Meer
Publicatiedatum: 24-08-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Inleiding

Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) stelt dat een aantal verplichte paragrafen moet worden opgenomen in de programmabegroting. Zij geven, als een dwarsdoorsnede door de programma’s, inzicht in een aantal bedrijfsvoeringaspecten van de gemeente. De paragrafen zijn:

  • Lokale heffingen
  • Weerstandsvermogen en risicobeheersing
  • Onderhoud kapitaalgoederen
  • Financiering
  • Bedrijfsvoering
  • Verbonden partijen
  • Grondbeleid
  • Taakstelling en reserveringen
  • Interbestuurlijk toezicht

Paragraaf Taakstelling en reserveringen is niet verplicht vanuit de BBV, maar is toegevoegd naar aanleiding van een advies in de begrotingscirculaire van de Provincie Zuid-Holland 2014-2017. De paragraaf Interbestuurlijk toezicht is toegevoegd naar aanleiding van de wet revitalisering generiek toezicht.

Paragraaf Lokale heffingen

Inleiding

Een belangrijke bron van inkomsten voor de gemeente zijn de lokale heffingen. Het beleid met betrekking tot deze heffingen is vastgelegd in verschillende gemeentelijke verordeningen, welke door de gemeenteraad zijn vastgesteld. In deze paragraaf presenteren wij op een centrale plaats in de begroting de lokale heffingen en de ontwikkelingen op het gebied van gemeentelijke belastingen/heffingen.

We onderscheiden twee soorten lokale heffingen, namelijk belastingen welke als algemeen dekkingsmiddel mogen worden ingezet, en rechten waarvan de opbrengsten direct dienen ter dekking van gemaakte kosten. Tot de eerste categorie behoren de onroerende zaakbelastingen, hondenbelasting en de precariobelasting. Tot de tweede categorie, de zogenaamde bestemmingsheffingen, behoren de rioolheffing, afvalstoffenheffing, lijkbezorgingsrechten, marktgelden en leges. Voor deze categorie worden de tarieven dusdanig vastgesteld dat de geraamde baten van de rechten niet uitgaan boven de geraamde lasten.

De tarieven 2018 maken deel uit van deze paragraaf, maar zijn nog voorlopig. De gemeenteraad stelt de tarieven 2018 definitief vast in de raadsvergadering van december 2017 en zijn hiermee geen onderdeel van de besluitvorming van deze begroting.

Uitgangspunt van de Kadernota (KN) 2018 is de lastenverlichting voor de inwoners en bedrijven van Lansingerland verder door te zetten. Zo wordt het OZB-tarief met 3% verlaagd. Ook is afgesproken in 2018 de afvalstoffenheffing te verlagen. Door een structureel voordeel kan deze heffing naar beneden worden bijgesteld. In 2018 is op basis van de verwachte kosten en opbrengsten, in relatie tot de hoogte van de egalisatiereserve afvalstoffenheffing, ook ruimte om de burger tegemoet te komen met een eenmalige teruggave. Deze tegemoetkoming, ter hoogte van € 1,5 miljoen, wordt gedekt uit de egalisatiereserve.

Lansingerland rekent de overhead toe aan producten (en daarmee aan tarieven) door middel van een opslag op de uurtarieven/FTE van de productieve uren (niet overhead uren). De gemeentebrede overhead wordt toegerekend op basis van een opslag die gebaseerd is op alle productieve uren en afdelingsspecifieke overhead wordt toegerekend door middel van een opslag gebaseerd op het aantal productieve uren/FTE van de desbetreffende afdeling.

Uitvoering WOZ – taken en heffingen gemeentelijke belastingen
De uitvoering van de WOZ – taken en heffing van gemeentelijke belastingen (opleggen en inning gemeentelijke aanslag) zijn sinds 1 januari 2013 uitbesteed aan SVHW (Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffingen en Waardebepaling) te Klaaswaal.

Overzicht opbrengst lokale heffingen

            bedragen x € 1.000
Opbrengst lokale heffingen Jaarrekening  Begroting  Begroting Begroting Begroting Begroting
  2016 2017 2018 2019 2020 2021
OZB woningen 7.509 9.096 8.877 9.075 9.273 9.471
OZB niet-woningen 4.950 5.837 5.856 5.879 5.901 5.923
Afvalstoffenheffing 8.021 5.595 3.844 5.514 5.624 5.734
Rioolheffing 5.282 5.897 6.134 6.378 6.613 6.842
Lijkbezorgingsrechten 215 212 212 212 212 212
Leges burgerzaken 530 656 637 475 475 475
Leges bouw 1.268 2.190 1.600 1.600 1.600 1.600
Hondenbelasting 281 295 295 295 295 295
Marktgelden 63 71 71 71 71 71
Precariobelasting, uitstallingen  42 45 45 45 45 45
Precariobelasting, kabels en leidingen  202 200 200 200 200 200
Totaal 28.363 30.094 27.771 29.744 30.309 30.868


De grootste mutaties op het gebied van inkomsten uit lokale heffingen in de meerjarenraming 2018 ten opzichte van de meerjarenbegroting 2017, betreffen de verlaging van de OZB-opbrengsten met 3% en de eenmalige tegemoetkoming afvalstoffenheffing in 2018 van € 1,5 miljoen. De OZB-opbrengsten nemen meerjarig wel licht toe, dit is te verklaren door areaaluitbreiding (nieuwbouw van woningen). In onderstaand overzicht staat, ten opzichte van de totale opbrengst aan lokale heffingen, van de belangrijkste heffingen het procentuele aandeel in de begroting 2017 en 2018. Door de eenmalige tegemoetkoming voor afvalstoffenheffing in 2018 van € 1,5 miljoen zijn de totale opbrengsten lokale heffingen lager.

Gemeentelijke woonlasten 2017 en (concept) 2018

In onderstaande tabellen staan de bedragen van de gemeentelijke woonlasten 2017 en 2018. De woonlasten bestaan uit de gemeentelijke belastingaanslag, die opgelegd wordt door SVHW voor de OZB, de afvalstoffen– en rioolheffing (overeenkomstig de publicatie van COELO).

Hieronder staan de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden met (1) een eigen woning of (2) een huurwoning en (3) een detailhandel met een eigen woning. De WOZ – waarde voor de eigenaar van een woning en die van een detailhandel zijn gebaseerd op fictieve WOZ – waarde gegevens.

(1) Meerpersoonshuishouden met eigen woning en een (fictieve) WOZ – waarde van € 273.000 bedragen x € 1,-
Lokale lasten Lansingerland Aanslag Aanslag Verschil Verschil
2017 2018 %
OZB € 384,11 € 372,59 € -11,52 -3,0%
Afvalstoffenheffing € 257,16 € 171,93 € -85,23 -33,1%
Rioolheffing € 237,00 € 241,08 € 4,08 1,7%
Aanslag gemeentelijke belastingen (via SVHW) € 878,27 € 785,60 € -92,67 -10,6%
(2) Meerpersoonshuishouden met een huurwoning bedragen x € 1,-
Lokale lasten Lansingerland Aanslag Aanslag Verschil Verschil
2017 2018 %
Afvalstoffenheffing € 257,16 € 171,93 € -85,23 -33,1%
Rioolheffing € 237,00 € 241,08 € 4,08 1,7%
Aanslag gemeentelijke belastingen (via SVHW) € 494,16 € 413,01 € -81,15 -16,4%
(3) Detailhandel met eigen woning met een (fictieve) WOZ-waarde van € 450.000 bedragen x € 1,-
Lokale lasten Lansingerland Aanslag Aanslag Verschil Verschil
2017 2018 %
OZB € 2.065,90 € 2.005,34 € -60,56 -2,9%
Rioolheffing € 237,00 € 241,08 € 4,08 1,7%
Aanslag gemeentelijke belastingen (via SVHW) € 2.302,90 € 2.246,42 € -56,48 -2,5%

COELO 2016 en woonlasten en tarieven regio

Het COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) publiceert jaarlijks de zogeheten “Atlas van de lokale lasten”. In deze atlas wordt een overzicht gegeven van de gemeentelijke woonlasten. De woonlasten hebben betrekking op een meerpersoonshuishouden met een eigen woning. De WOZ – waarde van de woning is gebaseerd op het gemiddelde van de WOZ – waarde van alle woningen in de betreffende gemeenten. De woonlasten bestaan uit de OZB, het rioolrecht en de afvalstoffenheffing.

Het COELO publiceert in de atlas ook een tarievenoverzicht. Het tarievenoverzicht voor 2017 is hieronder opgenomen, aangevuld met de gegevens van onze gemeente. Lansingerland staat in 2017 met het bedrag van € 878,- aan woonlasten op plek 366 van de 398 gemeenten.

COELO - 2017 Laagste  Landelijk  Hoogste  Lansingerland Lansingerland
    gemiddelde    2017 2018 concept
OZB-woningen (eigenaar) 0,0446% 0,1237% 0,2669% 0,1407% 0,1319%
OZB-niet woningen (eigenaar/gebruiker) 0,0748% 0,4693% 1,1742% 0,4590% 0,4590%
Afvalstoffenheffing (meerpersoonshuish.) € 12,00 € 260,00 € 408,00 € 257,16 € 171,93
Rioolheffing € 0,00 € 192,00 € 404,00 € 237,00 € 241,08
Hondenbelasting (1e hond) € 16,00 € 54,57 € 124,00 € 81,48 € 81,48
Woonlasten € 487,00 € 723,00 € 1.211,00 € 878,27 € 785,60

Woonlasten en de tarieven in de regio
Voor de vergelijking van de woonlasten van Lansingerland met die van de omliggende gemeenten is gebruik gemaakt van de gegevens, zoals die gepubliceerd worden in de Atlas van de lokale lasten 2017 van COELO.

In onderstaand overzicht zijn de gemiddelde – woonlasten 2017 weergegeven voor een eenpersoons huishouden en voor een meerpersoonshuishouden in Lansingerland en in de omliggende gemeenten. In de berekening van de woonlasten zijn meegenomen de onroerende zaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De gemiddelde WOZ – waarde is gebaseerd op de peildatum 1 januari 2016.

Woonlasten 2017 in de regio Gemiddelde WOZ - waarde Rangnummer Gemiddelde woonlasten eenpersoons- huishouden Gemiddelde woonlasten meerpersoons- huishouden Vergelijking met Lansingerland
Lansingerland € 273.000 366 € 827 € 878
Delft € 185.000 339 € 721 € 845 -4%
Pijnacker - Nootdorp € 270.000 332 € 758 € 839 -4%
Zoetermeer € 189.000 138 € 672 € 714 -19%
Zuidplas € 234.000 308 € 781 € 815 -7%
Tarieven 2017 in de regio Lansingerland Delft Pijnacker - Nootdorp Zoetermeer Zuidplas
OZB:
Eigendom woningen 0,1407% 0,1545% 0,1096% 0,1822% 0,1304%
Eigendom niet - woning 0,2548% 0,2935% 0,2311% 0,3955% 0,1727%
Gebruik niet - woningen 0,2042% 0,2350% 0,1644% 0,3074% 0,1286%
Totaal niet - woning 0,4590% 0,5285% 0,3955% 0,7029% 0,3013%
OZB - aanslag woning (a) € 384 € 286 € 296 € 345 € 305
Afvalstoffenheffing:
Een Persoonshuishouden € 206 € 219 € 223 € 222 € 239
Meerpersoonshuishouden (b) € 257 € 343 € 304 € 265 € 263
Rioolheffing: € 237 € 217 € 238 € 105 € 247
Gem. woonlast meerpersoons- huishouden (a+b+c) € 878 € 845 € 839 € 714 € 815
bron: Coelo, Centrum voor Onderzoek van de Economie van Lagere Overheden

Onroerend zaakbelastingen (ozb)

De ozb bestaat uit een belasting voor de eigenaar en een belasting voor de gebruiker van een opstal, waarbij verschil gemaakt wordt tussen woningen en niet-woningen. Sinds 2006 is de belasting voor de gebruikers van woningen (huurders) komen te vervallen. Voor niet-woningen, zoals bedrijfspanden, geldt de gebruikersbelasting nog wel.
Belastingplichtig voor de eigenarenbelasting is de genot hebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. Dat is degene die bij het kadaster staat ingeschreven met het meest verstrekkende genotsrecht. Voor de gebruikersbelasting is belastingplichtig degene die de onroerende zaak gebruikt (bijvoorbeeld een huurder), al dan niet krachtens persoonlijk recht.
De ozb is een algemeen dekkingsmiddel wat betekent dat deze vrij besteedbaar zijn. De belasting wordt berekend naar een percentage van de WOZ– waarde. De WOZ[1]-waarde wordt jaarlijks vastgesteld. Voor 2018 worden de onroerende zaken gewaardeerd naar de peildatum op januari 2017.

Lansingerland kent een tariefdifferentiatie voor woningen en niet-woningen. De tarieven voor niet-woningen liggen hoger dan voor de woningen. Tariefdifferentiatie tussen woningen en niet – woningen wordt in heel Nederland toegepast.

Tarieven 2018
Op grond van de in de kadernota 2018 opgenomen uitgangspunten, dalen de ozb-opbrengsten met 3%. Dit houdt in dat de tarieven meer/minder dalen, omdat gecorrigeerd wordt de gemiddelde waardeontwikkeling van zowel woningen als niet-woningen. Bij waardestijging daalt het ozb-tarief verder.

In de raadsvergadering van december 2017 zullen de hieronder vermelde ozb-tarieven 2018 definitief vastgesteld worden.

Ozb - tarieven 2016 2017 (voorlopig) 2018  % verschil t.o.v. 2017
Eigenaar (woning) 0,1454% 0,1407% 0,1319% -6,3%
Eigenaar (niet-woning) 0,2508% 0,2548% 0,2472% -3,0%
Gebruiker (niet-woning) 0,2010% 0,2042% 0,1981% -3,0%


Waardeontwikkeling en gevolgen ozb–tarief vanaf 2015
De tabel hieronder geeft aan wat het effect is van de waardeontwikkelingen van woningen en niet-woningen op het OZB-tarief in de afgelopen jaren.

Waarde - ontwikkeling en gevolgen ozb - tarief 2016 2017 2018
         
Waardeontwikkeling t.o.v. 1 januari jaar t -1      
Woningen   -4,40% 4,50% 3,50%
Niet - woningen   -5,00% -2,00% 0,00%
         
Inflatiecorrectie   1,50% 1,10% 0,00%
Extra (korting op inkomsten)   12,50% 0,00% -3,00%
         
Gevolgen voor tarief        
Eigenaar (woningen)   19,30% -3,40% -6,30%
Eigenaar (niet - woningen)   20,00% 2,50% -3,00%
Gebruiker (niet - woningen)   20,00% 2,50% -3,00%

[1] Wet Waardering Onroerende Zaken

Afvalstoffenheffing

De afvalstoffenheffing dient ter bestrijding van de kosten van het inzamelen en verwerken van het huishoudelijk afval. De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

De geraamde baten mogen niet uitgaan boven de geraamde lasten, met andere woorden de opbrengst moet op begrotingsbasis maximaal 100% kostendekkend zijn.

In de komende jaren wil de gemeente betere resultaten behalen op afvalscheiding. In de nota ‘Afvalbeleid 2014-2018’ worden een aantal maatregelen, randvoorwaarden en uitgangspunten benoemd om een scheidingspercentage van minstens 55% in 2018 te realiseren. Daarin wordt ook aangegeven dat de  afvalstoffenheffing de afgelopen jaren in balans en 100% kostendekkend is geweest. In de huidige situatie en in de toekomst blijft de afvalstoffenheffing een aparte geldstroom, los van de Algemene Middelen.

Tarieven 2018
Door een structureel voordeel kan deze heffing naar beneden worden bijgesteld. In 2018 is op basis van de verwachte kosten en opbrengsten, in relatie tot de hoogte van de egalisatiereserve afvalstoffenheffing, ook ruimte om de burger tegemoet te komen met een eenmalige teruggave. Deze tegemoetkoming, ter hoogte van € 1,5 miljoen, wordt gedekt uit de egalisatiereserve. Bij de vaststelling van de hoogte van de aanslag wordt rekening gehouden met een gedifferentieerd tarief voor een- en meerpersoonshuishoudens.

      bedragen x € 1,-  
Tarieven afvalstoffenheffing 2016 2017 concept 2018   % verschil t.o.v. 2017
Eenpersoonshuishoudens € 229,92 € 205,68 € 136,20 -33,8%
Meerpersoonhuishoudens € 257,16 € 257,16 € 171,93 -33,1%

 

Rioolheffing

Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP)
De rioolheffing wordt geheven op grond van artikel 228a van de Gemeentewet. Rioolheffing is een bestemmingsbelasting en dient als bekostigingsinstrument van de gemeentelijke watertaken. Deze watertaken zijn het inzamelen, zuiveren en transporteren van huishoudelijk afvalwater, het verzamelen en transporteren van bedrijfsafvalwater en het inzamelen en verwerken van hemelwater. De kosten die hiervoor gemaakt worden, worden met de rioolheffing verhaald op de gebruikers van woningen en niet–woningen.

De uitvoering van de gemeentelijke watertaken is vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). In november 2015 is het GRP voor de planperiode 2015 – 2020 voor Lansingerland vastgesteld.

Tarieven
Het tarief is een vast bedrag voor maximaal 500 m3 afgevoerd afvalwater. Van huishoudens wordt dit vaste bedrag geheven. Voor de zogenaamde grootverbruikers geldt dat boven de 500 m3 voor iedere volgende 500 m3 afgevoerd afvalwater of een gedeelte daarvan een opslag wordt geheven. Deze opslag geldt voor de zogenaamde grootverbruikers.

Op grond van het GRP 2015–2020 wordt gerekend met een extra verhoging van 1,70% (exclusief inflatie). De gemeente kiest voor doelmatig en risico gestuurd werken. Er wordt zoveel mogelijk integraal en wijkgericht gewerkt. Om uiteindelijk alle activiteiten te kunnen uitvoeren is 8,9 fte berekend in de organisatie. Om de kosten als gevolg van de activiteiten te kunnen dekken stijgt de rioolheffing vanaf 2016 in 25 jaar geleidelijk met 1,7% per jaar tot een kostendekkend niveau van € 345,45 in 2041. De tarieven rioolheffing 2016 tot met 2018 zijn gebaseerd op bovenstaande uitgangspunten.

      bedragen x € 1,-  
Tarief rioolheffing 2016 2017 concept 2018   % verschil t.o.v. 2017
Woningen € 230,52 € 237,00 € 241,08 1,7%

 

Lijkbezorgingrechten

De gemeente Lansingerland heeft het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen vastgelegd in een beheerverordening. De vigerende beheerverordening is door de raad van de gemeente Lansingerland vastgesteld op 27 november 2008 en in december 2008 in werking getreden. Hierin is onder meer bepaald welk type grafrechten worden verleend en onder welke voorwaarden. Daarnaast is beschreven aan welke voorwaarden moet worden voldaan alvorens er iemand mag worden begraven.

Leges Bouwvergunningen

In aanloop naar de begroting 2018 is de raming van de bouwleges geactualiseerd voor 2017 en volgende jaren. Deze prognose is gebaseerd op meerjarige gemiddeldes en wordt hierbij afgestemd op de woningbouwplanning en de planning van de uitgifte van bedrijventerreinen.

De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in tarieventabel behorend bij de legesverordening. Deze verordening en tarieventabel wordt eind 2017 geactualiseerd. De tarieven voor bouwleges zijn afhankelijk van de hoogte van de bouwsom. De hoogte van de bouwsom bepaald in welke tariefscategorie de aanvraag behoort. Per categorie geldt een vast en een variabel (percentage van de bouwsom) deel. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Onverminderd het bepaalde in de verordening bedraagt het tarief, indien de in dat onderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereedkomen 10 % van het legesbedrag.

In 2018 wordt gestart met de pilot Vergroening Leges. Hierbij bouwen we een financieel voordeel in voor een particulier wanneer deze energiezuiniger bouwt dan het huidige Bouwbesluit (minimale wettelijke technische bouweisen) voorschrijft. Op basis van ervaringen van andere gemeenten wordt voorgesteld te werken met een maximum aan legeskorting per aanvraag en een maximum aan totaal beschikbaar bedrag dat beschikbaar is voor vergroening van leges. Zo kan niet meer uitgegeven worden als dit maximumbedrag is bereikt. In deze begroting wordt rekening gehouden met een inkomstenderving van € 350.000 in 2018 door de pilot. Op basis van de evaluatie van de pilot worden de mogelijke meerjarige effecten verwerkt.

Inschatting bouwleges 2018
Basisinkomsten obv meerjarig gemiddelde € 1.350.000
Grote projecten € 600.000
Vergroening leges € -350.000
Raming legesinkomsten bouwaanvragen € 1.600.000

 

Hondenbelasting

De gemeente Lansingerland heft hondenbelasting. Voorgenomen wordt de tarieven ongewijzigd te houden ten opzichte van 2017. Dit houdt in dat het tarief voor het houden van één hond in 2018 € 81,48 bedraagt, voor iedere volgende hond is dat € 114,12. De aanslag voor een geregistreerde kennel is € 244,68.

Marktgelden en precariobelasting (uitstallingen)

Grondslag voor de berekening van het marktgeld is het aantal in gebruik genomen meters frontbreedte, alsmede de mate waarin van elektriciteit gebruik wordt gemaakt. Per kwartaal wordt rekening gehouden met 13 maal markt. Het college stelt jaarlijks de tarieven vast, waarbij als indexeringspercentage voor de tarieven maximaal het inflatiecijfer gehanteerd in de gemeentelijke begroting kan worden toegepast.

Precario op kabels en leidingen

Minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft besloten de precariobelasting voor nutsnetwerken af te schaffen. De gemeente kan gebruik maken van de aangepaste overgangsregeling omtrent de afschaffing van precario op ondergrondse energieleidingen. Hierdoor kunnen wij t/m 2021 precariobelasting blijven heffen. Dit levert ons € 200.000 inkomsten per jaar op. Deze belasting heffen wij bij Dunea.

Kwijtscheldingen

In Lansingerland kan kwijtschelding worden verleend voor afvalstoffenheffing en rioolheffing, als een belastingschuldige (particulieren) financieel gezien niet in staat is om de belastingaanslag te betalen. Of een belastingschuldige in aanmerking komt voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding, wordt beoordeeld aan de hand van een inkomens- en een vermogenstoets op grond van door het Rijk vastgestelde normen. De daarbij te hanteren kosten van bestaan (de zgn. betalingscapaciteit) worden vastgesteld op 100% van de bijstandsnorm. Wanneer bij de beoordeling van een kwijtscheldingsverzoek blijkt dat belastingplichtige geen betalingscapaciteit heeft, wordt kwijtschelding verleend.

Aan belastingschuldigen die op 31 december voorafgaand aan het belastingjaar een bijstandsuitkering en minimaal twee jaar gehele kwijtschelding hebben ontvangen, wordt automatisch kwijtschelding verleend. De kosten voor kwijtschelding worden binnen de afvalstoffenheffing en de rioolheffing meegenomen in de berekening van de kostendekking.

De (werkelijke en geraamde) lasten in het kader van kwijtscheldingen van gemeentelijke belastingen en heffingen staan vermeld in onderstaand overzicht.

        bedragen x € 1,-
Kwijtscheldingen Rekening  Begroting  Begroting verschil 
  2016 2017 2018 t.o.v. 2017
Afvalstoffenheffing € 202.655 € 229.800 € 279.800 € 50.000
Rioolheffing € 174.224 € 189.200 € 189.200 € 0
Totaal € 376.879 € 419.000 € 469.000 € 50.000
OZB woningen en niet - woningen € 3.906 € 0 € 0 € 0
Hondenbelasting € 0 € 0 € 0 € 0
Totaal € 380.785 € 419.000 € 469.000 € 50.000

 

Verordening Bedrijven Investeringszone (BIZ) Bedrijvenpark Rodenrijs

Op grond van de verordening “Bedrijven Investering Zone (BIZ) Bedrijvenpark Rodenrijs” int de gemeente, met ingang van 1 januari 2012, een heffing die in de vorm van een BIZ–bijdrage wordt uitgekeerd aan de Stichting Bedrijvenpark Rodenrijs.

Overzicht kostendekkendheid rechten en leges

Vanaf de begroting 2017 moet de gemeente in de paragraaf lokale heffingen een overzicht van baten en lasten opnemen voor de heffingen waarbij sprake is van het verhalen van kosten. De verplichting is bij besluit van 5 maart 2016 in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) opgenomen. In artikel 10, onderdeel c van het BBV is vastgelegd dat de paragraaf lokale heffingen in ieder geval bevat:

“een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd.”

 Hieronder wordt voor de verschillende rechten en leges inzicht verschaft in de mate van kostendekkendheid.

        bedragen x €1.000
Kostendekkendheid tarieven rechten Afvalstoffen-heffing Rioolheffing Lijkbezorgings-rechten Marktgelden
Directe kosten:        
Directe kosten € 5.017 € 3.839 € 214 € 65
Directe inkomsten, exclusief heffingen € 755 € 13 € 16 € 0
Netto directe kosten € 4.263 € 3.826 € 198 € 65
         
Toe te rekenen kosten:        
Overhead incl. (omslag) rente € 838 € 779 € 144 € 54
BTW € 307 € 518 € 0 € 0
Toe te rekenen kosten € 1.145 € 1.297 € 144 € 54
         
Totaal toe te rekenen kosten € 5.407 € 5.123 € 342 € 119
         
Opbrengst heffingen € 5.407 € 5.123 € 212 € 71
         
Dekkingspercentage 100,0% 100,0% 61,9% 59,3%

In de tabel op de volgende pagina is de kostendekkendheid op hoofdstukniveau weergegeven. De gepresenteerde kostendekkendheid komt voort uit de vernieuwde BBV-voorschriften vanaf de begroting 2017. Deze kostendekkendheid wordt in de komende periode nader bezien. Indien nodig of gewenst worden de tarieven op basis van deze bevindingen aangepast bij de legesverordening 2018. De raad stelt in december 2017 deze legesverordening en de tarieventabel definitief vast.

Onderbouwing kostendekkendheid leges       bedragen x €1,-  
Hfd Omschrijving Lasten Overhead Totaal lasten Baten Kostendekkendheid
1.1 Burgerlijke stand € 50.042 € 45.498 € 95.540 € 52.617 55,1%
1.2 Reisdocumenten € 174.026 € 188.117 € 362.143 € 338.575 93,5%
1.3 Rijbewijzen € 104.837 € 93.587 € 198.424 € 180.000 90,7%
1.4 Verstrekkingen uit de Wet basisregistratie personen € 35.345 € 14.931 € 50.276 € 24.274 48,3%
1.5 Verstrekkingen uit het Kiezersregister € 0 € 0 € 0 € 0 -
1.6 Verstrekkingen op grond van Wet bescherming persoonsgegevens € 0 € 0 € 0 € 0 -
1.7 Bestuursstukken € 0 € 0 € 0 € 0 -
1.8 Vastgoedinformatie € 1.616 € 1.539 € 3.155 € 2.676 84,8%
1.9 Overige publiekszaken € 16.614 € 18.527 € 35.140 € 14.597 41,5%
1.10 Gemeentearchief € 0 € 0 € 0 € 0 -
1.11 Huisvestingswet € 0 € 0 € 0 € 0 -
1.12 Leegstandwet € 0 € 0 € 0 € 0 -
1.13 Gemeentegarantie € 0 € 0 € 0 € 0 -
1.14 Marktstandplaatsen € 647 € 615 € 1.262 € 1.116 88,4%
1.15 Winkeltijdenwet € 269 € 256 € 526 € 233 44,3%
1.16 Kansspelen € 647 € 615 € 1.262 € 740 58,6%
1.17 Kinderopvang en peuterspeelzalen € 0 € 0 € 0 € 0 -
1.18 Telecommunicatie € 0 € 0 € 0 € 0 -
1.19 Verkeer en vervoer € 15.680 € 14.729 € 30.408 € 23.963 78,8%
1.20 Diversen € 43.673 € 46.071 € 89.745 € 76.748 85,5%
1.21 In deze titel niet benoemde beschikking € 0 € 0 € 0 € 0 -
1 Subtotaal titel 1 € 443.395 € 424.485 € 867.881 € 715.539 82,4%
2.1 Begripsomschrijvingne € 0 € 0 € 0 € 0 -
2.2 Vooroverleg / beoordelen conceptaanvraag € 0 € 0 € 0 € 74.000 0,0%
2.3 Omgevingsvergunning € 1.018.378 € 676.054 € 1.694.432 € 1.533.000 90,5%
2.4 Vermindering € 0 € 0 € 0 € 0 -
2.5 Teruggaaf € 0 € 0 € 0 € -7.000 0,0%
2.6 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project € 0 € 0 € 0 € 0 -
2.7 Bestemmingswijzingen zonder activiteiten € 0 € 0 € 0 € 0 -
2.8 Sloopmelding € 0 € 0 € 0 € 0 -
2.9 Openstellingsvergunning € 0 € 0 € 0 € 0 -
2.10 In deze titel niet benoemde beschikking € 0 € 0 € 0 € 0 -
2 Subtotaal titel 2 € 1.018.378 € 676.054 € 1.694.432 € 1.600.000 94,4%
3.1 Horeca € 11.854 € 11.284 € 23.137 € 20.466 88,5%
3.2 Organiseren van evenementen of markten € 4.073 € 3.878 € 7.951 € 7.879 99,1%
3.3 Prostitutiebedrijven € 0 € 0 € 0 € 0 -
3.4 Splitsingsvergunning woonruimte € 0 € 0 € 0 € 0 -
3.5 Leefmilieuverordening € 0 € 0 € 0 € 0 -
3.6 Brandbeveiligingsverordening € 0 € 0 € 0 € 0 -
3.7 Niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking € 0 € 0 € 0 € 0 -
3 Subtotaal titel 3 € 15.927 € 15.161 € 31.088 € 28.345 91,2%
  Totaal legesverordening € 1.477.700 € 1.115.701 € 2.593.401 € 2.343.884 90,4%

 

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft aan in hoeverre de gemeente Lansingerland in staat is om haar financiële risico’s op te vangen en welke methode gebruikt wordt voor het bepalen van het risicoprofiel. Daarnaast beschrijft de paragraaf op hoofdlijnen op welke wijze ‘risicobeheersing’ onderdeel is van de bedrijfsvoering van de gemeente. Op basis van het BBV nemen gemeenten een aantal verplichte financiële kengetallen op in de paragraaf weerstandsvermogen van de begroting en het jaarverslag. Dit om de leden van provinciale staten en de gemeenteraad gemakkelijker inzicht te geven in de financiële positie van hun provincie of gemeente.

Risicobeheersing in de gemeente Lansingerland

De nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2015-2018 beschrijft op welke wijze Lansingerland haar risico’s beheerst en hier verantwoording over af legt. De nota beschrijft o.a. welke informatie we in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de begroting 2018 opnemen.

Op basis van de huidige inzichten loopt Lansingerland haar grootste financiële risico’s bij de grondexploitaties. Het risico op de grondexploitaties houdt verband met de hoge boekwaarde van reeds gedane investeringen in grond en de marktomstandigheden. Het risico is dat grond niet, later of voor een lagere prijs wordt verkocht dan nu voorzien. Om dit risico te ‘beheersen’ moeten we vooral inspelen op de marktontwikkelingen en het onderscheidende vermogen van de gemeente als toekomstige woongemeente of vestigingsplaats voor een bedrijf. Dit is daarom ook een speerpunt van het college. Om de boekwaarde op de huidige grondexploitaties niet (verder) op te laten lopen worden nieuwe uitgaven pas gedaan als deze noodzakelijk zijn om ‘inkomsten’ te genereren waarbij de hoofdregel is dat de ‘inkomsten’ zeker moeten zijn voordat de uitgaven plaatsvinden. In de begroting 2018-2021 is ook zichtbaar dat het geïnvesteerde bedrag in de grondexploitaties de komende jaren terugloopt. We verwachten meer inkomsten dan uitgaven. Voor een verdere toelichting op de risico’s van de grondexploitaties wordt verwezen naar Paragraaf 3.7 Grondbeleid.

Inventarisatie risico’s

Op basis van het risicoprofiel van de gemeente Lansingerland kan worden bepaald hoeveel middelen nodig zijn om alle risico’s te kunnen opvangen. Daarbij maken we onderscheid tussen ‘incidentele risico’s’ en het risico op structurele tegenvallers. Incidentele risico’s dienen te worden afgedekt door het beschikbare weerstandsvermogen en voor het opvangen van structurele risico’s zal voldoende ‘flexibiliteit’ in de begroting aanwezig moeten zijn. Dit laatste maken we inzichtelijk door in de paragraaf weerstandsvermogen een aantal scenario’s te schetsen die zich voor kunnen doen en daarbij aan te geven wat de financiële impact is op de saldi van de meerjarenbegroting.

De benodigde weerstandscapaciteit wordt berekend op basis van een risicosimulatie. Uitgangspunt hierbij is een statistische benadering die ervan uitgaat dat nooit alle risico’s zich tegelijk én in hun maximale omvang zullen voordoen. Indien dat wel het geval is, zou op basis van de in beeld gebrachte risico’s, hiermee een bedrag gemoeid zijn van € 130 miljoen (feitelijk het absoluut maximum aan financieel gevolg van de in beeld gebrachte risico’s).

Dit is als volgt te verdelen over de algemene dienst en de grondexploitaties:

                                        Algemene dienst:      €   14 miljoen
                                        Grondexploitaties:    € 116 miljoen

Top 10 risico’s gemeente Lansingerland
De top 10 aan risico’s zijn op basis van hun aandeel in het totaal benodigde weerstandsvermogen:

Nr.

Risico

Kans

Maximaal bedrag

(x 1.000)

1

Wilderszijde wordt niet meer ontwikkeld en grond afboeken naar restwaarde.

50%

€ 23.060

2

Vraag naar bedrijventerrein Oudeland komt onder druk.

30%

€ 32.800

3

Fiscale optimalisatie Westpolder wordt niet gerealiseerd.

30%

€ 15.700

4

Leeuwenhoekweg wordt niet meer ontwikkeld door gebrek aan vraag.

30%

€ 5.500

5

De rente stijgt vanaf 2025 naar 4,5% voor project Oudeland.

30%

€ 6.000

6

Tekort op ontwikkeling Bleizo.

N.v.t.

€ 2.700

7

Lagere grondprijs Oudeland ook na 2021.

10%

€ 12.300

8

Projectrisico's opbrengsten Westpolder (uitwerking deelplan 7 en 4west, woningbouwprogramma).

30%

€ 4.100

9

Verwerving perceel Oudeland lukt niet en daarmee opbrengsten niet haalbaar.

50%

€ 2.300

10

Projectrisico’s uitvoering Westpolder (parkeren, fietsen, ontsluiting)

30%

€ 2.500

Uit de voorgaande tabel blijkt dat onze grootste risico’s betrekking hebben op de grondexploitaties, waarvan Oudeland en Wilderszijde de grootste invloed hebben. De genoemde bedragen zijn de mogelijke verdere verliezen op de grondexploitaties als de ontwikkelingen niet lopen zoals we nu inschatten op basis van de huidige marktomstandigheden. Naast bovenstaande incidentele effecten zijn er, als het risico zich voordoet, ook structurele effecten omdat schulden niet of minder snel kunnen worden afgelost. Op basis van de huidige rekenrente van circa 2% voor de grondexploitaties betekent elke € 10 miljoen verdere verliesname op de grondexploitatie een toename van de structurele rentelast op de begroting van € 0,2 miljoen. Voor wat betreft het risico op het moeten afboeken van Wilderszijde merken wij op dat de signalen in de markt steeds positiever zijn. Ontwikkelaars benaderen de gemeente actief met het ontwikkelingen te mogen starten in het gebied. Aangezien dit nog geen concrete plannen zijn met financiële en ruimtelijke kaders handhaven we vooralsnog het risico op 50/50 dat de ontwikkeling wel/niet doorgaat.

Bij risico 6 (Bleizo) is bij de kans van optreden ‘n.v.t.’ vermeld, omdat het in de bovenstaande tabel opgenomen bedrag is gebaseerd op de berekening vanuit de gemeenschappelijke regeling Bleizo en door Bleizo al rekening is gehouden met kansen van optreden van risico’s. Daarbij heeft, in lijn met de aanbeveling van de Rekenkamer Lansingerland, de gemeente geen rekening gehouden met eventuele positieve risico’s. Het zekerheidspercentage dat door de gemeente wordt gehanteerd (90%) wijkt af van het zekerheidspercentage van Bleizo (82,5%). De risico’s van Bleizo zijn herrekend naar 90% conform het risicobeleid van de gemeente. Daarom is het risicobedrag dat de gemeente bepaalt hoger dan het bedrag dat door Bleizo is bepaald.

Ten opzichte van de jaarrekening 2016 en de Kadernota 2018 zijn de risico’s uit de top 10 niet gewijzigd.

Risico’s verbonden partijen
De gemeente Lansingerland neemt deel in diverse gemeenschappelijke regelingen en verbonden partijen. In de paragraaf verbonden partijen van deze begroting is een overzicht hiervan opgenomen en is per partij ook inzicht gegeven in de risico’s bij de verbonden partij.

De risico’s van Bleizo en het effect hiervan op het benodigde weerstandsvermogen van de gemeente zijn in de vorige paragraaf toegelicht. Uit de begroting 2018 en de jaarrekening 2016 van de gemeenschappelijke regeling Hoefweg blijkt dat de risico’s die Hoefweg loopt nog opgevangen kunnen worden binnen de eigen grondexploitatie (de grondexploitatie bevat zelf nog voldoende weerstandscapaciteit). De gemeente zelf hoeft op basis van de huidige inzichten geen weerstandscapaciteit hiervoor aan te houden.

Eind 2014 heeft de Raad van State het bestemmingsplan Hoefweg-Zuid vernietigd. De gebiedsontwikkeling Bleizo vindt grotendeels binnen dit bestemmingsplan plaats. Momenteel bereidt de gemeente een nieuw bestemmingsplan voor waarbij gemotiveerd wordt dat de ontwikkeling voldoet aan de ‘Ladder van duurzame verstedelijking’. Tot het moment van definitief worden van het bestemmingsplan bestaat het risico dat dit plan niet definitief wordt en de ontwikkeling niet of maar gedeeltelijk kan plaatsvinden. Indien dit risico zich onverhoopt mocht voordoen is de financiële impact groot.

Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit betreft de middelen die de gemeente heeft of ter beschikking kan krijgen om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Het uitgangspunt daarbij is dat structurele risico’s opgevangen moeten worden door structurele ‘weerstandscapaciteit’ en incidentele risico’s opgevangen worden door incidentele ‘weerstandscapaciteit’. Dit onderscheid is ook van belang met het oog op het ‘structureel evenwicht’ in de begroting en de toets van de Provincie hierop.

Incidentele weerstandscapaciteit
De gemeente Lansingerland rekent alleen de algemene reserve tot de incidentele weerstandscapaciteit.

De overige reserves rekenen wij niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Dit zijn de bestemmingsreserves en de stille reserves. Bestemmingsreserves worden niet meegenomen, omdat hier al een bestemming aan is toegekend. Stille reserves (ontstaan wanneer de boekwaarde van de activa lager is dan de verkoopwaarde) worden niet meegenomen, omdat deze pas geïncasseerd kunnen worden als de activa verkocht wordt. Echter, als er expliciete besluiten worden genomen om stille reserves te gelden te maken, dan worden deze toegevoegd aan de weerstandscapaciteit.

Structurele weerstandscapaciteit
De structurele weerstandscapaciteit betreft de flexibiliteit die er in de begroting is. Dit betreft de mate waarin lasten verder zijn terug te brengen (door bezuinigingen), inkomsten te verhogen en de inzet van de post onvoorzien. Zodoende bestaat structurele weerstandscapaciteit uit:

  • Onbenutte belastingcapaciteit;
  • Post onvoorzien;
  • Bezuinigingspotentieel lastenniveau tot wettelijke taken.

De onbenutte belastingcapaciteit is in theorie niet gemaximeerd. Er zijn geen maximum tarieven voor de OZB. Wel zijn er landelijk afspraken over de maximale jaarlijkse stijging van de OZB (macro-norm) en geldt voor het doen van een aanvraag tot artikel 12 dat de OZB boven de drempelpercentages ligt (gebaseerd op 120% van het landelijk gemiddelde OZB-percentage).

De post onvoorzien bedraagt in de begroting op dit moment € 250.000. Op grond van de financiële verordening 2017 bepaalt het college jaarlijks opnieuw de omvang van de post onvoorzien en motiveert de omvang in de begroting. Voor 2018 ziet het college geen reden om de post onvoorzien aan te passen.

Ten behoeve van de kadernota 2015 is het bezuinigingspotentieel in beeld gebracht indien de gemeente alleen de wettelijke taken zou uitvoeren en op taken met een inspanningsverplichting het minimale zou doen. In dat geval zou de gemeente nog enkele miljoen kunnen bezuinigen. Dit zou dan wel gepaard gaan met veel maatschappelijke onrust en de bezuinigingen zijn veelal niet direct in het eerstvolgende begrotingsjaar in te voeren. De flexibiliteit op dit punt is beperkt.

Risicobuffer in grondexploitaties en projecten
In de grondexploitaties en kredieten is meestal ook een post ‘onvoorzien’ opgenomen. Binnen de grondexploitaties en projecten zelf is dus ook enige mate van weerstandscapaciteit aanwezig. Bij het bepalen van het weerstandsvermogen op gemeenteniveau houden we geen rekening met deze posten ‘onvoorzien’.

Benodigde weerstandscapaciteit

De grootte van risico’s zijn na identificatie ingeschat middels het benoemen van een kans en een gevolg  (kwantificering). Op basis van de ingevoerde risico’s is de risicosimulatie uitgevoerd. Op basis van deze simulatie kan (met een zekerheidspercentage van 90%) gesteld worden dat alle risico’s kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 55,3 miljoen.

De benodigde weerstandscapaciteit is als volgt te verdelen:

                                        Algemene dienst       €   3,2  miljoen
                                        Grondexploitaties     € 52,0  miljoen

De Rekenkamer Lansingerland gaat als ‘benchmark’ voor de risico’s op grondexploitaties uit van een benodigde weerstandscapaciteit van 10% van de boekwaarde van de grondexploitaties in exploitatie en 10% van de nog te realiseren opbrengsten. Op basis van de jaarrekening 2016 en de onderliggende grondexploitaties is dan € 54 miljoen nodig voor de gemeentelijke grondexploitaties. Voor Hoefweg is dit € 3,5 miljoen en voor Bleizo € 9,5 miljoen. Totaal dus € 67 miljoen. Deze berekeningswijze van de Rekenkamer is sterk genormeerd en houdt geen rekening met de specifieke omstandigheden. Enige afwijking tussen deze berekening en de eigen berekening is dus logisch. De eigen berekening van € 52 miljoen is circa € 15 miljoen lager dan de € 67 miljoen op basis van de methode Rekenkamer. De afwijking zit voor € 3,5 miljoen in het feit dat we op basis van ons eigen risicobeleid geen weerstandsvermogen hoeven aan te houden voor Hoefweg (de risico’s van Hoefweg zijn nog op te vangen binnen het verwachte positieve resultaat van Hoefweg) en voor circa € 7 miljoen in Bleizo. Op basis van de risico-analyse van Bleizo (aangepast naar grondslagen Lansingerland) is € 2,7 miljoen nodig. Op basis van de Rekenkamer is dit € 9,5 miljoen. Verschil tussen deze beide inschattingen zit vooral in het feit dat in de risico- analyse van Bleizo de omvang van het risico op dalende grondprijzen lager is dan de methode waar de Rekenkamer mee rekent. Reden is dat vanaf de actualisatie 2014 van Bleizo al met een neerwaartse bijstelling van de grondprijzen rekening is gehouden. Het risico bedrag voor daling van de grondprijzen is daarmee ook lager. Daarnaast staat de gemeente Zoetermeer voor € 9,5 miljoen garant voor een tekort op de exploitatie Bleizo. De systematiek van de Rekenkamer houdt daar geen rekening mee. Voor de gemeentelijke grondexploitaties (inclusief Wilderszijde nog in exploitatie te nemen deel) is op basis van de methode Rekenkamer € 54 miljoen nodig. In de benodigde weerstandscapaciteit is dit € 49,5 miljoen. Het verschil zit vooral in het project Oudeland. In dit project is in de grondexploitatie zelf al rekening gehouden met een risicoreserve voor grondprijzen/vertraging. Afdekking via het weerstandsvermogen is dan niet nodig. Op basis hiervan is er geen reden het risicoprofiel van de gemeente bij te stellen voor de bepaling van het weerstandsvermogen.

Beoordeling weerstandsvermogen

De beschikbare weerstandscapaciteit van Gemeente Lansingerland bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken.

        bedragen x € 1.000
Stand per 31 december 2017 2018 2019 2020 2021
Algemene reserve 83.248 83.655 84.011 84.668 85.588
Totale weerstandscapaciteit 83.248 83.655 84.011 84.668 85.588
Benodigde weerstandscapaciteit 55.200 53.900 52.600 51.300 50.000
Ratio weerstandsvermogen  1,5 1,6 1,6 1,7 1,7

In de nota risicomanagement is opgenomen dat de gemeente Lansingerland streeft naar een ratio van 1,2 op de lange termijn. Doordat we de komende jaren overschotten op de begroting verwachten neemt de algemene reserve verder toe. De benodigde weerstandscapaciteit neemt naar verwachting af indien de begroting wordt gerealiseerd en de verwachte grondopbrengsten binnen komen.

Scenario’s risico op structurele tegenvallers – mogelijke impact onzekere gebeurtenissen

Met ingang van de begroting 2017 geeft de paragraaf weerstandsvermogen inzicht in scenario’s (onzekere gebeurtenissen) die zich kunnen voordoen en het mogelijke effect hiervan op de begroting. Er zijn vele honderden scenario’s/gebeurtenissen denkbaar. De kern van deze paragraaf is vooral te laten zien wat de effecten kunnen zijn van een aantal nadelige scenario’s en in welke mate de begroting in staat is deze risico’s op te vangen. Het gaat hier om onzekere ontwikkelingen die zich mogelijk kunnen voordoen. Het zijn dus geen scenario’s die we verwachten. Als dat wel het geval was geweest waren deze effecten in de begroting zelf opgenomen. Hierna zijn de effecten toegelicht van een scenario waarbij de grondopbrengsten de komende 4 jaar voor 50% van de begroting gerealiseerd worden (als gevolg van lagere prijzen of niet realiseren van verkopen). Ook de mogelijke effecten van de vennootschapsbelasting en tegenvallers bij de decentralisaties zijn opgenomen. De scenario’s worden gepresenteerd op basis van de saldi van de vast te stellen begroting 2018-2021.

Effect op exploitatie saldo (x € 1,0 miljoen) 2018 2019 2020 2021
Saldo begroting 2018-2021 0,9 0,4 0,7 0,9
1. Effect grondverkopen 50% van begroting  -0,2 -0,7 -1,2 -1,7
2. Risico VpB -0,5 -0,5 -0,5 -0,5
3. Effect indien decentralisaties 5% budgetoverschrijding -0,75 -0,75 -0,75 -0,75
Saldo begroting 2018-2021 -0,55 -1,55 -1,75 -2,05
         
Effect op weerstandsvermogen ultimo jaar (x € 1,0 mio) 2018 2019 2020 2021
Ontwikkeling weerstandsvermogen 82,6 80,6 78,9 76,8
Benodigd weerstandsvermogen 53,9 52,6 51,3 50
Ratio ultimo jaar 1,5 1,5 1,5 1,5

De scenario’s laten duidelijk zien dat het vooral cruciaal is dat de gemeente de begrote opbrengsten voor grond realiseert de komende jaren. Gebeurt dit niet dan kunnen de huidige overschotten teruglopen naar structurele tekorten. Het speerpunt ‘grond verkopen’ uit het collegeprogramma blijft dus de komende jaren de volle aandacht nodig hebben.

Financiële kengetallen

Naar aanleiding van het rapport van de commissie Depla over vernieuwing van de begroting en verantwoording van gemeenten is het BBV gewijzigd. In 2015 zijn gemeenten verplicht om een set van kengetallen op te nemen in het jaarverslag en in 2016 voor de begroting.

Het betreft de volgende kengetallen:

  • Netto schuldquote;
  • Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen;
  • Solvabiliteitsratio;
  • Structurele exploitatieruimte;
  • Belastingcapaciteit;
  • Grondexploitatie.

 Netto schuldquote
De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.

              x € 1.000
  Jaarrekening 2016 Begroting 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021
A Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) 273.051 243.037 237.201 211.911 184.435 178.823
B Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) 21.767 16.654 11.654 11.654 11.654 11.654
C Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) 20.834 28.515 17.965 17.553 26.940 11.074
D Financiele activa (cf. art. 36 lid d, e, f en g) 376 376 376 376 376 376
E Uitzetting < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) 14.716 0 0 0 0 0
F Liquide middelen (cf. art. 40 BBV) 2.356 14 14 14 14 14
G Overlopende activa (cf. art. 40a BBV) 11.464 16.062 9.000 9.000 9.000 9.000
H Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) 167.807 139.094 140.111 132.752 123.402 114.075
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% 171% 195% 184% 175% 173% 168%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Omdat er bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden te berekenen. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is én wat dat betekent voor de schuldenlast. Bij beide berekeningen worden bij de financiële activa de verstrekte leningen opgenomen.

              x € 1.000
  Jaarrekening 2016 Begroting 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021
A Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) 273.051 243.037 237.201 211.911 184.435 178.823
B Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) 21.767 16.654 11.654 11.654 11.654 11.654
C Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) 20.834 28.515 17.965 17.553 26.940 11.074
D Financiele activa (cf. art. 36 lid b, c, d, e en f) 4.992 4.494 4.303 4.107 9.351 1.874
E Uitzetting < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) 14.716 0 0 0 0 0
F Liquide middelen (cf. art. 40 BBV) 2.356 14 14 14 14 14
G Overlopende activa (cf. art. 49 BBV) 11.464 16.062 9.000 9.000 9.000 9.000
H Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) 167.807 139.094 140.111 132.752 123.402 114.075
Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% 168% 192% 181% 172% 166% 167%

Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente.

              x € 1.000
  Jaarrekening 2016 Begroting 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021
A Eigen vermogen (cf. art. 42 BBV) 92.312 94.033 91.226 91.540 92.308 93.632
B Balanstotaal 427.778 402.721 379.736 355.680 339.832 321.219
Solvabiliteit (A/B) x 100% 22% 23% 24% 26% 27% 29%

Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal geeft het structurele en reële evenwicht van de begroting weer. Thans wordt er onderscheid gemaakt tussen de structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen.

Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn.

              x € 1.000
  Jaarrekening 2016 Begroting 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021
A Totaal structurele lasten 96.220 103.888 109.122 109.445 110.149 110.910
B Totaal structurele baten 105.662 105.667 107.656 109.755 110.804 111.744
C Totaal structurele toevoegingen aan reserves 877 2.666 1.266 1.326 1.326 1.326
D Totaal structurele onttrekkingen aan de reserves 323 2.296 4.360 1.227 1.201 1.009
E Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) 167.807 139.094 140.111 132.752 123.402 114.075
Structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/€ x 100% 5% 1% 1% 0% 0% 0%

Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonshuishouden
De belastingcapaciteit van de gemeente geeft de belastingdruk voor een gezin bij een gemiddelde WOZ-waarde ten opzichte van het landelijk gemiddelde (t-1) weer. Een percentage > 100% geeft weer dat de belastingdruk van de gemeente hoger is dan het landelijk gemiddelde.

  Jaarrekening 2016 Begroting 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021
A OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 388,63 384,11 372,59 372,59 372,59 372,59
B Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 230,52 237,00 241,08 241,08 241,08 241,08
C Afvalstoffenheffing voor een gezin 287,28 257,16 171,93 240,46 240,46 240,46
D Eventuele heffingskorting            
E Totale woonlasten gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D) 906,43 878,27 785,60 854,13 854,13 854,13
F Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 716,00 723,00 723,00 723,00 723,00 723,00
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar er voor (E/F) x 100% 127% 121% 109% 118% 118% 118%

Grondexploitatie
Dit kengetal geeft een indicatie van risico's van de boekwaarde van de bouwgronden op de totale baten van de gemeente. De boekwaarde van de bouwgronden moeten terugverdiend worden via de totale baten.  Het betreft de verhouding tussen de boekwaarde van de bouwgronden en de totale baten. > 100% betekent dat de boekwaarde hoger is dan de totale baten in enig jaar. Dit betekent een verhoogd risico voor de gemeente.

              x € 1.000
  Jaarrekening 2016 Begroting 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021
A Niet in exploitatie genomen gronden (cf. art. 38 lid a punt 1 BBV)            
B Bouwgronden in exploitatie (cf. art. 38 lid b BBV) 178.173 169.763 144.854 120.673 104.581 86.919
C Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) 167.807 139.094 140.111 132.752 123.402 114.075
Grondexploitatie (A+B)/C x 100% 106% 122% 103% 91% 85% 76%

Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie
Door de Provincie zijn een aantal signaleringswaarden geformuleerd voor de kengetallen. Samengevat ziet het beeld voor Lansingerland er op basis van de begroting 2018 als volgt uit:

Kengetal Categorie A Categorie B Categorie C
  Minst risicovol Neutraal Meest risicovol
1. Netto schuldquote      
a. zonder correctie doorgeleende gelden < 90% 90-130% >130%
b. met correctie doorgeleende gelden < 90% 90-130% >130%
2. Solvabiliteitsratio >50% 20-50% <20%
3. Grondexploitatie <20% 20-35% >35%
4. Structurele exploitatieruimte Begr > 0% Begr = 0% Begr < 100%
5. Belastingcapaciteit < 95% 95-105% > 105%
Kengetal JR 2016 Begroting 2017 Begroting 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021
1. Netto schuldquote:            
a. zonder correctie doorgeleende gelden 171% 195% 184% 175% 173% 168%
b. met correctie doorgeleende gelden 168% 192% 181% 172% 166% 167%
2. Solvabiliteitsratio 22% 23% 24% 26% 27% 29%
3. Grondexploitatie 106% 122% 103% 91% 85% 76%
4. Structurele exploitatieruimte 5% 1% 1% 0% 0% 0%
5. Belastingcapaciteit 127% 121% 109% 118% 118% 118%

De signaleringswaarden en onderlinge verhouding van de kengetallen geeft duidelijk aan voor welke opgave de gemeente Lansingerland nog staat. De schuldenpositie is, ook rekening houdend met de positieve financiële effecten van de aantrekkende woningmarkt, nog steeds zeer hoog en de solvabiliteit (daarmee) laag. De voornaamste oorzaak is het geld dat geïnvesteerd is in de grondexploitaties. Het realiseren van de verwachtte grondverkopen en het daarmee kunnen aflossen van de leningen is cruciaal voor het weer in verhouding komen van de balans. Naast het geld geïnvesteerd in gronden heeft de gemeente ook veel (geleend) geld moeten investeren in voorzieningen als scholen en sportvelden. Door de structurele begrotingsoverschotten (exploitatieruimte) zijn we ook in staat om dit deel van de schulden af te lossen en daarmee creëren we ruimte om het huidige voorzieningenniveau van de gemeente ook in de toekomst betaalbaar te houden.

Meerjarige ontwikkeling balans 2018-2021
De ontwikkeling van de balans is opgenomen in hoofdstuk 4 van de begroting.

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Algemeen

Kapitaalgoederen zijn eigendommen van de gemeente zoals wegen, riolering, bruggen, bomen en gebouwen die we duurzaam in stand houden. In onderstaande tabel geven we de kerncijfers weer van de belangrijkste kapitaalgoederen conform het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).

Belangrijkste kapitaalgoederen BBV  Areaal m²/st Vervangingswaarde 
Groen – bomen 20.000 stuks € 18.000.000
Groen overig 2.558.168
Civiele kunstwerken (Water) 2100 stuks € 115.400.000
Wegen 2.800.000 € 154.000.000
Riolering 557 km € 252.000.000
Gebouwen 72 stuks € 145.000.000
Totale vervangingswaarde     ca. € 684.400.000 

Het beheer en onderhoud is gebaseerd op door de raad vastgestelde beheerplannen. In onderstaande tabel is daarvan een overzicht opgenomen. In de beheerplannen is opgenomen op welke wijze het reguliere en periodieke onderhoud plaatsvindt. Voor alle beheerplannen geldt dat het vastgestelde onderhoudskwaliteitsniveau minimaal C is of een equivalent hiervan. Kwaliteit C is een sobere kwaliteit, waarbij de openbare ruimte er minder aantrekkelijk uitziet. Randvoorwaarden daarbij zijn: het waarborgen van veiligheid  en  het voorkomen van kapitaalvernietiging. Met de vaststelling van de kadernota 2018 is onlangs besloten om voor de onderdelen onkruidbestrijding, zwerfvuil, vegen en maaien voor de woonkernen beeldkwaliteitsniveau B te hanteren. Bij de actualisering van het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2017-2024 (IBP) verwerken we deze aanpassing. Het IBP vormt het kader voor nagenoeg alle beheerproducten omdat we het beheer en onderhoud zo integraal mogelijk aanpakken. Daarmee zorgen we voor een zo hoog mogelijke kwaliteit en werken we efficiënt.

Omschrijving Beheerplan Vastgesteld door de raad Frequentie Actualisatie Volgende Actualisatie Financiële vertaling in de begroting Achterstallig onderhoud Reserves en Voorzieningen*
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2017-2024 27-okt-16 2 jaar 2018 Ja Nee Reserve Waterbaggeren
Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2020 26-nov-15 5 jaar 2020 Ja Nee Voorziening Riool
Beheerplan Gebouwen 2017-2024 27-okt-16 20 2018 Ja Nee Bestemmings-reserve gebouwen
* Zie bijlage Reserves en Voorzieningen        

Net als voorgaande jaren kent de openbare ruimte geen onderhoudsachterstanden. We sturen op basis van inspecties en monitoring van de kwaliteit van het areaal, in plaats van de theoretische levensduur. Door het treffen van levensduur verlengende maatregelen proberen we duurdere vervangingsmaatregelen zoveel mogelijk uit te stellen.

Een belangrijk onderdeel van deze werkwijze is het sturen op risico’s: het in kaart brengen, meetbaar maken en beheersen van risico’s. Daarbij maken we gebruik van de Checklist Risico’s (grote) projecten die in april 2017 door B&W is vastgesteld.

Groen

Het beheer en onderhoud van Groen voeren we uit volgens het deelbeheerplan Groen dat onderdeel is van het Integraal Beheerplan 2017-2024. Uitgangspunt voor Groen is minimaal beeldkwaliteitsniveau C, mits de veiligheid in het openbaar gebied niet geding komt en er geen kapitaalvernietiging plaatsvindt. Voor de onderdelen onkruidbestrijding en maaien is beeldkwaliteitsniveau B van toepassing in de woonkernen.

De onderhoudswerkzaamheden vallen uiteen in klein onderhoud, groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. Voor het klein en groot onderhoud is voor elke kern een raamcontract afgesloten met een aannemer. Het groot onderhoud baseren we op de resultaten van jaarlijkse schouwen die de technische kwaliteit van het groen in beeld brengen. Het boomonderhoud volgt uit de boomveiligheidscontrole. Bij vervanging van groen zetten we in op het verduurzamen van de groene buitenruimte (o.a. door toepassing van meer lokale en duurzaam gekweekte soorten). Meerdere malen per jaar vindt monitoring van de beeldkwaliteit plaats door middel van schouwen. Hierdoor kunnen we bijsturen wanneer het onderhoud van het afgesproken ambitieniveau afwijkt.

Binnen de gemeente zijn er de afgelopen jaren meerdere zelfbeheer-initiatieven ontstaan waarbij bewoners een stuk gemeentelijk groen geadopteerd hebben. Zelfbeheer geeft bewoners de gelegenheid om de onderhoudskwaliteit van het groen te verhogen, bovenop de kwaliteit die de gemeente kan leveren binnen het budget voor onderhoud. Het versterkt ook de betrokkenheid van bewoners in de buurt. Daarom zetten we ook in 2018 in op het stimuleren van betrokkenheid van bewoners bij het onderhoud en de inrichting van het openbaar groen.

Civiele Kunstwerken

Het beheer en onderhoud van Civiele Kunstwerken voeren we uit volgens het deelbeheerplan Civiele Kunstwerken dat onderdeel uitmaakt van het Integraal Beheerplan 2017-2024. Uitgangspunt voor Civiele Kunstwerken is minimaal beeldkwaliteitsniveau C, mits de veiligheid in het openbaar gebied niet in geding komt en er geen kapitaalvernietiging plaatsvindt. De belangrijkste elementen in de beheerstrategie zijn:

  • Onderhoud op basis van inspecties; Aan de hand van inspecties en kwaliteitsonderzoeken stelt de gemeente de feitelijk uit te voeren onderhoudsmaatregelen en het onderhoudsprogramma op. De uit te voeren maatregelen bestaan uit het uitvoeren van klein en groot onderhoud en het vervangen van kunstwerken.
  • Een integrale aanpak; In het cyclisch onderhoud vindt afstemming plaats tussen verschillende beheerdisciplines om zoveel mogelijk in één werkgang de benodigde werkzaamheden uit te kunnen voeren in de openbare ruimte. Deze gezamenlijke aanpak zorgt voor minder kosten in de uitvoering en minder overlast voor de omgeving tijdens de uitvoering van werkzaamheden.

 Op basis van inspecties, meldingen en technische rapporten stellen we een uitvoeringsprogramma op voor dagelijks en groot onderhoud. Civiele kunstwerken inspecteren we op planmatige wijze, dit vindt minimaal eens in de twee jaar plaats. Maatwerk is daarbij het uitgangspunt; voor elk object organiseren we een aparte schouw.  Op basis van de kwaliteitsgegevens brengen we onderhoudsopgave in kaart, waarbij we prioriteren op basis van veiligheid, functionaliteit, duurzaamheid en toonbaarheid.

Onderhoudswerkzaamheden voeren we zoveel mogelijk duurzaam uit. Bij het vervangen van kunstwerken passen we onderhoudsarme en duurzame materialen toe en waar mogelijk vormen we beschoeiingen om naar natuurvriendelijke oevers om de waterkwaliteit te verbeteren.

Wegen

Het beheer en onderhoud van wegen voeren we uit volgens het deelbeheerplan Wegen dat onderdeel uitmaakt van het Integraal Beheerplan 2017-2024. Uitgangspunt voor Wegen is minimaal beeldkwaliteitsniveau C, mits de veiligheid in het openbaar gebied niet in geding komt en er geen kapitaalvernietiging plaatsvindt. De belangrijkste elementen in de beheerstrategie zijn:

  • Het effect op de levensduur van de verharding centraal zetten in onderhoudskeuzes; Hierdoor zorgen we voor het economisch meest voordelige onderhoud. Bij wegen die aan vervanging toe zijn, vervangen we tegelijk ook de funderingen die in een slechte staat zijn.
  • Het toepassen van levensduur verlengende maatregelen; Denk bijvoorbeeld aan het toepassen van slijtlagen. Hiermee beperken we schades tot een minimum.
  • Een integrale aanpak; We stemmen wegen, riolering, groen en omgeving waar het mogelijk is op elkaar af. Door werk met werk te combineren behalen we maximale kwaliteit tegen zo laag mogelijke kosten.

Met een technische inspectie die minimaal eens in de twee jaar plaatsvindt monitoren we de staat van onderhoud en de kwaliteit van wegen op planmatige wijze. Bij onderhoudswerkzaamheden is nadrukkelijk oog voor duurzaamheid. Dit doen we bijvoorbeeld door bij het ontwerp en de optimalisatie van wegen in te zetten op een duurzame afwatering van hemelwater via de berm. Er zijn dan minder kolken nodig.

Voor Wegen hanteert de inspectie 9% als maximale bovengrens voor de categorie ‘slecht’. De inspectiegegevens laten een overschrijding van 3% op deze bovengrens zien. Overschrijding is tijdelijk toegestaan, mits dit niet langer is dan een periode dan twee jaar. Om het percentage ‘slecht’ binnen de hersteltermijn terug te kunnen brengen zullen we vaker klein onderhoud toepassen in opmaat naar het grote onderhoud.

Riolering

Het Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2020 is het kader voor beheer- en onderhoudsactiviteiten voor het kapitaalgoed Riolering. Dit plan geeft duidelijkheid over wat we doen om de waarde in stand te houden van leidingen, kolken en gemalen in de openbare ruimte.

De ambities voor de rioleringszorg concentreren zich met name op het in stand houden van het systeem en meer inzicht krijgen in het werkelijk functioneren van het systeem door middel van ‘meten en monitoren’. Hierdoor kunnen we maatregelen nemen die zo effectief mogelijk zijn.  Om deze ambities te behalen zijn in het GRP 2015-2020 de volgende maatregelen opgenomen:

  • Scheiden van afvalwater- en hemelwaterstromen;
  • Klimaatadaptatie volgens de methode van vasthouden, bergen en afvoeren;
  • Meten en monitoren om maatregelen te kunnen bepalen;
  • Optimalisatie drukriolering om het aantal storingen van drukrioleringsgemalen terug te dringen;
  • Analyseren van data die beschikbaar is uit het gemeentelijke grondwatermeetnet zodat de gemeente op wijkniveau in beeld heeft waar de grondwaterstand tot risico’s kan leiden;
  • Het op orde brengen van het gegevensbeheer.

Onderhoudsinspanningen stemmen we af op het in stand houden en goed laten functioneren van het systeem. De activiteiten bestaan uit visuele inspecties, regulier onderhoud en (reactieve) reparaties. De onderhoudswerkzaamheden zijn voor het grootste gedeelte door middel van onderhoudscontracten uitbesteed aan marktpartijen. Er is veel aandacht voor duurzaamheid. We zetten bijvoorbeeld in op een duurzame opvang van het hemelwater (door het hanteren van de voorkeursvolgorde ‘bergen, vasthouden en afvoeren’) en we stimuleren waterbewust gedrag van inwoners en bedrijven.

Gebouwen

De gemeente streeft naar een hoge mate van efficiency in het vastgoedbeleid. Uitgangspunt is dat er alleen sprake is van eigendom en/of exploitatie daar waar dat noodzakelijk is voor de uitoefening van een publieke taak. De gemeente doet niet essentieel vastgoed actief in de verkoop.

De gemeente is juridisch eigenaar van 72 gebouwen. De gebouwenportefeuille bestaat ondermeer uit het gemeentehuis, gemeentewerf, sporthallen, maatschappelijke accommodaties, kinderdagopvang, strategische objecten en onderwijsgebouwen. Van deze laatste groep (onderwijsgebouwen) zijn 19 stuks overgedragen aan schoolbesturen. De schoolbesturen zijn daarmee economisch eigenaar. Van 4 onderwijsgebouwen is de gemeente wel economisch eigenaar, maar zijn de schoolbesturen zelf verantwoordelijk voor het onderhoud van de gebouwen. De gemeente verhuurt vastgoed marktconform. Voor het maatschappelijk vastgoed brengt de gemeente maatschappelijke huurtarieven in rekening. Deze tarieven zijn wat lager dan de marktconforme tarieven.

Het jaar 2018 staat in het teken van verdere doorontwikkeling van het vigerende vastgoedbeleid. Er vindt nader onderzoek plaats naar welke panden efficiënter gebruikt kunnen worden en welke panden voor afstoting in aanmerking komen. Het onderzoek naar afstoten spitst zich o.a. toe op het Polderhuis (Bergschenhoek), Pecto’s (Bleiswijk) en de multifunctionele ruimte (MFR) Anthuriumsingel (Berkel en Rodenrijs).

Het beheer en de exploitatie van een groot aantal gebouwen is door de gemeente bij een externe partij belegd. Momenteel is dat bij Optisport ondergebracht. Het groot onderhoud voert de gemeente uit, conform het Beheerplan Gebouwen en het bijbehorende Meerjaren-onderhoudsprogramma (MJOP).
De kosten voor het groot onderhoud worden gedekt door de bestemmingsreserve Gebouwen. Daar waar sprake is van vervanging kijken we of er mogelijkheden zijn om de producten te verduurzamen.

De technische kwaliteit van het maatschappelijk vastgoed controleren we regelmatig en is op orde. De 13 strategische panden onderhouden we bewust op het noodzakelijke minimale niveau.

Paragraaf Financiering en treasury

Inleiding

Het doel van deze paragraaf is om de raad te informeren over het treasurybeleid en de beheersing van financiële risico’s. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Treasury houdt zich bezig met risico’s die samenhangen met alle huidige en toekomstige kasstromen. Deze risico’s komen voort uit zowel de financieringsbehoefte, als uit de mutaties van de bestaande portefeuilles zoals (vervroegde) aflossingen, herfinanciering en renteaanpassing.

Bij de grondexploitaties wordt een ander rentepercentage gehanteerd met een andere berekeningssystematiek. Deze is opgenomen in de paragraaf Grondbeleid.

Wet- en regelgeving
In 2016 is het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) vernieuwd. Naar aanleiding hiervan is de financiële verordening Lansingerland 2017 geactualiseerd.

In het BBV is opgenomen dat de paragraaf Financiering en Treasury van de begroting en jaarstukken naast de beleidsvoornemens en het gerealiseerde beleid ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille ook inzicht moet geven in:

  • de rentelasten;
  • het renteresultaat;
  • de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten;
  • de financieringsbehoefte.

Notitie rente 2017

In juli 2016 heeft de commissie BBV de notitie rente 2017 gepubliceerd. Daarin wordt ingegaan op de verwerking van de rentelasten en –baten in de begroting en jaarstukken. De doelstellingen van deze notitie zijn het bevorderen van een eenduidige handelwijze met betrekking tot rente door gemeenten (harmonisering), stimuleren dat gemeenten de (verwachte) werkelijke rentelasten opnemen in de begroting en de jaarstukken en het eenduidig inzichtelijk maken van de wijze waarop de gemeenten met rente zijn omgegaan (transparantie). De bepalingen en richtlijnen van de notitie rente 2017 treden in werking met ingang van het begrotingsjaar 2018, maar eerdere toepassing bij de begroting 2017 werd aanbevolen. Wij kozen ervoor om reeds in de begroting 2017 deze bepalingen en richtlijnen toe te passen. Deze begroting 2018 sluit zodoende aan op de opzet van de begroting 2017. 

Treasurybeleid

Primair richt het treasurybeleid zich op het waarborgen van financiële continuïteit door het resultaat en vermogen te beschermen tegen financiële risico’s en de organisatie financierbaar te houden. Deze bescherming vindt plaats door de renterisico’s en risico’s uit financiële posities te onderkennen, waar mogelijk te vermijden en te spreiden. De basis voor ons treasurybeleid is een betrouwbare liquiditeitsprognose, die periodiek wordt geactualiseerd. De gemeente onderscheidt een drietal doelstellingen van de treasuryfunctie:

  1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;
  2. Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s;
  3. Het streven, binnen de kaders van wet- en regelgeving en binnen de bepalingen van het Treasurystatuut, naar een optimale financieringsstructuur en beheersing van de daarmee gemoeide kosten.

Deze doelstellingen leiden tot het zo nauwkeurig mogelijk op elkaar afstemmen van opgenomen en benodigde gelden. Binnen de wettelijke mogelijkheden worden de financieringslasten zoveel mogelijk beperkt in relatie tot het risico dat wij lopen. Gelden worden overigens alleen aangetrokken in euro’s, zodat er geen valutarisico’s ontstaan.

Rentevisie
In de nota Rentebeleid 2015 is de “rentevisie” beschreven. Onze visie houdt in dat wij een inschatting maken van het rentepercentage dat komende jaren moet worden betaald voor nieuw aan te trekken leningen op de kapitaalmarkt. Het betreft een duiding op hoofdlijnen van de in de toekomst te verwachten rente op de kapitaalmarkt en is daarmee geen instrument dat wordt gebruikt bij het daadwerkelijk aantrekken van leningen.

Een rentevisie is noodzakelijk om de meerjarenbegroting op te kunnen stellen. Hiertoe gebruiken wij de bestaande leningenportefeuille. Op basis van de looptijden en rentepercentages van de bestaande leningen bepalen wij hoeveel rente er komende jaren betaald moet worden op de bestaande leningenportefeuille. Aanvullend moet worden bepaald hoeveel herfinanciering er komende jaren aan de orde is en tegen welke rentepercentages we dat verwachten te kunnen doen.
In de nota rentebeleid is de raad gevraagd een rentevisie vast te laten stellen die de ontwikkeling van de marktrente zo goed mogelijk duidt, maar waarbij een bepaalde voorzichtigheid in acht wordt genomen.

In de praktijk blijkt echter dat de rente langer laag blijft dan ten tijde van het opstellen van de nota Rentebeleid 2015 was voorzien. In de Voorjaarsnota 2017 en de Kadernota 2018 is besloten om de percentages te wijzigen in 1,5% voor 2017 en 2,5% vanaf 2018. Dit zijn de percentages die gehanteerd zijn in de begroting 2018-2021.

Risicobeheer

Bij het risicobeheer staat het risicoprofiel van de gemeente ten aanzien van treasury centraal. De risico’s vallen in de volgende soorten uiteen:

  • Renterisico’s op vaste en vlottende schuld (opgenomen geld);
  • Liquiditeitsrisico’s;
  • Kredietrisico.

Het renterisico treedt op bij het aantrekken van nieuw geld. Wij beperken deze risico’s doordat wij dagelijks de renteontwikkeling monitoren. Met behulp van een regelmatig geactualiseerde liquiditeitsprognose wordt de geldbehoefte gevolgd en tijdig afgedekt. Het risico dat op enig moment geen geld beschikbaar zou zijn, is volgens onze geldverstrekkers voor gemeenten verwaarloosbaar.

Renterisico op kortlopende schulden: de kasgeldlimiet
Om een grens te stellen aan korte financiering (rentetypische looptijd tot één jaar) is in de Wet fido de kasgeldlimiet opgenomen. Het renterisico op kortlopende schulden wordt beoordeeld aan de hand van de kasgeldlimiet als percentage van het begrotingstotaal. Het doel van de kasgeldlimiet is het voorkomen dat fluctuaties in korte rente (schulden < 1 jaar) direct een grote impact hebben op de rentelasten in het exploitatiejaar. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn. De behoefte aan vreemd vermogen mag daarom maar voor een gelimiteerd deel met korte leningen worden ingevuld. De kasgeldlimiet voor gemeenten bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. Deze wordt gedefinieerd als alle lasten op de begroting vóór verdeling van de reserves. De berekening van de verwachte kasgeldlimiet treft u in de bijlagen aan en is voor 2018 berekend op bijna € 12,2 miljoen.

Volgens de Wet Fido mogen de korte leningen gemiddeld per kwartaal de kasgeldlimiet niet overschrijden. Bij een gemiddelde overschrijding van drie achtereenvolgende kwartalen, dient een plan van aanpak om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de toezichthouder (de provincie). De gemeente Lansingerland heeft de eerste drie kwartalen van 2017 kasgeldleningen afgesloten en optimaal gebruik gemaakt van de negatieve rente hierop. Naar verwachting zal de gemeente in het najaar van 2017 een nieuwe lange termijn lening aangaan. Hierdoor daalt de behoefte aan een kasgeldlening in 2018. Toch kan het zijn dat de gemeente gebruik wenst te maken van kasgeldleningen in 2018, echter de kasgeldlimiet zal daarbij niet overschreden worden.

Renterisico op vaste schuld: de renterisiconorm
In het kader van de wet Fido wordt jaarlijks de renterisiconorm vastgesteld. Het doel van de renterisiconorm is spreiding in de leningenportefeuille waardoor mogelijke renterisico’s worden beperkt. Hierin wordt dan specifiek gekeken naar de momenten waarop renteherziening of herfinanciering plaatsvindt. Door deze spreiding wordt voorkomen dat op een bepaald moment veel leningen op hetzelfde moment moeten worden afgelost. Is dan herfinanciering aan de orde, dan kan de dan geldende marktrente grote gevolgen hebben op de begrotingssaldi.

De renterisiconorm wordt bepaald op 20% van de op 1 januari bestaande omvang van het begrotingstotaal. De berekening van de verwachte renterisiconorm treft u in bijlage 5.3 aan en bedraagt bijna € 28,7 mln. voor 2018. Lansingerland zal in 2019 de renterisiconorm overschrijden. Dit is een gevolg van keuzes uit het verleden. De gemeente Lansingerland is in 2007 ontstaan uit een fusie van drie gemeenten: Berkel & Rodenrijs, Bergschenhoek en Bleiswijk. Deze gemeenten hebben afzonderlijk in de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw langlopende zogenaamde fixe-leningen afgesloten die in één keer moeten worden terugbetaald. Deze leningen werden aangetrokken om de grondexploitaties en het ontwikkelen van de VINEX-locaties te financieren. Er werd gekozen voor langlopende fixe-leningen met de gedachte dat het moment van terugbetaling van de lening zou samenvallen met het ontvangen van de inkomsten van de ontwikkelde grondexploitaties bij verkoop. Door de crisis van de afgelopen jaren zijn de bouwplannen voor een aantal locaties uitgesteld waardoor de verwachte baten later zullen vallen dan het aflossingsmoment gekoppeld aan de oorspronkelijke financiering. De terugbetaling van deze leningen van de afzonderlijke gemeenten vallen samen in de periode 2017 tot en met 2020 en leiden in 2019 tot een overschrijding van de renterisiconorm. Dit betekent dat er in 2019 meer leningen moeten worden afgelost dan op basis van de norm is toegestaan. Gezien de huidige leningenportefeuille is dit echter onvermijdelijk. De huidige portefeuille kan ook niet eenvoudig en zonder hoge kosten worden aangepast. Er staan overigens geen formele sancties op het overschrijden van de renterisiconorm. Wel moet dit jaarlijks aan de provincie worden gecommuniceerd. Dit is in voorgaande jaren reeds gebeurd en daar hebben wij goedkeuring op ontvangen. Omdat Lansingerland weliswaar veel leningen moet aflossen komende jaren maar slechts een beperkt gedeelte daarvan moet herfinancieren, loopt de gemeente maar een beperkt financieel risico. Wanneer herfinanciering aan de orde is zal bij het afsluiten van nieuwe leningen de renterisiconorm in acht worden genomen. Dit doen we door in beginsel voor nieuwe leningen te kiezen voor lineaire leningen.

Liquiditeitsrisico
Liquiditeitsrisico is het risico dat wij als gemeente over onvoldoende middelen beschikken om aan onze directe verplichtingen te voldoen. In onze liquiditeitsprognose wordt onze geldbehoefte gevolgd en tijdig afgedekt. Deze liquiditeitsprognose wordt regelmatig geactualiseerd. Het risico dat op enig moment geen geld beschikbaar zou zijn, is volgens onze geldverstrekkers voor gemeenten verwaarloosbaar.

Kredietrisico
De gemeente Lansingerland loopt zelf ook risico bij het verstrekken van gelden. Afhankelijk van het type instelling kan een zeker risico worden bepaald. De verstrekte leningen kunnen verdeeld worden in verstrekte leningen en garantstellingen.

Garantieleningen
Wij hebben momenteel nog enkele garantieleningen lopen die in de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw zijn verstrekt aan 3B-wonen. Het betreffen leningen waarbij de kosten één op één worden doorgezet en wij slechts als garantsteller fungeren. Momenteel bedragen deze leningen nog circa € 4,2 miljoen in totaal. Het zijn annuïtaire leningen en ze nemen de komende jaren af.

Garantstellingen
Aan verenigingen, onderwijsinstellingen en zorginstellingen zijn garantstellingen en waarborgen afgegeven. Deze financieringen zijn door onze gemeente gewaarborgd in het kader van het maatschappelijk belang van door hen gedane investeringen. Daarnaast zijn achtervangover­een­komsten afgesloten met de stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Ten slotte zijn er gemeentegaranties onder de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW).

Het totaalbedrag van deze garantstellingen schommelt enigszins met de jaren. Met 3B-Wonen (via het garantiefonds WSW) hebben wij een achtervangovereenkomst welke is gemaximeerd tot € 100 miljoen. Het totaalbedrag aan leningen aan sportverenigingen (via het garantiefonds SWS) en zorginstellingen neemt de komende jaren af. Hetzelfde geldt voor gemeentegaranties onder de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW). Deze stichting is in 1995 verzelfstandigd onder de naam Nationale Hypotheek Garantie (NHG). De stichting staat borg voor de verstrekking van bepaalde hypotheken aan particulieren. Sinds 1 januari 2011 is de achtervang van nieuwe hypotheken geheel naar het rijk geschoven, waardoor jaarlijks het totale bedrag aan gewaarborgde geldleningen afneemt met de door particulieren gedane aflossingen. De garantie inzake de hypotheken van personeel betreffen een drietal hypotheekleningen afgesloten bij het Hypotheekfonds voor Overheidspersoneel (HvO), dochteronderneming van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Enkele jaren geleden is hiermee gestopt. Dit betreft derhalve een aflopende post. De garantstellingen aan onderwijsinstellingen zijn de afgelopen jaren toegenomen met de bouw van nieuwe scholen in onze gemeente. De verwachting is dat deze bedragen de komende jaren afnemen.

Renteschema

In de notitie rente 2017 is een renteschema opgenomen. Met dit schema wordt inzicht gegeven in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Het schema voor Lansingerland is als volgt:

Schema rentetoerekening 2018 2018 2018
  x € 1000 x € 1000
De externe rentelasten over de korte en lange financiering  € 6.207  
De externe rentebaten     
Saldo externe rentelasten en rentebaten    € 6.207
     
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend  € -4.272  
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend   € -    
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente    € -4.272
     
Saldo door te rekenen externe rente     € 1.934
     
Rente over eigen vermogen   € -    
Rente over voorzieningen (die gewaardeerd zijn op contante waarde)  € -    
Totaal rentetoerekening intern    € -  
     
De aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente (renteomslag)    € 1.934
     
Boekwaarde vaste activa die integraal zijn gefinancierd per 1 januari    € 216.741
     
Berekende omslagrentepercentage   0,89%
     
Gekozen renteomslagpercentage (mag 0,5% afwijken van berekend)   0,90%
     
De werkelijk aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag)    € 1.951
     
Renteresultaat op het taakveld treasury    € 16

Rentelasten
De rentelasten voor 2018 bedragen naar verwachting € 6,2 miljoen voor langlopende leningen. In 2018 staan geen kosten voor kortlopende (< 1 jaar) financiering geraamd.

Wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten
In 2018 wordt naar verwachting € 4.272.000 toegerekend aan onze grondexploitaties. De rente die aan investeringen wordt doorberekend was voorheen gebaseerd op onze interne rekenrente. Deze interne rekenrente is met de vernieuwing in het BBV komen te vervallen en vervangen door een renteomslagpercentage.

Renteomslagpercentage
De omslagrente wordt berekend door de aan de taakvelden toe te rekenen rente (in Euro’s) te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd. De omslagrente moet vervolgens op consistente en eenduidige wijze worden toegerekend aan de individuele activa. Het is niet toegestaan om per investering of taakveld te differentiëren in het toe te rekenen rentepercentage. Het bij de begroting (voor)gecalculeerde omslagrentepercentage mag binnen een marge van 0,5% worden afgerond.

Het berekende omslagrentepercentage bedraagt voor Lansingerland voor 2018 0,89%. Wij kiezen ervoor om dit percentage af te ronden, maar wel zo dicht mogelijk bij het berekende omslagrentepercentage te blijven. Zodoende rekenen wij met een gekozen renteomslagpercentage van 0,90%. Dit omslagrentepercentage is deels gebaseerd op de liquiditeitsprognose. In deze prognose wordt uit het oogpunt van voorzichtigheid bij herfinanciering rekening gehouden met een marktrente van 2,5% (conform Kadernota 2018). Hiermee kunnen we eventuele rentetegenvallers bij een herfinanciering opvangen, waardoor het mogelijk wordt om het gekozen renteomslagpercentage dichtbij het berekende renteomslagpercentage te houden. Indien de werkelijke rentelasten in Euro’s die over een jaar aan taakvelden hadden moeten worden doorbelast afwijken van de rentelasten in Euro’s die op basis van de voorgecalculeerde renteomslag aan de taakvelden zijn toegerekend, dan kan de gemeente besluiten tot correctie. Correctie wordt verplicht gesteld indien deze afwijking groter is dan 25%.

Dit gekozen renteomslagpercentage van 0,90% vervangt het renteomslagpercentage van de begroting 2017-2020 en wordt gebruikt voor het doorrekenen van rente aan onze investeringen. Het renteomslagpercentage voor de begroting 2018-2021 is lager dan voor de begroting 2017-2020, omdat de liquiditeitsprognose is geactualiseerd. Naar aanleiding van deze actualisatie verwachten wij meer inkomsten uit de grondexploitaties (ca. € 15 mln), waardoor wij minder hoeven te herfinancieren. Wij verwachten ook meer uitgaven voor de grondexploitaties (ca. € 6 mln), maar deze groei is minder hoog dan de inkomsten. Tevens wordt het renteomslagpercentage berekend aan de hand van de boekwaarde van de vaste activa (de toe te rekenen rente gedeeld door de boekwaarde). Deze boekwaarde is in de jaarrekening 2016 hoger dan het jaar daarvoor (ca. € 20 mln), waardoor het renteomslagpercentage daalt.

Bij projectfinanciering wordt een lening specifiek aangetrokken voor een project. Lansingerland heeft geen projectfinanciering, wij hanteren een integrale financiering waarbij de gehele gemeentelijke financieringsbehoefte is betrokken.

Alhoewel in het BBV de mogelijkheid vooralsnog blijft bestaan om een rentevergoeding (of een vergoeding voor de inflatie) over het eigen vermogen en de voorzieningen te berekenen en deze door te belasten aan de taakvelden, adviseert de Commissie BBV vanwege het verlangde inzicht, de eenvoud en transparantie deze systematiek niet (meer) toe te passen. In Lansingerland passen wij deze zogeheten bespaarde rente sinds 2016 niet meer toe.

De gehanteerde boekwaarde is de laatst vastgestelde boekwaarde. Deze bedraagt € 216,7 miljoen per 31 december 2016.

Renteresultaat
Het verwachte renteresultaat op het taakveld Treasury bedraagt € 16.000. Dit is het verschil tussen de rente die wij werkelijk aan taakvelden toerekenen (€ 1.934.000) en het saldo van de externe rentebaten en rentelasten (€ 1.951.000). Dit verwachte verschil komt doordat wij een percentage van 0,90% hanteren in plaats van het berekende omslagrentepercentage (0,89%).

Financieringsbehoefte

De gemeente voert activiteiten uit die meerjarig worden gefinancierd. Dit zijn de investeringen van de gemeente, zoals die blijken uit de staat van activa en de investeringen die zijn en worden gedaan in de grondexploitatie. Bij deze laatste worden eerst de kosten (zoals aankoop, bouw- en woonrijp maken) gemaakt, en later worden deze in beginsel terugverdiend door grondverkopen. Afhankelijk van de looptijd van een grondexploitatie liggen de gelden over een lange periode vast en is financiering nodig. Ter financiering worden leningen aangetrokken.

Leningenportefeuille
Per 1 januari 2018 bedraagt de huidige leningenportefeuille voor Lansingerland € 233 miljoen, waarvoor een gemiddeld gewogen aan de banken te betalen rentepercentage geldt van 2,54%. Gebaseerd op de afgesloten leningsovereenkomsten dienen komende jaren de volgende aflossingen (rente en aflossing van bestaande leningen) plaats te vinden (exclusief bedragen voor herfinanciering)[1]:

2018     € 33,8 miljoen
2019     € 40,9 miljoen
2020     € 27,0 miljoen
2021     € 15,5 miljoen

In totaal betreft de aflossing over de jaren 2018-2021 € 117,3 miljoen (exclusief bedragen voor herfinanciering).

Financieringsbehoefte
Op basis van de laatst berekende liquiditeitsprognose is de verwachte financieringsbehoefte (opgebouwd uit aflossingen, investeringen en grondexploitaties) voor de komende jaren:

      Bedragen x € 1
Jaar Bedrag herfinanciering Rentepercentage Rentekosten nieuwe leningen
2018  € 23.000.000 2,50%  € 575.000
2019  € 11.000.000 2,50%  € 275.000
2020  € -   2,50%  € -  
2021  € -   2,50%  € -  

Voor deze leningen hanteren wij het fictieve rentepercentage van 2,5% uit de Kadernota 2018 om de rentekosten voor herfinanciering te berekenen. Vanaf 2020 verwachten wij weer een klein liquiditeitsoverschot, zodoende zijn er voor dat jaar geen rentekosten voor nieuwe leningen.

Verwachte leningenportefeuille 2018-2021
Gebaseerd op de laatst berekende liquiditeitsprognose is de verwachte leningenportefeuille voor de gemeente Lansingerland:

  Bedragen x € 1
Jaar Totaal verwachte leningenportefeuille 31/12
2018  € 256.000.000
2019  € 239.000.000
2020  € 202.000.000
2021  € 179.000.000

Deze verwachte leningenportefeuille is gebaseerd op onze huidige te verwachten activiteiten, zoals opgenomen in de meerjarenbegroting. Eventuele toekomstige kasstromen waarover de raad nog moet besluiten, bijvoorbeeld de verkoop van extra gronden of aandelen, zijn niet meegenomen.

[1] Deze bedragen zijn hoger dan in de begroting 2017-2020 opgenomen, omdat per abuis in de begroting 2017-2020 alleen de bedragen voor aflossing waren opgenomen (en niet rentelasten).

Paragraaf Bedrijfsvoering

Inleiding

De paragraaf bedrijfsvoering geeft volgens het BBV inzicht in de beleidsvoornemens op het gebied van de bedrijfsvoering. Deze paragraaf is omvangrijker dan voorgaande jaren vanwege het programma Organisatieontwikkeling en de hiermee samenhangende intensiveringen en investeringen die in deze begroting zijn opgenomen. Dit betreft het kwalitatief en kwantitatief versterken van de formatie en investeringen op het gebied van ICT.

Programma organisatie ontwikkeling en versterking formatie in 2018

De gemeente Lansingerland heeft de afgelopen jaren onder druk gestaan. Het heeft veel van de organisatie gevraagd om het financiële tij te keren. Dat de opgaande lijn is ingezet voelen we gelukkig allemaal. Het college en de organisatie zijn ambitieus. We merken dat met de huidige organisatie we deze ambities onvoldoende vorm kunnen geven. Deze constatering is voor het college mede aanleiding geweest om een organisatieadviesbureau (Necker van Naem) opdracht te geven tot een organisatieonderzoek. Dit verkennend onderzoek is begin 2017 afgerond. De bevindingen uit hun documentanalyse en vele gesprekken die zij voerden binnen de organisatie geven een ”organisatiediagnose” van de sterktes en zwaktes van de organisatie, in relatie tot de externe opgaven. De bovengenoemde waarneming van bestuur en management wordt in de kern onderschreven. De gemeentelijke organisatie is onder andere door de doorgevoerde bezuinigingen onvoldoende op haar toekomst voorbereid. De organisatie heeft veel van alle veranderingen die op haar af zijn gekomen door haar inzet en flexibiliteit kunnen absorberen, maar zit aan het einde van haar mogelijkheden. Dit blijkt onder andere uit een hoog ziekteverzuim, een hoog verloop en een organisatieomvang die relatief beperkt is ten opzichte van andere gemeenten. Om als organisatie door te kunnen ontwikkelen is een “voorinvestering” nodig. Die voorinvestering heeft tot doel om een deel van de ambities nu al te realiseren, bijvoorbeeld op het gebied duurzaamheid. Daarnaast zorgt de investering voor een basis om de verdere organisatieontwikkeling mogelijk te maken. Zo is een observatie van Necker van Naem dat in onze organisatie niet of nauwelijks tijd aanwezig is om te leren, innoveren en reflecteren op onze dienstverlening, ons eigen functioneren en op onze interactie met inwoners en ondernemers. Daarnaast missen we slagkracht op een aantal strategische beleidsthema’s en integraal werken. Om de “basis op orde” te brengen is daarom een kwantitatieve en kwalitatieve versterking in en vanaf het begrotingsjaar 2018 noodzakelijk.

Necker Van Naem doelt daarbij op een kwantitatieve versterking van de ambtelijke organisatie als het gaat om formatieve invulling op thema’s zoals dienstverlening, duurzaamheid, rekenschap, regievoering, privacy, het sociaal domein en de veranderingen rond de Omgevingswet. Meer en meer staan de inwoners, bedrijven en ketenpartners centraal. Communicatie is daarbij van groot belang.

Daarnaast een kwalitatieve versterking van medewerkers in met name de strategische adviesrol, oriëntatie op de buitenwereld, juiste mindset voor dienstverlening en beleidsmatige doorontwikkeling. En ook als stevige gesprekspartner voor bestuur, inwoners en bedrijven in een complexe omgeving. Het vergt veel van de competenties van ambtenaren om te kunnen werken in de spagaat waar Lansingerland zich in bevindt: het vasthouden van de “dorpse” nabijheid en waarden en normen maar ook mee moeten beslissen over een complexe Randstedelijke woon- en leefomgeving. Dit vraagt verdere flexibilisering van de organisatie en tijd en ruimte om van buiten naar binnen kunnen denken, onze inwoners en bedrijven goed te helpen en naar de geest in plaats van de letter van de wet te handelen.

Een laatste aandachtspunt is de sturing en inrichting van de organisatie: ook dit vergt herijking en vooral koersvastheid. Er is behoefte aan een heldere strategische koers en een flexibele en integraal werkende organisatie die beschikt over up-to-date (ICT)-middelen die passen bij deze tijd. Een organisatie die voortdurend verbinding zoekt met inwoners, bedrijven, omgeving en eigen ambtenaren.

College en ambtelijke organisatie gaan samen deze uitdaging aan en zijn een programma Organisatieontwikkeling gestart om de organisatie toekomstbestendig te krijgen. De eerste twee deelprojecten van de organisatieontwikkeling zijn ‘structuur in de steigers’ en ‘kennis in kaart’. Doel van het eerste project is om een toekomstbestendige structuur voor de organisatie te ontwerpen. Doel van het tweede project is om in beeld te brengen welke kennis en kunde de organisatie nodig heeft om toekomstbestendig te zijn en op welke manier deze kennis en kunde geborgd kan worden in de organisatie. De incidentele kosten voor dit programma (2017: € 300.000,- en 2018: € 300.000,-) worden  grotendeels door herallocatie van bestaande middelen gedekt. Voor 2018 is incidenteel € 130.000 nodig. Dit is onderdeel van deze begroting 2018. We verwachten het eerste kwartaal van 2018 de nu gestarte twee projecten af te ronden.

De bevindingen uit het door Necker van Naem uitgevoerde organisatieonderzoek geven, 10 jaar na de fusie, handvatten om -indachtig de herijkte bestuurlijke ambities door een significante verbetering van de financiële situatie – de professionaliteit van de organisatie en kwaliteit van dienstverlening verder te versterken. De afgelopen jaren is de omvang van de organisatie fors afgenomen. Enerzijds als gevolg van uitbesteding van taken (denk aan de Belastingen) en anderzijds door de bezuinigingen die nodig waren om weer financieel gezond te worden. Zo is de omvang van de formatie gedaald van circa 352 FTE per 1/1/2011 naar circa 335 FTE per 1/1/2017. Daarbij merken we op dat het takenpakket van de gemeente is toegenomen. Zo zijn per 2015 de decentralisaties ingevoerd en wordt op basis van het collegeprogramma ingezet op het thema duurzaamheid.

  01-01-12 01-01-13 01-01-14 01-01-15 01-01-16 01-01-17 01-01-18
Toegestane formatie in fte 356 338 322 321 324 335 339
Aantal inwoners per 1/1 55.270 56.512 57.137 58.133 59.039 60.042 61.300
Aantal fte per 1.000 inwoners 6,44 6 5,64 5,52 5,48 5,58 5,53

Zowel inwoneraantal als formatie stijgt in 2017 ten opzichte van 2016. Het aantal fte per 1.000 inwoners blijft hiermee al sinds 2014 rond de 5,5. Het aantal taken voor de gemeente neemt nog steeds toe, mede door de aantrekkende economie. Zoals vorig jaar aangegeven was het dieptepunt voor formatieve krimp bereikt en is de grens bereikt van het ‘meer met minder’.

De groei in formatie (voornamelijk t.b.v. primaire dienstverlening) hangt samen met groei van het aantal inwoners en groei van cliëntenbestand binnen het sociale domein. Deze formatiegroei vangen we op binnen reeds in de begroting opgenomen budgetten en is daarmee financieel gedekt.

Nu de financiële mogelijkheden meer bestuurlijke ambities mogelijk maken, is ook de behoefte aan formatie om die ambities te helpen waarmaken groter. Om de basis op orde te krijgen en te kunnen voldoen aan de huidige bestuurlijke ambities is versterking op korte termijn noodzakelijk en is meer nodig dan stabiliseren op 5,5 fte per 1000 inwoners. Door college en de organisatie zelf is in beeld gebracht op welke onderwerpen op korte termijn versterking noodzakelijk is. Dit resulteert in een verwachte extra toename van de formatie met circa 13 FTE.

Met het volgende effect op de formatie:

  Formatie 1-1-2018 incl. effect huidig voorstel
formatie in fte 352
Aantal inwoners per 1/1 61.300
Aantal fte per 1.000 inwoners 5,74

Voor 2018 en verder zijn hiervoor de volgende budgetten aanvullend structureel nodig:

  2018 2019 2020 2021
Formatieve versterkingen (basis op orde) 700 800 800 800
Duurzaamheid 350 350 350 150
Transitie ICT/digitaliseren 150 150 150 0
Benodigde budgetten 1.200 1.300 1.300 950

Concreet betekent dit dat we de organisatie op de volgende onderdelen versterken:

1. Duurzaamheid: We versterken de kwaliteit van de beleidsadvisering en het organiserend vermogen. Tijdelijk investeren we in het verhogen van de kennis in de organisatie, met als doel dat duurzaamheid in de ‘genen’ van de organisatie komt. 2 fte structureel en 3 fte incidenteel voor drie jaar. Onderdeel hiervan is een programmamanager duurzaamheid.
2. Beheersing en control: Als gemeente besteden we steeds meer uit aan de markt en sluiten daarvoor contracten. Wat we uitbesteden wordt steeds integraler en complexer. Daarbij nemen wettelijk eisen toe op het gebied van privacy en informatiebeveiliging. Ook waar het gaat om contracten in het sociaal domein. Om scherp in te kopen, goede contracten te sluiten en deze contracten te bewaken en afspraken te implementeren is verzwaring van functies in de organisatie noodzakelijk (bijvoorbeeld contractmanagement bij Beheer en Onderhoud) en wordt de functie implementatiemanager sociaal domein structureel.
3. Dienstverlening en integraal werken: Verwachtingen over dienstverlening en integraal werken nemen toe. Om met deze ontwikkelingen bij te blijven en aanpassingen in de organisatie door te kunnen voeren is het nodig de formatie uit te breiden. Dit betreft voor centrummanagement en vastgoedbeheer 2 fte en voor het aanjagen van het proces van ontwikkelen, evalueren en verbeteren 1 fte.
4. Integrale Strategische beleidsontwikkeling: Van het primaat bij de overheid verwacht de omgeving steeds meer een overheid als netwerkpartner. Dat vraagt een andere aanpak. Een aanpak die uitgaat van een integralere benadering binnen de organisatie, maar ook een gelijkwaardigere samenwerking met externe partners en inwoners. Om deze veranderingen op diverse beleidsvelden in gang te kunnen zetten is 3 fte nodig.
5. Informatiemanagement: Kwaliteit van data en analyse voor zowel beleids- als bedrijfsvoeringprocessen was altijd al belangrijk, maar wordt steeds belangrijker. Denk aan de ontwikkelingen ten aanzien van privacy en informatiebeveiliging, maar bijvoorbeeld ook de Omgevingswet die een gelijke informatiepositie tussen overheid en inwoners voorstaat. Om de ontwikkelingen bij te houden en de kwaliteit te kunnen blijven borgen is 2 fte nodig.

Per 1/1/2018 is de formatie na de versterking qua absolute omvang terug op het niveau van 2011 (na uitbesteden belastingen). Met daarbij de kanttekening dat deze formatie een groter aantal inwoners bedient (10% stijging), alle taken voortvloeiend uit de drie decentralisaties uitvoert en het speerpunt ‘duurzaamheid’ vorm en inhoud geeft. Bovenstaande versterkingen ziet het college als noodzakelijke voorinvestering in de organisatieontwikkeling vooruitlopend op een definitief plan. Waarbij het college er voor zal zorgen dat deze voorinvestering uiteindelijk ook gaat passen in de toekomstige organisatie en de keuzes die daarvoor nog in de komende periode gemaakt gaan worden.

Naast formatieve versterking om de basis op orde te brengen is voor het toekomstbestendig zijn van de organisatie ook nodig dat er geïnvesteerd wordt in het zogenoemde Tijd- en plaatsonafhankelijk werken (TOP-werken). In de Kadernota 2018 is gemeld dat de begroting een concretisering hiervan bevat. In de volgende paragraaf lichten wij dit toe. De daar voorgestelde investeringen leiden tot een toename van € 255.000 van de structurele lasten voor ICT.

Informatievoorziening en ICT

Informatievoorziening en ICT ondersteunen de gemeentelijke organisatie en het gemeentebestuur in de uitvoering van haar (wettelijke) taken. Informatievoorziening en ICT zijn hierin geen doel op zich, maar wel een absolute randvoorwaarde. De kwaliteit, veiligheid, continuïteit en beschikbaarheid van de IT-infrastructuur en informatievoorziening zijn van groot belang voor onze (digitale) dienstverlening aan inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen. Het is om die reden dat wij continue investeren in de doorontwikkeling van informatievoorziening en ICT en het up-to-date houden en (op tijd) vernieuwen van onze systemen.

Terugblik
Qua informatievoorziening heeft de ontwikkeling van ICT in de achterliggende periode in het teken gestaan van de digitale overheid en het faciliteren van dit kanaal voor onze inwoners en bedrijven ten gunste van een goede dienstverlening. De implementatie van het zaaksysteem maakt dat we hier grote stappen vooruit in zetten. Daarnaast heeft de verplichte ontwikkeling van de diverse basisregistraties en het optimaliseren van informatiebeveiliging veel investeringen gevraagd.

Qua techniek hebben we vorig jaar nog éénmaal fors geïnvesteerd in de vervanging van onze servers en opslagfaciliteiten (storage). De verschuiving van ICT ‘on premise’ naar ‘in de Cloud’ is een rode draad binnen de ICT ontwikkeling. Deze ontwikkeling verloopt stap voor stap omdat een deel van de softwareleveranciers nog niet zo ver is om hun applicaties in de Cloud aan te bieden en anderen alleen nog in de Cloud aanbieden. Wij verwachten naar de toekomst toe minder zelf in dergelijke hardware te zullen investeren vanwege de overgang van steeds meer applicaties naar de Cloud.

Vooruitblik
Voor het onderhouden van het ICT-niveau zoals we dat nu hebben is een blijvende ICT-investering noodzakelijk. ICT-mogelijkheden, de ICT-markt, maar ook het aantal bedreigingen (hacks/virussen/datalekken) ontwikkelen zich nog steeds in rap tempo. In de meerjarenbegroting houden we rekening met deze ontwikkelingen door het tijdig vervangen van verouderde apparatuur en systemen.
In onderstaande tabel geven we een overzicht van de investeringen in 2018. Onderdelen die we in 2017 vervangen, maar waarvan het vervangingstraject doorloopt in 2018, staan niet in onderstaande tabel. Ze zijn wel belangrijk om hier te noemen. Het gaat bijvoorbeeld om de vervanging van de firewall en de WiFi omgeving. Beide onderwerpen staan in directe relatie tot informatieveiligheid.

2018 Begroot  
Meerjarenbegroting € 500.000  
Vervangen telefooncentrale en toestellen   € 120.000
Implementatie en koppelingen Basisregistratie Personen   € 40.000
Vervanging iPads in verband met afschrijving apparatuur   € 25.000
Vervanging website   € 80.000
Vervanging Audio/Visuele middelen raadszaal   € 80.000
Ontwikkeling zaaksysteem   € 35.000
Verschuiving middelen t.b.v. TOP (Tijd- en Plaatsonafhankelijk werken, zie toelichting)   € 120.000
Totaal   € 500.000

Ontwikkelingen Informatievoorziening en ICT - 2018
Zoals hiervoor aangegeven investeren wij in nieuwe of doorlopende ontwikkelingen. Wij lichten een aantal ontwikkelingen verder toe.

Zaakgericht werken
In 2017 zijn we verder gegaan met het digitaliseren van onze dienstverlening door middel van het zaaksysteem. De stapsgewijze invoering van het zaaksysteem zorgt ervoor dat onze inwoners en bedrijven steeds meer producten en diensten gebruiksvriendelijk online (via het zaaksysteem) kunnen aanvragen en het verloop daarvan, via status informatie, volgen. Dat verlaagt de drempel en zorgt voor een sneller en beter inzicht in de voortgang. Door meer zaakgericht te werken is ook een betere beantwoording van vragen van inwoners en bedrijven en eventuele doorverwijzing door het callcenter mogelijk omdat de medewerkers van het callcenter (gedeeltelijk) toegang hebben tot het zaaksysteem. Het is onze ambitie om zoveel mogelijk processen onder te brengen in het zaaksysteem. Daardoor kunnen wij efficiënter werken en de kosten reduceren doordat wij het aantal gebruikte informatiesystemen kunnen verminderen. Tot slot maakt het zaaksysteem de koppeling met mijnlansingerland.nl en mijnoverheid.nl mogelijk. Op die manier sluiten wij ook aan bij de digitale ambities van de landelijke overheid.
Ongeveer 30 processen (verdeeld over de verschillende vakafdelingen) zijn inmiddels geïmplementeerd in het nieuwe zaaksysteem. Het gaat om producten/diensten waar veel vraag naar is, zoals uittreksels uit de GBA, huwelijken en tegemoetkoming leerlingenvervoer. In 2018 breiden wij het arsenaal aan processen (producten/diensten) in het zaaksysteem verder uit.

Informatiemanagement en gegevensbeheer
Verdere ontwikkelingen op het gebied van digitale dienstverlening, zaakgericht werken, implementatie van basisregistraties (Basisregistratie Grootschalige Topografie, Basisregistratie Ondergrond, etc.) en Open Data zorgen voor een toenemende behoefte aan inzicht en overzicht over de door ons gebruikte data. Wij maken van veel gegevens gebruik in tal van processen. Dat kan slimmer en efficiënter en daarom willen wij inzetten op de ontwikkeling van informatiemanagement en gegevensbeheer.
In 2018 starten wij met de verdere invulling daarvan.

Tijd- en plaatsonafhankelijk werken (TOP werken)
In de komende jaren moeten we investeren in nieuwe devices (Pc’s, monitoren en telefoons), omdat de huidige middelen zowel economisch als technisch zijn verouderd (minimaal ouder dan 5 jaar). Daarom is dit een uitstekend moment om eerdere keuzes te evalueren. We zien als gevolg van de toenemende digitale overheid dat het noodzakelijk is dat medewerkers ook buiten het gemeentehuis over alle digitale hulpmiddelen beschikken die zij nodig hebben. Bijvoorbeeld voor het direct opvragen en bewerken van de juiste digitale informatie om cliënten in het sociaal domein in hun eigen omgeving te kunnen helpen. Maar ook om meldingen in de buitenruimte via een app direct in behandeling te kunnen nemen.
Een ander belangrijk voordeel is dat medewerkers, net als hun collegae in de regio, geen stapels papier meer hoeven mee te nemen naar vergaderingen in die regio. Ook het organisatieonderzoek uitgevoerd door Necker van Naem ziet de digitale ontwikkeling als een belangrijk focuspunt voor de toekomst. Met een mobiel device zijn medewerkers dus beter in staat onze dienstverlening voor onze inwoners te optimaliseren. Inwoners hoeven niet meerdere keren dezelfde gegevens te verstrekken, omdat medewerkers online basisregistraties kunnen raadplegen. Dat ook de andere collega’s die wel op het gemeentehuis werken per direct beschikken over actuele informatie maakt dat we efficiënter en effectiever kunnen werken. Op die manier maken wij slim gebruik van de mogelijkheden die informatiesystemen en techniek bieden.

Omdat de bestaande ICT investeringen nodig zijn om up to date te houden wat we nu hebben, zijn aanvullende investeringen nodig als we als gemeente de stap willen zetten om tijd- en plaatsonafhankelijk werken mogelijk te maken. Zie het overzicht verderop.

Onderzoek TOP werken
Uit onderzoek binnen de organisatie is gebleken dat tenminste 60% van onze medewerkers hun diensten efficiënter en effectiever kunnen verlenen met een mobiel device. Voor deze medewerkers wil de organisatie de desktop vervangen door een laptop, uitgerust met de technologie die nodig is om ‘realtime’ over alle systemen te kunnen beschikken. De overige medewerkers zullen werken met een zogenaamde thin client (de moderne vervanger van de PC) met dubbel beeldscherm.
Op basis van deze uitgangspunten (60% mobiel device), worden de volgende investeringen en daaruit voortvloeiende lasten voor TOP werken gecalculeerd.

Omschrijving Aantal  Investering MIP
Mobiele werkplek 270 € 680.000
Vaste werkplek 180 € 200.000
Aanpassen technologie   € 300.000
Totaal investering   € 1.180.000
     
Kapitaallasten investering TOP-werken   € 320.000
Vrijval kapitaallasten   -€ 80.000
Kapitaallasten toename t.o.v. KN2018   € 240.000
     
Jaarlijkse lasten technologie/licenties   € 170.000
Vervallen lasten contract Gemlease   -€ 100.000
Bezuiniging op printen en schoonmaak   -€ 55.000
Totaal toename materiele lasten    € 15.000
     
Incidentele inrichtingskosten (technisch)   € 80.000
     
Totaal toename structurele lasten agv TOP-werken € 255.000

De ontwikkeling naar tijd- en plaatsonafhankelijk werken vergt naar verwachting een investering van €1.180.000 met jaarlijks € 320.000 aan kapitaallasten. Een deel van deze kapitaallasten dekken we doordat reeds voorziene investeringen uit 2018 (€120.000, zie vorige tabel) en een aantal resterende investeringen uit 2015/2016 (€ 200.000) worden ingezet voor de investering TOP-werken. De vrijval van de bijbehorende kapitaallasten is € 80.000, waardoor de investering per saldo leidt tot toename van kapitaallasten van € 240.000.

Bij de investeringen in flexibel werken nemen ook de materiële lasten voor licenties en onderhoud van software toe met €170.000. Daartegenover staat dat door de investeringen in devices de jaarlijkse kosten voor de lease van de huidige Pc’s via GemLease voor €100.000 vervallen. Ook is een besparing op schoonmaak en printen mogelijk van structureel €55.000. De materiële lasten stijgen na doorrekenen van de besparingen dus met €15.000. Per saldo nemen de structurele lasten als gevolg van TOP-werken dus toe met €255.000 ten opzichte van de Kadernota 2018. Voor dit project zijn ook eenmalige projectkosten benodigd, deze betreffen met name advies- en implementatiekosten, ter hoogte van € 80.000.

Werkplekken reduceren
Mobiele devices maken het mogelijk om flexibiliteit te brengen in de fysieke werkplekken op het gemeentehuis. Door de bezettingsgraad bij te stellen naar 0,9 werkplek per medewerker is het mogelijk om 3 blokken in het kantoorgebouw (1.800 m2) vrij te maken voor eventuele verhuur aan derden. Een schatting van de potentiele opbrengst is € 180.000 op jaarbasis. Omdat het verhuren van vrijstaande ruimte in ons kantoorgebouw moeizaam blijkt, acht het college het niet opportuun op dit onderdeel nu al extra inkomsten in de begroting op te nemen.

 Dit doen we in 2018 en verder (resumé):

  • We gaan verder met de implementatie van zaakgericht werken door het toevoegen van nieuwe processen;
  • We vernieuwen onze ICT-infrastructuur door het vervangen en moderniseren van hard- en software. Daardoor zijn we qua techniek en informatiebeveiliging up to date;
  • We maken een start met tijd- en plaatsonafhankelijk werken. Daartoe zullen we investeren in nieuwe vaste- en mobiele werkplekken. Als gevolg daarvan besteden wij de aanschaf van nieuwe apparatuur (vast/mobiel) in 2018 aan;
  • Wij voldoen in 2018 aan de vereisten van de BIG, afwijkingen worden gemotiveerd;
  • Wij starten met de ontwikkeling van informatiemanagement en gegevensbeheer met als doel om slimmer, efficiënter, maar ook veiliger om te gaan met de grote veelheid aan gegevens die nu al gebruikt worden in de werkprocessen.

Planning & control

Om een organisatie goed op koers te houden is een goed werkend systeem van planning & control een randvoorwaarde. Hieruit vloeit immers informatie voort die nodig is om te kunnen sturen.

Dit doen we in 2018 en verder:

  1. Naar verwachting stelt de Raad in het najaar van 2017 de nota ‘Planning & control’ vast. Doel is om de P&C cyclus efficiënter te maken en kwalitatief te verbeteren. Indien deze nota wordt vastgesteld gaan we vanaf kalenderjaar 2018 volgens de uitgangspunten van de nota werken.
  2. Conform de financiële verordening stelt de nieuwe gemeenteraad na de verkiezingen (indien zij dit nodig acht) een nieuwe programma indeling inclusief de beleidsvelden vast voor de komende raadsperiode. De ambtelijke organisatie bereidt deze wijziging met het nieuwe college voor.
  3. We blijven ambtelijk strak sturen op de voorspelbaarheid en betrouwbaarheid van de (financiële) resultaten. Naast de reguliere P&C-documenten continueren we in 2018 de periodieke budgetreviews en ‘in control’-gesprekken met de afdelingshoofden. Ook toetsen we de financiële consequenties van ieder raadsvoorstel.
  4. We gebruiken actief landelijk beschikbare informatie om effecten van beleid te evalueren en beleid bij te stellen. Zo namen we in 2016 deel aan de burgerpeiling ten behoeve van www.waarstaatjegemeente.nl, voerden we een Leefbaarheidsmonitor uit en namen we deel aan de Monitor Sociaal Domein. Dit continueren we in 2018.
  5. We voeren actief liquiditeitsbeheer, waarbij onze huidige schuldpositie continue aandacht krijgt.

Audit en AO/IC

Een deugdelijke ‘administratieve organisatie en interne controle’ is een belangrijke randvoorwaarde om betrouwbare cijfers te rapporteren en rechtmatig te handelen. Door middel van audits stellen we periodiek vast of interne procedures en afspraken zijn nageleefd en te rapporteren cijfers betrouwbaar zijn. Het gaat daarbij niet alleen om financiële cijfers, maar ook niet-financiële cijfers, zoals indicatoren en kengetallen. Door middel van onderzoeken en benchmarking vergelijken we onze gemeente met andere gemeenten en formuleren we waar nodig acties en voeren deze uit.

Dit doen we in 2018 en verder:

  1. We stellen, evenals voorgaande jaren, een breed intern audit plan op en voeren deze audits uit. In dit plan zijn alle (interne) audits opgenomen en richten zich naast financiële onderwerpen en rechtmatigheid ook op ICT-beveiliging en het voldoen aan privacy voorschriften.
  2. We houden procesbeschrijvingen actueel. Bij de implementatie van nieuwe wetgeving (bijvoorbeeld de Omgevingswet) worden ook direct nieuwe procesbeschrijvingen gemaakt en vastgesteld door het management.
  3. We voeren een doelmatigheidsonderzoek ex artikel 213a van de Gemeentewet uit en verstrekken een afschrift van de onderzoeksresultaten en de actiepunten naar aanleiding van het onderzoek aan de gemeenteraad.

Organisatie en personeel

Gemeenteambtenaren krijgen een structurele loonsverhoging van 3,25 procent als gevolg van nieuwe cao-afspraken. Deel van de verhoging vindt plaats in 2017. Per 1 januari 2018 stijgen de salarissen met 1,5%. Het Individueel Keuzebudget stijgt per 1 juli 2018 met 0,25%.

Het budget voor werving en selectie blijkt al meerdere jaren onvoldoende te zijn. Zeker nu de mobiliteit op de arbeidsmarkt toeneemt en we een kwaliteitsinvestering in formatie voorstaan is verhogen van dit budget met € 35.000 noodzakelijk.

Zoals besloten in de Voorjaarsnota 2017 investeren we 2% van de loonsom in professionalisering en opleidingen en proberen we de talenten van onze medewerkers optimaal te benutten en ontwikkelen. Het opleidingsbudget is daarmee weer terug op het landelijke niveau. We stimuleren interne mobiliteit en kennisuitwisseling en verkennen andere mogelijkheden om een aantrekkelijk werkgever te blijven.

Vanuit de maatschappelijke (en wettelijke) verantwoordelijkheid van de gemeente als werkgever heeft het Werkgeverservicepunt op ons verzoek de mogelijkheden onderzocht om werk te bieden aan mensen met een beperking. Hieruit bleek dat reguliere functies over het algemeen te complex zijn voor arbeidsbeperkten en dat we taken die meer geschikt zouden zijn eerder ondergebracht hebben via de social return in de inkoopafspraken met de partijen aan wie deze taken zijn uitbesteed. Hierdoor werken 6 mensen via SW-bedrijven binnen de gemeentelijke organisatie. Bij de Kadernota hebben we budget gekregen om binnen de gemeentelijke organisatie functies te creëren die bestaan uit aanvullende taken die niet tot de gebruikelijke taken behoren. We maken nu een plan van aanpak om deze werkplekken in 2018 fasegewijs daadwerkelijk te realiseren. Dit sluit aan op motie M2016-044 Banen voor mensen met een beperking bij de gemeente Lansingerland.

In 2018 investeren we in het uitbreiden van ons HR systeem om verdere stappen te maken in het digitaliseren van de personeels- en salarisadministratie. We beginnen met de declaraties en gaan dan verder met de andere formulieren en processen. Einddoel is dat we in 2019 alle personeelsdossiers en administratieve processen digitaal binnen hetzelfde HR-systeem hebben, zo veel mogelijk onder zelfmanagement van de medewerkers.

Dit doen we in 2018 en verder:

1. We verhogen de inzetbaarheid van medewerkers:

  • We hebben een optimaal verzuimbeleid en hebben structureel aandacht voor vroegtijdige signalering en preventie van overbelasting ter voorkoming van uitval.
  • Het streefpercentage verzuim is 5%.
  • We investeren in gezondheid, vitaliteit, flexibele werkomgeving en optimale balans werk/privé.
  • We investeren in een veilige werkomgeving waarin medewerkers kunnen omgaan met crisissituaties en ongewenst gedrag.

2. Wij blijven een aantrekkelijk werkgever:

  • Wij investeren in talentontwikkeling en potentieel van medewerkers door trainingen en opleidingen aan te bieden en we stimuleren horizontale en verticale doorstroom.
  • We hebben aandacht voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt zoals bijstandsgerechtigden en mensen met een verstandelijk of lichamelijk handicap en proberen die ook een plaats te geven.
  • We zorgen voor een optimaal werkklimaat en passende arbeidsvoorwaarden.
  • We flexibiliseren arbeidsvoorwaarden waar mogelijk zoals via het Individueel Keuze Budget en flexibele verlof- en werktijden.

Communicatie

In 2014 beloofde het college in haar programma Delen, Durven, Doen! u geen gortdroog beleid voor te schotelen. Wij communiceren met onze stakeholders door middel van een responsieve, interactieve social mediastrategie. Hierbij staat niet de zender, maar de ontvanger centraal. Omdenken, participeren, faciliteren en engageren zijn onze kernbegrippen, de tijd van “zenden” ligt achter ons. In 2018 geven we verder invulling aan onze interactieve social mediastrategie en dialoog met onze stakeholders.

Collegebeleid
Door de kernboodschap strakker en beter te segmenteren op de verschillende doelgroepen en door het inzetten van onconventionele, moderne, toegankelijke communicatiemiddelen geven we vorm aan deze uitdaging. Deze doelgroepenbenadering en het nauwkeurig kiezen van onze communicatiemiddelen leidt ertoe dat we onze doelgroepen snel en efficiënt bereiken en zorgt ervoor dat inwoners die geen interesse hebben voor bepaalde onderwerpen daarmee niet lastig vallen.

Een open en snelle verbinding met onze inwoners is essentieel onderdeel van onze dienstverlening. Inwoners en bedrijven verwachten steeds meer ook via social media snel een reactie te krijgen. Met Webcare (die 24/7 wordt ingezet) proberen wij hieraan te voldoen. Het is een werkwijze om actief, snel en actueel te reageren op vragen, calamiteiten of ontwikkelingen op gebied van social media. De dagelijkse analyses die gemaakt worden door de Contentredactie zijn de peilstok van onze (lokale) samenleving en leiden tot een actief inspelen op communicatiebehoefte. Van buiten naar binnen dus!

Inzet nieuwe vormen en middelen
We gebruiken nieuwe, eigentijdse communicatievormen. Denk daarbij aan de infographics rondom de begroting en de integratie daarvan in de gemeentelijke app en het videoverslag van de midterm review (www.lansingerland.nl/midtermreview). Hiermee maken we de informatie toegankelijk en laagdrempelig beschikbaar voor onze inwoners, waarbij niet het college zelf, maar haar stakeholders (bewoners, bedrijven, maatschappelijk middenveld) aan het woord komen en vertellen wat het gemeentelijk interactieve beleid voor hen betekent, hoe het uitpakt en vooral, wat ze zelf hebben bereikt, al dan niet, in samenwerking met de gemeente. Van zenden naar luisteren, van dicteren naar participeren!

Informatiebubbel
Onze samenleving is digitaal verzuild, mensen raken steeds meer opgesloten in hun eigen informatiebubbel van gelijkgestemden. Om onze inwoners te bereiken moeten we onze boodschap dus aanpassen aan de verschillende bubbels. Dit vergt een proactieve houding van communicatie. Het simpel formuleren van één kernboodschap is niet meer voldoende om door het informatiefilter te breken. Ook is de brede inzet van verschillende mediatypen noodzakelijk om de inwoners als collectief te bereiken.

Website & WhatsApp
In 2018 gaan we de website vernieuwen toegespitst op de behoeften van onze inwoners. We gaan door met de digitale nieuwsbrief, hebben het WhatsApp kanaal geopend. Een open en snelle verbinding c.q. dialoog met onze inwoners is een essentieel onderdeel van onze dienstverlening. Inwoners verwachten steeds meer ook via social media snel een reactie te krijgen. Met Webcare (die 24/7 wordt ingezet) proberen wij hieraan te voldoen.

Newsroom
In 2018 starten we met een newsroom bestaande uit een multidisciplinair team van communicatiespecialisten.
Het wordt in de gesegmenteerde en gedigitaliseerde informatiemaatschappij namelijk steeds belangrijker om te weten wat er buiten de organisatie gebeurt, hoe er over je gedacht en gesproken wordt. Binnen de newsroom stemmen we de woordvoering, interne communicatie, PR en public affairs op elkaar af en brengen we een interne LanZegt nieuwsbrief uit.

Ook het issues- en reputatiemanagement wordt ondergebracht in de newsroom. De newsroom produceert zelf kant-en-klaar nieuws dat overgenomen kan worden door de main stream media.

Social business & social media campagnes
Dit is een werkwijze uit de marketing die is gericht op het bereiken van de juiste doelgroepen via de juiste kanalen op het juiste moment, tegen de laagste kosten. In 2018 gaan we de campagnes versterken gericht op:

  • Potentiële Ondernemers (voor de verkoop van bedrijventerreinen)
  • Inwoners (binding met de samenleving en informatievoorziening)
  • Potentiële Inwoners (wonen in Lansingerland)

Imago en (internationale)profilering
Naast profilering op lokaal, regionaal, landelijk en internationaal niveau raakt dit ook aan speerpunt 2:
Kansen creëren en benutten bij de verkoop van gronden voor bedrijven en woningen, de gebiedspromotie, internationale betrekkingen, representatie en Public Affairs.

Maatschappelijke veranderingen vragen dat Lansingerland zich voortdurend ontwikkelt. Optimalisering van dienstverlening, zowel intern als extern, en de profilering van Lansingerland, ook politiek-bestuurlijk, zijn daar onlosmakelijk mee verbonden. De uitbreidende netwerksamenleving met steeds meer communicatievormen en -kanalen versterkt de behoefte aan dialoog en interactie en biedt kansen voor meer regie op het nieuws. Deze ontwikkelingen vragen extra inspanningen en verruiming van het communicatiebeleid. Sociale media spelen, samen met een vernieuwde website, meer en meer een cruciale rol als het gaat om imago en identiteit van Lansingerland. Deze ontwikkeling verklaart de toenemende roep om communicatie, zowel vanuit bestuur, organisatie als samenleving. Daarnaast past bij de groei van Lansingerland de wens om de gemeente beter op de kaart te zetten, onder meer door evenementenbeleid en cultuurnota. De groeiende informatie- en communicatiebehoefte sluit aan bij onze ambitie Lansingerland meer en beter te profileren. In de Kadernota 2018 is reeds door de raad besloten hiervoor €90.000 aanvullend budget beschikbaar te stellen.

Inkoop en aanbestedingen

Op het gebied van inkoop hebben we als hoofddoelstellingen: blijven voldoen aan de rechtmatigheidseisen, inkopen tegen de meest optimale (integrale) prijs-kwaliteit verhouding en het optimaal functioneren van de inkoopfunctie in de organisatie. Daarbij dragen we met inkoop bij aan de ambities op het gebied van duurzaamheid en social return.

Dit gaan we doen in 2018 en verder
Naast het begeleiden van en adviseren bij de hoeveelheid aan aanbestedingen en inkoop-/rechtmatigheidsvraagstukken, richten we ons op het volgende:

  • Verder professionaliseren en borgen van de inkoopfunctie in de organisatie (onder meer met behulp van inkoop-factsheets, sjabloondocumenten en workshops).
  • Verder professionaliseren van contractbeheer en –management.
  • Deelname aan het Platform Duurzaam Inkopen van de MRDH en het verder implementeren van Duurzaam Inkopen in diverse aanbestedingstrajecten.
  • Consolideren goede relatie met lokale ondernemers
  • Waar mogelijk en wenselijk (doelmatig en efficiënt) samenwerken met andere organisaties/gemeenten; van kennisdeling tot gezamenlijk aanbesteden.

Huisvesting, facilitaire zaken en DIV

Doel van de facilitaire ondersteuning is dat de organisatie en het bestuur maximaal tijd kunnen besteden aan hun eigenlijke activiteiten. Dit doen we door het beschikbaar stellen, hebben en houden van faciliteiten op het gebied van huisvesting en informatievoorziening en daaraan gerelateerde producten en diensten. Naast het gebruik van het gemeentehuis door de eigen organisatie geven we uitvoering aan het Vastgoedbeleid door het fungeren als eerste contactpersoon van de huurders van het kantoorgebouw en het verhuren van de openbare ruimten voor incidentele evenementen/activiteiten.

Met professioneel digitaal archief- en informatiebeheer ondersteunen we de organisatie bij het transparant handelen en het kunnen afleggen van verantwoording over dit handelen. Daarnaast stellen we een blijvende bewaring veilig van informatie met (cultuur-)historische waarde.
De implementatie van een zaaksysteem brengt tevens een nieuwe documentmanagementsysteem. Deze laatste richten we in en we ondersteunen bij het opstellen van de processen om de digitale dienstverlening te verbeteren.

Dit gaan we doen in 2018 en verder
Naast het dagelijks facilitair beheer, het ondersteunen bij (avond)bijeenkomsten en huwelijken en het verzorgen van de post- en archiefwerkzaamheden, richten we ons op het volgende:

  • Project TOP-werken in samenwerking met ICT en Personeelszaken (met de faciliteiten aansluiten op de toenemende mate van tijd- en plaatsonafhankelijk werken).
  • Mogelijkheden voor verhuur van het gemeentehuis optimaal benutten.
  • Implementatie van het zaaksysteem/documentmanagementsysteem.
  • Overdracht van archief dat daarvoor in aanmerking komt aan het Stadsarchief Rotterdam.
  • Vernietiging van het archief dat daarvoor in aanmerking komt op basis van de vernietigingslijst 2018.

Burgerparticipatie

Burgerparticipatie is niet meer weg te denken. We betrekken inwoners proactief, in een zo vroeg mogelijk stadium, bij beleid en uitvoering. Het gaat om meepraten, meedenken, meedoen en/of meebeslissen. We moedigen inwoners aan om zelf met initiatieven te komen en eigen verantwoordelijkheid te nemen. In 2017 is de Dag van het Lansingerlands Initiatief als pilot gestart en in 2018 zetten we dit voort. Maar ook op andere terreinen spelen we actief in op ideeën en denkkracht in onze gemeente. Per geval bekijken we hoe burgerparticipatie wordt toegepast.

Dit doen we in 2018 en verder:

  1. We organiseren samen met de raad de Dag van het Lansingerlands Initiatief
  2. We zijn het interne en centrale meldpunt voor burgerparticipatie en –initiatieven.
  3. We ondersteunen en adviseren afdelingen bij burgerparticipatie en –initiatieven.
  4. We coördineren en ondersteunen bij het Burgerpanel. Wij dragen zorg voor ten minste vijf burgerpanelonderzoeken op jaarbasis.
  5. We geven de basistraining burgerparticipatie aan alle nieuwe medewerkers.
  6. We dragen actief uit dat de gemeente Lansingerland burgerparticipatie hoog in het vaandel heeft.

Zie ook programma 1 voor een verdere toelichting.

Informatiebeveiliging en privacy

Gemeenten werken met veel (privacy) gevoelige informatie. Via een resolutie van de VNG hebben gemeenten zich uitgesproken informatieveiligheid en privacy serieus op te pakken. Een belangrijke stap hierin is dat gemeenten gaan voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Gemeenten (BIG) en de privacyregelgeving (met name de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en aanpalende wetgeving op het gebied van het Sociaal Domein). Het voldoen aan de BIG is ook een belangrijke voorwaarde om de privacy van inwoners te kunnen garanderen bij het verwerken van vertrouwelijke persoonsgegevens.

In 2015 hebben we een analyse laten maken op welke onderdelen van de BIG we nog stappen moeten maken en is een data classificatie gemaakt. Op basis van deze analyse en classificatie is een implementatieplan voor de BIG gemaakt en is de organisatie van de informatiebeveiliging aangepast aan de BIG. In 2016 is gestart met de implementatie van de maatregelen. Verwacht werd de implementatie in 2017 af te ronden. De implementatie loopt echter nog door naar 2018. De BIG borgen we stapsgewijs en op basis van risicoanalyses in de organisatie. Daarbij besteden we veel aandacht aan de bewustwording van onze medewerkers omtrent informatieveiligheid. In 2017 hebben we een inhaalslag gemaakt. Doelstelling is om in 2018 te voldoen aan de vereisten van de BIG (Baseline Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten). Waar dat niet mogelijk is zullen wij dit motiveren.

Onderdeel van de BIG is dat we ook periodiek vaststellen dat we de BIG naleven. Landelijke ontwikkeling hierin is de implementatie van ENSIA. Vanaf 2018 moet het college via het jaarverslag verantwoording afleggen over de invulling van informatiebeveiliging. Begin juli 2017 is de landelijke applicatie die voor deze verantwoording nodig is beschikbaar gesteld. Door een externe auditor zal een verklaring bij de verantwoording van het college worden afgegeven.

In 2016 is de Europese Algemene Verordening Gegevensverwerking in werking getreden. Gemeenten hebben tot 25 mei 2018 om aan de regels in deze verordening te voldoen. In 2016 voerden we een privacy assessment uit. Naar aanleiding van de uitkomsten zijn diverse actiepunten benoemd om zowel aan de huidige privacyregelgeving als ook, uiterlijk in mei 2018, aan de nieuwe Europese Verordening te voldoen. We implementeren deze maatregelen in 2017 en 2018.

Daarnaast is sinds januari 2016 de Meldplicht Datalekken van kracht. Dit houdt de verplichting in om beveiligingsincidenten die gevolgen hebben voor de privacy te melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens (en betrokkenen). Het op de juiste wijze omgaan met privacygevoelige informatie moet hoge prioriteit blijven houden. Verkeerd of onrechtmatig gebruik brengt risico’s op forse boetes (Autoriteit persoonsgegevens), claims en publiciteitsrisico’s met zich mee. De bewustwording hiervan binnen de organisatie, college en Raad vraagt permanente aandacht.

In organisatorische zin betekent de toename aan beveiligingseisen en privacy maatregelen dat mogelijk ook de personele inzet structureel moet worden verhoogd. De gemeente moet vooral meer documenteren, contractueel zaken vast leggen en controleren om zichtbaar aan te tonen dat de gemeente voldoende doet aan wet- en regelgeving op het gebied van informatiebeveiliging en privacy. Ook leidt de toenemende bewustwording binnen onze organisatie tot een toename van de vraag om intern advies en ondersteuning bij privacy vraagstukken en melden van data lekken. In 2017 werken we de organisatorische inbedding verder uit. De effecten, een verwachte toename van de structurele lasten met € 100.000, is opgenomen in de Kadernota 2018 en daarmee in deze begroting.

Juridische zaken

Juridische zaken draagt zorgt het afhandelen van de klachten, bezwaren en (Wob)verzoeken en ondersteunt de organisatie en het bestuur met juridisch advies.
De pilot ambtelijk horen in de bezwarenprocedure geeft een positief beeld, met name qua kwaliteit en klanttevredenheid. Het aantal Wob-verzoeken daalt als resultaat van het verdwijnen van de Wet Dwangsom. Het aantal klachten, claims en bezwaren is stabiel. Wel constateren we dat inwoners steeds mondiger worden en de complexiteit toeneemt. Naast de gebruikelijke juridische advisering is er een toename op de behoefte aan advies op het gebied van privacy, onder andere als gevolg van de Europese Algemene verordening Gegevensverwerking (inwerkingtreding mei 2018). Het recht op inzage van persoonsgegevens van inwoners is één van de ontwikkelingen op dit onderwerp.

Dit gaan we doen in 2018 en verder
Naast het afhandelen van bezwaren, klachten en (Wob)verzoeken en het geven van juridisch advies aan de organisatie en bestuur, richten we ons op het volgende:

  • We ronden de pilot ambtelijk horen af met een evaluatie en beslissen over het al dan niet formaliseren van ambtelijk horen. We optimaliseren het proces waar nodig.
  • Met het implementeren van de bezwarenprocedure in het zaaksysteem, kijken we gelijktijdig naar het optimaliseren van het proces. Extra aandacht hebben we voor de doorlooptijden van de stappen in het proces.

Paragraaf Verbonden partijen

Inleiding

Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Van een financieel belang is sprake indien de gemeente risico loopt met aan deze partijen beschikbaar gestelde middelen of als de gemeente aangesproken kan worden als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Van bestuurlijk belang is sprake als de gemeente zeggenschap heeft, vanwege vertegenwoordiging in het bestuur of vanwege het hebben van stemrecht.

Ontwikkelingen 2017 en 2018

Deelname van Lansingerland aan verbonden partijen is dynamisch. In januari 2017 heeft de verplichte splitsing plaatsgevonden tussen Eneco en Stedin. Dit zijn nu twee aparte verbonden partijen. Door uittreding van de provincie uit de GR Recreatieschap Rottemeren per 1 januari 2018 dienen alle bepalingen waarin de provincie de positie van deelnemer heeft en bepalingen inzake zetelverdeling, stemverhoudingen en kostenverdelingen dientengevolge te worden aangepast. De huidige gemengde regeling wordt gewijzigd in een collegeregeling. 

De ‘Nota verbonden partijen 2016 – 2020’ (corsanummer T16.02321) is aangevuld met een addendum (T17.01105) op het uitvoeringsdocument met de omschrijving van de rollen van de burgemeester, wethouders, en de afgevaardigde raadsleden. De nota geeft inzicht in het (wettelijk) kader en geeft het afwegingskader een handvat voor het toe- en uittreden bij verbonden partijen. De nota gaat ook in op de vertegenwoordiging in verbonden partijen. Daarnaast besteedt de nota aandacht aan de spelregels voor governance en het uitvoeren van risicomanagement met de bestaande (wettelijke) instrumenten van informatievoorziening en aanvullende mogelijkheden om bij te dragen aan de kaderstellende, toezichthoudende en controlerende rol van de raad.

Overzicht

In onderstaand overzicht staat de meest essentiële financiële informatie van de verbonden partijen. In de latere tabellen staat per verbonden partij de informatie die op grond van artikel 15 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplicht is inclusief bij welk programma uit de begroting het hoort en op welke wijze de verbonden partij bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling van het programma. Daarnaast schrijft artikel 15 BBV voor dat de lijst van verbonden partijen, wordt onderverdeeld in:

1. gemeenschappelijke regelingen;

2. vennootschappen en coöperaties;

3. stichtingen en verenigingen

4. overige verbonden partijen.

Met ingang van de jaarstukken 2016 hanteren we deze onderverdeling naar rechtspersoonlijkheid. De uitgebreidere informatie per verbonden partij is in de zogenaamde factsheets opgenomen. Deze zijn 15 juni 2017 door de raad vastgesteld (T17.06600). Op de website van Lansingerland staat, conform artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr), het register Verbonden Partijen.

Gemeenschappelijke regelingen

Programma

Bijdrage 2016

Begroot 2017

Begroot 2018

Bedrijvenschap Hoefweg

5. Lansingerland Ontwikkelt

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

Bleizo

5. Lansingerland Ontwikkelt

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

DCMR Milieudienst Rijnmond

5. Lansingerland Ontwikkelt

€ 1.183.512

€ 1.209.552

€ 1.200.531[1]

 

Jeugdhulp Rijnmond

3. Maatschappelijke ondersteuning

€ 6.484.756

€ 5.408.309  (incl.organisatie-kosten)

€ 5.071.778  

 

MRDH (Metropoolregio Rotterdam-Den Haag)

7. Algemene dekkingsmiddelen

€ 139.922

€ 147.000

 

€ 150.846

Openbare Gezondheidszorg Rotterdam-Rijnmond

3. Maatschappelijke ondersteuning

€ 294.422 gezondheidszorg en € 80.079 inspectie kinderopvang

€ 386.405: inkoop € 300.895 / inspecties kinderopvang     € 85.510

  € 397.849

 

Recreatieschap Rottemeren

5. Lansingerland Ontwikkelt

 € 186.562

€ 188.000

€ 187.807

Schadevergoedings-schap HSL-Zuid

5. Lansingerland Ontwikkelt

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

SVHW (Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffingen en Waardebepaling)

7. Algemene dekkingsmiddelen

Netto-bijdrage 2016: € 480.356 aftrek € 31.911

€ 532.000

 

€ 510.000

Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

1. Bestuur en dienstverlening

€ 2.691.512,- basiszorg en

€ 28.000,- indiv. taken en bijdragen

Totaal

€ 2.719.512,-

€ 2.895.595,- basiszorg en

€ 28.000,- indiv. taken en bijdragen

Totaal

€ 2.923.595,-

€ 3.153.728,-

basiszorg en       € 28.000,- indiv. taken en bijdragen

Totaal

€ 3.181.728,-


Vennootschappen en coöperaties

Programma

Bijdrage 2016

Begroot 2017

Begroot 2018

Dunea (vh Duinwater-bedrijf Zuid-Holland)

7. Algemene Dekkingsmiddelen

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

Eneco holding NV

7. Algemene Dekkingsmiddelen

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

Stedin NV

7. Algemene Dekkingsmiddelen

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

 

Stichtingen en verenigingen

Programma

Bijdrage 2016

Begroot 2017

Begroot 2018

Parkmanagement Bedrijvenpark Oudeland (PMBO)

5. Lansingerland Ontwikkelt

€ 56.737

€ 57.000

€ 56.737


[1] Gebaseerd op de begroting 2018 DCMR die het AB in juli 2017 vaststelde.

* = minimaal voorgeschreven volgens artikel 15 BBV

Gemeenschappelijke regelingen

Naam verbonden partij *

Bedrijvenschap Hoefweg

Vestigingsplaats *

Bleiswijk, gemeente Lansingerland.

Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? )

Ontwikkeling van het bedrijventerrein Hoefweg (Hoefweg Noord) voor vestigingsmogelijkheden voor bedrijven. Met de ontwikkeling van dit gebied wil de gemeente een gunstig economisch klimaat en daarmee indirect een interessant werk – en woongebied creëren voor de inwoners.

Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?)

Geen structurele bijdrage aan of van het Bedrijvenschap. Art. 24 en 25 van de GR: de gemeente levert een financiële bijdrage aan het startkapitaal, de gemeenten zorgen voor voldoende middelen zodat de GR aan verplichtingen aan derden kan voldoen. De inbreng en risicoverdeling is op 50%- 50% voor elke gemeente vastgesteld. De GR neemt voor 30% deel aan de CV Prisma en voor 31% in de BV Prisma.

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2016
(Uit: jaarrekening 2016)

Begin 2016: € 0
Eind 2016: € 0

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2016*
(Uit: jaarrekening 2016)

Begin 2016: € 11,1 mln.
Eind 2016: € 11,0 mln.

Financieel resultaat 2016*
(Uit: jaarrekening 2016)

Financieel resultaat 2016: € 0

Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2017 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft*

Een proces om te komen tot grond-uitname is in 2016 opgestart. Bedrijvenschap Hoefweg verwacht in 2017 ca. 20 ha grond uit te nemen bij CV Prisma Bleiswijk, gericht op de afbouw van haar belang in CV Prisma Bleiswijk en een voordelige herfinanciering. De grondexploitatie zal hierdoor verbeteren.

Welke financiële risico’s zijn er nu bekend?

De gemeenten Lansingerland en Zoetermeer nemen beiden voor 50% deel in deze gemeenschappelijke regeling. De grondexploitatie van Bedrijvenschap Hoefweg per 1-1-2017 is positief: € 8,6 mln. Netto Contante Waarde (NCW). Bedrijvenschap Hoefweg heeft een risicoprofiel, waarbij ook rekening wordt gehouden met kansen, van ca. € -2,3 mln. De risico’s betreffen het uitgiftetempo en grondprijsontwikkeling. In Lansingerland is in de Jaarrekening 2016 bij de berekening van het benodigd weerstandsvermogen geen rekening gehouden met risico’s voor Bedrijvenschap Hoefweg. De grondexploitatie Hoefweg bevat nog voldoende weerstandscapaciteit om de risico’s zelf op te vangen.

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar?

Zie veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2016 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft.

Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting

Financiële analyse: Gemiddeld

Bestuurlijke analyse: Laag

De grondexploitatie van Bedrijvenschap Hoefweg loopt tot 2027. In de periode tot 2027 is bijsturing nog goed mogelijk. Bestuurlijk hebben we (indirecte) invloed.

Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma?

De ontwikkeling van het bedrijventerrein Hoefweg stimuleert de vestigingsmogelijkheden voor bedrijven en een gunstig economisch klimaat

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Naam verbonden partij *

BLEIZO

Vestigingsplaats *

Bergschenhoek, gemeente Lansingerland.

Deelnemende partijen

Gemeente Zoetermeer en Gemeente Lansingerland

Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? )

Het doel van deze GR is het ontwikkelen van het gebied rondom het OV knooppunt Bleizo, gericht op het realiseren van een nieuw economisch knooppunt met een eigen identiteit. Met de ontwikkeling van een OV-knooppunt en het gebied daarom heen wil de gemeente een gunstig economisch klimaat en een interessant werk – en woongebied creëren voor de inwoners.

Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?)

(art. 32 GR Bleizo) Beide gemeenten staan ervoor in dat de GR Bleizo altijd over voldoende middelen beschikt om verplichtingen aan derden te voldoen. Verder komt een batig/nadelig saldo voor 50% ten gunste/laste van Lansingerland, waarbij tevens de afspraak is gemaakt dat Zoetermeer garant staat voor een bedrag van € 9,5 mln. (nadelig saldo) in relatie tot de bijdrage die GR Bleizo levert aan de financiering van het OV Knooppunt Bleizo.

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2016
(Uit: jaarrekening 2016)

Begin 2016 € 0
Eind 2016 -/- € 8,16 miljoen

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2016*
(Uit: jaarrekening 2016)

Begin 2016 € 54,4 miljoen
Eind 2016 € 58,5 miljoen

Financieel resultaat 2016*
(Uit: jaarrekening 2016)

€ 0

Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2017 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft*

Het financiële belang van Lansingerland is ongewijzigd: 50% van winst of verlies van GR Bleizo. Zoetermeer staat garant voor € 9,5 mln. voor de bijdrage van GR Bleizo aan de vervoersknoop Bleizo. De afspraken hierover zijn in 2017 uitgewerkt en met brief U17.03185 is de gemeenteraad hierover geïnformeerd. De afspraken zijn verwerkt in de jaarrekening van 2016 en heeft geresulteerd in een negatief eigen vermogen als gevolg van het treffen van een  voorziening voor het mogelijk verlies van de grondexploitatie.

Welke financiële risico’s zijn er nu bekend?

De gemeenten Lansingerland en Zoetermeer nemen beiden voor 50% deel in deze gemeenschappelijke regeling. De grondexploitatie van GR Bleizo per 1-1-2017 is negatief: € 8,2 mln. Netto Contante Waarde (NCW). Bleizo heeft een risicoprofiel, waarbij ook rekening wordt gehouden met kansen, van ca. € -4,3 mln. De risico’s betreffen het uitgiftetempo, grondprijsontwikkeling en kostenstijging. In Lansingerland is in de Jaarrekening 2016 voor de berekening van het benodigd weerstandsvermogen rekening gehouden met een bruto risicoprofiel van € 2,7 mln. De hoogte van dit bedrag is bepaald op basis van de risicoanalyse van Bleizo, rekening houdend met onze eigen grondslag van 90% zekerheid. Daarbij is ook gekeken naar een scenario waarbij niet tot ontwikkeling van leisure wordt overgegaan en het risicoprofiel wat daaraan verbonden is en wordt rekening gehouden met de dekking vanuit Zoetermeer (garantstelling tot maximaal € 9,5 mln.).

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar?

De vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan Hoefweg-Zuid, zodat gronden kunnen worden uitgegeven voor uiteenlopende functies zoals bedrijven, leisure en kantoren. Aandachtspunt hierbij de is de Ladder-onderbouwing van duurzame verstedelijking. De gronduitgifte is eveneens een aandachtspunt, specifiek t.b.v. TranSportium en Adventure World in 2017, welke afhankelijk is van de financiering van deze marktinitiatieven.

 

Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting

Financiële analyse: Gemiddeld
Bestuurlijke analyse: Laag
De GR Bleizo kent nog een behoorlijke looptijd. Ondanks dat de belangen aanzienlijk zijn, maakt dit dat bijsturing mogelijk is.
Bestuurlijk hebben we (indirecte) invloed.

Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma?*

De realisatie van vervoersknooppunt Bleizo en de ontwikkeling van het gebied rondom het knooppunt dragen bij aan de ontwikkeling van Lansingerland als gemeente waarin aantrekkelijk en op duurzame wijze kan worden gewerkt en gewoond.

 

 

 


[

Naam verbonden partij *

DCMR Milieudienst Rijnmond

Vestigingsplaats *

Schiedam

Doelstelling van de

VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? )

Uitvoeren van de Wet Milieubeheer (Wm), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet bodembescherming (Wbb) voor de Gemeente Lansingerland en advisering op het gebied van milieu en ruimtelijke ordening. Het publieke belang is het bereiken van een goed leefmilieu voor burgers en bedrijven.

Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?)

2018: € 1.200.531[1]
2017: € 1.209.552 (incl. EED-gelden)

 

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2016
(Uit: jaarrekening 2016)

Eigen vermogen begin boekjaar 2016 = € 8.278.493
Eigen vermogen einde boekjaar 2016 = € 14.052.843

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2016*
(Uit: jaarrekening 2016)

Vreemd vermogen begin boekjaar 2016 = € 21.936.310
Vreemd vermogen einde boekjaar 2016 = € 9.523.758

Financieel resultaat 2016*
(Uit: jaarrekening 2016)

Het financieel resultaat over 2016 na bestemming bedraagt
€ 7.448.573 .

Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2017 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft*

Met de invoering van artikel 8 van de Europese Energie-Efficiency Directive (EED) zijn gemeenten bevoegd gezag voor het toezicht op de uitvoering van energie-audits door grote ondernemingen. De DCMR voert deze taak voor Lansingerland uit. Omdat dit een nieuwe taak voor gemeenten is heeft het Rijk besloten geld beschikbaar te stellen aan het bevoegd gezag via het gemeentefonds. Lansingerland heeft een bedrag van ongeveer € 19.000 ontvangen voor de uitvoering van het toezicht op de uitvoering van energie-audits in 2016 en 2017. Dit bedrag wordt overgeheveld naar de DCMR, omdat zij deze taak voor Lansingerland uitvoert.

Welke financiële risico’s zijn er nu bekend? 

Er  is sprake van een aantal kleine financiële risico’s, zoals het verlenen van toestemming voor het uitvoeren van activiteiten waarvoor geen toestemming had moeten worden verleend, het niet of onvoldoende waarnemen van afwijkingen van verleende toestemmingen of verstoringen in de organisatievorming en de bedrijfsvoering van de DCMR (bijvoorbeeld het informatiesysteem RUDIS).

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar?

Er zijn op dit moment geen aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor de komende 2 jaar.

Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting

Het financiële risico is gemiddeld. Dit heeft te maken met het feit dat in de Gemeenschappelijke Regeling een garantstelling voor de deelnemende gemeenten is opgenomen, de bedrijfsvoering nog niet volledig op orde is en Lansingerland slechts deels invloed heeft om financieel bij te sturen. Lansingerland heeft vooral invloed op het financieel bijsturen op de bijdrage die wij betalen voor de uitvoering van het werkplan.

Het bestuurlijke (inhoudelijke) risico is laag, omdat de belangen van DCMR hetzelfde zijn als onze belangen, er duidelijke afspraken met de DCMR zijn gemaakt die we regelmatig monitoren en we veel vertrouwen in deze verbonden partij hebben.

Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma?*

De DCMR Milieudienst Rijnmond levert met inzet van wettelijke instrumenten en vanuit zijn specifieke deskundigheid een bijdrage aan het verlagen van de milieubelasting van bedrijven en aan het verhogen van de milieukwaliteit en veiligheid in het Rijnmondgebied. Hiermee draagt het bij aan de ontwikkeling van Lansingerland als gemeente waarin aantrekkelijk en op duurzame wijze kan worden gewoond, gewerkt en gerecreëerd.

 



[1] Gebaseerd op de begroting 2018 DCMR het AB DCMR in juli 2017 vaststelde.

Naam verbonden partij *

Jeugdhulp Rijnmond

Vestigingsplaats *

Rotterdam

Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? )

De GR heeft 3 doelstellingen:

  • Uitvoering te geven aan de wettelijke verplichtingen tot regionale samenwerking uit de Jeugdwet in het kader van Veilig Thuis (AMHK), jeugdreclassering en jeugdbescherming.
  • Het uitvoeren van bovenlokale taken door middel van het contracteren en/of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp, -reclassering en -beschermingsmaatregelen in het kader van de Jeugdwet.
  • Realiseren van overleg, kennisontwikkeling- en overdracht tussen de aangesloten gemeenten.

Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?)

De GR Jeugdhulp is opgericht voor de inkoop van verschillende vormen van jeugdhulp waar gemeenten verantwoordelijk voor zijn. De inleg van de gemeente Lansingerland bedraagt in 2017 € 5.408.309 (inclusief organisatiekosten).

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2016
(Uit: jaarrekening 2016)

Begin 2016: € 707.250
Eind 2016: € 1.003.960

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2016*
(Uit: jaarrekening 2016)

  • Geen vreemd vermogen
  • Overlopende passiva:

Begin 2016 € 33.061.594
Eind 2016 € 32.639.074

Financieel resultaat 2016*
(Uit: jaarrekening 2016)

€ 2.644.184
Het positieve resultaat wordt veroorzaakt door een aantal meevallers met een incidenteel karakter.
Voorgesteld wordt om deze meevaller als volgt te bestemmen:

  • Implementatieprogramma inkoop 2018:      € 0,4 miljoen
  • CDT 2017:                                                  € 0,2 miljoen
  • Beperking inleg gemeenten 2018:               € 2,0 miljoen

Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2017 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft*

In december 2016 heeft het Algemeen Bestuur van de GR geconstateerd dat de vraag naar specialistische jeugdhulp groter is dan het beschikbare volume. Dit wordt vooral veroorzaakt door een stijging van crisishulp en het tempo van de landelijk opgelegde bezuinigingen. Bovendien lijkt het erop dat de vraag naar specialistische jeugdhulp toeneemt door verbetering van de toegang. In dit kader is voor het jaar 2017 een eenmalige extra bijdrage van de aangesloten gemeenten noodzakelijk. Voor Lansingerland bedraagt deze extra bijdrage € 253.410. De achtergronden van deze wijziging zijn in raadsbrief U17.02765 toegelicht en worden verwerkt in de VJN 2017.

Welke financiële risico’s zijn er nu bekend?

  • Open einde regeling

De jeugdwet bevat een open einde regeling. Het risico bestaat dat er meer vraag naar jeugdhulp is dan dat er budget is. Hier sturen we op door als gemeente zelf te beslissen over de inzet van duurdere hulp. De GR Jeugdhulp zorgt ervoor dat de duurdere vormen van hulp beschikbaar zijn. De gemeente Lansingerland beslist zelf of de vorm van hulp nodig is of dat er nog gekeken moet worden naar voorliggende voorzieningen. Verder monitoren we de inzet van jeugdhulpaanbieders om zo tijdig bij te kunnen sturen.

 

  • Schommelingen vraag (dure, specialistische) ondersteuning

Er zijn vormen van specialistische dure ondersteuning die ervoor zorgen dat er grote pieken en dalen in het gebruik van gemeenten kunnen ontstaan. Deze schommelingen worden uitgevlakt door de bijdrage aan de GR te bepalen op basis van de gemiddelde zorgconsumptie van 3 jaar, de zogenaamde vlaktaksmethode. Met de vlaktaksmethode kunnen pieken en dalen (tijdelijk) met alle deelnemende gemeenten worden opgevangen maar uiteindelijk betaalt elke gemeente, weliswaar ‘afgevlakt’, een bijdrage gebaseerd op het eigen gebruik. Dit wordt geïllustreerd door het onderstaande schema. Hierin wordt aangenomen dat de drie gemeenten in het jaar T drie jaar daaraan voorafgaand een constante productie hadden van 100, 100 en 200 (vergelijkingseenheden). Het gebruik in alle jaren wordt in ieder jaar gelijk gehouden.

 

 

Uit bovenstaand model blijkt dat bij deze bekostigingssystematiek iedere gemeente uiteindelijk de eigen kosten betaalt, maar dat eventuele schommelingen in de kosten gedurende drie jaar worden opgevangen. Hiermee blijft de prikkel om minder gebruik te gaan maken van specialistische voorzieningen behouden. Daarnaast maakt dit schema duidelijk dat een gemeente die in een jaar minder afneemt dan gefinancierd dit in de jaren daarna vertraagd terugkrijgt in de vorm van een lagere bijdrage aan de regeling.

 

  • Resultaatgerichte inkoop 2018

De hiervoor beschreven implementatie van resultaatgericht inkopen is budgetneutraliteit. Hier wordt bij de uitwerking van de nieuwe inkoopvorm ook op gestuurd. Deze nieuwe financieringsvorm houdt niettemin wel een risico in.

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar?

Aandachtspunten zijn:

  • Implementeren van het resultaatgerichte inkoopmodel.
  • Het zorgen voor prikkels bij aanbieders om te transformeren.
  • Vergroten van de financiële stuurbaarheid van de jeugdzorg.

Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting

  • Risicobeleid GR

In het kader van de begroting 2018 heeft de GR een risico-inventarisatie opgesteld. Voor alle risico’s die geïdentificeerd zijn, is een eigenaar benoemd en zijn (beheers)maatregelen opgenomen om te voorkomen dat het risico zich voordoet en om te nemen als het risico zich wel voordoet. Daarnaast zijn de risico’s gewogen; deze risicoweging is gebaseerd op een inschatting van de kans dat het risico zich voordoet en de financiële impact als het risico zich voordoet. Op basis van deze inventarisatie is besloten om een  risicobudget (in de vorm van een post onvoorzien) op te nemen van maximaal 1,5 tot 2% van de begroting.

  • Gemeentelijk risicobeleid
  • Op basis van de financiële analyse is er een hoog risico verbonden aan de GR Jeugdhulp. De gemeente heeft een hoge jaarlijkse financiële bijdrage. In 2015 is besloten dat eventuele tekorten door de deelnemende gemeenten worden gedekt waardoor het weerstandsvermogen van de GR bij de gemeenten wordt gelegd.
  • Op basis van de bestuurlijke analyse is er een gemiddeld risico verbonden aan de GR. De te leveren afspraken zijn van invloed op de gemeentelijke doelstellingen. Lansingerland is vertegenwoordigd in het AB en DB. Omdat Rotterdam een grote invloed heeft op de besluitvorming (50% van de GR gevormd wordt door de gemeente Rotterdam) brengt dit een risico met zich mee.

Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma?*

De GRJR heeft tot taak de gemeenschappelijke inkoop zodanig vorm te geven dat lokale ambities kunnen worden gerealiseerd en dat zorgcontinuïteit is geboden.

 

Naam verbonden partij *

Gemeenschappelijke Regeling GGD Rotterdam-Rijnmond

Vestigingsplaats *

Rotterdam

Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? )

Artikel 3 van de GR:

Het lichaam heeft tot doel:

  • het beschermen en bevorderen van de gezondheid van de bevolking of van specifieke groepen daarbinnen, in het rechtsgebied van het lichaam;
  • het voorkómen en het vroegtijdig opsporen van ziekten onder de bevolking;
  • alles wat met het bovenstaande in de ruimste zin verband houdt.

De regeling regelt de deelnemersbijdrage van de deelnemende gemeente voor de inkoop van het basispakket. De GGD is leverancier en uitvoerder van het basispakket.
Het publieke belang is de openbare gezondheid.

Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?)

De gemeenschappelijke regeling van de GGD-RR kent geen balans en andere financiële staten om in de begroting op te nemen aangezien alleen de gemeente Rotterdam eigenaar is van de organisatie. Personeel en eventuele risico’s zijn daarmee voor rekening van de gemeente Rotterdam. De gemeenschappelijke regeling GGD-RR regelt in materiële zin slechts de inkoop van producten.

Lansingerland draagt in 2017 € 386.405 bij, bestaande uit € 300.895 voor de inkoop van het algemene basistakenpakket en € 85.510 voor de inspecties kinderopvang.

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2016 
(Uit: jaarrekening 2016)

De gemeenschappelijke regeling van de GGD-RR kent geen balans en andere financiële staten om in de begroting op te nemen aangezien alleen de gemeente Rotterdam eigenaar is van de organisatie. Personeel en eventuele risico’s zijn daarmee voor rekening van de gemeente Rotterdam. De gemeenschappelijke regeling GGD-RR regelt in materiële zin slechts de inkoop van producten. Daarmee is de gemeenschappelijke regeling financieel “leeg”, dus zonder bezittingen, waardoor er ook geen balans is. Het financiële risico voor deelname aan de regeling is voor regiogemeenten dus ook niet aanwezig.

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2016*
(Uit: jaarrekening 2016)

Niet van toepassing, zie tekst bij ‘Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2016’.

Financieel resultaat 2016*
(Uit: jaarrekening 2016)

Niet van toepassing, zie tekst bij ‘Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2016’.

Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2017 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft*

Geen, voor zover nu bekend.

Welke financiële risico’s zijn er nu bekend?

Geen. De gemeente Rotterdam is risicodrager.

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar?

Uitvoering van de verplichtingen uit de Wet publieke gezondheid (WPG) tegen een aanvaardbare kostprijs blijft een aandachtspunt.
Het basispakket moet garanderen dat wij voldoen aan de verplichtingen die wij hebben vanuit de Wpg
Er zijn op dit gebied geen harde normen voor minimumvereisten voor de omvang van het basistakenpakket. In 2016 heeft een verkenning plaats gevonden naar harde normen of minimumvereisten. Dit onderzoek wordt meegenomen in de opbouw van de begroting 2019 en verder.

Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting

Er is zowel financieel als bestuurlijk een beperkt risico. De gemeente Rotterdam is financieel risicodrager. Daarnaast dragen de activiteiten van de verbonden partij bij aan het oorspronkelijke doel van de verbonden partij.

Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma?*

De Gemeentelijke Gezondheidsdienst Rotterdam-Rijnmond zet zich in voor een goede en voor iedereen toegankelijke gezondheidszorg. Daarnaast zet de GGD zich in om ziekten en andere problemen te voorkomen. Hiermee draagt het bij aan Lansingerland als gezonde samenleving.

 

 

 

Naam verbonden partij *

Recreatieschap Rottemeren

Vestigingsplaats *

‘s-Gravenhage

Doelstelling van de

VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? )

In stand houden, ontsluiten en exploiteren van recreatiegebied Rottemeren. Openluchtrecreatie, natuurbescherming en natuur- en landschapsschoon bewaren en bevorderen.

Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?)

Deelnemers: Zuidplas 4%, Rotterdam 75%, Provincie Zuid-Holland 16% en Lansingerland 5%, bijdrage in 2016 € € 186.562.
De provincie treedt per 1 januari 2018 uit de gemeenschappelijke regeling. Rotterdam neemt vanaf dat moment het financiële deel van PZH over.

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2016
(Uit: jaarrekening 2016)

EV per 1/1/2016 : € 19.484.308
per 31/12/2016 : € 18.059.187

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2016*
(Uit: jaarrekening 2016)

VV per 1/1/2016 € 5.751.722 ;
per 31/12/2016 € 4.306.572

Financieel resultaat 2016*
(Uit: jaarrekening 2016)

Resultaat over 2016: € 243.712

Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2017 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft*

Geen veranderingen in het financiële belang van 5%.

Welke financiële risico’s zijn er nu bekend?

Hierboven staan de ontwikkelingen welke gaande zijn en die de komende jaren van invloed kunnen zijn op de financiering van het beheer van de gebieden van het Recreatieschap Rottemeren. De invloed zal overigens gering zijn gezien de forse Algemene Reserve van het schap. Concrete risico’s, overigens van een laag en middel gehalte worden genoemd bij de weerstandsparagraaf in de begroting van het recreatieschap:

  • - invoering VPB;
  • - koersrisico ingeval van gedwongen verkoop beleggingen bij calamiteiten;
  • - locatie asfaltfabriek;
  • - essentaksterfte;
  • - baggeren watergangen;
  • - nazorg grondwaterverontreiniging Lage Bergse Bos;
  • - schade na WK roeien;
  • - warmteleiding;
  • - mogelijke procedure i.v.m. geannuleerd evenement .

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar?

De vormgeving van de nieuwe gemeenschappelijke regeling. Ook de vormgeving van het toekomstige terreinbeheer. Staatsbosbeheer verzorgt dit voor de jaren 2017 en 2018. De komende twee jaar zal nagedacht moeten worden over de werkwijze na 2018. Daarnaast geldt als aandachtspunt aansluiting te houden bij de provinciale geldstromen voor ontwikkeling van recreatief groen. Voor de komende jaren is een goede inpassing van de A16 in het Lage Bergse bos en gelijktijdige realisatie van een kwalitatief en recreatief aantrekkelijk Lage Bergse bos (extra 2,5 miljoen euro uit de Algemene Reserve Recreatieschap) van bijzonder belang.

Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting

Het financiële risico is laag. Er is sprake van een zeer hoge Algemene reserve. De genoemde risico’s zijn dusdanig beperkt van aard, dat er sprake is van meer dan gewenste weerstandsratio. Daarnaast is de financiële bijdrage van de provincie in overgenomen door Rotterdam en dit is tevens vastgelegd in de aangepaste GR.  Bestuurlijk risico is laag vanwege (indirecte) invloed via AB en DB.

Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma?*

Het in stand houden, ontsluiten en exploiteren van het recreatiegebied
Rottemeren draagt bij aan de ontwikkeling van Lansingerland als gemeente waarin op aantrekkelijke wijze gewoond, gewerkt en gerecreëerd kan worden.

 

Naam verbonden partij *

 

Schadevergoedings-schap HSL-Zuid, A16 en A4.

Vestigingsplaats *

Rotterdam

Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? )

In artikel 2 van de gemeenschappelijke regeling staat opgenomen;
“Het doel van de regeling is het bevorderen dat de behandeling van verzoeken om schadevergoeding die verband houden met de aanleg van de HSL-Zuid en de verbreding, verlengingen reconstructie van de A-16 (...)respectievelijk de A-4, zoals bedoeld in artikel 1 onder f, en de beslissing op die verzoeken doelmatig, deskundig en op gelijke wijze plaatsvinden. Door deze regeling wordt tevens voor de burgers duidelijkheid geschapen over de terzake bevoegde instantie.”

Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?)

Alle kosten van het Schap en van de door het Schap toegekende schadevergoedingen worden betaald door de Rijksoverheid.

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2016
(Uit: jaarrekening 2016)

Er is geen sprake van een eigen vermogen.

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2016*
(Uit: jaarrekening 2016)

Er is geen sprake van vreemd vermogen.

Financieel resultaat 2016*
(Uit: jaarrekening 2016)

Financieel resultaat 2016:

Algemene kosten         € 71.024,27
Deskundigenkosten      € 55.909,34
Schadevergoedingen    € 0,00
Totaal                         € 126.933,61

Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2017 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft*

Vanwege het feit dat alle kosten voor rekening komen van het Ministerie van I&M is er geen sprake van een financieel belang voor de gemeente.
De werkwijzen, bevoegdheden en bevoegdheidsverdeling worden niet aangepast naar aanleiding van de verlenging van de GR. Ook heeft de verlenging geen gevolgen voor de deelnemende gemeenten.

Welke financiële risico’s zijn er nu bekend?

Er zijn thans geen financiële risico’s bekend. Het Schap heeft met de accountmanager van het Ministerie de afspraak gemaakt dat wanneer er een schadeverzoek met een aanmerkelijk belang wordt ingediend dat deze, met het oog op risicomanagement, direct bij hem kenbaar wordt gemaakt

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar?

Naar verwachting zal medio 2018 inzicht bestaan in het effect van het maatregelenpakket. Het Schap kan het overgrote deel van de nieuwe en aanvullende aanvragen tot schadevergoeding eerst in behandeling nemen als het duidelijk is welke maatregelen zullen worden getroffen en wat het effect daarvan zal zijn. ProRail coördineert de uitvoering van het maatregelenpakket

Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting

Er is geen sprake van een financieel risico omdat alle kosten voor rekening komen van het Ministerie van I&M.
In bestuurlijke zin is vrijwel geen risico te verwachten omdat het Algemeen bestuur van het Schap bevoegd is te beslissen op de aanvragen.

Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma?*

Het doelmatig, deskundig en gelijkmatig behandelen van alle verzoeken om schadevergoeding in verband met de aanleg van de HSL-Zuid draagt bij aan het minimaliseren van de negatieve impact.

 

 

Naam verbonden partij *

SVHW (Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffingen en Waardebepaling)

Vestigingsplaats *

Klaaswaal

Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? )

(art 3 GR)
Een zo doelmatig mogelijke uitvoering van werkzaamheden met betrekking tot

  • - de heffing en invordering van belastingen
  • - de uitvoering van Wet waardering onroerende zaken (woz)
  • - de administratie van vastgoedgegevens
  • - het verstrekken van vastgoedgegevens aan deelnemers en derden

Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?)

In de begroting SVHW 2018 is de nieuwe tariefstructuur met ingroeimodel verwerkt. Dit betekent voor Lansingerland dat de bijdrage trapsgewijs afneemt van € 510.000 in 2018 naar € 459.000 in 2020.

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2016
(Uit: jaarrekening 2016)

Per 1 januari 2016: € 463.000,-.
Per 31 december 2016: € 690.000

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2016*
(Uit: jaarrekening 2016)

Per 1 januari 2016: € 4.392.000
Per 31 december 2016: € 5.490.000

Financieel resultaat 2016*
(Uit: jaarrekening 2016)

Een voordelig resultaat van € 227.000

Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2017 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft*

Geen.

Welke financiële risico’s zijn er nu bekend?

Het SVHW streeft ernaar om risico 's zoveel mogelijk te ondervangen. Dat is de reden waarom diverse verzekeringen afgesloten zijn voor het onroerend goed, inventaris en personeel. De risico’s waarmee het SVHW geconfronteerd zou kunnen worden zijn:

  • automatiseringsomgeving;
  • calamiteiten van huisvesting;
  • renterisico op een geldlening;
  • personeel.

SVHW is een belangrijke organisatie voor haar 22 deelnemers. Continuïteit van de bedrijfsvoering is daarom essentieel. Het borgen van de bedrijfsvoering dient op het niveau van directie en DB te kunnen worden beslist. Bij het opvangen van de gevolgen van calamiteiten is het onwenselijk dat de organisatie afhankelijk zou zijn van de besluitvorming van de deelnemers. Gelet op genoemde risico's en de behoefte aan continuïteit van de bedrijfsvoering is het gewenst een financiële buffer in stand te houden. In de vergadering van het Algemeen bestuur van 5 december 2013 is daarom besloten de omvang vast te stellen op minimaal € 400.000 en maximaal € 700.000.

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar?

Geen.

Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting

Op basis van  de financiële en bestuurlijke analyse kan worden vastgesteld dat het risicoprofiel gemiddeld is. De  jaarlijkse bijdrage is gemiddeld en de gemeente is deels financieel aansprakelijk. Het weerstandsvermogen van SVHW is op peil en de bedrijfsvoering en kwaliteit van het risicomanagement zijn toereikend. Uit de financiële analyse komt derhalve de score gemiddeld.

De bestuurlijke analyse geeft tevens een score van gemiddeld. Lansingerland is vertegenwoordigd in het Algemeen Bestuur, er zijn duidelijke afspraken over de informatievoorziening en het belang van het SVHW komt volledig overeen met het belang van Lansingerland. De te leveren prestaties door het SVHW zijn echter maximaal van invloed.

Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma?*

De uitbesteding van de werkzaamheden past in het streven van de gemeente om waar mogelijk in regie te werken en een besparing op de kosten te realiseren.

 

Naam verbonden partij *

Veiligheidsregio Rotterdam - Rijnmond

Vestigingsplaats *

Rotterdam

Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? )

Het openbaar lichaam heeft tot doel[1]:
A. Het doelmatig organiseren en coördineren van werkzaamheden ter voorkoming, beperking en bestrijding van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt, het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand, het beperken en bestrijden van rampen en overigens het bevorderen van een goede hulpverlening bij ongevallen en rampen;
B. Het doelmatig organiseren en coördineren van het vervoer van zieken en ongeval slachtoffers, de registratie daarvan en het bevorderen van adequate opname van zieken en ongeval slachtoffers in ziekenhuizen of andere instelling voor intramurale zorg;
C. Het voorbereiden en bewerkstelligen van een doelmatig georganiseerde en gecoördineerde geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen;
D. Het geven van invulling aan de regionale taken ten aanzien van het waarborgen van de fysieke veiligheid van de organisatie en het voorbereiden op rampenbestrijding en crisisbeheersing en de hiermee verband houdende multidisciplinaire samenwerking, waaronder begrepen de Gemeenschappelijke Meldkamer als integraal informatieknooppunt. 
Het publieke belang wordt behartigd door het voorkomen, beperken en bestrijden van rampen en crises.

Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?)

Bijdrage 2017 is € 2.923.595,-. Dit bedrag is als volgt opgebouwd:            € 2.895.595,- (Basiszorg) en € 28.000,- (Individuele taken en bijdragen).
Bijdrage 2018 is € 3.181.728-. Dit bedrag is als volgt opgebouwd:        
€ 3.153.728,- (Basiszorg) en € 28.000,- (Individuele taken en bijdragen).

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2016
(Uit: jaarrekening 2016)

Eigen vermogen begin boekjaar 2016 = € 8.804.184,-
Eigen vermogen einde boekjaar 2016 = € 8.903.629,-

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2016 (Uit jaarrekening 2016)

Vreemd vermogen begin boekjaar 2016 = € 66,985 miljoen
Vreemd vermogen einde boekjaar 2016 = € 74,393 miljoen

Financieel resultaat 2016*
(Uit: jaarrekening 2016)

€ 785.000,-                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                   

Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2017 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft*

De gemeentelijke bijdrage voor het jaar 2016 is verhoogd met 0,5%. Dit werkt structureel door naar 2017. De indexering voor 2018 is 0,1%.

Welke financiële risico’s zijn er nu bekend?

In de (concept)begroting 2018 is een aantal risico’s opgenomen, waaronder:

  • - wegvallen inkomsten openbaar meldsysteem (OMS);
  • - samenvoeging meldkamers Zuid-Holland Zuid en Rotterdam Rijnmond;
  • - wegvallen of niet toereikend zijn van subsidies/bijdragen;
  • - niet voldoen aan de zorgnorm door de ambulancedienst (eventuele strafkorting);
  • - FLO-overgangsrecht

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar?

  • - cao-wijziging en 2e loopbaanbeleid brandweer (FLO);
  • - vertraging in de overdracht van de Landelijke Meldkamer aan de LMO;
  • - invoering Omgevingswet;
  • - herijking bijdrage Instituut Fysieke Veiligheid;
  • - verhoging van de bijdrage aan de VRR door tariefwijziging;
  • - de weerstandscapaciteit van de VRR;
  • - mogelijke herijking financieringssystematiek 2017/2018    
  • - bijdrage aan het functioneel leeftijdsontslag van de voormalige gemeentelijke beroepsbrandweer;
  • - aandacht voor de ontwikkelingen in Lansingerland die consequenties hebben voor de brandweerzorg in Lansingerland, zoals de aanleg van de A13/A16, de uitbreiding van RTHA en de groei van de bedrijventerreinen en het aantal inwoners tot ongeveer 76.000. Deze ontwikkelingen moeten nadrukkelijk meegenomen worden bij de ontwikkeling van een toekomstbestendig kazernespreidingsplan.

De VRR groeit toe naar een dynamische en risicogerichte vorm van   brandweerzorg. Voor de uitvoering van het Programma Brandweerzorg is het Plan Brandweerzorg 2017-2020 opgesteld. Dit plan geeft een richtlijn om de brandweerzorg opnieuw in te richten. Het Plan brandweerzorg leidt niet automatisch tot een goedkopere of duurdere brandweerzorg en is ook niet bedoeld als bezuinigingsoperatie. De toekomst moet uitwijzen hoe dit uitpakt.
De burgemeester heeft er bij de VRR op aangedrongen om de kazernes in Bleiswijk en Berkel en Rodenrijs te behouden en zorgvuldig om te gaan met de vrijwilligers Dit dient meegenomen te worden bij de ontwikkeling van het toekomstige beleid.

Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting

De omvang van de jaarlijkse financiële bijdrage aan de VRR is hoog. Ondanks dat de jaarlijkse financiële bijdrage hoog is, is het financiële risico gemiddeld. Dit heeft ermee te maken dat VRR vaste taken heeft. De negatieve risico’s die in kaart gebracht kunnen worden zijn laag. Het risico wordt verspreid doordat 15 gemeenten deelnemen aan deze Gemeenschappelijke regeling.
Het bestuurlijke inhoudelijke risico is laag. Er zijn duidelijke afspraken gemaakt met de VRR die we regelmatig monitoren.

De gemeente Lansingerland heeft zitting in het DB van de VRR. De burgemeester maakt tevens deel uit van de bestuurlijke auditcommissie die een controlerende functie uitoefent op het beheer en de bedrijfsvoering van de VRR. 

Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma?*

De Veiligheidsregio voert taken uit op het gebied van rampenbestrijding, crisisbeheersing, risicobeheersing, brandweerzorg, ambulancezorg en geneeskundige hulpverlening. Daarmee draagt het bij aan Lansingerland als een veilige en leefbare gemeente.



[1] Artikel 3 Gemeenschappelijke Regeling VRR, 2006.

Vennootschappen en coöperaties

 

Naam verbonden partij *

NV Duinwaterbedrijf Zuid-Holland Handelsnaam Dunea

Vestigingsplaats *

´s Gravenhage

Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? )

Dunea wil een vitale organisatie zijn die toekomstbestendige producten en diensten levert en daarbij duidelijk zichtbaar is als maatschappelijke onderneming. De nieuwe strategie Koers 2015 focust op drie pijlers:
1 toekomstbestendige producten en diensten;
2 maatschappelijk ondernemen;
3 vitale organisatie.
Het publieke belang bestaat uit de gewaarborgde levering van drinkwater aan alle klanten binnen het verzorgingsgebied en het natuurbeheer in de duingebieden.

Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?)

Statutair mag Dunea geen dividend uitkeren.
Lansingerland bezit 175.542 aandelen (na de periodieke herverdeling in 2013) van de in totaal 4.000.000 uitgegeven aandelen.

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2016
(Uit: concept jaarrekening 2016)

Per 1 januari 2016: € 184,5 mln
Per 31 december 2016: € 193,3 mln

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2016*
(Uit: concept jaarrekening 2016)

Per 1 januari 2016: €  391,7 mln
Per 31 december 2016: € 401,7 mln

Financieel resultaat 2016*
(Uit: conceptjaarrekening 2016)

31-12-2016 € 8,8 mln

Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2017 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft*

Geen

Welke financiële risico’s zijn er nu bekend?

Geen

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar?

De aandachtspunten blijven het verzorgen van een goede drinkwatervoorziening en beheer van het duingebied.

 

Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting

Op basis van de financiële en bestuurlijke analyse kan worden vastgesteld dat het risicoprofiel laag is.
Lansingerland is aandeelhouder en loopt daardoor in principe geen of een beperkt financieel of bestuurlijk risico.

Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma?*

Lansingerland is aandeelhouder.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Naam verbonden partij *

 

Eneco Holding N.V.

Vestigingsplaats *

Rotterdam

Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? )

De waarborging van duurzame investeringen als aandeelhouder in Eneco. Sluitendheid van de meerjarenbegroting en invloed op majeure investeringsbeslissingen.

Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?)

Algemeen structureel dekkingsmiddel in de meerjarenbegroting. Lansingerland is de vijfde aandeelhouder met een aandeel van 3,38% in het aandelenkapitaal.

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2016
(Uit: jaarrekening 2016)

Eigen vermogen begin boekjaar 2016 = € 5.350 miljoen
Eigen vermogen einde boekjaar 2016 = € 5.350 miljoen

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2016*
(Uit: jaarrekening 2016)

Vreemd vermogen begin boekjaar 2016 = € 4.551 miljoen
Vreemd vermogen einde boekjaar 2016 = € 4.502 miljoen

Financieel resultaat 2016*
(Uit: jaarrekening 2016)

Financieel resultaat 2015 € 198 miljoen, waarvan de helft toe te rekenen aan aandeelhouders.
Financieel resultaat 2016 € 199 miljoen, waarvan de helft toe te rekenen aan aandeelhouders.

Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2016 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft*

Op 30 januari 2017 is Eneco gesplitst in Eneco Groep en Stedin Groep. Het financiële belang in deze partijen is ongewijzigd gebleven.

Welke financiële risico’s zijn er nu bekend?

De dividenduitkering is een vast dekkingsmiddel in onze begroting. De omvang van het uit te keren dividend is afhankelijk van de netto winst in enig jaar. Eneco heeft de verwachting uitgesproken dat de dividenduitkeringen voor de komende jaren op het huidige peil zullen blijven.

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar?

Op 30 januari 2017 is Eneco gesplitst tussen Eneco Groep en Stedin Groep. De gemeente bezint zich op het aandeelhouderschap van Eneco. Daartoe is in 2017 een proces opgestart om, gezamenlijk met alle aandeelhouders van Eneco, hier op een zorgvuldige wijze naar te kijken. Dit proces bestaat uit twee fasen. De eerste fase betreft de consultatiefase waarin de gemeenten een principebesluit nemen om de aandelen aan te houden of te verkopen. Deze consultatiefase wordt in 2017 afgerond. De tweede fase betreft een (eventueel) verkooptraject. Op het moment van schrijven van deze begrotingis niet bekend of en hoe dit verkoopproces start.

Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting

Op basis van de financiële en bestuurlijke analyse kan worden vastgesteld dat het risicoprofiel gemiddeld is. Na de splitsing is Eneco een commercieel bedrijf met een toegenomen binnen- en buitenlands acquisitieprogramma en navenant toenemend risicoprofiel.

Lansingerland is aandeelhouder en loopt daardoor het risico op een afnemend dividend en bezint zich op het aandeelhouderschap. Daarmee heeft Eneco een gemiddeld financieel of bestuurlijk risico.

Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma?*

n.v.t.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Naam verbonden partij *

Stedin N.V.

Vestigingsplaats *

Rotterdam

Deelnemende partijen

De aandelen van Stedin zijn in handen van 53 Nederlandse gemeenten.

Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? )

De waarborging van levering van energie aan de klanten binnen het verzorgingsgebied. Sluitendheid van de meerjarenbegroting en invloed op majeure investeringsbeslissingen.

Veranderingen in 2017 en 2018 in het bestuurlijke en publieke belang dat de gemeente in de

verbonden partij heeft.

n.v.t.

Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?)

Algemeen structureel dekkingsmiddel in de meerjarenbegroting. Lansingerland is de vijfde aandeelhouder met een aandeel van 3,38% in het aandelenkapitaal.

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2016
(Uit: jaarrekening 2016)

n.v.t.

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2016*
(Uit: jaarrekening 2016)

n.v.t.

Financieel resultaat 2016*
(Uit: jaarrekening 2016)

n.v.t.

Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2016 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft*

n.v.t.

Welke mogelijke veranderingen in de financiële bijdrage van LL of wijzigingen in systematiek van bijdragen zijn er de komende 2 jaar te verwachten voor LL?

n.v.t.

Welke financiële risico’s zijn er nu bekend?

De dividenduitkering is een vast dekkingsmiddel in onze begroting. De omvang van het uit te keren dividend is afhankelijk van de netto winst in enig jaar. 

Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting

Op basis van de financiële en bestuurlijke analyse kan worden vastgesteld dat het risicoprofiel laag is.
Lansingerland is aandeelhouder en loopt daardoor in principe geen of een beperkt financieel of bestuurlijk risico.
Wel bestaat er een mogelijk risico ten aanzien van de hoogtes van de dividenduitkeringen, afhankelijk van de toekomstige bedrijfsresultaten van Stedin.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stichtingen en verenigingen

Naam verbonden partij *

Stichting Parkmanagement Bedrijvenpark Oudeland (PMBO)

Vestigingsplaats *

Lansingerland

Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? )

De stichting heeft ten doel:
a. het uitvoeren of doen uitvoeren van het algemeen management voor de dienstverlening met als doel het initiële kwaliteitsniveau van en het verblijfsklimaat op bedrijvenpark Oudeland te behouden en waar mogelijk te verhogen, een en ander overeenkomstig de daartoe in het parkmanagementplan opgenomen prestatie-eisen;
b. het uitvoeren of doen uitvoeren van terreinbeveiliging op bedrijvenpark Oudeland overeenkomstig de daartoe in het parkmanagementplan opgenomen prestatie-eisen;
c. het (doen) realiseren, (doen) beheren en (doen) onderhouden van bedrijfsverwijzingen op bedrijvenpark Oudeland overeenkomstig de daartoe in het parkmanagementplan opgenomen prestatie-eisen;
d. het beheren en onderhouden of doen beheren en onderhouden van de openbare ruimte op bedrijvenpark Oudeland overeenkomstig het daartoe opgestelde beheerplan; en voorts al hetgeen met een en ander verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.
Het publieke belang is het creëren van een gunstig economisch klimaat. Daarnaast is de taak van de stichting PMBO het organiseren, in stand houden en daar waar mogelijk verbeteren van het kwaliteitsniveau (ruimtelijk, technisch en voor veiligheid) op bedrijvenpark Oudeland.

Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?)

De gemeente Lansingerland draagt het beschikbare budget voor het dagelijks beheer en onderhoud van de openbare ruimte over aan de stichting PMBO. Het gaat daarbij alleen om het budget behorende bij de taken die daadwerkelijk worden overgedragen, dit is voor de gemeente dus budgetneutraal. Het gaat om een bedrag van € 56.737,-.
De verhouding bijdrage ondernemers – bijdrage gemeente voor het totale parkmanagement bedraagt in 2016 70%-30%.

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2016
(Uit: jaarrekening 2015)

Begin 2016 € 234.223
Eind 2016 € 261.417

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2016*
(Uit: jaarrekening 2015)

Begin 2016 € 52.755
Eind 2016 € 13.386

Financieel resultaat 2016*
(Uit: jaarrekening 2016)

€ 2.194

Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2017 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft*

Er hebben zich geen veranderingen in het financieel belang voorgedaan.
In 2014 is de Beheerovereenkomst tussen de gemeente Lansingeland en de stichting PMBO ondertekend. In deze overeenkomst zijn de afspraken voor het dagelijks beheer en onderhoud van Oudeland vastgelegd. De kaders hiervoor staan beschreven in het bijbehorende beheerplan.

Welke financiële risico’s zijn er nu bekend?

Geen bijzonderheden.

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar?

Belangrijk aandachtspunt is alle ondernemers/eigenaren van Oudeland betrokken te houden bij de in stand houding van de kwaliteit van het bedrijvenpark. Tevens het benutten van alle mogelijkheden om gronden uit te geven aan nieuwe ondernemers en het bedrijvenpark te laten groeien.

Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting

Financieel en bestuurlijk zijn de risico’s laag.

Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma?*

Een goed georganiseerd en vitaal bedrijventerrein levert een belangrijke

bijdrage aan de plaatselijke en regionale economie.

 

Overige verbonden partijen

Naam verbonden partij *

Bank Nederlandse Gemeenten                                                                                       

Vestigingsplaats *

Den Haag

Doelstelling van de VP. (Hoe ziet ons publiek belang eruit? )

BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.

Veranderingen in 2017 en 2018 in het bestuurlijke en publieke belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft.

Er worden geen veranderingen verwacht.

 

Wat draagt LL financieel bij aan deze VP? (Hoe ziet ons financieel belang eruit?)

Wij dragen financieel niets bij. Als aandeelhouder van 15.015 van de totaal circa 56 mln. aandelen ontvangen wij 0,027% van de netto winst die uitgekeerd wordt aan aandeelhouders.
Algemeen dekkingsmiddel in de meerjarenbegroting. Lansingerland heeft 0,027% van de aandelen BNG in het bezit (15.015 van de ruim 56 miljoen aandelen).

Eigen vermogen begin en einde begrotingsjaar 2016
(Uit: jaarrekening 2016)

Per 1 januari 2016: € 4.163 mln.
Per 31 december 2016: € 4.486 mln.

 

Vreemd vermogen begin en einde begrotingsjaar 2016*
(Uit: jaarrekening 2016)

Per 1 januari 2016: € 145.328 mln.
Per 31 december 2016: € 149.494 mln.

Financieel resultaat 2016*
(Uit: jaarrekening 2016)

De netto winst 2016 bedraagt € 369 mln. (in 2015: € 226). Per aandeel is € 1,64 uitgekeerd aan dividend. De dividenduitkering over 2016, die in 2017 uitgekeerd is, bedraagt voor Lansingerland € 24.625

Veranderingen gedurende het begrotingsjaar 2016 in het financiële belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft*

n.v.t.

Welke financiële risico’s zijn er nu bekend?

n.v.t.

Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten of mogelijke knelpunten voor LL de komende 2 jaar?

N.v.t.

Resultaat financiële en bestuurlijke (inhoudelijke) risicoanalyse met toelichting

Op basis van de financiële en bestuurlijke analyse kan worden vastgesteld dat het risicoprofiel laag is.
Lansingerland is aandeelhouder en loopt daardoor in principe geen of een beperkt financieel of bestuurlijk risico.

Op welke wijze draagt de verbonden partij bij aan realisatie van de doelstellingen van het programma?*

Lansingerland is aandeelhouder. De dividenduitkering is een vast dekkingsmiddel in onze begroting.

Paragraaf Grondbeleid

Grondbeleid

Grondbeleid is een middel om ruimtelijke doelstellingen op het gebied van bijvoorbeeld volkshuisvesting, economie, groen en recreatie, infrastructuur en maatschappelijke voorzieningen te realiseren. In de nota Grondbeleid 2015-2018 is het beleid voor de komende jaren vastgelegd. Hierbij wordt onder meer inzicht gegeven in de verschillende vormen van grondbeleid, de instrumenten die door de gemeente worden ingezet om het beleid te realiseren en de spelregels die hierbij worden toegepast. In 2018 wordt de nota Grondbeleid geactualiseerd voor de periode 2019-2022.

Vanuit de VINEX-opgave heeft de gemeente in het verleden vooral een actief grondbeleid gevoerd. Hierdoor is de gemeente inmiddels in het bezit van voldoende grond om ook de komende jaren uitvoering te kunnen geven aan haar beleidsdoelstellingen, zoals vastgelegd in onder meer de Structuurvisie, Woonvisie en Economische visie. Aan een actief grondbeleid zijn ook risico’s verbonden. Een toename van de financiële risico’s voor de gemeente is niet gewenst. Op basis hiervan wordt voor nieuwe gebiedsontwikkelingen vaker gekozen voor een (meer) faciliterend grondbeleid. De kostenverhaalsmogelijkheden vanuit de Wet ruimtelijke ordening (2008) ondersteunen deze keuze. Ook de nieuwe Omgevingswet biedt in de toekomst de mogelijkheid tot kostenverhaal.

Het college staat open voor nieuwe, private initiatieven. Hierbij wordt wel telkens de afweging gemaakt in hoeverre deze initiatieven van meerwaarde of aanvullend zijn ten opzichte van de reeds bestaande plannen.

Op basis van de nota Grondbeleid worden alle gemeentelijke grondexploitaties tenminste éénmaal per jaar geactualiseerd. Het college stelt daarnaast jaarlijks de kaderbrief Grondprijzen vast. De nota Bovenwijkse Voorzieningen is per 31-12-2016 beëindigd. Ter dekking van de nog te realiseren bovenwijkse voorzieningen is een reserve Bovenwijkse Voorzieningen ingesteld.

Strategische aankopen

Lansingerland heeft meerdere gronden in bezit, welke ooit zijn aangekocht met het doel deze te ontwikkelen. De meest in het oog springende gronden zijn de gronden in het plangebied Wilderszijde. Daarnaast zijn er ook nog gronden gelegen in Bleiswijk. Voor het bepalen van de waardering van deze gronden is een externe taxatie uitgevoerd in 2015 op basis van de huidige bestemming. Voor de gronden van Wilderszijde is deze taxatie bij de jaarrekening 2016 opnieuw beoordeeld. In 2016 is gestart met het opstellen van een realistisch ambitiedocument voor Wilderszijde. Dit ambitiedocument wordt volgens planning in de tweede helft van 2017 vastgesteld en vormt het uitgangspunt voor het in 2018 op te stellen stedenbouwkundig Masterplan. Aansluitend zal ook het bestemmingsplan worden herzien.

Grondexploitatie, risico’s en weerstandsvermogen

Op 29 juni 2017 heeft de raad ingestemd met de Meerjaren Prognose Grondexploitaties (MPG) 2017. Het MPG 2017 vormt de basis voor deze Begroting 2018-2021. Voor een uitgebreide toelichting wordt dan ook hiernaar verwezen.

Het MPG en daarmee de jaarlijkse actualisatie van alle grondexploitaties is gekoppeld aan de jaarrekening. Gelijktijdig met de bestuurlijke besluitvorming van de Begroting wordt jaarlijks gerapporteerd over grote afwijkingen ten opzichte van de actualisatie inclusief een doorkijkje naar de actualisatie bij de volgende jaarrekening.

Bij de jaarlijkse actualisatie wordt vooral gestuurd op de 4 P’s: programma, planning, prijzen en parameters. Deze 4 elementen bepalen in hoge mate het resultaat van de grondexploitaties. Bij het MPG 2017 zijn de volgende grondexploitaties betrokken:

Kern Woningbouw Bedrijven-terreinen Centrum-ontwikkeling Overig
Berkel en Rodenrijs Meerpolder Oudeland Berkel Centrum  
Westpolder/Bolwerk
Rodenrijse Zoom
RvR Groenzoom
Bergschenhoek Wilderszijde (doorlopende deel) Leeuwenhoekweg Bergschenhoek Centrum Landscheidingspark Horeca
Parkzoom
Kavels Boterdorp
Bleiswijk De Tuinen   Vluchtheuvel  

Programma en planning
Woningbouw
Qua programma is er sprake van een mix van woningen in verschillende woningbouwcategorieën en -typologieën. Zowel het programma als de planning (fasering) worden regionaal afgestemd.

Aandachtspunten zijn de categorieën sociaal, starterswoningen en huurwoningen met een markthuur tot € 850,-. Daarnaast is uit marktonderzoek gebleken dat er kansen liggen in de bouw van appartementen en vrije sector huurwoningen in de categorie middelduur en duur. Waar mogelijk wordt hier in de projecten op ingespeeld. Waar reeds contracten met marktpartijen zijn gesloten, heeft de gemeente hierin vooral een stimulerende rol.

Onderstaande tabel geeft een indicatie van de woningbouwplanning voor de komende 5 jaar, onderverdeeld naar grondexploitaties en particuliere ontwikkeling.

Tabel Woningbouwplanning (oplevering)            
  Gerealiseerd   Prognose         
  2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021
Grondexploitaties        280  325  655  630  390
Particulier        80  150  70  220  110
Totaal  316  461  268  360  475  725  850  500

De komende jaren zien we, op basis van de huidige contracten en informatie, de aantallen oplopen met een piek in 2019/2020. Gemiddeld komen we voor de periode 2014 t/m 2019 nu uit op 435 woningen per jaar. Hiermee wijken we licht af van de afspraken die wij regionaal en met de Provincie hebben gemaakt. Dit komt onder meer door de contractueel overeengekomen versnelling in Westpolder Bolwerk en het grote aandeel voorziene particuliere ontwikkelingen. Ook landelijk is deze stijgende lijn zichtbaar. Deze wijziging is in het regionale overleg aan de orde geweest. De markt trekt aan en de verwachting is dat we de komende jaren weer groeien naar het productieniveau van voor de crisis. Deze langere termijn planning kent echter nog wel een grote mate van onzekerheid. In de praktijk blijken de opleveringen vaak nog in de jaren te schuiven, zeker bij de particuliere ontwikkelingen. Het is dan ook de vraag of de nu geprognosticeerde aantallen in de praktijk ook worden gehaald. Omdat de gemeente niet zelf bouwt, is het ook lastig om hierop te sturen. Het is de markt die het tempo bepaalt.

Bedrijventerreinen
Binnen Lansingerland heeft de gemeente twee terreinen in eigen ontwikkeling: Oudeland en Leeuwenhoekweg. Daarnaast worden er nog twee terreinen ontwikkeld gezamenlijk met de gemeente Zoetermeer: Bleizo en Hoefweg. Elk terrein heeft zijn eigen kenmerken en de terreinen liggen verspreid over Lansingerland.

Het inschatten van een goede afzetraming voor de bedrijfsterreinen is vanwege de veelheid en omvang van locaties en de onzekere markt lastig. In 2015 is er een onderzoek uitgevoerd naar de afzetprognose voor Leeuwenhoekweg en Oudeland. De fasering in de grondexploitaties sluit hier op aan. In de grondexploitaties is rekening gehouden met onderstaande uitgifteplanning. De (gemiddelde) uitgiftecijfers voor Bleizo en Hoefweg zijn gebaseerd op de actuele grondexploitaties van beide gemeenschappelijke regelingen.

Tabel uitgifte bedrijfsterrein        
Verwachte uitgifte bedrijfsterrein in ha 2017 2018 2019 2020 2021
Oudeland 1,0 1,5 1,5 1,5 2,0
Leeuwenhoekweg 1,1 1,1 0,0 1,1 0,0
Bleizo 23,0 1,7 1,7 1,7 1,7
Hoefweg 2,4 2,4 2,4 2,4 2,0

Looptijd projecten
De looptijd van een project verschilt per project. Daarbij is het, vooral voor projecten met een langere looptijd, goed om te motiveren waarom ervoor gekozen is deze als “gronden in exploitatie” te beschouwen. Ook de commissie BBV schrijft dit voor in haar notitie Grondexploitaties. De richttermijn van een grondexploitatie is 10 jaar. Hiervan kan alleen onderbouwd worden afgeweken met toepassing van risicobeperkende beheersmaatregelen.

Lansingerland kent op dit moment 1 grondexploitatie met een looptijd langer dan 10 jaar: Oudeland. De grondexploitatie Oudeland loopt tot en met 31-12-2036 en overschrijdt daarmee de richttermijn van 10 jaar. Om de risico’s van de (lange termijn) ontwikkeling van Oudeland te beheersen heeft de gemeente de volgende maatregelen getroffen:

  1. Niet meer indexeren opbrengsten na 10 jaar (= conform de door de commissie BBV aangedragen voorbeeldmaatregel);
  2. Financieel beleidsuitgangspunt dat er geen onnodige uitgaven voor bijvoorbeeld bouw- en woonrijp maken worden gedaan voordat er voldoende zekerheid is t.a.v. de nog te verwachten grondopbrengsten; we proberen de boekwaarde van de grondexploitatie (behoudens de rente) dus zo minimaal mogelijk te laten toenemen;
  3. Wij doen periodiek marktonderzoek. Met behulp van de uitkomsten kijken wij of de gehanteerde uitgangspunten voor tempo van afzet en grondprijs nog realistisch zijn. Indien nodig vindt bijstelling van de grondexploitatie plaats. De huidige fasering en looptijd van Oudeland sluit aan bij het meest recente onderzoek (uit 2015);
  4. De fasering van de uitgifte is gebaseerd op een voorzichtige, gemiddelde uitgifte van 1-3 ha per jaar. Bij uitgifte van grotere kavels kan de looptijd mogelijk worden verkort;
  5. Wij voeren een actief acquisitie/verkoopbeleid. Waar nodig gebruiken wij speciale instrumenten zoals koop op afbetaling en/of een korting op de grondprijs bij afname van (zeer) grote kavels. De voorwaarden van deze instrumenten zijn vastgelegd in de nota Grondbeleid 2015-2018;
  6. We bepalen bij iedere actualisatie het risicoprofiel van Oudeland (vertraging in afzet, lagere prijzen en ook een scenario waarbij fase 2 niet meer ontwikkeld wordt). Op basis van het risicoprofiel is een benodigde weerstandscapaciteit bepaald voor Oudeland. Dit is een belangrijk onderdeel van de totaal benodigde weerstandscapaciteit van de gemeente (zie Kadernota 2017 en de Jaarstukken 2016). Gezien de ontwikkeling van de weerstandsratio en het meer dan sluitend zijn van de begroting kunnen we tegenvallers binnen Oudeland opvangen als gemeente.

Prijzen
In de jaarlijks vast te stellen kaderbrief Grondprijzen wordt aangegeven hoe de grondprijzen in de gemeente Lansingerland worden bepaald. Voor een aantal categorieën wordt een richtprijs genoemd. De grondprijzen in de grondexploitaties sluiten aan op de kaderbrief. Daarnaast is er binnen de grondexploitaties ruimte om, onder voorwaarden, maatwerk toe te passen, zodat goed op de markt wordt ingespeeld.

Parameters
Jaarlijks worden de te hanteren parameters voor de rente, kosten- en opbrengstenstijging vastgesteld, zie onderstaande tabel.

    2017 t/m 2021 2022 t/m 2026 vanaf 2027
Rente   2,15% 2,15% 2,15%
Kostenstijging   2,00% 2,00% 2,00%
Opbrengstenstijging        
  Woningbouw 1,00% 2,00% 0,00%
  Bedrijventerrein 1,00% 1,00% 0,00%

Rente
Jaarlijks wordt aan de grondexploitaties rente toegerekend over de boekwaarde. Op grond van de BBV wordt gerekend met de werkelijke rente. Deze werkelijke rente wordt afgeleid uit het gewogen gemiddelde rentepercentage van de gehele leningenportefeuille van de gemeente en het deel dat wordt gefinancierd uit Eigen Vermogen (EV). Voor 2017 en verder wordt uitgegaan van een rente van 2,15% per jaar.

Kostenstijging
De parameter voor kostenstijging drukt uit wat de verwachte prijsontwikkeling (inflatie) is van de kosten binnen de grondexploitatie en wordt gerelateerd aan de prijsindexcijfers voor de Grond-, Weg- en Waterbouw (GWW) van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Deze reeks is een indicator van de prijsontwikkeling van de grootste kostenposten binnen de grondexploitaties (bouw- en woonrijpmaken). Daarnaast worden de cijfers jaarlijks getoetst aan het door Metafoor uitgebrachte rapport over de parameters en er vindt een vergelijk plaats met andere gemeenten.

Door de crisis konden de afgelopen jaren bij de aanbesteding grote voordelen worden behaald. Door het aantrekken van de markt zien we in 2015 en 2016 een sterke daling van deze aanbestedingsvoordelen. Voor de (middel)lange termijn wordt verwacht dat de kosten weer gaan stijgen. Met ingang van 2017 is een kostenstijging gehanteerd van 2% per jaar.

Opbrengstenstijging
Het landelijke beeld is dat de woningmarkt zich stabiliseert en dat, met name in de Randstad, in ieder geval op korte termijn de vraag naar vastgoed verder aantrekt. Dit uit zich al in de VON-prijzen en de verwachting is dat ook de grondprijzen hier voor een deel van kunnen profiteren. Hierbij moet wel rekening worden gehouden met een stijging van de stichtingskosten (aanbestedingsvoordelen dalen en bijkomende kosten stijgen). Uitgaande van de residuele grondwaarde stijgt de grondwaarde dus niet 1 op 1 mee met de VON-prijs. Daarnaast is de ontwikkeling van de prijzen sterk afhankelijk van het product en de locatie.

Ook voor de bedrijventerreinen zien we dat de vraag weer stijgt. Dit blijkt met name uit de getoonde interesse vanuit bedrijven. Daadwerkelijke verkopen blijven lastig. Naar verwachting zullen de prijzen op (middel)lange termijn stijgen, al ligt deze stijging gezien het grote aanbod van bedrijfskavels wat lager dan bij de woningbouw. Daarnaast zien we ook hier dat er een sterke relatie ligt met het product en de locatie. Dit leidt tot steeds meer differentiatie in grondprijzen en een grotere bandbreedte.

Voor de stijgingspercentages wordt onder meer gekeken naar de (landelijke) ontwikkelingen, het onderzoeksrapport van Metafoor en de parameters van andere gemeenten. Op basis hiervan zijn voor het MPG 2017 de percentages voor opbrengstenstijging zoals opgenomen in de Actualisatie 2016 gehandhaafd.
Voor woningbouw wordt van 2017 t/m 2020 gerekend met een opbrengstenstijging van 1% per jaar en vanaf 2021 met 2% per jaar. Voor bedrijventerreinen wordt met ingang van 2017 gerekend met 1% per jaar. Voor de langlopende projecten wordt na 10 jaar geen indexatie meer toegepast (zie ook paragraaf 3.7.3.1).

Disconteringsvoet
De disconteringsvoet wordt gebruikt om de Netto Contante Waarde te bepalen. Het BBV schrijft ter bepaling van de benodigde verliesvoorziening een disconteringsvoet voor van 2%. Deze wordt voor alle grondexploitaties (zowel negatief als positief) gehanteerd.

Kosten voor Voorbereiding, Toezicht en Administratie (VTA)
Jaarlijks worden de VTA kosten voor de resterende looptijd van een project opnieuw bezien. Daarbij vindt een inschatting plaats van de tijdsbesteding in uren op basis van cijfers uit het verleden en verwachtingen voor de toekomst. Daarnaast worden kosten geraamd voor concrete producten die vallen onder de post planontwikkelingskosten, zoals bijvoorbeeld bestemmingsplannen.

Uitgangspunt voor de raming van de interne uren zijn de uurtarieven zoals vastgesteld bij de begroting 2017-2020. Het uurtarief voor de grondexploitaties bedraagt voor 2017 (afgerond) € 111. Dit tarief wordt jaarlijks bij de begroting geactualiseerd.

Resultaten
Op basis van alle eerder genoemde uitgangspunten kent het MPG 2017 het volgende totaalresultaat:

Tabel actualisatie grondexploitaties (in miljoenen €)      

 

Prijspeil

                A=
Actualisatie 2016
          01-01-16

                 B=
MPG 2017 / JR 2016
            01-01-17

               C=
Verschil B t.o.v. A

Totaal negatieve grexen op NCW tbv JR 2016  € -50,45  € -45,21  € 5,24
Resultaat grex Landscheidingspark Horeca  -   € -0,25  € -0,25
Totaal negatieve grexen op NCW per 1-1-2017  € -50,45  € -45,47  € 4,98
Totaal positieve grexen op NCW  € 4,73  € 3,91  € -0,81
Totaal op NCW   € -45,72  € -41,55  € 4,17

Voor het totaal te verwachten negatieve resultaat van circa € 42 miljoen is een verliesvoorziening gevormd.

Voor een toelichting op de resultaten per grondexploitatie wordt verwezen naar het MPG 2017.

Tussentijdse winstnemingen
Op basis van de nota Grondbeleid wordt een grondexploitatie afgesloten nadat alle opbrengsten volledig zeker zijn en minimaal 90% van de kosten is gerealiseerd. Tussentijds vinden geen winstnemingen plaats.

Naar verwachting kunnen de volgende grondexploitaties eind 2017 worden afgesloten: Centrum Bergschenhoek en Vluchtheuvel.

Toekomst

In lijn met voorgaande jaren richten wij ons op de (nieuwe) kansen en mogelijkheden die zich in de markt voordoen. Onze organisatie is erop gericht om alle haalbare initiatieven binnen onze grondexploitaties zowel als het gaat om bedrijven als om woningen te faciliteren. Wij willen kansen benutten.

Landelijk zien we dat zowel de woningmarkt als de markt voor bedrijventerreinen zich weer aan het herstellen is. Dit zien we ook terug in Lansingerland. Er zijn in 2015 en 2016 diverse contracten gesloten en positieve onderhandelingen gevoerd. Deze stijgende lijn zet zich in 2017 voort. Zo zijn in de eerste helft van 2017 al diverse verkoopovereenkomsten getekend voor de bedrijventerreinen. Hiermee zijn ook voor de periode na 2017 weer meer zekerheden gecreëerd omtrent de momenten van het ontvangen van inkomsten.

Grondexploitaties blijven omgeven met onzekerheden. In de dagelijkse praktijk doen wij ons best een zo realistisch mogelijke afweging te maken tussen de resultaten van nu en de risico’s in de toekomst.

Aan het eind van de paragraaf wordt een cijfermatig overzicht gegeven van de te verwachten kosten en opbrengsten per kostensoort voor de jaren 2018-2021 en het verloop van de boekwaarde. Ook in het overzicht de in totaal nog te realiseren kosten en opbrengsten per project.

Vennootschapsbelasting (Vpb)
De Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen bepaalt dat gemeenten ook vennootschapsbelasting moeten gaan betalen over ondernemersactiviteiten. Hier vallen in beginsel ook de (actieve) grondexploitaties onder.

Via de Quickscan Winstoogmerk grondbedrijven wordt (jaarlijks) getoetst of er sprake is van een onderneming. Op basis van de cijfers uit het MPG 2017 als ook de Actualisatie Grondexploitaties 2016 gaan we er vanuit dat dit voor Lansingerland nu niet het geval is. Eind 2016 is dit standpunt ook toegelicht aan de Belastingdienst. De Belastingdienst herkende de situatie van de gemeente Lansingerland (tekorten op de grondexploitatie), herkende de toegepaste methode om tot ons standpunt te komen (quick scan grondbedrijf) en gaf aan dat voor veel andere gemeenten hier ook sprake van is. In 2017 wordt het vooroverleg opgestart met de Belastingdienst om te komen tot een formeel standpunt.

Omgevingswet (kostenverhaal)
Volgens planning wordt in 2019 de nieuwe Omgevingswet ingevoerd. Ook de huidige grondexploitatiewet (afdeling 6.4 Wro) gaat hier in op. De systematiek voor (afdwingbaar) kostenverhaal wordt meer afgestemd op de verandering van toelatingsplanologie naar uitnodigingsplanologie waarbij geen sprake meer is van een vastomlijnd eindbeeld.

Risico's

Ondanks dat de ramingen binnen de grondexploitaties met de grootst mogelijke zorgvuldigheid worden opgesteld blijven er altijd risico’s bestaan. Niemand kan de toekomst voorspellen en de berekeningen zijn gebaseerd op aannames en uitgangspunten, die in de praktijk anders (zowel positief als negatief) kunnen uitvallen.

De belangrijkste risico’s die samenhangen met de grondexploitaties hebben betrekking op de planning, prijs en het programma. Voor de komende 4 jaar zijn de opbrengsten op bijna € 160 miljoen geraamd, gemiddeld zo’n € 40 miljoen per jaar. Het college stuurt dan ook actief op de realisatie van deze opbrengsten.

Voor een deel is de markt te beïnvloeden, maar voor een ander deel ook niet. Of de stijgende lijn zich de komende jaren ook doorzet, is lastig te voorspellen. Mochten door omstandigheden bijvoorbeeld de geraamde opbrengsten voor de komende vier jaar maar voor 50% worden gerealiseerd dan lopen de rentelasten op met ca. € 0,4 mln per jaar tot € 1,6 mln structureel. Ook loopt de gemeente renterisico. Indien de rente gaat stijgen dan heeft dit effect op de saldi van de jaarschijven (en de resultaten van de grondexploitaties). In combinatie met een tegenvallende grondverkoop kunnen dit dan forse tegenvallers zijn.

Bij de actualisatie van de grondexploitaties vindt ook altijd een actualisatie van de risico’s plaats. Per project wordt gekeken of de risicoanalyse nog actueel en volledig is. Waar nodig worden risico’s toegevoegd of bijgesteld (naar beneden of boven). Hierbij wordt naast het risicobedrag ook ingeschat wat de kans is dat het risico zich zal voordoen. Dit leidt tot een gewogen risicoprofiel per project. Met ingang van de Actualisatie Grondexploitaties 2016 is hierbij een indeling gemaakt naar 3 profielen: hoog (gewogen risico groter dan 2,5 mln), midden (gewogen risico 1 mln tot 2,5 mln) en laag (gewogen risico tot 1 mln). Deze indeling maakt het mogelijk de risico’s te monitoren in de tijd. Bij een voorspoedige ontwikkeling nemen de risico’s af naar mate de ontwikkeling vordert. In het begin van een project zal er doorgaans sprake zijn van aannames met een hoge mate van onzekerheid. Naar mate de ontwikkeling concreter wordt, kunnen ook de cijfers nauwkeuriger worden ingeschat. Hieronder volgt een overzicht van de projecten met de daarbij behorende risicoprofielen van zowel de Actualisatie Grondexploitaties 2016 als het MPG 2017.

Tabel risicoprofielen    
  2016 2017
Parkzoom Laag Laag
Wilderszijde Midden Midden
De Tuinen Laag Laag
Leeuwenhoekweg Hoog Hoog
Scholen Boterdorp Laag Laag
Centrum Bergschenhoek Laag Laag
Meerpolder Laag Laag
Berkel Centrum Midden Laag
Westpolder Hoog Hoog
Oudeland Hoog Hoog
Rodenrijse Zoom Laag Laag
Vluchtheuvel Laag Laag
RvR Groenzoom Laag Laag
Landscheidingspark Horeca Laag Laag
     
     
Bleizo Hoog Hoog
Hoefweg Hoog Hoog
     
Wilderszijde (MVA) Hoog Hoog

Op totaalniveau is het risicoprofiel gekoppeld aan de benodigde weerstandscapaciteit, zie paragraaf Weerstandcapaciteit.

De meest in het oog springende risico’s bij het MPG 2017 zijn:

  • Het marktrisico op de ontwikkeling van Oudeland (tempo, afzetbaarheid en prijs);
  • Het marktrisico op de ontwikkeling van Westpolder (tempo, programma en prijs);
  • Het risico dat als gevolg van wijziging in wetgeving het resultaat van de fiscale optimalisatie in Westpolder niet kan worden behaald;
  • Het risico dat ontstaat als de nog niet in exploitatie genomen locatie Wilderszijde niet (of slechts gedeeltelijk) kan worden ontwikkeld.

Voor een gedetailleerder overzicht van de risico’s per project wordt verwezen naar het MPG 2017.

FINANCIELE OVERZICHTEN

Tabel verloop grondexloitaties        
Verloop grondexploitaties 2018 2019 2020 2021
Kostensoort        
Verwerving  € 5.191.887  € 351.827  € 349.575  € 284.233
Tijdelijk beheer  € 338.657  € 322.748  € 281.129  € 162.696
Sloop  € 47.829  € 53.533  € -  € 18.220
Milieu  € 310.010  € 151.333  € 20.216  € 49.959
Civiel technische werken  € 8.043.389  € 8.622.076  € 5.568.667  € 3.881.096
VTA  € 3.890.922  € 2.862.860  € 2.219.407  € 1.935.901
Fondsen en afdrachten  € 388.571  € 231.179  € 373.315  € 93.250
Rente  € -  € -  € -  € -
Totaal kosten  € 18.211.266  € 12.595.556  € 8.812.309  € 6.425.355
         
Opbrengstensoort        
Grondopbrengsten  € 46.408.985  € 39.193.758  € 36.280.687  € 26.013.392
Overige opbrengsten  € 469.459  € 420.706  € -  € -
Totaal opbrengsten  € 46.878.444  € 39.614.463  € 36.280.687  € 26.013.392
         
Saldo kosten en opbrengsten  € 28.667.179  € 27.018.907  € 27.468.377  € 19.588.037
         
Boekwaarden per einde jaar  € -188.995.070  € -165.755.983  € -141.324.186  € -124.331.709
         
Boekwaarde 31-12-2016  € -219.269.509      
Tabel nog te realiseren kosten en opbrengsten per project  
Project Totaal nog te realiseren kosten Totaal nog te realiseren opbrengsten
Parkzoom  € 14.471.159  € 18.407.403
Wilderszijde  € 12.828.543  € 25.936.503
Centrum Bergschenhoek  € 74.466  € 41.250
Leeuwenhoekweg  € 1.411.332  € 7.501.689
Meerpolder  € 10.174.472  € 9.774.757
Westpolder  € 13.616.259  € 97.782.768
Oudeland  € 45.288.533  € 133.052.525
De Tuinen  € 2.213.838  € 4.374.797
Scholen Boterdorp  € 49.155  € 216.644
Roderijse Zoom  € 475.857  € 1.381.520
Berkel Centrum  € 5.412.412  € 6.676.139
Groenzoom RvR  € 11.445.408  € 15.731.181
Vluchtheuvel  € 40.613  € -
Landscheidingspark Horeca  € 605.323  € 350.000

 

Paragraaf Taakstelling en reserveringen

Inleiding

Zoals te lezen in de Kadernota 2018 is het college gestart in een periode waarin het financieel slecht ging met onze gemeente. De eerste jaren zijn dan ook voornamelijk gericht geweest op het op orde krijgen van de financiën. Dit ging gepaard met flinke bezuinigingen. Bezuinigingen zoals aangekondigd in voorgaande kadernota’s (2009 t/m 2016) zijn financieel verwerkt in onze huidige begroting.

Inmiddels is het economisch herstel ingezet. 2017 is het eerste jaar waarin geen nieuwe bezuinigingen zijn doorgevoerd. Dit geldt ook voor 2018 en verder. In 2018 verlagen we de afvalstoffenheffing en OZB om de lasten bij onze inwoners te verlichten. Daarnaast laat de financiële situatie toe om bestaand beleid aan te passen en om nieuw beleid vorm te geven.

Openstaande stelposten en reservering

In de begroting zijn een aantal stelposten en een reserveringen opgenomen. Stelposten zijn nog te effectueren voorgenomen bezuinigingen en reserveringen betreft begrotingsruimte die gereserveerd is voor uitgaven.

        bedragen x € 1.000
Stelposten en reservering 2018 2019 2020 2021
Stelposten        
1. Verkoop vier sociaal culturele panden (programma 7) 156 156 156 156
Reservering        
1. Vennootschapsbelasting, niet overheidstaken (programma 7) -14 -14 -14 -14
2. Nieuw beleid coalitieakkoord 2014 (programma 7)   -30 -30 -30
Totaal 142 112 112 112
"+ = lagere lasten: - = hogere lasten"        

Stelposten

1. Verkoop vier sociaal culturele panden
In afwachting van de daadwerkelijke verkoop van de vier sociaal culturele panden (bezuinigingsvoorstel 18 uit de kadernota 2015) is deze bezuiniging als stelpost opgenomen en nog niet verwerkt in de baten en lasten van het betreffende programma. Naar verwachting zal dit 2018 plaats gaan vinden.

Reserveringen

1. Vennootschapsbelasting, niet overheidstaken
Het geraamde nadelige effect van de invoering van de vennootschapsbelasting voor de niet–grex taken van € 14.000 (Kadernota 2015, autonome ontwikkelingen / blz. 14) is, in afwachting van de daadwerkelijke invoering, op stelpost gezet.

2. Nieuw beleid coalitieakkoord 2014
In het coalitieakkoord is een structureel bedrag van € 300.000 opgenomen voor nieuw beleid. Inmiddels zijn er actieprogramma’s Duurzaamheid en Wijkgericht werken verschenen, zijn concrete intensiveringen op het vlak van Economie doorgevoerd en zijn afspraken gemaakt over het doorzetten van dialoogavonden/intensiveren gebruik gemeentehuis. Daarmee is het grootste gedeelte van de € 300.000 structureel belegd; op hoofdlijnen:

1. Duurzaamheid:                       € 110.000
2. Wijkgericht werken:             € 63.000
3. Anders besturen:                    € 27.000
4. Stimuleren economie:          € 70.000
Totaal                                              € 270.000

Dit betekent dat er nog € 30.000 structureel als stelpost beschikbaar is.

Paragraaf Interbestuurlijk toezicht

Inleiding

De wet revitalisering generiek toezicht (Wet RGT) gaat ervan uit dat de raad in eerste lijn het college controleert, waardoor het verticaal toezicht van de provincies op gemeenten vermindert. De provincie wil haar verticale toezichtrol sober, proportioneel en risicogericht invullen. Om dit in de praktijk vorm te geven heeft de provincie in samenwerking met de Vereniging van Zuid-Hollandse Gemeenten (VHG) met alle 65 Zuid-Hollandse gemeenten afzonderlijk –maar met identieke inhoud- een bestuursovereenkomst gesloten.

De provincie spreekt via de bestuursovereenkomst met de gemeenten af dat zij binnen de reguliere planning & control-cyclus (jaarverslag) jaarlijks informatie verschaffen over de stand van de taakbehartiging op de belangrijkste toezichtdomeinen: financiën, ruimtelijke ordening, omgevingsrecht, monumentenzorg, archief- en informatiebeheer en huisvesting vergunninghouders.

Financiën

De begroting 2018 en de meerjarenraming 2019-2021 zijn structureel en reëel in evenwicht.

Ruimtelijke ordening

Wij hebben in 2018 nog één bestemmingsplan welke ouder is dan 10 jaar. Deze wordt herzien nadat de heroriëntatie voor dit gebied is afgerond. Daarnaast ligt het in de verwachting dat de verplichting dat een bestemmingsplan niet ouder dan 10 jaar mag zijn op korte termijn gaat vervallen.

Omgevingsrecht

In 2016 heeft de gemeenteraad de Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht Lansingerland vastgesteld. Over de naleving van de kwaliteitscriteria doet het college van burgemeester en wethouders jaarlijks mededeling aan de gemeenteraad.

Monumentenzorg

Monumentenzorg is een wettelijke taak in medebewind en de provincie heeft voorgesteld om hier een indicator voor op te nemen. De gemeente beschikt al enige jaren over een Erfgoedcommissie. Deze is opgebouwd conform de vastgestelde Erfgoedverordening 2016 m.b.t. deskundigheid. 

Archief- en informatiebeheer

De inrichting van het fysieke en digitale archief- en informatiebeheer is solide en aan randvoorwaarden om de kwaliteit, ook op langere termijn, te waarborgen wordt voldaan. In 2018 wordt een nieuw verslag aan de raad gepresenteerd.

Huisvesting van verblijfsgerechtigden /vergunninghouders

De taakstelling voor het huisvesten van verblijfsgerechtigden /vergunninghouders is aan het dalen ten opzichte van het hoogste punt in 2016. Bij tijdige en voldoende koppeling aan onze gemeente door het COA verwachten wij aan de taakstelling te kunnen voldoen.