Meer
Publicatiedatum: 01-11-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Inleiding

Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) stelt dat een aantal verplichte paragrafen moet worden opgenomen in de programmabegroting. Zij geven, als een dwarsdoorsnede door de programma’s, inzicht in een aantal bedrijfsvoeringaspecten van de gemeente. De paragrafen zijn:

  • Lokale heffingen
  • Weerstandsvermogen en risicobeheersing
  • Onderhoud kapitaalgoederen
  • Financiering
  • Bedrijfsvoering
  • Verbonden partijen
  • Grondbeleid
  • Taakstelling en reserveringen
  • Interbestuurlijk toezicht

Paragraaf Taakstelling en reserveringen is niet verplicht vanuit de BBV, maar is toegevoegd naar aanleiding van een advies in de begrotingscirculaire van de Provincie Zuid-Holland 2014-2017. De paragraaf Interbestuurlijk toezicht is toegevoegd naar aanleiding van de wet revitalisering generiek toezicht.

Paragraaf Lokale heffingen

Inleiding

De lokale heffingen vormen een belangrijke bron van inkomsten voor de gemeente. Het beleid voor deze heffingen is door de gemeenteraad vastgesteld en vastgelegd in verschillende gemeentelijke verordeningen. In deze paragraaf presenteren wij de lokale heffingen en de ontwikkelingen daarin voor 2019.

We onderscheiden twee soorten lokale heffingen: belastingen die als algemeen dekkingsmiddel mogen worden ingezet, en rechten waarvan de opbrengsten direct dienen ter dekking van gemaakte kosten. Tot de eerste categorie behoren de onroerende zaakbelastingen, hondenbelasting en de precariobelasting. Tot de tweede categorie, de zogenaamde bestemmingsheffingen, behoren de rioolheffing, afvalstoffenheffing, lijkbezorgingsrechten, marktgelden en leges. Voor deze categorie worden de tarieven dusdanig vastgesteld dat de geraamde baten van de rechten gelijk zijn aan de geraamde lasten.

De tarieven 2019 maken deel uit van deze paragraaf, maar zijn nog voorlopig. De gemeenteraad stelt de tarieven 2019 definitief vast in de raadsvergadering van december 2018 en zij zijn dus geen onderdeel van de besluitvorming van deze begroting.

Uitgangspunt van de coalitie is de lastenverlichting voor de inwoners en bedrijven van Lansingerland verder door te zetten. Zo wordt het OZB-tarief met 4% verlaagd ten opzichte van 2018. Daarnaast onderzoeken we in de Rioolverordening 2019 of het wenselijk is om meer differentiatie in tariefeenheden aan te brengen.

Uitvoering WOZ–taken en heffingen gemeentelijke belastingen
De uitvoering van de WOZ–taken en heffing van gemeentelijke belastingen (opleggen en inning van de aanslag) zijn sinds 1 januari 2013 uitbesteed aan SVHW (Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffingen en Waardebepaling) te Klaaswaal.

Overzicht opbrengst lokale heffingen

              Bedragen x € 1.000
Opbrengst lokale heffingen Jaarrekening  Begroting  Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 
  2017 2018* 2019 2020 2021 2022 2023
OZB woningen 8.967 8.916 8.667 8.831 8.977 9.123 9.269
OZB niet-woningen 5.834 5.801 5.939 5.950 5.961 5.972 5.983
Afvalstoffenheffing 5.652 3.794 5.314 5.404 5.489 5.574 5.574
Rioolheffing 5.958 6.134 6.378 6.613 6.842 6.862 6.842
Lijkbezorgingsrechten 203 212 212 212 212 212 212
Leges burgerzaken 790 530 491 475 486 482 482
Leges bouw 3.827 3.450 2.500 2.500 2.500 2.200 2.000
Hondenbelasting 304 309 309 309 309 309 309
Marktgelden 60 71 71 71 71 71 71
Precariobelasting, uitstallingen  39 45 45 45 45 45 45
Precariobelasting, kabels en leidingen  201 200 200 200 200 0 0
Totaal 31.835 29.463 30.125 30.610 31.093 30.830 30.787
Stijging t.o.v. jaar t-1
    662 484 483
37
157
*Begroting 2018 na wijzigingen in het lopende jaar
             
De grootste mutaties op het gebied van inkomsten uit lokale heffingen in de meerjarenraming 2019 ten opzichte van de meerjarenbegroting 2018, betreffen de OZB op woningen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. In 2019 wordt het OZB tarief op woningen verlaagd met 4% ten opzichte van 2018. Op termijn willen we het OZB tarief terugbrengen naar het landelijk gemiddelde. Daarnaast konden we in 2018 naast een structureel voordeel een eenmalige teruggave doen van €1,5 miljoen op de afvalstoffenheffing. Voor 2019 is niet gerekend met een eenmalige teruggave, maar is het tarief van € 229,92 (meerpersoons) wel 3,1% lager dan 2018 exclusief eenmalige teruggave. In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) is opgenomen dat de rioolheffing jaarlijks zal stijgen met 1,7%, totdat in 2041 een kostendekkend niveau is bereikt. In onderstaand overzicht staat, ten opzichte van de totale opbrengst aan lokale heffingen, van de belangrijkste heffingen het procentuele aandeel in de begroting 2018 en 2019.

 

Gemeentelijke woonlasten 2018 en (concept) 2019

In onderstaande tabellen staan de bedragen van de gemeentelijke woonlasten 2018 en 2019. De woonlasten bestaan uit de gemeentelijke belastingaanslag. Deze wordt opgelegd door SVHW en bestaat uit de OZB, de afvalstoffen– en rioolheffing (overeenkomstig de publicatie van COELO).

Hieronder staan de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden met (1) een eigen woning of (2) een huurwoning voor het jaar 2019. De WOZ–waarde voor de eigenaar van een woning is gebaseerd op fictieve WOZ–waarde gegevens.

 

(1) Meerpersoonshuishouden met eigen woning en een (fictieve) WOZ – waarde van € 323.000       Bedragen x € 1,-
Lokale lasten Lansingerland Aanslag 2018 Aanslag 2019 Verschil in € Verschil in %
OZB 372,59 366,00 -6,59 -1,80%
Afvalstoffenheffing (exclusief eenmalige teruggave 2018) 237,24 229,92 7,32 -3,07%
Rioolheffing 241,08 245,18 4,10 1,70%
Aanslag gemeentelijke belastingen (via SVHW) 850,91 841,10 9,81 -1,15%
         
(2) Meerpersoonshuishouden met een huurwoning       Bedragen x € 1,-
Lokale lasten Lansingerland Aanslag 2018 Aanslag 2019 Verschil in € Verschil in %
Afvalstoffenheffing (exclusief eenmalige teruggave 2018) 237,24 229,92 -7,32 -3,07%
Rioolheffing 241,08 245,18 4,10 1,70%
Aanslag gemeentelijke belastingen (via SVHW) 478,32 475,10 -3,22 -0,67%
         
(3) Detailhandel met eigen woning met een (fictieve) WOZ-waarde van € 450.000       Bedragen x € 1,-
Lokale lasten Lansingerland Aanslag 2018 Aanslag 2019 Verschil in € Verschil in %
OZB 2.005,34 1.985,85 -19,49 -1,00%
Rioolheffing 241,08 245,18 4,10 1,70%
Aanslag gemeentelijke belastingen (via SVHW) 2.246,42 2.231,03 -15,39 -0,70%

 

            Bedragen x € 1,-
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar ervoor Realisatie 2017 Begr 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022
A) OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 384,08 381,33 366,00 366,00 366,00 366,00
B) Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 237,00 241,08 245,18 249,35 253,59 257,90
C) Afvalstoffenheffing voor een gezin 257,16 171,93 229,92 229,92 229,92 229,92
D) Eventuele heffingskorting 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
E) Totale woonlasten gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D) 878,24 794,34 841,10 845,27 849,51 853,82
  749,45 751,97 749,02 749,02 749,02 749,02
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar ervoor (E/F) x 100% 117% 106% 112% 113% 113% 114%

COELO 2018 en woonlasten en tarieven regio

Het COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) publiceert jaarlijks de zogeheten “Atlas van de lokale lasten”. In deze atlas staat een overzicht van de gemeentelijke woonlasten. De woonlasten hebben betrekking op een meerpersoonshuishouden met een eigen woning en bestaan uit de OZB, het rioolrecht en de afvalstoffenheffing. De WOZ-waarde van een woning is gebaseerd op de gemiddelde WOZ -waarde van alle woningen in de betreffende gemeenten.

Het COELO publiceert in de atlas ook een tarievenoverzicht. Het tarievenoverzicht voor 2018 is hieronder opgenomen, aangevuld met de gegevens van onze gemeente. Lansingerland staat in 2018 met het bedrag van € 794 aan woonlasten op plek 282 van de 387 gemeenten.

 

          Bedragen x € 1,-
COELO - 2018 Laagste Landelijk gemiddelde Hoogste Lansingerland 2018 Lansingerland 2019 concept

OZB woningen (eigenaar)

0,0414% 0,1180% 0,2612% 0,1319% 0,1135%

OZB niet-woningen
(eigenaar + gebruiker)

0,1266% 0,4353% 0,9290% 0,4453% 0,4413%

Afvalstoffenheffing MPH (inclusief eenmalige teruggave 2018)

34,00 253,00 395,00 171,93 229,96
Rioolheffing 0-500 m3 0,00 333,00 1.370,00 241,08 245,18

Hondenbelasting (1ste hond)

15,17 49,84 121,80 81,48 81,48
Woonlasten meerpersoonshuishouden 505,00 721,00 1.234,00 794,00 841,14

 

Woonlasten en de tarieven in de regio

Voor de vergelijking van de woonlasten van Lansingerland met die van andere gemeenten is gebruikgemaakt van de gegevens, die zijn gepubliceerd in de Atlas van de lokale lasten 2018 van COELO.

In onderstaand overzicht zijn de gemiddelde woonlasten 2018 weergegeven voor eigenaren van een eenpersoons huishouden en voor een meerpersoonshuishouden in Lansingerland en in andere gemeenten. In de berekening van de woonlasten zijn meegenomen de onroerende zaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De gemiddelde WOZ–waarde is gebaseerd op peildatum 1 januari 2018.

 

          Bedragen x € 1,-
Woonlasten in de regio 2018 Gemiddelde
WOZ-waarde
Rangnummer Gemiddelde woonlasten EPH Gemiddelde woonlasten MPH Vergelijking Lansingerland MPH
Lansingerland 290.000 282 758,61 794,34 100%
Delft 193.000 334 716,84 842,64 106,1%
Pijnacker-Nootdorp 290.000 337 765,05 847,85 106,7%
Zoetermeer 200.000 174 689,43 732,89 92,3%
Zuidplas 241.000 279 774,19 791,76 99,7%

 

          Bedragen x € 1,-
Tarieven 2018 in de regio Lansingerland Delft Pijnacker-Nootdorp Zoetermeer Zuidplas
OZB          
Eigendom woningen 0,1319% 0,1429% 0,1031% 0,1794% 0,1224%
Eigendom niet-woningen 0,2472% 0,2834% 0,2266% 0,4099% 0,1788%
Gebruik niet-woningen 0,1981% 0,2269% 0,1612% 0,3186% 0,1342%
Totaal niet-woningen 0,4453% 0,5104% 0,3878% 0,7285% 0,3130%
OZB-aanslag woningen (a) 381,33 274,81 298,97 357,05 294,42
           
Afvalstoffenheffing          
Eenpersoonshuishouden 136,20 222,05 227,64 227,07 232,57
Meerpersoonshuishouden (b) 171,93 347,85 310,44 270,53 250,14
           
Rioolheffing (c) 241,08 219,98 238,44 105,31 247,20
           
Gemiddelde woonlasten MPH (a+b+c) 794,34 842,64 847,85 732,89 791,76

Onroerend zaakbelastingen (ozb)

De ozb bestaat uit een belasting voor de eigenaar en een belasting voor de gebruiker van een opstal, waarbij verschil gemaakt wordt tussen woningen en niet-woningen.

Belastingplichtig voor de eigenarenbelasting is de genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. Dat is degene die bij het kadaster staat ingeschreven met het meest verstrekkende genotsrecht. Voor de gebruikersbelasting is belastingplichtig degene die de onroerende zaak gebruikt (bijvoorbeeld een huurder), al dan niet krachtens persoonlijk recht.

De ozb is een algemeen dekkingsmiddel, wat betekent dat deze vrij besteedbaar is. De belasting wordt berekend naar een percentage van de WOZ– waarde. De WOZ*-waarde wordt jaarlijks vastgesteld. Voor 2019 worden de onroerende zaken gewaardeerd naar de peildatum op januari 2018. In het coalitieakkoord staat dat het college de baten uit de OZB in 2019 met 4% wil laten dalen ten opzichte van 2018. Hier komt in het collegeprogramma nadere invulling. Uitgangspunt is de lokale lasten op termijn terug te brengen naar het landelijk gemiddelde.

Lansingerland kent een tariefdifferentiatie voor woningen en niet-woningen. De tarieven voor niet-woningen liggen hoger dan voor de woningen. Tariefdifferentiatie tussen woningen en niet – woningen wordt in heel Nederland toegepast.

Tarieven 2019

Op grond van de in het coalitieakkoord opgenomen uitgangspunten, dalen de ozb-opbrengsten met 4%. Hierin corrigeren we ook voor waardestijgingen van de woningen (11,6%), waardoor het tarief meer dan 4% daalt. In dit geval daalt het tarief in 2019 met bijna 14% ten opzichte van 2018.

In de raadsvergadering van december 2018 staat de vaststelling van de ozb-tarieven 2019 geagendeerd.

 

Ozb - tarieven 2017 2018 Concept 2019 % verschil t.o.v. 2018

Eigenaar (woning)

0,1407% 0,1319% 0,1135% -13,95%
Eigenaar (niet-woning) 0,2548% 0,2472% 0,2450% -0,89%
Gebruiker (niet-woning) 0,2042% 0,1981% 0,1963%

-0,91%

Waardeontwikkeling en gevolgen ozb–tarief vanaf 2017

De tabel hieronder geeft aan wat het effect is van de waardeontwikkelingen van woningen en niet-woningen op het OZB-tarief in de afgelopen jaren.

 

Waardeontwikkeling en gevolgen ozb-tarief  2017 2018 2019
       
Waardeontwikkeling t.o.v. 1 januari jaar t-1      

Woningen

4,50% 3,50% 11,60%
Niet-woningen -2,00% 0,00% 0,90%
       
Inflatiecorrectie 1,10% 0,00% 0,00%
Extra (korting op inkomsten) 0,00% -3,00% -4,00%
       
Gevolgen voor tarief      
Eigenaar (woningen) -3,40% -6,30% -13,95%
Eigenaar (niet-woningen) 2,50% -3,00% -0,89%
Gebruiker (niet-woningen) 2,50% -3,00% -0,91%
* Wet Waardering Onroerende Zaken      

Afvalstoffenheffing

De afvalstoffenheffing bekostigt de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikmaakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

De geraamde baten mogen niet boven de geraamde kosten uitstijgen. De opbrengst mag dus maximaal 100% kostendekkend zijn in de begroting. Nu en in de toekomst blijft de afvalstoffenheffing een aparte geldstroom, los van de algemene middelen.

Tarieven 2019

Bij de vaststelling van de hoogte van de aanslag wordt rekening gehouden met een gedifferentieerd tarief voor één en meerpersoonshuishoudens.

 

          Bedragen x € 1,-
Tarieven afvalstoffenheffing 2017 2018 incl. eenmalige teruggave 2018 excl. eenmalige teruggave Concept 2019 % verschil t.o.v. 2018
Eenpersoonshuishoudens 205,68 136,20 189,84 183,96 -3,10%
Meerpersoonshuishoudens 257,16 171,93 237,24 229,96 -3,07%

Rioolheffing

De rioolheffing wordt geheven op grond van artikel 228a van de Gemeentewet. Rioolheffing is een bestemmingsbelasting en dient ter bekostiging van de gemeentelijke watertaken. Deze watertaken zijn het inzamelen, zuiveren en transporteren van huishoudelijk afvalwater; het verzamelen en transporteren van bedrijfsafvalwater en het inzamelen en verwerken van hemelwater. De kosten hiervoor verhalen we met de rioolheffing op de gebruiker.

Tarieven 2019
Het tarief is een vast bedrag voor maximaal 500 m3 afgevoerd afvalwater voor huishoudens. Voor de zogenaamde grootverbruikers geldt dat boven de 500 m3 voor iedere volgende 500 m3 afgevoerd afvalwater of een gedeelte daarvan een opslag wordt geheven. Bij de totstandkoming van de Rioolverordening 2019 gaan we onderzoeken of het wenselijk is om meer differentiatie in tariefeenheden aan te brengen.

Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2020 (GRP)
De gemeente kiest voor doelmatig en risico gestuurd werken. Er wordt zoveel mogelijk integraal en wijkgericht gewerkt. Om uiteindelijk alle activiteiten te kunnen uitvoeren, is 8,9 fte berekend in de organisatie. Om de kosten als gevolg van de activiteiten te kunnen dekken, stijgt de rioolheffing vanaf 2016 in 25 jaar geleidelijk met 1,7% per jaar tot een kostendekkend niveau van € 345,45 in 2041. Dit is conform Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2015-2020 en exclusief inflatie. De tarieven voor de rioolheffing 2019 zijn gebaseerd op bovenstaande uitgangspunten.

 

        Bedragen x € 1,-
Tarief rioolheffing 2017 2018 2019 % verschil t.o.v. 2018
Gebruikers tot en met 500 m3 237,00 241,08 245,18 1,70%
Eenheden boven 500 m3 237,00 241,08 245,18 1,70%

Lijkbezorgingrechten

De gemeente Lansingerland heeft het gebruik van gemeentelijke begraafplaatsen vastgelegd in een beheerverordening. Deze verordening is door de raad van de gemeente Lansingerland vastgesteld op 27 november 2008 en in december 2008 in werking getreden. Hierin is onder meer bepaald welk type grafrechten worden verleend en onder welke voorwaarden. Daarnaast staat erin welke voorwaarden gelden alvorens iemand te begraven.

Leges Bouwvergunningen

In aanloop naar de begroting 2019 is de raming van de bouwleges geactualiseerd. Deze prognose is gebaseerd op meerjarige gemiddeldes en wordt hierbij afgestemd op de woningbouwplanning en de planning van de uitgifte van bedrijventerreinen.

De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in tarieventabel behorend bij de legesverordening. Deze verordening en tarieventabel wordt eind 2018 geactualiseerd. De tarieven voor bouwleges zijn afhankelijk van de hoogte van de bouwsom. De hoogte van de bouwsom bepaalt in welke tariefscategorie de aanvraag behoort. Per categorie geldt een vast en een variabel (percentage van de bouwsom) deel. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. In 2019 bedraagt de boete voor het te laat aanvragen van de leges 10% van het legesbedrag.

In 2018 is gestart met de pilot Vergroening Leges. Hierbij bouwen we een financieel voordeel in voor een particulier wanneer deze energiezuiniger bouwt dan het huidige Bouwbesluit (minimale wettelijke technische bouweisen) voorschrijft. Op basis van ervaringen van andere gemeenten wordt voorgesteld te werken met een maximum aan legeskorting per aanvraag en een maximum aan totaal beschikbaar bedrag dat beschikbaar is voor vergroening van leges. Zo kan niet meer uitgegeven worden als dit maximumbedrag is bereikt. In deze begroting wordt rekening gehouden met een inkomstenderving van € 350.000 in 2019. Op basis van de evaluatie van de pilot verwerken we mogelijke de meerjarige effecten.

 

  Bedragen x € 1,-
Inschatting bouwleges 2019
Basisinkomsten o.b.v. meerjarig gemiddelde 2.850.000
Vergroening leges -350.000
Raming legesinkomsten bouwaanvragen 2.500.000

Hondenbelasting

De gemeente Lansingerland heft hondenbelasting. De tarieven daarvoor blijven ongewijzigd ten opzichte van 2018. Dit houdt in dat het tarief voor het houden van één hond in 2019 € 81,48 bedraagt, voor iedere volgende hond is dat € 114,12. De aanslag voor een geregistreerde kennel is € 244,68.

Marktgelden en precariobelasting (uitstallingen)

De berekening van het marktgeld hangt af van het aantal gebuikte meters frontbreedte en het gebruik van elektriciteit. Er is in principe iedere week markt. Het college stelt jaarlijks de tarieven voor de marktgelden vast. Deze tarieven kunnen verhoogd worden met maximaal het inflatiecijfer dat wordt toegepast in de begroting.

Precario op kabels en leidingen

Sinds 1 juli 2017 is de precariobelasting voor nutsnetwerken afgeschaft. Maar de gemeente Lansingerland kan gebruikmaken van een overgangsregeling, waardoor de gemeente tot en met 2021 precario kan blijven heffen op ondergrondse energieleidingen. Dit levert ons € 200.000 inkomsten per jaar op. Deze belasting heffen wij op Dunea.

Kwijtscheldingen

In Lansingerland kan kwijtschelding worden verleend voor afvalstoffenheffing en rioolheffing, als een belastingschuldige (particulieren) financieel niet in staat is om de belastingaanslag te betalen. Of een belastingschuldige in aanmerking komt voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding, wordt beoordeeld aan de hand van een inkomens- en een vermogenstoets. Deze toets is gebaseerd op door het Rijk vastgestelde normen. De daarbij te hanteren kosten van bestaan (de zgn. betalingscapaciteit) worden vastgesteld op 100% van de bijstandsnorm.

Aan belastingschuldigen die op 31 december voorafgaand aan het belastingjaar een bijstandsuitkering en minimaal twee jaar gehele kwijtschelding hebben ontvangen, wordt automatisch kwijtschelding verleend. De kosten voor kwijtschelding worden bij de afvalstoffenheffing en de rioolheffing meegenomen in de berekening van de kostendekking.

De werkelijke en geraamde lasten van kwijtscheldingen staan in onderstaand overzicht.

 

        Bedragen x € 1,-
Kwijtscheldingen Rekening 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 Verschil t.o.v. 2018
Afvalstoffenheffing 183.576 189.800 189.800 0
Rioolheffing 182.862 189.200 189.200 0
Hondenbelasting 0 0 0 0
OZB (niet-)woningen 4.711 0 0 0
Totaal 379.000 379.000 379.000 0

Verordening Bedrijven Investeringszone (BIZ) Bedrijvenpark Rodenrijs

De BIZ-bijdrage is een bestemmingsbelasting die op verzoek van ondernemers wordt geheven. Met de opbrengst worden activiteiten gerealiseerd van en voor deze ondernemers. In 2019 int de gemeente twee heffingen in de vorm van een BIZ-bijdrage: (1) BIZ Bedrijvenpark Rodenrijs en (2) BIZ Centrum Bergschenhoek. Daarnaast is de verwachting dat hier in 2019 nog een derde BIZ bij zal komen: Weg en Land.

Overzicht kostendekkendheid rechten en leges

Vanaf de begroting 2017 moet de gemeente in de paragraaf lokale heffingen een overzicht van baten en lasten opnemen voor de heffingen, waarbij sprake is van het verhalen van kosten. De verplichting is bij besluit van 5 maart 2016 in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) opgenomen. In artikel 10, onderdeel c van het BBV is vastgelegd dat de paragraaf lokale heffingen in ieder geval bevat:

“Een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd.”

Hieronder staat de mate van kostendekkenheid voor de verschillende rechten en leges.

 

        Bedragen x € 1.000
Kostendekkendheid tarieven rechten Afvalstoffenheffing Rioolheffing Lijkbezorgingsrechten Marktgelden
Directe kosten 4.720 5.234 195 56
Directe inkomsten, exclusief heffingen 606 13 0 0
Netto directe kosten 4.114 5.221 195 56
         
Toe te rekenen kosten:        
Overhead incl. (omslag)rente 354 622 123 44
BTW 846 521 0 0
Totaal toe te rekenen kosten 5.313 6.378 318 100
         
Opbrengst heffingen 5.313 6.378 212 71
         
Dekking 100,0% 100,0% 66,74% 71,25%

 

In de tabel hieronder is de kostendekkendheid op hoofdstukniveau weergegeven. De gepresenteerde kostendekkendheid sluit aan bij de vernieuwde BBV-voorschriften, die sinds de begroting 2017 van kracht zijn. Deze kostendekkendheid wordt in de komende periode nader bezien. Indien nodig of gewenst worden de tarieven op basis van deze bevindingen aangepast bij de legesverordening 2019. De raad stelt in december 2018 deze legesverordening en de tarieventabel definitief vast.

 

Onderbouwing kostendekkendheid leges         Bedragen x € 1,-
Hfd Omschrijving Lasten Overhead Totaal lasten Baten Kostendekkendheid
1.1 Burgerlijke stand 51.904 46.784 98.688 85.617 86,76%
1.2 Reisdocumenten 68.740 61.960 130.700 124.455 95,22%
1.3 Rijbewijzen 118.973 107.239 226.212 215.000 95,04%
1.4 Verstrekkingen uit de Wet basisregistratie personen 18.387 16.573 34.960 24.274 69,43%
1.5 Verstrekkingen uit het Kiezersregister 0 0 0 0 -
1.6 Verstrekkingen op grond van Wet bescherming persoonsgegevens 0 0 0 0 -
1.7 Bestuursstukken 0 0 0 0 -
1.8 Vastgoedinformatie 1.651 1.320 2.971 2.675 90,05%
1.9 Overige publiekszaken 16.104 14.516 30.620 14.597 47,67%
1.10 Gemeentearchief 0 0 0 0 -
1.11 Huisvestingswet 0 0 0 0 -
1.12 Leegstandwet 0 0 0 0 -
1.13 Gemeentegarantie 0 0 0 0 -
1.14 Marktstandplaatsen 660 528 1.188 1.100 92,58%
1.15 Winkeltijdenwet 275 220 495 230 46,46%
1.16 Kansspelen 660 528 1.188 729 61,35%
1.17 Kinderopvang en peuterspeelzalen 0 0 0 0 -
1.18 Telecommunicatie 0 0 0 0 -
1.19 Verkeer en vervoer 15.835 13.604 29.439 15.208 51,66%
1.20 Diversen 43.120 37.428 80.547 76.601 95,10%
1.21 In deze titel niet benoemde beschikking 0 0 0 0 -
1 Subtotaal titel 1 336.309 300.700 637.009 560.486 87,99%
2.1 Begripsomschrijvingen 0 0 0 0 -
2.2 Vooroverleg / beoordelen conceptaanvraag 0 0 0 0 -
2.3 Omgevingsvergunning 1.753.910 792.636 2.546.546 2.450.000 96,21%
2.4 Vermindering 0 0 0 0 -
2.5 Teruggaaf 0 0 0 0 -
2.6 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project 0 0 0 0 -
2.7 Bestemmingswijzingen zonder activiteiten 0 0 0 0 -
2.8 Sloopmelding 0 0 0 0 -
2.9 Openstellingsvergunning 0 0 0 0 -
2.10 In deze titel niet benoemde beschikking 0 0 0 0 -
2 Subtotaal titel 2 1.753.910 792.636 2.546.546 2.450.000 96,21%
3.1 Horeca 12.107 9.678 21.784 20.165 92,57%
3.2 Organiseren van evenementen of markten 4.457 3.563 8.021 7.763 96,79%
3.3 Prostitutiebedrijven 0 0 0 0 -
3.4 Splitsingsvergunning woonruimte 0 0 0 0 -
3.5 Leefmilieuverordening 0 0 0 0 -
3.6 Brandbeveiligingsverordening 0 0 0 0 -
3.7 Niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking 0 0 0 0 -
3 Subtotaal titel 3 16.564 13.241 29.805 27.928 93,70%
  Totaal legesverordening 2.106.783 1.106.576 3.213.360 3.038.414 94,56%

 

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft aan in hoeverre de gemeente Lansingerland in staat is om haar financiële risico’s op te vangen en welke methode gebruikt wordt voor het bepalen van het risicoprofiel. Daarnaast beschrijft de paragraaf op hoofdlijnen op welke wijze ‘risicobeheersing’ onderdeel is van de bedrijfsvoering van de gemeente. Op basis van het BBV nemen gemeenten een aantal verplichte financiële kengetallen op in de paragraaf weerstandsvermogen van de begroting en het jaarverslag. Dit om de leden van provinciale staten en de gemeenteraad gemakkelijker inzicht te geven in de financiële positie van hun provincie of gemeente.

Risicobeheersing in de gemeente Lansingerland

De nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2015-2018 beschrijft op welke wijze Lansingerland haar risico’s beheerst en hier verantwoording over af legt. De nota beschrijft o.a. welke informatie we in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de begroting 2019 opnemen.

Op basis van de huidige inzichten loopt Lansingerland haar grootste financiële risico’s bij de grondexploitaties. Het risico op de grondexploitaties houdt verband met de hoge boekwaarde van reeds gedane investeringen in grond en de marktomstandigheden. Het risico is dat grond niet, later of voor een lagere prijs wordt verkocht dan nu voorzien. Om dit risico te ‘beheersen’ moeten we vooral inspelen op de marktontwikkelingen en het onderscheidende vermogen van de gemeente als toekomstige woongemeente of vestigingsplaats voor een bedrijf. Dit is daarom ook een speerpunt van het college. Om de boekwaarde op de huidige grondexploitaties niet (verder) op te laten lopen is de gemeente terughoudend met het doen van nieuwe uitgaven. Uitgaven doen we pas als deze noodzakelijk zijn om 'inkomsten' te genereren. Waar mogelijk benutten we schaalvoordelen om werkzaamheden te clusteren. In de begroting 2019-2022 (prognose balans) is zichtbaar dat het geïnvesteerde bedrag in de grondexploitaties de komende jaren verder terugloopt. We verwachten meer inkomsten dan uitgaven. Voor een verdere toelichting op de risico’s van de grondexploitaties wordt verwezen naar Paragraaf Grondbeleid.

Inventarisatie risico’s

Op basis van het risicoprofiel van de gemeente Lansingerland kan worden bepaald hoeveel middelen nodig zijn om alle risico’s te kunnen opvangen. Daarbij maken we onderscheid tussen ‘incidentele risico’s’ en het risico op structurele tegenvallers. Incidentele risico’s dienen te worden afgedekt door het beschikbare weerstandsvermogen en voor het opvangen van structurele risico’s zal voldoende ‘flexibiliteit’ in de begroting aanwezig moeten zijn. Dit laatste maken we inzichtelijk door in de paragraaf weerstandsvermogen een aantal scenario’s te schetsen die zich voor kunnen doen en daarbij aan te geven wat de financiële impact is op de saldi van de meerjarenbegroting.

De benodigde weerstandscapaciteit wordt berekend op basis van een risicosimulatie. Uitgangspunt hierbij is een statistische benadering die ervan uitgaat dat nooit alle risico’s zich tegelijk én in hun maximale omvang zullen voordoen. Indien dat wel het geval is, zou op basis van de in beeld gebrachte risico’s, hiermee een bedrag gemoeid zijn van € 117 miljoen (feitelijk het absoluut maximum aan financieel gevolg van de in beeld gebrachte risico’s).

Dit is als volgt te verdelen over de algemene dienst en de grondexploitaties:

                                        Algemene dienst:      €     16 miljoen
                                        Grondexploitaties:    € 101 miljoen

Top 10 risico’s gemeente Lansingerland
De top 10 aan risico’s zijn op basis van hun aandeel in het totaal benodigde weerstandsvermogen:

 

Nr. Risico Kans Maximaal bedrag (x 1.000)
1 Wilderszijde wordt niet meer ontwikkeld en grond afboeken naar restwaarde 30% € 23.060
2 Fiscale optimalisatie Westpolder wordt niet gerealiseerd 30% € 11.500
3 Vraag naar bedrijventerrein Oudeland komt onder druk 30% € 23.200
4 Planschade risico 30% € 3.500
5 Niet of later verkopen incourante rest kavels Oudeland 30% € 6.200
6 Tekort op ontwikkeling Bleizo N.v.t. € 1.750
7 Projectrisico's opbrengsten Westpolder (uitwerking deelplan 7 en 4 West, woningbouwprogramma) 30% € 4.100
8 Lagere grondprijs Oudeland ook na 2021 10% € 12.300
9 Projectrisico's uitvoering Westpolder (parkeren, fietsen, ontsluiting) 30% € 2.500
10 Aanvullende uitkering BUIG wordt niet toegekend 30% € 1.200


Uit de voorgaande tabel blijkt dat onze grootste risico’s betrekking hebben op de grondexploitaties, waarvan Oudeland en Wilderszijde de grootste invloed hebben. De genoemde bedragen zijn de mogelijke verdere verliezen op de grondexploitaties als de ontwikkelingen niet lopen zoals we nu inschatten op basis van de huidige marktomstandigheden. Naast bovenstaande incidentele effecten zijn er, als het risico zich voordoet, ook structurele effecten omdat schulden niet of minder snel kunnen worden afgelost. Op basis van de huidige rekenrente van circa 2% voor de grondexploitaties betekent elke € 10 miljoen verdere verliesname op de grondexploitatie een toename van de structurele rentelast op de begroting van € 0,2 miljoen. Voor wat betreft het risico op het moeten afboeken van Wilderszijde merken wij op dat de signalen in de markt steeds positiever zijn. Ontwikkelaars benaderen de gemeente actief met het ontwikkelingen te mogen starten in het gebied. Daarnaast stelde de Raad in 2017 de ontwikkelvisie vast voor Wilderszijde. Omdat deze uitwerking nog niet gereed is handhaven we vanuit voorzichtigheid vooralsnog het risico, maar verlaagden we bij de jaarrekening 2017 wel de kans van optreden naar 30%.

Bij risico 6 (Bleizo) is bij de kans van optreden ‘n.v.t.’ vermeld, omdat het in de bovenstaande tabel opgenomen bedrag is gebaseerd op de berekening vanuit de gemeenschappelijke regeling Bleizo en door Bleizo al rekening is gehouden met kansen van optreden van risico’s. Daarbij heeft, in lijn met de aanbeveling van de Rekenkamer Lansingerland, de gemeente geen rekening gehouden met eventuele positieve risico’s. Het zekerheidspercentage dat door de gemeente wordt gehanteerd (90%) wijkt af van het zekerheidspercentage van Bleizo (82,5%). De risico’s van Bleizo zijn herrekend naar 90% conform het risicobeleid van de gemeente. Daarom is het risicobedrag dat de gemeente bepaalt hoger dan het bedrag dat door Bleizo is bepaald.

Ten opzichte van de jaarrekening 2017 zijn de risico’s uit de top 10 beperkt gewijzigd. Twee risico's zijn nieuw in de top 10. In 2018 is de aanvullende uitkering voor de BUIG 2017 aangevraagd. Risico is dat deze niet wordt toegekend. Ook de komende jaren rekenen wij in de begroting nog met aanvullingen op de BUIG gelden. Voorzichtigheidshalve nemen we het risico mee dat deze aanvullingen niet plaatsvinden. Daarnaast is de gemeente partij in een juridische planschadeprocedure. Hoewel wij verwachten deze zaak positief af te kunnen sluiten is in het weerstandsvermogen nog wel rekening gehouden met het risico dat alsnog planschade vergoed moet worden voor het maximale bedrag en de gemeente geen verhaalsmogelijkheden heeft.

Risico’s verbonden partijen
De gemeente Lansingerland neemt deel in diverse gemeenschappelijke regelingen en verbonden partijen. In de paragraaf verbonden partijen van deze begroting is een overzicht hiervan opgenomen en is per partij ook inzicht gegeven in de risico’s bij de verbonden partij.

De risico’s van Bleizo en het effect hiervan op het benodigde weerstandsvermogen van de gemeente zijn in de vorige paragraaf toegelicht. Uit de begroting 2019 en de jaarrekening 2017 van de gemeenschappelijke regeling Hoefweg blijkt dat de risico’s die Hoefweg loopt nog opgevangen kunnen worden binnen de eigen grondexploitatie (de grondexploitatie bevat zelf nog voldoende weerstandscapaciteit). De gemeente zelf hoeft op basis van de huidige inzichten geen weerstandscapaciteit hiervoor aan te houden.

Het project Bleizo betreft de ontwikkeling van het gebied rondom het nieuw te realiseren NS station op de kruising van de bestaande spoorlijn Utrecht – Den Haag en de nog aan te leggen verlengde Oosterheemlijn. De ambitie is in dit gebied een mix te realiseren van hoogwaardige bedrijvigheid, kantoren en overige functies. De bouw van OV knooppunt is inmiddels in volle gang. Momenteel bereidt de gemeente een nieuw omgevingsplan (bestemmingsplan_ voor om dit mogelijk te maken. Een onderdeel van de onderbouwing van het bestemmingsplan betreft de ‘Ladder van duurzame verstedelijking’. Het omgevingsplan voldoet aan de gestelde voorwaarden (o.a. ladder voor duurzame verstedelijking). In februari 2018 is een bestuursovereenkomst gesloten met de gemeenten Zoetermeer, Waddinxveen en Lansingerland en de Provincie Zuid-Holland en VNO-NCW om gezamenlijk de Corridor A12 te versterken. Een onderdeel hiervan is dat gekeken wordt naar de bedrijventerreinen in dit gebied. Voor Bleizo is de afspraak gemaakt datnader onderzoek plaatsvindt naar de (on)mogelijkheden van een aangepast ontwikkelprogramma voor Bleizo. Hierbij is afgesproken dat partijen zich inspannen om de financiële gevolgen voor de GREX Bleizo hierbij te minimaliseren. Doel hiervan is de huidige dubbelbestemming voor grootschalige logistiek, zoals opgenomen in het in procedure zijnde omgevingsplan, overbodig te maken. Daarmee ontstaat elders in de A12-corridor ruimte voor nieuwe terreinen voor grootschalige logistiek. Mocht naar aanleiding van het onderzoek worden geconcludeerd dat de programmering van Bleizo en het bestemmingsplan Hoefweg-Zuid moeten worden aangepast én alle partijen afspraken hebben gemaakt over (de verdeling van) de financiële consequenties en risico’s hiervan, dan zal dit aan het aan de gemeenteraden van Zoetermeer en Lansingerland ter besluitvorming worden voorgelegd en (indien nodig) de grondexploitatie hier op worden aangepast.

Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit betreft de middelen die de gemeente heeft of ter beschikking kan krijgen om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Het uitgangspunt daarbij is dat structurele risico’s opgevangen moeten worden door structurele ‘weerstandscapaciteit’ en incidentele risico’s opgevangen worden door incidentele ‘weerstandscapaciteit’. Dit onderscheid is ook van belang met het oog op het ‘structureel evenwicht’ in de begroting en de toets van de Provincie hierop.

Incidentele weerstandscapaciteit
De gemeente Lansingerland rekent alleen de algemene reserve tot de incidentele weerstandscapaciteit.

De overige reserves rekenen wij niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Dit zijn de bestemmingsreserves en de stille reserves. Bestemmingsreserves worden niet meegenomen, omdat hier al een bestemming aan is toegekend. Stille reserves (ontstaan wanneer de boekwaarde van de activa lager is dan de verkoopwaarde) worden niet meegenomen, omdat deze pas geïncasseerd kunnen worden als de activa verkocht wordt. Echter, als er expliciete besluiten worden genomen om stille reserves te gelden te maken, dan worden deze toegevoegd aan de weerstandscapaciteit.

Structurele weerstandscapaciteit
De structurele weerstandscapaciteit betreft de flexibiliteit die er in de begroting is. Dit betreft de mate waarin lasten verder zijn terug te brengen (door bezuinigingen), inkomsten te verhogen en de inzet van de post onvoorzien. Zodoende bestaat structurele weerstandscapaciteit uit:

  • Onbenutte belastingcapaciteit;
  • Post onvoorzien;
  • Bezuinigingspotentieel lastenniveau tot wettelijke taken.

De onbenutte belastingcapaciteit is in theorie niet gemaximeerd. Er zijn geen maximum tarieven voor de OZB. Wel zijn er landelijk afspraken over de maximale jaarlijkse stijging van de OZB (macro-norm) en geldt voor het doen van een aanvraag tot artikel 12 dat de OZB boven de drempelpercentages ligt (gebaseerd op 120% van het landelijk gemiddelde OZB-percentage).

De post onvoorzien bedroeg in de begroting 2018-2021 nog structureel € 250.000. Op grond van de financiële verordening 2017 bepaalt het college jaarlijks opnieuw de omvang van de post onvoorzien en motiveert de omvang in de begroting.
Voor de begroting 2019-2022 ziet het college aanleiding de hoogte van de post onvoorzien naar € 100.000 bij te stellen. De afgelopen jaren is de inzet van de post onvoorzien zeer beperkt geweest en maakt de onderuitputting jaarlijks onderdeel uit van het saldo van de jaarrekening. In het kader van 'scherper' begroten vindt het college dat deze structurele onderuitputting aanleiding is om de post onvoorzien te verlagen. Daarmee is een bedrag van € 150.000 toegevoegd aan de structurele begrotingsruimte.  

De afgelopen jaren kende de gemeente jaarlijks forse overschotten bij de jaarrekening. Bij het opstellen van de begroting is de begroting kritisch doorgelopen op eventuele (structurele) budgetruimte, die structureel toegevoegd kan worden aan de begrotingsruimte en daarmee is in te zetten voor nieuw beleid. Dit betekent wel dat de komende jaren de overschotten waarschijnlijk beperkter zullen zijn en er mogelijk (incidentele) tegenvallers ontstaan. 

Ten behoeve van de kadernota 2015 is het bezuinigingspotentieel in beeld gebracht indien de gemeente alleen de wettelijke taken zou uitvoeren en op taken met een inspanningsverplichting het minimale zou doen. In dat geval zou de gemeente nog enkele miljoen kunnen bezuinigen. Dit zou dan wel gepaard gaan met veel maatschappelijke onrust en de bezuinigingen zijn veelal niet direct in het eerstvolgende begrotingsjaar in te voeren. De flexibiliteit op dit punt is beperkt.

Risicobuffer in grondexploitaties en projecten
In de grondexploitaties en kredieten is meestal ook een post ‘onvoorzien’ opgenomen. Binnen de grondexploitaties en projecten zelf is dus ook enige mate van weerstandscapaciteit aanwezig. Bij het bepalen van het weerstandsvermogen op gemeenteniveau houden we geen rekening met deze posten ‘onvoorzien’.

Benodigde weerstandscapaciteit

De grootte van risico’s zijn na identificatie ingeschat middels het benoemen van een kans en een gevolg  (kwantificering). Op basis van de ingevoerde risico’s is de risicosimulatie uitgevoerd. Op basis van deze simulatie kan (met een zekerheidspercentage van 90%) gesteld worden dat alle risico’s kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 41,0 miljoen.

De benodigde weerstandscapaciteit is als volgt te verdelen:

                                        Algemene dienst       €       5,6  miljoen

                                        Grondexploitaties      €  35,4  miljoen (incl. Bleizo)

De Rekenkamer Lansingerland gaat als ‘benchmark’ voor de risico’s op grondexploitaties uit van een benodigde weerstandscapaciteit van 10% van de boekwaarde van de grondexploitaties in exploitatie en 10% van de nog te realiseren opbrengsten. Op basis van de jaarrekening 2017 en de onderliggende grondexploitaties is dan € 49 miljoen nodig voor de gemeentelijke grondexploitaties. Voor Hoefweg is dit € 3,5 miljoen en voor Bleizo € 9 miljoen. Totaal dus circa€ 61,5 miljoen. Deze berekeningswijze van de Rekenkamer is sterk genormeerd en houdt geen rekening met de specifieke omstandigheden. Enige afwijking tussen deze berekening en de eigen berekening is dus logisch. De eigen berekening van circa
€ 35,4 miljoen is circa € 26,1 miljoen lager dan de € 61,5 miljoen op basis van de methode Rekenkamer. De afwijking zit voor € 3,5 miljoen in het feit dat op basis van ons eigen risicobeleid we geen weerstandsvermogen hoeven aan te houden voor Hoefweg (de risico’s van Hoefweg zijn nog op te vangen binnen het verwachte positieve resultaat van Hoefweg) en voor circa € 7,5 miljoen in Bleizo. Op basis van de risico-analyse van Bleizo (aangepast naar grondslagen Lansingerland) is € 1,7 miljoen nodig. Op basis van de Rekenkamer is dit € 9 miljoen. Verschil zitten deze beide inschattingen zit vooral in het feit dat in de risico analyse van Bleizo de omvang van het risico op dalende grondprijzen lager is dan de methode waar de Rekenkamer mee rekent. Reden is dat vanaf de actualisatie 2014 van Bleizo reeds met een neerwaartse bijstelling van de grondprijzen rekening is gehouden. Het risico bedrag voor daling van de grondprijzen is daarmee ook lager. Daarnaast staat de gemeente Zoetermeer voor € 9,5 miljoen garant voor een tekort op de exploitatie Bleizo. De systematiek van de Rekenkamer houdt daar geen rekening mee. Voor de gemeentelijke grondexploitaties (inclusief Wilderszijde nog in exploitatie te nemen deel) is op basis van de methode Rekenkamer € 49 miljoen nodig. In de benodigde weerstandscapaciteit is dit € 33,6 miljoen. Het verschil zit vooral in het project Oudeland. In dit project is in de grondexploitatie zelf al rekening gehouden met een risicoreserve voor grondprijzen/vertraging. Afdekking via het weerstandsvermogen is dan niet nodig. Op basis hiervan is er geen reden het risicoprofiel van de gemeente bij te stellen voor de bepaling van het weerstandsvermogen.

Beoordeling weerstandsvermogen

De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken.  Op basis van de begroting 2019-2022 ontwikkelt het weerstandsvermogen zich als volgt:

 

          bedragen x € 1.000
Stand per 31 december 2018 2019 2020 2021 2022
Algemene reserve 98.625 101.642 104.151 107.613 110.934
Totale weerstandscapaciteit 98.625 101.642 104.151 107.613 110.934
Benodigde weerstandscapaciteit 41.036 40.010 39.010 38.035 37.084
Ratio weerstandsvermogen 2,4 2,5 2,7 2,8 3,0


In de nota risicomanagement is opgenomen dat Lansingerland streeft naar een ratio van 1,2 op de lange termijn. Door de hoge saldi van de jaarrekeningen de afgelopen jaren en de betere vooruitzichten voor de grondexploitaties ligt de ratio inmiddels ruim boven de 2 en stijgt op basis van de begroting naar verwachting 3,0.

 

Scenario’s risico op structurele tegenvallers – mogelijke impact onzekere gebeurtenissen

Met ingang van de begroting 2017 geeft de paragraaf weerstandsvermogen inzicht in scenario's (onzekere gebeurtenissen) die zich kunnen voordoen en het mogelijke effect hiervan op het saldo van de begroting.
Er zijn vele honderden scenario's/gebeurtenissen denkbaar. De kern van deze paragraaf is vooral te laten zien wat de effecten kunnen zijn van een aantal nadelige scenario's en in welke mate de begroting in staat is deze risico's op te vangen.
Het gaat hier om onzekere ontwikkelingen die zich mogelijk kunnen voordoen. Het zijn dus geen scenario's die we verwachten. Als dat wel het geval was geweest waren deze effecten in de begroting zelf opgenomen. Hierna zijn de effecten toegelicht van een scenario waarbij de grondopbrengsten de komende 4 jaar voor 50% van de begroting gerealiseerd worden (als gevolg van lagere prijzen of niet realiseren van verkopen). Ook de mogelijke effecten van de vennootschapsbelasting en tegenvallers bij de decentralisaties en de algemene uitkering zijn opgenomen.
De scenario's worden gepresenteerd op basis van de saldi van de vast te stellen begroting 2019-2022.

 

Effect op exploitatie saldo (x € 1,0 miljoen) 2019 2020 2021 2022
Saldo begroting 2019-2022 3,9 3,2 4,2 4,1
1. Effect grondverkopen 50% van begroting -0,1 -0,4 -0,7 -1,0
2. Risico VPB -0,5 -0,5 -0,5 -0,5
3. Algemene uitkering 1% lager -0,6 -0,6 -0,6 -0,6
4. Effect indien decentralisaties 5% budgetoverschrijding -0,8 -0,8 -0,8 -0,8
Saldo begroting 2019-2022 1,9 0,9 1,6 1,2


Zoals uit de tabel blijkt bevat de begroting 2019-2022 voldoende ruimte om eventuele structurele tegenvallers op te vangen.  

Financiële kengetallen

Netto schuldquote
De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.

 

            Bedragen x € 1.000
Netto schuldquote Realisatie 2017 Begr 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022
A) Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) 257.479 224.409 210.263 191.588 176.904 160.709
B) Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) 17.550 9.500 9.500 9.500 9.500 9.500
C) Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) 19.568 43.179 54.445 45.034 42.362 39.250
D) Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) 376 376 376 376 376 376
E) Uitzetting < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) 28.463 12.000 12.000 12.000 12.000 12.000
F) Liquide middelen (cf. art. 40 BBV) 1.004 0 0 0 0 0
G) Overlopende activa (cf. art. 49 BBV) 3.423 3.000 3.000 3.000 3.000 3.000
H) Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) 147.780 151.491 148.262 140.398 133.608 130.114
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% 177% 173% 175% 164% 160% 149%

 

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Omdat er bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden te berekenen. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dat betekent voor de schuldenlast. Bij beide berekeningen worden bij de financiële activa de verstrekte leningen opgenomen.

 

            Bedragen x € 1.000
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Realisatie 2017 Begr 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022
A) Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) 257.479 224.409 210.263 191.588 176.904 160.709
B) Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) 17.550 9.500 9.500 9.500 9.500 9.500
C) Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) 19.568 43.179 54.445 45.034 42.362 39.250
D) Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) 4.798 4.193 4.010 3.826 3.635 3.437
E) Uitzetting < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) 28.463 12.000 12.000 12.000 12.000 12.000
F) Liquide middelen (cf. art. 40 BBV) 1.004 0 0 0 0 0
G) Overlopende activa (cf. art. 49 BBV) 3.423 3.000 3.000 3.000 3.000 3.000
H) Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) 147.780 151.491 148.262 140.398 133.608 130.114
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% 174% 170% 172% 162% 157% 147%

 

Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente.

 

            Bedragen x € 1.000
Solvabiliteit Realisatie 2017 Begr 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022
A) Eigen vermogen (cf. art. 42 BBV) 105.327 107.981 108.732 110.724 113.758 116.932
B) Balanstotaal 423.607 408.278 408.326 381.418 368.333 353.080
Solvabiliteit (A/B) x 100% 25% 26% 27% 29% 31% 33%

 

Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal geeft het structurele en reele evenwicht van de begroting weer. Thans wordt er onderscheid gemaakt tussen de structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaren voordoen. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen.

Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn.

 

            Bedragen x € 1.000
Structurele exploitatieruimte Realisatie 2017 Begr 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022
A) Totaal structurele lasten 129.581 114.709 116.386 137.344 130.310 126.945
B) Totaal structurele baten 138.777 117.956 118.028 140.198 133.408 130.114
C) Totaal structurele toevoegingen aan de reserves 971 1.071 971 972 1.067 1.067
D) Totale structurele onttrekkingen aan de reserves 425 3.182 2.677 1.489 1.496 1.214
E) Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) 147.780 151.491 148.262 140.398 133.608 130.114
Structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E x 100% 6% 4% 2% 2% 3% 3%

 

Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden
De belastingcapaciteit van de gemeente geeft de belastingdruk voor een gezin bij een gemiddelde WOZ-waarde ten opzichte van het landelijk gemiddelde (t-1) weer. Een percentage > 100% geeft weer dat de belastingdruk van de gemeente hoger is dan het landelijk gemiddelde.

 

            Bedragen x € 1,-
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar ervoor Realisatie 2017 Begr 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022
A) OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 384,08 381,33 366,00 366,00 366,00 366,00
B) Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 237,00 241,08 245,18 249,35 253,59 257,90
C) Afvalstoffenheffing voor een gezin 257,16 171,93 229,92 229,92 229,92 229,92
D) Eventuele heffingskorting 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
E) Totale woonlasten gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D) 878,24 794,34 841,10 845,27 849,51 853,82
F) Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 749,45 751,97 749,02 749,02 749,02 749,02
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar ervoor (E/F) x 100% 117% 106% 112% 113% 113% 114%

 

Grondexploitatie
Dit kengetal geeft een indicatie van risico's van de boekwaarde van de bouwgronden op de totale baten van de gemeente. De boekwaarde van de bouwgronden moet terugverdiend worden via de totale baten. Het betreft de verhouding tussen de boekwaarde van de bouwgronden en de totale baten. > 100% betekent dat de boekwaarde hoger is dan de totale baten in enig jaar. Dit betekent een verhoogd risico voor de gemeente.

 

            Bedragen x € 1.000
Grondexploitatie Realisatie 2017 Begr 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022
A) Niet in exploitatie genomen gronden (cf. art. 38 lid a punt 1 BBV) 0 0 0 0 0 0
B) Bouwgronden in exploitatie (cf. art. 38 lid b BBV) 174.015 167.401 155.436 126.185 108.697 90.302
C) Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) 147.780 151.491 148.262 140.398 133.608 130.114
Grondexploitatie (A+B)/C x 100% 118% 111% 105% 90% 81% 69%

 

Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie
Door de Provincie zijn een aantal signaleringswaarden geformuleerd voor de kengetallen. Samengevat ziet het beeld voor Lansingerland er op basis van de begroting 2019 als volgt uit:

 

Kengetal Categorie A: minst risicovol Categorie B: neutraal Categorie C: meest risicovol
1. Netto schuldquote      
a. zonder correctie doorgeleende gelden < 90% 90-130% > 130%
b. met correctie doorgeleende gelden < 90% 90-103% > 130%
2. Solvabiliteitsratio > 50% 20-50% < 20%
3. Grondexploitatie < 20% 20-35% > 35%
4. Structurele exploitatieruimte Begr > 0% Begr = 0% Begr < 0%
5. Belastingcapaciteit < 95% 95-105% > 105%

 

Kengetal Realisatie 2017 Begr 2018 Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022
1. Netto schuldquote:            
a. zonder correctie doorgeleende gelden 177% 173% 175% 164% 160% 149%
b. met correctie doorgeleende gelden 174% 170% 172% 162% 157% 147%
2. Solvabiliteitsratio 25% 26% 27% 29% 31% 33%
3. Grondexploitatie 118% 111% 105% 90% 81% 69%
4. Structurele exploitatieruimte 6% 4% 2% 2% 3% 3%
5. Belastingcapaciteit 117% 106% 112% 113% 113% 114%

 

De signaleringswaarden en onderlinge verhouding van de kengetallen geeft duidelijk aan voor welke opgave de gemeente Lansingerland nog staat. De schuldenpositie is, ook rekening houdend met de positieve financiële effecten van de aantrekkende woningmarkt, nog steeds zeer hoog en de solvabiliteit (daarmee) laag. De voornaamste oorzaak is het geld dat geïnvesteerd is in de grondexploitaties. Het realiseren van de verwachtte grondverkopen en het daarmee kunnen aflossen van de leningen is cruciaal voor het weer in verhouding komen van de balans. Naast het geld geïnvesteerd in gronden heeft de gemeente ook veel (geleend) geld moeten investeren in voorzieningen als scholen en sportvelden. Door de structurele begrotingsoverschotten (exploitatieruimte) zijn we ook in staat om dit deel van de schulden af te lossen en daarmee creëren we ruimte om het huidige voorzieningenniveau van de gemeente ook in de toekomst betaalbaar te houden.

 

Meerjarige ontwikkeling balans 2019-2022
De ontwikkeling van de balans is opgenomen in hoofdstuk 4 van de begroting.

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Algemeen

Kapitaalgoederen zijn eigendommen van de gemeente zoals wegen, riolering, bruggen, bomen en gebouwen die we duurzaam in stand houden. In onderstaande tabel geven we de kerncijfers weer van de belangrijkste kapitaalgoederen conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

 

      Bedragen x € 1,-
Kapitaalgoederen Areaal m2/st Vervangingswaarde
Groen - algemeen 3.000.000 m2 22.000.000
Groen - bomen 23.000 stuks
Wegen 3.300.000 m2 174.000.000
Riolering 557.000 m2 252.000.000
Civiele kunstwerken 2.219 stuks 122.000.000
Gebouwen 63 stuks 145.000.000
Totale vervangingswaarde     715.000.000

 

Het beheer en onderhoud is gebaseerd op door de gemeenteraad vastgestelde Beheerplannen. In de Beheerplannen is opgenomen hoe het reguliere en periodieke onderhoud plaatsvindt. Voor alle beheerplannen geldt dat het vastgestelde onderhoudskwaliteitsniveau minimaal C is of een equivalent hiervan. Kwaliteit C is een sobere kwaliteit waarbij de openbare ruimte er minder aantrekkelijk uitziet. Randvoorwaarden daarbij zijn: het waarborgen van de veiligheid en het voorkomen van kapitaalvernietiging. Sinds 2018 onderhouden we de onderdelen onkruidbestrijding, zwerfvuil, vegen en maaien voor de woonkernen op onderhoudsniveau B.

Het Integraal Beheerplan (IBP) Openbare ruimte 2017-2024 zorgt ervoor dat we het beheer zo integraal mogelijk aanpakken. Daarmee zorgen we voor een zo hoog mogelijke kwaliteit en werken we efficiënt. In onderstaande tabel is een overzicht van de beheerplannen opgenomen.

 

Omschrijving Beheerplan Vastgesteld door de raad Frequentie Actualisatie Actualisatie Financiële vertaling in de begroting Achterstallig onderhoud Reserves en Voorzieningen
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2017-2024 27 oktober 2016 4  jaar. In 2018 verwerken we eenmalig eerder genomen besluiten. 2020 Ja Deels, zie toelichting wegen. Reserve Waterbaggeren
Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2020 26 november 2015 5 jaar 2020 Ja Deels, zie toelichting Riolering. Voorziening Riool
Beheerplan Gebouwen 2017-2024 27 oktober 2016 4 jaar. In 2019 verwerken we eenmalig de impact van verduurzaming. 2019 Ja Nee Bestemmingsreserve gebouwen

Groen

Het beheer en onderhoud van Groen voeren we uit volgens het deelbeheerplan Groen dat onderdeel is van het IBP 2017-2024. De onderhoudswerkzaamheden vallen uiteen in klein onderhoud, groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. Voor het klein en groot onderhoud is voor elke kern een raamcontract afgesloten met een aannemer. Het groot onderhoud baseren we op de resultaten van jaarlijkse schouwen die de technische kwaliteit van het groen in beeld brengen.

Het boomonderhoud volgt uit de boomveiligheidscontrole. Bij vervanging van groen zetten we in op het verduurzamen van de groene buitenruimte. Meerdere keren per jaar vindt monitoring van het onderhoudsniveau plaats via schouwen. Hierdoor kunnen we bijsturen wanneer het onderhoud van het afgesproken ambitieniveau afwijkt.

Vanuit Groen zetten we in 2019 extra in op klimaatadaptatie, biodiversiteit en participatie. In het door het Rijk vastgestelde Deltaplan Klimaatadaptatie wordt gemeenten gevraagd passende maatregelen te nemen. Wij onderzoeken in 2019 kansen om dit te integreren in onze onderhoudsprojecten. We gaan versteende ruimte vergroenen en met de publiekscampagne 'Tuin van de Toekomst' stimuleren wij ook particulieren om aan deze opgave bij te dragen. De klimaatopgave heeft raakvlakken met onze doelstellingen op het gebied van biodiversiteit. Door de aanleg van meer groen en daarin specifieke keuzes te maken dragen we als gemeente bij aan een hogere biodiversiteit. Ons groenbeheer is zo vormgegeven dat het de biodiversiteit ten goede komt.

Binnen de gemeente zijn er de afgelopen jaren meerdere zelfbeheer-initiatieven ontstaan waarbij bewoners een stuk gemeentelijk groen geadopteerd hebben. Zelfbeheer geeft bewoners de gelegenheid om de onderhoudskwaliteit van het groen te verhogen, bovenop de kwaliteit die de gemeente kan leveren binnen het budget voor onderhoud. Naast de zelfbeheerprojecten laten we waar mogelijk ook bewoners participeren bij groot onderhoud en herinrichtingen. 

Civiele Kunstwerken (water)

Het beheer en onderhoud van Civiele Kunstwerken voeren we uit volgens het deelbeheerplan Civiele Kunstwerken dat onderdeel uitmaakt van het IBP 2017-2024. Uitgangspunt voor Civiele Kunstwerken is minimaal onderhoudsniveau C, mits de veiligheid in het openbaar gebied niet in het geding komt en er geen kapitaalvernietiging plaatsvindt.

De belangrijkste beheerstrategie is het uitvoeren van onderhoud op basis van planmatige inspecties.  Aan de hand van inspecties en kwaliteitsonderzoeken stellen wij de feitelijk uit te voeren onderhoudsmaatregelen en het onderhoudsprogramma op.

De maatregelen bestaan uit het uitvoeren van klein en groot onderhoud en het vervangen van kunstwerken. Hierbij streven wij naar een integrale aanpak. In het cyclisch onderhoud stemmen wij af met de verschillende beheerdisciplines om zoveel mogelijk in één werkgang de benodigde werkzaamheden uit te voeren in de openbare ruimte. Deze gezamenlijke aanpak zorgt voor minder kosten in de uitvoering en minder overlast voor de omgeving tijdens de uitvoering van werkzaamheden. Onderhoudswerkzaamheden voeren we zoveel mogelijk duurzaam uit. Bij het vervangen van kunstwerken passen we onderhoudsarme en duurzame materialen toe en waar mogelijk vormen we beschoeiingen om naar natuurvriendelijke oevers om de waterkwaliteit te verbeteren.

Wegen

Het beheer en onderhoud van wegen voeren we uit volgens het deelbeheerplan Wegen dat onderdeel uitmaakt van het IBP2017-2024. Uitgangspunt voor wegen is minimaal onderhoudsniveau C, mits de veiligheid in het openbaar gebied niet in het geding komt en er geen kapitaalvernietiging plaatsvindt.

De belangrijkste beheerstrategie is het uitvoeren van onderhoud op basis van tweejaarlijkse inspecties. Aan de hand van inspecties en kwaliteitsonderzoeken stellen wij de feitelijk uit te voeren onderhoudsmaatregelen en het onderhoudsprogramma op.

Bij het opstellen van het onderhoudsprogramma staat het effect op de levensduur van de verharding centraal in onderhoudskeuzes. Hierdoor zorgen we voor het economisch meest voordelige onderhoud. Hierbij streven wij naar een integrale aanpak met de verschillende beheerdisciplines, om zoveel mogelijk in één werkgang de benodigde werkzaamheden uit te kunnen voeren in de openbare ruimte. Deze gezamenlijke aanpak zorgt voor minder kosten in de uitvoering en minder overlast voor de omgeving tijdens de uitvoering van werkzaamheden. De kwalitatieve onderhoudsachterstand, opgelopen in 2017, lopen we in 2018 en 2019 in. Onderhoudswerkzaamheden voeren we zoveel mogelijk duurzaam uit.

Riolering

In tegenstelling tot andere kapitaalgoederen, heeft Riolering geen beeldkwaliteitscriterium waaraan het moet voldoen. Voor Riolering geldt dat we aan de wettelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater moeten voldoen. De invulling hiervan is beschreven in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2015-2020, dat door de gemeenteraad is vastgesteld. Het GRP is het huidige kader voor beheer- en onderhoudsactiviteiten voor het kapitaalgoed Riolering. 

Daarnaast zijn in het GRP enkele thema's benoemd, die we belangrijk vinden en waar we de afgelopen jaren maar zeker ook in de toekomst aandacht aan beste(e)d(d)en. Klimaatadaptatie en aandacht voor duurzaamheid is een gemeentebreed thema waar Riolering actief aan deelneemt. Uiterlijk in 2019 voeren we een klimaatadaptatiestresstest uit, voorbereidende werkzaamheden zijn al gestart. We verkennen welke mogelijke knelpunten zich voordoen in de afvoer van hemelwater als gevolg van de te verwachten klimaatverandering. Bij de voorbereiding van werkzaamheden nemen we maatregelen om eventuele toekomstige problemen - als gevolg van klimaatverandering - op te lossen en zo wateroverlast of droogteproblemen te voorkomen.

Om het beheer en onderhoud optimaal uit te voeren is meten, monitoren en op orde brengen en houden van gegevens noodzakelijk. Afgelopen jaren hebben we stappen gezet en daar gaan we de komende jaren in verder. Een belangrijk onderdeel is het Basisrioleringsplan (BRP), ook informatiedrager voor het GRP. De komende tijd herzien we de huidige BRP's om maatregelen te bepalen.

De komende jaren investeren we extra om de gemalen en drukriolering te optimaliseren. Hiermee streven we naar het terugdringen van het aantal storingen van drukrioleringsgemalen.

In 2017 startten we om de achterstand (achterstallig onderhoud van het rioolsysteem, met name gemalenbeheer) in te lopen. Deze inhaalslag zetten we ook in 2018 voort en in 2019 verwachten we de ambities te behalen conform het GRP.

Gebouwen

De gemeente is juridisch eigenaar van 63 gebouwen. De gebouwenportefeuille bestaat onder andere uit het gemeentehuis, gemeentewerf, afvalbrengstation, sporthallen, maatschappelijke accommodaties, kinderdagopvang, strategische objecten en onderwijsgebouwen. Van deze laatste groep (onderwijsgebouwen) zijn 19 stuks overgedragen aan schoolbesturen voor primair onderwijs. Van 4 onderwijsgebouwen is de gemeente vooralsnog eigenaar. Wij zijn in onderhandeling met drie schoolbesturen over het formeel in gebruik geven of in eigendom overdragen van vier schoolgebouwen met overeenkomsten.

Wij streven naar een hoge mate van efficiency in het Vastgoedbeleid. Uitgangspunt is dat er alleen sprake is van eigendom en/of exploitatie daar waar dat noodzakelijk is voor de uitoefening van een publieke taak. We pakken mogelijkheden om niet essentieel vastgoed van de hand te doen actief op. Voorbeelden van ontwikkelingen binnen het gemeentelijk vastgoed zijn het Spectrum, het Polderhuis en de ontwikkelingen van de Snip. Ook zijn gesprekken over MFR (multifunctionele ruimte) Anthuriumsingel en Pecto’s verder geïntensiveerd.

Het beheer en de exploitatie van een groot aantal gebouwen is door de gemeente bij een externe partij belegd. Vanaf 2018 is dit ondergebracht bij Sportfondsen. Het groot onderhoud voert de gemeente uit, conform het Beheerplan Gebouwen en het bijbehorende Meerjaren-Onderhoudsprogramma (MJOP). De kosten voor het groot onderhoud worden gedekt door de bestemmingsreserve Gebouwen.

Daar waar sprake is van vervanging kijken we of er mogelijkheden zijn om de producten te verduurzamen. In 2019 verfijnen we onze aanpak op basis van de visie duurzaamheid. Er is geen sprake van een structurele onderhoudsachterstand. Een aantal zaken zijn uitgesteld om investeringen af te kunnen stemmen op het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed.

Paragraaf Financiering en treasury

Inleiding

Het doel van deze paragraaf is om de raad te informeren over het treasurybeleid en de beheersing van financiële risico’s. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Treasury houdt zich bezig met risico’s die samenhangen met alle huidige en toekomstige kasstromen. Deze risico’s komen voort uit zowel de financieringsbehoefte, als uit de mutaties van de bestaande portefeuilles zoals (vervroegde) aflossingen, herfinanciering en renteaanpassing.

Bij de grondexploitaties wordt, conform de Notitie Grondexploitaties 2016 van het BBV, een ander rentepercentage gehanteerd met een andere berekeningssystematiek. Deze is opgenomen in de paragraaf Grondbeleid.

Besluit begroting en verantwoording (BBV)

In het BBV is opgenomen dat de paragraaf Financiering en Treasury van de begroting en jaarstukken naast de beleidsvoornemens en het gerealiseerde beleid ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille ook inzicht moet geven in:

- de rentelasten;

- het renteresultaat;

- de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten;

- de financieringsbehoefte.

Treasurybeleid

Primair richt het treasurybeleid zich op het waarborgen van financiële continuïteit door het resultaat en vermogen te beschermen tegen financiële risico’s en de organisatie financierbaar te houden. Deze bescherming vindt plaats door de renterisico’s en risico’s uit financiële posities te onderkennen, waar mogelijk te vermijden en te spreiden. De basis voor ons treasurybeleid is een betrouwbare liquiditeitsprognose, die periodiek wordt geactualiseerd. De gemeente onderscheidt een drietal doelstellingen van de treasuryfunctie:

  1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;
  2. Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s;
  3. Het streven, binnen de kaders van wet- en regelgeving en binnen de bepalingen van het Treasurystatuut, naar een optimale financieringsstructuur en beheersing van de daarmee gemoeide kosten.

Deze doelstellingen leiden tot het zo nauwkeurig mogelijk op elkaar afstemmen van opgenomen en benodigde gelden. Binnen de wettelijke mogelijkheden worden de financieringslasten zoveel mogelijk beperkt in relatie tot het risico dat wij lopen. Gelden worden overigens alleen aangetrokken in euro’s, zodat er geen valutarisico’s ontstaan.

Rentevisie

Onze rentevisie houdt in dat wij een inschatting maken van het rentepercentage dat komende jaren moet worden betaald voor nieuw aan te trekken leningen op de kapitaalmarkt. Het betreft een duiding op hoofdlijnen van de in de toekomst te verwachten rente op de kapitaalmarkt en is daarmee geen instrument dat wordt gebruikt bij het daadwerkelijk aantrekken van leningen. In de Kaderbrief 2019 is besloten om een percentage van 1,0% te hanteren voor 2019 en 1,5% vanaf 2020. Dit zijn de percentages die gehanteerd zijn in de begroting 2019-2022.

Risicobeheer

Bij het risicobeheer staat het risicoprofiel van de gemeente ten aanzien van treasury centraal. De risico’s vallen in de volgende soorten uiteen:

  • Renterisico’s op vaste en vlottende schuld (opgenomen geld);
  • Liquiditeitsrisico’s;
  • Kredietrisico.

Het renterisico treedt op bij het aantrekken van nieuw geld. Wij beperken deze risico’s doordat wij dagelijks de renteontwikkeling monitoren. Met behulp van een in beginsel wekelijks geactualiseerde liquiditeitsprognose wordt de geldbehoefte gevolgd en tijdig afgedekt. Het risico dat op enig moment geen geld beschikbaar zou zijn, is volgens onze geldverstrekkers voor gemeenten verwaarloosbaar.

Renterisico op kortlopende schulden: de kasgeldlimiet

Om een grens te stellen aan korte financiering (rentetypische looptijd tot één jaar) is in de Wet fido de kasgeldlimiet opgenomen. Het renterisico op kortlopende schulden wordt beoordeeld aan de hand van de kasgeldlimiet als percentage van het begrotingstotaal. Het doel van de kasgeldlimiet is het voorkomen dat fluctuaties in korte rente (schulden < 1 jaar) direct een grote impact hebben op de rentelasten in het exploitatiejaar. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn. De behoefte aan vreemd vermogen mag daarom maar voor een gelimiteerd deel met korte leningen worden ingevuld. De kasgeldlimiet voor gemeenten bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. Deze wordt gedefinieerd als alle lasten op de begroting vóór verdeling van de reserves. De berekening van de verwachte kasgeldlimiet treft u in de bijlagen aan en is voor 2019 berekend op ruim € 12,5 miljoen.

Volgens de Wet Fido mogen de korte leningen gemiddeld per kwartaal de kasgeldlimiet niet overschrijden. Bij een gemiddelde overschrijding van drie achtereenvolgende kwartalen, dient een plan van aanpak om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de toezichthouder (de provincie). De gemeente Lansingerland heeft de eerste drie kwartalen van 2018 kasgeldleningen afgesloten en optimaal gebruik gemaakt van de negatieve rente hierop. Naar verwachting zal de gemeente in het najaar van 2018 geen nieuwe kasgeldlening aangaan aangezien onze liquiditeitspositie hiertoe geen noodzaak vertoont. De kasgeldlimiet is in 2018 niet overschreden.

Renterisico op vaste schuld: de renterisiconorm

In het kader van de wet Fido wordt jaarlijks de renterisiconorm vastgesteld. Het doel van de renterisiconorm is spreiding in de leningenportefeuille waardoor mogelijke renterisico’s worden beperkt. Hierin wordt dan specifiek gekeken naar de momenten waarop renteherziening of herfinanciering plaatsvindt. Door deze spreiding wordt voorkomen dat op een bepaald moment veel leningen op hetzelfde moment moeten worden afgelost. Is dan herfinanciering aan de orde, dan kan de dan geldende marktrente grote gevolgen hebben op de begrotingssaldi.

De renterisiconorm wordt bepaald op 20% van de op 1 januari bestaande omvang van het begrotingstotaal. De berekening van de verwachte renterisiconorm treft u in de bijlage aan en bedraagt € 29,5 mln. voor 2019. Lansingerland zal in 2019 de renterisiconorm overschrijden. Dit is een gevolg van keuzes uit het verleden. De gemeente Lansingerland is in 2007 ontstaan uit een fusie van drie gemeenten: Berkel & Rodenrijs, Bergschenhoek en Bleiswijk. Deze gemeenten hebben afzonderlijk in de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw langlopende zogenaamde fixe-leningen afgesloten die in één keer moeten worden terugbetaald. Deze leningen werden aangetrokken om de grondexploitaties en het ontwikkelen van de VINEX-locaties te financieren. Er werd gekozen voor langlopende fixe-leningen met de gedachte dat het moment van terugbetaling van de lening zou samenvallen met het ontvangen van de inkomsten van de ontwikkelde grondexploitaties bij verkoop. Door de crisis van de afgelopen jaren zijn de bouwplannen voor een aantal locaties uitgesteld waardoor de verwachte baten later zullen vallen dan het aflossingsmoment gekoppeld aan de oorspronkelijke financiering. De terugbetaling van deze leningen van de afzonderlijke gemeenten vallen samen in de periode 2017 tot en met 2020 en leiden in 2019 tot een overschrijding van de renterisiconorm. Dit betekent dat er in 2019 meer leningen moeten worden afgelost dan op basis van de norm is toegestaan. Gezien de huidige leningenportefeuille is dit echter onvermijdelijk. De huidige portefeuille kan ook niet eenvoudig en zonder hoge kosten worden aangepast. Er staan overigens geen formele sancties op het overschrijden van de renterisiconorm. Wel moet dit jaarlijks aan de provincie worden gecommuniceerd. Dit is in voorgaande jaren reeds gebeurd en daar hebben wij goedkeuring op ontvangen. Omdat Lansingerland weliswaar veel leningen moet aflossen komende jaren maar slechts een beperkt gedeelte daarvan moet herfinancieren, loopt de gemeente maar een beperkt financieel risico. Wanneer herfinanciering aan de orde is zal bij het afsluiten van nieuwe leningen de renterisiconorm in acht worden genomen. Dit doen we door in beginsel voor nieuwe leningen te kiezen voor lineaire leningen.

Liquiditeitsrisico

Liquiditeitsrisico is het risico dat wij als gemeente over onvoldoende middelen beschikken om aan onze directe verplichtingen te voldoen. In onze liquiditeitsprognose wordt onze geldbehoefte gevolgd en tijdig afgedekt. Deze liquiditeitsprognose wordt regelmatig geactualiseerd. Het risico dat op enig moment geen geld beschikbaar zou zijn, is volgens onze geldverstrekkers voor gemeenten verwaarloosbaar.

Kredietrisico

De gemeente Lansingerland loopt zelf ook risico bij het verstrekken van gelden. Afhankelijk van het type instelling kan een zeker risico worden bepaald. De verstrekte leningen kunnen verdeeld worden in verstrekte leningen en garantstellingen.

Garantieleningen

Wij hebben momenteel nog enkele garantieleningen lopen die in de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw zijn verstrekt aan 3B-wonen. Het betreffen leningen waarbij de kosten één op één worden doorgezet en wij slechts als garantsteller fungeren. Momenteel bedragen deze leningen nog circa € 4 miljoen in totaal. Het zijn annuïtaire leningen en ze nemen de komende jaren af.

Garantstellingen

Aan verenigingen, onderwijsinstellingen en zorginstellingen zijn garantstellingen en waarborgen afgegeven. Deze financieringen zijn door onze gemeente gewaarborgd in het kader van het maatschappelijk belang van door hen gedane investeringen. Daarnaast zijn achtervangover­een­komsten afgesloten met de stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Ten slotte zijn er gemeentegaranties onder de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW).

Het totaalbedrag van deze garantstellingen schommelt enigszins met de jaren. Met 3B-Wonen (via het garantiefonds WSW) hebben wij een achtervangovereenkomst welke momenteel is gemaximeerd tot € 100 miljoen. Het totaalbedrag aan leningen aan sportverenigingen (via het garantiefonds SWS) en zorginstellingen neemt de komende jaren af. Hetzelfde geldt voor gemeentegaranties onder de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW). Deze stichting is in 1995 verzelfstandigd onder de naam Nationale Hypotheek Garantie (NHG). De stichting staat borg voor de verstrekking van bepaalde hypotheken aan particulieren. Sinds 1 januari 2011 is de achtervang van nieuwe hypotheken geheel naar het rijk geschoven, waardoor jaarlijks het totale bedrag aan gewaarborgde geldleningen afneemt met de door particulieren gedane aflossingen. De garantie inzake de hypotheken van personeel betreffen een drietal hypotheekleningen afgesloten bij het Hypotheekfonds voor Overheidspersoneel (HvO), dochteronderneming van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Enkele jaren geleden is hiermee gestopt. Dit betreft derhalve een aflopende post. De garantstellingen aan onderwijsinstellingen zijn de afgelopen jaren toegenomen met de bouw van nieuwe scholen in onze gemeente. De verwachting is dat deze bedragen de komende jaren afnemen.

In 2018 is een garantstelling aan de Bergschenhoekse Voetbal Club Bergschenhoek (BVCB) welke voorheen onder het garantiefonds SWS viel aangepast naar een lening met directe garantstelling vanuit de Gemeente Lansingerland (zie raadsbrief U18.07249). Hierdoor kan de vereniging profiteren van een substantieel lager rentepercentage. Het voorheen resterende garantstellingsbedrag (€ 37.169) wordt opgehoogd met € 25.331 tot een totaal bedrag van € 62.500. Gezien de gezonde financiële situatie van de vereniging is de verwachting dat de vereniging hun betalingsverplichting zonder problemen zal kunnen voldoen. Deze garantstelling zal ook worden toegelicht de Jaarrekening 2018.

Renteschema

In de notitie rente 2017 van de commissie BBV is een renteschema opgenomen. Met dit schema wordt inzicht gegeven in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Het schema voor Lansingerland is als volgt:

 

  Bedragen € x 1.000
Schema rentetoerekening 2019 2019
De externe rentelasten over de korte en lange financiering 5.198
De externe rentebaten 0
Saldo externe rentelasten en rentebaten 5.198
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend -4.280
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend 0
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente -4.280
Saldo door te rekenen externe rente 918
Rente over eigen vermogen 0
Rente over voorzieningen (die gewaardeerd zijn op contante waarde) 0
Totaal rentetoerekening intern 0
De aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente (renteomslag) 918
Boekwaarde vaste activa die integraal zijn gefinancierd per 1 januari 2019

212.481

Berekende omslagrentepercentage 0,43%
Gekozen renteomslagpercentage (mag 0,5% afwijken van berekend) 0,45%
De werkelijk aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag) 956
Renteresultaat op het taakveld treasury 39

 

Rentelasten

De rentelasten voor 2019 bedragen naar verwachting € 5,2 miljoen voor langlopende leningen. In 2019 staan geen kosten voor kortlopende (< 1 jaar) financiering geraamd.

Wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten

In 2019 wordt naar verwachting € 4.280.000 toegerekend aan onze grondexploitaties. De rente die aan investeringen wordt doorberekend was voorheen gebaseerd op onze interne rekenrente. Deze interne rekenrente is met de vernieuwing in het BBV komen te vervallen en vervangen door een renteomslagpercentage (zie de Notitie Rente 2017 van het BBV).

Renteomslagpercentage

De omslagrente wordt berekend door de aan de taakvelden toe te rekenen rente (in Euro’s) te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd. De omslagrente moet vervolgens op consistente en eenduidige wijze worden toegerekend aan de individuele activa. Het is niet toegestaan om per investering of taakveld te differentiëren in het toe te rekenen rentepercentage. Het bij de begroting (voor)gecalculeerde omslagrentepercentage mag binnen een marge van 0,5% worden afgerond.

Het berekende omslagrentepercentage bedraagt voor Lansingerland voor 2019 0,43%. Wij kiezen ervoor om dit percentage af te ronden, maar wel zo dicht mogelijk bij het berekende omslagrentepercentage te blijven. Zodoende rekenen wij met een gekozen renteomslagpercentage van 0,45%. Indien de werkelijke rentelasten in Euro’s die over een jaar aan taakvelden hadden moeten worden doorbelast afwijken van de rentelasten in Euro’s die op basis van de voorgecalculeerde renteomslag aan de taakvelden zijn toegerekend, dan kan de gemeente besluiten tot correctie. Correctie wordt verplicht gesteld indien deze afwijking groter is dan 25%.

Dit gekozen renteomslagpercentage van 0,45% vervangt het renteomslagpercentage van de begroting 2018-2021 en wordt gebruikt voor het doorrekenen van rente aan onze investeringen. Het renteomslagpercentage voor de begroting 2019-2022 is lager dan voor de begroting 2018-2021, omdat de liquiditeitsprognose is geactualiseerd. Naar aanleiding van deze actualisatie verwachten wij in 2019 € 12 miljoen minder uitgaven voor de grondexploitaties bij gelijkblijvende inkomsten. Hierdoor daalt onze behoefte aan financiering. Ook hebben we in 2018 een lang lopende lening van € 20 miljoen afgesloten. Hierdoor daalt de benodigde herfinanciering voor de komende jaren.

Bij projectfinanciering wordt een lening specifiek aangetrokken voor een project. Lansingerland heeft geen projectfinanciering, wij hanteren een integrale financiering waarbij de gehele gemeentelijke financieringsbehoefte is betrokken.

Alhoewel in het BBV de mogelijkheid vooralsnog blijft bestaan om een rentevergoeding (of een vergoeding voor de inflatie) over het eigen vermogen en de voorzieningen te berekenen en deze door te belasten aan de taakvelden, adviseert de Commissie BBV vanwege het verlangde inzicht, de eenvoud en transparantie deze systematiek niet (meer) toe te passen. In Lansingerland passen wij deze zogeheten bespaarde rente sinds 2016 niet meer toe.

De gehanteerde boekwaarde is de geprognosticeerde boekwaarde per 1-1-2019. Deze bedraagt € 212,5 miljoen.

Renteresultaat

Het verwachte renteresultaat op het taakveld Treasury bedraagt € 39.000. Dit is het verschil tussen de rente die wij werkelijk aan taakvelden toerekenen (€ 956.000) en het saldo van de externe rentebaten en rentelasten (€ 918.000). Dit verwachte verschil komt doordat wij een percentage van 0,45% hanteren in plaats van het berekende omslagrentepercentage (0,43%).

Financieringsbehoefte

De gemeente voert activiteiten uit die meerjarig worden gefinancierd. Dit zijn de investeringen van de gemeente, zoals die blijken uit de staat van activa en de investeringen die zijn en worden gedaan in de grondexploitatie. Bij deze laatste worden eerst de kosten (zoals aankoop, bouw- en woonrijp maken) gemaakt, en later worden deze in beginsel terugverdiend door grondverkopen. Afhankelijk van de looptijd van een grondexploitatie liggen de gelden over een lange periode vast en is financiering nodig. Ter financiering worden leningen aangetrokken.

Leningenportefeuille

In 2018 is een nieuwe langlopende lening afgesloten voor € 20 miljoen voor 5 jaar tegen een licht negatief rentepercentage. Per 1 januari 2019 bedraagt de huidige leningenportefeuille voor Lansingerland € 221 miljoen, waarvoor een gemiddeld gewogen aan de banken te betalen rentepercentage geldt van 2,28%. Gebaseerd op de afgesloten leningsovereenkomsten dienen komende jaren de volgende aflossingen (rente en aflossing van bestaande leningen) plaats te vinden (exclusief bedragen voor herfinanciering):

2019     € 44,9 miljoen

2020     € 31,0 miljoen

2021     € 19,5 miljoen

2022     € 19,3 miljoen

In totaal betreft de aflossing over de jaren 2019-2022 € 114,7 miljoen (exclusief bedragen voor herfinanciering).

Financieringsbehoefte

Op basis van de laatst berekende liquiditeitsprognose is de verwachte financieringsbehoefte (opgebouwd uit aflossingen, investeringen, grondexploitaties en kasstromen) voor de komende jaren:

 

      Bedragen x € 1,-
Jaar Bedrag herfinanciering Rentepercentage Rentekosten nieuwe leningen
2019 0 1,00% 0
2020 15.000.000 1,50% 225.000
2021 7.000.000 1,50% 105.000
2022 12.000.000 1,50% 180.000

 

Voor deze leningen hanteren wij vanaf 2020 het fictieve rentepercentage van 1,5% uit de Kaderbrief 2019 om de rentekosten voor herfinanciering te berekenen.

Verwachte leningenportefeuille 2018-2021

Gebaseerd op de laatst berekende liquiditeitsprognose is de verwachte leningenportefeuille voor de gemeente Lansingerland:

 

  Bedragen x € 1,-
Jaar Totaal verwachte leningportefeuille 31/12
2019 180.000.000
2020 168.000.000
2021 159.000.000
2022 155.000.000

 

Deze verwachte leningenportefeuille is gebaseerd op onze huidige te verwachten activiteiten, zoals opgenomen in de meerjarenbegroting. Eventuele toekomstige kasstromen waarover de raad nog moet besluiten, bijvoorbeeld de verkoop van extra gronden of aandelen, zijn niet meegenomen.

Schuldquote

Om de financiële gezondheid van de gemeente te meten, is de netto schuldquote een belangrijke indicator. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Op dit moment bevindt de netto schuldquote zich nog niet binnen acceptabele grenzen (90% -130%). Middels motie 2017-51 heeft de Raad aangegeven het belangrijk te vinden dat de schulden zich binnen afzienbare tijd weer “normaal” verhouden ten opzichte van de baten. Conform deze motie is de toezegging gedaan om twee keer per jaar een bijgewerkte prognose van de netto schuldquote te presenteren middels een separate terugkoppeling aan de Raad in mei en ten tijde van de begroting.

Netto schuldquote

De voormalige 3-B gemeenten hebben leningen aangetrokken om de grondexploitaties en het ontwikkelen van de VINEX-locaties te financieren. Bij het afsluiten van deze leningen werd rekening gehouden met het moment van terugbetaling van de lening, deze zou samenvallen met het ontvangen van de inkomsten van de ontwikkelde grondexploitaties bij verkoop. Door de crisis van de afgelopen jaren zijn de bouwplannen voor een aantal locaties uitgesteld waardoor de verwachte baten later vallen dan het aflossingsmoment gekoppeld aan de oorspronkelijke financiering.

Toekomstige baten vanuit de grondexploitaties komen ten goede aan het verlagen van onze leningenportefeuille. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Volgens de Begroting 2019-2022 betreft de netto schuldquote in 2019 156% en loopt deze af naar 121% in 2022. Hierdoor valt onze gemeente momenteel in de meest risicovolle categorie C. Een percentage tussen 90-130% is neutraal (Categorie B). Hier vallen wij naar verwachting vanaf 2022 in.

De netto schuldquote wordt berekend door de schuldenlast uit te drukken als percentage van de jaarlijkse baten van de gemeente.

Aanpak schuldreductie

Om onze schuldenlast te stabiliseren en deze te verminderen waar dat kan, wordt middels het meerjareninvesteringsplan jaarlijks getoetst op nut en noodzaak van investeringen en sturen wij actief op de verkoop van grond en vastgoed. Ook gebruiken wij begrotingsoverschotten om de schuld in de hand te houden. Door deze aanpak/dit beleid krijgt de gemeente jaarlijks (veel) meer geld binnen dan we uitgeven. Daarmee daalt onze liquiditeitsbehoefte en wordt de schuldenpositie afgebouwd (lopende leningen hoeven niet of slechts gedeeltelijk geherfinancierd te worden). Deze aanpak heeft er voor gezorgd dat onze schuld de afgelopen jaren is gedaald en naar verwachting de komende jaren zal blijven dalen.

De geprognosticeerde netto schuldquote voor de komende 10 jaar is als volgt:

                      Bedragen x € 1.000
  Begr 2019 Begr 2020 Begr 2021 Begr 2022 Begr 2023 Begr 2024 Begr 2025 Begr 2026 Begr 2027 Begr 2028 Begr 2029
A Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) 183.688 186.343 165.575 164.180 139.585 117.990 96.399 80.804 65.213 51.284 38.526
B Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) 9.500 9.500 9.500 9.500 9.500 9.500 9.500 9.500 9.500 9.500 9.500
C Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) 54.006 18.028 19.512 19.003 30.515 28.213 28.213 28.213 28.213 28.213 28.213
D Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) 376 376 376 376 376 376 376 376 376 376 376
E Uitzetting < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) 12.000 12.000 12.000 12.000 12.000 12.000 12.000 12.000 12.000 12.000 12.000
F Liquide middelen (cf. art. 40 BBV) 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
G Overlopende activa (cf. art. 49 BBV) 3.000 3.000 3.000 22.289 7.872 7.872 7.872 7.872 7.872 7.872 7.872
H Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) 148.262 140.398 133.608 130.114 130.114 130.114 130.114 130.114 130.114 130.114 130.114
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% 156% 141% 134% 121% 122% 104% 88% 76% 64% 53% 43%

 

Aannames

Naar mate de tijd verstrijkt worden de geprognosticeerde bedragen minder betrouwbaar en wordt meer gerekend op basis van aannames. Zo zijn de posten B, D, E, F en G gebaseerd op vaste aannames voor de komende jaren. De post C (overlopende passiva) is opgebouwd uit de meerjarenbegroting en vertoont enige schommelingen de komende jaren. De belangrijkste posten voor het berekenen van de netto schuldquote zijn echter de vaste schulden (post A) en de totale baten (post H). De vaste schulden zijn gebaseerd op onze huidige leningenportefeuille en onze liquiditeitsprognose. De totale baten van onze begroting worden met name beïnvloed door de meerjarenprognose voor de grondexploitaties.

De rentelasten van de geprognosticeerde herfinancieringsbedragen zijn berekend aan de hand van de afgesproken rentepercentages uit de Kaderbrief 2019, namelijk 1% voor 2019 en 1,5% voor de daaropvolgende jaren. Om de jaarlijkse aflossingsbedragen te berekenen is uitgegaan van lineaire leningen met een looptijd van 10 jaar. Dit leidt ertoe dat wij omstreeks 2024 een netto schuldquote onder de 100% bereiken. Ook zien wij dat vanaf 2022 onze netto schuldquote in de categorie Neutraal valt.

Deze berekening is gebaseerd op enkele aannames, zoals hierboven toegelicht. Uiteraard geldt dat hoe verder vooruit geprognosticeerd wordt, de onzekerheid in de weergegeven getallen toeneemt. Ook houdt deze berekening geen rekening met eventuele nog niet voorziene ontwikkelingen in de grondexploitaties of ons aandelenpakket van Eneco.

Paragraaf Bedrijfsvoering

Inleiding

De paragraaf bedrijfsvoering geeft inzicht in de beleidsvoornemens op het gebied van de bedrijfsvoering.  Achtereenvolgens komen aan de orde Organisatie en Personeel, Informatievoorziening en ICT, Communicatie, Burgerparticipatie, Huisvesting, facilitair en DIV, Inkoop en Aanbestedingen, Informatieveiligheid en Privacy, Juridische zaken en Planning en Control, Audit en AO/IC.

Informatievoorziening en ICT

Informatievoorziening en ICT
Informatievoorziening en ICT ondersteunen de gemeentelijke organisatie en het gemeentebestuur in de uitvoering van haar (wettelijke) taken. Informatievoorziening en ICT zijn hierin geen doel op zich, maar wel een absolute randvoorwaarde.
De kwaliteit, veiligheid, continuïteit en beschikbaarheid van de  IT-Infrastructuur en informatievoorziening zijn van groot belang voor onze (digitale) dienstverlening aan inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen. 
Daarom investeren wij continue in de doorontwikkeling van informatievoorziening en ICT en het up-to-date houden en (op tijd) vernieuwen van onze systemen.

IT-Infrastructuur
In 2018 zijn wij gestart met de voorbereidingen voor het vervangen van een aantal belangrijke systemen zoals de Firewall. Deze vervangingstrajecten lopen door tot eind 2019. Op dat moment is (in samenhang met TOP werken) bijna de complete IT-Infrastructuur vernieuwd en gemoderniseerd. Die vernieuwing zorgt ervoor dat wij flexibeler, veiliger en efficiënter onze diensten kunnen verlenen aan onze inwoners.

TOP werken
In 2018 is het project TOP werken (Tijd- en Plaats Onafhankelijk werken) gestart. Dit project is in de uitvoering enigszins vertraagd doordat de huidige IT-architectuur (nog) complexer was dan verwacht. Eind 2018 zijn de technische aanpassingen gerealiseerd om deze in Q1 te kunnen testen. In de eerste helft van 2019 wordt de nieuwe werkplekapparatuur aangeschaft en in de organisatie uitgerold. Daarmee is TOP werken een feit.

Zaakgericht werken
2019 is het laatste implementatiejaar van het meerjarige project zaakgericht werken. Voor 2019 staan de laatste processen op de planning en het uitfaseren van het huidige DMS.

Herinrichten adiovisuele middelen raadszaal

De mogelijkheden voor het ondersteunen van de raad met vernieuwde audiovisuele middelen en technieken zijn talrijk. Na referentiebezoeken hebben we een goed beeld van de mogelijkheden. Samen met de raad worden keuzes gemaakt voor de herinrichting van die middelen. Omdat we ervaren hebben dat dit punt een uitdaging vormt gegeven de kenmerken van ons pand willen we op dit project expertise inhuren. Dit kost naar verwachting € 25.000 aan middelen, we dekken dit binnen de beschikbare budgetten.

Informatieveiligheid
Zoals bij informatiebeveiliging en privacy genoemd, werken wij voortdurend aan de implementatie en borging van technische en organisatorische maatregelen in het kader van informatiebeveiliging. Het Rekenkameronderzoek in 2018 bracht het inzicht dat op technisch gebied (ICT) zaken behoorlijk op orde zijn (bijvoorbeeld de beveiliging van systemen). Twee verbeterpunten implementeren wij in 2019 (de hardening en de logging van systemen).

Informatiemanagement en gegevensbeheer
De ontwikkelingen in digitalisering gaan hard en dat heeft een sterke relatie met de dienstverlening aan inwoners en bedrijven. Het gaat hierbij onder meer om het slim (her)gebruiken of combineren van gegevens en informatie in de processen van de gemeente en in de keten. De komst van de nieuwe omgevingswet is hiervan een goed voorbeeld. Dit vereist het onderzoeken van nieuwe mogelijkheden om het (integraal) gebruik van informatie door alle belanghebbenden mogelijk te maken. In het najaar van 2018 starten wij met het in kaart brengen wat er nodig is in Lansingerland als het gaat om informatiemanagement en gegevensbeheer met als doel in 2019 een plan van aanpak te kunnen presenteren.

Planning & control

Om een organisatie goed op koers te houden is een goed werkend systeem van planning & control een randvoorwaarde. Hieruit vloeit immers informatie voort die nodig is om te kunnen sturen.

Dit doen we in 2019 en verder:

  1. Vanaf kalenderjaar 2018 werken wij volgens de uitgangspunten van de nota ‘Planning & control’, welke eind 2017 door de raad is vastgesteld. Ook in 2019 werken wij conform deze nota.
  2. De begroting 2018-2021 is het eerste document dat digitaal is gepubliceerd via Pepperflow. Vanaf 2019 publiceren wij al onze P&C documenten in Pepperflow. Dit maakt de stukken beter toegankelijk. De begroting 2019-2022 is het eerste P&C document dat wij intern via een workflow in Pepperflow opstellen.
  3. In 2019 blijven we ambtelijk strak sturen om de voorspelbaarheid en betrouwbaarheid van de (financiële) resultaten te verbeteren. In aanloop naar de Begroting 2019-2022 is al een flinke stap gezet om eventuele ruimte uit de begroting te halen. Naast de reguliere P&C-documenten continueren we in 2019 de periodieke budgetreviews en ‘in control’-gesprekken met de teammanagers/domeindirecteuren. Ook toetsen we de financiële consequenties van ieder raadsvoorstel.
  4. We voeren actief liquiditeitsbeheer, waarbij onze huidige schuldpositie continue aandacht krijgt en wij ons inzetten om de schuldquote te verlagen.

Audit en AO/IC

Een deugdelijke ‘administratieve organisatie en interne controle’ is een belangrijke randvoorwaarde om betrouwbare cijfers te rapporteren en rechtmatig te handelen. Door middel van audits stellen we periodiek vast of interne procedures en afspraken zijn nageleefd en te rapporteren cijfers betrouwbaar zijn. Het gaat daarbij niet alleen om financiële cijfers, maar ook niet-financiële cijfers, zoals indicatoren en kengetallen. Door middel van onderzoeken en benchmarking vergelijken we onze gemeente met andere gemeenten en formuleren we waar nodig acties en voeren deze uit.

Dit doen we in 2019 en verder:

  1. We stellen, evenals voorgaande jaren, een breed intern audit plan op en voeren deze audits uit. In dit plan zijn alle (interne) audits opgenomen en richten zich naast financiële onderwerpen en rechtmatigheid ook op ICT-beveiliging en het voldoen aan privacy voorschriften.
  2. We houden procesbeschrijvingen actueel. Bij de implementatie van nieuwe wetgeving (bijvoorbeeld de Omgevingswet) worden ook direct nieuwe procesbeschrijvingen gemaakt en vastgesteld door het management.
  3. We voeren een doelmatigheidsonderzoek ex artikel 213a van de Gemeentewet uit en verstrekken een afschrift van de onderzoeksresultaten en de actiepunten naar aanleiding van het onderzoek aan de gemeenteraad.

Organisatie en personeel

De gemeentelijke organisatie is sinds medio 2017 in ontwikkeling om een toekomstbestendige organisatie te zijn en te blijven. Het college heeft op advies van de interim gemeenstesecretaris een nieuwe hoofdstructuur vastgesteld. Het ontwerpen van een structuur is een begin. Door middel van de toegekende middelen voor de jaren 2019, 2020 en 2021 (€ 200.000 per jaar) zijn er financiële middelen beschikbaar om deze ontwikkeling te ondersteunen.

Een toekomstbestendige organisatie ontwikkelt zich doorlopend en na implementatie van de nieuwe structuur per 1 januari 2019 zal de organisatie zich nog verder moeten ontwikkelen. Daarbij is onze missie leidend:

Dienstbaarheid aan samenleving en bestuur

Optimale advisering aan het bestuur

Prima dienstverlening aan inwoners, bedrijven en instellingen

Beleid en plannen: samen met de omgeving

In het coalitieakkoord wordt veel aandacht geschonken aan de vereiste cultuuraanpassing en bijbehorende houding en gedrag. In het collegeprogramma werken we dit onderwerp uit in een plan voor de komende 4 jaar. Deze ontwikkeling vereist naast een cultuuraanpassing van houding en gedrag ook daarbij passende investeringen in ondersteunende faciliteiten als ICT, aantrekkelijk werkgeverschap, ruimte voor (talent) ontwikkeling.

Het ziekteverzuim is in het afgelopen jaar gestegen en ligt boven het landelijk gemiddelde (in 2017 was het ziekteverzuim 6,3%). We intensiveren daarom op de begeleiding van managers en medewerkers bij complexe ziektegevallen, maar ook bij kortdurend (frequent) verzuim en vroegtijdige signalering en preventie van overbelasting. Bovendien is en blijft vitaliteit en inzetbaarheid van medewerkers een belangrijk onderwerp van gesprek in de functionering- en beoordelingssystematiek.

Lansingerland is een middelgrote gemeente die als gevolg van ligging en potentie een bovengemiddelde ambitie en ontwikkelmogelijkheden kent. Met een sterk aantrekkende arbeidsmarkt in een sterk concurrerende omgeving moeten we alle zeilen bijzetten om ‘aantrekkelijk’ te zijn en blijven als werkgever. Ervaren, maar ook jonge professionals vertrekken en laten vacatures achter die de organisatie kwetsbaar maken. Dit maakt het noodzakelijk om te intensiveren op werving en selectie.

Per 1 januari 2020 gaan de medewerkers over naar de nieuwe rechtpositie zoals vastgelegd in de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA). Inmiddels is duidelijk welke wijzigingen hiervoor moeten worden doorgevoerd in aanstellingen, besluiten en beleid. Al met al is het een behoorlijke operatie die anderhalf jaar duurt, start in 2018 en zijn climax kent in het tweede half jaar van 2019. Dit is een project dat de normale inzet voor personeel en organisatie overstijgt en dat incidenteel projectbudget vraagt ter hoogte van € 70.000 voor ondersteuning in de beleidsmatige en uitvoerende taken als gevolg van die Wet normalisering.

Communicatie

Een succesvolle realisatie van de ambities van het college vraagt intensivering van communicatie. Om de externe positie van Lansingerland te verstevigen, de inwoners centraal te stellen, de organisatie door te ontwikkelen en pro-actiever te communiceren is een stevige impuls noodzaak.

Onze communicatie is persoonlijk, betrokken en dichtbij. Wij zoeken de inwoners op en gaan met ze in gesprek. Dat doen we niet alleen in Lansingerland, maar ook daarbuiten. Wij zetten Lansingerland op de kaart in de regio door aanwezig en zichtbaar te zijn in de samenwerkingsverbanden die er toe doen.

Wij ondersteunen culturele activiteiten zoals de ladiesride en Lansingerland festival met pro-actieve communicatie en benutten zoveel mogelijk kansen om Lansingerland te profileren en naamsbekendheid te vergroten. Wij maken bij onze communicatie optimaal gebruik van social media en andere moderne communicatiemiddelen die passen bij de doelgroep. Een goede dienstverlening vraagt uitstekende en begrijpelijke communicatie. We gaan hier extra op inzetten.

Inkoop en aanbestedingen

Op het gebied van inkoop hebben we als hoofddoelstellingen: blijven voldoen aan de rechtmatigheidseisen, inkopen tegen de meest optimale (integrale) prijs-kwaliteit verhouding en het optimaal functioneren van de inkoopfunctie in de organisatie. In 2019 evalueren we het inkoop- en aanbestedingsbeleid en passen deze waar nodig/gewenst aan. Het gehele inkoopproces implementeren we in het zaaksysteem zodat via dit systeem verplicht alle stappen/te maken keuzes worden doorlopen. De professionaliseringsslag die we in de afgelopen jaren hebben gemaakt zetten we voort op basis van de PDCA-cyclus. Dit betreft onderwerpen als maatschappelijk verantwoord inkopen, social return, lokale economie, contractbeheer- en management, inkooptools en sjablonen en samenwerkingskansen.

Huisvesting, facilitaire zaken en DIV

Doel van de facilitaire ondersteuning is dat de organisatie en het bestuur maximaal tijd kunnen besteden aan hun eigenlijke activiteiten. Dit doen we door het beschikbaar stellen, hebben en houden van faciliteiten op het gebied van huisvesting en informatievoorziening en daaraan gerelateerde producten en diensten. Naast het gebruik van het gemeentehuis door de eigen organisatie geven we uitvoering aan het Vastgoedbeleid voor incidentele evenementen/activiteiten in de openbare ruimten. Tevens zijn we eerste contactpersoon voor de huurders in het pand. Gezien de toename in het aantal huurders en de complexiteit daarvan, doen we onderzoek naar de best passende mogelijkheid buiten het in eigen beheer uitvoeren van deze taak.

We passen de huisvesting en faciliteiten aan op het nieuwe TOP-werken. Met betrekking tot de fysieke toegankelijkheid dragen we zorg voor de optimale invulling op enerzijds (informatie)beveiliging en anderzijds gastvrijheid.

Met professioneel digitaal archief- en informatiebeheer ondersteunen we de organisatie bij het transparant handelen en het kunnen afleggen van verantwoording over dit handelen. Daarnaast stellen we een blijvende bewaring veilig van informatie met (cultuur-)historische waarde. De implementatie van een zaaksysteem brengt tevens een nieuwe documentmanagementsysteem. Deze laatste richten we in en we ondersteunen bij het opstellen van de processen om de digitale dienstverlening te verbeteren.

Burgerparticipatie

Burgerparticipatie is niet meer weg te denken. We betrekken inwoners proactief, in een zo vroeg mogelijk stadium, bij beleid en uitvoering. Het gaat om meepraten, meedenken, meedoen en/of meebeslissen. We moedigen inwoners aan om zelf met initiatieven te komen en eigen verantwoordelijkheid te nemen. In 2018 wordt de pilot de Dag van het Lansingerlands geëvalueerd en besluit de raad over de voortzetting. Ook op andere terreinen spelen we actief in op ideeën en denkkracht in onze gemeente. Per onderwerp bekijken we hoe burgerparticipatie wordt toegepast.

Dit doen we in 2019 en verder:

1.    We organiseren samen met de raad de Dag van het Lansingerlands Initiatief

2.    We zijn het interne en centrale meldpunt voor burgerparticipatie en –initiatieven.

3.    We ondersteunen, stimuleren en adviseren afdelingen bij burgerparticipatie en –initiatieven.

4.    We coördineren en ondersteunen bij het Burgerpanel. Wij dragen zorg voor ten minste vijf burgerpanelonderzoeken op jaarbasis.

5.    We geven de basistraining burgerparticipatie aan alle nieuwe medewerkers.

6.    We dragen actief uit dat de gemeente Lansingerland burgerparticipatie hoog in het vaandel heeft.

Zie ook programma 1 voor een verdere toelichting.

Informatiebeveiliging en privacy

De inwerkingtreding van de AVG, het rekenkameronderzoek, de diverse audits op informatiebeveiliging en onze ervaringen maken continu duidelijk dat informatiebeveiliging en privacy aandacht vragen. Voor beide onderdelen hebben we een jaarplan opgesteld, dat ook in 2019 zijn uitvoering vindt.

Voor informatiebeveiliging ligt de focus allereerst op beleidsmatige taken, waaronder het actualiseren van het beleid. Hierin verwerken we de omslag van de BIG-maatregelen (Baseline Informatiebeveiliging Gemeenten) naar de BIO-maatregelen (Baseline Informatiebeveiliging Overheid). Voor de beleidsmatige keuzes werken we risicogebaseerd; hiervoor implementeren we een tooling ‘governance, riskmanagement & compliance’. Ten tweede zijn ICT aanpassingen noodzakelijk om kwetsbaarheden op te lossen; op basis van hardening en logging worden systemen en informatie sterker beveiligd en continu geanalyseerd. Voor deze drie onderdelen is een investering nodig van € 65.000,-.  Daarnaast is het van belang om de beveiliging te toetsen om vervolgens weer te kunnen verbeteren. Dit organiseren we door onder meer penetratietesten en audits. Tenslotte valt of staat het succes van informatiebeveiliging met mensen. Om deze reden is een bewustwording ook in 2019 een speerpunt.

Deze bewustwording wordt in samenhang met privacy opgepakt gezien het feit dat houding en gedrag van mensen bepalend is. Daarnaast richten we ons in 2019 op de verdere uitvoering van Privacy Impact Assesments (PIA’s) op de gemeentelijk processen. Ook dit doen we risicogebaseerd; het sociaal domein en veiligheid hebben prioriteit. Het opstellen van de PIA’s leidt vervolgens tot organisatorische en technische maatregelen die we treffen om persoonsgegevens voldoende te beschermen. In 2019 hebben we als doel om 10 PIA’s af te ronden waardoor we de meest risicovolle processen kritisch aanpakken.
Na het opstellen van de verwerkersovereenkomsten voor het sociaal domein (2018) gaan we hier mee door voor de overige domeinen. Focus zal hierbij liggen op ICT-overeenkomsten, overeenkomsten rondom personeelszaken en overeenkomsten rondom burgerzaken. Daarnaast dragen we zorg voor het up-to-date brengen en houden van het verwerkingsregister (op basis van de PIA’s), als ook het beleggen van de verantwoordelijkheden in dit kader. Tot slot merken we dat privacy bijna overal een rol gaat spelen, dit vraagt om toenemende en professionele advisering aan de organisatie. Gezien de nieuwe materie vraagt dit dat we in 2019 een beroep kunnen doen op externe specialistische kennis. Hiervoor is een budget nodig van € 25.000,- incidenteel.

Informatiebeveiliging heeft een flinke impact op de werkzaamheden van ICT. Om continu up-to-date te zijn, nieuwe systemen/software te kunnen implementeren en vervolgens ook te beheren, inclusief het doen van verbetervoorstellen is extra formatie nodig in de vorm van een ICT medewerker/adviseur, 0,5 fte schaal 10 (€ 38.500,-). Daarnaast zien we dat de controle werkzaamheden en het administratieproces dat volgt uit de verplichte BIG (straks BIO) maatregelen toenemen. Hiervoor is het noodzakelijk dat de CISO (Chief Information Security Officer) wordt ondersteund. Dit betreft een adviseursfunctie Informatiebeveiliging, 0,5 fte schaal 9 (€ 33.500,-), die onder andere zorg kan dragen voor het vastleggen van de controleresultaten, aanpassingen in procedures en protocollen en de administratieve afhandeling van risicoanalyses en datalekken.

Juridische zaken

Onder het programma Dienstverlening zijn we reeds ingegaan op het afhandelen van bezwaren, klachten en Wob verzoeken. Binnen het team Juridische zaken ondersteunen we daarnaast de organisatie en het bestuur met juridisch advies. In 2019 leggen we focus op kwaliteitszorg en –borging en onderzoeken we hoe we in de organisatie de aanwezige juridische specialistische kennis optimaal kunnen ontsluiten.
Na het bezwarenproces, implementeren we ook de overige juridische processen in het zaaksysteem (klachten, aansprakelijkstellingen, Wob-verzoeken en rechten vanuit de AVG).

Paragraaf Verbonden partijen

Inleiding

Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Van een financieel belang is sprake indien de gemeente risico loopt met aan deze partijen beschikbaar gestelde middelen of als de gemeente aangesproken kan worden als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Van bestuurlijk belang is sprake als de gemeente zeggenschap heeft, vanwege vertegenwoordiging in het bestuur of vanwege het hebben van stemrecht. Als gemeente kunnen wij door toenemende uitbreiding en complexiteit niet al onze taken meer zelfstandig uitvoeren. Samenwerking met andere partners, waaronder andere overheden, kan dan een oplossing bieden. Iedere afzonderlijke situatie vraagt om een specifieke afweging en een politieke keuze.

Ontwikkelingen in 2018 en 2019

De ‘Nota verbonden partijen 2016 – 2020’ (corsanummer T16.02321) geeft een beeld van onze visie op en beleidsvoornemens voor verbonden partijen.  De nota is aangevuld met een addendum (T17.01105) op het uitvoeringsdocument met de omschrijving van de rollen van de burgemeester, wethouders, en de afgevaardigde raadsleden. De nota geeft inzicht in het (wettelijk) kader en geeft het afwegingskader een handvat voor het toe- en uittreden bij verbonden partijen. De nota gaat ook in op de vertegenwoordiging in verbonden partijen. Daarnaast besteedt de nota aandacht aan de spelregels voor governance en het uitvoeren van risicomanagement met de bestaande (wettelijke) instrumenten van informatievoorziening en aanvullende mogelijkheden om bij te dragen aan de kaderstellende, toezichthoudende en controlerende rol van de raad. Elk jaar bespreekt de raad in een speciale raadsvergadering de factsheets van verbonden partijen tegelijkertijd met de zienswijzen op de begrotingen van verbonden partijen. De factsheets zijn voorzien van een bestuurlijke en financiële risicoanalyse. 

Overzicht

In onderstaand overzicht staat de meest essentiële financiële informatie van de verbonden partijen. In de latere tabellen staat per verbonden partij de informatie die op grond van artikel 15 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplicht is inclusief bij welk programma uit de begroting het hoort en op welke wijze de verbonden partij bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling van het programma. Daarnaast schrijft artikel 15 BBV voor dat de lijst van verbonden partijen, wordt onderverdeeld in:

1. gemeenschappelijke regelingen;

2. vennootschappen en coöperaties;

3. stichtingen en verenigingen;

4. overige verbonden partijen.

De uitgebreidere informatie per verbonden partij is in de zogenaamde factsheets  opgenomen. Deze zijn 14  juni 2018 door de raad vastgesteld (T18.05425). Op de website van Lansingerland staat, conform artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr), het register Verbonden Partijen.

 

        Bedragen x € 1,-
Gemeenschappelijke regelingen Programma Bijdrage 2017 Begroot 2018 Begroot 2019
Bedrijvenschap Hoefweg 6. Lansingerland Ontwikkelt Niet van toepassing. Niet van toepassing. Niet van toepassing.
Bleizo 6. Lansingerland Ontwikkelt Niet van toepassing. Niet van toepassing. Niet van toepassing.
DCMR Milieudienst Rijnmond 6. Lansingerland Ontwikkelt

1.209.552

(incl. EED-gelden)

1.205.181 1.231.744
Jeugdhulp Rijnmond 4. Maatschappelijke ondersteuning 5.781.798 5.467.014 6.220.917
MRDH (Metropoolregio Rotterdam-Den Haag) 8. Algemene dekkingsmiddelen 147.002 150.846 157.829
Openbare Gezondheidszorg Rotterdam-Rijnmond 4. Maatschappelijke ondersteuning Niet van toepassing. 398.250 434.540
Recreatieschap Rottemeren 6. Lansingerland Ontwikkelt 187.582 187.807 191.497
Schadevergoedings-schap HSL-Zuid 6. Lansingerland Ontwikkelt Niet van toepassing. Niet van toepassing. Niet van toepassing.
SVHW (Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffingen en Waardebepaling) 8. Algemene dekkingsmiddelen 553.000 510.000 499.000
Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond 1. Bestuur en dienstverlening

2.923.595, waarvan:

2.895.595 basiszorg

28.000 individuele taken en bijdragen

3.181.728, waarvan:

3.153.728 basiszorg

28.000 individuele taken en bijdragen

3.248.873, waarvan:

3.233.873 basiszorg

28.000 individuele taken en bijdragen

         
Vennootschappen en coöperaties Programma Bijdrage 2017 Begroot 2018 Begroot 2019
Dunea (vh Duinwater-bedrijf Zuid-Holland) 8. Algemene dekkingsmiddelen Niet van toepassing. Niet van toepassing. Niet van toepassing.
Eneco Groep N.V. 8. Algemene dekkingsmiddelen Niet van toepassing. Niet van toepassing. Niet van toepassing.
Stedin Holding N.V. 8. Algemene dekkingsmiddelen Niet van toepassing. Niet van toepassing. Niet van toepassing.
         
Stichtingen en verenigingen Programma Bijdrage 2017 Begroot 2018 Begroot 2019
Parkmanagement Bedrijvenpark Oudeland (PMBO) 6. Lansingerland Ontwikkelt

56.737

21.689 incidenteel

57.000 57.000
         
Overige verbonden partijen Programma Bijdrage 2017 Begroot 2018 Begroot 2019
BNG (Bank Nederlandse Gemeenten) 8. Algemene dekkingsmiddelen Niet van toepassing. Niet van toepassing. Niet van toepassing.

Bedrijvenschap Hoefweg

Naam verbonden partij Bedrijvenschap Hoefweg
Vestigingsplaats Bleiswijk
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? )

Ontwikkeling van het bedrijventerrein Hoefweg (Hoefweg Noord) voor vestigingsmogelijkheden voor bedrijven. Met de ontwikkeling van dit gebied wil de gemeente een gunstig economisch klimaat en daarmee indirect een interessant werk – en woongebied creëren voor de inwoners.

Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Geen structurele bijdrage aan of van het Bedrijvenschap. Art. 24 en 25 van de GR: de gemeente levert een financiële bijdrage aan het startkapitaal, de gemeenten zorgen voor voldoende middelen zodat de GR aan verplichtingen aan derden kan voldoen. De inbreng en risicoverdeling is op 50%- 50% voor elke gemeente vastgesteld. De GR neemt voor 30% deel aan de CV Prisma en voor 31% in de BV Prisma.

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Per 1-1-2017: € 0

Per 31-12-2017: € 3,5 mln.

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Per 1-1-2017: € 11,1mln.

Per 31-12-2017:  € 53,3 mln.

Financieel resultaat 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

€ 3,4 mln.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2018 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Geen. De gronduitgifte zal naar verwachting conform de planning in de grondexploitatie zijn.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend?

De gemeenten Lansingerland en Zoetermeer nemen beiden voor 50% deel in deze gemeenschappelijke regeling. De grondexploitatie van Bedrijvenschap Hoefweg per 1-1-2018 is positief: € 10,9 mln. Netto Contante Waarde (NCW). Bedrijvenschap Hoefweg heeft een risicoprofiel, waarbij ook rekening wordt gehouden met kansen, van ca. € -4,2 mln. De risico’s betreffen het uitgiftetempo en grondprijsontwikkeling. In Lansingerland is in de Jaarrekening 2017 bij de berekening van het benodigd weerstandsvermogen geen rekening gehouden met risico’s voor Bedrijvenschap Hoefweg. De grondexploitatie Hoefweg bevat nog voldoende weerstandscapaciteit om de risico’s zelf op te vangen.

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? De studie naar een alternatief ontwikkelprogramma voor het gebied nabij het OV-knooppunt Bleizo (station Lansingerland-Zoetermeer) betreft ook een deel van het gebied van Bedrijvenschap Hoefweg. Uitkomst van het onderzoek naar een alternatief ontwikkelprogramma zou resulteren in een ontwikkeling met o.a. woningbouw. Hiervoor zal dan in samenhang met het gebied van GR Bleizo een plan worden opgesteld, een ontwikkelings-/strategie, uitgiftestrategie, een aangepaste grondexploitatie en een gewijzigd bestemmingsplan.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting

Financiële analyse: Gemiddeld
Bestuurlijke analyse: Laag
De grondexploitatie van Bedrijvenschap Hoefweg loopt tot 2026. In deze periode is bijsturing nog goed mogelijk. Bestuurlijk hebben we (indirecte) invloed.

Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? De ontwikkeling van het bedrijventerrein Hoefweg stimuleert de vestigingsmogelijkheden voor bedrijven en een gunstig economisch klimaat.

BLEIZO

Naam verbonden partij BLEIZO
Vestigingsplaats Bleiswijk
Deelnemende partijen Gemeente Zoetermeer en Gemeente Lansingerland
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) Het doel van deze GR is het ontwikkelen van het gebied rondom het OV knooppunt Bleizo (station Lansingerland-Zoetermeer), gericht op het realiseren van een nieuw economisch knooppunt met een eigen identiteit. Met de ontwikkeling van een OV-knooppunt en het gebied daarom heen wil de gemeente een gunstig economisch klimaat en een interessant werk- en woongebied creëren voor de inwoners.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) (art. 32 GR Bleizo) Beide gemeenten staan ervoor in dat de GR Bleizo altijd over voldoende middelen beschikt om verplichtingen aan derden te voldoen. Verder komt een batig/nadelig saldo voor 50% ten gunste/laste van Lansingerland, waarbij tevens de afspraak is gemaakt dat Zoetermeer garant staat voor een bedrag van € 9,5 mln. (nadelig saldo) in relatie tot de bijdrage die GR Bleizo levert aan de financiering van het OV Knooppunt Bleizo.

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Per 1-1-2017: € 0
Per 31-12-2017: € 0

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Per 1-1-2017: € 58,5 mln.
Per 31-12-2017: € 59,0 mln.

Financieel resultaat 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

€ 0
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2018 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Het financiële belang van Lansingerland is ongewijzigd: 50% van winst of verlies van GR Bleizo. Zoetermeer staat garant voor € 9,5 mln. voor de bijdrage van GR Bleizo aan de vervoersknoop Bleizo. De afspraken hierover zijn in 2017 uitgewerkt en met brief U17.03185 is de gemeenteraad hierover geïnformeerd.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? De gemeenten Lansingerland en Zoetermeer nemen beiden voor 50% deel in deze gemeenschappelijke regeling. De grondexploitatie van GR Bleizo per 1-1-2017 is negatief: € 6,9 mln. Netto Contante Waarde (NCW). Bleizo heeft een risicoprofiel, waarbij ook rekening wordt gehouden met kansen, van ca. € -5,3 mln. De risico’s betreffen het uitgiftetempo, grondprijsontwikkeling en kostenstijging. In Lansingerland is in de Jaarrekening 2017 voor de berekening van het benodigd weerstandsvermogen rekening gehouden met een bruto risicoprofiel van € 1,75 mln. De hoogte van dit bedrag is bepaald op basis van de risicoanalyse van Bleizo, rekening houdend met onze eigen grondslag van 90% zekerheid. Daarbij is ook gekeken naar een scenario waarbij niet tot ontwikkeling van leisure wordt overgegaan en het risicoprofiel wat daaraan verbonden is en wordt rekening gehouden met de dekking vanuit Zoetermeer (garantstelling tot maximaal € 9,5 mln.).
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Afronding bestemmingsplan, waarbij het oostelijke deel in 2018 wordt vastgesteld en het westelijke deel (eventueel gewijzigd) daarna, onderzoek naar alternatief ontwikkelprogramma voor Bleizo-West, marketing en acquisitie gericht op verkoop van gronden, contacten met prospects, het sluiten van grondovereenkomsten en de levering van verkochte kavels, het uitwerken van de plannen voor prospects met een grootschalige leisure initiatief (adventure World), samenwerking met andere partijen in de logistieke hotspot Corridor A12 gericht op promotie, marketing en acquisitie, de vestiging van een railterminal en andere maatregelen voor een goed vestigingsklimaat voor (logistieke) bedrijven.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Financiële analyse: Gemiddeld
Bestuurlijke analyse: Laag
De GR Bleizo kent nog een behoorlijke looptijd. Ondanks dat de belangen aanzienlijk zijn, maakt dit dat bijsturing mogelijk is.
Bestuurlijk hebben we (indirecte) invloed.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? De realisatie van vervoersknooppunt Bleizo (station Lansingerland-Zoetermeer' en de ontwikkeling van het gebied rondom het knooppunt dragen bij aan de ontwikkeling van Lansingerland als gemeente waarin aantrekkelijk en op duurzame wijze kan worden gewerkt en gewoond.

 

DCMR Milieudienst Rijnmond

Naam verbonden partij DCMR Milieudienst Rijnmond
Vestigingsplaats Schiedam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) Uitvoeren van de Wet Milieubeheer (Wm), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet bodembescherming (Wbb) voor de Gemeente Lansingerland en advisering op het gebied van milieu en ruimtelijke ordening. Het publieke belang is het bereiken van een goed leefmilieu voor burgers en bedrijven.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) 2019: € 1.231.744
2018: € 1.205.181

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Per 1-1-2017: € 14.054.000

Per 31-12-2017: € 8.117.000

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Per 1-1-2017: € 9.522.000

Per 31-12-2017: € 11.838.000

Financieel resultaat 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Het financieel resultaat over 2017 na bestemming bedraagt € 2.809.000 .
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2018 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Met de invoering van artikel 8 van de Europese Energie-Efficiency Directive (EED) zijn gemeenten bevoegd gezag voor het toezicht op de uitvoering van energie-audits door grote ondernemingen. De DCMR voert deze taak voor Lansingerland uit. Omdat dit een nieuwe taak voor gemeenten is heeft het Rijk besloten geld beschikbaar te stellen aan het bevoegd gezag via het gemeentefonds. Lansingerland heeft een bedrag van ongeveer € 5.000 ontvangen voor de uitvoering van het toezicht op de uitvoering van energie-audits in 2018. Dit bedrag wordt overgeheveld naar de DCMR, omdat zij deze taak voor Lansingerland uitvoert.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Er  is sprake van een aantal kleine financiële risico’s, zoals het verlenen van toestemming voor het uitvoeren van activiteiten waarvoor geen toestemming had moeten worden verleend, het niet of onvoldoende waarnemen van afwijkingen van verleende toestemmingen of verstoringen in de organisatievorming en de bedrijfsvoering van de DCMR (bijvoorbeeld het informatiesysteem RUDIS).
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? We zien de laatste twee jaar een ontwikkeling ontstaan dat de DCMR meer werkzaamheden uitvoert dan vooraf afgesproken. Dit heeft enerzijds te maken met de economische situatie in Lansingerland; het gaat financieel beter, waardoor meer ondernemers inrichtingen starten en (milieu)vergunningen nodig hebben. Anderzijds vragen we ook meer van de DCMR bijvoorbeeld op het gebied van horeca en duurzaamheid. Dit leidde tot een lichte overschrijding van het werkplan in 2016 en een zware overschrijding in 2017. Deze fluctuatie in de afrekening vangen we op met het 'voorschot met een specifiek bestedingsdoel', dat we bij de DCMR opgebouwd hebben vanuit onderschrijdingen in voorgaande jaren. Door de overschrijding van het werkplan 2017 met ca. 10% is dit voorschot aanzienlijk afgenomen. Ook voor het werkplan 2018 verwachten we een overschrijding op basis van de rekenmethodiek en de ervaringen van afgelopen jaren.  Omdat de huidige doorkijk van het werkplan inderdaad een overschrijding op het werkplan van circa € 100.000 laat zien, raamden we in de zomerrapportage structureel € 100.000 bij.  
DCMR  dient in de vergadering van het algemeen bestuur op 4 juli een voorstel voor een verhoging van de uurtarieven 2019 in. Reden hiervoor is dat DCMR geen ruimte meer heeft om een verdere stijging van de kosten op te vangen. De voorgestelde tariefsverhoging is hoger dan de indexering van de gemeentelijke bijdrage overeenkomstig de brief van de Werkgroep verbetering financiële sturing gemeenschappelijke regelingen.  Voor Lansingerland betekent dit een verhoging van de bijdrage met circa € 34.000.
In de begroting 2019 vragen we daarom een structurele verhoging van het werkplanbudget.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Het financiële risico is gemiddeld. Dit heeft te maken met het feit dat in de Gemeenschappelijke Regeling een garantstelling voor de deelnemende gemeenten is opgenomen, de bedrijfsvoering nog niet volledig op orde is en Lansingerland slechts deels invloed heeft om financieel bij te sturen. Lansingerland heeft vooral invloed op het financieel bijsturen op de bijdrage die wij betalen voor de uitvoering van het werkplan.
Het bestuurlijke (inhoudelijke) risico is laag, omdat de belangen van DCMR hetzelfde zijn als onze belangen, er duidelijke afspraken met de DCMR zijn gemaakt die we regelmatig monitoren en we veel vertrouwen in deze verbonden partij hebben.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? De DCMR Milieudienst Rijnmond levert met inzet van wettelijke instrumenten en vanuit zijn specifieke deskundigheid een bijdrage aan het verlagen van de milieubelasting van bedrijven en aan het verhogen van de milieukwaliteit en veiligheid in het Rijnmondgebied. Hiermee draagt het bij aan de ontwikkeling van Lansingerland als gemeente waarin aantrekkelijk en op duurzame wijze kan worden gewoond, gewerkt en gerecreëerd.

 

Jeugdhulp Rijnmond

Naam verbonden partij Jeugdhulp Rotterdam
Vestigingsplaats Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) 1. Uitvoering te geven aan de wettelijke verplichtingen tot regionale samenwerking uit de Jeugdwet in het kader van Veilig Thuis (AMHK), jeugdreclassering en jeugdbescherming.
2. Het uitvoeren van bovenlokale taken door middel van het contracteren en/of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp, -reclassering en -beschermingsmaatregelen in het kader van de Jeugdwet.
3. Realiseren van overleg, kennisontwikkeling- en overdracht tussen de aangesloten gemeenten.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) De GR Jeugdhulp is opgericht voor de inkoop van verschillende vormen van jeugdhulp waar gemeenten verantwoordelijk voor zijn. De inleg van de gemeente Lansingerland bedraagt in 2017 € 5.429.165 (inclusief organisatiekosten).

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Per 1-1-2017: €3.648.144

Per 31-12-2017: € 2.249.090

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Vreemd vermogen:

Per 1-1-2017: € 32.808.137

Per 31-12-2017: € 35.107.263

Overlopende passiva:

Per 1-1-2017: € 32.639.074

Per 31-12-2017: € 35.264.553

Financieel resultaat 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

€ 0
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2018 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft In april 2018 heeft het Algemeen Bestuur van de GRJR ingestemd met het verhogen van de begroting van de GRJR over 2018 door de volgende ontwikkelingen:
1. bijstelling inleg 2018 door gemeente op basis van de definitieve afrekening 2016
2. Verhoging van de bijdrage aan de Gecertificeerde instellingen
3. Extra middelen Stichting Veilig Thuis
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend?

Toenemend zorggebruik in een open einde regeling
De jeugdwet bevat een open einde regeling. Omdat er sprake lijkt te zijn van een toenemend zorggebruik is Lansingerland levert dit een financieel risico op. Wij sturen hierop door middel van de (lokale) toegang, de samenwerking met onze toegangspartners en samenwerking met huisartsen.

Resultaatgerichte inkoop 2018
Met ingang van 1 januari 2018 is de GRJR overgegaan op het resultaatgericht inkopen van ondersteuning. De insteek hiervan is om bij de inzet van ondersteuning minder product- en meer resultaatgericht te werken. De insteek van deze gewijzigde inkoop is budgetneutraliteit. Niettemin houdt deze wijziging een zeker risico van een verhoging van de kosten in.

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? 1. Duiden van het toenemende gebruik van specialistische jeugdzorg en het implementeren van beheersmaatregelen.
2. Implementeren van het resultaatgerichte inkoopmodel.
3. Het zorgen voor prikkels bij aanbieders om te transformeren.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting

Risicobeleid GR
In het kader van de begroting 2018 heeft de GR een risico-inventarisatie opgesteld. Op basis van deze inventarisatie is besloten het risicopercentage in de huidige begroting op 1,5% te zetten. Een update van deze inventarisatie in 2018 resulteerde in een gewogen risicopercentage van 3,0 % voor 2018 en 2,3% voor 2019. Dit wordt mede veroorzaakt door enkele (incidentele) grote risico’s die voortkomen uit de nieuwe resultaatgerichte financiering van de Jeugdhulp. Het Algemeen Bestuur heeft besloten om het risicopercentage 2018 en 2019 te handhaven op 1,5%. De risico-inventarisatie wordt gedurende 2018 enkele malen geactualiseerd op basis van de dan bekende informatie. De eerste actualisatie vindt in april plaats en de tweede in principe in september. Voor de deelnemende gemeenten geldt daarbij dat eventuele overschrijdingen in het budget lopende het begrotingsjaar, of bij jaarrekening door de gemeenten moeten worden vergoed.

Gemeentelijk risicobeleid
Op basis van de financiële analyse is er een hoog risico verbonden aan de GR Jeugdhulp. De gemeente heeft een hoge jaarlijkse financiële bijdrage. In 2015 is besloten dat eventuele tekorten door de deelnemende gemeenten worden gedekt waardoor het weerstandsvermogen van de GR bij de gemeenten wordt gelegd.
Op basis van de bestuurlijke analyse is er een gemiddeld risico verbonden aan de GR. De te leveren afspraken zijn van invloed op de gemeentelijke doelstellingen. Lansingerland is vertegenwoordigd in het AB en DB. Omdat Rotterdam een grote invloed heeft op de besluitvorming (50% van de GR gevormd wordt door de gemeente Rotterdam) brengt dit een zeker risico met zich mee.

Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? De GRJR heeft tot taak de gemeenschappelijke inkoop zodanig vorm te geven dat lokale ambities kunnen worden gerealiseerd en dat zorgcontinuïteit is geboden.

Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH)

Naam verbonden partij Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH)
Vestigingsplaats Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) Doel is het versterken van de internationale concurrentiepositie van de regio.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Deze winst zetten wij in als dekkingsmiddel in de meerjarenbegroting. De Brede Doeluitkering (BDU) voor verkeer en vervoer is de belangrijkste dekking voor de kosten van de twee programma’s exploitatie verkeer en openbaar vervoer, infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. De inwonerbijdrage bedraagt € 2,58 per inwoner voor het programma economisch vestigingsklimaat; voor 2019 is dat een totaalbedrag van € 6,05 miljoen. Uitgaande van het inwoneraantal van Lansingerland op 15 maart 2018 van 61.174 bedraagt dit voor Lansingerland € 157.829. 

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Per 1-1-2017: € 2.590.025
Per 31-12-2017: € 7.425.581

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Per 1-1-2017: € 566.216.670
Per 31-12-2017: € 1.348.170.234

Financieel resultaat 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

€ 4.835.556
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2018 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Op dit moment zijn er geen veranderingen in de bijdrage voor 2018 en 2019.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? De MRDH heeft de komende jaren tijdelijk te maken met een tekort (overbesteding) op de BDU-middelen. Overbesteding houdt in dat het saldo van beschikbare middelen en bestedingen in enig jaar negatief is. Tot en met de Begroting 2018 hanteerde de MRDH het uitgangspunt dat een tekort op de BDU-middelen is toegestaan onder de voorwaarde dat over een periode van tien jaar het saldo van beschikbare middelen en bestedingen positief is.  Een extern kader voor deze termijn ontbrak toen nog. Een externe partij is daarom gevraagd om nader onderzoek te doen naar de kaders voor overbesteding. De provincie is betrokken geweest bij dit onderzoek. Conclusie uit dit onderzoek is dat de MRDH zich voor wat betreft de termijn van overbesteding dient te houden aan de uitgangspunten voor structureel begrotingsevenwicht die de provincie Zuid-Holland als toezichthouder hiervoor hanteert. De wettelijke termijn van overbesteding is daarmee bepaald op een maximale periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren. Een tekort in 2019 moet dus uiterlijk in 2022 zijn aangezuiverd. Hierbij geldt ook dat de begroting in de drie jaar na het inlopen van het tekort geen tekort mag laten zien. Vanwege de afronding van een aantal grote infrastructurele projecten in deze periode (o.a. Hoekse Lijn, Bleizo) is er vanaf 2022 weer sprake van een overschot.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar?

Projecten zijn vaak gemeente en regio overschrijdend waardoor ook andere overheden en/of bestuurslagen bij betrokken zijn. Investeringen voor de projecten moeten bedrijven, kennisinstellingen en overheden bij elkaar brengen. De aandachtspunten voor Lansingerland zijn de verdere uitwerking van de projecten uit het investeringsprogramma en de daarbij behorende financiën te genereren. In het investeringsprogramma zijn ook andere projecten opgenomen zoals corridor A12 (o.a. logistieke hotspot, railterminal), energie-infrastructuur (warmtenet), geothermie, greenport en vaarroutes (Rotte – Rijn – Vliet). De MRDH kan in het samenbrengen van gemeenten en het definiëren van regionale projecten een voortrekkersrol vervullen om in gesprek te gaan met andere gemeenten en marktpartijen.

Als vervolg op de MIRT Rotterdam Den Haag (Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport) wordt aan een aantal tafels de strategie van de regio uitgewerkt. Deze studies moeten richting geven aan nieuwe grote infrastructurele projecten in relatie tot andere ruimtelijke ontwikkelingen zoals de woningbouwopgave. Dit geeft richting aan de doorontwikkeling van het hoogwaardige OV-net in onze regio. Ook in Lansingerland worden OV-lijnen verkend, zoals de ZoRo.

De projecten en de organisatie van de Vervoersautoriteit (VA) worden grotendeels bekostigd uit de reguliere Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Daarnaast zijn er nog specifieke rijksbijdragen, zoals gelden voor het programma Beter Benutten Vervolg en het Actieprogramma Regionaal OV die beiden zijn toegevoegd aan de BDU. De komende jaren is er een stevige opgave om de kosten van het openbaar vervoer te drukken. Door een oplopende beheerlast neemt het investeringsvermogen af.

Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Uit de financiële analyse blijkt dat het risico gemiddeld is. Dit is met name gelegen in het beperkte weerstandsvermogen van de MRDH enerzijds en de afdekking van de risico’s door de MRDH anderzijds zoals ook opgenomen in het treasurystatuut. De wettelijke termijn van overbesteding is bepaald op een maximale periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren. Om in de toekomst meer duidelijkheid te hebben over de (financiële) risico’s van grote infrastructurele projecten verwachten we dat de MRDH de reeds aangekondigde beleidsnota risicomanagement en weerstandsvermogen in 2018 opstelt.
Het bestuurlijk risico is laag. Lansingerland onderschrijft het belang van de MRDH en staat achter de missie en de visie. De uitwerking van de programma’s vindt in goed overleg met alle gremia.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? In de gemeenschappelijke regeling (GR) Metropoolregio Rotterdam Den Haag is opgenomen dat er vijfjaarlijks geëvalueerd wordt en de eerste evaluatie plaatsvindt twee jaar na inwerkingtreding van de GR. Uit het evaluatierapport, afgerond eind 2017, komt naar voren dat de steun voor MRDH is toegenomen, de relatie tussen de MRDH en provincie is verbeterd en dat er binnen de bestaande structuur gezocht moet worden naar verbeteringen. Met name de rol van de adviescommissie behoeft verdere uitwerking. In de zienswijze (U17.13458) heeft de raad van Lansingerland aan gegeven dat de adviescommissie niet een lichtere maar een andere invulling dient te krijgen. Een concrete verbetering is de invoering van portefeuillehouders in het AB waardoor het bestuurlijk eigenaarschap is versterkt.
De MRDH heeft in 2016 en 2017 grote stappen voorwaarts gezet met de uitwerking van de aanbevelingen uit het OESO-rapport en Roadmap Next Economy als leidraad voor het investeringsprogramma. De MRDH werkt in 2018 verder aan de concretisering, ook voor projecten waarbij Lansingerland is betrokken.

Gemeenschappelijke Regeling GGD Rotterdam-Rijnmond

Naam verbonden partij Gemeenschappelijke Regeling GGD Rotterdam-Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) Artikel 3 van de GR:
Het lichaam heeft tot doel:
• het beschermen en bevorderen van de gezondheid van de bevolking of van specifieke groepen daarbinnen, in het rechtsgebied van het lichaam;
• het voorkómen en het vroegtijdig opsporen van ziekten onder de bevolking;
• alles wat met het bovenstaande in de ruimste zin verband houdt.
De regeling regelt de deelnemersbijdrage van de deelnemende gemeente voor de inkoop van het basispakket. De GGD is leverancier en uitvoerder van het basispakket. Het publieke belang is de openbare gezondheid.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) De gemeenschappelijke regeling van de GGD-RR kent geen balans en andere financiële staten om in de begroting op te nemen aangezien alleen de gemeente Rotterdam eigenaar is van de organisatie. Personeel en eventuele risico’s zijn daarmee voor rekening van de gemeente Rotterdam. De gemeenschappelijke regeling GGD-RR regelt in materiële zin slechts de inkoop van producten.
Lansingerland draagt in 2018 € 398.250 bij, bestaande uit € 306.625 voor de inkoop van het algemene basistakenpakket en € 91.625 voor de inspecties kinderopvang.

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

De gemeenschappelijke regeling van de GGD-RR kent geen balans en andere financiële staten om in de begroting op te nemen aangezien alleen de gemeente Rotterdam eigenaar is van de organisatie. Personeel en eventuele risico’s zijn daarmee voor rekening van de gemeente Rotterdam. De gemeenschappelijke regeling GGD-RR regelt in materiële zin slechts de inkoop van producten. Daarmee is de gemeenschappelijke regeling financieel “leeg”, dus zonder bezittingen, waardoor er ook geen balans is. Het financiële risico voor deelname aan de regeling is voor regiogemeenten dus ook niet aanwezig.

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Niet van toepassing, zie tekst bij ‘Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017’.

Financieel resultaat 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Niet van toepassing, zie tekst bij ‘Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017’.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2018 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Geen, voor zover nu bekend.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Geen. De gemeente Rotterdam is risicodrager.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Uitvoering van de verplichtingen uit de Wet publieke gezondheid (WPG) tegen een aanvaardbare kostprijs blijft een aandachtspunt. Het basispakket moet garanderen dat wij voldoen aan de verplichtingen die wij hebben vanuit de Wpg. Er zijn op dit gebied geen harde normen voor minimumvereisten voor de omvang van het basistakenpakket. In 2016 heeft een verkenning plaats gevonden naar harde normen of minimumvereisten. Dit onderzoek wordt meegenomen in de opbouw van de begroting 2019 en verder.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Er is zowel financieel als bestuurlijk een beperkt risico. De gemeente Rotterdam is financieel risicodrager. Daarnaast dragen de activiteiten van de verbonden partij bij aan het oorspronkelijke doel van de verbonden partij.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? De Gemeentelijke Gezondheidsdienst Rotterdam-Rijnmond zet zich in voor een goede en voor iedereen toegankelijke gezondheidszorg. Daarnaast zet de GGD zich in om ziekten en andere problemen te voorkomen. Hiermee draagt het bij aan Lansingerland als gezonde samenleving.

Recreatieschap Rottemeren

Naam verbonden partij Recreatieschap Rottemeren
Vestigingsplaats Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) In stand houden, ontsluiten en exploiteren van recreatiegebied Rottemeren. Openluchtrecreatie, natuurbescherming en natuur- en landschapsschoon bewaren en bevorderen.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Deelnemers: Zuidplas 4%, Rotterdam 91%,en Lansingerland 5%, bijdrage in 2017 € 187.582.

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Per 1-1-2017 : € 18.059.187
Per 31-12-2017: € 17.242.221

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Per 1-1-2017: € 4.306.572
Per 31-12-2017: € 5.397.134

Financieel resultaat 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

€ 650.158
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2018 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Geen veranderingen in het financiële belang van 5%.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Concrete risico's, overigens van een laag en middel gehalte, worden genoemd bij de weerstandsparagraaf in de begroting van het recreatieschap:
• invoering VPB;
• koersrisico ingeval van gedwongen verkoop beleggingen bij calamiteiten;
• locatie asfaltfabriek;
• essentaksterfte;
• baggeren watergangen;
• nazorg grondwaterverontreiniging Lage Bergse Bos;
• warmteleiding
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? De nieuwe governance structuur maakt dat er verandering in bevoegdheden zijn en besluitvormingsprocessen anders verlopen. Aandacht voor het aansturingsmodel en de uitvoering van de beheer- en onderhoudstaken is hierbij nodig. Daarnaast geldt als aandachtspunt aansluiting te houden bij de provinciale gelstromen voor ontwikkeling van recreatief groen. Voor de komende jaren is een geode inpassing van de A16 in het Lage Bergse Bos en gelijktijdig realisatie van een kwalitatief en recreatief aantrekkelijk Lage Bergse Bos van  bijzonder belang.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Het financiële risico is laag. Er is sprake van een hoge Algemene reserve. De genoemde risico’s zijn dusdanig beperkt van aard, dat er sprake is van meer dan gewenste weerstandsratio. Daarnaast is de financiële bijdrage van de provincie in overgenomen door Rotterdam en dit is tevens vastgelegd in de aangepaste GR.  Bestuurlijk risico is laag vanwege (indirecte) invloed via AB en DB.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? Het in stand houden, ontsluiten en exploiteren van het recreatiegebied Rottemeren draagt bij aan de ontwikkeling van Lansingerland als gemeente waarin op aantrekkelijke wijze gewoond, gewerkt en gerecreëerd kan worden.

Schadevergoedingsschap HSL-Zuid, A16 en A4

Naam verbonden partij Schadevergoedingsschap HSL-Zuid, A16 en A4.
Vestigingsplaats Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) In artikel 2 van de gemeenschappelijke regeling staat opgenomen;
“Het doel van de regeling is het bevorderen dat de behandeling van verzoeken om schadevergoeding die verband houden met de aanleg van de HSL-Zuid en de verbreding, verlegging en reconstructie van de A-16 (...)respectievelijk de A-4, zoals bedoeld in artikel 1 onder f, en de beslissingen op die verzoeken doelmatig, deskundig en op gelijke wijze plaatsvinden. Door deze regeling wordt tevens voor de burgers duidelijkheid geschapen over de terzake bevoegde instantie.”
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) De kosten van het Schap en van de door het Schap toegekende schadevergoedingen neemt het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor zijn rekening. 

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Er is geen sprake van een eigen vermogen.

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Er is geen sprake van vreemd vermogen.

Financieel resultaat 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Financieel resultaat 2017:

Algemene kosten € 59.606,09
Deskundigenkosten € 35.202,05
Schadevergoedingen € 0,00
Totaal € 94.808,14

Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2018 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Vanwege het feit dat alle kosten voor rekening komen van het Ministerie van I&W is er geen sprake van een financieel belang voor de gemeente.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Er zijn thans geen financiële risico’s bekend. Het Schap heeft met de accountmanager van het Ministerie de afspraak gemaakt dat wanneer er een schadeverzoek met een aanmerkelijk belang wordt ingediend dat deze, met het oog op risicomanagement, direct bij het Ministerie kenbaar wordt gemaakt.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Naar verwachting zal eind 2018 inzicht bestaan in het effect van het maatregelenpakket. Het Schap kan  de nieuwe en aanvullende aanvragen tot schadevergoeding eerst in behandeling nemen als door de geluidsdeskundige (belast met de akoestische berekeningen) uitsluitsel wordt gegeven  op de vraag of er sprake is van een toename van geluid en de mitigerende effecten van de maatregel bekend zijn.  ProRail coördineert de uitvoering van het maatregelenpakket.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Er is geen sprake van een financieel risico omdat alle kosten voor rekening komen van het Ministerie van I&W.
In bestuurlijke zin is geen risico te verwachten omdat het Algemeen bestuur van het Schap bevoegd is te beslissen op de aanvragen.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? Het doelmatig, deskundig en gelijkmatig behandelen van alle verzoeken om schadevergoeding in verband met de aanleg van de HSL-Zuid draagt bij aan het minimaliseren van de negatieve impact.

SVHW (Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffingen en Waardebepaling)

Naam verbonden partij SVHW (Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffingen en Waardebepaling)
Vestigingsplaats Klaaswaal
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? )

(art 3 GR)

Een zo doelmatig mogelijke uitvoering van werkzaamheden met betrekking tot

- de heffing en invordering van belastingen

- de uitvoering van Wet waardering onroerende zaken (woz)

- de administratie van vastgoedgegevens

- het verstrekken van vastgoedgegevens aan deelnemers en derden

Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) 2019 is het laatste jaar dat  de nieuwe tariefstructuur met ingroeimodel wordt gebruikt. In 2019 is de bijdrage van Lansingerland aan SVHW  € 499.000. In de jaren daarna wordt het ingroeimodel niet meer gebruikt, wat leidt tot een lagere bijdrage voor Lansingerland.

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Per 1-1-2017: € 690.000

Per 31-12-2017: € 1.273.000

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Per 1-1-2017: €  5.490.000

Per 31-12-2017:  € 5.663.000

Financieel resultaat 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Een positief resultaat van € 583.000, dat voortkomt uit meer gerealiseerde baten dan geraamd.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2018 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Geen
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend?

Het SVHW streeft ernaar om risico's zoveel mogelijk te ondervangen. Dat is de reden waarom diverse verzekeringen afgesloten zijn voor het onroerend goed, inventaris en personeel. De risico’s waarmee het SVHW geconfronteerd zou kunnen worden zijn:

- automatiseringsomgeving

- calamiteiten van huisvesting

- renterisico op een geldlening

- personeel

SVHW is een belangrijke organisatie voor haar 22 deelnemers. Continuïteit van de bedrijfsvoering is daarom essentieel. Het borgen van de bedrijfsvoering dient op het niveau van directie en DB te kunnen worden beslist. Bij het opvangen van de gevolgen van calamiteiten is het onwenselijk dat de organisatie afhankelijk zou zijn van de besluitvorming van de deelnemers. Gelet op genoemde risico's en de behoefte aan continuïteit van de bedrijfsvoering is het gewenst een financiële buffer in stand te houden. In de vergadering van het Algemeen bestuur van 5 december 2013 is daarom besloten de omvang vast te stellen op minimaal € 400.000 en maximaal € 700.000.

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Geen
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting

Op basis van de financiële en bestuurlijke analyse kan worden vastgesteld dat het risicoprofiel gemiddeld is. De  jaarlijkse bijdrage is gemiddeld en de gemeente is deels financieel aansprakelijk. Het weerstandsvermogen van SVHW is op peil en de bedrijfsvoering en kwaliteit van het risicomanagement zijn toereikend. Uit de financiële analyse komt derhalve de score gemiddeld.

De bestuurlijke analyse geeft tevens een score van gemiddeld. Lansingerland is vertegenwoordigd in het Algemeen Bestuur, er zijn duidelijke afspraken over de informatievoorziening en het belang van het SVHW komt volledig overeen met het belang van Lansingerland. De te leveren prestaties door het SVHW zijn echter maximaal van invloed.

Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? De uitbesteding van de werkzaamheden mbt belastingen past in het streven van de gemeente om waar mogelijk in regie te werken en een kostenbesparing te realiseren.

Veiligheidsregio Rotterdam - Rijnmond

Naam verbonden partij Veiligheidsregio Rotterdam - Rijnmond
Vestigingsplaats Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) De VRR behartigt ons publieke belang door het voorkomen, beperken en bestrijden van rampen en crises.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Bijdrage 2019 is € 3.248.873. Dit bedrag is als volgt opgebouwd: 
€ 3.233.873 (Basiszorg) en € 15.000 (Individuele taken en bijdragen).

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Per 1-1-2017: € 8.903.629
Per 31-12-2017: € 10.902.995

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Per 1-1-2017: € 74,393 mln.
Per 31-12-2017: € 76,443 mln.

Financieel resultaat 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

€ 2.262.000
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2018 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Wij betalen jaarlijks een inwonersbijdrage aan de VRR. Accres en overige mutaties zijn hierin verwerkt. Vanaf het begrotingsjaar 2018 is de bijdrage gebaseerd op een inwonersaantal per 1 januari van het voorafgaande jaar.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? In de begroting 2019 is een aantal risico’s opgenomen, waaronder:
• samenvoeging meldkamers Zuid-Holland Zuid en Rotterdam Rijnmond;
• wegvallen of niet toereikend zijn van subsidies/bijdragen;
• cao-wijziging en het 2e loopbaanbeleid;
• invoering van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) en het risico dat de vrijwilligersstatus bij de brandweer vervalt;
• niet voldoen aan de zorgnorm door de ambulancedienst (eventuele strafkorting) en extra kosten voor ingehuurd personeel.
• door de afname en het uiteindelijk wegvallen van de OMS inkomsten ontstaat een structureel tekort. Met ingang van 2020 wordt de basisbijdrage aan de VRR dan ook verhoogd met € 0,69 per inwoner.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? De belangrijkste punten zijn:
• verhoging van de bijdrage aan de VRR door tariefswijziging;
• de weerstandscapaciteit van de VRR;
• aandacht voor de ontwikkelingen met consequenties voor de brandweerzorg in Lansingerland, zoals de aanleg van de A13/A16, mogelijke uitbreiding van RTHA, de groei van de bedrijventerreinen en het aantal inwoners tot ongeveer 76.000. Deze ontwikkelingen moeten nadrukkelijk meegenomen worden bij de ontwikkelingen van een toekomstbestendig kazernespreidingsplan. De burgemeester dringt er bij de VRR op aan om de kazernes in Bleiswijk en Berkel en Rodenrijs te behouden en zorgvuldig om te gaan met de vrijwilligers. Dit dient meegenomen te worden bij de ontwikkeling van het toekomstige beleid.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting De omvang van de jaarlijkse financiële bijdrage aan de VRR is hoog. Ondanks dat de jaarlijkse financiële bijdrage hoog is, is het financiële risico gemiddeld. Dit heeft ermee te maken dat VRR vaste taken heeft. De negatieve risico’s die in kaart gebracht kunnen worden, zijn laag. Het risico wordt verspreid doordat 15 gemeenten deelnemen aan deze Gemeenschappelijke regeling.
Het bestuurlijke inhoudelijke risico is laag. Er zijn duidelijke afspraken gemaakt met de VRR die we regelmatig monitoren.
De gemeente Lansingerland heeft zitting in het DB van de VRR. De burgemeester maakt tevens deel uit van de bestuurlijke auditcommissie, die een controlerende functie uitoefent op het beheer en de bedrijfsvoering van de VRR.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? De Veiligheidsregio voert taken uit op het gebied van rampenbestrijding, crisisbeheersing, risicobeheersing, brandweerzorg, ambulancezorg en geneeskundige hulpverlening. Daarmee draagt het bij aan Lansingerland als een veilige en leefbare gemeente.

NV Duinwaterbedrijf Zuid-Holland Handelsnaam Dunea

Naam verbonden partij NV Duinwaterbedrijf Zuid-Holland Handelsnaam Dunea
Vestigingsplaats ´s Gravenhage
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? )

Dunea wil een vitale organisatie zijn die toekomstbestendige producten en diensten levert en daarbij duidelijk zichtbaar is als maatschappelijke onderneming. De nieuwe strategie Koers 2015 focust op drie pijlers:

- toekomstbestendige producten en diensten

- maatschappelijk ondernemen

- vitale organisatie

Het publieke belang bestaat uit de gewaarborgde levering van drinkwater aan alle klanten binnen het verzorgingsgebied en het natuurbeheer in de duingebieden.

Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?)

Statutair mag Dunea geen dividend uitkeren.

Lansingerland bezit 175.542 aandelen (na de periodieke herverdeling in 2013) van de in totaal 4.000.000 uitgegeven aandelen. De aandelen hebben elk een nominal waarde van € 5.

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Per 1-1-2017: € 193,3 mln.

Per 31-12-2017: € 205.3 mln.

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Per 1-1-2017: €  367,3 mln.

Per 31-12-2017: € 357,6 mln.

Financieel resultaat 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

€ 11,97 mln.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2018 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Geen.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Geen.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? De aandachtspunten blijven het verzorgen van een goede drinkwatervoorziening en beheer van het duingebied.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting

Op basis van de financiële en bestuurlijke analyse kan worden vastgesteld dat het risicoprofiel laag is.

Lansingerland is aandeelhouder en loopt daardoor in principe geen of een beperkt financieel of bestuurlijk risico.

Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? Dunea beheert de natuur (duinlandschap) en het water in Zuid-Holland. Dunea zorgt voor schoon drinkwater, rust en ruimte in Lansingerland.

Eneco Groep N.V.

Naam verbonden partij Eneco Groep N.V.
Vestigingsplaats Rotterdam
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) Deze verbonden partij draagt niet meer bij aan de realisatie of borging van een publiek belang. Ter toelichting het volgende. De gemeente Lansingerland heeft zich in 2017 bezonnen op het toekomstig aandeelhouderschap van Eneco Groep N.V. Daartoe is in 2017 een traject gelopen, gezamenlijk met alle aandeelhouders van Eneco, om hier op een zorgvuldige wijze naar te kijken. In dit proces is de raad intensief betrokken. Uitkomst is dat Lansingerland constateert dat het aandeelhouderschap in Eneco niet noodzakelijk is om publieke belangen te realiseren of te borgen. Mede om die reden heeft Lansingerland op 31 oktober 2017 besloten om het aandelenbelang in Eneco af te bouwen.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Het geprognotiseerde dividend is in de meerjarenbegroting opgenomen als algemeen structureel dekkingsmiddel. Lansingerland is de vijfde aandeelhouder met een aandeel van 3,38% in het aandelenkapitaal. Op basis van de resultaatsontwikkeling in de eerste helft van 2018 is de verwachting dat het resultaat over het gehele jaar 2018 lager uitvalt dan voorgaand jaar en dat in 2019 te ontvangen dividend € 1.500.000.
Het geprognotiseerde jaarlijkse dividend bedraagt vanaf 2020 € 1.600.000.

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Per 1-1-2017 Eneco Holding N.V.: € 5,310 miljoen, dit betreft het ongesplitste Eneco en Stedin
Per 31-12-2017 Eneco Groep N.V.: € 2,869 miljoen

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Per 1-1-2017 Eneco Holding N.V.: € 4,502 miljoen, dit betreft het ongesplitste Eneco en Stedin
Per 31-12-2017 Eneco Groep N.V.: € 2,787 miljoen

Financieel resultaat 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Het nettoresultaat over 2017 van Eneco Groep N.V. bedraagt € 127 miljoen, waarvan de helft in 2018 als dividend uitgekeerd is aan aandeelhouders.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2018 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Op 1 februari 2017 is Eneco Holding N.V. gesplitst is in een productie- en leveringsbedrijf (PLB) Eneco Groep N.V. en een regionale netbeheerder Stedin Holding N.V.. Deze splitsing is verplicht op basis van de Wet Onafhankelijk Netbeheer. De gemeente Lansingerland is sinds de splitsingsdatum aandeelhouder in twee ondernemingen namelijk van Eneco Groep N.V. en van Stedin Holding N.V.
In beide ondernemingen heeft de gemeente Lansingerland een aandelenbelang van 3,38%.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? De dividenduitkering is een vast dekkingsmiddel in onze begroting. De omvang van het uit te keren dividend is afhankelijk van de netto winst in enig jaar. De mogelijke tegenvallers in de nettowinst van de onderneming én een eventuele verkoop van het aandelenbelang zijn een financieel risico.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? De gemeente Lansingerland heeft zich in 2017 bezonnen op het toekomstig aandeelhouderschap van Eneco Groep. Daartoe is in 2017 een traject gelopen, gezamenlijk met alle aandeelhouders van Eneco, om hier op een zorgvuldige wijze naar te kijken. In dit proces is de raad intensief betrokken. Uitkomst is dat Lansingerland constateert dat het aandeelhouderschap in Eneco niet noodzakelijk is om publieke belangen te realiseren of te borgen, dat de zeggenschap over Eneco beperkt is en dat het risicoprofiel van Eneco significant veranderd is en op basis van de huidige strategie verder veranderen zal. Daarom heeft Lansingerland op 31 oktober 2017 besloten om het aandelenbelang in Eneco af te bouwen. De cijfermatige uitkomst van de consultatie is dat 52 van de 53 aandeelhouders een principebesluit hebben genomen om hun aandelenbelang te willen afbouwen of te houden. Eenenveertig aandeelhouders (74,55% van het geplaatste aandelenkapitaal) namen een principebesluit tot afbouw. De gemeente Lansingerland maakt onderdeel uit van deze groep. Elf aandeelhouders (24,77% van het geplaatste aandelenkapitaal) namen een principebesluit tot houden. Eén aandeelhouder (0,68% van het geplaatste aandelenkapitaal) heeft nog geen principebesluit genomen, maar wacht de uitkomsten van het transactieproces af.
Eind 2017 is het transactieproces gestart. Op enig moment kan het transactieproces resulteren in een concreet bod of in de financiële contouren van een voorgestelde beursgang. Naar verwachting zal dit in 2019 zijn. Op dat moment is er dus concreter zicht op de uiteindelijke waarde van het te verkopen aandelenpakket. Algehele of gedeeltelijke afbouw van het aandelenbelang heeft onder meer een direct effect op de omvang van het jaarlijkse geprognotiseerde dividend van Eneco én de totale financieringspositie van de gemeente.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Uitkomst van de financiële analyse is dat het financieel risicoprofiel gemiddeld is. De geraamde dividenden zijn aanzienlijk terwijl Eneco opereert in een commerciële markt met een aanzienlijk investeringsprogramma, mede in het buitenland. Dit geeft een vergroot risico met betrekking tot de stabiliteit van de nettowinst en daarmee van het dividend. Ook heeft Eneco in juni 2018 een verandertraject aangekondigd. De financiële effecten daarvan zijn nog niet bekend. Op basis van de resultaatsontwikkeling in de eerste helft van 2018 is de verwachting dat het resultaat over het gehele jaar 2018 substantieel lager uitvalt ten opzichte van 2017 maar dat het resultaat over 2019 zich weer op het niveau van 2017 bevindt.
Uitkomst van de bestuurlijke analyse is dat het bestuurlijke risicoprofiel hoog is. Eneco zit in een transactieproces c.q. privatiseringsproces. Ook vond, voorafgaand aan dit proces, veel discussie plaats over ondermeer rollen en verantwoordelijkheden uitmondend in een mediationtraject. Op 16 april 2018 heeft de CEO zijn vertrek aangekondigd. Inmiddels is op 25 mei 2018 een nieuwe CEO benoemd. Ook heeft de Centrale Ondernemingsraad op 02 mei 2018 aan de Ondernemingskamer verzocht een enquêteprocedure te starten.
Daar Eneco een zogenaamde structuurvennootschap is, is de rechtstreekse invloed van aandeelhouder(s) op de RvC en RvB beperkt.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? Niet van toepassing.

Stedin Holding N.V.

Naam verbonden partij Stedin Holding N.V.
Vestigingsplaats Rotterdam
Deelnemende partijen De aandelen van Stedin Holding N.V. zijn in handen van 53 Nederlandse gemeenten.
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) De waarborging van levering van energie aan de klanten binnen het verzorgingsgebied door middel van netbeheer als bedoeld in de Electriciteitswet en de Gaswet.
Veranderingen in 2018 en 2019 in het bestuurlijke en publieke belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft. De hoofdactiviteit van Stedin is het uitvoeren van wettelijke netbeheertaken. Stedin oriënteert zich op het afstoten van commerciële activiteiten en heeft in dat kader in 2018 Joulz Energy Solutions (JES) verkocht aan VolkerWessels.
Lansingerland is niet voornemens om in 2018 of 2019 wijzigingen aan te brengen in het aandelenbelang in Stedin.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Het geprognotiseerde dividend is in de meerjarenbegroting opgenomen als algemeen structureel dekkingsmiddel. Lansingerland is de vijfde aandeelhouder met een aandeel van 3,38% in het aandelenkapitaal.
Het geprognotiseerde jaarlijkse dividend bedraagt € 1.600.000.

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Per 1-1-2017 Eneco Holding N.V.: € 5,310 miljoen, dit betreft het ongesplitste Eneco en Stedin.
Per 31-12-2017 Stedin Holding N.V.: € 2,583 miljoen.

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Per 1-1-2017 Eneco Holding N.V.: € 4,486 miljoen, dit betreft het ongesplitste Eneco en Stedin.
Per 31-12-2017 Stedin Holding N.V.: € 3,968 miljoen.

Financieel resultaat 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Het te verdelen resultaat van Stedin Holding N.V. bedraagt € 56 miljoen, waarvan in 2018 de helft als dividend uitgekeerd is aan aandeelhouders.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2018 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Niet van toepassing.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? De omvang van het uit te keren dividend is afhankelijk van de nettowinst in enig jaar. Het huidige beeld is dat het resultaat uit gewone bedrijfsactiviteiten over 2018 en 2019 stabiel is.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? De dividenduitkering is een vast dekkingsmiddel in onze begroting. De omvang van het uit te keren dividend is afhankelijk van de nettowinst in enig jaar.  De mogelijke tegenvallers in de nettowinst van de onderneming zijn een financieel risico. Het huidige beeld is dat het resultaat uit gewone bedrijfsactiviteiten over 2018 en 2019 stabiel is.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Uitkomst van de financiële analyse is dat het financieel risicoprofiel laag is. De geraamde dividenden zijn aanzienlijk maar Stedin opereert in een gereguleerde markt.
Uitkomst van de bestuurlijke analyse is dat het bestuurlijke risicoprofiel ook laag is. Enerzijds is Stedin een zogenaamde structuurvennootschap waarbij de rechtstreekse invloed van aandeelhouder(s) op de raad van commissarissen en de raad van bestuur beperkt is. Anderzijds zijn er met Stedin eenduidige afspraken gemaakt over ondermeer het goedkeuringsrecht van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders met betrekking tot (des-)investeringsbeslissingen en een adviesrecht ten aanzien van de vaststelling van het meerjarig strategisch plan alsmede een herziening daarvan, alsmede een daarop aansluitend jaarplan en de herziening daarvan, voor zover de inhoud daarvan ziet op het gereguleerde domein.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? Niet van toepassing.

Stichting Parkmanagement Bedrijvenpark Oudeland (PMBO)

Naam verbonden partij Stichting Parkmanagement Bedrijvenpark Oudeland (PMBO)
Vestigingsplaats Berkel en Rodenrijs
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) De stichting heeft ten doel:
a. het uitvoeren of doen uitvoeren van het algemeen management voor de dienstverlening met als doel het initiële kwaliteitsniveau van en het verblijfsklimaat op bedrijvenpark Oudeland te behouden en waar mogelijk te verhogen, een en ander overeenkomstig de daartoe in het parkmanagementplan opgenomen prestatie-eisen;
b. het uitvoeren of doen uitvoeren van terreinbeveiliging op bedrijvenpark Oudeland overeenkomstig de daartoe in het parkmanagementplan opgenomen prestatie-eisen;
c. het (doen) realiseren, (doen) beheren en (doen) onderhouden van bedrijfsverwijzingen op bedrijvenpark Oudeland overeenkomstig de daartoe in het parkmanagementplan opgenomen prestatie-eisen;
d. het beheren en onderhouden of doen beheren en onderhouden van de openbare ruimte op bedrijvenpark Oudeland overeenkomstig het daartoe opgestelde beheerplan; en voorts al hetgeen met een en ander verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.
Het publieke belang is het creëren van een gunstig economisch klimaat. Daarnaast is de taak van de stichting PMBO het organiseren, in stand houden en daar waar mogelijk verbeteren van het kwaliteitsniveau (ruimtelijk, technisch en voor veiligheid) op bedrijvenpark Oudeland.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) De gemeente Lansingerland draagt het beschikbare budget voor het dagelijks beheer en onderhoud van de openbare ruimte over aan de stichting PMBO. Het gaat daarbij alleen om het budget behorende bij de taken die daadwerkelijk worden overgedragen, dit is voor de gemeente dus budgetneutraal. Het gaat om een bedrag van € 72.506.
De verhouding bijdrage ondernemers – bijdrage gemeente voor het totale parkmanagement bedraagt in 2017 65%-35%.

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Per 1-1-2017: € 261.417
Per 31-12-2017: € 292.981

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Per 1-1-2017: € 13.386
Per 31-12-2017: € 40.803

Financieel resultaat 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

€ 1.564
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2018 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Er hebben zich geen veranderingen in het financieel belang voorgedaan.
In 2014 is de Beheerovereenkomst tussen de gemeente Lansingeland en de stichting PMBO ondertekend. In deze overeenkomst zijn de afspraken voor het dagelijks beheer en onderhoud van Oudeland vastgelegd. De kaders hiervoor staan beschreven in het bijbehorende beheerplan.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Geen bijzonderheden.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Belangrijk aandachtspunt is alle ondernemers/eigenaren van Oudeland betrokken te houden bij de in stand houding van de kwaliteit van het bedrijvenpark. Tevens het benutten van alle mogelijkheden om gronden uit te geven aan nieuwe ondernemers en het bedrijvenpark te laten groeien.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting Financieel en bestuurlijk zijn de risico’s laag.
Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? Een goed georganiseerd en vitaal bedrijventerrein levert een belangrijke bijdrage aan de plaatselijke en regionale economie.

Bank Nederlandse Gemeenten

Naam verbonden partij Bank Nederlandse Gemeenten
Vestigingsplaats Den Haag
Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? ) BNG is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.
Veranderingen in 2017 en 2018 in het bestuurlijke en publieke belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft. Er worden geen veranderingen verwacht.
Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?) Wij dragen financieel niets bij. Als aandeelhouder van 15.015 van de totaal circa 56 mln. aandelen ontvangen wij 0,027% van de netto winst die uitgekeerd wordt aan aandeelhouders. De winst zetten wij in als algemeen dekkingsmiddel in de meerjarenbegroting

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Per 1-1-2017: € 4.486 mln.

Per 31-12-2017: € 4.953 mln.

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Per 1-1-2017: € 149.483 mln.

Per 31-12-2017: € 135.041 mln.

Financieel resultaat 2017

(Uit: jaarrekening 2017)

Over 2017 realiseerde BNG Bank een nettowinst na belastingen van EUR 393 miljoen (2016: EUR 369 miljoen). Per aandeel is € 2,50 uitgekeerd aan dividend. De dividenduitkering over 2017, die in 2018 uitgekeerd is, bedraagt voor Lansingerland € 37.988.
Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2018 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft Niet van toepassing.
Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? Niet van toepassing.
Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar? Niet van toepassing.
Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting

Op basis van de financiële en bestuurlijke analyse kan worden vastgesteld dat het risicoprofiel laag is.

Lansingerland is aandeelhouder en loopt daardoor in principe geen of een beperkt financieel of bestuurlijk risico.

Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma? Lansingerland is aandeelhouder. De dividenduitkering is een vast dekkingsmiddel in onze begroting.

Paragraaf Grondbeleid

Grondbeleid

Grondbeleid is geen doel op zich maar een middel om ruimtelijke doelstellingen op het gebied van bijvoorbeeld volkshuisvesting, economie, groen en recreatie, infrastructuur en maatschappelijke voorzieningen te realiseren. Onze kaders zijn vastgelegd in de nota Grondbeleid. Voor de periode 2019-2022 stellen we een nieuwe nota Grondbeleid op. In deze nota geven we inzicht de verschillende vormen van grondbeleid en de keuze die wij hierin maken, de instrumenten die wij inzetten om dit beleid te realiseren en de spelregels die wij hierbij toepassen. De doelstellingen en ambities uit het coalitieakkoord 2019-21022 vormen hiervoor de basis samen met de beleidsdoelstelling zoals vastgelegd in de Structuurvisie, Woonvisie en Economische visie.

Vanuit de VINEX-opgave heeft de gemeente in het verleden vooral een actief grondbeleid gevoerd. Het merendeel van deze plannen is inmiddels in uitvoering. Bij een actief grondbeleid koopt en produceert de gemeente zelf bouwgrond. Hieraan zijn ook risico's verbonden. Een toename van de financiële risico's voor de gemeente is niet gewenst. Voor nieuwe ontwikkelingen kiezen wij dan ook in de basis voor een (meer) faciliterend grondbeleid. De kostenverhaalsmogelijkheden vanuit de Wet ruimtelijke ordening ondersteunen deze keuze. Ook de nieuwe Omgevingswet biedt in de toekomst de mogelijkheid tot kostenverhaal.

Het college staat open voor nieuwe, private initiatieven. Hierbij wordt wel telkens de afweging gemaakt in hoeverre deze initiatieven van meerwaarde of aanvullend zijn ten opzichte van de reeds bestaande plannen.

Op basis van de nota Grondbeleid worden alle gemeentelijke grondexploitaties tenminste éénmaal per jaar geactualiseerd. Het college stelt daarnaast jaarlijkse de Kaderbrief Grondprijzen vast.

Strategische aankopen

Lansingerland heeft meerdere gronden in bezit die ooit zijn aangekocht met het doel deze te ontwikkelen. De meest in het oog springende gronden zijn de gronden in het plangebied Wilderszijde. Daarnaast zijn er ook nog gronden gelegen in Bleiswijk.  Deze gronden zijn gewaardeerd tegen de huidige bestemming. De waardering van de gronden in Wilderszijde wordt jaarlijks opnieuw beoordeeld: de waardering mag niet boven de marktwaarde uitstijgen. In 2017 is het ambitiedocument voor Wilderszijde vastgesteld, dit wordt op dit moment uitgewerkt tot een stedenbouwkundig masterplan. Ook de gronden van Wilderszijde die al wel in ontwikkeling zijn, nemen we hierin mee. Vaststelling van de grondexploitatie voor het totale plangebied Wilderszijde is gepland in 2019.

Grondexploitaties, risico’s en weerstandsvermogen (MPG 2018)

Op 31 mei 2018 heeft de raad ingestemd met de Meerjaren Prognose Grondexploitatie (MPG) 2018. Het MPG 2018 vormt de basis voor deze Begroting 2019-2022. Voor een uitgebreide toelichting verwijzen wij dan ook naar het MPG 2018.

Het MPG en daarmee de jaarlijkse actualisatie van alle grondexploitaties is gekoppeld aan de jaarrekening. Daarnaast geven we in, of gelijktijdig met bestuurlijke besluitvorming van, de begroting inzicht in grote afwijkingen ten opzichte van het MPG en een globale doorkijk naar de eerstvolgende actualisatie.

Bij de actualisatie sturen we vooral op de 4 P's: programma, planning, prijzen en parameters. Deze vier elementen bepalen in hoge mate het resultaat van de grondexploitaties. Bij het MPG 2018 zijn de volgende grondexploitaties betrokken:

Kern

Woningbouw

Bedrijventerreinen

Centrum-ontwikkeling

Overig

Berkel en Rodenrijs

Meerpolder

Westpolder/Bolwerk

Rodenrijse Zoom

RvR Groenzoom

Oudeland

Berkel Centrum

 

Bergschenhoek

Wilderszijde (doorlopende deel)

Parkzoom

Kavels Boterdorp

Leeuwenhoekweg

Bergschenhoek Centrum

Landscheidingspark Horeca

Bleiswijk

De Tuinen

 

 

Vluchtheuvel

 

 

 

Programma en planning

Woningbouw

Qua programma is er sprake van een mix van woningen in verschillende woningbouw categorieën en typologieën. Zowel het programma als de planning (fasering) worden regionaal afgestemd.

De categorieën sociaal en starterswoningen hebben nadrukkelijk onze aandacht. Doelstelling is het voorzien in voldoende woningbouw voor deze doelgroepen, op korte én lange termijn. Naast het realiseren van nieuwe woningen is het dus ook van belang dat deze woningen in de toekomst behouden blijven voor de doelgroep. Via het grond(prijs)beleid sturen wij hierop.

In totaal gaan we uit van een gemiddelde oplevering van 400-500 woningen per jaar voor de komende 5 jaar. Dit betreft zowel de gemeentelijke grondexploitaties als de particuliere initiatieven.

Bedrijventerreinen

Binnen Lansingerland heeft de gemeente twee terreinen in eigen ontwikkeling: Oudeland en Leeuwenhoekweg. Daarnaast worden er nog twee terreinen ontwikkeld gezamenlijk met de gemeente Zoetermeer: Bleizo en Hoefweg. Elk terrein heeft zijn eigen kenmerken en de terreinen liggen verspreid over Lansingerland.

In het MPG 2018 gaan we uit van onderstaande (gemiddelde) uitgifteplanning:

Tabel uitgifte bedrijfsterrein        
Verwachte uitgifte bedrijfsterrein in hectare (ha) 2018 2019 2020 2021
Oudeland 1,6 1,5 1,5 2,0
Leeuwenhoekweg 1,8 0,8 1,0 0,0
Bleizo 0,0 9,5 1,7 1,7
Hoefweg 2,2 9,6 2,2 2,2

Het uitgifte tempo van de geactualiseerde grondexploitatie Oudeland is vooralsnog gelijk aan de vastgestelde grondexploitatie 2017. In 2017 zijn verschillende koopovereenkomsten gesloten én betaalde optieovereenkomsten voor de afname van nog eens 12 hectare. Het is geen garantie dat deze optieovereenkomsten ook tot daadwerkelijke grondverkopen leiden, het is echter wel een positief signaal dat een versnelling van het uitgifte tempo mogelijk is. Op het moment dat deze versnelling zich daadwerkelijk voordoet, heeft dit een positief effect op het resultaat en de resterende looptijd van het project.

Looptijd projecten

De looptijd van een project verschilt per project. Daarbij is het goed om te motiveren, vooral voor projecten met een langere looptijd, waarom ervoor gekozen is deze als “gronden in exploitatie” te beschouwen. Ook de commissie BBV schrijft dit voor in haar notitie Grondexploitaties. Lansingerland kent op dit moment 1 grondexploitatie met een looptijd langer dan 10 jaar: Oudeland. De grondexploitatie Oudeland heeft op dit moment een looptijd  tot en met 31-12-2036 en overschrijdt daarmee de richttermijn van 10 jaar. Om de risico’s van de (lange termijn) ontwikkeling van Oudeland te beheersen heeft de gemeente beheersmaatregelen getroffen.

Prijzen

In de jaarlijks vast te stellen kaderbrief Grondprijzen wordt aangegeven hoe de grondprijzen in de gemeente Lansingerland worden bepaald. Voor een aantal categorieën wordt een richtprijs genoemd. De grondprijzen in de grondexploitaties sluiten aan op de kaderbrief. Daarnaast is er binnen de grondexploitaties ruimte om, onder voorwaarden, maatwerk toe te passen, zodat goed op de markt kan worden ingespeeld.

 Parameters

Jaarlijks worden de te hanteren parameters voor de rente, kosten- en opbrengstenstijging vastgesteld, zie onderstaande tabel.

 

  2018 t/m 2021 2022 t/m 2027 vanaf 2028
Rente 2,15% 2,15% 2,15%
Kostenstijging 2,00% 2,00% 2,00%
Opbrengstenstijging      
Woningbouw 1,00% 1,00% 0,00%
Bedrijventerrein 1,00% 1,00% 0,00%

Let op: Indien er al contracten zijn gesloten, gelden de contractueel opgenomen parameters. Deze kunnen (gemotiveerd) afwijken van de in de tabel genoemde parameters.

VTA

Jaarlijks worden ook de VTA kosten voor de resterende looptijd van een project opnieuw bezien. Daarbij vindt een inschatting plaats van de tijdsbesteding in uren op basis van cijfers uit het verleden en verwachtingen voor de toekomst. Daarnaast worden kosten geraamd voor concrete producten die vallen onder de post planontwikkelingskosten, zoals bijvoorbeeld bestemmingsplannen.

Uitgangspunt voor de raming van de interne uren zijn de uurtarieven zoals vastgesteld bij de begroting 2018-2021.

Resultaten

Het MPG 2018 kent het volgende resultaat:

Tabel actualisatie grondexploitaties (in miljoenen €)

 

 

 

 

 

Prijspeil

A=

MPG 2017 / JR 2016

1-1-2017

B=

MPG 2018 / JR 2017

1-1-2018

C=

Verschil B t.o.v. A

Totaal negatieve grexen op NCW 1-1-2017 -45,47 -45,63 -0,16
Totaal positieve grexen op NCW 3,91 3,35 -0,57
Totaal op NCW -41,56 -42,28 -0,73

Voor het totaal te verwachten negatieve resultaat van circa € 45 miljoen is een verliesvoorziening gevormd.

Voor een toelichting op de resultaten per grondexploitatie wordt verwezen naar het MPG 2018.

Tussentijdse winstnemingen

Het BBV schrijft een tussentijdse winstneming voor bij winstgevende projecten, naar rato van de voortgang. Bij de is Jaarrekening 2017 in totaal ca. € 1,09 mln aan tussentijdse winst genomen. Dit betreft de volgende grondexploitaties:

-       Scholen Boterdorp € 0,52 mln

-       Rodenrijse Zoom   € 0,57 mln

Het project Oudeland kent ook een positief resultaat. De nog te realiseren opbrengsten en de daarmee gepaard gaande risico’s zijn echter dusdanig van omvang, dat een tussentijdse winstneming voor dit project niet verantwoord is.

 Risico’s

Ondanks dat we de ramingen binnen de grondexploitaties met de grootst mogelijke zorgvuldigheid opstellen, blijven er risico’s bestaan. Niemand kan de toekomst voorspellen en de berekeningen zijn gebaseerd op aannames en uitgangspunten, die in de praktijk anders (zowel positief als negatief) kunnen uitvallen. De belangrijkste risico’s die samenhangen met de grondexploitaties hebben betrekking op de planning, de prijs en het programma. Voor de komende 4 jaar (2019 t/m 2022) zijn de opbrengsten geraamd op een totaal van ruim € 140 miljoen, gemiddeld zo’n € 35 miljoen per jaar. Het college stuurt dan ook actief op de realisatie van deze opbrengsten.

Bij de actualisatie van de grondexploitaties actualiseren wij ook de risico’s. Waar nodig worden risico’s toegevoegd of bijgesteld (naar beneden of boven). Hierbij schatten we, naast het risicobedrag, ook in wat de kans is dat het risico zich zal voordoen. Dit leidt tot een gewogen risicoprofiel per project. Om het verloop van de risico’s te kunnen monitoren in de tijd is (indicatief) een indeling gemaakt naar 3 profielen: hoog (gewogen risico groter dan 2,5 mln), midden (gewogen risico 1 mln tot 2,5 mln) en laag (gewogen risico tot 1 mln). Bij een voorspoedige ontwikkeling nemen de risico’s af naar mate de ontwikkeling vordert. In het begin van een project zal er doorgaans sprake zijn van aannames met een hoge mate van onzekerheid. Naar mate de ontwikkeling concreter wordt, kunnen ook de cijfers nauwkeuriger worden ingeschat. Hieronder volgt een overzicht van de projecten met de daarbij behorende risicoprofielen van zowel de het MPG 2017 als het MPG 2018.

Tabel risicoprofielen    
  2017 2018
Parkzoom Laag Laag
Wilderszijde Midden Midden
De Tuinen Laag Laag
Leeuwenhoekweg Hoog Laag
Scholen Boterdorp Laag Laag
Centrum Bergschenhoek Laag Laag
Meerpolder Laag Laag
Berkel Centrum Laag Laag
Westpolder Hoog Hoog
Oudeland Hoog Hoog
Rodenrijse Zoom Laag Laag
Vluchtheuvel Laag Laag
RvR Groenzoom Laag Laag
Landscheidingspark Horeca Laag Laag
     
Bleizo Hoog Hoog
Hoefweg Hoog Hoog
     
Wilderszijde (MVA) Hoog Hoog

Op totaalniveau is het risicoprofiel gekoppeld aan de benodigde weerstandscapaciteit, zie paragraaf Weerstandcapaciteit.

Voor een gedetailleerder overzicht van de risico’s per project wordt verwezen naar het MPG 2018.

Tussenstand en doorkijk grondexploitaties en risico's (t-MPG 2018)

Tussenstand en doorkijk Meerjaren Prognose Grondexploitaties (t-MPG) 2018

Alle grondexploitaties zijn op hoofdlijnen doorgenomen op afwijkingen in realisatie én prognose. Dit betreft nadrukkelijk geen algehele actualisatie, maar geeft enkel inzicht in de verwachte bijstellingen bij de actualisatie eind 2018 (MPG 2019). Genoemde bedragen zijn indicatief en op nominale waarde, met uitzondering van de opbrengsten in Oudeland. Afhankelijk van de hoogte van de parameters en de looptijd van projecten zijn deze effecten soms groot.

De meeste grondexploitaties lopen volgens planning en kennen op dit moment geen grote afwijkingen ten opzichte van het MPG 2018. Voor Oudeland en Parkzoom voorzien we wel een bijstelling van zowel de kosten als de opbrengsten. Op MPG-niveau hebben deze bijstellingen per saldo een positief effect. Een aantal bijstellingen kennen echter nog een grote mate van onzekerheid. Financieel worden de bijstellingen pas verwerkt als deze voldoende zeker zijn. Dit is bijvoorbeeld het geval als er een getekend contract is of een aanbesteding is afgerond. Dit beoordelen wij bij de actualisatie eind dit jaar (MPG 2019 / Jaarrekening 2018). Het MPG 2019 wordt na vaststelling verwerkt in de begroting.

Ontwikkelingen

Er is nog steeds een grote vraag vanuit de markt naar zowel woningen als bedrijventerreinen. De bouw kan het gevraagde tempo echter niet aan. Er is gebrek aan materiaal én menskracht. Dit heeft een effect op de planning en zien wij ook terug in onze projecten. Daarnaast zijn wij door een wetswijziging per 1 juli verplicht om nieuwbouwwoningen zonder gasaansluiting op te leveren. Dit heeft een impact op niet alleen nieuwe plannen, maar ook op de plannen waarvoor reeds contracten zijn gesloten. Voor een aantal korte termijn plannen moet de ontwikkelaar de woningontwerpen aanpassen, waardoor deze plannen vertragen. Voor plannen waar nog grote aantallen woningen gepland staan, onderzoeken we wat de meest efficiënte wijze is om deze wijken te verwarmen.  

Woningbouwplanning

Voor de komende 5 jaar gaan we uit van een gemiddelde planning van 400-500 woningen per jaar. Dit betreft zowel de gemeentelijke grondexploitaties als de particuliere initiatieven. Deze planning staat onder druk. Bij het MPG 2018 hebben we de verwachting voor 2018 naar beneden bijgesteld en op basis van de huidige inzichten verwachten we dat het aantal opleveringen dit jaar verder daalt. Deze daling wordt veroorzaakt door het met 1 jaar doorschuiven van een drietal particuliere projecten.

Een lager aantal opleveringen in 2018 betekent niet dat ontwikkelaars minder woningen bouwen. Alleen het tempo ligt lager dan verwacht. Gezien de ontwikkelingen in de markt (tekort aan materiaal en menskracht, gasloos bouwen), is het de vraag of deze daling in 2018 (volledig) wordt gecompenseerd in 2019 t/m 2021. Dit is een risico en geldt voor zowel de gemeentelijke grondexploitaties als de particuliere ontwikkelingen.

Planning bedrijventerreinen

Onlangs is voor Oudeland onder meer een verkoopovereenkomst getekend voor de verkoop van ca. 7 hectare en ook de eerder gesloten reserveringsovereenkomsten zijn nog steeds van kracht. Met de uitgifte van deze 7 hectare voldoen wij in 2018 ruimschoots aan de geraamde uitgifteplanning. Als deze versnelling doorzet (bijvoorbeeld doordat ook alle reserveringsovereenkomsten worden omgezet in daadwerkelijke verkoopovereenkomsten) dan kan mogelijk de looptijd van Oudeland verder worden verkort. Dit heeft een (aanzienlijk) positief effect op het resultaat (met name rentevoordeel), zoals ook aangekondigd bij het MPG 2018. Daartegenover staat dat het project nog een lange looptijd kent en daarmee een hoog risicoprofiel. De uitgifte van gronden voor bedrijventerreinen verloopt vaak in een golfbeweging. Een hoge uitgifte nu is dus geen garantie dat het gemiddelde ook alle andere jaren wordt gehaald.

Belangrijkste verschillen per project

Oudeland:

Verwachte bijstelling ca. 0,6 mln (nadelig) + PM (voordelig). Dit komt voort uit:

  • De versnelde uitgifte van 7 ha leidt per saldo tot een voordeel van ca. 1,7 mln (NCW), waarbij o.a. rekening is gehouden met de overeengekomen grondprijs en een verkorting van de looptijd.

    Bij uitgifte van (zeer) grote kavels is maatwerk mogelijk. Dit maakt onderdeel uit van ons grondbeleid. Voor de uitgifte van de eerdergenoemde 7 ha is een lagere grondprijs overeengekomen dan aanvankelijk opgenomen in de grondexploitatie. Deze lagere grondprijs is in de grondexploitatie opgevangen door zowel rentevoordeel (snellere afname van de boekwaarde) en inzet van een deel van de risicoreservering, als een besparing in de kosten door het vervallen van een weg door samenvoeging van 2 kavels. Naast het voordeel (saldo) neemt ook het risicoprofiel van Oudeland af (berekend over de nog uit te geven gronden).

  • Indien er in 2018 nog meer (grote) kavels worden verkocht, neemt het saldo verder toe.
  • De kosten voor verwerving en sanering vallen naar verwachting hoger uit. In totaal bedragen de meerkosten ca. 2,3 mln. Het grootste deel van deze kosten is toerekenbaar aan een perceel dat door zijn vorm en ligging onlosmakelijk verbonden is met de ontwikkeling van Oudeland, maar op dit moment nog niet in eigendom is. De verkaveling van Oudeland loopt met de uitgeefbare kavels over het betreffende perceel heen. Het niet verwerven van het perceel leidt tot een incourante verkaveling met kleinere kavels en snijverlies. Het perceel is ernstig vervuild. Recent zijn de saneringskosten en kosten voor schadeloosstelling opnieuw ingeschat. Deze liggen een stuk hoger dan de kosten zoals deze nu in de grondexploitatie zijn opgenomen. Daarnaast is er een bodemverontreiniging geconstateerd nabij kavel B2 en C1. De saneringskosten hiervoor waren niet voorzien.

Parkzoom:

Verwachte bijstelling ca. 1,5 mln + PM (beide voordelig). Dit komt voort uit:

  • Verwachte opbrengsten voor de twee appartementencomplexen in Parkzoom 4. Beide appartementencomplexen kenden een hoge mate van onzekerheid en zijn daarom financieel (nog) niet opgenomen in de grondexploitatie. Voor het ene complex stellen we op dit moment een verkoopovereenkomst op, voor het andere complex starten we op korte termijn de aanbesteding.
  • Verwachte vrijval in kosten voor civieltechnische werken van ca. 1,5 mln. Op basis van huidige inzichten en het vergevorderde stadium van de uitvoering van het project Parkzoom kunnen de nog te maken kosten nauwkeurig(er) worden ingeschat en kan het aandeel onvoorzien naar beneden worden bijgesteld. In juli start de aanbesteding van de civieltechnische werken voor Parkzoom 3. In de voorbereiding van deze aanbesteding is ook kritisch gekeken naar de overige nog te maken kosten voor civieltechnische raming. Wij verwachten dat op totaalniveau de raming naar beneden kan worden bijgesteld.

Risico’s en kansen

Door het sluiten van verkoopovereenkomsten en een meer concrete inschatting van de nog te maken kosten nemen de risico’s van de grondexploitaties (verder) af. De financiële consequenties van vertraging in de bouw liggen in de meeste gevallen bij de ontwikkelaar: contractueel is vaak een rentevergoeding afgesproken indien later wordt afgenomen.

Kansen liggen vooral in een verdere versnelling van Oudeland zoals eerder aangegeven bij de planning van de bedrijventerreinen. Ook verwachten we dat bij het sluiten van nieuwe verkoopovereenkomsten voor zowel bedrijventerreinen als woningbouwlocaties de nog in de grondexploitaties opgenomen risicoreserveringen verder vrijvallen.

Financiële overzichten

Tabel verloop grondexploitaties Bedragen x € 1,-
Verloop grondexploitaties 2019 2020 2021 2022
Kostensoort
Verwerving 6,098,302 282,303 278,660 274,758
Tijdelijk beheer 225,934 235,706 214,056 185,185
Sloop 84,669 10,718 10,932 11,151
Milieu 260,411 2,734,682 67,685 58,106
Civiel technische werken 14,575,276 10,903,636 6,441,164 3,101,108
VTA 3,606,804 2,801,516 2,078,714 1,739,146
Fondsen en afdrachten 423,191 204,022 314,356 79,191
Rente 0 0 0 0
Totaal kosten 25,274,588 17,172,583 9,405,566 5,448,645
Opbrengstensoort
Grondopbrengsten 39,876,938 45,086,077 26,798,846 23,152,253
Overige opbrengsten 1,762,453 1,918,193 1,965,952 1,701,953
Totaal opbrengsten 41,639,391 47,004,270 28,764,798 24,854,206
Saldo kosten en opbrengsten 16,364,803 29,831,686 19,359,232 19,405,561
Boekwaarde per einde jaar -195,128,991 -158,319,476 -142,472,486 -125,922,583
Boekwaarde 31-12-2017 -214,295,410
Tabel nog te realiseren kosten en opbrengsten per project Bedragen x € 1,-
Project Totaal nog te realiseren kosten Totaal nog te realiseren opbrengsten
Meerpolder 8,443,422 9,826,030
Berkel Centrum 8,635,644 5,933,906
Westpolder Bolwerk 11,652,055 93,708,203
Oudeland 40,150,359 133,829,847
Rodenrijse Zoom 466,003 1,359,507
De Tuinen 1,332,610 983,388
Parkzoom 11,828,878 12,294,214
Leeuwenhoekweg 863,729 7,744,685
Centrum Bergschenhoek 74,176 41,250
Wilderszijde 12,611,838 25,565,226
Scholen Boterdorp 51,559 218,835
Vluchtheuvel Bleiswijk 38,816 0
RvR Groenzoom 13,797,216 17,494,491
Landscheidingspark Horeca 568,046 350,000

Paragraaf Taakstelling en reserveringen

Taakstelling en reserveringen

In de begrotingscirculaire van de Provincie Zuid-Holland 2014-2017 werd geadviseerd om een Paragraaf ‘taakstelling en reserveringen’ in de begroting op te nemen. De afgelopen jaren toonde deze paragraaf onze stelposten (nog te effectueren voorgenomen bezuinigingen) en reserveringen (begrotingsruimte die gereserveerd is voor uitgaven). In 2019 hebben wij geen openstaande stelposten en reserveringen. Indien in de begroting 2020 geen nieuwe stelposten of reserveringen worden opgenomen zal deze paragraaf vanaf de begroting 2020 komen te vervallen.

Paragraaf Interbestuurlijk toezicht

Inleiding

De wet revitalisering generiek toezicht (Wet RGT) gaat ervan uit dat de raad in eerste lijn het college controleert, waardoor het verticaal toezicht van de provincies op gemeenten vermindert. De provincie wil haar verticale toezichtrol sober, proportioneel en risicogericht invullen. Om dit in de praktijk vorm te geven heeft de provincie in samenwerking met de Vereniging van Zuid-Hollandse Gemeenten (VHG) in 2013 met alle 65 Zuid-Hollandse gemeenten afzonderlijk –maar met identieke inhoud- een bestuursovereenkomst gesloten.

De provincie spreekt via de bestuursovereenkomst met de gemeenten af dat zij binnen de reguliere planning & control-cyclus (jaarverslag) jaarlijks informatie verschaffen over de stand van de taakbehartiging op de belangrijkste toezichtdomeinen: financiën, ruimtelijke ordening, omgevingsrecht, monumentenzorg, archief- en informatiebeheer en huisvesting vergunninghouders. Via deze paragraaf verschaffen wij deze informatie aan de provincie.

Financiën

De begroting 2019 en de meerjarenraming 2020-2022 zijn structureel en reëel in evenwicht.

Ruimtelijke ordening

In 2019 voldoen al onze bestemmingsplannen aan de verordening ruimte.

Omgevingsrecht

In 2016 heeft de gemeenteraad de Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht Lansingerland vastgesteld. Over de naleving van de kwaliteitscriteria doet het college van burgemeester en wethouders jaarlijks mededeling aan de gemeenteraad.

Monumentenzorg

Ook in 2019 beschikt de gemeente over een Erfgoedcommissie. Deze is opgebouwd conform de vastgestelde Erfgoedverordening 2016 m.b.t. deskundigheid.

Archief- en informatiebeheer

De inrichting van het fysieke en digitale archief- en informatiebeheer is solide en aan randvoorwaarden om de kwaliteit, ook op langere termijn, te waarborgen wordt voldaan. In 2020 wordt een nieuw verslag aan de raad gepresenteerd.

Huisvesting van verblijfsgerechtigden /vergunninghouders

De taakstelling voor het huisvesten van verblijfsgerechtigden /vergunninghouders is aan het dalen ten opzichte van het hoogste punt in 2016. Bij tijdige en voldoende koppeling aan onze gemeente door het COA verwachten wij aan de taakstelling te kunnen voldoen.