Meer
Publicatiedatum: 22-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Overzicht Algemene Dekkingsmiddelen

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de algemene dekkingsmiddelen toegelicht. Dit zijn inkomsten die niet specifiek toe te rekenen zijn aan een bepaald programma, maar waarmee uiteindelijk de saldi van de programma’s 1 tot en met 7 kunnen worden gedekt. In de staat van Baten en Lasten (hoofdstuk 4.1) is de (financiële) samenhang tussen de programma’s en algemene dekkingsmiddelen weergegeven.

De algemene dekkingsmiddelen zijn:

  • Lokale heffingen;
  • Algemene uitkering uit het gemeentefonds;
  • Dividend;
  • Saldo van de financieringsfunctie;
  • Overige algemene dekkingsmiddelen.

Overzicht: Algemene dekkingsmiddelen

Overzicht baten en lasten algemene dekkingsmiddelen

Het overzicht van algemene dekkingsmiddelen en post onvoorzien is als volgt:

Bedragen x € 1.000
Totaal programma Realisatie 2018 Begr 2019* Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023
Lokale heffingen 390 387 366 370 376 382
Dividend 104 138 5 5 5 5
Financieringsfunctie 5.504 4.465 4.144 3.788 3.710 2.833
Algemene stelposten 1.476 841 -192 71 304 794
Post onvoorzien 50 50 50 50
Totaal lasten 7.474 5.830 4.373 4.283 4.444 4.064
Lokale heffingen 15.427 14.900 15.029 14.862 14.482 14.637
Algemene uitkering gemeentefonds 61.208 66.053 69.893 70.914 71.233 72.414
Dividend 3.082 3.875 3.876 3.226 3.226 3.226
Financieringsfunctie 5.690 3.936 4.194 4.060 3.686 3.196
Algemene stelposten 1.640 1.238 1.263 1.263 1.263 1.263
Totaal baten 87.047 90.002 94.256 94.325 93.891 94.737
Geraamde totaal saldo van baten en lasten 79.573 84.172 89.883 90.041 89.447 90.673
Onttrekking reserves 945 237 16.285
Toevoeging reserves 6.180 13.285
Geraamde resultaat 74.338 84.409 92.883 90.041 89.447 90.673

Lokale heffingen

Lokale heffingen kunnen we onderverdelen in wel en niet gebonden bestedingen. Lokale heffingen waarvan de besteding gebonden is, zijn heffingen waarbij sprake is van een duidelijke relatie tussen de gemeentelijke dienstverlening en de belasting. Voorbeelden hiervan zijn de rioolrechten en de afvalstoffenheffing. Deze heffingen worden op de desbetreffende programma’s als baten verantwoord en vallen dus niet onder de algemene dekkingsmiddelen. Lokale heffingen die niet gebonden zijn, vormen algemene dekkingsmiddelen en hebben geen vooraf aangewezen bestemming. In de tabel op de volgende pagina zijn bij de baten opgenomen:

  • OZB-belasting (woningen en niet-woningen)
  • Hondenbelasting
  • Precariobelasting

De lasten betreffende de bijdrage aan het SVHW voor de uitvoering van de WOZ-taken en heffing van gemeentelijke belastingen. Voor verdere informatie verwijzen wij u naar 3.1 paragraaf ‘Lokale heffingen’.

Algemene uitkering uit het gemeentefonds

Het gemeentefonds vormt de grootste inkomstenbron voor gemeenten. Bijstelling van de algemene uitkering voor de Begroting 2020-2023 heeft plaatsgevonden via de Meicirculaire 2019 en de Septembercirculaire 2019. De Raad is per brief geïnformeerd over de effecten van de Meicirculaire 2019 (U19.05555). Zowel de effecten van de Meicirculaire 2019 als de Septembercirculaire 2019 zijn verwerkt in deze begroting.

Bedragen x € 1,-
Mutatie Algemene Uitkering 2020 2021 2022 2023
Meicirculaire 2019 3.279.273 2.280.391 1.297.854 1.350.111
Septembercirculaire 2019 265.023 1.132.743 1.071.042 820.362
Totaal 3.544.296 3.413.134 2.368.896 2.170.473

Dividend

Onder algemene dividenden vallen dividenden die niet tot één van de programma’s behoren. Eneco Groep N.V. en Stedin Holding N.V. zijn de belangrijkste deelnemingen waarin wij aandelen hebben. Op 31 januari 2017 is Eneco Holding N.V. gesplitst in een commercieel productie- en leveringsbedrijf Eneco Groep N.V., en een regionale netbeheerder Stedin Holding N.V. Deze splitsing is verplicht op basis van de Wet Onafhankelijk Netbeheer. De gemeente Lansingerland is nu aandeelhouder in twee ondernemingen: Eneco Groep N.V. en Stedin Holding N.V.. In beide ondernemingen heeft de gemeente Lansingerland een aandelenbelang van 3,38%. Van beide bedrijven ontvangen wij naar verwachting dividend.

Verkoopproces Eneco

Van alle aandeelhouders heeft meer dan 96% van het geplaatst kapitaal, waaronder Lansingerland, besloten om de aandelen in Eneco te verkopen, omdat het aandeelhouderschap in Eneco niet noodzakelijk is om publieke belangen te realiseren of te borgen. Het verkoopproces resulteert naar verwachting eind 2019 / begin 2020 in een concreet bod. Verkoop van het aandelenpakket heeft onder meer een direct effect op de omvang van het jaarlijkse geprognostiseerde dividend van Eneco én de totale financieringspositie van de gemeente.

Saldo van de financieringsfunctie

Het saldo van de financieringsfunctie bestaat geheel uit het renteresultaat zijnde het saldo van de kostenplaats kapitaallasten. Het renteresultaat bestaat uit het verschil tussen enerzijds de werkelijke rentelasten over 2020 en anderzijds de rente die we doorbelasten naar de verschillende taakvelden. De paragraaf Financiering vermeldt de systematiek met betrekking tot het renteresultaat.

Algemene stelposten en post onvoorzien

Stelpost Kapitaallasten (€-1.000.000)

In de Begroting 2020 is onder de algemene dekkingsmiddelen een stelpost Afschrijvingslasten opgenomen bestaande uit € 1 mln. in 2020 en oplopend met € 250.000 per jaar naar € 1,75 mln. in 2023. Via deze stelpost houden we er in de begroting al rekening mee dat waarschijnlijk niet alle investeringen conform planning (kunnen) worden uitgevoerd. Het afschrijvingsplafond gaat uit van een investeringsvolume van circa € 10 mln. per jaar (excl. riolering, afval, scholen en Kaderbrief 2020 investeringen). Dit investeringsvolume is hoger dan het volume dat wij de afgelopen jaren hebben gerealiseerd. Zo was in 2018 het vergelijkbare investeringsvolume € 6,2 mln. Onze gemeente is echter een groeigemeente en daarmee stijgt ook het investeringsvolume. We verlagen op korte termijn de kapitaallasten naar een niveau dat de organisatie kan verwerken en de markt kan absorberen, maar op de lange termijn zal het niveau wel stijgen. 

Post Onvoorzien (€ 50.000)

Jaarlijks wordt op begrotingsniveau een bedrag geraamd voor onvoorziene kosten. Hiermee worden in het begrotingsjaar onvoorzienbare en onontkoombare (dus niet te begroten) uitgaven opgevangen. Op basis van realisatie uit voorgaande jaren en het beleid uit het coalitieakkoord om scherp en realistisch te begroten, is deze stelpost naar beneden gesteld op € 50.000 voor de periode 2020-2023. In de primitieve begroting 2019 was hier een post van €100.000 voor opgenomen.

Wat gaat het kosten?

Bedragen x €1.000
Exploitatie Realisatie 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023
Lasten 7.474 5.830 4.373 4.283 4.444 4.064
Baten 87.047 90.002 94.256 94.325 93.891 94.737
Geraamde totaal saldo van baten en lasten 79.573 84.172 89.883 90.041 89.447 90.673
Onttrekkingen 945 237 16.285 0 0 0
Toevoegingen 6.180 0 13.285 0 0 0
Mutaties reserves -5.235 237 3.000 0 0 0