We zetten hulp in als dit nodig is om jeugdigen gezond, veilig en kansrijk te laten opgroeien
Toegang tot jeugdhulp
Toegang tot individuele professionele hulp loopt via een verwijzer: de gemeente, de huisarts, de jeugdarts, medisch specialist of via een jeugdbeschermingsinstelling. In 2025 hebben 2.243 kinderen en jongeren een verwijzing gekregen tegenover 2.071 in 2024. Dat zijn 172 verwijzingen meer en 13% meer dan het verwachte aantal van 1.982 voor 2025. Ruim de helft van de verwijzingen naar jeugdhulp verloopt via de huisarts en 27% via de gemeente. In 2025 hebben we uitgangspunten opgesteld voor de toegang tot hulp en ondersteuning in de gemeente. We willen uitvoering geven aan een brede, integrale toegang voor alle doelgroepen, waaronder jeugd. Hier gaan we in 2026 mee verder.
Passende lokale jeugdhulp
Met het lokale hulpaanbod zijn 1.746 jeugdigen geholpen. We zien dat het lokale jeugdhulpaanbod steeds beter wordt gevonden, onder andere doordat we in 2024 een betere website hebben gemaakt waar huisartsen en ouders gebruik van maken. Ook hebben we een jeugdconsulent beschikbaar gesteld voor huisartsen om samen te kijken welke hulp het meest passend is als een kind of gezin een verwijzing krijgt. Verder hebben we ingezet op in het verkorten van begeleidingstrajecten. Dit deden we zodat de wachtlijsten bij de lokale aanbieder korter werden en er meer jeugdigen en ouders/opvoeders terecht kunnen voor de juiste ondersteuning. Ook zorgt een korter traject voor lagere kosten en stimuleren we eigen regie door het gezin of kind en het optimaal benutten van het traject.
Specialistische jeugdhulp
Lansingerland organiseert de specialistische jeugdhulp en jeugdbescherming via de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR). Met de andere gemeenten in de GRJR kopen we specialistische jeugdhulp zoals pleeghulp, opname, langdurig verblijf, specialistische daghulp en specialistische ambulante hulp in. In 2025 hebben 715 jeugdigen specialistische jeugdhulp gekregen. De meeste jeugdigen, namelijk 544, kregen ambulante hulp. Positief is dat we hier minder geld aan uitgaven dan in 2024, door de inzet op de verschuiving van regionale naar lokale hulp. Vanwege de afbouw van de jeugdhulpplus (voorheen gesloten jeugdhulp) hebben we in 2025 extra inzet gepleegd om zo passend mogelijke plekken te vinden voor jeugdigen die door hun problematiek een gevaar kunnen zijn voor zichzelf of een ander. Door deze transitie zijn geschikte plekken schaars en zien we helaas ook een forse stijging in de uitgaven aan deze plekken. Vaak omdat er veel extra hulpinzet wordt gedaan om een jeugdige veilig in een open instelling te laten verblijven.
De specialistische jeugdhulp is in voorgaande jaren in kosten gestegen en daarom hebben we in 2025 ingezet op kostenbeheersing. Lokaal werkten we aan de Opgave Jeugdhulp, waarbij we de verordening hebben aangepast en extra inzet in ons uitvoerend team hebben georganiseerd. Regionaal werken de gemeenten samen aan kostenbeheersing in de Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing (RBOK). Zo hebben we regionaal een afwegingskader ontwikkeld voor de inzet van 1-op-1 begeleiding in een opnamesetting, hebben we met aanbieders (prijs)afspraken gemaakt over de duurste zorgtrajecten en is het model geactualiseerd waarmee we regionaal bepalen hoe de zorg voor een individuele jeugdige is opgebouwd (het arrangementenmodel).