Meer
Publicatiedatum: 01-11-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Algemeen

Inleiding

We hebben de afgelopen jaren de financiën op orde gebracht en ingespeeld op de economische groei. Hierdoor staan we er nu financieel goed voor. Daarnaast hebben we voortvloeiend uit het coalitieakkoord nu scherper begroot en daarmee extra ruimte in de begroting gecreëerd. De begroting 2019 maakt dan ook veel nieuw beleid mogelijk om Lansingerland nóg aantrekkelijker te maken.

Dit nieuwe beleid vindt u in ons collegeprogramma Lansingerland doet ‘t. Daarin laten wij zien hoe we Lansingerland nóg mooier, socialer, leuker en veiliger willen maken. We hebben onze plannen en doelstellingen voor de komende vier jaar concreet geformuleerd en laten zien wat we daarvoor gaan doen, wanneer we dat gaan doen en wat de kosten zijn. Deze kosten voor de uitvoering van de plannen vormen de eerste begrotingswijziging op de begroting 2019. De begroting 2019 inclusief de eerste begrotingswijziging vanuit het collegeprogramma vormen daarmee het huishoudboekje voor 2019 en verder.   

In ons collegeprogramma (en bijbehorende begrotingswijziging) geven we concrete en meetbare doelstellingen, met een duidelijke planning en een kostenraming. Dat is belangrijk om op duidelijke en toetsbare doelen te kunnen sturen. De komende collegeperiode ziet u dit ook terug in de formulering en opstelling van onze begrotingen.

Het collegeprogramma: “Lansingerland doet ’t” vindt u hier.

 

Ten opzichte van de begroting 2018 is de indeling van de begroting op een aantal onderdelen aangepast. Zo zijn diverse teksten concreter en actiever geformuleerd, waaronder de ‘doelstellingen’ per beleidsveld. Die zijn per beleidsveld zo veel mogelijk in een concrete zin opgenomen. Daarnaast bevat elk programma nu een figuur dat in één oogopslag duidelijk maakt wat de totale financiële effecten van een programma zijn en de onderverdeling hiervan per doelstelling/beleidsveld. In de begroting 2020 maken we een verdere slag op de concreetheid en overzichtelijkheid per doelstelling. Hierbij laten we ons ook inspireren door begrotingen van andere gemeenten (bijvoorbeeld die van de gemeente Zoetermeer). Een belangrijke basis hiervoor vormen de doelstellingen en activiteiten uit het collegeprogramma. Deze zijn zo concreet/SMART mogelijk geformuleerd op de uit te voeren acties c.q. te behalen resultaten/maatschappelijke effecten.

Financiële samenvatting

Inleiding

Zoals hierboven aangegeven is het nieuwe beleid opgenomen in het collegeprogramma. Dit betekent dat in de begroting de verwachte effecten uit de kaderbrief 2019 zijn meegenomen, de structurele ontwikkelingen uit de zomerrapportage en enkele overige (onvermijdelijke) ontwikkelingen. De uitzondering hierop zijn de OZB en het verbeteren van procedure omgevingsvergunningen. Conform het coalitieakkoord willen we de woonlasten (belastingen) voor onze inwoners terugbrengen naar de landelijke gemiddelden. Daarom verlagen wij de komende vier jaar de onroerendzaakbelasting (ozb) per woning per eigenaar. Bij het opstellen van de begroting 2019 rekenen we al met een structurele verlaging van 4% vanaf 2019. Daarnaast zien we nu al ruimte om de tarieven sneller verder te verlagen. In het collegeakkoord is daarom nogmaals 4% verlaging opgenomen. Voor een juiste berekening van de legesbegroting nemen we de aanvullende inspanningen voor het verbeteren van de procedure van de aanvragen omgevingsvergunningen al mee bij het opstellen van deze begroting.

 

 

Van Begroting 2018 naar Begroting 2019

Van Begroting 2018 naar Begroting 2019

Het financiële vertrekpunt voor deze Begroting 2019-2022 is de in de Begroting 2018-2021 opgenomen meerjarenraming 2019-2021. In het overzicht hieronder wordt de oorspronkelijke meerjarenraming weergegeven om vervolgens te laten zien welke mutaties zich sindsdien hebben voorgedaan en wat dat uiteindelijk betekent voor de jaarschijven in de Begroting 2019-2022.

 

        Bedragen x € 1.000
Van Begroting 2018 naar Begroting 2019 2019 2020 2021 2022
Begroting 2018-2021 356 658 920 164
A2017-028 Jeugdwerk op straat -40 -40 -40 -40
Begroting voor Kaderbrief 2019 316 618 880 124
Mutaties naar aanleiding Kaderbrief        
Septembercirculaire 2017 t/m Meicirculaire 2018 2.933 3.701 4.763 6.230
Inflatiecorrectie -541 -533 -521 -521
Indexatie van verbonden partijen -104 -151 -155 -161
Autonome ontwikkelingen -409 -1.462 -1.680 -1.841
Structurele effecten jaarrekening 200 200 200 200
Organisatieontwikkeling -200 -200 -200 -
Renteontwikkelingen 500 520 547 596
Begroting na Kaderbrief 2019 2.695 2.693 3.834 4.628
Mutaties als gevolg van de zomerrapportage        
Ruimte uit de begroting 1.650 1.684 1.627 1.627
Bijstelling kapitaallasten door herfasering en MIP 2019 1.241 431 477 -207
Bijstelling loonprognose -386 -386 -386 -386
OZB -348 -393 -456 -519
Bijdrage DCMR -299 -299 -299 -299
Structurele effecten uit de zomerrapportage -444 80 98 191
Overige mutaties -171 -576 -693 -958
Begroting 2019-2022 3.939 3.234 4.202 4.076

 

Overige ontwikkelingen

Behalve voorstellen uit de Kaderbrief en meerjarige effecten van de Zomerrapportage, leiden enkele nieuwe (onvermijdelijke) ontwikkelingen tot aanpassingen in de verwachte begrotingssaldi. De grootste ontwikkelingen zijn de volgende:

  • Ruimte uit de begroting: Zoals in de zomerrapportage reeds gemeld, is door scherper te begroten, de vrije begrotingsruimte structureel toegenomen.
  • Kapitaallasten en MIP 2019:  Wegens een verschuiving van verschillende investeringen naar een later moment ontstaat er in 2019 een significant voordeel op de kapitaallasten. Vanaf 2020 wordt dit voordeel aanzienlijk kleiner, veel projecten zijn dan (naar verwachting) alsnog afgerond waardoor de kapitaallasten kunnen gaan lopen. In 2022 ontstaat er zelfs een klein nadeel door de naar achteren geschoven projecten en nieuwe projecten uit het MIP.
  • Loonprognose: Ten tijde van de begroting worden de loonkosten voor 2019 en verder opnieuw berekend. In vergelijking met de prognose van vorig jaar zijn de kosten naar verwachting circa € 386.000. Deze stijging wordt deels verklaard door een stijging in de pensioenpremies en verschillende sociale lasten. Er is geen budget opgenomen voor een mogelijke stijging in de cao aangezien de hoogte hiervan nog niet bekend is.
  • Onroerend zaak belasting (OZB): In het coalitieakkoord is aangegeven dat Lansingerland terug wil naar gemiddelde woonlasten. Om dit te bereiken is besloten de OZB jaarlijks met 4% te verlagen. Indien nodig wordt dit percentage bij volgende begrotingen aangepast. Aangezien dit effect heeft op de tarieven in de paragraaf lokale heffingen is deze aanpassing, in afwijking van de andere voorstellen uit het coalitieakkoord, al wel vast verwerkt in de begroting. Het effect hiervan is circa € 348.000
  • DCMR: Na structurele bezuinigingen op de werkplanbijdrage uit 2014 is de afgelopen jaren een ontwikkeling ontstaan dat de DCMR haar werkzaamheden niet meer kan uitvoeren binnen die jaarlijkse plafonds. Dit heeft enerzijds te maken met de economische situatie in Lansingerland; het gaat financieel beter, waardoor meer ondernemers inrichtingen starten en (milieu)vergunningen nodig hebben. Anderzijds vragen we ook meer van de DCMR bijvoorbeeld op het terrein van duurzaamheid. Hierdoor blijkt dat we structureel circa € 300.000 extra nodig hebben voor een adequate uitvoering van het werkplan.
  • Overige mutaties: De overige mutaties bedragen voor 2019 nog circa € 171.000. Dit zijn veel verschillende posten. In de verschillenanalyse per programma wordt dit nader toegelicht.

 

Risico’s

Hoewel wij onze begroting gedegen hebben opgesteld, zijn er altijd een aantal risico’s die ertoe kunnen leiden dat het in deze begroting verwachte resultaat zal verminderen. Voor de komende jaren blijft het, ondanks dat het economisch beter gaat, onzeker of de geraamde gronduitgiftes, met name voor bedrijventerreinen, gehaald zullen worden. Voor een verdere toelichting op de risico’s verwijzen wij u naar de risicoparagraaf.