
C) Totaal structurele toevoegingen aan de reserves 1.071 2.543 745 730 744 727
D) Totale structurele onttrekkingen aan de reserves 3.182 3.369 2.564 1.930 2.294 1.766
E) Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) 195.673 143.390 149.511 143.414 132.304 131.315
Structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E x 100% 3% -2% 0% 0% 0% 1%

Belastingdruk

De belastingcapaciteit van de gemeente geeft de belastingdruk voor een gezin bij een gemiddelde WOZ-waarde ten opzichte van het landelijk gemiddelde (t-1) weer. Een percentage > 100% geeft weer dat de belastingdruk van de gemeente hoger is dan het landelijk gemiddelde.

Bedragen x € 1,-
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar ervoor Realisatie 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023
A) OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 381,33 366,00 366,00 366,00 366,00 366,00
B) Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 241,08 245,18 249,35 253,59 257,90 262,28
C) Afvalstoffenheffing voor een gezin 237,24 240,48 290,49 294,30 288,56 282,89
D) Eventuele heffingskorting 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
E) Totale woonlasten gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D) 859,65 851,66 905,84 913,89 912,46 911,17
F) Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 751,97 749,02 749,02 749,02 749,02 749,02
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar ervoor (E/F) x 100% 114% 114% 121% 122% 122% 122%

Grondexploitatie

Dit kengetal geeft een indicatie van risico's van de boekwaarde van de bouwgronden op de totale baten van de gemeente. De boekwaarde van de bouwgronden moet terugverdiend worden via de totale baten. Het betreft de verhouding tussen de boekwaarde van de bouwgronden en de totale baten. > 100% betekent dat de boekwaarde hoger is dan de totale baten in enig jaar. Dit betekent een verhoogd risico voor de gemeente.

Bedragen x € 1.000
Grondexploitatie Realisatie 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023
A) Niet in exploitatie genomen gronden (cf. art. 38 lid a punt 1 BBV)
B) Bouwgronden in exploitatie (cf. art. 38 lid b BBV) 126.474 95.300 71.011 58.615 32.529 18.413
C) Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) 195.673 143.390 149.511 143.414 132.304 131.315
Grondexploitatie (A+B)/C x 100% 65% 66% 47% 41% 25% 14%

Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie

Door de Provincie zijn een aantal signaleringswaarden geformuleerd voor de kengetallen. Samengevat ziet het beeld voor Lansingerland er op basis van de Begroting 2020 als volgt uit:

Kengetal Categorie A: minst risicovol Categorie B: neutraal Categorie C: meest risicovol
1. Netto schuldquote
a. zonder correctie doorgeleende gelden < 90% 90-130% > 130%
b. met correctie doorgeleende gelden < 90% 90-130% > 130%
2. Solvabiliteitsratio > 50% 20-50% < 20%
3. Grondexploitatie < 20% 20-35% > 35%
4. Structurele exploitatieruimte Begr > 0% Begr = 0% Begr < 0%
5. Belastingcapaciteit < 95% 95-105% > 105%
Kengetal Realisatie 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023
1. Netto schuldquote
a. zonder correctie doorgeleende gelden 122% 133% 121% 124% 119% 107%
b. met correctie doorgeleende gelden 120% 131% 119% 122% 117% 105%
2. Solvabiliteitsratio 29% 31% 33% 33% 34% 36%
3. Grondexploitatie 65% 66% 47% 41% 25% 14%
4. Structurele exploitatieruimte 3% -2% 0% 0% 0% 1%
5. Belastingcapaciteit 114% 114% 121% 122% 122% 122%

Meerjarige ontwikkeling balans 2020-2023

De ontwikkeling van de balans is opgenomen in hoofdstuk 4 van de begroting.


Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Algemeen

Kapitaalgoederen zijn eigendommen van de gemeente zoals wegen, riolering, bruggen, bomen en gebouwen die we duurzaam in stand houden. In onderstaande tabel geven we de kerncijfers weer van de belangrijkste kapitaalgoederen conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

Bedragen x € 1,-
Kapitaalgoederen Areaal m2/st Vervangingswaarde
Groen - algemeen 3.000.000 m2 22.750.000
Groen - bomen 23.000 stuks
Wegen 3.300.000 m2 180.000.000
Riolering 557.000 m2 260.000.000
Civiele kunstwerken 2.219 stuks 125.000.000
Gebouwen 63 stuks 150.000.000
Totale vervangingswaarde 737.750.000

Het beheer en onderhoud is gebaseerd op door de gemeenteraad vastgestelde Beheerplannen. In de Beheerplannen is opgenomen hoe het reguliere en periodieke onderhoud plaatsvindt. Voor alle beheerplannen geldt dat het vastgestelde onderhoudskwaliteitsniveau minimaal B is of een equivalent hiervan. Kwaliteit B is een sobere kwaliteit waarbij de openbare ruimte er minder aantrekkelijk uitziet. Randvoorwaarden daarbij zijn: het waarborgen van de veiligheid en het voorkomen van kapitaalvernietiging. Sinds 2018 onderhouden we de onderdelen onkruidbestrijding, zwerfvuil, vegen en maaien voor de woonkernen op onderhoudsniveau A.

Het Integraal Beheerplan (IBP) Openbare ruimte 2017-2024 zorgt ervoor dat we het beheer zo integraal mogelijk aanpakken. Op deze manier zorgen we voor een zo hoog mogelijke kwaliteit en werken we efficiënt. In onderstaande tabel is een overzicht van de beheerplannen opgenomen.

Omschrijving Beheerplan Vastgesteld door de raad Frequentie Actualisatie Actualisatie Financiële vertaling in de begroting Achterstallig onderhoud Reserves en Voorzieningen
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2017-2024 27 oktober 2016 4  jaar. In 2018 verwerken we eenmalig eerder genomen besluiten. 2020 Ja Deels, zie toelichting wegen. Reserve Waterbaggeren
Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2020 26 november 2015 5 jaar 2020 Ja Deels, zie toelichting Riolering. Voorziening Riool
Beheerplan Gebouwen 2017-2024 27 oktober 2016 4 jaar. In 2019 verwerken we eenmalig de impact van verduurzaming. 2019 Ja Nee Bestemmingsreserve gebouwen

Groen

Het beheer en onderhoud van Groen voeren we uit volgens het deelbeheerplan Groen dat onderdeel is van het IBP 2017-2024. De onderhoudswerkzaamheden vallen uiteen in klein onderhoud, groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. Voor het klein en groot onderhoud is voor elke kern een raamcontract afgesloten met een aannemer. Het groot onderhoud baseren we op de resultaten van jaarlijkse schouwen die de technische kwaliteit van het groen in beeld brengen.

Het boomonderhoud volgt uit de boomveiligheidscontrole. Bij vervanging van groen zetten we in op het verduurzamen van de groene buitenruimte. Meerdere keren per jaar vindt monitoring van het onderhoudsniveau plaats via schouwen. Hierdoor kunnen we bijsturen wanneer het onderhoud van het afgesproken ambitieniveau afwijkt.

Vanuit Groen zetten we in 2020 extra in op klimaatadaptatie, biodiversiteit en participatie. In het door het Rijk vastgestelde Deltaplan Klimaatadaptatie, wordt gemeenten gevraagd passende maatregelen te nemen. De klimaatopgave heeft raakvlakken met onze doelstellingen op het gebied van biodiversiteit. Door de aanleg van meer groen en daarin specifieke keuzes te maken dragen we als gemeente bij aan een hogere biodiversiteit. Ons groenbeheer is zo vormgegeven dat het de biodiversiteit ten goede komt.

Binnen de gemeente zijn er de afgelopen jaren meerdere zelfbeheer-initiatieven ontstaan waarbij bewoners een stuk gemeentelijk groen geadopteerd hebben. Zelfbeheer geeft bewoners de gelegenheid om de onderhoudskwaliteit van het groen te verhogen, bovenop de kwaliteit die de gemeente kan leveren binnen het budget voor onderhoud. Naast de zelfbeheerprojecten laten we waar mogelijk ook bewoners participeren bij groot onderhoud en herinrichtingen.

Civiele Kunstwerken (water)

Het beheer en onderhoud van Civiele Kunstwerken voeren we uit volgens het deelbeheerplan Civiele Kunstwerken dat onderdeel uitmaakt van het IBP 2017-2024. Uitgangspunt voor Civiele Kunstwerken is een upgrade naar onderhoudsniveau B, mits de veiligheid in het openbaar gebied niet in het geding komt en er geen kapitaalvernietiging plaatsvindt. De doelstelling onderhoudsniveau B willen we bereiken voor 2022.

De belangrijkste beheerstrategie is het uitvoeren van onderhoud op basis van planmatige inspecties. Aan de hand van inspecties en kwaliteitsonderzoeken stellen wij de feitelijk uit te voeren onderhoudsmaatregelen en het onderhoudsprogramma op.

De maatregelen bestaan uit het uitvoeren van klein en groot onderhoud en het vervangen van kunstwerken. Hierbij streven wij naar een integrale aanpak. In het cyclisch onderhoud stemmen wij af met de verschillende beheerdisciplines om zoveel mogelijk in één werkgang de benodigde werkzaamheden uit te voeren in de openbare ruimte. Deze gezamenlijke aanpak zorgt voor minder kosten in de uitvoering en minder overlast voor de omgeving tijdens de uitvoering van werkzaamheden. Onderhoudswerkzaamheden voeren we zoveel mogelijk duurzaam uit. Bij het vervangen van kunstwerken passen we onderhoudsarme en duurzame materialen toe en waar mogelijk vormen we beschoeiingen om naar natuurvriendelijke oevers om de waterkwaliteit te verbeteren.

Wegen

Het beheer en onderhoud van wegen voeren we uit volgens het deelbeheerplan Wegen dat onderdeel uitmaakt van het IBP 2017-2024. Uitgangspunt voor wegen is een upgrade naar onderhoudsniveau B, mits de veiligheid in het openbaar gebied niet in het geding komt en er geen kapitaalvernietiging plaatsvindt. De doelstelling onderhoudsniveau B willen we bereiken voor 2022.

De belangrijkste beheerstrategie is het uitvoeren van onderhoud op basis van tweejaarlijkse inspecties. Aan de hand van inspecties en kwaliteitsonderzoeken stellen wij de feitelijk uit te voeren onderhoudsmaatregelen en het onderhoudsprogramma op.

Bij het opstellen van het onderhoudsprogramma staat het effect op de levensduur van de verharding centraal in onderhoudskeuzes. Hierdoor zorgen we voor het economisch meest voordelige onderhoud. Hierbij streven wij naar een integrale aanpak met de verschillende beheerdisciplines, om zoveel mogelijk in één werkgang de benodigde werkzaamheden uit te kunnen voeren in de openbare ruimte. Deze gezamenlijke aanpak zorgt voor minder kosten in de uitvoering en minder overlast voor de omgeving tijdens de uitvoering van werkzaamheden. Onderhoudswerkzaamheden voeren we zoveel mogelijk duurzaam uit.

Riolering

In tegenstelling tot andere kapitaalgoederen, heeft Riolering geen beeldkwaliteitscriterium waaraan het moet voldoen. Voor Riolering geldt dat we aan de wettelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater moeten voldoen. De invulling hiervan is beschreven in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2015-2020, dat door de gemeenteraad is vastgesteld. Het GRP is het huidige kader voor beheer- en onderhoudsactiviteiten voor het kapitaalgoed Riolering. 

Daarnaast zijn in het GRP enkele thema's benoemd, die we belangrijk vinden en waar we de afgelopen jaren maar zeker ook in de toekomst aandacht aan beste(e)d(d)en. Klimaatadaptatie en aandacht voor duurzaamheid is een gemeentebreed thema waar Riolering actief aan deelneemt. Bij de voorbereiding van werkzaamheden nemen we maatregelen om eventuele toekomstige problemen - als gevolg van klimaatverandering - op te lossen en zo wateroverlast of droogteproblemen te voorkomen.

Om het beheer en onderhoud optimaal uit te voeren is meten, monitoren en op orde brengen en houden van gegevens noodzakelijk. Afgelopen jaren hebben we stappen gezet en daar gaan we de komende jaren in verder. Een belangrijk onderdeel is het Basisrioleringsplan (BRP), ook informatiedrager voor het GRP. De komende tijd herzien we de huidige BRP's om maatregelen te bepalen.

De komende jaren investeren we extra om de gemalen en drukriolering te optimaliseren. Hiermee streven we naar het terugdringen van het aantal storingen van drukrioleringsgemalen.

Gebouwen

De gemeente is juridisch eigenaar van circa 60 vastgoedobjecten. De vastgoedportefeuille bestaat onder andere uit het gemeentehuis, gemeentewerf, afvalbrengstation, sporthallen, maatschappelijke accommodaties, kinderdagopvang, strategische objecten en onderwijsgebouwen. Van deze laatste groep (onderwijsgebouwen) zijn 20 stuks overgedragen aan schoolbesturen voor primair onderwijs. Van 3 onderwijsgebouwen is de gemeente vooralsnog eigenaar en zijn wij in onderhandeling met schoolbesturen over het formeel in gebruik geven of in eigendom overdragen van deze schoolgebouwen.

Wij streven naar sociaal en financieel rendement van ons vastgoed. Uitgangspunt is dat er alleen sprake is van eigendom en/of exploitatie daar waar dat noodzakelijk is voor de uitoefening van een publieke taak. We pakken mogelijkheden om niet essentieel vastgoed van de hand te doen op. De komende jaren zullen nog enkele verkopen volgen welke in het verleden zijn ingezet (zoals de Laan van Koot). Ons vastgoedbezit is wat dat betreft op orde.

Het beheer en de exploitatie van een groot aantal gebouwen is door de gemeente bij een externe partij belegd. Vanaf 2018 is dit ondergebracht bij Sportfondsen. Het groot onderhoud voert de gemeente uit, conform het Beheerplan Gebouwen en het bijbehorende Meerjaren-Onderhoudsprogramma (MJOP). De kosten voor het groot onderhoud worden gedekt door de bestemmingsreserve Gebouwen.

Daar waar sprake is van vervanging kijken we of er mogelijkheden zijn om de producten te verduurzamen. Het verduurzamen van ons vastgoed zal onderdeel worden van het MJOP van de gebouwen om zo kapitaalvernietiging te voorkomen en op natuurlijke momenten verduurzaming te kunnen toepassen. Een aantal zaken zijn uitgesteld om investeringen af te kunnen stemmen op het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed, er is geen sprake van een structurele onderhoudsachterstand.

Paragraaf Financiering

Inleiding

Deze paragraaf beschrijft de uitvoering van de gemeentelijke financieringsfunctie (treasury). Hoofddoel van deze functie is dat er tijdig voldoende geld aanwezig is om aan alle financiële verplichtingen te voldoen.

Met betrekking tot treasury is wet- en regelgeving van toepassing die zowel extern als intern van aard is. De belangrijkste externe wet- en regelgeving omvat:

  • Wet Financiering Decentrale Overheden (FiDo)
  • Regeling Uitzetting Derivaten Decentrale Overheden (Ruddo)
  • Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof)
  • Regeling Schatkistbankieren
  • Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)
  • Gemeentewet (toezichthoudende rol Provincie)
  • Financiële-verhoudingswet (toezichthoudende rol Provincie)

De belangrijkste interne regelgeving omvat:

  • Treasurystatuut 2015
  • Financiële Verordening Gemeente Lansingerland 2017   

Treasurybeleid

De gemeente onderscheidt een drietal subdoelstellingen van de treasuryfunctie:

  1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities.
  2. Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals met name renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s.
  3. Het streven, binnen de kaders van wet- en regelgeving en binnen de bepalingen van het Treasurystatuut, naar een optimale financieringsstructuur en beheersing van de daarmee gemoeide kosten.

Om deze doelstellingen te realiseren richt de treasuryfunctie richt zich op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de huidige en toekomstige financiële inkomende en uitgaande geldstromen, financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Binnen de wettelijke kaders is het doel om tegen zo laag mogelijke kosten te financieren.

Daarbij is het van belang om de financiële inkomende en uitgaande geldstromen adequaat te administreren en betrouwbare prognoses te hebben van toekomstige geldstromen. Onze liquiditeitsprognoses worden in beginsel op weekbasis geactualiseerd.

Toegang tot financiële markten

Gezien de kredietwaardigheid van de overheden is, volgens onze geldverstrekkers, het risico verwaarloosbaar dat op enig moment geen geld beschikbaar zou zijn.

Rentevisie

Onze rentevisie houdt in dat wij een inschatting maken van het rentepercentage dat komende jaren moet worden betaald voor nieuw aan te trekken leningen op de kapitaalmarkt. Voorzichtigheidshalve schatten wij deze herfinancieringsrente conservatief in. Bij de Kaderbrief 2020 is deze herfinancieringsrente ingeschat op 1,5 procent en dit percentage is verwerkt in de Begroting 2020-2023.

Schatkistbankieren

Gemeenten dienen verplicht eventuele financiële tegoeden, boven een drempelbedrag, aan te houden bij het Ministerie van Financiën, het zogenaamde schatkistbankieren. Het drempelbedrag bedraagt 0,75 procent van het begrotingstotaal. Voor Lansingerland is het drempelbedrag voor 2020 ruim € 1,0 miljoen. Wij maken gebruik van het schatkistbankieren.

Financiële risico's

Rente risico’s

Kasgeldlimiet

Om een grens te stellen aan korte financiering (rentetypische looptijd tot één jaar) is in de Wet FiDo de kasgeldlimiet opgenomen. Het doel van de kasgeldlimiet is het voorkomen dat fluctuaties in korte rente (schulden < 1 jaar) direct een grote impact hebben op de rentelasten in het exploitatiejaar. De kasgeldlimiet voor gemeenten bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. Deze wordt gedefinieerd als alle lasten op de begroting vóór verdeling van de reserves. De hoogte van de kasgeldlimiet is voor 2020 berekend op € 12,7 miljoen (2019: ruim € 12,5 miljoen):

Bedragen x € 1.000
Kasgeldlimiet Begroting Begroting Begroting Begroting
2020 2021 2022 2023
Omvang begroting 2020-2023 149.511 143.414 132.304 131.315
1. Toegestane kasgeldlimiet
     In procenten van de grondslag 8,5% 8,5% 8,5% 8,5%
     In bedragen 12.708 12.190 11.246 11.162
     Renterisico's afgedekt met CAP 0 0 0 0
     Totaal kasgeldlimiet 12.708 12.190 11.246 11.162
2. Omvang vlottende schuld
     Opgenomen gelden < 1 jaar 12.000 12.000 12.000 12000
     Schuld in rekening courant 0 0 0 0
     Gestorte gelden door derden < 1 jaar 0 0 0 0
     Overige geldleningen (geen vaste schuld) 0 0 0 0
     Totaal omvang vlottende schuld 12.000 12.000 12.000 12.000
3. Vlottende middelen
     Contante gelden in kas 0 0 0 0
     Tegoeden in rekening courant 0 0 0 0
     Overige uitstaande gelden < 1 jaar 12.000 12.000 12.000 12000
     Totaal vlottende middelen 12000 12000 12000 12000
Toets kasgeldlimiet
4. Totaal netto vlottende schuld (2-3) 0 0 0 0
Ruimte(+)/Overschrijding(-); (1-4) 12.708 12.190 11.246 11.162

Renterisiconorm

In het kader van de wet FiDo wordt jaarlijks de renterisiconorm vastgesteld. Het doel van het beheersen van de renterisiconorm is spreiding in de aflossing en / of renteherziening in de leningenportefeuille waardoor mogelijke renterisico’s worden beperkt. Door deze spreiding wordt voorkomen dat op een bepaald moment veel leningen op hetzelfde moment moeten worden afgelost of de rente herzien wordt waardoor sterk afwijkende marktrentes grote gevolgen hebben op de begrotingssaldi.

De renterisiconorm is wettelijk bepaald op 20% van de op 1 januari bestaande omvang van het begrotingstotaal. De hoogte van de renterisiconorm bedraagt voor 2020 € 29,9 miljoen (voor 2019: € 29,5 miljoen):

Bedragen x € 1.000
Renterisico's vaste schuld Begroting Begroting Begroting Begroting
2020 2021 2022 2023
Renterisico's
     Renteherziening op vaste schuld o/g 0 0 0 0
     Renteherziening op vaste schuld u/g 0 0 0 0
1. Saldo renteherziening op vaste schuld 0 0 0 0
2. Aflossingen 27.347 18.269 16.198 69.198
3. Renterisico op vaste schuld (1+2) 27.347 18.269 16.198 69.198
4. Renterisiconorm (4) 29.902 28.683 26.461 26.263
5. Ruimte renterisiconorm
5.a. Ruimte onder renterisiconorm 733 8.453 9.825 0
5.b. Overschrijding renterisiconorm 0 0 0 43.175
Berekening renterisiconorm
      Begrotingstotaal 149.511 143.414 132.304 131.315
      Vastgelegd percentage (bij min. regeling) 20% 20% 20% 20%
Renterisiconorm 29.902 28.683 26.461 26.263

Lansingerland overschrijdt in 2023 de renterisiconorm. Bij de provincie wordt een ontheffingsverzoek ingediend. Dit is in voorgaande jaren ook gedaan en daar hebben wij goedkeuring op ontvangen. Omdat Lansingerland weliswaar in 2023 een fors bedrag aan leningen moet aflossen maar op basis van de huidige liquiditeitsprognoses slechts zeer beperkt moet herfinancieren, loopt de gemeente nauwelijks financieel risico. Wanneer herfinanciering aan de orde is, zal bij het afsluiten van nieuwe leningen de renterisiconorm in acht worden genomen. 

Kredietrisico

Het kredietrisico is het risico op een waardedaling van een uitstaande vordering ten gevolge van het (tijdig) kunne nakomen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit. De gemeente Lansingerland kent garantieleningen en garantstellingen.

Garantieleningen

De gemeente Lansingerland heeft enkele garantieleningen lopen die in de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw zijn verstrekt aan de woningcorporatie 3B Wonen. Het betreffen leningen waarbij de aflossingen en de rentebetalingen één op één worden doorgezet naar de corporatie en wij als garantsteller fungeren. Ultimo 2019 bedragen deze leningen in totaal € 3,2 miljoen. Het betreffen annuïtaire leningen en deze zijn contractueel geheel afgelost in 2030.           

Garantstellingen en borgstellingen

De gemeente heeft aan verschillende partijen garantstellingen en waarborgen afgegeven. Er zijn achtervangovereenkomsten afgesloten met de stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Deze borgstellingen hebben betrekking op het aantrekken van vaste langlopende leningen door woningstichtingen voor (her)financiering van al bestaande gewaarborgde geldleningen. Ook zijn er garantstelling afgesloten met de Stichting Waarborgfonds Sport. Aan particulieren zijn gemeentegaranties afgegeven onder de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW). Deze stichting is in 1995 verzelfstandigd onder de naam Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Er komen geen gemeentegaranties meer bij en het totale bedrag aan gewaarborgde geldleningen neemt af met de door particulieren gedane aflossingen.

Voor de WSW en SWS en de particuliere hypotheken is het gemeentelijk aandeel beperkt tot 50%. De garantie inzake de hypotheken van personeel betreffen een tweetal hypotheekleningen afgesloten bij het Hypotheekfonds voor Overheidspersoneel (HvO). Er worden geen nieuwe hypotheekgaranties voor overheidspersoneel meer afgegeven.

Per 31 december 2018 bedraagt het totaal van gewaarborgde geldleningen € 235,6 miljoen:

Bedragen x € 1.000.000
Waarborgsommen en garantieleningen Primaire zekerheid Secundaire zekerheid Tertiaire zekerheid Oorpronkelijk bedrag restant
31-12-2018
Garantiefonds WSW woningbouwver. WSW gem.(50%) 203,3 191,7
Garantiefonds SWS sportver. SWS gem.(50%) 0,4 0,1
Hypotheken particulieren particulier WEW gem.(50%) 3,4 2,5
Hypotheken personeel personeel gem.(100%) - 0,4 0,4
Onderwijsinstellingen instelling gem.(100%) - 53,4 39,6
Overige instellingen instelling gem.(100%) - 2,5 1,3
Totaal 263,4 235,6

De verwachting is dat in 2020 het totaalbedrag de gewaarborgde leningen rond de € 240 miljoen beweegt. 

Liquiditeitsrisico’s

Het liquiditeitsrisico is het risico dat een gemeente over onvoldoende middelen beschikt om aan onze directe verplichtingen te voldoen. In onze liquiditeitsprognose wordt onze geldbehoefte gevolgd en tijdig afgedekt. Gezien de kredietwaardigheid van de overheden is, volgens onze geldverstrekkers, het risico verwaarloosbaar dat op enig moment geen geld beschikbaar zou zijn.

Rentelasten

De totale rentelasten worden op jaarbasis geheel toegerekend aan de taakvelden, de zogenaamde renteomslag. Het volgende renteschema geeft inzicht in de rentelasten externe financiering, de wijze van toerekening en het renteresultaat. De Commissie BBV adviseert vanwege het verlangde inzicht, de eenvoud en transparantie geen bespaarde rente meer toe te rekenen aan eigen vermogen en voorzieningen. Lansingerland volgt dit advies sinds 2016.

Dit voorgeschreven renteschema is voor Lansingerland als volgt:

Bedragen x € 1.000
Schema rentetoerekening 2019
De externe rentelasten over de korte en lange financiering 3.920
De externe rentebaten 103
Saldo externe rentelasten en rentebaten 3.817
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend -2.275
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend 0
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente -2.275
Saldo door te rekenen externe rente 1.542
Rente over eigen vermogen 0
Rente over voorzieningen (die gewaardeerd zijn op contante waarde) 0
Totaal rentetoerekening intern 0
De aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente (renteomslag) 1.542
Boekwaarde vaste activa die integraal zijn gefinancierd per 1 januari 2019 216.000
Berekende omslagrentepercentage 0,71%
Gekozen renteomslagpercentage (mag 0,5% afwijken van berekend) 0,75%
De werkelijk aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag) 1.620
Renteresultaat op het taakveld treasury 78

Externe rentelasten

De rentelasten voor 2020 bedragen naar verwachting € 3,9 miljoen voor langlopende leningen. In 2020 zijn geen kosten voor kortlopende (< 1 jaar) financiering geraamd.
De rentelasten met betrekking tot de leningen van de woningcorporatie worden weer geheel doorbelast aan deze woningcorporatie.

Rente grondexploitatie

In 2020 wordt naar verwachting € 2,3 miljoen rentelasten toegerekend aan de grondexploitaties. Deze toerekeningsmethodiek is dwingend voorgeschreven. Omdat de verwachte boekwaarde van de grondexploitaties 2020 ten opzichte van voorgaand jaar afneemt, daalt ook de financieringsbehoefte en daarmee de verwachte rentelasten. Deze trend zet zich de komende jaren verder voort.

Renteomslagpercentage

Voor 2020 bedraagt het renteomslagpercentage 0,75%. Op basis van dit renteomslagpercentage worden de rentelasten toegerekend aan de verschillende taakvelden.

Financiering

De gemeente voert een veelheid aan activiteiten uit, doet investeringen in bijvoorbeeld riolen en gebouwen en voert grondexploitaties uit. Al deze zaken leiden tot een financieringsbehoefte. Deze financieringsbehoefte is meerjarig. Op basis van deze meerjarige liquiditeitsprognoses stemmen wij onze leningportefeuille op de lange termijn en op de korte termijn af.

Financieringsbehoefte

Op basis van deze programmabegroting is de verwachte financieringsbehoefte voor de komende jaren:     Het rentepercentage om deze toekomstige rentekosten voor herfinanciering te berekenen is gesteld op 1,5%.

Bedragen x € 1,-
Jaar Bedrag herfinanciering Rentepercentage Rentekosten nieuwe leningen
2020 0 1,50% 0
2021 0 1,50% 0
2022 0 1,50% 0
2023 34.080.000 1,50% 511.000

Leningenportefeuille

Gebaseerd op de afgesloten leningsovereenkomsten dienen de komende jaren de volgende aflossingen plaats te vinden op de langlopende leningen:

Bedragen x € 1.000
Jaar Contractuele aflossingen op langlopende leningen
2020 27.347
2021 18.269
2022 16.198
2023 69.198
Totaal 131.012

In totaal bedragen de aflossingen op langlopende over de jaren 2020-2023 € 131,0 miljoen.

Langlopende leningen 2020 - 2023

Op basis van deze programmabegroting is de verwachting dat er in de periode 2020 – 2023 alleen in het jaar 2023 een aanvullende financiering plaatsvindt van circa € 28 miljoen. Het totaalbedrag van de langlopende leningen ultimo boekjaar, inclusief aanvullende financiering in 2023, bedraagt daarmee:

Bedragen x € 1.000
Jaar Saldo langlopende leningen ultimo boekjaar
2020 156.318
2021 138.049
2022 121.851
2023 80.354

Netto schuldquote en vaste schulden

Netto schuldquote

De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en wordt de ‘netto schuldquote’ genoemd. Deze netto schuldquote bestaat uit de totale schulden ultimo boekjaar gedeeld door de totale baten van de gemeente in datzelfde jaar. De netto schuldquote geeft daarmee een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.

Door de Provincie is als toezichthouder op de financiën van de gemeenten een signaleringswaarde geformuleerd voor de kengetal:

Kengetal Categorie A: minst risicovol Categorie B: neutraal Categorie C: meest risicovol
Netto schuldquote < 90% 90-130% > 130%

In het coalitieakkoord is aangegeven dat ‘de netto schuldquote wordt teruggebracht naar de categorie neutraal (90-130%), waarbij wij ons richten op een percentage van 110%’.

Het effect van de programmabegroting op de netto schuldquotes van onze gemeente voor de komende 11 jaar geeft het volgende beeld:

Bedragen x € 1.000.000
Netto schuldquote Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Begr 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029 Begr 2030
A) Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) 156 138 122 80 58 43 35 21 7 0 0
B) Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) 19 19 19 19 19 19 19 19 19 12 0
C) Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) 24 37 30 55 28 28 28 28 28 28 28
D) Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
E) Uitzetting < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) 12 12 12 12 12 12 12 12 12 12 13
F) Liquide middelen (cf. art. 40 BBV) 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
G) Overlopende activa (cf. art. 49 BBV) 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3
Netto schuld ultimo jaar 184 178 156 139 90 75 67 53 39 25 12
H) Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) 150 143 132 131 131 131 131 131 131 131 131
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% 122% 125% 118% 106% 69% 57% 51% 40% 30% 19% 9%

In de volgende grafiek zijn vorenstaande meerjarige netto schuldquotes afgezet tegen de drie categorieën signaleringswaarden:

De grafiek laat zien dat de netto schuldquote zich de komende 11 jaren duidelijk verbetert en in 2023 de doelstelling uit het coalitieakkoord behaald wordt om rond de 110% uit te komen. Vanaf 2020 valt de netto schuldquote in de neutrale categorie B en vanaf 2024 naar verwachting in de categorie ‘minst risicovol’. De berekening van de netto schuldquote is berekend op basis van een aantal aannames en op basis van nu bekende ontwikkelingen. Met name het al dan niet realiseren van de grondverkopen en de ‘timing’ van de grondverkopen in de jaren bepaalt in belangrijke mate hoe de schuldquote zich ontwikkelt. Des te verder in de tijd des te groter de onzekerheid is dat deze aannames ook precies zo uitkomen. Ook is geen rekening gehouden met de opbrengst uit de mogelijke verkoop van het aandelenpakket in Eneco.

Vaste schulden

De onderstaande grafiek toont het verloop van de vaste schulden (conform artikel 46 BBV) in de komende 11 jaar. De grafiek laat zien dat de vaste schulden naar verwachting afnemen tot nihil in 2029 bij de huidige investeringsniveaus. De verwachting is wel dat de investeringen over circa 10 jaar zullen toenemen wanneer de huidige Vinex wijken gerenoveerd worden.

EMU-saldo

Nederland maakt deel uit van de Europese Monetaire Unie. Voor landen die deelnemen aan de Europese Monetaire Unie gelden Europese begrotingsvoorschriften waaronder de zogenaamde EMU-normen. De EMU-normen stellen een grens aan het nationale begrotingstekort van 3% van het bruto binnenlands product (BBP) en de overheidsschuld mag niet meer dan 60% van het BBP bedragen. In Nederland zijn de Europese afspraken over de begrotingsdiscipline opgenomen in de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof). Er kunnen sancties worden opgelegd bij van overschrijding van de tekortnorm.

De BBV schrijft voor dat de gemeente het EMU-saldo van het voorgaande jaar, het actuele begrotingsjaar en drie daaropvolgende jaren opneemt in de begroting.

De EMU-saldi van Lansingerland op basis van deze begroting zijn als volgt:

Bedragen x € 1.000
2019 2020 2021
Omschrijving Primitief Actuele begroting Meerjarenraming
1 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) -6.931 -2.445 -1.232
2 Mutatie (im)materiële vaste activa 10.584 11.756 6.890
3 Mutatie voorzieningen -1.994 1.180 1.699
4 Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) -30.452 -23.970 -22.220
5 Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa 0 0 0
Berekend EMU-Saldo 10.943 10.949 15.797

De Begroting 2020 heeft een positief EMU–saldo van € 10,9 miljoen en draagt daarmee positief bij aan de gezamenlijke Nederlandse tekortnorm.

Paragraaf Bedrijfsvoering

Inleiding

In deze paragraaf geven wij inzicht in de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. De term ‘bedrijfsvoering’ verwijst naar de ondersteunende processen om ambities te realiseren. De ambitierichting – zoals bepaald in de Kaderbrief 2020 - heeft gevolgen op het gehele speelveld van de bedrijfsvoering.

Ondanks de verschillende aspecten binnen de bedrijfsvoering, is er een gezamenlijk doel: proactief werken, aantoonbaar en zichtbaar betrokken zijn bij de ontwikkelingen in Lansingerland en adviseren op basis van integrale afwegingen.

Per bedrijfsvoeringsonderdeel geven we inzicht in de ontwikkelingen voor 2020 en verder.

Personeel en Organisatie

De gemeentelijke organisatie is in ontwikkeling om een toekomstbestendige organisatie te zijn en te blijven. Op 1 januari 2019 ging de nieuwe organisatiestructuur van start. Het ontwerpen van een structuur is een begin. Door middel van de toegekende middelen voor de jaren 2019, 2020 en 2021 (€ 200.000 per jaar) zijn er financiële middelen beschikbaar om deze ontwikkeling verder te ondersteunen.

In 2019 zette de organisatie ook de eerste belangrijke stappen naar de verdere doorontwikkeling. Per team brengen we in beeld wat de opgaven zijn, welke formatie(opbouw) hier bij hoort (inclusief benodigde inschalingen), welke kennis en kunde nodig zijn voor de realisatie van de ontwikkelopgaven van de teams en het management. In 2020 ronden we dit onderdeel van de organisatieontwikkeling af. Komend jaar start ook een MD-traject voor de teammanagers.  

De organisatieontwikkeling vereist naast een cultuuraanpassing van houding en gedrag, ook de daarbij passende investeringen in ondersteunende faciliteiten zoals ICT(middelen), aantrekkelijk werkgeverschap, sturing op realisatie van opgaven en ruimte voor (talent)ontwikkeling.

Het ziekteverzuim is in het afgelopen jaar gedaald. We continueren de begeleiding van managers en medewerkers bij complexe ziektegevallen, tevens bij kortdurend (frequent) verzuim en vroegtijdige signalering en preventie van overbelasting. Bovendien is en blijft vitaliteit en inzetbaarheid van medewerkers een belangrijk onderwerp van gesprek in de functionering- en beoordelingssystematiek.

Lansingerland is een middelgrote gemeente die -als gevolg van geografische ligging en potentie- een bovengemiddelde ambitie en ontwikkelmogelijkheden kent. Met een sterk aantrekkende arbeidsmarkt in een sterk concurrerende omgeving moeten we alle zeilen bijzetten om ‘aantrekkelijk’ te zijn en blijven als werkgever. Ervaren, maar ook jonge professionals vertrekken en laten vacatures achter die de organisatie kwetsbaar maken. Dit maakt het noodzakelijk om te intensiveren op werving en selectie. In 2019 besloten we tot een aantal acties gericht op het intensiveren van de arbeidsmarktbenadering. Waaronder het inhuren van een recruiter en het moderniseren en meer uitstraling geven van (digitale) wervingsactiviteiten.

Per 1 januari 2020 gaan de medewerkers over naar de nieuwe rechtspositie zoals vastgelegd in de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA). Inmiddels is duidelijk welke wijzigingen hiervoor moeten worden doorgevoerd in aanstellingen, besluiten en beleid. Al met al is het een behoorlijke operatie die zijn climax kent in de tweede helft van 2019. Dit is een project dat de normale inzet voor personeel en organisatie overstijgt en dat incidenteel projectbudget vraagt ter hoogte van € 70.000 voor ondersteuning in de beleidsmatige en uitvoerende taken als gevolg van die Wet normalisering.

Intensivering van proactief, integraal en het werken vanuit maatschappelijke opgaven, betekent ook iets voor de ontwikkeling van functies en medewerkers van Personeel en Organisatie. In alle functies krijgt het aspect van businesspartnerschap een plek. Medewerkers volgen daarvoor de komende jaren een opleidings- en ontwikkelingstraject.

In 2020 vindt de (voorbereiding op) aanbesteding plaats van een nieuw salaris- en personeelsinformatie-systeem. Dit gaat gepaard met een verdere verbetering en digitalisering van P&O werkprocessen en met de intensivering van medewerkers- en management selfservice.

Coördinatie op- en ondersteuning van de in 2019 ingezette concernbrede organisatieontwikkeling zijn ook in 2020 en de jaren erna één van de belangrijkste taken. Vanaf 2020 worden nieuwe initiatieven ontwikkeld ter ondersteuning van de organisatieontwikkeling.

In 2019 houden we ons strategisch P&O- beleid in brede zin tegen het licht en passen deze aan de eisen van de moderne tijd aan en wat nodig is voor Lansingerland. Vanaf 2020 concretiseren en voeren we dit beleid -meerjarig– uit.

Financiën en planning & control

In 2020 blijven we ambtelijk strak sturen om de voorspelbaarheid en betrouwbaarheid van de (financiële) resultaten te verbeteren. In aanloop naar de Begroting 2020-2023 is al een flinke stap gezet om de opgaven en ontwikkelingen in beeld te brengen en deze financieel te vertalen. We werken, in lijn met de Kaderbrief 2020, de komende jaren naar zo SMART mogelijke P&C-documenten en het zo overzichtelijk mogelijk houden van de verbanden tussen de verschillende P&C-documenten en het collegeprogramma. Naast de reguliere P&C-documenten continueren we in 2019 de periodieke budgetreviews en ‘in control’-gesprekken met de teammanagers/domeindirecteuren. Ook toetsen we de financiële consequenties van ieder raadsvoorstel.

We voeren actief liquiditeitsbeheer, waarbij onze huidige schuldpositie continue aandacht krijgt en wij ons inzetten om de schuldquote te verlagen.

Audit en AO/IC

Een deugdelijke administratieve organisatie en interne controle zijn een belangrijke randvoorwaarden om betrouwbare cijfers te rapporteren en rechtmatig te handelen. Door middel van audits stellen we periodiek vast of interne procedures en afspraken zijn nageleefd en te rapporteren cijfers betrouwbaar zijn. Het gaat daarbij niet alleen om financiële cijfers maar ook niet-financiële cijfers, zoals indicatoren en kengetallen. Door middel van onderzoeken en benchmarking vergelijken we onze gemeente met andere gemeenten en formuleren we waar nodig acties en voeren deze uit. We voeren een doelmatigheidsonderzoek ex artikel 213a van de Gemeentewet uit en verstrekken een afschrift van de onderzoeksresultaten en de actiepunten naar aanleiding van het onderzoek aan de gemeenteraad.

Informatievoorziening en automatisering

Door blijvend te investeren in ICT (vernieuwen/vervangen) blijft de kwaliteit, veiligheid en continuïteit van ICT op het gewenste en nodige niveau. Om de ambities van de gemeente waar te maken (bijvoorbeeld op het gebied van dienstverlening) is het nodig dat we Tijd- en Plaats Onafhankelijk (TOP) kunnen werken en daarmee flexibel zijn als werknemers en werkgever. Ook maakt dit ons als potentiele werkgever aantrekkelijker.

In het eerste kwartaal van 2020 ronden we het project TOP-werken definitief af. Elke medewerker in de organisatie heeft een laptop en mobiele telefoon waardoor er optimaal tijd- en plaats onafhankelijk gewerkt wordt.

Omdat het project Verstand van Zaken (lees: de invoering van het Zaaksysteem) in 2020 ten einde loopt, gaat het project over van de project- naar de beheerfase. Wij passen de organisatie van het beheer (taken, rollen, functies van DIV en applicatiebeheer) hierop aan. De invoer van het Zaaksysteem gaat gepaard met de uitfasering van Corsa, het huidige documentsysteem. Waar mogelijk vergroten/verbeteren wij de integratie met MijnOverheid.

In 2020 verbeteren wij de veiligheid van onze systemen op basis van de nieuw geïnstalleerde systemen en technieken uit 2019. Tevens werken wij in 2020 verder aan een rapportageset over informatieveiligheid op systeemniveau (logging en hardening).

In 2020 reviseren we de noodstroomvoorziening (noodaccu’s) van de serverruimte op de hoofdlocatie. Daarmee borgen wij de continuïteit in geval van stroomuitval.

Verder besteden wij in 2020 de software voor de Geo-Informatievoorziening aan (beheersysteem voor de openbare ruimte, BAG en BGT) omdat de bijbehorende contracten verlopen.

In 2020 werken wij verder aan de realisatie van informatiemanagement in Lansingerland.

Juridische zaken

In 2019 hielden we een Quick Scan voor de juridische functie in de organisatie. In 2020 voeren we de aanbevelingen naar aanleiding van deze Quick Scan uit. Dit betekent onder meer aandacht voor juridische escalatie en control, grip op algemene juridische advisering en dienstverlening, beter inzicht en onderhoud van algehele en specifieke juridische kennis concernbreed.

Taken op het gebied van informatieveiligheid en privacy worden conform jaarplannen uitgevoerd. De klachtencoördinator intensiveert activiteiten ter verbetering van de concernbrede dienstverlening.

Ambtelijk horen binnen de context van bezwaarprocedures is de afgelopen jaren met succes ingevoerd. In 2020 ontwikkelen we dit verder.  

Vanaf 2020 professionaliseren we de verantwoording over de dienstverlening van juridische zaken. Vanaf verslagjaar 2019 komt er één jaarverslag waarin alle aandachtsgebieden op een toegankelijke, eenduidige en aansprekende manier worden aangeboden.

Dienstverlening

In 2019 is de visie op dienstverlening vastgesteld. Onder dienstverlening verstaan wij alle vormen van contact, transactie en interactie tussen inwoners, bedrijven of instellingen en de gemeente. Zij vormen onze ‘klanten’. Dienstverlening betreft alle domeinen waar de gemeente verantwoordelijk voor is. De gemeente vervult hierbij verschillende rollen: publieke dienstverlener, vergunningverlener, toezichthouder, handhaver, belastinginner, beheerder, ontwikkelaar en ondersteuner. In al deze rollen is een dienstverlenende houding van belang. Interne dienstverlening en externe dienstverlening hebben een direct verband met elkaar en dit betekent tevens dat iedere ambtenaar een rol heeft in- en bijdraagt aan de dienstverlening.

Op basis van deze Visie op dienstverlening wordt een Dienstverleningsplan uitgewerkt. In dit plan is tenminste opgenomen welke projecten en middelen ontwikkeld moeten worden. Per middel en project stellen we een projectplan op waarin is opgenomen: de stakeholders, een tijdsplanning en een implementatie- en communicatieplan.

Daarnaast is Dienstverlening vooral ook een kwestie van houding en gedrag en de cultuur in de organisatie en de teams. Onderdeel van het organisatie ontwikkeltraject vormt ook het via het lijnmanagement (directie en teammanagers) actief sturen op het ontwikkelen van medewerkers, waaronder competenties.

Inkoop

Op het gebied van inkoop hebben we als hoofddoelstellingen: blijven voldoen aan de rechtmatigheidseisen, inkopen tegen de meest optimale (integrale) prijs-kwaliteit verhouding en het optimaal functioneren van de inkoopfunctie in de organisatie. In 2020 passen we daar waar nodig het inkoop- en aanbestedingsbeleid aan naar aanleiding van de uitgevoerde evaluatie in 2019.

De professionaliseringsslag die we in de afgelopen jaren hebben gemaakt zetten we voort op basis van de PDCA-cyclus. Dit betreft onderwerpen als maatschappelijk verantwoord inkopen, social return, lokale economie, contractbeheer- en management, inkooptools en sjablonen en samenwerkingskansen.

Communicatie en dienstverlening

Communicatie speelt een belangrijke rol bij het verbinden van mensen en organisaties. Goede communicatie draagt bij aan een sterke profilering en positionering van de gemeente Lansingerland en zijn bestuurders.

Burgers zoeken in toenemende mate via steeds meer kanalen contact met of delen informatie over de gemeente. Wij maken in onze communicatie optimaal gebruik van social media en andere moderne communicatiemiddelen die passen bij de doelgroep. Onze communicatie is persoonlijk, betrokken en dichtbij. Wij zoeken de inwoners, ondernemers en organisaties op en gaan met ze in gesprek. De huidige samenleving en onze gemeentelijke opgaven vragen een communicatieve overheid in alle geledingen.

Privacy

De inwerkingtreding van de AVG, het rekenkameronderzoek, de diverse audits op informatiebeveiliging en onze ervaringen maken continu duidelijk dat informatiebeveiliging en privacy aandacht vragen. Voor beide onderdelen hebben we een jaarplan opgesteld, dat ook in 2020 zijn uitvoering vindt.

Voor informatiebeveiliging ligt de focus allereerst op beleidsmatige taken, waaronder het actualiseren van het beleid. Hierin verwerken we de omslag van de BIG-maatregelen (Baseline Informatiebeveiliging Gemeenten) naar de BIO-maatregelen (Baseline Informatiebeveiliging Overheid). Voor de beleidsmatige keuzes werken we risico gebaseerd; hiervoor implementeren we een tooling ‘governance, riskmanagement & compliance’. Ten tweede zijn ICT aanpassingen noodzakelijk om kwetsbaarheden op te lossen; op basis van hardening en logging worden systemen en informatie sterker beveiligd en continu geanalyseerd. Voor deze drie onderdelen is een investering nodig van € 65.000.  

Daarnaast is het van belang om de beveiliging te toetsen om vervolgens weer te kunnen verbeteren waar nodig. Dit organiseren we door onder meer penetratietesten en audits. Tenslotte valt of staat het succes van informatiebeveiliging met mensen. Om deze reden is een bewustwording ook in 2020 weer een speerpunt.

Deze bewustwording wordt in samenhang met privacy opgepakt gezien het feit dat houding en gedrag van mensen bepalend is. In 2019 voerden we voor de meest risicovolle processen Privacy Impact Assessments (PIA’s) uit (WMO, Jeugd en Veiligheid). Het opstellen van deze PIA’s leidt vervolgens tot organisatorische en technische maatregelen die we treffen om persoonsgegevens voldoende te beschermen.

Paragraaf Verbonden partijen

Inleiding

Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Van een financieel belang is sprake indien de gemeente risico loopt met aan deze partijen beschikbaar gestelde middelen of als de gemeente aangesproken kan worden als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Van bestuurlijk belang is sprake als de gemeente zeggenschap heeft, vanwege vertegenwoordiging in het bestuur of vanwege het hebben van stemrecht. Als gemeente kunnen wij door toenemende uitbreiding en complexiteit niet al onze taken meer zelfstandig uitvoeren. Samenwerking met andere partners, waaronder andere overheden, kan dan een oplossing bieden. Iedere afzonderlijke situatie vraagt om een specifieke afweging en een politieke keuze.

De ‘Nota verbonden partijen 2016 – 2020’ (Corsa-nummer T16.02321) geeft een beeld van onze visie op en beleidsvoornemens voor verbonden partijen. De nota is aangevuld met een addendum (T17.01105) op het uitvoeringsdocument met de omschrijving van de rollen van de burgemeester, wethouders, en de afgevaardigde raadsleden. De nota geeft inzicht in het (wettelijk) kader en geeft het afwegingskader een handvat voor het toe- en uittreden bij verbonden partijen. De nota gaat ook in op de vertegenwoordiging in verbonden partijen. Daarnaast besteedt de nota aandacht aan de spelregels voor governance en het uitvoeren van risicomanagement met de bestaande (wettelijke) instrumenten van informatievoorziening en aanvullende mogelijkheden om bij te dragen aan de kaderstellende, toezichthoudende en controlerende rol van de raad. Elk jaar bespreekt de raad in een speciale raadsvergadering de factsheets van verbonden partijen tegelijkertijd met de zienswijzen op de begrotingen van verbonden partijen. De factsheets zijn voorzien van een bestuurlijke en financiële risicoanalyse.

Overzicht

In onderstaand overzicht staat de meest essentiële financiële informatie van de verbonden partijen. In de latere tabellen staat per verbonden partij de informatie die op grond van artikel 15 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplicht is inclusief bij welk programma uit de begroting het hoort en op welke wijze de verbonden partij bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling van het programma. Daarnaast schrijft artikel 15 BBV voor dat de lijst van verbonden partijen, wordt onderverdeeld in:

1. gemeenschappelijke regelingen;

2. vennootschappen en coöperaties;

3. stichtingen en verenigingen;

4. overige verbonden partijen.

De uitgebreidere informatie per verbonden partij is in de zogenaamde factsheets opgenomen. Deze zijn 13 juni 2019 door de raad vastgesteld (T19.05644). Op de website van Lansingerland staat, conform artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr), het register Verbonden Partijen.

Gemeenschappelijke regelingen Programma Bijdrage 2018 Begroot 2019 Begroot 2020
Bedrijvenschap Hoefweg 6. Lansingerland Ontwikkelt Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing
Bleizo 6. Lansingerland Ontwikkelt Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing
DCMR Milieudienst Rijnmond 6. Lansingerland Ontwikkelt 1.280.610 1.401.891 1.456.591
Jeugdhulp Rijnmond 4. Maatschappelijke ondersteuning 5.994.118 6.693.193 7.690.033
MRDH (Metropoolregio Rotterdam-Den Haag) 6. Lansingerland Ontwikkelt 150.846 157.829 165.134
Openbare Gezondheidszorg Rotterdam-Rijnmond 4. Maatschappelijke ondersteuning 408.281 434.540 451.714
Recreatieschap Rottemeren 3. Sport, cultuur en onderwijs 187.807 191.497 196.400
Schadevergoedingsschap HSL-Zuid 6. Lansingerland Ontwikkelt Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing
SVHW (Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffingen en Waardebepaling) 8. Algemene dekkingsmiddelen 511.850 509.000 488.000
Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond 2. Openbare orde en veiligheid 2.923.595 waarvan: 2.895.595 basiszorg 28.000 individuele taken en bijdragen 3.316.751 waarvan: 3.290.751 basiszorg 26.000 individuele taken en bijdragen 3.617.368 waarvan: 3.591.368 basiszorg 26.000 individuele taken en bijdragen
Vennootschappen en coöperaties Programma Dividend 2018 Begroot 2019 Begroot 2020
Dunea (vh Duinwater-bedrijf Zuid-Holland) 8. Algemene dekkingsmiddelen Te completeren Te completeren Te completeren
Eneco Groep N.V. 8. Algemene dekkingsmiddelen 2,1 miljoen 2,3 miljoen 2,25 miljoen
Stedin Holding N.V. 8. Algemene dekkingsmiddelen 0,9 miljoen 1,5 miljoen 1,6 miljoen
Vennootschappen en coöperaties Programma Bijdrage 2018 Begroot 2019 Begroot 2020
Parkmanagement Bedrijvenpark Oudeland (PMBO) 6. Lansingerland Ontwikkelt 56.737 en 21.689 incidenteel 57.000 57.000
Vennootschappen en coöperaties Programma Bijdrage 2018 Begroot 2019 Begroot 2020
BNG (Bank Nederlandse Gemeenten) 8. Algemene dekkingsmiddelen Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing

Bedrijvenschap Hoefweg

Naam verbonden partij Bedrijvenschap Hoefweg
Vestigingsplaats Bleiswijk
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) Ontwikkeling van het bedrijventerrein Hoefweg (Hoefweg Noord) voor vestigingsmogelijkheden voor bedrijven. Met de ontwikkeling van dit gebied wil de gemeente een gunstig economisch klimaat en daarmee indirect een interessant werk – en woongebied creëren voor de inwoners.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Geen structurele bijdrage aan of van het Bedrijvenschap. Art. 24 en 25 van de GR: de gemeente levert een financiële bijdrage aan het startkapitaal, de gemeenten zorgen voor voldoende middelen zodat de GR aan verplichtingen aan derden kan voldoen. De inbreng en risicoverdeling is op 50%- 50% voor elke gemeente vastgesteld. De GR neemt voor 30% deel aan de CV Prisma en voor 31% in de BV Prisma.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1-1-2018: € 3,4 mln. Per 31-12-2018: € 6,3 mln.
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1-1-2018: € 53,2 mln. Per 31-12-2018: € 47,4 mln.
Financieel resultaat 2018 (Uit: jaarrekening 2018) € 2,9 mln.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2019 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Geen. Het financiële belang blijft gelijk. Door gronduitgifte is de verwachting dat het resultaat verbetert.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? De gemeenten Lansingerland en Zoetermeer nemen beiden voor 50% deel in deze gemeenschappelijke regeling. De grondexploitatie van Bedrijvenschap Hoefweg per 1-1-2019 is positief: € 12,9 mln. Netto Contante Waarde (NCW). Bedrijvenschap Hoefweg heeft een risicoprofiel, waarbij ook rekening wordt gehouden met kansen, van ca. € -3,0 mln. De risico’s betreffen het uitgiftetempo en grondprijsontwikkeling. In Lansingerland is in de Jaarrekening 2018 bij de berekening van het benodigd weerstandsvermogen geen rekening gehouden met risico’s voor Bedrijvenschap Hoefweg. De grondexploitatie Hoefweg bevat nog voldoende weerstandscapaciteit om de risico’s zelf op te vangen.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Het onderzoek naar het ontwikkelprogramma van Bleizo kan mogelijk een wijziging van de opdracht voor de GR Bleizo oplveren. Een bestuurlijke keuze over de ontwikkelrichting is hierover nodig. Afstemming hierover binnen de samenwerking Corridor A12.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Financiële analyse: Gemiddeld Bestuurlijke analyse: Laag De grondexploitatie van Bedrijvenschap Hoefweg loopt tot 2026. In deze periode is bijsturing nog goed mogelijk. Bestuurlijk hebben we (indirecte) invloed.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? De ontwikkeling van het bedrijventerrein Hoefweg stimuleert de vestigingsmogelijkheden voor bedrijven en een gunstig economisch klimaat.

BLEIZO

Naam verbonden partij BLEIZO
Vestigingsplaats Bleiswijk
Deelnemende partijen Gemeente Zoetermeer en Gemeente Lansingerland
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) Het doel van deze GR is het ontwikkelen van het gebied rondom het OV knooppunt Bleizo (station Lansingerland-Zoetermeer), gericht op het realiseren van een nieuw economisch knooppunt met een eigen identiteit. Met de ontwikkeling van een OV-knooppunt en het gebied daarom heen wil de gemeente een gunstig economisch klimaat en een interessant werk- en woongebied creëren voor de inwoners.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) (art. 32 GR Bleizo) Beide gemeenten staan ervoor in dat de GR Bleizo altijd over voldoende middelen beschikt om verplichtingen aan derden te voldoen. Verder komt een batig/nadelig saldo voor 50% ten gunste/laste van Lansingerland, waarbij tevens de afspraak is gemaakt dat Zoetermeer garant staat voor een bedrag van € 9,5 mln. (nadelig saldo) in relatie tot de bijdrage die GR Bleizo levert aan de financiering van het OV Knooppunt Bleizo.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1-1-2018: € 6,9 mln. Per 31-12-2018: € 2,4 mln.
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1-1-2018: € 56,0 mln. Per 31-12-2018: € 59,0 mln.
Financieel resultaat 2018 (Uit: jaarrekening 2018) € 4,6 mln.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2019 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Het financiële belang van Lansingerland is ongewijzigd: 50% van winst of verlies van GR Bleizo. Zoetermeer staat garant voor € 9,5 mln. voor de bijdrage van GR Bleizo aan de vervoersknoop Bleizo. De afspraken hierover zijn in 2017 uitgewerkt en met brief U17.03185 is de gemeenteraad hierover geïnformeerd.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? De gemeenten Lansingerland en Zoetermeer nemen beiden voor 50% deel in deze gemeenschappelijke regeling. De grondexploitatie van GR Bleizo per 1-1-2017 is negatief: € 6,9 mln. Netto Contante Waarde (NCW). Bleizo heeft een risicoprofiel, waarbij ook rekening wordt gehouden met kansen, van ca. € -5,3 mln. De risico’s betreffen het uitgiftetempo, grondprijsontwikkeling en kostenstijging. In Lansingerland is in de Jaarrekening 2017 voor de berekening van het benodigd weerstandsvermogen rekening gehouden met een bruto risicoprofiel van € 1,75 mln. De hoogte van dit bedrag is bepaald op basis van de risicoanalyse van Bleizo, rekening houdend met onze eigen grondslag van 90% zekerheid. Daarbij is ook gekeken naar een scenario waarbij niet tot ontwikkeling van leisure wordt overgegaan en het risicoprofiel wat daaraan verbonden is en wordt rekening gehouden met de dekking vanuit Zoetermeer (garantstelling tot maximaal € 9,5 mln.).
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Het onderzoek naar het ontwikkelprogramma van Bleizo kan mogelijk een wijziging van de opdracht voor de GR Bleizo opleveren. Een bestuurlijke keuze over de ontwikkelrichting is hierover nodig. Afstemming hierover binnen de samenwerking Corridor A12.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Financiële analyse: Gemiddeld Bestuurlijke analyse: Laag De GR Bleizo kent nog een behoorlijke looptijd. Ondanks dat de belangen aanzienlijk zijn, maakt dit dat bijsturing mogelijk is. Bestuurlijk hebben we (indirecte) invloed.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? De realisatie van vervoersknooppunt Bleizo (station Lansingerland-Zoetermeer' en de ontwikkeling van het gebied rondom het knooppunt dragen bij aan de ontwikkeling van Lansingerland als gemeente waarin aantrekkelijk en op duurzame wijze kan worden gewerkt en gewoond.

DCMR Milieudienst Rijnmond

Naam verbonden partij DCMR Milieudienst Rijnmond
Vestigingsplaats Schiedam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) Uitvoeren van de Wet Milieubeheer (Wm), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet bodembescherming (Wbb) voor de Gemeente Lansingerland en advisering op het gebied van milieu en ruimtelijke ordening. Het publieke belang is het bereiken van een goed leefmilieu voor burgers en bedrijven.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) 2020: € 1.456.591 2019: € 1.401.891
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1-1-2018: € 8.117.000 Per 31-12-2018: € 5.680.000
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1-1-2018: € 11.838.000 Per 31-12-2018: € 9.669.000
Financieel resultaat 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Het financieel resultaat over 2018 na bestemming bedraagt € -839.000.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2019 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft De informatieplicht energiebesparing verplicht bedrijven om uiterlijk 1 juli 2019 bij de RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) te rapporteren welke energiebesparende maatregelen zij hebben genomen met een terugverdientijd van vijf jaar of lager. Deze taak voert DCMR namens ons uit. Aangezien deze taak extra kosten met zich meebrengt, heeft het Rijk besloten een bijdrage te verstrekken ter dekking van eenmalige voorbereidingskosten en de structurele uitvoeringskosten. Dit bedrag is als bijdrage voor de jaren 2019 en 2020 aan de uitkering van het gemeentefonds in 2019 toegevoegd. Lansingerland heeft een bedrag van € 11.500 ontvangen voor deze taak. Deze doeluitkering uit de decembercirculaire is overgeheveld naar het budget voor de DCMR.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Er is sprake van een aantal financiële risico’s, die met name zitten in het op orde krijgen van de bedrijfsvoeringsystemen. De nu begrote en gedekte bedragen zijn zo realistisch mogelijk geraamd, maar ervaringen uit het verleden laten zien dat dit soort projecten toch hoger uit kan vallen dan verwacht. Om dit risico te verkleinen zal een ambtelijke afvaardiging van de participanten (financiële en ICT-experts) een soort klankbordgroep vormen voor de DCMR bij het verder uitwerken van deze bedrijfsvoeringssystemen.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Vanwege de toegenomen werkzaamheden voor Lansingerland (o.a. groter bedrijvenbestand gekregen de afgelopen jaren) en enkele nieuwe taken, hebben we in 2019 het budget structureel verhoogd. We verwachten dat we hiermee de komende jaren voldoende dekking hebben voor de uit te voeren werkzaamheden. Vanaf eind 2019 voert de DCMR in mandaat ook alle asbestgerelateerde taken uit. Hiervoor is op basis van een voorcalculatie bepaald hoeveel dit jaarlijks gaat kosten. Lopende 2019 en 2020 monitoren we de uitvoering van deze taak nauwlettend om te kunnen sturen op de voortgang van het beschikbaar gestelde budget (€43.000). De komst van de Omgevingswet en het voorbereiden hierop kan financiële consequenties hebben. Op dit moment zijn de kosten voor 2020 hiervoor gedekt, maar het is nog onduidelijk welke werkzaamheden we daarna nog verwachten en wat dit gaat kosten. Dit zal eind 2019/ begin 2020 duidelijker zijn.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Het financiële risico is gemiddeld. Dit heeft te maken met het feit dat in de Gemeenschappelijke Regeling een garantstelling voor de deelnemende gemeenten is opgenomen. De bedrijfsvoering is zoals gezegd nog niet volledig op orde, maar Lansingerland heeft slechts deels invloed om hierop financieel bij te sturen (een belang van 2,5%). Lansingerland heeft vooral invloed op het financieel bijsturen op de bijdrage die wij betalen voor de uitvoering van het werkplan. In die laatste zit geen risico. Het bestuurlijke (inhoudelijke) risico is laag, omdat de belangen van DCMR hetzelfde zijn als onze belangen, en er duidelijke afspraken met de DCMR zijn gemaakt die we regelmatig monitoren.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? De DCMR Milieudienst Rijnmond levert met inzet van wettelijke instrumenten en vanuit zijn specifieke deskundigheid een bijdrage aan het verlagen van de milieubelasting van bedrijven en aan het verhogen van de milieukwaliteit en veiligheid in het Rijnmondgebied. Hiermee draagt het bij aan de ontwikkeling van Lansingerland als gemeente waarin aantrekkelijk kan worden gewoond, gewerkt en gerecreëerd.

Jeugdhulp Rijnmond

Naam verbonden partij Jeugdhulp Rotterdam
Vestigingsplaats Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) 1. Uitvoering te geven aan de wettelijke verplichtingen tot regionale samenwerking uit de Jeugdwet in het kader van Veilig Thuis (AMHK), jeugdreclassering en jeugdbescherming. 2. Het uitvoeren van bovenlokale taken door middel van het contracteren en/of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp, -reclassering en -beschermingsmaatregelen in het kader van de Jeugdwet. 3. Realiseren van overleg, kennisontwikkeling- en overdracht tussen de aangesloten gemeenten.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) De GR Jeugdhulp is opgericht voor de inkoop van verschillende vormen van jeugdhulp waar gemeenten verantwoordelijk voor zijn. De inleg van de gemeente Lansingerland bedraagt in 2019 € 6.693.193 (inclusief organisatiekosten).
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1-1-2018: € 3.648.144 Per 31-12-2018: € 2.249.090
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Vreemd vermogen: Per 1-1-2018: € € 2.747.007 Per 31-12-2018: € 0 Overlopende passiva: Per 1-1-2018: € 44.031.554 Per 31-12-2018: € 35.377.589
Financieel resultaat 2018 (Uit: jaarrekening 2018) € 0
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2019 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft In april 2018 heeft het Algemeen Bestuur van de GRJR ingestemd met het verhogen van de begroting van de GRJR over 2018 door de volgende ontwikkelingen: 1. Uitkering transformatiefonds 2. De verlengde pleegzorg 3. De verhoging van de bijdrage voor de accountant 4. Verhoging subsidiebudget JBRR 5. Verhoging subsidiebudget VTRR 6. Ophoging ZIN De bovenstaande ontwikkelingen leiden voor 2019 tot een extra bijdrage voor Lansingerland van € 472.296. Deze bijdrage is meegenomen in de zomerrapportage. In april 2019 is tevens de begroting van de GRJR over 2020 bijgesteld. Hierin is de bijdrage van de gemeente Lansingerland verhoogd tot € 7.690.033. Dit is € 379.675 hoger dan het voor deze jaarschijf in vastgestelde begroting opgenomen budget (€ 7.310.358).
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Toenemend zorggebruik in een open einde regeling De jeugdwet bevat een open einde regeling. Omdat er sprake lijkt te zijn van een toenemend zorggebruik is Lansingerland levert dit een financieel risico op. Wij sturen hierop door middel van de (lokale) toegang, de samenwerking met onze toegangspartners en samenwerking met huisartsen. Resultaatgerichte inkoop 2018 Met ingang van 1 januari 2018 is de GRJR overgegaan op het resultaatgericht inkopen van ondersteuning. De insteek hiervan is om bij de inzet van ondersteuning minder product- en meer resultaatgericht te werken. De insteek van deze gewijzigde inkoop is budgetneutraliteit. Niettemin houdt deze wijziging een zeker risico van een verhoging van de kosten in.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? 1. In het licht van de (financiële) ontwikkelingen in de specialistische jeugdhulp intensiveren en versterken wij onze inspanningen op het gebied van de transformatie. Wij formuleren hiertoe een samenhangende aanpak, op zowel lokaal als subregionaal niveau. 2. In subregionaal verband brengen wij in beeld of en in hoeverre de resultaatgerichte inkoop leidt tot hogere kosten. Wij betrekken de bevindingen hiervan bij het besluit over de inkoop van specialistische jeugdzorg in 2022 en verder. 3. In 2019 beoordelen en verbeteren wij (waar nodig) het functioneren en de interne aansturing van de Gemeenschappelijke Regeling. Wij implementeren de aanbevelingen uit het ‘Berenschot-onderzoek’ naar de toename van jeugdhulp in onze gemeente.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Risicobeleid GR In het kader van de begroting 2018 heeft de GR een risico-inventarisatie opgesteld. Op basis van deze inventarisatie is besloten het risicopercentage in de huidige begroting op 1,5% te zetten. Een update van deze inventarisatie in 2018 resulteerde in een gewogen risicopercentage van 3,0 % voor 2018 en 2,3% voor 2019. Dit wordt mede veroorzaakt door enkele (incidentele) grote risico’s die voortkomen uit de nieuwe resultaatgerichte financiering van de Jeugdhulp. Het Algemeen Bestuur heeft besloten om het risicopercentage 2018 en 2019 te handhaven op 1,5%. De risico-inventarisatie wordt gedurende 2018 enkele malen geactualiseerd op basis van de dan bekende informatie. De eerste actualisatie vindt in april plaats en de tweede in principe in september. Voor de deelnemende gemeenten geldt daarbij dat eventuele overschrijdingen in het budget lopende het begrotingsjaar, of bij jaarrekening door de gemeenten moeten worden vergoed. Gemeentelijk risicobeleid Op basis van de financiële analyse is er een hoog risico verbonden aan de GR Jeugdhulp. De gemeente heeft een hoge jaarlijkse financiële bijdrage. In 2015 is besloten dat eventuele tekorten door de deelnemende gemeenten worden gedekt waardoor het weerstandsvermogen van de GR bij de gemeenten wordt gelegd. Op basis van de bestuurlijke analyse is er een gemiddeld risico verbonden aan de GR. De te leveren afspraken zijn van invloed op de gemeentelijke doelstellingen. Lansingerland is vertegenwoordigd in het AB en DB. Omdat Rotterdam een grote invloed heeft op de besluitvorming (50% van de GR gevormd wordt door de gemeente Rotterdam) brengt dit een zeker risico met zich mee.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? De GRJR heeft tot taak de gemeenschappelijke inkoop zodanig vorm te geven dat lokale ambities kunnen worden gerealiseerd en dat zorgcontinuïteit is geboden

Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH)

Naam verbonden partij Metropoolregio Rotterdam Den-Haag (MRDH)
Vestigingsplaats Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) Het versterken van de internationale concurrentiepositie van de regio.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) De Brede Doeluitkering (BDU) voor verkeer en vervoer is de belangrijkste dekking voor de kosten van de twee programma’s exploitatie verkeer en openbaar vervoer, infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. De inwonerbijdrage bedraagt € 2,68 per inwoner voor het programma economisch vestigingsklimaat; voor 2020 is dat een totaalbedrag van € 6,34 miljoen. Uitgaande van het inwoneraantal van Lansingerland op 1 januari 2019 van 61.617 bedraagt dit voor Lansingerland € 165.134.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1-1-2018: € 7.425.581 Per 31-12-2018: € 15.361.267
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1-1-2018: € 1.348.170.234 Per 31-12-2018: € 1.543.298.479
Financieel resultaat 2018 (Uit: jaarrekening 2018) € 7.935.876
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2019 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Op dit moment zijn er geen veranderingen in het financiële belang voor 2019 en 2020.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? De MRDH heeft de komende jaren tijdelijk te maken met een tekort (overbesteding) op de BDU-middelen. Overbesteding houdt in dat het saldo van beschikbare middelen en bestedingen in enig jaar negatief is. Tot en met de Begroting 2018 hanteerde de MRDH het uitgangspunt dat een tekort op de BDU-middelen is toegestaan onder de voorwaarde dat over een periode van tien jaar het saldo van beschikbare middelen en bestedingen positief is. Een extern kader voor deze termijn ontbrak toen nog. Een externe partij is daarom gevraagd om nader onderzoek te doen naar de kaders voor overbesteding. De provincie is betrokken geweest bij dit onderzoek. Conclusie uit dit onderzoek is dat de MRDH zich voor wat betreft de termijn van overbesteding dient te houden aan de uitgangspunten voor structureel begrotingsevenwicht die de provincie Zuid-Holland als toezichthouder hiervoor hanteert. De wettelijke termijn van overbesteding is daarmee bepaald op een maximale periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren. Een tekort in 2019 moet dus uiterlijk in 2022 zijn aangezuiverd. Hierbij geldt ook dat de begroting in de drie jaar na het inlopen van het tekort geen tekort mag laten zien. Vanwege de afronding van een aantal grote infrastructurele projecten in deze periode (o.a. Hoekse Lijn, Bleizo) is er vanaf 2022 weer sprake van een overschot.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Projecten zijn vaak gemeente en regio overschrijdend waardoor ook andere overheden en/of bestuurslagen bij betrokken zijn. Investeringen voor de projecten moeten bedrijven, kennisinstellingen en overheden bij elkaar brengen. De aandachtspunten voor Lansingerland zijn de verdere uitwerking van de projecten uit het investeringsprogramma en de daarbij behorende financiën te genereren. In het investeringsprogramma zijn ook andere projecten opgenomen zoals corridor A12 (o.a. logistieke hotspot, railterminal), energie-infrastructuur (warmtenet), geothermie, greenport en vaarroutes (Rotte – Rijn – Vliet). De MRDH kan in het samenbrengen van gemeenten en het definiëren van regionale projecten een voortrekkersrol vervullen om in gesprek te gaan met andere gemeenten en marktpartijen. Als vervolg op de MIRT Rotterdam Den Haag (Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport) wordt aan een aantal tafels de strategie van de regio uitgewerkt. Deze studies moeten richting geven aan nieuwe grote infrastructurele projecten in relatie tot andere ruimtelijke ontwikkelingen zoals de woningbouwopgave. Dit geeft richting aan de doorontwikkeling van het hoogwaardige OV-net in onze regio. Ook in Lansingerland worden OV-lijnen verkend, zoals de ZoRo. De projecten en de organisatie van de Vervoersautoriteit (VA) worden grotendeels bekostigd uit de reguliere Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Daarnaast zijn er nog specifieke rijksbijdragen, zoals gelden voor het programma Beter Benutten Vervolg en het Actieprogramma Regionaal OV die beiden zijn toegevoegd aan de BDU. De komende jaren is er een stevige opgave om de kosten van het openbaar vervoer te drukken. Door een oplopende beheerlast neemt het investeringsvermogen af.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Uit de financiële analyse blijkt dat het risico gemiddeld is. Dit is met name gelegen in het beperkte weerstandsvermogen van de MRDH enerzijds en de afdekking van de risico’s door de MRDH anderzijds zoals ook opgenomen in het treasurystatuut. De wettelijke termijn van overbesteding is bepaald op een maximale periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren. Om in de toekomst meer duidelijkheid te hebben over de (financiële) risico’s van grote infrastructurele projecten verwachten we dat de MRDH de reeds aangekondigde beleidsnota risicomanagement en weerstandsvermogen in 2018 opstelt. Het bestuurlijk risico is laag. Lansingerland onderschrijft het belang van de MRDH en staat achter de missie en de visie. De uitwerking van de programma’s vindt in goed overleg met alle gremia plaats.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? In de gemeenschappelijke regeling (GR) Metropoolregio Rotterdam Den Haag is opgenomen dat er vijfjaarlijks geëvalueerd wordt en de eerste evaluatie plaatsvindt twee jaar na inwerkingtreding van de GR. Uit het evaluatierapport, afgerond eind 2017, komt naar voren dat de steun voor MRDH is toegenomen, de relatie tussen de MRDH en provincie is verbeterd en dat er binnen de bestaande structuur gezocht moet worden naar verbeteringen. Met name de rol van de adviescommissie behoeft verdere uitwerking. In de zienswijze (U17.13458) heeft de raad van Lansingerland aan gegeven dat de adviescommissie niet een lichtere maar een andere invulling dient te krijgen. Een concrete verbetering is de invoering van portefeuillehouders in het AB waardoor het bestuurlijk eigenaarschap is versterkt. De MRDH heeft in 2016 en 2017 grote stappen voorwaarts gezet met de uitwerking van de aanbevelingen uit het OESO-rapport en Roadmap Next Economy als leidraad voor het investeringsprogramma. De MRDH werkt in 2018 verder aan de concretisering, ook voor projecten waarbij Lansingerland is betrokken.

Gemeenschappelijke Regeling GGD Rotterdam-Rijnmond

Naam verbonden partij Gemeenschappelijke Regeling GGD Rotterdam-Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) Artikel 3 van de GR: Het lichaam heeft tot doel: • het beschermen en bevorderen van de gezondheid van de bevolking of van specifieke groepen daarbinnen, in het rechtsgebied van het lichaam; • het voorkómen en het vroegtijdig opsporen van ziekten onder de bevolking; • alles wat met het bovenstaande in de ruimste zin verband houdt. De regeling regelt de deelnemersbijdrage van de deelnemende gemeente voor de inkoop van het basispakket. De GGD is leverancier en uitvoerder van het basispakket. Het publieke belang is de openbare gezondheid.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) De gemeenschappelijke regeling van de GGD-RR kent geen balans en andere financiële staten om in de begroting op te nemen aangezien alleen de gemeente Rotterdam eigenaar is van de organisatie. Personeel en eventuele risico’s zijn daarmee voor rekening van de gemeente Rotterdam. De gemeenschappelijke regeling GGD-RR regelt in materiële zin slechts de inkoop van producten. Lansingerland draagt in 2019 € 434.540 bij, bestaande uit € 320.183 voor de inkoop van het algemene basistakenpakket en € 114.357 voor de inspecties kinderopvang.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) De gemeenschappelijke regeling van de GGD-RR kent geen balans en andere financiële staten om in de begroting op te nemen aangezien alleen de gemeente Rotterdam eigenaar is van de organisatie. Personeel en eventuele risico’s zijn daarmee voor rekening van de gemeente Rotterdam. De gemeenschappelijke regeling GGD-RR regelt in materiële zin slechts de inkoop van producten. Daarmee is de gemeenschappelijke regeling financieel “leeg”, dus zonder bezittingen, waardoor er ook geen balans is. Het financiële risico voor deelname aan de regeling is voor regiogemeenten dus ook niet aanwezig.
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Niet van toepassing, zie tekst bij ‘Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018’.
Financieel resultaat 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Niet van toepassing, zie tekst bij ‘Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018’.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2019 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Geen, voor zover nu bekend.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Geen. De gemeente Rotterdam is risicodrager.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Uitvoering van de verplichtingen uit de Wet publieke gezondheid (WPG) tegen een aanvaardbare kostprijs blijft een aandachtspunt. Het basispakket moet garanderen dat wij voldoen aan de verplichtingen die wij hebben vanuit de Wpg.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Er is zowel financieel als bestuurlijk een beperkt risico. De gemeente Rotterdam is financieel risicodrager. Daarnaast dragen de activiteiten van de verbonden partij bij aan het oorspronkelijke doel van de verbonden partij.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? De Gemeentelijke Gezondheidsdienst Rotterdam-Rijnmond zet zich in voor een goede en voor iedereen toegankelijke gezondheidszorg. Daarnaast zet de GGD zich in om ziekten en andere problemen te voorkomen. Hiermee draagt het bij aan Lansingerland als gezonde samenleving.

Recreatieschap Rottemeren

Naam verbonden partij Recreatieschap Rottemeren
Vestigingsplaats Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) In stand houden, ontsluiten en exploiteren van recreatiegebied Rottemeren. Openluchtrecreatie, natuurbescherming en natuur- en landschapsschoon bewaren en bevorderen.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Deelnemers: Zuidplas 4%, Rotterdam 91%,en Lansingerland 5%, bijdrage in 2018 € 187.807.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1-1-2018: € 17.242.221 Per 31-12-2018: € 16.300.718
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1-1-2018: € 5.397.134 Per 31-12-2018: € 6.991.129
Financieel resultaat 2018 (Uit: jaarrekening 2018) € 24.348
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2019 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Geen veranderingen in het financiële belang van 5%.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Concrete risico's, overigens van een laag en middel gehalte, worden genoemd bij de weerstandsparagraaf in de begroting van het recreatieschap: • invoering VPB; • koersrisico ingeval van gedwongen verkoop beleggingen bij calamiteiten; • locatie asfaltfabriek; • essentaksterfte; • baggeren watergangen; • nazorg grondwaterverontreiniging Lage Bergse Bos; • warmteleiding
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Met de vaststelling van het Kader voor het Recreatieschap Rottemeren worden de recreatiekaders gesteld waaraan het Recreatieschap uitvoering geeft. Dit wordt uitgewerkt in een ontwikkelplan met uitvoeringsacties. De kwaliteitsimpuls Lage Bergse Bos en de essentaksterfte maken dat het gebied in de picture staat en de (deel)gebieden de komende jaren aangepakt gaan worden. In de samenwerkingsovereenkomst met Staatsbosbeheer is afgesproken dat vanaf 2019 de jaarlijkse kosten niet meer als fixed price bepaald worden maar kostendekkend (op basis van nacalculatie) worden. Samen met de herijking van het Terrein Beheer Model (t.b.v. onderhoud) en het ontwikkelplan met uitvoeringsagenda verwachten wij dat dit tot financiële veranderingen kan leiden.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Het financiële risico is laag. Er is sprake van een hoge Algemene reserve. De genoemde risico’s zijn dusdanig beperkt van aard, dat er sprake is van meer dan gewenste weerstandsratio. Daarnaast is de financiële bijdrage van de provincie in overgenomen door Rotterdam en dit is tevens vastgelegd in de aangepaste GR. Bestuurlijk risico is laag vanwege (indirecte) invloed via AB en DB.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? Het in stand houden, ontsluiten en exploiteren van het recreatiegebied Rottemeren draagt bij aan de ontwikkeling van Lansingerland als gemeente waarin op aantrekkelijke wijze gewoond, gewerkt en gerecreëerd kan worden.

Schadevergoedingsschap HSL-Zuid, A16 en A4

Naam verbonden partij Schadevergoedingsschap HSL-Zuid, A16 en A4
Vestigingsplaats Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) In artikel 2 van de gemeenschappelijke regeling staat opgenomen; “Het doel van de regeling is het bevorderen dat de behandeling van verzoeken om schadevergoeding die verband houden met de aanleg van de HSL-Zuid en de verbreding, verlegging en reconstructie van de A-16 (...)respectievelijk de A-4, zoals bedoeld in artikel 1 onder f, en de beslissingen op die verzoeken doelmatig, deskundig en op gelijke wijze plaatsvinden. Door deze regeling wordt tevens voor de burgers duidelijkheid geschapen over de terzake bevoegde instantie.”
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Alle kosten van het Schap en van de door het Schap toegekende schadevergoedingen worden betaald door de Rijksoverheid.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Er is geen sprake van een eigen vermogen.
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Er is geen sprake van vreemd vermogen.
Financieel resultaat 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Financieel resultaat 2018: Algemene kosten € 55.380,86 Deskundigenkosten € 6.400,90 Schadevergoedingen € 0,00 Totaal € 61.781.76
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2019 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Vanwege het feit dat alle kosten voor rekening komen van het Ministerie van I&W is er geen sprake van een financieel belang voor de gemeente.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Er zijn thans geen financiële risico’s bekend. Het Schap heeft met de accountmanager van het Ministerie de afspraak gemaakt dat wanneer er een schadeverzoek met een aanmerkelijk belang wordt ingediend dat deze, met het oog op risicomanagement, direct bij het Ministerie kenbaar wordt gemaakt.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Naar verwachting zal eind 2018 inzicht bestaan in het effect van het maatregelenpakket. Het Schap kan de nieuwe en aanvullende aanvragen tot schadevergoeding eerst in behandeling nemen als door de geluidsdeskundige (belast met de akoestische berekeningen) uitsluitsel wordt gegeven op de vraag of er sprake is van een toename van geluid en de mitigerende effecten van de maatregel bekend zijn. ProRail coördineert de uitvoering van het maatregelenpakket.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Er is geen sprake van een financieel risico omdat alle kosten voor rekening komen van het Ministerie van I&W. In bestuurlijke zin is geen risico te verwachten omdat het Algemeen bestuur van het Schap bevoegd is te beslissen op de aanvragen.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? Het doelmatig, deskundig en gelijkmatig behandelen van alle verzoeken om schadevergoeding in verband met de aanleg van de HSL-Zuid draagt bij aan het minimaliseren van de negatieve impact.

SVHW (Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffingen en Waardebepaling)

Naam verbonden partij SVHW (Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffingen en Waardebepaling)
Vestigingsplaats Klaaswaal
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) (art 3 GR) Een zo doelmatig mogelijke uitvoering van werkzaamheden met betrekking tot - de heffing en invordering van belastingen - de uitvoering van Wet waardering onroerende zaken (woz) - de administratie van vastgoedgegevens - het verstrekken van vastgoedgegevens aan deelnemers en derden
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) De bijdrage van Lansingerland voor 2020 bedraagt € 491.000.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1-1-2018: € 1.273.000 Per 31-12-2018: 1.507.000
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1-1-2018: € 5.633.000 Per 31-12-2018: € 5.488.000
Financieel resultaat 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Een positief resultaat van € 589.000.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2019 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Geen.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Het SVHW streeft ernaar om risico's zoveel mogelijk te ondervangen. Dat is de reden waarom diverse verzekeringen afgesloten zijn voor het onroerend goed, inventaris en personeel. De risico’s waarmee het SVHW geconfronteerd zou kunnen worden zijn: - automatiseringsomgeving - calamiteiten van huisvesting - renterisico op een geldlening - personeel SVHW is een belangrijke organisatie voor haar 22 deelnemers. Continuïteit van de bedrijfsvoering is daarom essentieel. Het borgen van de bedrijfsvoering dient op het niveau van directie en DB te kunnen worden beslist. Bij het opvangen van de gevolgen van calamiteiten is het onwenselijk dat de organisatie afhankelijk zou zijn van de besluitvorming van de deelnemers. Gelet op genoemde risico's en de behoefte aan continuïteit van de bedrijfsvoering is het gewenst een financiële buffer in stand te houden. In de vergadering van het Algemeen bestuur van 5 december 2013 is daarom besloten de omvang vast te stellen op minimaal € 400.000 en maximaal € 700.000.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Door gemeentelijke herindelingen (samenvoeging) zullen in 2019 deelnemers uittreden en nieuwe toetreden als gevolg van gemeentelijke herindelingen. Het aantal deelnemers gaat daardoor van 22 naar 15. Het veranderproces is reeds in 2018 ingezet. De uittredende deelnemers betalen een uittredingsvergoeding die de frictiekosten van dit proces dekken.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Op basis van de financiële en bestuurlijke analyse kan worden vastgesteld dat het risicoprofiel gemiddeld is. De  jaarlijkse bijdrage is gemiddeld en de gemeente is deels financieel aansprakelijk. Het weerstandsvermogen van SVHW is op peil en de bedrijfsvoering en kwaliteit van het risicomanagement zijn toereikend. Uit de financiële analyse komt derhalve de score gemiddeld. De bestuurlijke analyse geeft tevens een score van gemiddeld. Lansingerland is vertegenwoordigd in het Algemeen Bestuur, er zijn duidelijke afspraken over de informatievoorziening en het belang van het SVHW komt volledig overeen met het belang van Lansingerland. De te leveren prestaties door het SVHW zijn echter maximaal van invloed.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? De uitbesteding van de werkzaamheden m.b.t. belastingen past in het streven van de gemeente om waar mogelijk in regie te werken en een kostenbesparing te realiseren.

Veiligheidsregio Rotterdam - Rijnmond

Naam verbonden partij Veiligheidsregio Rotterdam - Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) De VRR behartigt ons publieke belang door het voorkomen, beperken en bestrijden van rampen en crises.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Bijdrage 2019 is € 3.316.751. Dit bedrag is als volgt opgebouwd: € 3.290.751 (Basiszorg) en € 26.000 (Individuele taken en bijdragen). Bijdrage 2020 is € 3.617.368. Dit bedrag is als volgt opgebouwd: € 3.591.368 (basiszorg) en € 26.000 (individuele taken en bijdragen).
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1-1-2018: € 10.902.995 Per 31-12-2018: € 12.781.473
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1-1-2018: € 76.442.548 Per 31-12-2018: € 64.799.541
Financieel resultaat 2018 (Uit: jaarrekening 2018) € 1.421.373
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2019 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft De gemeentelijke bijdrage basiszorg is aangepast aan de actuele inwonersaantallen per 1 januari 2018.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? In de begroting 2020 zijn de volgende risico’s opgenomen: • Vrijwaring van gemeenten voor aansprakelijkheid niet verzekerbare risico’s. Het gaat hier om juridische gevolgen, zoals claims; • Overdracht van de meldkamer aan de Landelijke Meldkamer Organisatie (LMO) in 2020; • Gevolgen van (veranderde) wet en regelgeving niet tijdig op kunnen vangen; • Vertraagd tempo en/of onvoldoende aanpassingen bijdragen van stakeholders van de VRR t.b.v. kostenontwikkeling; • Het niet halen van aanrijtijden en het niet leveren van een aantal diensten door de ambulance, als gevolg van een tekort aan verpleegkundig personeel (ingehuurd duurder personeel leidt tot extra kosten). Het niet halen van de aanrijtijden leidt mogelijk tot een (straf)korting van de zorgverzekeraars; • Wegvallen en niet toereikend zijn van subsidie impuls Omgevingsveiligheid; • De invoering van de Omgevingswet, verwacht vanaf 2021; • Wegvallen en niet toereikend zijn van gelden landelijk expertisecentrum (LEC); • De dekking van de brandweerzorg staat onder druk bij gebrek aan vrijwilligers die overdag beschikbaar zijn. Ondanks alternatieven, zoals opgenomen in het Plan brandweerzorg, lukt het niet om de gewenste dekking te garanderen. Verwachting is dat verdere aanpassingen gaan knellen qua financiën; • Afstemmen taken/budgetten VRR. De samenleving veranderd. Denk hierbij aan klimaatverandering, energietransitie, vluchtelingenvraagstuk, cyber, terrorisme en hoog water. De VRR gaat hierover met gemeenten in gesprek; • Gezien de leeftijdsopbouw van het brandweerpersoneel is de verwachting dat in de nabije toekomst veel nieuwe medewerkers worden aangetrokken en opgeleid, waardoor de uitgaven stijgen. • De ambulancedienst AZRR gaat voor de overname van de BIOS groep een lening aan. De VRR staat garant voor deze lening die een looptijd heeft van 15 jaar. In geval van een faillissement is de VRR verantwoordelijk voor de restschuld. • Als gevolg van het bereikte principeakkoord over een nieuwe CAO stijgen de lonen in de periode 2019-2021 met in totaal 6,25%. Tevens is er sprake van een eenmalige uitkering van € 750,- in 2019. In 2019 dekt de VRR deze stijging middels een onttrekking aan de algemene reserve. Verwachting is dat in 2020 en 2021 de basisbijdrage per inwoner met in totaal met € 3,01 stijgt.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? De belangrijkste punten zijn: • Invoering van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) en het risico dat de vrijwilligersstatus bij de brandweer vervalt; • Er is een risico dat er kosten ten laste van de VRR overblijven na overname van het beheer van de meldkamer door de politie in 2020; • In 2020 verhoogt de inwonersbijdrage met 0,69 per inwoner als gevolg van het wegvallen van de inkomsten uit het Openbare meldsysteem (OMS) • Samen met de regiogemeenten onderzoekt de VRR of budgetten en taken van de VRR nog voldoende op elkaar zijn afgestemd. Het is op dit moment niet in te schatten of dit financiële gevolgen heeft.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting De omvang van de jaarlijkse financiële bijdrage aan de VRR is hoog. Ondanks dat de jaarlijkse financiële bijdrage hoog is, is het financiële risico gemiddeld. Dit heeft ermee te maken dat VRR vaste taken heeft. De in kaart gebrachte negatieve risico’s zijn laag. Het risico wordt verspreid doordat 15 gemeenten deelnemen aan deze Gemeenschappelijke regeling. Het bestuurlijke inhoudelijke risico is laag. Er zijn duidelijke afspraken gemaakt met de VRR die we regelmatig monitoren. De gemeente Lansingerland is in het Dagelijks Bestuur vertegenwoordigd door de burgemeester, met de portefeuille ‘Bedrijfsvoering’.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? De Veiligheidsregio voert taken uit op het gebied van rampenbestrijding, crisisbeheersing, risicobeheersing, brandweerzorg, ambulancezorg en geneeskundige hulpverlening. Daarmee draagt het bij aan Lansingerland als een veilige en leefbare gemeente.

NV Duinwaterbedrijf Zuid-Holland Handelsnaam Dunea

Naam verbonden partij NV Duinwaterbedrijf Zuid-Holland Handelsnaam Dunea
Vestigingsplaats 's Gravenhage
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) Dunea wil een vitale organisatie zijn die toekomstbestendige producten en diensten levert en daarbij duidelijk zichtbaar is als maatschappelijke onderneming. De nieuwe strategie Koers 2020 heeft vier accenten: • Klantaccent, onderscheidend in dienstverlening en kwaliteit; • Beter voorbereid op de toekomst door verbreding producten & diensten; • Het zijn van duinbeheerder van wereldklasse; • Strijden voor het drinkwaterbelang van de Lek en de Maas. Het publieke belang bestaat uit de gewaarborgde levering van drinkwater aan alle klanten binnen het verzorgingsgebied en het natuurbeheer in de duingebieden.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Statutair mag Dunea geen dividend uitkeren. Lansingerland bezit 186.584 aandelen (na de periodieke herverdeling in 2018) van de in totaal 4.000.000 uitgegeven aandelen.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1-1-2018: € 205,3 mln. Per 31-12-2018: € 220,9 mln.
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1-1-2018: € 371,7 mln. Per 31-12-2018: € 358,5 mln.
Financieel resultaat 2018 (Uit: jaarrekening 2018) € 15,7 mln.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2019 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Geen.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Geen.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? De aandachtspunten blijven het verzorgen van een goede drinkwatervoorziening en beheer van het duingebied.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Op basis van de financiële en bestuurlijke analyse kan worden vastgesteld dat het risicoprofiel laag is. Lansingerland is aandeelhouder en loopt daardoor in principe geen of een beperkt financieel of bestuurlijk risico.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? Dunea beheert de natuur (duinlandschap) en het water in Zuid-Holland. Dunea zorgt voor schoon drinkwater, rust en ruimte in Lansingerland.

Eneco Groep N.V.

Naam verbonden partij Eneco Groep N.V.
Vestigingsplaats Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) Deze verbonden partij draagt niet meer bij aan de realisatie of borging van een publiek belang. Ter toelichting het volgende. De gemeente Lansingerland heeft zich in 2017 bezonnen op het toekomstig aandeelhouderschap van Eneco Groep N.V. Daartoe is in 2017 een traject gelopen, gezamenlijk met alle aandeelhouders van Eneco, om hier op een zorgvuldige wijze naar te kijken. In dit proces is de raad intensief betrokken. Uitkomst is dat Lansingerland constateert dat het aandeelhouderschap in Eneco niet noodzakelijk is om publieke belangen te realiseren of te borgen. Mede om die reden heeft Lansingerland op 31 oktober 2017 besloten om het aandelenbelang in Eneco af te bouwen.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Het geprognotiseerde dividend is in de meerjarenbegroting opgenomen als algemeen structureel dekkingsmiddel. Lansingerland is de vijfde aandeelhouder met een aandeel van 3,38% in het aandelenkapitaal. Het geprognotiseerde jaarlijkse dividend bedraagt voor 2020 éénmalig € 2,25 mln. en voor de jaren daarna € 1,6 mln.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1-1-2018: € 2.869 mln. Per 31-12-2018: € 2.939 mln.
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1-1-2018.: € 2.787 mln. Per 31-12-2018: € 2.804 mln.
Financieel resultaat 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Het nettoresultaat over boekjaar 2018 bedraagt € 136 mln.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2019 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft In 2019 zijn nog geen veranderingen in het financiële belang te verwachten. De uitkomst van het transactieproces is op dit moment (peildatum: augustus 2019) nog niet bekend.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? De dividenduitkering is een vast dekkingsmiddel in onze begroting. De omvang van het uit te keren dividend is afhankelijk van de nettowinst in enig jaar en de solvabiliteit. De mogelijke tegenvallers in de nettowinst van de onderneming én een eventuele verkoop van het aandelenbelang zijn een financieel risico. Als gevolg van verkoop valt een structureel geraamd dividend weg. Het resultaat over het jaar 2018 van Eneco bedraagt € 136 mln. De verwachting is dat het resultaat over 2019 (ons boekjaar 2020) niet lager is dan het resultaat over 2018. Om die reden is het dividend over ons boekjaar 2020 inzake Eneco geraamd op € 2,25 mln.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? De gemeente Lansingerland heeft zich in 2017 bezonnen op het toekomstig aandeelhouderschap van Eneco Groep. Uitkomst is dat Lansingerland constateert dat het aandeelhouderschap in Eneco niet noodzakelijk is om publieke belangen te realiseren of te borgen, dat de zeggenschap over Eneco beperkt is en dat het risicoprofiel van Eneco significant veranderd is en op basis van de huidige strategie verder veranderen zal. Daarom heeft Lansingerland op 31 oktober 2017 besloten om het aandelenbelang in Eneco af te bouwen. Van alle aandeelhouders heeft meer dan 96 procent van het geplaatst kapitaal hetzelfde afbouwbesluit genomen (peildatum: augustus 2019). Naar verwachting eind 2019 / begin 2020 resulteert het transactieproces resulteren in een concreet bod. Op dat moment is er dus zicht op de uiteindelijke waarde van het te verkopen aandelenpakket zullen voorstellen gedaan worden over de aanwending van deze verkoopopbrengst. Verkoop van het aandelenbelang heeft onder meer een direct effect op de omvang van het jaarlijkse geprognotiseerde dividend van Eneco én de totale financieringspositie van de gemeente.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Uitkomst van de financiële analyse is dat het financieel risicoprofiel gemiddeld is. De geraamde dividenden zijn aanzienlijk, terwijl Eneco opereert in een commerciële markt met een aanzienlijk investeringsprogramma, mede in het buitenland. Dit geeft een vergroot risico met betrekking tot de stabiliteit van de nettowinst en daarmee van het dividend. Ook heeft Eneco in 2018 een meerjarig intern verandertraject ingezet met als doel het rendement te verbeteren. De financiële effecten daarvan zijn al merkbaar in boekjaar 2018. Uitkomst van de bestuurlijke analyse is dat het bestuurlijke risicoprofiel hoog is. Eneco bevindt zich in een complex transactieproces c.q. privatiseringsproces. Eneco is een zogenaamde structuurvennootschap. De rechtstreekse invloed van aandeelhouder(s) op de RvC en RvB is daardoor beperkt.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? Niet van toepassing.

Stedin Holding N.V.

Naam verbonden partij Stedin Holding N.V.
Vestigingsplaats Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) De waarborging van levering van energie aan de klanten binnen het verzorgingsgebied door middel van netbeheer als bedoeld in de Electriciteitswet en de Gaswet.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Het geprognotiseerde dividend is in de meerjarenbegroting opgenomen als algemeen structureel dekkingsmiddel. Lansingerland is de vijfde aandeelhouder met een aandeel van 3,38% in het aandelenkapitaal. Het geprognotiseerde jaarlijkse dividend bedraagt € 1,6 mln.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1-1-2018: € 2.583 mln. Per 31-12-2018: € 2.699 mln.
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1-1-2018: € 3.968 mln. Per 31-12-2018: € 4.292 mln.
Financieel resultaat 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Het nettoresultaat over boekjaar 2018 bedraagt € 118 mln.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2019 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Lansingerland is niet voornemens om wijzigingen aan te brengen in het aandelenbelang in Stedin. Stedin heeft in 2018 de commerciële activiteit Joulz Energy Solutions (JES) verkocht aan VolkerWessels en in 2019 de commerciële activiteit Joulz Diensten aan 3i Infrastructure.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? De dividenduitkering is een vast dekkingsmiddel in onze begroting. De omvang van het uit te keren dividend is afhankelijk van de nettowinst in enig jaar en de solvabiliteit. De solvabiliteit is mede afhankelijk van de hoogte van het investeringsprogramma uit hoofde van de energietransitie. De mogelijke tegenvallers in de nettowinst van de onderneming én een verslechtering van de solvabiliteit zijn een financieel risico.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Aandachtspunten zijn met name de vereiste operationele snelheid ten opzichte van de aard en omvang van de energietransitie en de beschikbare financiële investeringsruimte. De commerciële activiteiten zijn in 2018 en 2019 grotendeels afgebouwd en zijn daarmee geen belangrijk aandachtspunt meer.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Uitkomst van de financiële analyse is dat het financieel risicoprofiel gemiddeld is. De geraamde dividenden zijn aanzienlijk. Stedin opereert in een gereguleerde markt echter de verwachte investeringen uit hoofde van de energietransitie zijn aanzienlijk hetgeen druk legt op de solvabiliteit. Uitkomst van de bestuurlijke analyse is dat het bestuurlijke risicoprofiel laag is. Enerzijds is Stedin een zogenaamde structuurvennootschap waarbij de rechtstreekse invloed van aandeelhouder(s) op de raad van commissarissen en de raad van bestuur beperkt is. Anderzijds zijn er met Stedin eenduidige afspraken gemaakt over ondermeer het goedkeuringsrecht van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders met betrekking tot (des-)investeringsbeslissingen en een adviesrecht ten aanzien van de vaststelling van het meerjarig strategisch plan alsmede een herziening daarvan, alsmede een daarop aansluitend jaarplan en de herziening daarvan, voor zover de inhoud daarvan ziet op het gereguleerde domein.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? De waarborging van levering van energie aan de klanten binnen het verzorgingsgebied door middel van netbeheer als bedoeld in de Elektriciteitsnet en de Gaswet. Vanuit deze rol heeft de verbonden partij een belang rijke rol in de energietransitie. Daarnaast is met betrekking tot Stedin een structureel dividend geraamd.

Stichting Parkmanagement Bedrijvenpark Oudeland (PMBO)

Naam verbonden partij Stichting Parkmanagement Bedrijvenpark Oudeland (PMBO)
Vestigingsplaats Berkel en Rodenrijs
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) De stichting heeft ten doel: a. het uitvoeren of doen uitvoeren van het algemeen management voor de dienstverlening met als doel het initiële kwaliteitsniveau van en het verblijfsklimaat op bedrijvenpark Oudeland te behouden en waar mogelijk te verhogen, een en ander overeenkomstig de daartoe in het parkmanagementplan opgenomen prestatie-eisen; b. het uitvoeren of doen uitvoeren van terreinbeveiliging op bedrijvenpark Oudeland overeenkomstig de daartoe in het parkmanagementplan opgenomen prestatie-eisen; c. het (doen) realiseren, (doen) beheren en (doen) onderhouden van bedrijfsverwijzingen op bedrijvenpark Oudeland overeenkomstig de daartoe in het parkmanagementplan opgenomen prestatie-eisen; d. het beheren en onderhouden of doen beheren en onderhouden van de openbare ruimte op bedrijvenpark Oudeland overeenkomstig het daartoe opgestelde beheerplan; en voorts al hetgeen met een en ander verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. Het publieke belang is het creëren van een gunstig economisch klimaat. Daarnaast is de taak van de stichting PMBO het organiseren, in stand houden en daar waar mogelijk verbeteren van het kwaliteitsniveau (ruimtelijk, technisch en voor veiligheid) op bedrijvenpark Oudeland.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) De gemeente Lansingerland draagt het beschikbare budget voor het dagelijks beheer en onderhoud van de openbare ruimte over aan de stichting PMBO. Het gaat om een bedrag van € 57.000.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1-1-2018: € 292.981 Per 31-12-2018: € 332.090
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1-1-2018: € 40.803 Per 31-12-2018: € 10.295
Financieel resultaat 2018 (Uit: jaarrekening 2018) € 1.609
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2019 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Er hebben zich geen veranderingen in het financieel belang voorgedaan. In 2014 is de Beheerovereenkomst tussen de gemeente Lansingeland en de stichting PMBO ondertekend. In deze overeenkomst zijn de afspraken voor het dagelijks beheer en onderhoud van Oudeland vastgelegd. De kaders hiervoor staan beschreven in het bijbehorende beheerplan.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Geen bijzonderheden.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Het beheerplan is aan actualisering toe. We kijken opnieuw naar de werkzaamheden die de komende jaren nodig zijn om het gewenste kwaliteitsniveau te behalen en het budget dat daarvoor nodig is. Uitgangspunt daarbij is dat het kostenneutraal voor de gemeente moet zijn. We evalueren bestaande afspraken met de stichting PMBO en kijken waar aanscherping en/of verduidelijking nodig is.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Financieel en bestuurlijk zijn de risico’s vooralsnog laag.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? Een goed georganiseerd en vitaal bedrijventerrein levert een belangrijke bijdrage aan de plaatselijke en regionale economie.

Bank Nederlandse Gemeenten

Naam verbonden partij Bank Nederlandse Gemeenten
Vestigingsplaats Den Haag
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) BNG is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.
Veranderingen in 2019 en 2020 in het bestuurlijke en publieke belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft. Er worden geen veranderingen verwacht.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Wij dragen financieel niets bij. Als aandeelhouder van 15.015 van de totaal circa 56 mln. aandelen ontvangen wij dividend.
Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1-1-2018: € 4.687 mln. Per 31-12-2018: € 4.991 mln.
Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2018 (Uit: jaarrekening 2018) Per 1-1-2018: € 135.185 mln. Per 31-12-2018: € 132.518 mln.
Financieel resultaat 2018 (Uit: jaarrekening 2018) De netto winst 2018 bedraagt € 337 mln. (in 2017: € 393). Per aandeel zal € 2,83 worden uitgekeerd aan dividend. De dividenduitkering over 2017, die in 2018 uitgekeerd is, bedroeg € 2,53. In 2019 kan BNG de pay-out per aandeel verhogen van 37,5% naar 50%.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2019 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Niet van toepassing.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Niet van toepassing.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Niet van toepassing.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Op basis van de financiële en bestuurlijke analyse kan worden vastgesteld dat het risicoprofiel laag is. Lansingerland is aandeelhouder en loopt daardoor in principe geen of een beperkt financieel of bestuurlijk risico.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? Lansingerland is aandeelhouder. De dividenduitkering is een vast dekkingsmiddel in onze begroting.

Paragraaf Grondbeleid

Grondbeleid

Het Lansingerlands grondbeleid draagt bij aan de realisatie van onze ruimtelijke doelstellingen op het gebied van wonen, werken en recreëren. De nota Grondbeleid 2020-2023 geeft aan hoe wij het grondbeleid de komende jaren invullen. De nota stelt kaders en geeft richting, waarbij er ook ruimte is voor maatwerk indien de ruimtelijke opgave hierom vraagt. Het grond(prijs)beleid voor woningbouw is met name voor de categorieën sociaal en starters nader uitgewerkt, waarbij we niet alleen kwantitatief sturen op het te realiseren programma, maar ook kwalitatief. Dit geldt voor zowel onze eigen grondexploitaties als de private ontwikkelingen.

Strategische aankopen

Lansingerland heeft meerdere gronden in bezit die ooit zijn aangekocht met het doel deze te ontwikkelen. De meest in het oog springende gronden zijn de gronden in het plangebied Wilderszijde. Daarnaast zijn er ook nog gronden gelegen in Bleiswijk. Deze gronden zijn gewaardeerd tegen de huidige bestemming. De waarde van de gronden in Wilderszijde beoordelen we jaarlijks opnieuw: de door ons opgenomen waarde mag niet boven de marktwaarde uitstijgen. In 2017 is het ambitiedocument voor Wilderszijde vastgesteld, dit werken we op dit moment uit tot een stedenbouwkundig masterplan. Ook de gronden van Wilderszijde die al wel in ontwikkeling zijn, nemen we hierin mee. Vaststelling van de grondexploitatie voor het totale plangebied Wilderszijde is gepland in 2020.

Grondexploitaties, risico’s en weerstandsvermogen (MPG 2019)

Op 27 juni 2019 heeft de raad ingestemd met de Meerjaren Prognose Grondexploitatie (MPG) 2019. Het MPG 2019 vormt de basis voor deze Begroting 2020-2023. Voor een uitgebreide toelichting verwijzen wij dan ook naar het MPG 2019.

Het MPG en daarmee de jaarlijkse actualisatie van alle grondexploitaties is gekoppeld aan de jaarrekening. Daarnaast geven we in, of gelijktijdig met bestuurlijke besluitvorming van, de begroting inzicht in grote afwijkingen ten opzichte van het MPG en een globale doorkijk naar de eerstvolgende actualisatie.

Bij de actualisatie sturen we vooral op de 4 P's: programma, planning, prijzen en parameters. Deze vier elementen bepalen in hoge mate het resultaat van de grondexploitaties. Bij het MPG 2019 zijn de volgende grondexploitaties betrokken:

Kern Woningbouw Bedrijventerreinen Centrum-ontwikkeling Overig
Berkel en Rodenrijs Meerpolder Oudeland Berkel Centrum
Westpolder/Bolwerk
Rodenrijse Zoom
RvR Groenzoom
Bergschenhoek Wilderszijde (doorlopende deel) Leeuwenhoekweg Landscheidingspark Horeca
Parkzoom
Kavels Boterdorp
Bleiswijk De Tuinen

Programma en planning

Woningbouw

Qua programma is er sprake van een mix van woningen in verschillende woningbouw categorieën en typologieën. Zowel het programma als de planning (fasering) worden regionaal afgestemd.

De categorieën sociaal en starterswoningen hebben nadrukkelijk onze aandacht. Doelstelling is het voorzien in voldoende woningbouw voor deze doelgroepen, op korte én lange termijn. Naast het realiseren van nieuwe woningen is het dus ook van belang dat deze woningen in de toekomst behouden blijven voor de doelgroep. Via de nota Grondbeleid sturen wij hierop.

In totaal gaan we uit van een gemiddelde oplevering van 400-500 woningen per jaar voor de komende 5 jaar. Dit betreft zowel de gemeentelijke grondexploitaties als de particuliere initiatieven.

Bedrijventerreinen

Binnen Lansingerland heeft de gemeente twee terreinen in eigen ontwikkeling: Oudeland en Leeuwenhoekweg. Daarnaast worden er nog twee terreinen ontwikkeld gezamenlijk met de gemeente Zoetermeer: Bleizo en Hoefweg. Elk terrein heeft zijn eigen kenmerken en de terreinen liggen verspreid over Lansingerland.

In het MPG 2019 gaan we uit van onderstaande uitgifteplanning:

Verwachte uitgifte bedrijfsterrein in hectare (ha) 2019 2020 2021 2022 2023
Oudeland 1,5 6,1 3,0 2,5 2,3
Leeuwenhoekweg 0,8 0,4 1,0 0,0 0,0
Bleizo 9,5 8,6 1,8 1,8 1,8
Hoefweg 9,6 2,4 2,4 2,0 2,0

Looptijd projecten

De looptijd van een project verschilt per project. Daarbij is het goed om te motiveren, vooral voor projecten met een langere looptijd, waarom ervoor gekozen is deze als “gronden in exploitatie” te beschouwen. Ook de commissie BBV schrijft dit voor in haar notitie Grondexploitaties. Lansingerland kent op dit moment 1 grondexploitatie met een looptijd langer dan 10 jaar: Oudeland. De grondexploitatie Oudeland heeft op dit moment een looptijd tot en met 31-12-2036 en overschrijdt daarmee de richttermijn van 10 jaar. Om de risico’s van de (lange termijn) ontwikkeling van Oudeland te beheersen heeft de gemeente beheersmaatregelen getroffen.

Prijzen

In de jaarlijks vast te stellen kaderbrief Grondprijzen staat hoe we de grondprijzen in de gemeente Lansingerland bepalen. Voor een aantal categorieën noemen we daarbij een richtprijs. De grondprijzen in de grondexploitaties sluiten aan op de kaderbrief. Daarnaast is er binnen de grondexploitaties ruimte om, onder voorwaarden, maatwerk toe te passen, zodat we goed op de markt kunnen inspelen.

Parameters

Jaarlijks worden de te hanteren parameters voor de rente, kosten- en opbrengstenstijging vastgesteld, zie onderstaande tabel.

MPG 2019
2018 en 2019 2019 en 2020 2021 t/m 2028 vanaf 2029*
Prijsontwikkeling kosten
Kosten 3,00% 3,00% 2,00% 2,00%
Prijsontwikkeling grondopbrengsten
Woningbouw 3,00% 2,00% 1,00% 0,00%
Bedrijventerreinen 3,00% 2,00% 1,00% 0,00%
Lopende contracten conform overeenkomsten conform overeenkomsten conform overeenkomsten 0,00%
Rente 1,70% 1,70% 1,70% 1,70%
Disconteringsvoet 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%
* conform het BBV mogen we de opbrengsten na een termijn van 10 jaar niet meer indexeren. Dit is op dit moment enkel van toepassing op de grondexploitatie Oudeland.

VTA

Jaarlijks herzien we bij de actualisatie ook de VTA kosten voor de resterende looptijd van een project. Daarbij maken we een inschatting van de tijdsbesteding in uren op basis van cijfers uit het verleden en verwachtingen voor de toekomst. Daarnaast ramen we kosten voor concrete producten die vallen onder de post planontwikkelingskosten, zoals bijvoorbeeld bestemmingsplannen.

Uitgangspunt voor de raming van de interne uren zijn de uurtarieven zoals vastgesteld bij de Begroting 2019-2022.

Resultaten

Het MPG 2019 kent het volgende resultaat:

Bedragen x € 1.000.000
A= Actualisatie 2018 B= MPG 2019 / JR 2018 C= Verschil B t.o.v. A
prijspeil 1-1-2018 1-1-2019
Totaal negatieve grexen op NCW -45,63 -42,46 3,17
Totaal positieve grexen op NCW 4,44 19,42 14,98
Totaal op NCW -41,19 -23,04 18,15

Voor het totaal te verwachten negatieve resultaat van circa € 42.46 miljoen is een verliesvoorziening gevormd. Voor een toelichting op de resultaten per grondexploitatie verwijzen we naar het MPG 2019.

Voor een toelichting op de resultaten per grondexploitatie wordt verwezen naar het MPG 2019.

Tussentijdse winstnemingen

Het BBV schrijft een tussentijdse winstneming voor bij winstgevende projecten, naar rato van de voortgang. De regelgeving omtrent deze tussentijdse winstneming is in 2017 aangescherpt en de methodiek van de winstbepaling wordt landelijk toegepast.

Voor het tussentijds winstnemen gelden 3 voorwaarden:

  • Het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat; én
  • De grond (of het deelperceel) moet zijn verkocht; én
  • De kosten zijn gerealiseerd (winst wordt naar rato van de realisatie gerealiseerd).

De hoogte van de tussentijdse winstneming bepalen we jaarlijks per project op basis van het zogenaamde percentage of completion (POC) en de geactualiseerde grondexploitaties. Eventuele risico’s (onzekerheden) mogen hierop in mindering worden gebracht. Vorig jaar verwerkten we de winstneming in de resultaten van het MPG. Op basis van voortschrijdend inzicht presenteren we de winstneming nu apart. Hierdoor blijft het feitelijke eindresultaat van de grondexploitaties inzichtelijk. De hoogte van de tussentijdse winstneming bepalen we jaarlijks opnieuw en verrekenen we met eerder genomen winsten. Het kan hierbij ook voorkomen dat op basis van de geactualiseerde grondexploitaties een deel van de eerder genomen tussentijdse winst wordt teruggeboekt.

Bij de Jaarrekening 2017 is voor het eerst tussentijds winst genomen, in totaal ca. € 1,09 mln. Bij de Jaarrekening 2018 is wederom winstgenomen. Ditmaal betrof het de volgende grondexploitaties:

  1. Oudeland                     € 3,33 mln
  2. Rodenrijse Zoom           € 0,17 mln
  3. Parkzoom                     € 0,79 mln
  4. Scholen Boterdorp         € 0,00 mln

Totaal namen we bij de Jaarrekening 2018 € 4,29 mln aan winst waardoor het totaal aan tussentijds genomen winst € 5,29 mln bedraagt. Voorzichtigheidshalve houden we in de begroting geen rekening met verdere winsten. Die verwachten we wel (zie resultaten MPG 2019). Indien deze zich voordoen worden de winsten conform de Nota Grondbeleid en de Nota Reserves en Voorzieningen 2016 verrekend met de algemene reserve.

Risico’s

Ondanks dat we de ramingen binnen de grondexploitaties met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opstellen, blijven er risico’s bestaan. Niemand kan de toekomst voorspellen en de berekeningen zijn gebaseerd op aannames en uitgangspunten, die in de praktijk anders (zowel positief als negatief) kunnen uitvallen. De belangrijkste risico’s die samenhangen met de grondexploitaties hebben betrekking op de planning, de prijs en het programma. Voor de komende 4 jaar (2020 t/m 2023) zijn de opbrengsten geraamd op een totaal van ruim € 142,19 miljoen, gemiddeld zo’n € 35,55 miljoen per jaar. Het college stuurt dan ook actief op de realisatie van deze opbrengsten.

Bij de actualisatie van de grondexploitaties actualiseren wij ook de risico’s. Op totaalniveau is het risicoprofiel gekoppeld aan de benodigde weerstandscapaciteit, zie paragraaf Weerstandscapaciteit. In onderstaande tabel worden de risico’s per project weergegeven.

Risicoprofielen 2019
Parkzoom Laag
Wilderszijde Midden
De Tuinen Laag
Leeuwenhoekweg Laag
Scholen Boterdorp Laag
Meerpolder Laag
Berkel Centrum Laag
Westpolder Hoog
Oudeland Hoog
Rodenrijse Zoom Laag
RvR Groenzoom Laag
Landscheidingspark Horeca Laag
Bleizo Hoog
Hoefweg Hoog
Wilderszijde (MVA) Hoog

Op totaalniveau is het risicoprofiel gekoppeld aan de benodigde weerstandscapaciteit, zie paragraaf Weerstandscapaciteit.

Voor een gedetailleerder overzicht van de risico’s per project wordt verwezen naar het MPG 2019.

Tussenstand en doorkijk grondexploitaties en risico's (t-MPG 2019)

Alle grondexploitaties zijn op hoofdlijnen doorgenomen op afwijkingen in realisatie én prognose. Dit betreft nadrukkelijk geen algehele actualisatie, maar geeft enkel een indicatie van de op dit moment verwachte bijstellingen bij het MPG 2020. Genoemde bedragen zijn indicatief en op nominale waarde. Afhankelijk van de hoogte van de parameters en de looptijd van projecten zijn zijn de effecten op het resultaat zoals gepresenteerd bij het MPG soms groot.

De meeste grondexploitaties lopen volgens planning en kennen op dit moment geen grote afwijkingen ten opzichte van het MPG 2019. Voor een aantal grondexploitaties zal, voor zover wij nu in kunnen schatten, een verschuiving plaatsvinden van zowel kosten als opbrengsten naar achteren in de tijd. Het gaat om circa € 3,0 miljoen aan de kostenkant en € 700.000,- aan de opbrengstenkant. Nominaal heeft dit geen effect op de grondexploitaties.

Voor Meerpolder en Parkzoom voorzien we wel een bijstelling van zowel de kostenraming als de opbrengstenraming. Op MPG-niveau hebben deze bijstellingen per saldo een positief effect. We zien daarnaast nog enkele risico’s, maar ook kansen die we nog niet opgenomen hebben. Financieel verwerken we de bijstellingen pas als deze voldoende zeker zijn. Dit is bijvoorbeeld het geval als er een getekend contract is of een aanbesteding is afgerond. Dit beoordelen wij bij de actualisatie eind dit jaar (MPG 2020 / Jaarrekening 2019). Het MPG 2020 verwerken we na vaststelling in de begroting.

Ontwikkelingen

Er is nog steeds een grote vraag vanuit de markt naar zowel woningen als bedrijventerreinen. De bouw kan het gevraagde tempo echter niet aan. Er is gebrek aan materiaal, materieel én menskracht. Dit heeft een effect op de planning en zien wij ook terug in onze projecten. Daarnaast zijn wij door een wetswijziging per 1 juli 2018 verplicht om nieuwbouwwoningen zonder gasaansluiting op te leveren. Dit heeft een impact op niet alleen nieuwe plannen, maar ook op de plannen waarvoor reeds contracten zijn gesloten. Voor een aantal korte termijn plannen moet de ontwikkelaar de woningontwerpen aanpassen, waardoor deze plannen vertragen. Voor plannen waar nog grote aantallen woningen gepland staan, onderzoeken we wat de meest efficiënte wijze is om deze wijken te verwarmen.  

Woningbouwplanning

Voor de komende 5 jaar gaan we nog altijd uit van een gemiddelde planning van 400-500 woningen per jaar. Dit betreft zowel de gemeentelijke grondexploitaties als de particuliere initiatieven. Ondanks dat het aantal op te leveren woningen per jaar fluctueert, zien we dat de totale plancapaciteit voldoende is om dit te realiseren.

Bij het opstellen van het MPG 2019 leek voor 2019 de bovenkant van de bandbreedte van 400-500 woningen haalbaar. De huidige raming geven nog steeds aan dat we in 2019 binnen de gestelde bandbreedte blijven. Het tempo van de planontwikkeling en de bouw bij met name de particuliere ontwikkelingen loopt qua planning achter. De gemeente participeert bij dit soort ontwikkelingen alleen maar publiekrechtelijk waardoor sturing op de voortgang beperkt is. In een aantal gevallen zien we dat het moment waarop we de vergunning afgeven niet direct het moment is waarop gestart wordt met de bouw. In een markt waarin een schaarste heerst van materieel, materiaal en menskracht is het lastig inschatten wanneer een woning uiteindelijk opgeleverd wordt. Dit heeft invloed op de woningbouwplanning en geldt voor zowel de gemeentelijke grondexploitaties als de particuliere ontwikkelingen. Het financiële risico van een latere oplevering is beperkt aangezien de gemeente de gronden verkoopt voor aanvang van de bouw. Als de bouwperiode toeneemt en een woning later wordt opgeleverd heeft dit geen effect op het saldo van de grondexploitaties.

Een lager aantal opleveringen in 2019 betekent niet dat ontwikkelaars minder woningen bouwen (de plancapaciteit blijft immers gelijk). Alleen het tempo ligt lager dan verwacht. Met deze kennis is de woningbouwplanning opnieuw herzien waarbij we rekening houden met een langere doorlooptijd van de bouw. Het blijft echter een inschatting.

Planning bedrijventerreinen

Mede door een nog actievere benadering van de markt stijgt de belangstelling en ook het aantal serieuze kandidaten stijgt. Door Buck Consultants International (BCI) is een onderzoek uitgevoerd naar de uitgifteprognose voor Oudeland. Op de korte termijn is er vraag naar grote kavels. Dit wordt onderschreven door de reeds gesloten grondverkoopovereenkomsten en reserveringsovereenkomsten. Voor de langere termijn prognosticeert BCI een tempering in uitgifte. Om die reden is de looptijd gelijk gehouden aan vorig jaar.

De uitgifte van gronden voor bedrijventerreinen verloopt vaak in een golfbeweging. Een hoge uitgifte nu is dus geen garantie dat het gemiddelde ook alle andere jaren wordt gehaald.

Belangrijkste verschillen per project

Parkzoom:

Verwachte bijstelling opbrengsten € 1,2 mln. (positief effect):

  • Verwachte opbrengsten voor een appartementencomplexen in Parkzoom 4. Dit appartementencomplex kende een hoge mate van onzekerheid en is daarom financieel (nog) niet opgenomen in de grondexploitatie. De verkoopovereenkomst is ondertekend. 

Meerpolder:

Verwachte bijstelling kosten maximaal € 1,0 mln. (negatief effect):

  • In een van de deelproject in Meerpolder loopt al geruime tijd een gerechtelijke procedure met de ontwikkelaar. Deze heeft betrekking op een discussie over onder andere de staat van de openbare ruimte en het riool. De noodzakelijke investeringen voor het herstel moeten vooruitlopend op de claim richting de ontwikkelaar door de gemeente gemaakt worden. In de grondexploitatie is voor deze kosten in de risico’s een bedrag opgenomen van circa € 280.000. Nu doet het risico zich dus voor en moeten we de herstelkosten van circa € 750.000,- gaan maken en claimen bij de ontwikkelaar. Mogelijk kan het bedrag nog oplopen tot € 1,- miljoen. Aan de andere kant is de kans reëel dat we de claim (gedeeltelijk) terugkrijgen na de gerechtelijke uitspraak.

Verwachte bijstelling opbrengsten met circa € 140.000 (positief effect):

  • Voorzichtigheidshalve is in de grondexploitatie geen rekening gehouden met indexering van de grondprijs. 

Risico’s en kansen

Door het sluiten van verkoopovereenkomsten en een meer concrete inschatting van de nog te maken kosten nemen de risico’s van de grondexploitaties (verder) af. De financiële consequenties van vertraging in de bouw liggen in de meeste gevallen bij de ontwikkelaar: contractueel is vaak een rentevergoeding afgesproken indien later wordt afgenomen. Ook verwachten we dat bij het sluiten van nieuwe verkoopovereenkomsten voor zowel bedrijventerreinen als woningbouwlocaties de nog in de grondexploitaties opgenomen risicoreserveringen verder vrijvallen.

Financiële overzichten

Bedragen x € 1.000,-
Verloop grondexploitaties 2020 2021 2022 2023
Kostensoort:
Verwerving 5259 277 273 389
Tijdelijk beheer 215 211 201 137
Sloop 25 11 11 11
Milieu 181 5.428 77 62
Civiel technische werken 14.284 9.225 5.351 5.090
VTA 3.097 2.482 1.907 1.231
Fondsen en afdrachten 394 181 184 78
Rente
Totaal kosten 23.455 17.815 8.004 6.998
Opbrengstensoort:
Grondopbrengsten 44.953 38.547 31.990 19.666
Overige opbrengsten 2.473 1.488 1.529 1.544
Totaal opbrengsten 47.426 40.035 33.519 21.210
Saldo kosten en opbrengsten 23.971 22.220 25.515 14.212
Boekwaarde per einde jaar -122.132 -81.440 -58.171 -38.481
Boekwaarde 31-12-2018 -161.533
Bedragen x € 1.000,-
Project Nog te realiseren kosten Nog te realiseren opbrengsten
Meerpolder 6.656 4.786
Berkel Centrum 9.579 6.119
Westpolder Bolwerk 8.316 74.872
Oudeland 35.565 107.813
Rodenrijse Zoom 452 1.362
De Tuinen 1.006 857
Parkzoom 8.472 2.907
Leeuwenhoekweg 570 5.901
Wilderszijde 13.436 25.803
Scholen Boterdorp 51 228
RvR Groenzoom 13.357 15.778
Landscheidingspark Horeca 704 350

Paragraaf Interbestuurlijk toezicht

Inleiding

De wet revitalisering generiek toezicht (Wet RGT) gaat ervan uit dat de raad in eerste lijn het college controleert, waardoor het verticaal toezicht van de provincies op gemeenten vermindert. De provincie wil haar verticale toezichtrol sober, proportioneel en risicogericht invullen. Om dit in de praktijk vorm te geven heeft de provincie in samenwerking met de Vereniging van Zuid-Hollandse Gemeenten (VHG) in 2013 met alle 65 Zuid-Hollandse gemeenten afzonderlijk –maar met identieke inhoud- een bestuursovereenkomst gesloten.

De provincie spreekt via de bestuursovereenkomst met de gemeenten af dat zij binnen de reguliere planning & control-cyclus (jaarverslag) jaarlijks informatie verschaffen over de stand van de taakbehartiging op de belangrijkste toezichtdomeinen: financiën, ruimtelijke ordening, omgevingsrecht, monumentenzorg, archief- en informatiebeheer en huisvesting vergunninghouders. Via deze paragraaf verschaffen wij deze informatie aan de provincie.

Financiën

De Begroting 2020 en de Meerjarenraming 2021-2023 zijn structureel en reëel in evenwicht, met uitzondering van het jaar 2022. Gemeenten mogen in hun meerjarenbegroting voor 2022 en 2023 een stelpost ‘extra middelen jeugd’ opvoeren, maar Lansingerland heeft ervoor gekozen om deze niet op te nemen.

Ruimtelijke ordening

In 2020 voldoen al onze bestemmingsplannen aan de verordening ruimte.

Omgevingsrecht

In 2016 heeft de Raad de Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht Lansingerland vastgesteld. Over de naleving van de kwaliteitscriteria doet het college van burgemeester en wethouders jaarlijks mededeling aan de gemeenteraad.

Monumentenzorg

Ook in 2020 beschikt de gemeente over een Erfgoedcommissie. Deze is opgebouwd conform de vastgestelde Erfgoedverordening 2016 m.b.t. deskundigheid.

Archief- en informatiebeheer

De inrichting van het fysieke en digitale archief- en informatiebeheer is solide en aan randvoorwaarden om de kwaliteit, ook op langere termijn, te waarborgen wordt voldaan. In 2020 wordt een nieuw verslag aan de Raad gepresenteerd.

Huisvesting van verblijfsgerechtigden /vergunninghouders

De taakstelling voor het huisvesten van verblijfsgerechtigden /vergunninghouders is aan het dalen ten opzichte van het hoogste punt in 2016. Bij tijdige en voldoende koppeling aan onze gemeente door het COA verwachten wij aan de taakstelling te kunnen voldoen.