Paragrafen
Inleiding
Terug naar navigatie - Paragrafen - InleidingHet Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) stelt dat een aantal verplichte paragrafen moet worden opgenomen in de programmabegroting. Zij geven, als een dwarsdoorsnede door de programma’s, inzicht in een aantal bedrijfsvoeringsaspecten van de gemeente. De paragrafen zijn:
1. Lokale heffingen
2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing
3. Onderhoud kapitaalgoederen
4. Financiering en treasury
5. Bedrijfsvoering
6. Verbonden partijen
7. Grondbeleid
8. Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid (Woo)
Paragraaf Lokale heffingen
Terug naar navigatie - - Paragraaf Lokale heffingenInleiding
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - InleidingDeze paragraaf geeft inzicht in de belastingen, heffingen en leges die de gemeente Lansingerland heft. De paragraaf toont de tariefontwikkeling, de opbrengsten en de lokale lastendruk. De lokale heffingen zijn een belangrijke bron van inkomsten voor de gemeente.
We onderscheiden twee soorten heffingen: heffingen waarvan de besteding gebonden is aan de activiteit waarop de heffing betrekking heeft (zoals de rioolheffing en de afvalstoffenheffing) en de gemeentelijke heffingen die als algemene dekkingsmiddel mogen worden ingezet, waarvan de besteding niet van tevoren is bestemd (zoals de onroerende zaakbelasting en de hondenbelasting).
De gemeente Lansingerland kent de volgende belastingen, heffingen en leges:
- Onroerende zaakbelasting Woningen (OZB-wonen);
- Onroerende zaakbelasting Niet woningen (OZB - niet wonen);
- Afvalstoffenheffing;
- Rioolheffing;
- Lijkbezorgingsrechten;
- Leges burgerzaken;
- Leges bouw;
- Hondenbelasting;
- Marktgelden;
- Precariobelasting;
- Verblijfsbelasting.
Overzicht opbrengst lokale heffingen
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Overzicht opbrengst lokale heffingenIn onderstaand overzicht staan de opbrengsten aan lokale heffingen van de belangrijkste heffingen in zowel dit jaar als de drie voorgaande jaren.
De gerealiseerde bouwlegesinkomsten 2025 bedroegen € 2.831.000. Dit is € 641.000 lager dan begroot. Dit verschil wordt voornamelijk veroorzaakt door het uitblijven van een uitvraag voor een distributiecentrum en het uitblijven van verwachte opbrengsten uit eerdere jaren.
De gerealiseerde inkomsten van de OZB niet-woningen bedroeg € 14.689.000. Dit is € 368.000 hoger dan begroot. Dit verschil wordt veroorzaakt door een combinatie van een toename in de niet-woningen objecten (areaaluitbreiding) en een hogere marktwaardeontwikkeling dan de waardeontwikkeling waarvan was uitgegaan bij de begroting 2025.
Bedragen x € 1.000 |
|||||
|---|---|---|---|---|---|
Realisatie 2024 |
Primitief 2025 |
Begroot 2025 |
Realisatie 2025 |
Afwijking 2025 |
|
OZB woningen |
€ 9.904 |
€ 10.921 |
€ 10.423 |
€ 10.432 |
9 |
OZB niet-woningen |
€ 12.153 |
€ 13.544 |
€ 14.321 |
€ 14.956 |
635 |
Afvalstoffenheffing |
€ 6.838 |
€ 7.515 |
€ 7.515 |
€ 7.712 |
197 |
Rioolheffing |
€ 7.369 |
€ 7.757 |
€ 7.757 |
€ 7.918 |
161 |
Lijkbezorgingsrechten |
€ 299 |
€ 240 |
€ 240 |
€ 234 |
-6 |
Leges burgerzaken |
€ 837 |
€ 953 |
€ 842 |
€ 804 |
-38 |
Leges bouw |
€ 3.429 |
€ 2.565 |
€ 3.472 |
€ 2.831 |
-641 |
Hondenbelasting |
€ 350 |
€ 384 |
€ 384 |
€ 386 |
2 |
Marktgelden |
€ 63 |
€ 71 |
€ 71 |
€ 64 |
-7 |
Precariobelasting, uitstallingen |
€ 42 |
€ 45 |
€ 45 |
€ 45 |
0 |
Verblijfsbelasting |
€ 0 |
€ 150 |
€ 220 |
€ 220 |
0 |
Totaal |
41.284 |
44.145 |
45.290 |
45.602 |
312 |
COELO Atlas en woonlasten
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - COELO Atlas en woonlastenHet COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) publiceert ieder jaar de zogeheten “Atlas van de lokale lasten”. Onderdeel van deze atlas is een tarievenoverzicht. Het overzicht is hieronder opgenomen, aangevuld met de gegevens van Lansingerland.
Ondanks een relatief hoog gemiddelde WOZ-waarde in de Gemeente Lansingerland (€ 505.000) ten opzichte van het landelijke gemiddelde (€ 398.000) zijn de gemiddelde woonlasten in Lansingerland 3,70% lager dan het landelijke gemiddelde. De reden hiervoor is dat het door de gemeente Lansingerland gehanteerde OZB-tarief van woningen onder het landelijke gemiddelde ligt.
Bedragen x € 1,- |
|||||
|---|---|---|---|---|---|
Laagste 2025 |
Gemiddelde 2025 |
Hoogste 2025 |
Lansingerland 2025 |
afwijking in % ( t.o.v. gem. ) |
|
OZB woningen (eigenaar) |
0,0323% |
0,0924% |
0,1947% |
0,0801% |
-13,31% |
OZB niet-woningen (eigenaar+gebruiker) |
0,1311% |
0,5753% |
1,3944% |
0,6121% |
6,40% |
Afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishouden) |
€ 34 |
€ 364 |
€ 602 |
€ 293 |
-19,51% |
Rioolheffing |
€ 106 |
€ 235 |
€ 562 |
€ 271 |
15,32% |
Hondenbelasting (eerste hond) |
€ 0 |
€ 26 |
€ 139 |
€ 93 |
257,69% |
Woonlasten (meerpersoonshuishouden) |
€ 680 |
€ 1.053 |
€ 2.117 |
€ 1.014 |
-3,70% |
Bron: Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) |
|||||
Woonlasten en de tarieven in de regio
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Woonlasten en de tarieven in de regioIn de Atlas van de lokale lasten wordt inzicht gegeven in de gemeentelijke woonlasten. Daarbij wordt het gemiddelde bedrag berekend dat een meerpersoonshuishouden op basis van de gemiddelde WOZ-waarde van een eigen woning in de betreffende gemeente betaalt aan OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. In de ons omringende gemeenten hebben de gemiddelde woonlasten voor meerpersoonshuishoudens zich als volgt ontwikkeld.
De woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in 2025 bedragen landelijk gemiddeld € 1.053. De woonlasten voor meerpersoonshuishoudens in Lansingerland liggen onder het landelijk gemiddelde en liggen lager dan in de omliggende gemeenten.
In onderstaande tabel ziet u de afwijking van de gemiddelde woonlasten per gemeente in onze regio:
Bedragen x € 1,- |
|||
|---|---|---|---|
Gemeenten |
2024 |
2025 |
Mutatie t.o.v. 2024 |
Lansingerland |
€ 963 |
€ 1.014 |
5,3% |
Pijnacker-Nootdorp |
€ 1.004 |
€ 1.050 |
4,6% |
Delft |
€ 1.128 |
€ 1.192 |
5,7% |
Zuidplas |
€ 1.043 |
€ 1.107 |
6,1% |
Zoetermeer |
€ 1.029 |
€ 1.050 |
2,0% |
De onderstaande tabel laat de OZB-aanslagen en woonlasten 2025 in de regio zien:
OZB-aanslag tov WOZ-waarde |
Gemiddelde WOZ-waarde (cijfers CBS) |
WOZ-waarde t.o.v. landelijk gemiddelde |
OZB-tarief |
Gemiddelde OZB aanslag |
OZB-aanslag t.o.v. landelijk gemiddelde |
Verhouding WOZ-waarde OZB-aanslag |
|---|---|---|---|---|---|---|
Lansingerland |
€ 505.000 |
127% |
0,0801% |
€ 404,51 |
110% |
0,87 |
Delft |
€ 352.000 |
88% |
0,0998% |
€ 351,30 |
96% |
1,08 |
Pijnacker-Nootdorp |
€ 526.000 |
132% |
0,0736% |
€ 387,14 |
105% |
0,80 |
Zoetermeer |
€ 375.000 |
94% |
0,1215% |
€ 455,63 |
124% |
1,31 |
Zuidplas |
€ 459.000 |
115% |
0,1010% |
€ 463,59 |
126% |
1,09 |
Nederland |
€ 398.000 |
100% |
0,0924% |
€ 367,75 |
100% |
1,00 |
Woonlasten tov WOZ-waarde |
Gemiddelde WOZ-waarde |
WOZ-waarde t.o.v. landelijk gemiddelde |
Gemiddelde woonlasten MPH |
MPH t.o.v. landelijk gemiddelde |
Verhouding WOZ-waarde woonlasten |
|
Lansingerland |
€ 505.000 |
127% |
€ 1.014 |
106% |
0,83 |
|
Delft |
€ 352.000 |
88% |
€ 1.192 |
124% |
1,40 |
|
Pijnacker-Nootdorp |
€ 526.000 |
132% |
€ 1.050 |
109% |
0,83 |
|
Zoetermeer |
€ 375.000 |
94% |
€ 1.050 |
109% |
1,16 |
|
Zuidplas |
€ 459.000 |
115% |
€ 1.107 |
115% |
1,00 |
|
Nederland |
€ 398.000 |
100% |
€ 960 |
100% |
1,00 |
Onroerende zaakbelasting (OZB)
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Onroerende zaakbelasting (OZB)De OZB bestaat uit een belasting voor de eigenaar van een opstal, waarbij verschil gemaakt wordt tussen woningen en niet-woningen. Lansingerland kent een tariefdifferentiatie voor woningen en niet-woningen. Tariefdifferentiatie tussen woningen en niet-woningen wordt in heel Nederland toegepast. De tarieven voor niet-woningen liggen hoger dan voor de woningen.
Tarieven Onroerende Zaakbelasting |
Tarief 2023 |
Tarief 2024 |
Tarief 2025 |
Mutatie t.o.v. 2024 |
|---|---|---|---|---|
Eigenaar (woning) |
0,0777% |
0,0783% |
0,0801% |
2,3% |
Eigenaar (niet-woning) |
0,5117% |
0,5522% |
0,6121% |
10,8% |
Opbrengsten onroerende zaakbelasting
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Opbrengsten onroerende zaakbelastingDe gerealiseerde OZB-opbrengsten in 2025 wijken af van de begroting:
- Bij de woningen is de opbrengst € 15.000 lager dan begroot.
- De gerealiseerde inkomsten van de OZB niet-woningen bedroeg € 14.689.000. Dit is € 368.000 hoger dan begroot. Dit verschil wordt veroorzaakt door een combinatie van een toename in de niet-woningen objecten (areaaluitbreiding) en een hogere marktwaardeontwikkeling dan de waardeontwikkeling waarvan was uitgegaan bij de begroting 2025.
Bedragen x € 1.000 |
|||||
|---|---|---|---|---|---|
Opbrengst OZB |
Realisatie 2024 |
Primitief 2025 |
Begroot 2025 |
Realisatie 2025 |
Afwijking 2024 |
Woningen (eigenaren) |
€ 9.904 |
€ 10.921 |
€ 10.423 |
€ 10.432 |
9 |
Niet-woningen (eigenaren) |
€ 12.153 |
€ 13.544 |
€ 14.321 |
€ 14.956 |
635 |
Totaal |
22.057 |
24.465 |
24.744 |
25.388 |
644 |
Waardering Onroerende zaken (WOZ)
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Waardering Onroerende zaken (WOZ)Uitvoering
SVHW te Klaaswaal voert per 1 januari 2013 de Wet WOZ en de heffing en inning van gemeentelijke belastingen uit voor onze gemeente.
Waarderingskamer
De Waarderingskamer (WAKA) heeft de uitvoering van de WOZ binnen het voorzieningengebied van SVHW beoordeeld als ‘goed’. Dit algemeen oordeel wordt afgegeven aan een organisatie die WOZ-taxaties van goede kwaliteit levert en daarnaast op alle onderdelen van het WOZ-werkproces voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen. Het SVHW heeft ook voldoende maatregelen getroffen voor adequate aansturing en kwaliteitsbeheersing van de werkzaamheden. Zie hiervoor ook de website van de Waarderingskamer: https://www.waarderingskamer.nl/gemeente/lansingerland
Bezwaarschriften
Het aantal ingediende bezwaarschriften is met 28% gedaald ten opzichte van 2024. Deze daling is het gevolg van de uitwerking van de in 1 januari 2024 door de Eerste Kamer in werking getreden wetsvoorstel herwaardering proceskostenvergoeding. Met invoering van deze wet zijn de procesvergoedingen naar beneden bijgesteld, met als gevolg dat het aantal ingediende bezwaren door no-cure-no-pay (ncnp) bureaus bij woningen sterk is gedaald. SVHW voert naast deze daling actief campagne om het aandeel bezwaarschriften dat via ncnp-bureaus binnenkomt te verkleinen. Communicatie speelt hierbij een belangrijke rol, onder andere door ervoor te zorgen dat bezwaar maken via de website van de SVHW heel eenvoudig is.
Aantallen bezwaarschriften WOZ |
2024 |
2025 |
Mutatie t.o.v. 2024 |
|---|---|---|---|
Ingediend: |
1.028 |
744 |
-27,6% |
Nog in behandeling |
21 |
4 |
-81,0% |
Waarvan afgehandeld: |
|||
Toegekend |
299 |
170 |
-43,1% |
Afgewezen en anderszins afgedaan |
708 |
570 |
-19,5% |
Baten en lasten afvalstoffenheffing en dekkingspercentage
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Baten en lasten afvalstoffenheffing en dekkingspercentageIn 2025 zijn de baten en de lasten in balans, waardoor we een kostendekkendheid van 99% realiseerden.
Bedragen x € 1.000 |
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Afvalinzameling |
Realisatie 2024 |
Begroot 2025 |
Realisatie 2025 |
Afwijking 2025 |
|||
Baten: afvalstoffenheffing |
6.838 |
€ 7.667 |
€ 7.712 |
45 |
|||
Baten: overige opbrengsten |
1.218 |
€ 903 |
€ 694 |
-209 |
|||
Lasten: directe kosten |
-6.567 |
-€ 6.730 |
-€ 6.778 |
-48 |
|||
Lasten: toerekening BTW |
-1.170 |
-€ 1.162 |
-€ 1.193 |
-31 |
|||
Lasten: toerekening overhead |
-180 |
-€ 521 |
-€ 306 |
215 |
|||
Lasten: kwijtschelding |
-207 |
-€ 195 |
-€ 205 |
-10 |
|||
Saldo |
-67 |
-€ 38 |
-€ 76 |
-38 |
|||
Dekkingspercentage |
99% |
100% |
99% |
||||
Baten en lasten rioolheffing en dekkingspercentage
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Baten en lasten rioolheffing en dekkingspercentageHet gerealiseerde saldo van € 345.000 is door middel van een onttrekking verrekend met de voorziening riolering.
Bedragen x € 1.000 |
||||
|---|---|---|---|---|
Rioolheffing |
Realisatie 2024 |
Begroot 2025 |
Realisatie 2025 |
Afwijking 2025 |
Baten: rioolheffing |
7.369 |
7.757 |
7.741 |
-16 |
Baten: overige opbrengsten |
33 |
17 |
82 |
65 |
Lasten: directe kosten |
-5.381 |
-6.673 |
-6.281 |
392 |
Lasten: toerekening BTW |
-670 |
-785 |
-838 |
-53 |
Lasten: toerekening overhead |
-691 |
-848 |
-848 |
0 |
Lasten: kwijtschelding |
-193 |
-175 |
-201 |
-26 |
Saldo |
467 |
-707 |
-345 |
362 |
Dekkingspercentage |
107% |
92% |
96% |
|
Kwijtscheldingen
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - KwijtscheldingenIn Lansingerland kan kwijtschelding worden verleend voor afvalstoffen- en rioolheffing, als een belastingschuldige (particulier) financieel niet in staat is om de belastingaanslag te betalen. Of een belastingschuldige in aanmerking komt voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding, wordt beoordeeld aan de hand van een inkomens- en vermogenstoets. Deze toets is gebaseerd op door het Rijk vastgestelde normen. De daarbij te hanteren kosten van bestaan (de zogenoemde betalingscapaciteit) worden vastgesteld op 100% van de bijstandsnorm.
Aan belastingschuldigen die op 31 december voorafgaand aan het belastingjaar een bijstandsuitkering ontvangen en in de twee voorafgaande jaren gehele kwijtschelding hebben ontvangen, wordt automatisch kwijtschelding verleend. De kosten voor kwijtschelding worden bij de afvalstoffenheffing en de rioolheffing meegenomen in de berekening van de kostendekking.
De werkelijke en geraamde lasten van de kwijtscheldingen staan in het onderstaand overzicht.
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen |
2024 |
2025 |
Mutatie t.o.v. 2024 |
|---|---|---|---|
Ingediende aanvragen |
936 |
1.075 |
14,9% |
Nog in behandeling |
0 |
0 |
0,0% |
Waarvan afgehandeld: |
|||
Toegekend (geheel of gedeeltelijk) |
706 |
764 |
8,2% |
Afgewezen |
230 |
311 |
35,2% |
Lasten kwijtscheldingen
Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Lasten kwijtscheldingenHet totaal aantal aanvragen tot kwijtschelding is in 2025 iets gestegen ten opzichte van 2024. De uitgaven aan kwijtscheldingen van de gemeentelijke belastingen en rechten geeft het volgende overzicht:
Bedragen x € 1.000 |
||||
|---|---|---|---|---|
Lasten kwijtschelding |
Realisatie 2024 |
Begroot 2025 |
Realisatie 2025 |
Afwijking 2025 |
Afvalstoffenheffing |
193 |
195 |
205 |
10 |
Rioolheffing |
207 |
175 |
201 |
26 |
Onroerende zaakbelasting |
0 |
8 |
7 |
-1 |
Totaal |
400 |
378 |
413 |
35 |
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Terug naar navigatie - - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersingInleiding
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - InleidingDe paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing beschrijft in hoeverre de gemeente Lansingerland in staat is om haar financiële risico’s op te vangen en welke methode gebruikt wordt voor het bepalen van het risicoprofiel. Tevens wordt uiteengezet hoe risicobeheersing geïntegreerd is in de bedrijfsvoering van de gemeente. Door risico’s te identificeren, kunnen passende maatregelen worden genomen om deze te beheersen. Hierbij is een evenwicht nodig tussen de benodigde middelen en het acceptabele risiconiveau voor de organisatie.
Daarnaast behandelt de paragraaf de toenemende behoefte aan transparantie over gemeentelijke inzichten en langetermijnperspectieven. Naast de verplichte financiële kengetallen volgens het BBV biedt de paragraaf een kwalitatieve duiding van niet-kwantificeerbare risico’s en ontwikkelingen. Frauderisico's worden besproken in de paragraaf Bedrijfsvoering.
De verplichte financiële kengetallen volgens het BBV worden opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen van de begroting en het jaarverslag om provinciale staten en de gemeenteraad inzicht te geven in de financiële positie.
Risicobeheersing in de gemeente Lansingerland
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Risicobeheersing in de gemeente LansingerlandDe nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen beschrijft hoe Lansingerland haar risico’s inventariseert, beheerst en verantwoordt. De nota geeft aan welke informatie in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing wordt opgenomen. Daarnaast is in het interne controleplan 2025 opgenomen dat in 2025 een risicoanalyse en een frauderisicoanalyse zou worden uitgevoerd. Overeenkomstig het plan is dit uitgevoerd (zie voor een samenvatting van de frauderisicoanalyse ook de paragraaf bedrijfsvoering). In deze jaarstukken (een document dat terugkijkt op het afgelopen jaar) ligt het accent vooral op het weerstandsvermogen en de risico’s op incidentele tegenvallers.
Lansingerland loopt haar grootste incidentele financiële risico’s bij de grondexploitaties. Deze risico’s houden verband met de hoge boekwaarde van gedane investeringen en marktomstandigheden. Het risico bestaat dat grond niet, later, of voor een lagere prijs wordt verkocht dan voorzien. Om dit risico te beheersen, moet de gemeente inspelen op marktontwikkelingen en haar onderscheidend vermogen als woon- of vestigingsplaats versterken. Dit is een speerpunt van het college. Om de boekwaarde niet verder te laten oplopen, is de gemeente terughoudend met nieuwe uitgaven en doet deze alleen als ze noodzakelijk zijn om inkomsten te genereren. Waar mogelijk benutten we schaalvoordelen door werkzaamheden te clusteren. Het jaar 2025 toont een daling van de geïnvesteerde bedragen in grondexploitaties, met meer inkomsten dan uitgaven. Voor verdere toelichting op de risico’s van grondexploitaties wordt verwezen naar de paragraaf Grondbeleid.
De grootste risico’s op structurele tegenvallers zijn te vinden in het sociaal domein en de hoogte van de Algemene Uitkering. De lasten in het sociaal domein (Wmo, Jeugd en Participatie) zijn in de Begroting 2026-2029 zo realistisch mogelijk geraamd op basis van inzichten medio 2025. Dit domein kent zogenoemde openeinderegelingen zonder een helder financiële plafonds, waardoor kosten snel kunnen stijgen. De hervormingsagenda van de Jeugdwet moet leiden tot een stabilisering van de lasten, los van de bevolkingsgroei. Deze uitgangspunten zijn verwerkt in de meerjarenraming. Het risico bestaat echter dat besparingen niet gerealiseerd worden en er structurele tegenvallers ontstaan. De paragraaf over structurele tegenvallers in de Begroting geeft hier verder cijfermatig inzicht in. De eerstvolgende actualisatie van deze risico’s op structurele tegenvallers in het meerjarenbeleid vindt zoals gebruikelijk plaats bij de Begroting 2027.
Continuïteit
Op basis van de door ons uitgevoerde risico-inventarisatie en het weerstandsratio van 4,8 (resp. 2,0 exclusief Enecoreserve) is het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lansingerland van mening dat de normale bedrijfsvoering financieel kan worden voortgezet. Zie voor de onderbouwing onderstaande toelichtingen.
Op basis van het beeld van onze meerjarenbegroting blijft het zorgpunt het structureel in evenwicht zijn van de baten en lasten, ook voor onze gemeente. Bij de komende begrotingen is het onverkort van belang om kritisch te blijven kijken naar wat wij lokaal kunnen doen en daarbij de nodige maatregelen te treffen om in de toekomst financieel solide te blijven.
Inventarisatie risico’s
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Inventarisatie risico’sOp basis van het risicoprofiel van de gemeente Lansingerland wordt bepaald hoeveel middelen nodig zijn om alle risico’s te kunnen opvangen. Hierbij maken we onderscheid tussen incidentele risico’s en structurele tegenvallers. Incidentele risico’s worden afgedekt door het beschikbare weerstandsvermogen, terwijl structurele risico’s voldoende flexibiliteit in de begroting vereisen.
De benodigde weerstandscapaciteit wordt berekend op basis van een risicosimulatie, waarbij een statistische benadering wordt gehanteerd. Deze benadering gaat ervan uit dat nooit alle risico’s zich tegelijkertijd en in maximale omvang zullen voordoen. Indien dit wel het geval zou zijn, bedraagt het maximale financiële gevolg van de in beeld gebrachte risico’s, exclusief de gevoeligheidsscenario’s voor grondexploitatie, € 32 miljoen.
Dit is als volgt te verdelen over de algemene dienst en de grondexploitaties:
• Algemene dienst: € 17 miljoen
• Grondexploitaties: € 16 miljoen
Top 10 risico’s gemeente Lansingerland
De top 10 aan risico’s zijn op basis van hun aandeel in het totaal benodigde weerstandsvermogen:
Bedragen x € 1.000 |
|||
|---|---|---|---|
Nr. |
Risico |
Kans |
Maximaal bedrag |
1 |
Ontwikkeling Wilderszijde o.b.v. bestemmingsplan |
N.v.t., zie toelichting |
28.515 |
2 |
Open-einde regelingen (Wmo, Jeugd- (lokaal) en Participatiewet) |
50% |
1.500 |
3 |
Planschade bestemmingsplan Groenzoom |
10% |
3.800 |
4 |
Aanspraak op borgstelling gemeente |
10% |
3.600 |
5 |
Ramp en schade aan gemeentehuis dat (deels) niet verzekerd is |
10% |
3.000 |
6 |
Kosten GRJR 2026 hoger dan voorlopige raming |
30% |
750 |
7 |
Extra kosten door risico op herverkaveling Ruimte voor Ruimte Groenzoom |
30% |
612 |
8 |
Rechten Ruimte-voor-Ruimte niet verhaalbaar |
30% |
476 |
9 |
Afdracht van vrije kavel Ruimte voor Ruimte Groenzoom vertraagd t.o.v. afdracht aan Provincie |
30% |
476 |
10 |
Woningtekort kwetsbare groepen |
50% |
250 |
Toelichting risico's
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Toelichting risico'sUit de voorgaande tabel blijkt dat onze grootste risico’s betrekking hebben op de grondexploitaties, waarvan Ruimte voor Ruimte Groenzoom en Wilderszijde de grootste invloed hebben. De genoemde bedragen zijn de mogelijke verdere verliezen op de grondexploitaties als de ontwikkelingen niet lopen zoals we nu inschatten op basis van de huidige marktomstandigheden. Naast bovenstaande incidentele effecten zijn er, als het risico zich voordoet, ook structurele effecten, omdat schulden niet of minder snel kunnen worden afgelost. Op basis van de huidige omslagrente grondexploitaties van 0,45% betekent elke € 10 miljoen verdere verliesname op de grondexploitatie een toename van de structurele rentelast op de begroting van € 45.000.
Ten opzichte van het laatste P&C-document (Begroting 2026) is een aantal risico’s uit de top 10 gemuteerd, waardoor risico’s die eerder buiten de top 10 vielen alsnog in de top 10 landen. Dit betreft veelal risico’s op de grondexploitatie Ruimte voor Ruimte Groenzoom.
Het grootste risicobedrag is gerelateerd aan de gebiedsontwikkeling Wilderszijde (risico nummer 1). Dit betreft het totale risicoprofiel voor Wilderszijde. Gezien de omvang van de ontwikkeling, de looptijd en de huidige economische omstandigheden is het risicobedrag fors. Eind 2021 stelde de gemeenteraad het bestemmingsplan vast en is het hele gebied een ‘actieve’ grondexploitatie geworden. Dit betekent dat we ook een specifieke risicoanalyse maken voor het gebied. De gebiedsspecifieke risico’s tellen op tot een benodigd risicobedrag van circa € 7,5 miljoen. Naast deze risico’s is het financiële resultaat van Wilderszijde ook afhankelijk van algemene ontwikkelingen, zoals de eventuele (snellere) stijging van kosten en ontwikkelingen van vrij op naam (VON)-prijzen. In dat kader zijn heel veel scenario’s mogelijk, zowel in positieve als negatieve zin. Voor het weerstandsvermogen is voor de jaarrekening 2025 een zwaarder weer scenario doorgerekend waarbij de kosten 2% per jaar sneller stijgen dan nu doorgerekend in de gebiedsexploitatie en de grondprijzen/woningprijzen 2% per jaar minder stijgen. Dit scenario levert een circa € 21 miljoen nadeliger resultaat op dan het resultaat op basis van de huidige uitgangspunten. In de herziening MPG 2026 wordt voor Wilderszijde een positief resultaat verwacht, maar onvoldoende buffer om in de grondexploitatie zelf alle risico’s op te vangen. Het bedrag dat benodigd is aan weerstandsvermogen is licht gedaald (van € 32,3 miljoen naar € 28,5 miljoen). Gezien het vroege stadium van het project is het ook wenselijk om nog steeds een robuuste ‘buffer’ aan te houden, wat we met € 28,5 miljoen doen. De abnormale marktomstandigheden van afgelopen jaren met stijgende prijzen en tekorten aan bouwmaterialen en arbeidskrachten maken dit ook zichtbaar. Als alternatieve (of toetsende) methode is via de methode van de Rekenkamer (zie ook de nota Weerstandsvermogen voor een nadere toelichting hierop) een berekening gemaakt. Uitgaande van 10% van de nog te realiseren kosten en 10% van de boekwaarde per 1/1/2026 is dan een weerstandsvermogen nodig van € 15,6 miljoen. Gezien de huidige marktomstandigheden en het feit dat we als gemeente een verfijndere methode hanteren stellen we voor in het benodigd weerstandsvermogen rekening te houden met ons ‘eigen’ berekende bedrag, dat veel hoger ligt dan de methode Rekenkamer.
Als gemeente hebben we te maken met diverse open-einde regelingen voor Wmo, Jeugdzorg en de Participatiewet. De gemeente is verplicht om de kosten te dekken voor alle aanvragen die binnenkomen, zonder dat er een vooraf vastgesteld maximumbedrag is. De kosten voor deze regelingen zijn in de begroting geraamd, maar de werkelijke kosten kunnen veel hoger uitvallen dan verwacht.
Risico’s verbonden partijen
De gemeente Lansingerland neemt deel in diverse gemeenschappelijke regelingen en verbonden partijen. In de paragraaf verbonden partijen van deze begroting is een overzicht hiervan opgenomen en is per partij ook inzicht gegeven in de risico’s bij de verbonden partij.
Binnen de gemeenschappelijke regeling Bleizo hebben er wijzigingen plaatsgevonden. Er is inmiddels een bestuursovereenkomst vastgesteld. Uit de conceptgrondexploitatie komt een positief resultaat met voldoende dekking voor mogelijke risico's binnen de GR. In 2026 wordt er gewerkt aan een geactualiseerd ontwikkelingsprogramma. Een goede inschatting van het risicoprofiel daarvoor is op dit moment nog niet te geven. In de bestuursovereenkomst tussen de gemeenten is gesteld dat een haalbare ontwikkeling randvoorwaardelijk is.
Effect van wereld- en rijksontwikkelingen op financiële risico’s gemeente
Door zowel de hogere financieringsrente als de oorlog in Oekraïne kunnen investeerders voorzichtiger worden c.q. investeren bedrijven minder. Dit kan gevolgen hebben voor de nog uit te geven bedrijventerreinen (minder opbrengst, latere opbrengst, etc.). Ook de energiecrisis en hoge inflatie zijn daarvan een gevolg. Gedeeltelijk compenseert het Rijk hiervoor. In zijn algemeenheid geldt dat de risico’s op dit moment wel kwalitatief zijn te duiden, maar nog zeer moeilijk kwantitatief. Deze eerste risicobeschouwing is daarom ook vooral kwalitatief van aard en geeft de grootste financiële risico’s weer die het college op dit moment ziet. De lijst is, in willekeurige volgorde, als volgt:
Sociaal domein
- Toename van het aantal bijstandsgerechtigden; als gevolg van stijging energiekosten, hoge inflatie, rentestijgingen en daarmee gepaard gaande onzekerheid krijgt de economie en daarmee de werkgelegenheid forse klappen. In eerste instantie vallen ‘ontslagen’ medewerkers terug op de WW. Afhankelijk van de duur van de WW valt een deel van deze personen uiteindelijk ook terug op de bijstand. Ons huidige bestand ligt rond de 600 bijstandsgerechtigden. Een stijging van dit aantal is een reëel risico, al is de werkeloosheid momenteel laag. We houden in de begrotingscijfers 2026-2029 rekening met een stijging op basis van inwonergroei. Risico is dat zich een nog negatiever scenario voordoet en de lasten sneller gaan stijgen. Het Rijk compenseert deze lasten (op termijn) mogelijk, maar uitgaande van de huidige systematiek voor financiering zal dat veelal met enige vertraging gaan (voordat de Rijksbijdrage omhoog gaat). Een stijging van bijstandsgerechtigden betekent ook dat de ambtelijke organisatie meer inzet zal moeten plegen op participatie en rechtmatigheid en dus (tijdelijk) meer formatie nodig heeft.
- Toename van het aantal schuldhulpverleningstrajecten; als gevolg van genoemde potentiële crises krijgt de economie en daarmee de werkgelegenheid forse klappen. Ondernemers en (ontslagen) werknemers kunnen in de financiële problemen komen en te maken krijgen met (toenemende) schulden. De gemeente is verantwoordelijk voor de schuldhulpverlening. Dus een toenemend beroep betekent meer werk en meer lasten voor de gemeente. Vanaf de Begroting 2020 is reeds rekening gehouden met een stijging van het budget voor formele en informele schulddienstverlening van 5% per jaar.
- Toename beroep op voorzieningen Wmo en Jeugdwet; Het is een reëel risico is dat meer mensen uit de doelgroepen ouderen (eenzaamheid) en jongeren (leerlingen/scholieren) in de problemen gaan komen en er extra hulp of ondersteuning nodig is. De gemeente is, als er geen vangnetten zijn in de eigen omgeving, verantwoordelijk voor deze hulp. Dit betekent een potentiële toename van de lasten in het sociaal domein voor de voorzieningen en ook extra formatie die hier voor nodig is.
Woningmarkt
Diverse partijen voorspellen zwaar(der) weer voor de woningmarkt. Op de korte termijn zijn de effecten nog beperkt, maar het valt niet uit te sluiten dat de economische teruggang doorsijpelt naar de woningmarkt. Naast het economische risico is door stikstofwetgeving en de oorlog in Oekraïne ook een risico dat productieketens voor grond- en hulpstoffen voor de bouw stilvallen. Risico voor de gemeente is dat projecten vertraging oplopen of stilvallen en inkomsten later of niet binnen komen. Denk hierbij aan inkomsten uit grondverkopen en bouwleges. Voor Wilderszijde houden we hier ook rekening mee bij het bepalen van het weerstandsvermogen (zie eerder deze paragraaf). Het college merkt wel op dat de impact van een terugval op de huizenmarkt in financiële zin waarschijnlijk minder impact op Lansingerland zal hebben dan in de vorige crisis. De grondposities van de gemeente zijn fors kleiner, de schuldenlast lager en de rente is ook lager dan destijds (en de gemeente beschikt over eigen vermogen in de vorm van de opbrengst Eneco). Risico is wel dat, als de risico’s zoals nu in beeld zijn zich voordoen, de algemene reserve kan dalen.
In 2023 zijn 132 flexwoningen van 3B Wonen opgeleverd aan de Sporthoeklaan, waarvan 150 plekken voor opvang ontheemde Oekraïners zijn bestemd en 74 voor huisvesting spoedzoekers. Met de huidige vergunning kunnen de woningen tot 2033 op deze locatie blijven staan. Daarna moet een tweede locatie voor nogmaals 10 jaar worden gevonden. Er is nog niet besloten op welke locatie de woningen dan zullen staan en wat dan de benodigde aanpassingen zijn van de nieuwe locatie. We zien dit als een risico dat nog niet te kwantificeren is in termen van kans en impact.
Netcongestie
Een belangrijk risico dat woningbouw, maar ook de ontwikkeling van maatschappelijke voorzieningen en bedrijven raakt, wordt gevormd door netcongestie. Het net raakt vol, wat betekent dat veel nieuwe aansluitingen voorlopig niet meer zullen kunnen plaatsvinden. Dit levert vertraging op bij ontwikkelingen en de noodzaak tot alternatieve energiebronnen. De exacte financiële impact is op dit moment nog niet in te schatten, maar de potentiële gevolgen van vertraging van woningbouw en andere ontwikkelingen hebben ook een bredere doorwerking op de gemeentelijke inkomsten, zoals de OZB en de uitkering uit het gemeentefonds. Ook kan de liquiditeitspositie van de gemeente onder druk komen te staan door het later realiseren van opbrengsten.
Gemeentefonds
De inkomsten van de gemeente komen voor zo’n 50% uit het gemeentefonds. Het Rijk is overgestapt van de ‘trap-op-trap-af’-systematiek naar de bbp-systematiek. Dit heeft nadelig uitgepakt voor gemeenten, aangezien het gemeentefonds gekort is. Door het crisismaatregelenpakket is de Staatsschuld opgelopen. Het risico c.q. de verwachting is dat dit op termijn Rijksbezuinigingen nodig maakt. Het ziet ernaar uit dat gemeenten niet gecompenseerd worden voor alle kosten die zij maken ten aanzien van de taken die het Rijk aan hen heeft toegewezen. Het coalitieakkoord van het onlangs geïnstalleerde kabinet biedt vooralsnog weinig zicht op aanvullende middelen.
Beschikbare weerstandscapaciteit
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Beschikbare weerstandscapaciteitDe beschikbare weerstandscapaciteit betreft de middelen die de gemeente heeft of ter beschikking kan krijgen om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Het uitgangspunt daarbij is dat structurele risico’s opgevangen moeten worden door structurele ‘weerstandscapaciteit’ en incidentele risico’s opgevangen worden door incidentele ‘weerstandscapaciteit’. Dit onderscheid is ook van belang met het oog op het ‘structureel evenwicht’ in de begroting en het toezicht van de provincie hierop.
Incidentele weerstandscapaciteit
De gemeente Lansingerland rekent met ingang van de Begroting 2024 naast de algemene reserve ook de bestemmingsreserve Enecogelden tot de incidentele weerstandscapaciteit. De overige reserves rekenen wij niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Dit zijn de bestemmingsreserves en de stille reserves. Bestemmingsreserves worden niet meegenomen, omdat hier al een bestemming aan is toegekend. Stille reserves (ontstaan wanneer de boekwaarde van de activa lager is dan de verkoopwaarde) worden niet meegenomen, omdat deze pas geïncasseerd kunnen worden als de activa verkocht wordt. Echter, als er expliciete besluiten worden genomen om stille reserves te gelde te maken, dan worden deze toegevoegd aan de weerstandscapaciteit.
Structurele weerstandscapaciteit
De structurele weerstandscapaciteit betreft de flexibiliteit die er in de begroting is. Dit betreft de mate waarin lasten verder zijn terug te brengen (door bezuinigingen), inkomsten te verhogen en de inzet van de post onvoorzien. Zodoende bestaat structurele weerstandscapaciteit uit:
• Onbenutte belastingcapaciteit;
• Post onvoorzien;
• Bezuinigingspotentieel lastenniveau tot wettelijke taken.
De onbenutte belastingcapaciteit is in theorie niet gemaximeerd. Er zijn geen maximum tarieven voor de OZB. Wel zijn er landelijk afspraken over de maximale jaarlijkse stijging van de OZB (macro-norm) en geldt voor het doen van een aanvraag tot artikel 12 dat de OZB boven de drempelpercentages ligt (gebaseerd op 120-122% van het landelijk gemiddelde OZB-percentage).
Vanaf de begroting 2024 is de post onvoorzien omlaag bijgesteld. Dit beperkt de mogelijkheid om onvoorziene risico’s op te vangen.
Ten behoeve van de Begroting 2026 is het bezuinigingspotentieel in beeld gebracht indien de gemeente alleen de wettelijke taken zou uitvoeren en op taken met een inspanningsverplichting het minimale zou doen. In dat geval zou de gemeente nog enkele miljoenen kunnen bezuinigen. Dit zou dan wel gepaard gaan met veel maatschappelijke onrust en de bezuinigingen zijn veelal niet direct in het eerstvolgende begrotingsjaar in te voeren. De flexibiliteit op dit punt is beperkt.
In de grondexploitaties en kredieten is meestal ook een post ‘onvoorzien’ opgenomen. Binnen de grondexploitaties en projecten zelf is dus ook enige mate van weerstandscapaciteit aanwezig, ter dekking van kleinere risico's. Bij het bepalen van het weerstandsvermogen op gemeenteniveau houden we geen rekening met deze posten ‘onvoorzien’.
Benodigde weerstandscapaciteit
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Benodigde weerstandscapaciteitDe omvang van alles risico’s is na identificatie ingeschat middels het benoemen van een kans en een gevolg (kwantificering). Op basis van de ingevoerde risico’s is de risicosimulatie in Naris uitgevoerd. Op basis van deze simulatie kan (met een zekerheidspercentage van 90%) gesteld worden dat alle risico’s kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 32,8 miljoen. De daling wordt met name veroorzaakt doordat er in de voortgang van de grondexploitaties of door het afronden ervan, een aantal risico's zijn vervallen.
De benodigde weerstandscapaciteit is als volgt te verdelen:
Algemene dienst € 2,9 miljoen
Grondexploitaties € 29,9 miljoen
De Rekenkamer Lansingerland gaat als ‘benchmark’ voor de risico’s op grondexploitaties uit van een benodigde weerstandscapaciteit van 10% van de boekwaarde van de grondexploitaties in exploitatie en 10% van de nog te realiseren kosten. Op basis van de jaarrekening 2025 en de onderliggende grondexploitaties is dan circa € 20,4 miljoen nodig voor de gemeentelijke grondexploitaties (inclusief Wilderszijde). Voor Bleizo circa € 9,8 miljoen. In totaal dus circa € 30,2 miljoen. Deze berekeningswijze van de Rekenkamer voor de grondexploitaties is sterk genormeerd en houdt geen rekening met de specifieke omstandigheden. Enige afwijking tussen deze berekening en de eigen berekening is dus logisch. De eigen berekening van circa € 29,9 miljoen is € 0,3 miljoen lager dan de € 30,2 miljoen op basis van de methode Rekenkamer. Dit is een beperkt verschil. Daarnaast kan een deel van het bedrag voor Bleizo van € 9,8 miljoen (o.b.v. de Rekenkamer) binnen de gemeenschappelijke regeling zelf opgevangen worden. Op basis hiervan is er geen reden het risicoprofiel van de gemeente bij te stellen voor de bepaling van het weerstandsvermogen.
Beoordeling weerstandsvermogen
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Beoordeling weerstandsvermogenDe beschikbare weerstandscapaciteit van Gemeente Lansingerland bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Het weerstandsvermogen geeft aan of de gemeente in staat is om financiële tegenvallers op te vangen zonder de noodzaak om direct te bezuinigen en/of de lokale lasten te verhogen. Bij het vaststellen van de begroting 2024 besloot uw Raad om de reserve Enecogelden voortaan onderdeel te laten zijn van de beschikbare weerstandscapaciteit (die dan bestaat uit het totaal van de algemene reserve en de reserve Enecogelden). Met een ratio weerstandsvermogen van 4,8 in 2025 (2024: 4,9) inclusief de reserve Enecogelden, respectievelijk 2,0 (2024: 2,3) exclusief de reserve Enecogelden, is Lansingerland hiertoe in staat. De ratio van 4,8 ligt daarmee eind 2025 ruim boven de bandbreedte van de door de raad gewenste marge 'ruim voldoende' (tussen de 1,4 en 2,0), waarbij de Raad streeft naar een ratio van 1,7. Opgemerkt wordt dat in de bepaling van de weerstandscapaciteit, conform de nota risicomanagement en weerstandsvermogen, nog geen rekening wordt gehouden met toekomstige positieve resultaten op de grondexploitatie. Op basis van de cijfers van het MPG 2026 verwachten we de komende jaren nog wel positieve resultaten die op moment van realisatie (bij de jaarstukken) in de algemene reserve worden gestort.
Bedragen x € 1.000 |
||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
Weerstandsvermogen |
Voorstel resultaatbestemming 2025 |
Reserves onderdeel weerstandsvermogen |
||||
Incl. Enecoreserve |
Excl. Enecoreserve |
|||||
Stand algemene reserve en Enecoreserve per 31 december 2025 voor resultaat 2025 |
151.843 |
58.257 |
||||
Weerstandsvermogen voor resultaatbestemming |
151.843 |
58.257 |
||||
Resultaatbestemming 2025: |
||||||
Contractenbank |
-123 |
|||||
Digitale duurzaamheid |
-116 |
|||||
Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer |
-75 |
|||||
Decentralisatie-uitkeringen en taakmutaties Decembercirculaire |
-230 |
|||||
Resultaat boekjaar |
7.251 |
7.251 |
||||
Subtotaal |
-544 |
7.251 |
7.251 |
|||
Totale weerstandscapaciteit ultimo 2025 |
158.551 |
64.964 |
||||
Benodigde weerstandscapaciteit |
32.797 |
32.797 |
||||
Ratio weerstandsvermogen |
4,8 |
2,0 |
||||
Prognose ontwikkeling weerstandsvermogen en (risico) Vennootschapsbelasting
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Prognose ontwikkeling weerstandsvermogen en (risico) VennootschapsbelastingIn de begroting 2026 is de meest recente prognose van de ontwikkeling van het weerstandsvermogen opgenomen met een ratio van 3,9 voor 2025. Ten opzichte van die prognose is de ratio eind 2025 met 4,8 in werkelijkheid beter, door zowel toename van de algemene reserve en een lager benodigd weerstandsvermogen. Het eerstvolgende moment voor actualisatie van de meerjarenprognose van het weerstandsvermogen is de begroting 2027.
De Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen bepaalt dat ook gemeenten vennootschapsbelasting moeten betalen over ondernemersactiviteiten. Hier vallen in beginsel ook de (actieve) grondexploitaties onder. Inmiddels zijn we als gemeente door de poort voor de Vpb. Daarmee is dit risico vervallen en is de Vpb opgenomen in de begroting.
Financiële kengetallen
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Financiële kengetallenDe netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.
Netto schuldquote
De netto schuldquote is hoger dan de verwachting bij de Begroting 2025, maar in lijn met de stand bij de Jaarstukken 2024. De schuldquote ligt onder de 90% en daarmee in de minst risicovolle categorie van de Provincie Zuid-Holland.
Bedragen x € 1.000 |
|||
|---|---|---|---|
Netto schuldquote |
Jaarrekening 2024 |
Begroting 2025 |
Jaarrekening 2025 |
A Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) |
61.124 |
40.311 |
71.943 |
B Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) |
28.745 |
27.000 |
40.673 |
C Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) |
23.470 |
15.000 |
24.081 |
D Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) |
375 |
376 |
376 |
E Uitzetting < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) |
36.175 |
19.500 |
52.521 |
F Liquide middelen (cf. art. 40 BBV) |
201 |
200 |
203 |
G Overlopende activa (cf. art. 49 BBV) |
11.182 |
3.000 |
11.014 |
H Totale baten |
220.528 |
218.675 |
245.520 |
Netto schuldquote ((A+B+C-D-E-F-G)/H) x 100% |
30% |
27% |
30% |
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Omdat er bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden te berekenen. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dat betekent voor de schuldenlast.
Gezien wij een beperkte hoeveelheid aan uitgezette gelden hebben wijkt dit kengetal af van de berekende schuldquote.
Bedragen x € 1.000 |
|||
|---|---|---|---|
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen |
Jaarrekening 2024 |
Begroting 2025 |
Jaarrekening 2025 |
A Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) |
61.124 |
40.311 |
71.943 |
B Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) |
28.745 |
27.000 |
40.673 |
C Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) |
23.470 |
15.000 |
24.081 |
D Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) |
5.895 |
994 |
6.633 |
E Uitzetting < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) |
36.175 |
19.500 |
52.521 |
F Liquide middelen (cf. art. 40 BBV) |
201 |
200 |
203 |
G Overlopende activa (cf. art. 49 BBV) |
11.182 |
3.000 |
11.014 |
H Totale baten |
220.528 |
218.675 |
245.520 |
Netto schuldquote ((A+B+C-D-E-F-G)/H) x 100% |
27% |
27% |
27% |
Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente.
Door de ontvangst van de Eneco-gelden in 2020 is ons vermogen toegenomen met ongeveer 137 miljoen. Dit leidt er ook toe dat onze solvabiliteit flink is gestegen en zeer positief is. In de afgelopen jaren zijn de ontvangen liquiditeiten met name ingezet om onze schuldpositie af te lossen en daarmee de rentelasten te verlagen. Hierdoor liet het balanstotaal een (forse) daling zien, terwijl de solvabiliteit verder toe is genomen.
De solvabiliteit is ten opzichte van 2024 ongeveer gelijk gebleven en in lijn met de Begroting 2025.
Bedragen x € 1.000 |
|||
|---|---|---|---|
Solvabiliteit |
Jaarrekening 2024 |
Begroting 2025 |
Jaarrekening 2025 |
A Eigen vermogen (cf. art. 42 BBV) |
249.038 |
223.255 |
254.860 |
B Balanstotaal |
400.975 |
345.441 |
423.973 |
Solvabiliteit (A/B) x 100% |
62% |
65% |
60% |
Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal geeft het structurele en reële evenwicht van de begroting weer. Thans wordt er onderscheid gemaakt tussen de structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaren voordoen. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen.
Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn.
De begroting 2025 was structureel sluitend. De jaarrekening 2025 laat een structureel overschot zien (2%). Dit komt vooral doordat op posten met een structureel karakter, zoals de Algemene Uitkering, incidentele voordelen zijn ontstaan. Voor de komende jaren is sprake van een begroot structureel tekort.
Bedragen x € 1.000 |
|||
|---|---|---|---|
Structurele exploitatieruimte |
Jaarrekening 2024 |
Begroting 2025 |
Jaarrekening 2025 |
A Totaal structurele lasten |
181.583 |
188.942 |
183.875 |
B Totaal structurele baten |
186.765 |
189.034 |
187.736 |
C Totaal structurele toevoegingen aan reserves |
0 |
0 |
0 |
D Totaal structurele onttrekkingen aan reserves |
1.899 |
3.607 |
1.630 |
E Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) excl. reservemutaties |
220.528 |
218.675 |
245.520 |
Structurele exploitatieruimte ((B-A)+D-C))/E |
3% |
2% |
2% |
Belastingdruk
De belastingcapaciteit van de gemeente geeft de belastingdruk voor een gezin bij een gemiddelde WOZ-waarde ten opzichte van het landelijk gemiddelde (t-1) weer. Een percentage hoger dan 100% geeft weer dat de belastingdruk van de gemeente hoger is dan het landelijk gemiddelde. Uit onderstaande overzichten blijkt dat onze belastingdruk in 2025 net iets hoger lag dan het landelijk gemiddelde van het jaar ervoor. Dit wordt met name veroorzaakt door de hoge WOZ-waarde van de woningen in onze gemeente.
Bedragen x € 1,- |
|||
|---|---|---|---|
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar ervoor |
Jaarrekening 2024 |
Begroting 2025 |
Jaarrekening 2025 |
A OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde |
431,19 |
417,98 |
449,36 |
B Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde |
263,22 |
282,77 |
271,00 |
C Afvalstoffenheffing voor een gezin |
269,06 |
300,00 |
293,00 |
D Eventuele heffingskorting |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
E Totale woonlasten gezin bij gemiddelde WOZ-waarde (A+B+C-D) |
963,47 |
1.000,75 |
1.013,36 |
F Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 |
944,00 |
944,00 |
994,00 |
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar ervoor (E/F) x 100% |
102% |
106% |
102% |
Grondexploitatie
Dit kengetal geeft een indicatie van risico's van de boekwaarde van de bouwgronden op de totale baten van de gemeente. De boekwaarde van de bouwgronden moet terugverdiend worden via de totale baten. Het betreft de verhouding tussen de boekwaarde van de bouwgronden en de totale baten. Een kengetal hoger dan 100% betekent dat de boekwaarde hoger is dan de totale baten in enig jaar. Dit betekent een verhoogd risico voor de gemeente.
De afgelopen jaren heeft Lansingerland veel geïnvesteerd in de grondexploitaties. Hierbij zijn de kosten voornamelijk voor de baten uitgelopen, waardoor wij een relatief hoge boekwaarde voor de grondexploitaties hebben. In deze begrotingsperiode worden de nog lopende projecten verder afgerond en dus ook verkocht. Hierdoor zien wij een dalende boekwaarde van de grondexploitaties, zoals te zien is ten opzichte van de jaarstukken 2024. Ten opzichte van de begroting 2025 is de boekwaarde echter hoger. Het kengetal valt qua signaalwaarde van de Provincie in de categorie 'neutraal'.
Bedragen x € 1.000 |
|||
|---|---|---|---|
Grondexploitatie |
Jaarrekening 2024 |
Begroting 2025 |
Jaarrekening 2025 |
A Bouwgronden in exploitatie (cf. art. 38 lid b BBV) |
86.365 |
57.010 |
67.203 |
B Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV) |
220.528 |
218.675 |
245.520 |
Grondexploitatie (A/C) x 100% |
39% |
26% |
27% |
Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie
Door de Provincie zijn een aantal signaleringswaarden geformuleerd voor de kengetallen. Samengevat ziet het beeld voor Lansingerland er op basis van de jaarrekening 2025 als volgt uit:
Categorie A: minst risicovol |
Categorie B: neutraal |
Categorie C: meest risicovol |
|
|---|---|---|---|
1. Netto schuldquote |
|||
a. zonder correctie doorgeleende gelden |
< 90% |
90-130% |
> 130% |
b. met correctie doorgeleende gelden |
< 90% |
90-130% |
> 130% |
2. Solvabiliteitsratio |
> 50% |
20-50% |
< 20% |
3. Grondexploitatie |
< 20% |
20-35% |
> 35% |
4. Structurele exploitatieruimte |
Begr > 0% |
Begr = 0% |
Begr < 0% |
5. Belastingcapaciteit |
< 95% |
95-105% |
> 105% |
Kengetal |
Jaarrekening 2024 |
Begroting 2025 |
Jaarrekening 2025 |
1. Netto schuldquote |
|||
a. zonder correctie doorgeleende gelden |
30% |
27% |
30% |
b. met correctie doorgeleende gelden |
27% |
27% |
27% |
2. Solvabiliteitsratio |
62% |
65% |
60% |
3. Grondexploitatie |
39% |
26% |
27% |
4. Structurele exploitatieruimte |
3% |
2% |
2% |
5. Belastingcapaciteit |
102% |
102% |
102% |
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen
Terug naar navigatie - - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederenAlgemeen
Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - AlgemeenKapitaalgoederen zijn eigendommen van de gemeente zoals wegen, riolering, bruggen, bomen en gebouwen die we duurzaam in stand houden.
Beheerplannen
Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - BeheerplannenHet beheer en onderhoud is gebaseerd op door de gemeenteraad vastgestelde Beheerplannen (T22.06297). In de Beheerplannen is opgenomen hoe het reguliere en periodieke onderhoud plaatsvindt. Voor alle Beheerplannen geldt dat het vastgestelde onderhoudsniveau minimaal B is. Randvoorwaarden daarbij zijn: het waarborgen van de veiligheid en het voorkomen van kapitaalvernietiging. In de centra en stationsgebieden onderhouden we op onderhoudsniveau A. De kapitaalgoederen kennen geen structurele onderhoudsachterstanden.
Het Integraal Beheerplan (IBP) Openbare ruimte vormt een belangrijk kader voor al onze beheer- en onderhoudsactiviteiten in de openbare ruimte. Voor riolering en gebouwen hebben we een apart onderhoudsplan. In onderstaande tabel is een overzicht van deze beheerplannen opgenomen.
Omschrijving Beheerplan |
Vastgesteld door de raad |
Frequentie Actualisatie |
Actualisatie |
Financiële vertaling in de begroting |
Achterstallig onderhoud |
Reserves en Voorzieningen |
|
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Integraal Beheerplan Openbare Ruimte 2024-2032 |
29 februari 2024 |
4 jaar |
2028 |
Ja |
Nee |
Reserve baggeren |
|
Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 |
26 november 2020 |
5 jaar |
2025 |
Ja |
Nee |
Voorziening Riolering |
|
Beheerplan Gebouwen 2024-2032 |
29 februari 2024 |
4 jaar |
2028 |
Ja |
Nee |
Reserve GO Gemeentelijke gebouwen |
|
Groen
Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - GroenHet beheer en onderhoud van Groen voerden we uit volgens het deelbeheerplan Groen dat onderdeel is van het IBP. De onderhoudswerkzaamheden vallen uiteen in klein onderhoud, groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. Voor het klein en groot onderhoud is voor elke woonkern een raamcontract afgesloten met een aannemer. Het groot onderhoud baseren we op de resultaten van jaarlijkse uitgevoerde schouwen die de technische kwaliteit van het groen in beeld brengen.
Het boomonderhoud voerden we uit na de boomveiligheidscontrole, waarmee we aan onze zorgplicht voldoen en ons bomenbestand veilig en vitaal houden. Bij vervanging van groen zetten we in op het verduurzamen van de groene buitenruimte. Meerdere keren per jaar monitorden we het onderhoudsniveau via schouwen. Hierdoor konden we bijsturen wanneer het onderhoud van het afgesproken onderhoudsniveau afwijkt.
Vanuit Groen hebben we in 2025 ingezet op klimaatadaptatie, biodiversiteit en participatie. In het door het Rijk vastgestelde Deltaplan Klimaatadaptatie en de Natuurherstelwet, worden gemeenten gevraagd passende maatregelen te nemen. De klimaatopgave heeft raakvlakken met onze doelstellingen op het gebied van biodiversiteit. Door de aanleg van meer groen en daarin specifieke keuzes te maken droegen we als gemeente bij aan een hogere biodiversiteit. Ons groenbeheer is zo vormgegeven dat het de biodiversiteit zoveel mogelijk ten goede komt.
Binnen de gemeente zijn er de afgelopen jaren meerdere zelfbeheerinitiatieven ontstaan waarbij de gemeente de inwoners de ruimte geeft, om een stuk gemeentelijk groen te adopteren. Zelfbeheer geeft inwoners de gelegenheid om de onderhoudskwaliteit van het groen te verhogen, boven op de kwaliteit die de gemeente kan leveren binnen het budget voor onderhoud. Naast de zelfbeheerprojecten laten we waar mogelijk ook bewoners participeren bij groot onderhoud en herinrichtingen.
Civiele Kunstwerken (water)
Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Civiele Kunstwerken (water)Het beheer en onderhoud van Civiele Kunstwerken voerden we uit volgens het deelbeheerplan Civiele Kunstwerken dat onderdeel uitmaakt van het IBP. Uitgangspunt voor Civiele Kunstwerken is minimaal onderhoudsniveau B, mits de veiligheid in het openbaar gebied niet in het geding komt en er geen kapitaalvernietiging plaatsvindt.
De belangrijkste beheerstrategie is het uitvoeren van onderhoud op basis van planmatige inspecties. Aan de hand van inspecties en kwaliteitsonderzoeken stellen wij de feitelijk uit te voeren onderhoudsmaatregelen en het onderhoudsprogramma op.
De maatregelen bestaan uit het uitvoeren van klein en groot onderhoud en het vervangen van kunstwerken. Hierbij streven wij naar een integrale aanpak. In het cyclisch onderhoud stemmen wij met de verschillende beheerdisciplines af om zoveel mogelijk in één werkgang de benodigde werkzaamheden uit te voeren in de openbare ruimte. Deze gezamenlijke aanpak zorgt voor minder kosten in de uitvoering en minder overlast voor de omgeving tijdens de uitvoering van werkzaamheden. Onderhoudswerkzaamheden voeren we zoveel mogelijk duurzaam uit. Bij het vervangen van kunstwerken passen we onderhoudsarme en duurzame materialen toe. Waar mogelijk vormen we beschoeiingen om naar natuurvriendelijke oevers om de waterkwaliteit te verbeteren.
Wegen
Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - WegenHet beheer en onderhoud van wegen voeren we uit volgens het deelbeheerplan Wegen dat onderdeel uitmaakt van het IBP. Uitgangspunt voor wegen is minimaal onderhoudsniveau B, mits de veiligheid in het openbaar gebied niet in het geding komt en er geen kapitaalvernietiging plaatsvindt.
De belangrijkste beheerstrategie is het uitvoeren van onderhoud op basis van tweejaarlijkse inspecties. Aan de hand van inspecties en kwaliteitsonderzoeken stellen wij de feitelijk uit te voeren onderhoudsmaatregelen en het onderhoudsprogramma op.
Bij het opstellen van het onderhoudsprogramma staat het effect op de levensduur van de verharding centraal in onderhoudskeuzes. Hierdoor zorgen we voor het economisch meest voordelige onderhoud. Hierbij streven wij naar een integrale aanpak met de verschillende beheerdisciplines, om zoveel mogelijk in één werkgang de benodigde werkzaamheden uit te kunnen voeren in de openbare ruimte. Deze gezamenlijke aanpak zorgt voor minder kosten in de uitvoering en minder overlast voor de omgeving tijdens de uitvoering van werkzaamheden. Onderhoudswerkzaamheden voeren we zoveel mogelijk duurzaam uit.
Riolering
Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - RioleringIn tegenstelling tot andere kapitaalgoederen, heeft Riolering geen beeldkwaliteitscriterium waaraan het moet voldoen. Voor Riolering geldt dat we aan de wettelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater moeten voldoen. De invulling hiervan is beschreven in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2021-2025 (I20.20965), dat door de gemeenteraad is vastgesteld. Het GRP is het huidige kader voor beheer- en onderhoudsactiviteiten voor het kapitaalgoed Riolering.
In het GRP zijn klimaatadaptatie en duurzaamheid belangrijke thema’s. Bij de voorbereiding van werkzaamheden nemen we maatregelen om eventuele toekomstige problemen - als gevolg van klimaatverandering - op te lossen en zo wateroverlast of droogteproblemen te voorkomen.
Om het beheer en onderhoud optimaal uit te voeren is meten, monitoren en op orde brengen en houden van gegevens noodzakelijk. In 2025 zijn de financiële kaders voor rioolbeheer vastgesteld door de Raad. Tevens is een nieuw assetbeheerplan opgesteld wat past binnen deze financiële kaders. Hiermee is de rioolzorg en de andere stedelijke watertaken voor de komende 5 jaar geborgd.
We hebben diverse strengen riolering gerelined om de levensduur te verlengen en investeren in de gemalen om deze optimaal te laten functioneren. Hiermee streven we naar het terugdringen van het aantal storingen van gemalen.
Gebouwen
Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - GebouwenDe vastgoedportefeuille van de gemeente bestaat uit een diverse verzameling gebouwen en terreinen die ieder een eigen functie, dynamiek en maatschappelijke waarde hebben. Om effectief te sturen op kwaliteit, kosten en inzetbaarheid, wordt de portefeuille onderverdeeld in vier hoofdsegmenten:
• Concernhuisvesting (gemeentehuis, gemeentewerf en GIS)
• Maatschappelijk Vastgoed (Sporthallen, zwembad, Kinderopvang, Jongerencentra ed.)
• Scholen
• Overig Vastgoed (strategische objecten, en commerciële verhuur etage gemeentekantoor)
De focus op de gemeentelijke portefeuille is op het maatschappelijk vastgoed en de scholen. Hier streven wij naar sociaal en financieel rendement. Uitgangspunt is dat er alleen sprake is van eigendom en/of exploitatie daar waar dat noodzakelijk is voor de uitoefening van een publieke taak. Deze objecten dragen bij aan brede maatschappelijke doelstellingen zoals leefbaarheid, gezondheid, educatie, ontmoeting en participatie.
De concernhuisvesting omvat het vastgoed dat de gemeente inzet voor zowel de interne bedrijfsvoering als de operationele uitvoering van gemeentelijke taken en dienstverlening aan inwoners.
Het overig vastgoed omvat objecten binnen de gemeentelijke portefeuille die niet persé voortkomen uit gemeentelijke kerntaken of wettelijke voorzieningen, maar die de gemeente om strategische, beleidsmatige, historische of financiële redenen in eigendom houdt.
Het dagelijks beheer en de exploitatie van een groot aantal objecten in onze portefeuille is belegd bij Optisport. Zij zijn in deze rol het eerste aanspreekpunt voor huurders en ontzorgen de gemeente hierbij in de publieke taak. Het groot onderhoud voert de gemeente uit, volgens het Beheerplan Gebouwen en het bijbehorende meerjarenonderhoudsplan. De kosten voor het groot onderhoud worden gedekt door de bestemmingsreserve Gebouwen.
Financieel overzicht kapitaalgoederen
Terug naar navigatie - Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen - Financieel overzicht kapitaalgoederenBeheerplan |
Begroot 2025 |
Realisatie 2025 |
|---|---|---|
Groen |
6.299.880 |
5.767.262 |
Civiele kunstwerken |
1.201.528 |
1.197.421 |
Wegen |
6.020.731 |
6.093.721 |
Riolering |
5.762.168 |
5.870.236 |
Gebouwen |
3.099.431 |
3.044.973 |
Water |
1.196.651 |
1.091.203 |
Totaal |
23.580.389 |
23.064.817 |
Paragraaf Financiering en treasury
Terug naar navigatie - - Paragraaf Financiering en treasuryInleiding
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering en treasury - InleidingDeze paragraaf beschrijft de uitvoering van de gemeentelijke financieringsfunctie (treasury). Het hoofddoel van deze functie is het tijdig beschikbaar hebben van voldoende financiële middelen om aan alle betalingsverplichtingen te kunnen voldoen.
De uitvoering van de treasuryfunctie vindt plaats binnen de geldende wet- en regelgeving. De belangrijkste externe kaders zijn:
• Wet Financiering Decentrale Overheden (FiDo)
• Regeling Uitzetting Derivaten Decentrale Overheden (Ruddo)
• Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof)
• Regeling schatkistbankieren decentrale overheden
• Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV)
• Gemeentewet (toezichthoudende rol Provincie)
• Financiële-verhoudingswet (toezichthoudende rol Provincie)
De belangrijkste interne regelgeving omvat:
• Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Gemeente Lansingerland 2025
• Besluit mandaat, volmacht en machtiging Lansingerland 2025
Binnen deze kaders wordt uitvoering gegeven aan het treasurybeleid van de gemeente Lansingerland. In deze paragraaf wordt hierover verantwoording afgelegd.
Treasurybeleid
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering en treasury - TreasurybeleidDe gemeente onderscheidt een viertal subdoelstellingen van de treasuryfunctie:
1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities.
2. Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals met name renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s.
3. Het streven, binnen de kaders van wet- en regelgeving en binnen de bepalingen van de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Gemeente Lansingerland 2025 naar een optimale financieringsstructuur en beheersing van de daarmee gemoeide kosten.
4. Het intern ondersteunen en adviseren met betrekking tot financieringsaspecten.
Om deze doelstellingen te realiseren richt de treasuryfunctie zich op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de huidige en toekomstige financiële inkomende en uitgaande geldstromen, financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Binnen de wettelijke kaders is het doel om tegen zo laag mogelijke kosten te financieren. Daarbij is het van belang om de financiële inkomende en uitgaande geldstromen adequaat te administreren en betrouwbare prognoses te hebben van toekomstige geldstromen. Onze liquiditeitsprognoses worden derhalve in beginsel op weekbasis geactualiseerd.
Risicobeheer
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering en treasury - RisicobeheerBij het risicobeheer staat het risicoprofiel van de gemeente ten aanzien van treasury centraal. De risico’s vallen in de volgende soorten uiteen:
- Renterisico’s op vaste en vlottende schuld (opgenomen geld);
- Kredietrisico's;
- Liquiditeitsrisico’s.
Het renterisico treedt op bij het aantrekken van geld. Wij beperken deze risico’s doordat wij wekelijks de renteontwikkeling monitoren. Met behulp van een in beginsel wekelijks geactualiseerde liquiditeitsprognose wordt de financieringsbehoefte nauwgezet gemonitord en worden eventuele liquiditeitstekorten tijdig gesignaleerd. Het risico dat op enig moment geen geld beschikbaar zou zijn, is volgens onze geldverstrekkers voor gemeenten verwaarloosbaar.
Renterisico’s op vaste en vlottende schuld (opgenomen geld)
Om een grens te stellen aan kortlopende financiering (rentetypische looptijd tot één jaar) is in de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) de kasgeldlimiet opgenomen. Het doel van deze limiet is te voorkomen dat schommelingen in de korte rente (schulden met een looptijd korter dan één jaar) direct een grote impact hebben op de rentelasten binnen het exploitatiejaar. Voor gemeenten bedraagt de kasgeldlimiet 8,5% van het begrotingstotaal. Voor 2025 is de kasgeldlimiet berekend op € 19,3 miljoen. In 2025 is deze limiet niet overschreden. In de tabel op de volgende pagina is de kasgeldlimiet voor 2025 per kwartaal gespecificeerd.
Renterisiconorm
In het kader van de Wet FiDo wordt jaarlijks de renterisiconorm vastgesteld. Het doel van het beheersen van de renterisiconorm is spreiding in de aflossing en/of renteherziening in de leningenportefeuille waardoor mogelijke renterisico’s worden beperkt. Door deze spreiding wordt voorkomen dat op een bepaald moment veel leningen op hetzelfde moment moeten worden afgelost of de rente herzien wordt waardoor sterk afwijkende marktrentes grote gevolgen hebben op de begrotingssaldi.
De renterisiconorm is wettelijk bepaald op 20% van de op 1 januari bestaande omvang van het begrotingstotaal. De hoogte van de renterisiconorm bedraagt voor 2025: € 45,5 miljoen. De aflossingen op vaste leningen bedroegen in 2025 € 12,8 miljoen. De renterisiconorm is in 2025 dus niet overschreden.
Kredietrisico's
Het kredietrisico is het risico op een waardedaling van een uitstaande vordering ten gevolge van het niet (tijdig) kunnen nakomen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit. De gemeente Lansingerland kent garantieleningen, garantstellingen en waarborgen.
Garantieleningen
De gemeente Lansingerland heeft een garantielening die in de jaren ’90 van de vorige eeuw is verstrekt aan de woningcorporatie 3B Wonen. Het betreft een lening waarbij de aflossingen en de rentebetalingen één op één worden doorgezet naar de corporatie, waarbij wij als garantsteller fungeren. Ultimo 2025 bedraagt deze lening € 622.000 (2024: € 647.000). Het betreft een annuïtaire lening die contractueel geheel is afgelost in 2043.
Garantstellingen en borgstellingen
De gemeente heeft aan verschillende partijen garantstellingen en waarborgen afgegeven. Een nadere toelichting hierop staat verderop in deze paragraaf.
Liquiditeitsrisico's
Het liquiditeitsrisico is het risico dat een gemeente over onvoldoende middelen beschikt om aan onze directe verplichtingen te voldoen. In onze liquiditeitsprognose wordt onze geldbehoefte gevolgd en tijdig afgedekt. Gezien de kredietwaardigheid van de overheden is, volgens onze geldverstrekkers, het risico verwaarloosbaar dat op enig moment geen geld beschikbaar zou zijn.
Bedragen x € 1.000 |
||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
Kasgeldlimiet 2025 |
Q1 |
Q2 |
Q3 |
Q4 |
||
Omvang begroting per 1 januari (grondslag) |
227.566 |
227.566 |
227.566 |
227.566 |
||
(1) Toegestane kasgeldlimiet |
||||||
Percentage |
8,5% |
8,5% |
8,5% |
8,5% |
||
Bedrag |
19.343 |
19.343 |
19.343 |
19.343 |
||
(2) Omvang vlottende korte schuld |
||||||
Opgenomen gelden < 1 jaar (kwartaalgemiddelde van maandultimo's) |
13.333 |
- |
- |
10.000 |
||
(3) Vlottende middelen (kwartaalgemiddelde van maandultimo's) |
||||||
Liquide middelen (kwartaalgemiddelde van maandultimo's) |
23.585 |
26.394 |
25.611 |
11.412 |
||
Toets kasgeldlimiet |
||||||
Totaal netto vlottende schuld (2) - (3) |
-10.252 |
-26.394 |
-25.611 |
-1.412 |
||
Toegestane kasgeldlimiet (1) |
19.343 |
19.343 |
19.343 |
19.343 |
||
Ruimte (+) / overschrijding (-) |
29.595 |
45.737 |
44.954 |
20.755 |
||
Renteschema
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering en treasury - RenteschemaIn de 'Notitie rente 2023' van de commissie BBV is een renteschema opgenomen. Met dit schema wordt inzicht gegeven in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Het schema voor Lansingerland is als volgt:
Bedragen x € 1.000 |
|
|---|---|
Schema rentetoerekening 2025 |
|
De externe rentelasten over de korte en lange financiering |
2.288 |
De externe rentebaten |
-674 |
Saldo externe rentelasten en rentebaten |
1.614 |
De rente die aan de facilitaire grondexploitaties (kostenverhaal) moet worden doorberekend |
0 |
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend |
0 |
De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend |
-22 |
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente |
-22 |
Saldo door te rekenen externe rente |
1.592 |
Rente over eigen vermogen |
0 |
Rente over voorzieningen (die gewaardeerd zijn op contante waarde) |
0 |
Totaal rentetoerekening intern |
0 |
De aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente (renteomslag) |
1.592 |
Boekwaarde vaste activa die integraal zijn gefinancierd per 1 januari 2025 |
352.770 |
Berekende omslagrentepercentage |
0,45% |
Gekozen renteomslagpercentage (Begroting 2025-2028) |
1,08% |
De werkelijk aan taakvelden (programma’s inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag) |
1.592 |
Renteresultaat op het taakveld treasury |
0 |
Rentelasten
De rentelasten voor 2025 bedragen € 2,3 miljoen voor alle langlopende en kortlopende leningen. De rentelasten met betrekking tot de leningen van de woningcorporatie ad € 22 duizend worden geheel doorbelast aan deze woningcorporatie.
Renteomslagpercentage
Conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) worden de rentelasten en rentebaten via de renteomslag systematiek toegerekend aan de taakvelden.
Voor 2025 bedraagt het gerealiseerde renteomslagpercentage 0,45%. Op basis van dit renteomslagpercentage zijn de rentelasten toegerekend aan de verschillende taakvelden. Dit wijkt af van het gekozen percentage bij de begroting, dat gesteld was op 1,08%. Omdat de rentetoerekening in de jaarrekening is herzien, zijn de werkelijke rentelasten aan de taakvelden toegerekend. Hierdoor resteert geen renteresultaat op het taakveld treasury.
De lagere renteomslag wordt primair veroorzaakt door een lagere gemiddelde financieringsbehoefte gedurende het jaar als gevolg van onderuitputting van het MIP en hogere gerealiseerde baten. Hierdoor zijn minder externe middelen aangetrokken en zijn hogere rentebaten op schatkistmiddelen gerealiseerd.
Het verschil tussen de percentages wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de volgende zaken:
- De begrote baten uit grondexploitaties bedroegen bij de primitieve begroting € 38,1 miljoen, terwijl € 44,8 miljoen is gerealiseerd. Door deze hogere kasontvangsten was de liquiditeitspositie ruimer en de financieringsbehoefte lager dan begroot, wat heeft geleid tot een lagere renteomslag.
- De onderuitputting van het Meerjarig Investeringsprogramma (MIP) heeft ertoe geleid dat minder investeringsuitgaven zijn gerealiseerd dan begroot (realisatie +/- 67%). Hierdoor was gedurende het jaar meer liquiditeit beschikbaar, waardoor rentelasten lager zijn uitgevallen en rentebaten (schatkist) hoger dan begroot.
- Doordat minder is geïnvesteerd dan begroot en hogere baten zijn gerealiseerd dan geraamd, zijn gedurende het jaar gemiddeld meer middelen aangehouden in de schatkist dan begroot. De gerealiseerde rentebaten op de in de schatkist aangehouden middelen bedragen € 674.000, waarvoor € 280.000 was begroot. Conform het BBV worden deze rentebaten in mindering gebracht op de rentelasten bij de bepaling van het werkelijke renteomslagpercentage. Hierdoor zijn de netto rentelasten lager uitgevallen dan bij de begroting werd voorzien.
- Bij de begroting is uitgegaan van een hoger rentepercentage voor nieuw aan te trekken financiering dan uiteindelijk is gerealiseerd. Hierdoor is het begrote renteomslagpercentage hoger vastgesteld dan het werkelijke omslagpercentage zoals hierboven berekend.
- Tot slot is de activa grondslag van € 353.000 hoger dan verwacht in de begroting 2025 (€322.000), waardoor de toe te rekenen rente over een hogere activa waarde wordt verdeeld en daardoor het werkelijke omslagrentepercentage lager uitvalt.
De afwijking tussen het begrote en gerealiseerde renteomslagpercentage leidt tot een andere toerekening van rentelasten tussen de financieringsfunctie en de taakvelden. Dit betreft een administratieve verschuiving en is daarmee budgetneutraal; het heeft geen effect op het jaarrekeningresultaat.
Financieringsbehoefte
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering en treasury - FinancieringsbehoefteDe gemeente voert activiteiten uit die meerjarig worden gefinancierd. Dit zijn de investeringen van de gemeente, zoals die blijken uit de staat van activa en de investeringen die zijn en worden gedaan in de grondexploitatie. Bij deze laatste worden eerst de kosten (zoals aankoop, bouw- en woonrijp maken) gemaakt, en later worden deze in beginsel terugverdiend door grondverkopen. Afhankelijk van de looptijd van een grondexploitatie liggen de gelden over een lange periode vast en is financiering nodig. Ter financiering kunnen ook leningen worden aangetrokken.
Leningenportefeuille
Per 1 januari 2026 bedraagt de huidige leningenportefeuille voor Lansingerland € 100,8 miljoen, waarvoor een gemiddeld gewogen aan de banken te betalen rentepercentage geldt van 2,64%. Gebaseerd op de afgesloten leningsovereenkomsten dienen komende jaren de volgende aflossingen (rente en aflossing van bestaande leningen) plaats te vinden (exclusief bedragen voor herfinanciering):
2026
Langlopende leningen: € 15,8 miljoen
Kasgeldlening: € 30 miljoen
2027
Langlopende leningen: € 15,8 miljoen
2028
Langlopende leningen: € 7,5 miljoen
Garantstellingen en borgstellingen
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering en treasury - Garantstellingen en borgstellingenDe gemeente heeft aan verschillende partijen garantstellingen en waarborgen afgegeven.
Er zijn achtervangovereenkomsten afgesloten met de stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en Stichting Waarborgfonds Sport (SWS). Deze borgstellingen hebben betrekking op het aantrekken van vaste langlopende leningen door woningstichtingen en sportverenigingen voor (her)financiering van al bestaande gewaarborgde geldleningen.
Aan particulieren zijn gemeentegaranties afgegeven onder de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW). Deze stichting is in 1995 verzelfstandigd onder de naam Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Er komen geen gemeentegaranties meer bij en het totale bedrag aan gewaarborgde geldleningen neemt af met de door particulieren gedane aflossingen.
Voor de WSW en SWS en de particuliere hypotheken is het gemeentelijk aandeel beperkt tot 50%.
De garantie inzake de hypotheken van personeel betreft een enkele hypotheeklening afgesloten bij het Hypotheekfonds voor Overheidspersoneel (HvO). Er worden geen nieuwe hypotheekgaranties voor overheidspersoneel meer afgegeven.
Tevens zijn aan diverse onderwijsinstellingen garantstellingen afgegeven voor schoolgebouwen. Hiervoor staat de gemeente 100% garant.
Per 31 december 2025 bedraagt het totaal van gewaarborgde geldleningen € 286,3 miljoen.
Bedragen x € 1.000 |
|||||
|---|---|---|---|---|---|
Waarborgsommen en
garantieleningen |
Primaire zekerheid |
Secundaire
zekerheid |
Tertiaire
zekerheid |
Restant
31-12-2024 |
Restant
31-12-2025 |
Garantiefonds WSW |
Woningbouwvereniging |
WSW |
Gemeente (50%) |
231.923 |
249.584 |
Garantiefonds SWS |
Sportvereniging |
SWS |
Gemeente (50%) |
411 |
390 |
Hypotheken particulieren |
Particulier |
WEW |
Gemeente (50%) |
202 |
103 |
Hypotheken personeel |
Personeel |
Gemeente (100%) |
- |
0 |
0 |
Onderwijsinstellingen |
Instelling |
Gemeente (100%) |
- |
37.244 |
35.539 |
Overige instellingen |
Instelling |
Gemeente (100%) |
- |
792 |
708 |
Eindtotaal |
270.572 |
286.324 |
|||
EMU saldo
Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering en treasury - EMU saldoHet EMU-saldo geldt binnen de Europese Unie als een indicator om de gezondheid van de overheidsfinanciën te kunnen bepalen. Als gevolg van Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (bbp). Aan dit maximale tekort van 3% hebben, naast de Rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel. Het EMU-saldo is het verschil van inkomsten en uitgaven en geeft aan of er sprake is van een overschot of tekort.
In het BBV (art. 20) is verplicht vastgesteld dat gemeenten het EMU-saldo dienen te verstrekken.
Het EMU-saldo wordt niet berekend op basis van baten en lasten, maar op basis van ontvangsten en uitgaven van de gemeente, berekend op transactiebasis in een bepaald jaar. Anders dan in het stelsel van baten en lasten drukken investeringsuitgaven en aan-en verkopen in het jaar waarin de transactie wordt gedaan volledig op het EMU-saldo. Er wordt geen rekening gehouden met afschrijvingen, noch met toevoegingen aan reserves en voorzieningen.
Het EMU-saldo van gemeente Lansingerland is negatief, wat betekent dat in EMU-termen de uitgaven groter zijn dan de inkomsten.
Bedragen x € 1.000 |
2025 |
|||||
|---|---|---|---|---|---|---|
Activa |
Financiële vaste activa |
Kapitaalverstrekkingen en leningen |
735 |
|||
Uitzettingen |
- |
|||||
Vlottende activa |
Uitzettingen |
16.347 |
||||
Liquide middelen |
2 |
|||||
Overlopende activa |
-9.848 |
|||||
Passiva |
Vaste Passiva |
Vaste schuld |
10.819 |
|||
Vlottende passiva |
Vlottende schuld |
11.927 |
||||
Overlopende passiva |
-9.074 |
|||||
EMU-SALDO referentiewaarde |
-6.162 |
|||||
EMU-SALDO |
-6.436 |
|||||
Paragraaf Bedrijfsvoering
Terug naar navigatie - - Paragraaf BedrijfsvoeringInleiding
Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - InleidingDe paragraaf bedrijfsvoering geeft volgens het BBV inzicht in de beleidsvoornemens en het gevoerde beleid op het gebied van de bedrijfsvoering. De term ‘bedrijfsvoering’ verwijst naar de ondersteunende processen om ambities te realiseren. Ondanks de verschillende aspecten binnen de bedrijfsvoering, is er een gezamenlijk doel: proactief werken, aantoonbaar en zichtbaar betrokken zijn bij de ontwikkelingen in Lansingerland en adviseren op basis van integrale afwegingen.
Per bedrijfsvoeringsonderdeel geven we inzicht in de ontwikkelingen het afgelopen jaar en de stappen die in 2025 zijn gezet.
Gerealiseerde bezuinigingsmaatregelen bedrijfsvoering 2025
Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Gerealiseerde bezuinigingsmaatregelen bedrijfsvoering 2025Bij de begroting voor 2025 is afgesproken dat de P&C producten volledig en alleen digitaal beschikbaar worden gesteld (ook voor de Raad). Dit is uitgevoerd, de documenten zijn niet meer gedrukt.
Personeel en Organisatie
Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Personeel en OrganisatieFormatie
De totale formatie per 31 december 2025 was 573,37 FTE (exclusief Griffie). Hiervan waren 490,77 FTE (exclusief Griffie) bezet door 577 (vaste) medewerkers. De vacatureruimte was hierdoor 82,60 FTE. Dit is een daling ten opzichte van 2024 (90,6 FTE). De vacatures waren per 31 december 2025 in werving, tijdelijk bezet door inhuur of al vervuld door afronding van een wervingsprocedure, maar ligt de in dienstdatum in de toekomst. De inhuurkosten zijn gedaald van € 18,8 miljoen (2024) naar € 16,6 miljoen (2025). Inhuur is niet alleen voor de vacatureruimte, maar er vindt ook inhuur plaats bovenop de formatie voor tijdelijke projecten MIP, gebiedsontwikkelingen en anterieure overeenkomsten. Inhuur vindt plaats binnen het raamwerk van de totale begroting.
Ten opzichte van 2024 is de formatie in 2025 toegenomen met 33,8 FTE. Deze groei volgt het principe capaciteit volgt beleid en overhead volgt uitvoering. De formatiegroei is hoofdzakelijk het gevolg van beleidsintensiveringen, nieuwe en verzwaarde wettelijke taken, strategische organisatieontwikkeling en het structureel versterken van de organisatie.
Waar is de organisatie gegroeid:
|
Domein/team |
Aantal FTE |
Reden |
|
Domein Ruimte & Economie |
+17,1 FTE |
In 2025 is het aantal teammanagers uitgebreid om de span-of-attention weer passend te maken (per team 25-30 personen) inclusief bijbehorende ondersteuning en een domeinsecretaris (+7 FTE), groeibudget beheerteams (+3,3 FTE), Omgevingswetclaim (+2,8 FTE) en omzetting van (structurele) inhuur naar vaste formatie (+4 FTE). |
|
Domein Samenleving |
+2,6 FTE |
Inzet formatie groeibudget en 1 FTE coördinator onderwijshuisvesting, deels gecompenseerd door interne verschuivingen en inlevering van 1 FTE Participatie. |
|
Domein Bedrijfsvoering |
+12,5 FTE |
Uitbreiding Juridische Zaken en Inkoop (contractbeheerder, inkoper bedrijfsvoering, klachten, bezwaren en Woo en privacy), O&HRM (HR business partner en salarisadministratie), ICT (servicedesk en tijdelijke formatie omgezet naar vast) en Bestuur & Communicatie (content redactie en adviseur participatie) en financiën (business controller). |
|
Concernstaf |
+1,5 FTE |
Adviseur informatiebeveiliging en VIC (de VIC is gerealiseerd door omzetting inhuur naar vaste formatie) |
|
Griffie |
+0,1 FTE |
Uitbreiding uren raadscommunicatie adviseur |
Cao 2025-2027
Bij de totstandkoming van de afspraken voor de cao Gemeenten 2025-2027 is bepaald dat de lonen op verschillende momenten verhoogd zullen worden. Over deze 2 jaar betreft het een loonafspraak van 6,7% en € 35 nominaal.
Werving en behoud
In 2025 hebben we voor 152 vacatures invulling gevonden, waarvan 31 interne doorstroom. In 2024 waren dat er 35. Er zijn 53 collega’s om wisselende redenen uitgestroomd.
Eind 2024 is een programma afgerond voor collega’s die de ambitie hebben op termijn door te groeien naar een leidinggevende functie. Nagenoeg alle deelnemers bezetten inmiddels een leidinggevende functie aan dit ontwikkelprogramma dat in oktober 2024 is afgerond. Eind 2025 is een tweede lichting van 13 deelnemers gestart met dit programma.
We hebben in 2025 4 stagiaires een plek kunnen bieden ten opzichte van 11 in 2024.
Bovendien zijn we in 2024 gestart met de opzet van een traineeprogramma, waarmee we jong talent voor onze organisatie werven. Voor een gemeente van onze grootte een heel mooie prestatie en uniek in de regio. Resultaat hiervan is dat op 6 januari 2025 11 trainees zijn gestart die de komende twee jaar aan onze organisatie zijn verbonden.
Onze arbeidsmarktcommunicatie is in 2025 verder geprofessionaliseerd. De werkenbij-website is vernieuwd en verrijkt met actuele content, nieuw beeldmateriaal en aanvullende video’s, waarmee de positionering als werkgever is versterkt.
Verzuim en vitaliteit
Na een lichte stijging van het ziekteverzuim naar 7,1% in 2024, zien we in 2025 een lichte daling naar gemiddeld 7,0%. Het lang (43 t/m 365 dagen) en het extra lang verzuim (langer dan 366 dagen) is daarbij wel licht toegenomen. Het extra lange verzuim is met 1,0% het sterkst gestegen. Dit kan mogelijk worden verklaard doordat langdurige verzuimdossiers zonder benutbare mogelijkheden door lopen en overgaan in extra lang verzuim. Daarnaast hebben achterstanden bij het UWV rondom WIA-aanvragen hier een negatief effect op.
Medewerkers ervaren hoge werkdruk. Mede door de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt en bijvoorbeeld het feit dat zij in hun privéleven worden geconfronteerd met verschillende uitdagingen, zoals de zorg voor een jong gezin of het verlenen van mantelzorg. Door blijvend in te zetten op preventie, vitaliteit en duurzame inzetbaarheid van onze medewerkers en door het invullen van openstaande vacatures, streven we naar een daling van het ziekteverzuim. Om dit te kunnen doen is het nodig dat teammanagers voldoende tijd en aandacht kunnen besteden aan de collega's in hun teams. Aandacht voor de mens, aandacht voor de professionele ontwikkeling en aandacht voor het sturen op resultaten en het realiseren van de maatschappelijke opgaven. Het domein Ruimte & Economie had veel teams waarbij de omvang van de teams te groot was om als teammanager goed leiding aan te geven. In 2025 is deze balans teruggebracht. Het aantal teammanagers in dit domein is uitgebreid zodat per team door een teammanager weer gemiddeld aan 25-30 personen leiding wordt gegeven.
Ook in 2025 zijn we doorgegaan met het digitale programma Fit in je werk. Dit jaar vier thema's, waarvan twee afgestemd op specifieke doelgroepen: vrouwen en medewerkers boven de 50 jaar, aangevuld met een aantal fysieke wandel en yoga workshops.
Verder hebben we ons Arbobeleid en Verzuimprotocol herijkt en is de Risico-Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) vastgesteld, inclusief het bijbehorende plan van aanpak, waar we in 2026 actief mee aan de slag gaan. Daarnaast krijgt duurzame inzetbaarheid in onze organisatie aandacht tijdens het Goede Gesprek dat minimaal één keer per jaar wordt gevoerd tussen leidinggevenden en hun medewerkers. Hier kan het gaan over ontwikkeling, samenwerken, doelen en hoe de medewerker bijdraagt aan de opgaven van de gemeente. Verder was er in een pulsemeting aandacht voor het onderwerp integriteit, met als doel het evalueren van het bestaande beleid. De uitkomsten zijn in de teams besproken en het beleid heeft hernieuwde aandacht gekregen.
In de tweede helft van 2025 zijn we gestart met de herijking van onze organisatievisie en hebben we vanuit O&HRM de domeinen Ruimte en Economie en Samenleving ondersteund bij hun doorontwikkeling.
Herijking Regeling IKB
In mei 2025 hebben het college van B&W en de werkgeverscommissie griffie ingestemd met de vaststelling van de herijkte Regeling IKB en in het verlengde daarvan de aanpassing van de Regeling vakantie en verlof. Naast actualisatie van het beleid bestond de wens om – in het kader van aantrekkelijk werkgeverschap én bijdragen aan vitaliteit- zoveel mogelijk budgetneutraal het aantal doelen te verruimen en de uit te ruilen bedragen bij bestaande doelen te actualiseren. Zo zijn het Fitness abonnement/Sport lidmaatschap en ABP Extra Pensioen als nieuwe doelen geïntroduceerd.
Nieuw e-HRM systeem en aanbesteding WGA-ERD-verzekering
Verder zijn we in 2025 noodgedwongen overgestapt naar een ander e-HRM systeem: AFAS, omdat de voorgaande leverancier niet meer voldeed aan de kwaliteitseisen. Daarnaast heeft een aanbesteding plaatsgevonden voor de WGA-ERD-verzekering die per 1 januari 2026 ingaat, zodat voor medewerkers die na langdurige ziekte uit dienst zijn gegaan en gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn passende ondersteuning en financiële dekking is geregeld.
Financiën en Planning & Control
Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Financiën en Planning & ControlVoor 2026 en verder staat de gemeente voor aanzienlijke financiële opgaven en zullen er nieuwe keuzes gemaakt moeten worden. De raad en het college hebben in 2025 een andere gezamenlijke aanpak gehanteerd in de route naar de begroting 2026. Een letterlijke invulling van ‘samen besturen’. Het eerste deel van het proces richting Begroting 2026-2029 kenmerkte zich door debat over de inhoud, via de kernvraag “Wat voor een gemeente willen we zijn?”. Het inhoudelijke gesprek ging daarbij over het wegen en prioriteren van ambities, die onder andere vastgelegd zijn in de Samenlevingsvisie en Omgevingsvisie. De raad heeft op 7 mei 2025 bij een bespreekstuk in de commissie Algemeen Bestuur (AB) en op 18 juni en 3 juli bij het bespreken van de Perspectiefnota 2026 het college inhoudelijke en financiële kaders en uitgangspunten meegegeven bij het opstellen van de begroting.
De uitgangspunten uit de perspectiefnota zijn met inachtneming van de nieuwe inzichten hoe Lansingerland er komende jaren financieel voorstaat, verwerkt in de Begroting 2026-2029. In de zomer, in aanloop naar het opstellen van de conceptbegroting, hebben gesprekken plaatsgevonden met diverse organisaties en ondernemers die mogelijk door de uitkomst van het begrotingsproces geraakt worden. Om de tekorten te dekken zijn daarom alle niet wettelijke taken in kaart gebracht zodat, college en raad keuzes kunnen maken om tot een structureel sluitende begroting voor 2026 te komen. De keuzes van het college zijn verwerkt in de aan de raad aangeboden Begroting 2026.
In 2025 is aan de raad een maatregelen overzicht beschikbaar gesteld met alle maatregelen die mogelijk zijn (niet wettelijke taken) zodat de raad nog andere keuzes kon maken en daarmee de begroting kan amenderen. Van dit overzicht is door de Raad gebruik gemaakt en zijn een aantal aanpassingen doorgevoerd in de door het college aangeboden begroting.
In 2025 zijn we ambtelijk blijven sturen om de voorspelbaarheid en betrouwbaarheid van de (financiële) resultaten te verbeteren. Zeker in de huidige financieel lastige omstandigheden is dit extra belangrijk. Naast de reguliere P&C-documenten (kaderbrief, begroting, zomerrapportage, slotwijziging en jaarstukken) hebben we in 2025 de periodieke ‘in control’-gesprekken met de teammanagers/domeindirecteuren gevoerd. Ook hebben we de financiële consequenties van ieder raadsvoorstel getoetst en hebben we actief liquiditeitsbeheer gevoerd, waarbij onze liquiditeitspositie continue aandacht kreeg.
Tevens is de verordening financieel beleid beheer en organisatie Lansingerland 2025 in 2025 geactualiseerd.
Audit en AO/IC
Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Audit en AO/ICIn de organisatie is een scheiding aangebracht tussen de beslissende en (financieel) beleid makende en beheersende rol enerzijds en de toetsende en controlerende rol anderzijds. De eerste rol is belegd bij de inhoudelijke teams en team Financiën. De tweede rol is belegd bij de Concernstaf.
Binnen gemeentelijke organisaties is deze onafhankelijke rol en positie in toenemende mate nodig. Zo eisen de AVG en de Wpg, zijnde de Wet Politiegegevens, (intern) onafhankelijk toezicht op het systeem van privacy borging in de organisatie. Deze onafhankelijke rol is ook nodig in het kader van ENSIA, vanaf 2026 voor NIS2 en op grond van de rechtmatigheidsverantwoording voor de kritische processen in de organisatie. Door de toetsende en controlerende rol bij Concernstaf te beleggen is de organisatie in staat om onafhankelijk controle en advisering op gebieden als interne controle, privacy en informatiebeveiliging uit te voeren. Deze toetsende en controlerende rol zit enerzijds in dagelijks werk, in de vorm van de toetsing van alle collegeadviezen en raadsvoorstellen. Anderzijds zit dit in een cyclus van ‘in control’ gesprekken op het niveau van teammanagers, directie en college. Het kunnen uitvoeren van deze onafhankelijke rol vraagt van de organisatie dat verantwoordelijkheden en eigenaarschap in kritische processen goed worden opgepakt.
In 2025 werkten wij voor het tweede jaar met accountant BDO die op basis van de interimcontrole heeft geconstateerd dat we als organisatie 'in control' zijn én dat we goede stappen zetten met de implementatie van het Three lines model waarin rollen en verantwoordelijkheden ten aanzien van kritische bedrijfsprocessen duidelijk zijn benoemd en belegd.
In 2025 hebben wij daarnaast het volgende gedaan:
- Uitvoeren van de (verbijzonderde) interne controle. Dit is een noodzakelijk instrument voor het in control zijn van onze organisatie en het doel is het vaststellen van de juistheid, volledigheid en de rechtmatigheid van de in de financiële administratie verantwoorde opbrengsten en uitgaven. Het college stelde een intern controleplan voor de interne controle 2025 vast en bood dit plan ter kennisname aan de BAC (en de accountant) aan. De (fraude-)risicoanalyse en het intern controleplan Sociaal Domein maken hier deel van uit. Hiermee boden we een gestructureerde basis voor de rechtmatigheidsverantwoording.
- In het controleplan prioriteerden we de financiële processen en maakten een planning voor de controles. We hebben de uitkomsten van de interne controle geanalyseerd en hebben daar waar nodig acties ondernomen. Zoals elk jaar had de naleving van de aanbestedingsregels daarbij extra onze aandacht. Vanwege de rechtmatigheidsverantwoording werden alle 257 dossiers boven aanbestedingsgrens gecontroleerd (2024: integrale controle 264 dossiers; 2023: integrale controle 198 dossiers, 2022: steekproef van 38 dossiers).
- Gezien de omvang van de lasten in het sociale domein (circa 30% van de gemeentebegroting) en de aard van de uitgaven stelden we voor het sociaal domein een specifiek controleplan op (dat wel integraal onderdeel vormt van het intern controleplan dat het college vaststelde). Om goed zicht te houden op de rechtmatigheid van de uitgaven in het sociaal domein controleren we het sociaal domein uitgebreider dan op basis van de eisen van de accountant voor de jaarrekening 2025 nodig zou zijn. De uitkomsten gebruikt de organisatie om processen te versterken.
- Er is op basis van het interne controleplan 2025 een rapportage door het college vastgesteld en aangeboden aan de BAC (maart 2026) als basis voor de toelichting op de rechtmatigheidsverantwoording die in deze paragraaf bedrijfsvoering is opgenomen.
In 2025 voerden we de Eenvoudige Normatiek Single Information audit (ENSIA) uit. De audit is tijdig uitgevoerd en vastgelegd in de ENSIA-tool van het Ministerie. De tool is de basis voor de verantwoording over informatiebeveiliging die het college, gelijktijdig met de jaarstukken, aflegt aan de raad. Voor de inhoudelijke uitkomsten van de ENSIA-audit verwijzen wij naar het onderdeel Informatieveiligheid en privacy.
Audits 2025
In 2025 is binnen de organisatie een inhuuraudit uitgevoerd. Deze audit had als doel om inzichtelijk te maken op welke onderdelen en voor welke werkzaamheden externe inhuur wordt ingezet. Op basis van de bevindingen uit de audit zijn organisatiebrede afspraken gemaakt over het inzetten van medewerkers op inhuurbasis. Hiermee is een belangrijke stap gezet in het versterken van de beheersing en transparantie van het inhuurproces. Hetgeen in 2025 een bijdrage heeft geleverd aan een vermindering van kosten op inhuur.
Doelmatigheid en doeltreffendheid
In 2025 is in lijn met paragraaf 3.8 Controleplan 2025 een doelmatigheidsonderzoek uitgevoerd. Hiermee wilden we onderzoeken of de uitvoering van de Samenlevingsvisie en de bijbehorende uitvoeringsplannen doelmatig en effectief is ingericht via onze subsidies en inkoopcontracten en of er mogelijk sprake is van dubbelingen. Daarnaast was de inzet om inzicht te krijgen in de eventuele langdurige betrokkenheid van functionarissen (accounthouders) bij het verlenen en toekennen van subsidies, dat naar aanleiding van een bevinding vanuit de Interimcontrole 2024.
Dit onderzoek is afgerond. De raad is geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek (I25.12183, U25.03588). De rekenkamer is overeenkomstig artikel 213A lid 3 geïnformeerd over het onderzoek (U25.03597).
Informatievoorziening en Automatisering
Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Informatievoorziening en AutomatiseringIn 2025 heeft de gemeente een visie op de Informatievoorziening opgesteld, de i-Visie Lansingerland. De i-Visie beschrijft dat digitalisering en nieuwe technologieën de gemeente kan ondersteunen in de dienstverlening van de gemeente. Uit het traject van de I-visie volgt een integrale uitvoeringsstrategie, de verder onderbouwing wat dit betekent voor de organisatie, systemen en technologie en wat de achterliggende uitvoeringsplanning voor de komende jaren is. In 2025 brachten we alle bouwstenen hiervoor in beeld. In 2026 ronden we de visie af en starten we met de uitvoering. Omdat de ontwikkelingen zo snel gaan is het ook noodzakelijk vooruitlopend op de visie een aantal technische trajecten op te pakken. Zo zorgen andere manieren van samenwerken in de organisatie en met de buitenwereld, andere vormen van communiceren, vergaderen en een toenemende behoefte aan informatieveiligheid ervoor dat we in 2026 en 2027 investeren in de digitale ambtelijke werkplek (Next Gen werkplek) en investeren in ICT-middelen en specifieke e-mailvoorzieningen voor de (nieuwe) gemeenteraad.
Informatiemanagement zorgt voor de vertaling van de informatiebehoeften (die uit de verschillende werk- en bedrijfsprocessen van een organisatie ontstaan) naar de informatievoorziening die deze processen optimaal ondersteunt. Daarnaast is er vigerende wetgeving die vereisen dat de gemeente voldoet aan richtlijnen en voorschriften met betrekking tot archivering, openbaarheid van informatie en digitalisering van onze dienstverlening. Voorbeelden zijn de archiefwet, Wet open overheid, Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer en Wet digitale overheid. Om te voldoen aan deze wetgeving, moet de gemeente beschikken over systemen, processen en procedures. Het is belangrijk om de komende jaren te blijven intensiveren op de kwaliteit van onze informatiehuishouding. Dit vraagt om investeringen in technologieën, infrastructuur en applicaties die het beheer – en het toegankelijke maken - van informatie vergemakkelijken. Als leidende inrichtingsprincipes hanteren we de principes vanuit GEMMA en Common Ground vanuit de VNG. Daarnaast worden de ontwikkelingen ingezet om de gemeente te voorzien van een moderne werkplek en bijbehorende infrastructuur.
Onderdeel van professionaliseren op het vlak van Informatievoorzienig is het verder implementeren van procesmanagement en het implementeren van datagericht werken. Procesmanagement richt zich op de interne beheersing en optimalisatie van de bedrijfsvoering van de organisatie. Focus op producten, diensten en informatie die zich als stromen door (en tussen) organisaties bewegen, zonder zich te bekommeren om traditionele organisatiestructuren. Hierdoor ontstaat een gestructureerde en consistente manier van werken, wat bijdraagt aan hogere kwaliteit, kortere doorlooptijd en mogelijk lagere kosten. Dit leidt vervolgens tot een hogere klanttevredenheid door een snellere en betere dienstverlening.
Datamanagement richt zich op het proces waarbij gegevens worden verzameld, opgeslagen, beheerd en geanalyseerd om bruikbare informatie te verkrijgen. Het stelt de medewerkers van de gemeente in staat beter te begrijpen wat er in de gemeente gebeurt en die inzichten om te zetten in effectief beleid of een betere bedrijfsvoering. In 2025 is enerzijds een visie op datagericht werken opgesteld en anderzijds een aanzet tot een organisatie breed databeleid. Dit laatste gaat over het gebruik van data. De digitale wereld draait op data die weer verwerkt worden door vele algoritmen. Wanneer die algoritmen zeer complex of zelflerend worden, gaan we ze vaak AI noemen. Data, algoritmen en AI zijn allemaal digitale gereedschappen. Ze zijn door mensen gemaakt met bepaalde doelen, om bepaalde waarden te realiseren. In de bestuurlijke context is het dus als eerste van belang om zicht te hebben op wie de gereedschappen ontwikkelen en gebruiken. Welke doelen hebben zij voor ogen, en kunnen zij uitleggen hoe de inzet van hun gereedschap die doelen gaat realiseren? Een tweede belangrijke vraag is hoe de inzet van data en algoritmen georganiseerd wordt. Gaat het bijvoorbeeld om het ondersteunen van ambtenaren in hun werk? Of worden menselijke beslissingen volledig geautomatiseerd? De organisatorische kant gaat dus minder om de technische werking van het gereedschap, maar over de context. Er moet aandacht zijn voor de processen waarbinnen ze worden ingezet, wie er verantwoordelijk is als er iets mis gaat, en waar burgers terecht kunnen met vragen.
GEO-informatievoorziening richt zich op (ruimtelijke) gegevens of informatie over geografische objecten, zogeheten GEO-informatie welke kan worden bekeken ('viewen'), opgeslagen, beheerd, bewerkt ('editen'), geanalyseerd, verrijkt, geïntegreerd en gepresenteerd. Binnen GEO-informatievoorziening beheren we een aantal van onze basisregistraties. Het op orde houden van de deze basisregistraties is een wettelijke taak. In de periode 2026-2027 zullen we verder gaan een aantal applicaties te vervangen om door inzet van nieuwe technologische ontwikkelingen het werkveld zijn sterke kanten verder door te kunnen laten ontwikkelen en nog meer toegevoegde maatschappelijke en economische waarde te kunnen leveren. Hiertoe zal het huidige GEO-applicatielandschap vanaf 2026 worden getransformeerd naar een toekomstig landschap.
Informatiebeheer richt op de gehele levensloop van informatie. Veel informatie doorloopt verschillende stadia met een bijbehorende status en betekenis. Veelal zijn werkprocessen de bron. Daarbij is het beheren gericht op het in stand, beschikbaar, toegankelijk, leesbaar en bruikbaar houden van informatie. Op het gebied van informatiebeheer is de verwachting dat er de komende jaren een grote verandering zal gaan plaatsvinden. Dit valt onder de noemer Archive By Design. Archiving by design betekent het ontwerpen van informatiesystemen die het werkproces zodanig ondersteunen dat vanaf het begin rekening wordt gehouden met de toegankelijkheid van die informatie op de lange termijn. Deze geïntegreerde benadering van archivering helpt de kloof te overbruggen die vaak bestaat tussen het werkproces en het archiveringsproces. Hiertoe gaan we, in lijn met de i-Visie een transitieplan 2026-2031 opstellen voor de implementatie van Archive By Design binnen de organisatie. Er zijn daarnaast vanaf 2025 vervolgstappen gemaakt met het bewerken van archieven van rechtsvoorgangers ten behoeve van overbrenging naar de archiefbewaarplaats, hier is ook incidenteel budget voor beschikbaar gesteld. We gaan hier in 2026 mee verder en onderzoeken ook op welke wijze (en tegen welke kosten) we kunnen aansluiten op een e-depot om te kunnen voldoen aan de permanente bewaarplicht voor een deel van ons digitale archief.
Onverminderde aandacht moet uit blijven gaan naar het verbeteren van de digitale dienstverlening. Dit doen we door te investeren in de ontwikkeling van applicaties die inwoners en bedrijven in staat stellen om gemakkelijk toegang te krijgen tot de informatie en diensten die ze nodig hebben. De mogelijkheid om per post met de overheid te communiceren blijft; de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geeft burgers en bedrijven de keuze tussen de papieren of de digitale weg. Hierbij is het van belang om ook te zorgen voor goede beveiliging van gegevens en privacy, zodat inwoners en bedrijven vertrouwen hebben en houden in onze digitale dienstverlening.
Juridische zaken
Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Juridische zakenHet jaar 2025 was een jaar waarin team Juridische Zaken & Inkoop (JZ&I) vrij stabiel was qua uitstroom van medewerkers. De formatie nam toe als gevolg van besluiten over het centraliseren van contractenbeheer (raadsbesluit contractenbank - BR2500020), een inkoper voor het domein Bedrijfsvoering en uitbreiding bij klachten en bezwaren. Er is daardoor meer tijd geweest om aandacht te besteden aan juridische kwaliteitszorg. We zien een toename in het aantal vragen dat aan JZ&I wordt gesteld. Dit betreft vooral adviesvragen uit de breedte van de ambtelijke organisatie (vragen over mandaat, geheimhouding, formuleren van besluiten etc.). De toename konden we opvangen. Ook hebben we het afgelopen jaar meerdere kennisbijeenkomsten voor alle juristen in de organisatie georganiseerd. Het aantal klachten, bezwaren, inzageverzoeken en aansprakelijkstellingen is opnieuw gestegen, dit komt door de groei van de gemeente en de toegenomen ‘mondigheid’ in de maatschappij. Afgelopen jaar lag opnieuw de nadruk op privacy. In het privacy beleid is door de raad vastgesteld dat we moeten toegroeien naar volwassenheidsniveau 3. Ook in 2025 hebben we daar verder aan gebouwd. Na 12 jaar hebben we in 2025 ook het Protocol Geheimhouding herzien en we hebben een grote opschoonactie gehouden voor lokale regelingen die ingetrokken konden worden. Een trainee heeft dit opgepakt en we hebben geborgd dat we nu blijven werken met een overzicht van actuele regelingen. In de Woo-paragraaf kunt u verder lezen hoe we steeds verder komen met de actieve openbaarmaking. Daarmee voldoen we aan onze wettelijke verplichting en we openbaren ook al enkele categorieën waar die verplichting nog niet voor geldt.
Dienstverlening
Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - DienstverleningIn het afgelopen jaar is onze dienstverlening verder versterkt en verbeterd. Daarbij stond het toegankelijk, begrijpelijk en betrouwbaar bedienen van al onze inwoners en ondernemers centraal. We hebben onze dienstverlening verder ontwikkeld op basis van de behoeften van de gebruikers. In onze dienstverlening draait het om eenvoud, duidelijkheid en tijdigheid.
Inclusieve dienstverlening vormt hierbij een belangrijk uitgangspunt. We zetten ons voortdurend in om onze diensten toegankelijk te maken voor iedereen, ongeacht achtergrond, digitale vaardigheden of eventuele beperkingen. Dit doen we door te werken met helder en meer persoonlijk taalgebruik. Ook investeren we in het digitaal toegankelijk maken van onze websites en apps. Waar nodig bieden we passende ondersteuning en helpen we mensen op weg bij hun hulpvraag.
Persoonlijk contact is en blijft belangrijk. Onze vernieuwde centrale hal met moderne, toegankelijke publieksbalies en spreekkamers is meer dan een plek waar we dienstverlening bieden. Het is de ontmoetingsplek waar inwoners, ondernemers en medewerkers met elkaar mooie gesprekken kunnen voeren en waar nieuwe initiatieven ontstaan.
Door processen te verbeteren, medewerkers te trainen en feedback van inwoners en ondernemers actief te benutten, werken we continu aan optimaliseren van onze dienstverlening. Hiermee dragen we bij aan een toegankelijke, betrouwbare en inclusieve overheid.
Inkoop
Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - InkoopOp het gebied van inkoop hebben we als hoofddoelstellingen: blijven voldoen aan de rechtmatigheidseisen, inkopen tegen de meest optimale (integrale) prijs-kwaliteitverhouding en het optimaal functioneren van de inkoopfunctie in de organisatie. Het cluster Inkoop ondersteunt de vakteams met advisering, (contract)modellen, informatie over inkoopdiagnoses en waar nodig juridische geschillen. Daarnaast is het cluster Inkoop verantwoordelijk voor het centraal actueel houden van het inkoop- en aanbestedingsbeleid, Algemene inkoopvoorwaarden, modeldocumenten en het opstellen en publiceren van de jaarlijkse inkoop- en aanbestedingskalender. We signaleren dat deze groeit, mede door de aandacht die er is gekomen voor rechtmatig inkopen en aanbesteden.
In 2024 zijn we gestart met het project om een centrale contractenbank in te gaan richten, waarbij ook het proces van inkopen en contractmanagement wordt meegenomen. Dit project loopt door tot in 2026. Doel is voor alle inkopen en aanbestedingen te voldoen aan de rechtmatigheidseisen en hierover ook verantwoording te kunnen afleggen en te zorgen voor een goede basis voor contractmanagement waardoor we beter gaan sturen op kwaliteit en beleidsdoelen van door externe partijen geleverde diensten en producten. De gemeenteraad heeft voor dit project in 2025 incidenteel geld beschikbaar gesteld. Dit budget is in 2025 niet volledig besteed en het project loopt door in 2026. Het voorstel is dus om dit geld over te hevelen van 2025 naar 2026.
Communicatie
Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - CommunicatieCluster Communicatie faciliteert en adviseert bestuur en organisatie bij de communicatie over beleid, uitvoering en dienstverlening. In 2025 stond communicatie in het teken van het versterken van vertrouwen, het beter aansluiten op de samenleving en het verder professionaliseren van de organisatie.
Duidelijke en toegankelijke communicatie
Gemeente Lansingerland wil inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties goed informeren en betrekken. In 2025 is ingezet op duidelijke, tijdige en toegankelijke communicatie, afgestemd op signalen en behoeften uit de samenleving. Door monitoring van sociale media, webcare en contact met stakeholders is inzicht verkregen in wat er leeft onder inwoners en andere doelgroepen. Deze inzichten zijn benut om communicatie beter aan te laten sluiten op vragen en zorgen. De wekelijkse digitale nieuwsbrief voor inwoners en ondernemers is voortgezet en blijft een belangrijk middel om actuele informatie breed te delen.
Contentstrategie en online communicatie
Op basis van onderzoek naar de effectiviteit van de gemeentelijke onlinekanalen is in 2025 een contentstrategie ontwikkeld en succesvol uitgevoerd. Dit leidde tot meer samenhang, herkenbaarheid en kwaliteit in de online communicatie. Door gerichte inzet van sociale media en webcare nam het bereik en de interactie toe en groeide het aantal volgers. Om deze werkwijze te borgen, is in 2025 een vaste formatie voor de contentredactie ingericht.
Participatie en dialoog
Communicatie leverde in 2025 een actieve bijdrage aan diverse participatietrajecten, met als doel inwoners en stakeholders tijdig te informeren, verwachtingen te verduidelijken en dialoog te stimuleren. Belangrijke trajecten waren onder meer de participatie rond de omgevingsvisie en de locatiekeuze voor asielopvang. Daarbij is ingezet op transparante en zorgvuldige communicatie, ook bij gevoelige of complexe onderwerpen.
Burgerpanel 2025
Eind 2025 telde het burgerpanel 2.079 leden. In 2025 zijn vier peilingen uitgevoerd:
- Burgemeestersprofiel
- Begroting Lansingerland
- Warmteprogramma
- Waardering leefomgeving
Bestuurlijke ontwikkelingen
In 2025 kreeg Lansingerland een nieuwe burgemeester. Communicatie ondersteunde deze bestuurlijke wisseling met heldere en toegankelijke communicatie richting inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners, met aandacht voor zichtbaarheid en kennismaking.
Interne communicatie en professionalisering
Er is een impuls gegeven aan de interne communicatie door het organiseren van kwartaalbijeenkomsten voor medewerkers, gericht op informatievoorziening, verbinding en betrokkenheid. Daarnaast zijn medewerkers ondersteund met trainingen, praktische tools en richtlijnen, zoals trainingen helder schrijven en een communicatietoolkit. Ontwikkelingen binnen het communicatievak zijn gevolgd en waar mogelijk vertaald naar de praktijk.
Informatieveiligheid en Privacy
Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Informatieveiligheid en PrivacyEr is een sterke samenhang tussen informatiebeveiliging en privacy, het waarborgen van privacy is immers afhankelijk van informatieveiligheid. In de dagelijkse werkzaamheden trekken informatiebeveiliging en privacy dan ook samen op.
Privacy
Privacy is een continu proces binnen de gehele organisatie, waarbij samen met informatiebeveiliging in 2025 is gewerkt aan bewustzijnsvergroting van de medewerkers via bijvoorbeeld clean desk rondes, bewustwording mailcampagne en rapportages ten behoeve van in control gesprekken. Om de privacy van de inwoners en medewerkers te waarborgen en te voldoen aan de relevante wet- en regelgeving is er continu ‘werk aan de winkel’. Ook in 2025 waren diverse beleidsvelden in ontwikkeling, waarmee ook nieuwe gegevensverwerkingen zijn gestart. Binnen die nieuwe gegevensverwerkingen is er gekeken naar eventuele privacyrisico’s. Waar nodig zijn maatregelen getroffen om de privacy in voldoende mate te waarborgen.
De gemeente heeft, als werkgever van bijzondere opsporingsambtenaren (BOA’s), de verplichting (conform de Wet politiegegevens) elk jaar een interne audit uit te voeren. Daarnaast moet iedere 4 jaar een externe audit uitgevoerd worden, waarvan de resultaten gedeeld moeten worden met de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Binnen deze Wpg-audits wordt gekeken naar de organisatie, maatregelen en procedures met betrekking tot het verwerken van politiegegevens. In 2025 is er opnieuw een audit opgeleverd, deze laat een goede verbetering zien ten opzichte van 2024 en toch blijft er ook voor aankomende jaren werk aan de winkel. Uitvloeisel van deze audit is dat er in 2025 ook een uitvoeringskader voor de WPG is opgeleverd.
In 2025 is er geïnvesteerd in het uitvoeren van DPIA’s om zo de risico’s voor privacy inzichtelijk te maken en indien mogelijk mitigerende maatregelen te nemen. Er werd meer inzicht verschaft in de gegevensverwerkingen door een update van het verwerkingsregister, hetgeen zijn doorloop heeft in het jaar 2026.
Het jaar 2025 was een jaar waarin veel personele wisselingen plaatsvonden. De prioriteit werd gegeven aan het waarborgen van de doorlopende werkzaamheden, zoals het oppakken van datalekken en deze waar nodig melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Daarnaast werd er prioriteit gegeven aan het afhandelen van verzoeken met betrekking tot rechten van betrokkenen (art. 15 e.v. AVG), hieronder vallen bijvoorbeeld verzoeken tot inzage van persoonsgegevens. Er werden meerdere adviezen uitgebracht ten aanzien van het uitvoeren van DPIA's. Een aantal DPIA's werden door de proceseigenaren uitbesteed, ook werd er door proceseigenaren voor gekozen meerdere DPIA’s (nog) niet uit te voeren. Ten aanzien van de duurzame inrichting van privacy binnen de gemeente werd in 2025 een benchmark uitgevoerd. Dit heeft er in geresulteerd dat we veel meer zijn gaan werken volgens de PDCA-cyclus binnen privacy. Ook heeft privacy een duidelijke plek gekregen binnen de I-visie. Er werd geadviseerd ten aanzien van diverse vragen die binnen de vakafdelingen spelen. Er werd geadviseerd over het afsluiten van verwerkersovereenkomsten en het waarborgen van de privacy gedurende aanbestedingstrajecten en de implementatie van nieuwe systemen en gegevensverwerkingen.
Fraudepreventiebeleid
Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - FraudepreventiebeleidJaarlijks maakt de concerncontroller een frauderisicoanalyse. Het doel hiervan is om frauderisico’s in kaart te brengen en na te gaan welke maatregelen het college en de organisatie moeten nemen om deze risico’s te beheersen en/of terug te brengen naar een (financieel) aanvaardbaar niveau. Het uitvoeren van deze analyse heeft een fundamentele rol bij het ontwikkelen, implementeren en borgen van de interne beheersingsmaatregelen. Ook zorgt de frauderisicoanalyse er voor dat zwakke plekken in de processen in kaart worden gebracht en bewustzijn wordt gecreëerd.
In het controleplan 2025 is opgenomen dat we de frauderisicoanalyse uitvoeren en conform dit plan hebben we dat gedaan. Uit de analyse blijkt dat het management zich bewust is van de frauderisico’s en dat ze beheerst worden. De gemeente beschikt over spelregels op het gebied van integriteit, heeft voorzieningen getroffen om vraagstukken bespreekbaar te maken waar dat nodig is en er zijn mogelijkheden om (anoniem) meldingen te doen. Er zijn in 2025 bij de verantwoordelijke organen geen signalen bekend (gemaakt) dat er sprake is van vermoedens van fraude of onregelmatigheden.
Het beheersen van frauderisico's vraagt blijvende aandacht. De rechtmatigheidsverantwoording en de vereisten rondom het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik helpen in de doorontwikkeling. De frauderisicoanalyse is besproken met de accountant en met de begeleidingscommissie accountantscontrole (BAC). Daarnaast is in 2025 een Frauderesponsplan (T25.01858) na instemming door de OR en werkgeverscommissie vastgesteld door het college en ter informatie aan de raad gestuurd (U25.04444). Het Frauderesponsplan is bedoeld om adequaat en voortvarend te handelen in geval van het vermoeden van fraude om daardoor schade voor de organisatie, in welke vorm dan ook, zoveel mogelijk te beperken. Daarmee geven we ook invulling aan fraudepreventie.
Voorkomen van Misbruik & oneigenlijk gebruik
Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - Voorkomen van Misbruik & oneigenlijk gebruikInwoners, organisaties en gemeentebestuur moeten er op kunnen vertrouwen dat overheidsbesluiten correct genomen en uitgevoerd worden en dat er geen misbruik wordt gemaakt van gemeenschapsgelden. Misbruik of oneigenlijk gebruik van overheidsgeld leidt tot financiële schade, maar levert ook een deuk op in het vertrouwen tussen inwoners en overheid. M&O-beleid maakt een organisatie weerbaar tegen misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen. Sinds 2023 beschikken we over een Nota Voorkomen van misbruik en Oneigenlijk waarin alle maatregelen zijn opgenomen (inclusief normen- en toetsingskader) om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen. De Nota bevat een uiteenzetting van het algemene, integrale beleid van de gemeente Lansingerland over het voorkomen en bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik. Uitvoering vindt al jaren plaats via specifieke regelingen en bijbehorende verordeningen en processen. Deze zijn sinds 2023 gebundeld en op hoofdlijnen opgenomen in de nota.
Rechtmatigheidsverantwoording
Terug naar navigatie - Paragraaf Bedrijfsvoering - RechtmatigheidsverantwoordingIeder jaar legt het College van burgemeester en wethouders een rechtmatigheidsverklaring af. Met deze verklaring geeft het college aan in hoeverre de in de jaarrekening 2025 verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dit houdt in dat deze in overeenstemming zijn met door de gemeenteraad vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeentelijke verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. De rechtmatigheidsverantwoording gaat enkel in op de fouten en onduidelijkheden die tot stand komen op de zuivere rechtmatigheidscriteria. Deze criteria houden in dat het college handelt binnen de gestelde budgetten door de raad (begrotingscriterium), dat gelden worden besteed en ontvangen conform de geldende wet- en regelgeving (voorwaardencriterium) en dat het college effectieve maatregelen treft om te voorkomen dat inwoners of bedrijven geen misbruik maken van de voorzieningen die de gemeente verstrekt (Misbruik & Oneigenlijk gebruik criterium).
Op 17 december 2025 is door de raad het normenkader voor de accountantscontrole en financiële verordening vastgesteld.
In artikel 3.3 is aangegeven dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties:
o Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren;
o Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling;
o De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage;
o De afwijking is toegelicht in een raadsinformatiebrief aan de raad als aanvulling op de laatste tussentijdse rapportage;
o De afwijking dusdanig laat bekend was dat deze niet kon worden meegenomen in de tussentijdse rapportage maar wel tijdig is toegelicht in de jaarrekening.
o Onderschrijdingen van lasten of investeringskredieten, ten opzichte van de begroting na wijzigingen en/of onderschrijding en/of overschrijding van de baten zijn niet onrechtmatig, mits deze tijdig zijn gemeld. Onder tijdig melden verstaan wij dat afwijkingen worden gemeld in:
- de tussentijdse rapportage;
- door actieve informatievoorziening van het college aan de gemeenteraad
- Afwijkingen die niet eerder gemeld konden worden, worden toegelicht in de jaarstukken, waarmee deze tijdig zijn gemeld.
De verantwoording hanteert een grensbedrag (de verantwoordingsgrens), omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze verantwoordingsgrens is door de gemeenteraad bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten van de gemeente, exclusief de dotaties aan de reserves en is daarmee vastgesteld op 2% van € 239.700.000 is € 4.794.000.
De rapporteringsgrens bedraagt € 200.000.
Conclusie
Het College van burgemeester en wethouders is van mening dat de in deze jaarrekening 2025 verantwoorde baten en lasten alsmede balansmutaties niet rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde verantwoordingsgrens. In 2025 is voor een bedrag van € 12.119.000 aan financiële onrechtmatigheid geconstateerd, waarvan € 2.110.000 op basis van artikel 3.3 van de financiële verordening als acceptabel kan worden aangemerkt.
Verbijzonderde Interne Controle (VIC)
Het Intern controleplan 2025 (T25.00028) bevat een overzicht van alle processen die worden gecontroleerd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen controles met een algemene aanpak en controles met een specifieke controleaanpak. De volgende controles worden uitgevoerd met een standaard aanpak. Het gaat om: Treasury, Memoriaalboekingen, Verbonden partijen, Personele lasten, Inkoop en betalingen, Grondexploitatie, Omgevingsvergunningen, Huur- en overige opbrengsten, EU-aanbestedingen, Subsidieverstrekkingen en subsidievaststellingen en investeringen.
Van ieder proces worden de controles volgens een vast 'werkprogramma' uitgevoerd, resulterend in een controle memorandum met bevindingen en aanbevelingen. Deze memoranda worden vervolgens teruggekoppeld aan de verantwoordelijke proceseigenaren/ teammanagers.
Over het algemeen blijkt dat de processen zo zijn ingericht dat de beheersingsmaatregelen per proces afdoende zijn om de risico’s te mitigeren. Er zijn enkele bevindingen ten aanzien van Europese aanbestedingen. In 2025 zijn alle leveranciers boven de aanbestedingsgrens ad € 221.000 meegenomen in de verbijzonderde interne controle. Daardoor zijn 257 dossiers gecontroleerd (in 2024 waren dat er 264). De onrechtmatigheden komen voort uit overschrijding contractwaardes van raamcontracten. Voor raamcontracten geldt dat deze een vastgestelde looptijd hebben en daarbij ook een maximale waarde. Door het ontbreken van actief contractmanagement worden deze overschrijdingen van maximumwaardes niet altijd tijdig gesignaleerd waardoor onrechtmatigheden ontstaan. Om de onrechtmatigheden te minimaliseren is eind 2024 begin 2025 een project gestart om een (centrale) contractenbank en verplichtingenadministratie te implementeren binnen de organisatie.
Daarnaast zijn er enkele VIC’s met een specifieke controleaanpak uitgevoerd. Dit betreft belastingen en heffingen, Participatiewet – Wmo – Jeugdwet, prestatieleveringen Jeugd en Wmo, algemene uitkering en tot slot de frauderisico-analyse. De accountant heeft zelf de IT-audit gedaan.
Zie voor detailbevindingen de rapportage rechtmatigheid (T26.00162) en intern controleplan 2025 (T25.00028) die voorgelegd is aan de BAC van 11 maart 2026.
In de jaarrekening legt het college verantwoording af over drie van de negen criteria. De eerste zes criteria, die betrekking hebben op getrouwheid komen tot uitdrukking in de balans en het overzicht van baten en lasten. De drie specifieke rechtmatigheidscriteria komen tot uitdrukking in de rechtmatigheidsverantwoording en betreffen het begrotingscriterium, het voorwaardencriterium en het criterium van misbruik en oneigenlijk gebruik.
Begrotingscriterium
De begrotingsrechtmatigheid heeft betrekking op het financiële handelen binnen het kader van de geautoriseerde begroting.
Overschrijding lasten (incl. toevoegingen reserves) |
Begroot 2025 |
Realisatie 2025 |
Afwijking 2025 |
Onrechtmatig |
Acceptabel |
|||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1. Bestuur en dienstverlening |
7.397 |
8.807 |
1.410 |
1.410 |
1.410 |
|||
Subtotaal Programma's |
7.397 |
8.807 |
1.410 |
1.410 |
1.410 |
|||
Algemene Dekkingsmiddelen |
5.508 |
6.208 |
700 |
700 |
700 |
|||
Subtotaal Algemene Dekkingsmiddelen |
5.508 |
6.208 |
700 |
700 |
700 |
|||
Totaal 1a rechtmatigheidsverantwoording (absoluut) |
12.905 |
15.015 |
2.110 |
2.110 |
2.110 |
Voor de rechtmatigheid zijn alle overschrijdingen en onderschrijdingen op baten, lasten en investeringskredieten geanalyseerd overeenkomstig door de Raad vastgestelde financiële verordening.
Overschrijding lasten
Programma 1 (€ 1.410.000 hogere lasten)
Extra dotatie wethouderspensioen (€ 1.130.000 hogere lasten)
Door de Wet toekomst pensioenen worden APPA-pensioenen per 1 januari 2028 overgedragen aan pensioenfonds ABP. De Commissie BBV heeft begin december hierover de uitspraak gedaan dat decentrale overheden de overdrachtswaarde van APPA naar ABP al vanaf begrotingsjaar 2025 moeten opnemen, met toepassing van voorgeschreven rekenmethodes. De berekeningen van extern bedrijf Visma, die voor ons de hoogte van de voorziening wethouderspensioen bepaalt, zijn gecontroleerd en volgens actuariële standaarden uitgevoerd. Op grond van artikel 3.3 lid 4 sub e is deze afwijking acceptabel.
Afdracht Rijksleges (€ 174.000 hogere lasten)
De verhoogde raming van de inkomsten leges reisdocumenten is per abuis in de primaire begroting niet aangepast voor het Rijksdeel, maar alleen voor het gemeentelijke deel. Dit resulteert in een € 174.000 hoger dan geraamde afdracht van Rijksleges, waar overigens een gelijke baat tegenover staat. Op grond van artikel 3.3 lid 4 sub a is deze afwijking acceptabel.
Overige verschillen (€ 106.000 hogere lasten)
Het overige verschil van € 106.000 nadelig bestaat uit één of diverse kleinere afwijkingen en valt onder de € 200.000, en wordt daarom niet verder toegelicht.
Algemene Dekkingsmiddelen (€ 700.000 hogere lasten)
Voorziening dubieuze debiteuren (€ 254.000 hogere lasten)
De toevoeging aan de voorziening dubieuze debiteuren bestaat hoofdzakelijk uit een toevoeging aan de voorziening dubieuze debiteuren SVHW (belastingvorderingen). Dit betreft een bedrag van € 102.000 en is gebaseerd op de meest recente berekening van de belastingdebiteuren. Deze voorziening is noodzakelijk om mogelijke verliezen door oninbare vorderingen te dekken, gezien de verwachte betaalbaarheid van de openstaande belastingvorderingen. De hoogte van de toevoeging is afgestemd op de actuele situatie van de debiteurenportefeuille, waarbij rekening is gehouden met de verwachte risico's en het betalingsgedrag van de belastingdebiteuren. Er heeft tevens een toevoeging aan de voorziening dubieuze debiteuren plaatsgevonden van € 152.000 voor de overige debiteuren. Op grond van artikel 3.3 lid 4 sub a is deze afwijking acceptabel.
Voorziening vennootschapsbelasting (€ 387.000 hogere lasten)
Ten tijde van het vaststellen van de jaarrekening 2024 is een voorziening gevormd voor de verwachte vennootschapsbelasting tot en met 2024. Vervolgens heeft, in overleg met onze fiscale adviseurs, afstemming plaatsgevonden met de Belastingdienst. Hierdoor is een deel van de voorziening vennootschapsbelasting vrijgevallen. Op grond van artikel 3.3 lid 4 sub e is deze afwijking acceptabel.
Overige verschillen (€ 59.000 hogere lasten)
Het verschil van € 59.000 nadelig bestaat uit één of diverse kleinere afwijkingen en valt onder de € 200.000, en wordt daarom niet verder toegelicht.
Onderschrijdingen lasten en mutaties baten
Voor afwijkingen van de begroting als gevolg van overschrijdingen van baten en/of onderschrijdingen van lasten en baten die ontstaan na de laatste tussenrapportage en 31 december 2025 kan het melden en verantwoorden in de jaarrekening als tijdig worden geduid. In 2025 hebben er geen mutaties op de baten plaatsgevonden die niet adequaat zijn toegelicht in de jaarstukken.
Investeringskredieten
Naast het budgetrecht dat de raad heeft op programmaniveau dienen ook de investeringskredieten door de raad te worden gevoteerd en dienen de kosten van de investeringen binnen dit vastgestelde krediet te blijven. Hieronder hebben wij deze analyse opgenomen. Hieruit blijkt dat er geen overschrijdingen hebben plaatsgevonden op individuele kredieten die groter zijn dan € 200.000. Binnen deze grens mag het college op basis van de financiële verordening 2025 afwijkingen binnen kredieten realiseren zonder dat dit vooraf dient te worden gemeld aan de gemeenteraad. In 2025 heeft geen onrechtmatige overschrijding op individuele kredieten plaatsgevonden.
Conclusie: In totaal classificeren we € 2.110.000 aan onrechtmatigheden, waarvan op grond van de financiële verordening € 2.110.000 als acceptabel kan worden aangemerkt.
Voorwaardencriterium
Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving, zowel intern als extern. In samenspraak met de accountant hebben we de omvang van de steekproeven bepaald.
Conclusie: De totale onrechtmatigheid vanuit de VIC in de jaarrekening bedraagt € 10.009.390, inclusief (geëxtrapoleerde) onduidelijkheden € 780.000.
Deze onrechtmatigheid is als volgt opgebouwd:
• In 2025 zijn alle leveranciers waaraan we in 2025 meer hebben besteed dan € 50.000 of over de afgelopen 4 jaar € 221.000 meegenomen in de interne controle om een beeld te krijgen ten aanzien van rechtmatigheid. Dit heeft geleid tot 257 gecontroleerde leveranciers.
Bij de controle op het proces Inkoop & EU aanbestedingen zijn onrechtmatigheden geconstateerd van € 9.229.390.
• Er is voor € 780.000 (geëxtrapoleerd) aan onduidelijkheden geconstateerd ten aanzien van een aantal dossiers van de Participatiewet.
Onrechtmatigheden inkoopdossiers
De naleving van de Europese aanbestedingsregels is de voornaamste controle die wordt uitgevoerd in het kader van het voorwaardencriterium. Voor 2025 is vastgesteld dat we bij 11 leveranciers (2024: 14) de Europese aanbestedingsregels niet juist hebben nageleefd. Dit resulteert in een onrechtmatigheid van circa € 9,2 miljoen. De grootste leverancier die onrechtmatig is heeft een besteding van € 9,4 miljoen in 2025. Van deze uitgaven is reeds € 2.556.333 verantwoord als onrechtmatigheid in 2024. De overige onrechtmatigheden zijn daarmee € 2,4 miljoen (2024: € 2,9 miljoen).
We zien daarmee de positieve trend dat foutief afgesloten contracten in het verleden opnieuw zijn aanbesteedt en de onrechtmatigheid jaarlijks kleiner wordt. Voor het jaar 2026 zijn opnieuw drie leveranciers opnieuw aanbesteedt, waardoor deze dossier niet meer onrechtmatig zullen zijn.
Van de € 2,4 miljoen onrechtmatig ontstaat € 1,4 miljoen aan onrechtmatigheden doordat de kosten de opdrachtraming overschrijden. Hierbij was de opdracht in beginsel wel aanbesteed conform het inkoop- en aanbestedingsbeleid van de gemeente maar door extra kosten is het geraamde bedrag van de opdracht overschreden. Conform de regels eindigt een contract niet alleen als de looptijd verstrijkt, maar ook als het kostenplafond is bereikt. Door onvoldoende contractmanagement kunnen deze fouten ontstaan. Om dit in de toekomst te voorkomen wordt gewerkt aan de implementatie van een contractenbank en verplichtingenadministratie om daarmee meer grip te kunnen krijgen op de uitputting van onze contracten.
De overige € 1,0 miljoen bestaat voor € 0,8 miljoen uit langlopende contracten voor primaire systeemapplicaties. Gezien de implicaties voor de organisatie wordt de fout geaccepteerd.
Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium
Het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik dekt samen met het begrotingscriterium en voorwaardencriterium de financiële rechtmatigheid af.
Conclusie: Er zijn geen onrechtmatigheden geconstateerd.
Sisa
Conclusie
Er zijn geen onrechtmatigheden geconstateerd.
Paragraaf Verbonden partijen
Terug naar navigatie - - Paragraaf Verbonden partijenInleiding
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - InleidingInleiding paragraaf verbonden partijen – jaarstukken 2025
Als gemeente hebben we samenwerkingspartners om de lokale en regionale ambities en doelen te bereiken. Denk aan onderwerpen als veiligheid en milieu. De samenwerkingspartners zijn gemeenten, overheden of private partijen. Deze samenwerkingsverbanden worden verbonden partijen genoemd. Lansingerland is actief in de diverse verbonden partijen.
Verbonden partijen zijn alle vennootschappen, stichtingen, verenigingen, coöperaties en gemeenschappelijke regelingen waarin de gemeente Lansingerland een bestuurlijk én een financieel belang heeft om (beleids)doelen van de gemeente te realiseren. Van een financieel belang is sprake als de gemeente risico loopt met aan deze partijen beschikbaar gestelde middelen, of als de gemeente aangesproken kan worden als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Van bestuurlijk belang is sprake als de gemeente zeggenschap heeft over de aanpak van de maatschappelijke opgave waartoe de verbonden partij is opgericht, vanwege vertegenwoordiging in het bestuur of vanwege het hebben van stemrecht.
Nota Verbonden Partijen
Deze paragraaf is conform de 'Nota Verbonden Partijen 2025 – 2028’ (T24.03345) opgesteld. Deze nota geeft een beeld van onze visie op en beleidsvoornemens voor verbonden partijen. Daarbij wordt tevens aandacht besteed aan het (wettelijk) kader en geeft het afwegingskader een handvat voor het toe- en uittreden bij verbonden partijen. Ook besteedt de nota aandacht aan de spelregels voor governance en het uitvoeren van risicomanagement met de bestaande (wettelijke) instrumenten van informatievoorziening en aanvullende mogelijkheden om bij te dragen aan de kaderstellende, toezichthoudende en controlerende rol van de raad.
Overzicht
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - OverzichtIn onderstaand overzicht staat de meest essentiële financiële informatie van de verbonden partijen. In de daaropvolgende overzichten staat per verbonden partij de informatie die op grond van artikel 15 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplicht is. Inclusief bij welk programma uit de begroting het hoort en op welke wijze de verbonden partij bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling van het programma. Artikel 15 BBV schrijft bovendien voor dat de lijst van verbonden partijen wordt onderverdeeld in:
1. gemeenschappelijke regelingen;
2. vennootschappen en coöperaties;
3. stichtingen en verenigingen;
4. overige verbonden partijen.
Gemeenschappelijke regelingen |
Programma |
Begroot 2025 |
Realisatie 2025 |
|---|---|---|---|
Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) |
2. Openbare orde en veiligheid |
€ 4.610.909 en € 83.419 (wijkbrandweer) |
|
Recreatieschap Rottemeren |
6. Ruimtelijke ontwikkeling |
€400.213 (deelnemersbijdrage) |
|
Beschermd wonen |
4. Sociaal Domein |
0 |
|
Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) |
4. Sociaal Domein |
€ 2.835.753,- (aangevraagd subsidiebedrag voor 2025 aan gemeente Lansingerland) |
|
Gemeentelijke Gezondheidsdienst Rotterdam-Rijnmond (GGD) |
4. Sociaal Domein |
€760.787,- |
€ 760.787 |
Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) |
4. Sociaal Domein |
€14.152.000 (primitief begroot)
€ 14.915.000 (na slotwijziging) |
€ 14.182.496 |
Bleizo |
6. Lansingerland Ontwikkelt |
Niet van toepassing |
Niet van toepassing |
Dienst Centraal Milieubeheer Rijnmond (DCMR) |
6. Lansingerland Ontwikkelt |
€ 2.065.880 |
€ 2.052.503 |
Metropoolregio Rotterdam-Den Haag (MRDH) |
6. Lansingerland Ontwikkelt |
n.t.b. |
|
Schadevergoedingsschap HSL-Zuid |
6. Lansingerland Ontwikkelt |
n.v.t |
Niet van toepassing |
HIC |
6. Lansingerland Ontwikkelt |
€ 700.000 |
|
Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffingen en Waardebepaling (SVHW) |
8. Algemene dekkingsmiddelen |
€ 824.000,- |
€ 831.362,- |
Vennootschappen en coöperaties |
Programma |
Begroot 2025 |
Realisatie 2025 |
BNG (Bank Nederlandse Gemeenten) |
8. Algemene dekkingsmiddelen |
Niet van toepassing |
Niet van toepassing |
Dunea (vh Duinwater-bedrijf Zuid-Holland) |
8. Algemene dekkingsmiddelen |
Niet van toepassing |
Niet van toepassing |
Stedin Holding N.V. |
8. Algemene dekkingsmiddelen |
Niet van toepassing |
Niet van toepassing |
(VRR) Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - (VRR) Veiligheidsregio Rotterdam-RijnmondNaam verbonden partij |
VRR (Veiligheidsregio Rotterdam - Rijnmond) |
|---|---|
Type regeling |
Burgemeestersregeling |
Vestigingsplaats |
Rotterdam |
Deelnemende partijen |
De VRR bestaat uit de Ambulancezorg, Brandweer, Meldkamer en Risico- en crisisbeheer. Deelnemende gemeente zijn: Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee. |
Visie en beleidsvoornemens |
In de VRR werken de hulpdiensten en gemeenten intensief samen en bieden professionele hulp en bescherming tegen risico’s en bedreigingen. Er wordt nauw samengewerkt met politie, waterschappen, het Havenbedrijf, de Milieudienst DCMR en het Openbaar ministerie. De Veiligheidsregio staat 24/7 klaar voor inwoners en is een onmisbare schakel voor veiligheid in de regio Rotterdam Rijnmond. De VRR is een wendbare organisatie die makkelijk schakelt tussen het dagelijks werk en vraagstukken van de toekomst. |
Publiek belang van Lansingerland in Verbonden Partij (waarom nemen we deel?) |
De VRR behartigt ons publieke belang door het voorkomen, beperken en bestrijden van rampen en crises. |
Behaalde resultaten in het afgelopen kalenderjaar |
De jaarrapportage 2025 van de VRR is nog niet vastgesteld. Daarom kunnen we hier nog niet over rapporteren in deze factsheet. |
Financieel belang van Lansingerland in de Verbonden Partij (hoeveel betalen we?) |
Bijdrage 2024: € 4.321.383
Plustaak wijkbrandweerman: €44.263
Bijdrage 2025: € 4.610.909
Plustaak wijkbrandweerman: € 83.419 |
Eigen vermogen |
2024: € 11.745.000
2025: |
Vreemd vermogen |
2024: € 89.099.000
2025: |
Financieel resultaat |
2024: € 1.347.000 (positief)
2025: |
Specifieke financiële risico's (welke risico's bestaan er, specifiek voor de GR, die niet in de weerstandparagraaf zijn opgenomen)? |
1. Afhankelijkheid ambulancezorgbaten; een substantieel deel van het positieve resultaat is afkomstig uit ambulancezorg en daarmee afhankelijk van afspraken met zorgverzekeraars (tarieven, productie, nacalculaties). Deze baten zijn volatiel en beperkt beïnvloedbaar door gemeenten.
2. Structurele personeelskosten versus incidentele financiering; structurele stijging van personeelslasten (cao, FLO, inzetbaarheid) staat tegenover incidentele meevallers. Bij het wegvallen van deze meevallers ontstaat risico op tekorten en druk op de gemeentelijke bijdrage.
3. Beperkte buffer door terugbetaling resultaten
Het beleid om positieve resultaten vanaf 2025 terug te betalen aan gemeenten beperkt de opbouw van reserves en verkleint de financiële schokbestendigheid bij tegenvallers.
4. Het meerjarig onderhoudsplan is nog in actualisatie. Na herijking kan blijken dat de huidige bestemmingsreserve onvoldoende is, wat kan leiden tot extra lasten. |
Bestuurlijke risico's |
De financiële impact van het nieuwe programma "Versterken van de weerbaarheid van de samenleving" voor 2025 was en is voor 2026 nog niet duidelijk. We hebben het DB van de VRR nogmaals nadrukkelijk verzocht dat de volledige kosten van dit programma binnen de kaders van de huidige begroting blijven.
De aanrijtijden van de ambulancezorg in Lansingerland voor 2025 zijn nog niet bekendgemaakt. Gezien de eerdere lange aanrijtijden van de ARR (Ambulancedienst Rotterdam-Rijnmond) blijft dit een aandachtspunt. De burgemeester wordt uiteraard geïnformeerd zodra de cijfers beschikbaar zijn.
De VRR heeft geanticipeerd op de bezuinigingsdiscussie van de afgelopen anderhalf jaar. Dit heeft geleid tot een terughoudende houding ten aanzien van nieuwe ontwikkelingen, terwijl er aan de andere kant extra geld is binnengekomen voor specifieke doelen. |
Heeft de accountant onrechtmatigheden geconstateerd die effect hebben op de begrotingscriteria, voorwaardencriteria, Misbruik & Oneigenlijk gebruik? Geef een toelichting.
(Voor definities zie het interne Controleplan) |
De accountant heeft over het boekjaar 2024 geen onrechtmatigheden geconstateerd die gevolgen hebben voor het begrotingscriterium, het voorwaardencriterium of het kader Misbruik & Oneigenlijk Gebruik. De jaarrekening 2024 voldoet daarmee aan de rechtmatigheidseisen |
Relevante informatie |
Niet van toepassing |
Recreatieschap Rottemeren
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Recreatieschap RottemerenNaam verbonden partij |
Recreatieschap Rottemeren |
|---|---|
Type regeling |
Collegeregeling |
Vestigingsplaats |
Rotterdam |
Deelnemende partijen |
Rotterdam, Zuidplas, Lansingerland |
Visie en beleidsvoornemens |
Visie: een "groenblauwe toekomst", waarbij het unieke landschap behouden, versterkt en ontwikkeld wordt voor recreatie en natuur, met aandacht voor verstedelijking en klimaatverandering, en het gebied toegankelijk blijft voor actieve recreatie. Het Recreatieschap Rottemeren wil een 'landschapspark' creëren (2030) door de samenhang te vergroten, in samenwerking met de omliggende gemeenten, om het gebied aantrekkelijk te houden voor natuur, gezondheid, toerisme en dagelijkse recreatie.
Beleidsvoornemens: In stand houden, ontsluiten en exploiteren van recreatiegebied Rottemeren. Openluchtrecreatie, natuurbescherming en natuur- en landschapsschoon bewaren en bevorderen. |
Publiek belang van Lansingerland in Verbonden Partij (waarom nemen we deel?) |
In stand houden, ontsluiten en exploiteren van recreatiegebied Rottemeren. Openluchtrecreatie, natuurbescherming en natuur- en landschapsschoon bewaren en bevorderen. |
Behaalde resultaten in het afgelopen kalenderjaar |
• Opening uitbreiding Mountainbikeparcours in het Hoge Bergse Bos bij Rottemeren
• Opening verblijfsplek met aanlegsteiger Rottebanbrug
• Herinrichting parkeerplaatsen (Hooglanddreef) Lage Bergse Bos
• Plaatsen Faunatoren bosroute Lage Bergse Bos
• Omvormen P-Bokkenplaats naar bos Bokkenplaats, Lage Bergse Bos
• Opening wandel- en fietspaden (op tunneldak, en langs tunneltrace) tracé A16
• Aanplant bomen in Hoekse Park west
• Start ontwikkeling voedselbos Hoekse Park West
• Gebiedsverkenning Eendrachtspolder
• Verkenning & ontwerp Sluiswachterswoning (Zevenhuizen)
• Beplanting akkers Stichting Natuurpolders
• Grootschalige renovatie dagcamping Bleiswijkse zoom
• Het uitvoeringsprogramma 2026-2029 is vastgesteld met daarbij een uitvoeringskrediet van € 675.000 voor 2026 (staat op de begroting van de GR heeft geen invloed op begroting gemeente).
• En nog heel veel meer op gebied van beheer en onderhoud |
Financieel belang van Lansingerland in de Verbonden Partij (hoeveel betalen we?) |
Deelnemersbijdrage 2025 = €400.213 (= 8%)
Sinds 2025 wordt de deelnemersbijdrage gebaseerd op het aantal inwoners/ deelnemende gemeente. Tot en met 2024 was de verdeelsleutel voor de deelnemersbijdrage: Zuidplas 4%, Lansingerland 5%, Rotterdam 91%, dit verklaart de stijging van de deelnemersbijdrage. |
Eigen vermogen |
2024: € 12.835.922 (bron: Jaarrekening 2024)
2025: € 10.855.259 (bron: Concept Jaarrekening 2025) |
Vreemd vermogen |
2024: € 8.597.356 (bron: Jaarrekening 2024)
2025: € 9.013.287 (bron: concept jaarrekening 2025) |
Financieel resultaat |
2024: € 474.179 (bron: Jaarrekening 2024)
2025: € -79.645 (bron: Concept Jaarrekening 2025) |
Specifieke financiële risico's (welke risico's bestaan er, specifiek voor de GR, die niet in de weerstandparagraaf zijn opgenomen)? |
Voor een GR geldt in het algemeen dat interbestuurlijke afhankelijkheden (bezuinigingen/wijzigingen bij deelnemers), juridische aansprakelijkheid (opcentiemen/toeslagen), schaalvoordelen/nadelen (door bundeling), afhankelijkheid van specifieke financieringsstromen (rijksbijdragen), en veranderende wet- en regelgeving die de taakuitvoering duurder maakt, risico’s vormen die niet (kunnen) worden meegenomen.
In dat licht vormen de gemeenteraadsverkiezingen een potentieel risico voor alle GR'en, bijvoorbeeld omdat nieuwe gemeenteraden nieuwe politieke prioriteiten kunnen hebben, de financiële kaders krapper worden (dalende Rijksbijdragen). Dit kan leiden tot heronderhandelingen of zelfs opzeggingen van bestaande afspraken. |
Bestuurlijke risico's |
Het recreatieschap heeft een redelijk stabiele algemene reserve. Er is focus op de bezuinigingsopgave en er gaat een positieve impuls uit van de structurele bijdrage uit de nieuwe beheerregeling recreatiegebieden Zuid-Holland van ca. 1,5 mln. voor Rottemeren. Daarmee is er zicht op een realistische meerjarenbegroting 2026-2029 die financieel gedekt en uitvoerbaar is, rekening houdend met beperkingen en risico's. |
Heeft de accountant onrechtmatigheden geconstateerd die effect hebben op de begrotingscriteria, voorwaardencriteria, Misbruik & Oneigenlijk gebruik? Geef een toelichting.
(Voor definities zie het interne Controleplan) |
Het accountantsverslag van het recreatiegebied Rottemeren 2025 wordt medio juli 2026 aangeleverd. Daarom zijn de onrechtmatigheden die in de jaarrekening van 2024 zijn geconstateerd opgenomen.
Dat betrof het volgende:
Tijdens de controle op de begrotingsrechtmatigheid is vastgesteld dat er in de financiële verordening nog geen richtlijn opgenomen was dat het melden van
overschrijdingen van baten en/of onderschrijdingen van lasten, investeringen en baten die ontstaan na de laatste tussenrapportage en 31 december kan het
melden en verantwoorden in de jaarrekening tijdig is.
Dit zou leiden tot een oordeel van ‘niet rechtmatig handelen’ in de jaarrekening van 2024*.
Vanuit wetgeving is het toegestaan deze spelregel op te nemen in de verordening, waardoor over- of onderschrijdingen weliswaar onrechtmatig
blijven, maar wel als acceptabel kunnen worden geduid. Het dagelijks en algemeen bestuur heeft er om die reden voor gekozen de verordening voorafgaande aan het vaststellen van de jaarrekening 2024 nog aan te passen. |
Relevante informatie |
Meest recente zienswijze:
https://awcorsaasp.lansingerland.lsl/web/stdw/viewobject.html?object_type=S&object_id=U25.04754&uid=047c390f600e#t-VAR
stukken onderdeel accountantscontrole 2025/4:
https://awcorsaasp.lansingerland.lsl/web/stdw/viewobject.html?object_type=S&object_id=I25.11313&uid=9b3b42b04397#t-VAR
https://awcorsaasp.lansingerland.lsl/web/stdw/viewobject.html?object_type=S&object_id=I25.11315&uid=34c25afc05ee#t-VAR
https://awcorsaasp.lansingerland.lsl/web/stdw/viewobject.html?object_type=S&object_id=I25.11314&uid=65517ec7cafc#t-VAR |
Beschermd Wonen
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Beschermd WonenNaam verbonden partij |
Gemeenschappelijke regeling beschermd wonen |
|---|---|
Type regeling |
Collegeregeling |
Vestigingsplaats |
Rotterdam |
Deelnemende partijen |
Albrandswaard, Barendrecht, Ridderkerk, Rotterdam, Capelle aan den Ijssel, Krimpen aan den Ijssel, Lansingerland |
Visie en beleidsvoornemens |
Alle inwoners kunnen meedoen in de samenleving. De inwoner die (tijdelijk) problemen heeft met het zelfstandig regie voeren, kan via de Wmo ondersteuning krijgen. Hierbij is lokale ondersteuning het uitgangspunt. De ondersteuning is dichtbij, op maat en in de eigen leefomgeving. Voor de groep inwoners die niet meer zelfstandig thuis kunnen wonen, en waarbij ondersteuning in de eigen omgeving tekortschiet, is (tijdelijk of permanent) opvang aanwezig. Onder opvang verstaan we wonen in één van de woonvormen van een instelling. Dit is in principe een tijdelijke situatie, waarbij er gestuurd wordt op herstel en uitstroom. Het doel is om inwoners zo snel mogelijk weer deel te laten nemen aan het maatschappelijk leven, naar eigen wensen en vermogen. Het deelnemen naar vermogen in de samenleving is ook afhankelijk van de mogelijkheden van de omgeving. (Visie in Beleidsplan 2022-2026 |
Publiek belang van Lansingerland in Verbonden Partij (waarom nemen we deel?) |
In de regionale samenwerking vervult gemeente Rotterdam de toegang. Dit is in het publiek belang van Lansingerland door het volume van aanvragen die Rotterdam behandeld. Gezien het geringe aantal plekken in Lansingerland en de lage frequentie van aanvragen kunnen we hier onvoldoende expertise opbouwen. |
Behaalde resultaten in het afgelopen kalenderjaar |
Start deelname Ethos telling
Tussenevaluatie gemeenschappelijke regeling beschermd wonen |
Financieel belang van Lansingerland in de Verbonden Partij (hoeveel betalen we?) |
De gemeente Rotterdam ontvangt als centrumgemeente de budgetten voor beschermd wonen in de regio. Wij betalen geen bijdrage. |
Eigen vermogen |
Niet van toepassing. Wij ontvangen geen specifieke jaarrekening van het beschermd wonen budget. Rotterdam krijgt de middelen via de algemene uitkering van het Rijk. We hebben ook geen officiële begroting. |
Vreemd vermogen |
Niet van toepassing. Wij ontvangen geen specifieke jaarrekening van het beschermd wonen budget. Rotterdam krijgt de middelen via de algemene uitkering van het Rijk. We hebben ook geen officiële begroting. |
Financieel resultaat |
Niet van toepassing. Wij ontvangen geen specifieke jaarrekening van het beschermd wonen budget. Rotterdam krijgt de middelen via de algemene uitkering van het Rijk. We hebben ook geen officiële begroting. |
Specifieke financiële risico's (welke risico's bestaan er, specifiek voor de GR, die niet in de weerstandparagraaf zijn opgenomen)? |
Wij hebben als gemeente Lansingerland geen financieel risico omdat wij geen financiële bijdrage leveren. |
Bestuurlijke risico's |
We voorzien geen bestuurlijke risico’s. |
Heeft de accountant onrechtmatigheden geconstateerd die effect hebben op de begrotingscriteria, voorwaardencriteria, Misbruik & Oneigenlijk gebruik? Geef een toelichting.
(Voor definities zie het interne Controleplan) |
Niet van toepassing. Rotterdam krijgt de middelen via de algemene uitkering van het Rijk. We hebben ook geen officiële begroting. |
Relevante informatie |
Niet van toepassing. Rotterdam krijgt de middelen via de algemene uitkering van het Rijk. We hebben ook geen officiële begroting. |
Centrum Jeugd en Gezin Rijnmond (CJG)
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Centrum Jeugd en Gezin Rijnmond (CJG)Naam verbonden partij |
Centrum voor Jeugd en Gezin |
|||
|---|---|---|---|---|
Type regeling |
Subsidieregeling |
|||
Vestigingsplaats |
Rotterdam |
|||
Deelnemende partijen |
Stichting Centrum voor Jeugd en gezin Rijnmond bestaat uit de volgende 12 gemeenten:
1. Albrandswaard
2. Barendrecht
3. Goeree-Overflakkee
4. Krimpen aan den IJssel
5. Lansingerland
6. Maassluit
7. Nissewaard
8. Ridderkerk
9. Rotterdam
10. Schiedam
11. Vlaardingen
12. Voorne aan Zee |
|||
Visie en beleidsvoornemens |
Met de dienstverlening van het CJG wordt bevorderd dat kinderen gezond en veilig kunnen opgroeien. Ze werken daarbij langs vier strategische pijlers:
1. Versterken preventieve JGZ-infrastructuur
2. Opgavegericht dienstverlenen
3. Wendbaar en slim organiseren
4. Aansluiten bij werknemers van nu en de toekomst
Als centrale speler in het sociaal-medische en preventieve domein heeft het CJG een holistisch beeld van kinderen in onze regio. Hierin leggen ze het accent niet op de specifieke kwetsbaarheden van kinderen, maar op kinderen zelf, het gezin, de veerkracht en dus ook alle dingen die goed gaan. Het CJG stimuleert de eigen kracht van kinderen en hun ouders. Ze gebruiken een brede blik om ouders en hun kinderen te ondersteunen, maar niet de regie over te nemen of alle benodigde zorg zelf te verlenen. Daarvoor zetten zij ouders, hun netwerk en de eigen netwerkpartners in hun kracht. De focus is om er zo vroeg mogelijk bij te zijn en de basis te versterken.
Het CJG biedt een gelijke kans voor ieder kind vanuit een brede blik, door passend en deskundig invulling te geven aan de drie taken die het CJG uitvoert:
1. Invulling geven van het basispakket dienstverlening zoals vastgesteld in de Wet publieke gezondheid (Wpg) en daaraan gerelateerde kaders en richtlijnen, in afstemming met de Inspecteur voor de Jeugdgezondheidszorg (IGJ);
2. Het aanbieden en maken van impact middels het Aanvullend Preventief Pakket (APP), afgestemd op hetgeen dat speelt in de opdrachtgevende gemeenten, vanuit de rol als aanbieder van Jeugdgezondheidszorg;
3. De uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). |
|||
Publiek belang van Lansingerland in Verbonden Partij (waarom nemen we deel?) |
1. CJG Rijnmond is een verantwoordelijk voor de uitvoering van de wettelijke taak die wij als gemeente hebben voor de organisatie van de jeugdgezondheidszorg (JGZ). De JGZ kan door gezamenlijke opdrachtgeverschap efficiënter worden ingezet dan door iedere gemeente voor zich.
2. Door samenwerking met andere gemeenten worden kosten voor ondersteunde diensten aan de dienstverlening zo laag mogelijk gehouden.
3. Realiseren van overleg, kennisontwikkeling- en overdracht tussen de bij de CJG Rijnmond aangesloten gemeenten. |
|||
Behaalde resultaten in het afgelopen kalenderjaar |
Bereik: 95,5% in Lansingerland en 95,0% in de regio.
Vaccinatiegraad: 85,4% in Lansingerland en 78,1% in de regio.
Uitvoeren Jeugdgezondheidszorg, Rijksvaccinatieprogramma, Aanvullend Preventief Pakket en Toegangsrol. |
|||
Financieel belang van Lansingerland in de Verbonden Partij (hoeveel betalen we?) |
Subsidie 2025: € 2.835.753,- |
|||
Eigen vermogen |
2024: € 2.724.198 (bron: jaarrekening 2024) |
|||
2025: € 2.418.554 (bron: jaarrekening 2025) |
||||
Vreemd vermogen |
2024: € 9.455.171 (bron: jaarrekening 2024) |
|||
2025: € 8.258.747 (bron: jaarrekening 2025) |
||||
Financieel resultaat |
2024: € 443.441 negatief (bron: jaarrekening 2024) |
|||
2025: € 305.644 negatief (bron: jaarrekening 2025) |
||||
Specifieke financiële risico's (welke risico's bestaan er, specifiek voor de GR, die niet in de weerstandparagraaf zijn opgenomen)? |
Onzekerheid omvang subsidies 2025: Beschikkingen en afrekeningen.
Onvoldoende Informatiebeveiliging
Onverwachte kostenstijgingen door hoge inflatie en macro economische ontwikkelingen. De gemeentelijke bijdrage stijgt in werkelijkheid harder dan begroot.
Schaarste van (zorg)professionals op de arbeidsmarkt of door langdurige ziekte
Afnemende reserves
Lopende gesprekken overgang/nieuwe CAO
Aansprakelijkheidstellingen klanten |
|||
Bestuurlijke risico's |
CJG Rijnmond is georganiseerd als een zelfstandige stichting, terwijl de deelnemende gemeenten bestuurlijk en financieel verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van wettelijke taken. Dit kan leiden tot een spanningsveld tussen gemeentelijke sturingswensen en de uitvoeringsautonomie van de organisatie.
Daarnaast verschillen de beleidsprioriteiten en financiële uitgangspunten tussen deelnemende gemeenten, wat bestuurlijke afstemming en besluitvorming kan bemoeilijken. Met name bij financiële tegenvallers, indexatievraagstukken en wijzigingen in rijksbeleid kan dit leiden tot druk op de samenwerking en het tempo van besluitvorming.
Regionale afspraken zijn in toenemende mate minder vanzelfsprekend. Deelnemende gemeenten maken vaker individuele keuzes. Dit bemoeilijkt de gezamenlijke besluitvorming en kan leiden tot extra afstemming en minder uniforme sturing en verantwoording.
Knelpunten in mandatering en besluitvorming binnen de Raad voor het Publiek Belang (RvhPB) leiden tot vertraging in besluitvorming. Dit vraagt extra afstemming tussen gemeenten en kan de bestuurlijke wendbaarheid beperken. |
|||
Heeft de accountant onrechtmatigheden geconstateerd die effect hebben op de begrotingscriteria, voorwaardencriteria, Misbruik & Oneigenlijk gebruik? Geef een toelichting.
(Voor definities zie het interne Controleplan) |
De accountant heeft geen onrechtmatigheden geconstateerd die effect hebben op de begrotingscriteria, voorwaardencriteria of het beleid ten aanzien van Misbruik en Oneigenlijk Gebruik. |
|||
Relevante informatie |
Een bestuurlijke verkenner heeft in opdracht van de RvhPB de governance van het CJG onderzocht. De verkenner concludeert dat er op dit moment geen meerderheid bestaat voor één van de twee onderzochte varianten:
1. Optimalisatie van de governance en organisatie van de Stichting CJG Rijnmond, en
2. Onderbrenging van de JGZ in de gemeenschappelijke regeling van de GGD.
Omdat gemeenten streven naar een breed gedragen besluit, adviseert de verkenner om op korte termijn geen definitieve keuze te maken over een nieuwe organisatievorm. Wel wordt geadviseerd om de statuten aan te passen om de rolzuiverheid te versterken en om de afspraken tussen het CJG en de gemeenten vast te leggen in een overeenkomst, zodat verantwoordelijkheden en verwachtingen beter zijn geborgd.
De bestuurlijke verkenner stelt voor om de samenwerking binnen de Stichting CJG Rijnmond in ieder geval voort te zetten in 2026 en 2027. Deze periode kan worden benut voor een nadere heroriëntatie door gemeenten op de positie van de jeugdgezondheidszorg binnen het lokale jeugd- en welzijnsbeleid. De RvhPB stemde hiermee in op d.d. 26 maart 2026.
Deze aanpak draagt bij aan verduidelijking van rollen en verantwoordelijkheden, verbetering van de bestuurlijke verhoudingen en continuïteit van de uitvoering van de jeugdgezondheidszorg. Tegelijkertijd krijgen gemeenten de ruimte om op basis van inhoudelijke en strategische afwegingen te komen tot een weloverwogen besluit over de toekomstige organisatie van de JGZ vanaf 2027/2028.
Een secretaris is aangesteld in opdracht van de RvhPB en de secretaris geeft uitvoering aan het advies van de bestuurlijke verkenner. De secretaris helpt knelpunten te identificeren en op te lossen bij de naleving en totstandkoming van regionale afspraken, en bij de mandatering en besluitvorming binnen de RvhPB. |
GGD Rotterdam-Rijnmond
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - GGD Rotterdam-RijnmondNaam verbonden partij |
GGD Lansingerland |
|---|---|
Type regeling |
Collegeregeling |
Vestigingsplaats |
Rotterdam |
Deelnemende partijen |
De GGD Rotterdam-Rijnmond + betreffende gemeenten uit de regio Rotterdam-Rijnmond: Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee. |
Visie en beleidsvoornemens |
De GGD Rotterdam-Rijnmond gaat voor een regio waarin iedereen zich gezond voelt. De GGD geeft speciale aandacht aan mensen in kwetsbare situaties, om hen dezelfde kans te geven de gezondheidsdoelen te behalen*. De GGD is een toegankelijke organisatie met laagdrempelige dienstverlening. Ze blijft haar expertise en vaardigheden aanscherpen, waarbij ze
data- en kennis gedreven werken. Samen met inwoners én partners zet de GGD zich in voor het makkelijker maken van gezonde keuzes, het verkleinen van de gezondheidskloof en het realiseren van een gezonde leefomgeving. Zo kunnen ze goede preventieve en medische zorg, gezondheidsadvies en toezicht leveren voor de inwoners. |
Publiek belang van Lansingerland in Verbonden Partij (waarom nemen we deel?) |
Het publieke belang is de openbare gezondheid.
Artikel 3 van de GR:
Het lichaam heeft tot doel:
• het beschermen en bevorderen van de gezondheid van de bevolking of van specifieke groepen daarbinnen, in het rechtsgebied
van het lichaam;
• het voorkómen en het vroegtijdig opsporen van ziekten onder de bevolking;
• alles wat met het bovenstaande in de ruimste zin verband houdt.
De regeling regelt de deelnemersbijdrage van de deelnemende gemeente voor de inkoop van het basispakket. De GGD is leverancier en uitvoerder. |
Behaalde resultaten in het afgelopen kalenderjaar |
De GGD heeft in 2025 het publieke belang van haar deelnemende gemeenten gewaarborgd. Er is met name veel extra inzet geweest op verschillende uitbraken van infectieziekten (o.a. mazelen en tuberculose). |
Financieel belang van Lansingerland in de Verbonden Partij (hoeveel betalen we?) |
Lansingerland droeg in 2025 € 760.787,- bij aan de GGD, bestaande uit € 591.332,- voor de inkoop van het algemene basistakenpakket en € 169.455,- voor de inspecties kinderopvang. In de begroting 2025 is rekening gehouden met een inwonersbijdrage van € 9,01. |
Eigen vermogen |
De gemeenschappelijke regeling van de GGD-RR kent geen balans en andere financiële staten om in de begroting op te nemen aangezien alleen de gemeente Rotterdam eigenaar is van de organisatie. Personeel en eventuele risico’s zijn voor rekening van de gemeente Rotterdam. De gemeenschappelijke regeling GGD-RR regelt in materiële zin slechts de inkoop van producten. Daarmee is de gemeenschappelijke regeling financieel ‘leeg’, dus zonder bezittingen, waardoor er ook geen balans is. Het financiële risico voor deelname aan de regeling is voor regiogemeenten niet aanwezig. |
Vreemd vermogen |
Niet van toepassing, zie tekst bij ‘Eigen vermogen’. |
Financieel resultaat |
Niet van toepassing, zie tekst bij ‘Eigen vermogen’. |
Specifieke financiële risico's (welke risico's bestaan er, specifiek voor de GR, die niet in de weerstandparagraaf zijn opgenomen)? |
Risico uit financiële analyse: laag
Toelichting: De gemeente Rotterdam is financieel risicodrager. |
Bestuurlijke risico's |
Risico uit bestuurlijke analyse: laag
Toelichting: De activiteiten van de verbonden partij dragen bij aan het oorspronkelijke doel van de verbonden partij. |
Heeft de accountant onrechtmatigheden geconstateerd die effect hebben op de begrotingscriteria, voorwaardencriteria, Misbruik & Oneigenlijk gebruik? Geef een toelichting.
(Voor definities zie het interne Controleplan) |
Niet van toepassing |
Relevante informatie |
https://lansingerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/
4f4865be-9c2b-4735-bd8b-c54c0fb2f598?documentId=833f8031-
a7d3-4362-b93b-d52f730ab93c&agendaItemId=0e0a1d52-3c9e-431a-
9576-8a59a6874fe5 |
Jeugdhulp Rijnmond
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Jeugdhulp RijnmondNaam verbonden partij |
Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond |
|---|---|
Type regeling |
Collegeregeling |
Vestigingsplaats |
Rotterdam |
Deelnemende partijen |
Gemeenten: Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee. |
Visie en beleidsvoornemens |
De regionale visie is om nabije en passende jeugdhulp te bieden voor jeugdigen die dat nodig hebben. In 2025 werd de visie geactualiseerd. De actualisatie wordt begin 2026 ter besluitvorming aan de dertien gemeenteraden voorgelegd.
In 2023 is het huidige contract ingegaan waarbij zeven systeemaanbieders de regionale specialistische jeugdhulp zo nabij en passend mogelijk dienen te bieden. In 2025 bleef de GRJR inzetten op nabij en passende zorg, onder andere door het aanpakken van de lacunes in het zorglandschap. |
Publiek belang van Lansingerland in Verbonden Partij (waarom nemen we deel?) |
1. De Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond is opgericht voor de inkoop van verschillende vormen van specialistische jeugdhulp waar gemeenten verantwoordelijk voor zijn. Bepaalde vormen van zorg kunnen gezamenlijk efficiënter ingekocht worden dan door iedere gemeente voor zich. Ook verplicht de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg jeugdhulpregio’s tot samenwerking en gezamenlijke inkoop.
2. Uitvoering geven aan de wettelijke verplichtingen tot regionale samenwerking uit de Jeugdwet in het kader van Veilig Thuis, jeugdreclassering en jeugdbescherming.
3. Realiseren van overleg, kennisontwikkeling- en overdracht tussen de bij de GRJR aangesloten gemeenten. |
Behaalde resultaten in het afgelopen kalenderjaar |
In 2025 is de regiovisie geactualiseerd. De visie is van de dertien gemeenten en gaat over de zorg die we via de GRJR organiseren.
Ook heeft de GRJR de Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing (RBOK) verder ontwikkeld en geïmplementeerd ten behoeve van het betaalbaar houden van de jeugdhulp. |
Financieel belang van Lansingerland in de Verbonden Partij (hoeveel betalen we?) |
€ 13.019.000 (inleg 2024 op basis van zorgverbruik en de subsidies en de bijdrage aan de uitvoeringsorganisatie op basis van verdeelsleutel gebaseerd op Lansingerlandse inwonersaantallen. Indien de werkelijke kosten hoger of lager zijn wordt het verrekend met de inleg.) |
Eigen vermogen |
2024: € 0 (bron: jaarrekening 2024) |
2025: € 0 (bron: concept jaarrekening 2025) |
|
Vreemd vermogen |
2024: € 93.786.528 (bron: jaarrekening 2024) |
2025: €133.508.000 (bron: concept jaarrekening 2025) |
|
Financieel resultaat |
€ 0 (bron: jaarrekening 2024) |
€ 0 (bron: concept jaarrekening 2025) |
|
Specifieke financiële risico's (welke risico's bestaan er, specifiek voor de GR, die niet in de weerstandparagraaf zijn opgenomen)? |
Risico uit financiële analyse: Hoog
Toelichting: Toelichting: De financiële uitgaven aan de specialistische regionale jeugdhulpkosten zijn voor de gemeente hoog. De kosten van jeugdhulp stijgen en de deelnemende gemeenten en Uitvoeringsorganisatie van de GRJR voeren maatregelen in om deze trend te keren. De specialistische zorgkosten zitten niet meer in de begroting van de GRJR, maar de GRJR heeft deze zorg wel gecontracteerd en voert contractmanagement uit op deze zorg. De gemeenten sturen zelf op de individuele casuïstiek, de GRJR stuurt op de aanbieders. Gezamenlijk sturen we op de specialistische regionale zorgkosten.
De GRJR heeft geen reserves en de deelnemende gemeenten zijn zelf volledig aansprakelijk voor alle (zorg)lasten van hun jeugdigen. Het risico bestaat dat de regionale specialistische jeugdhulpkosten hoger uitvallen dan begroot. |
Bestuurlijke risico's |
• Kostenoverschrijding is een belangrijk risico voor de specialistische regionale jeugdhulp. De GRJR begroot na de wijziging in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) alleen de subsidies en uitvoeringskosten. De risico’s zijn hier minder groot dan op de zorgkosten. Wel blijven er risico’s op kostenstijging. Deze kostenstijging is in sommige gevallen ook een realiteit als er meer middelen nodig zijn om de wettelijke taken uit te voeren. Dit hebben we de afgelopen periode gezien bij Veilig Thuis, waar de subsidie structureel is verhoogd. Ook blijven de betaling via de GRJR verlopen.
• Samenhangend met bovenstaand risico is het risico van wachttijden bij Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond. Op dit moment kan Veilig Thuis nog niet wachttijdvrij werken, maar streeft de organisatie hier wel naar middels het verbeterplan.
• Met de GRJR organiseren we de specialistische regionale jeugdhulp. Er is schaarste in middelen en ook in aanbod. Een risico is een niet-dekkend zorglandschap met onvoldoende passende hulp voor jeugdigen. Dit risico speelt specifiek op het gebied van alternatieven voor de jeugdhulpplus (voorheen de gesloten jeugdhulp). We hebben vanuit het Rijk de opdracht de afbouw van de jeugdhulpplus door te zetten, maar zien ook dat dit zorgt voor een toename van 1-op-1 begeleiding. Dat zet de kosten en de kwaliteit van zorg onder druk. Het is een ingewikkelde transitie waarin de belangen van jeugdhulpaanbieders en gemeenten kunnen verschillen. |
Heeft de accountant onrechtmatigheden geconstateerd die effect hebben op de begrotingscriteria, voorwaardencriteria, Misbruik & Oneigenlijk gebruik? Geef een toelichting.
(Voor definities zie het interne Controleplan) |
Nee. De accountant heeft geen onrechtmatigheden geconstateerd die effect hebben op het begrotingscriterium, het voorwaardencriterium of het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik. Eventuele bevindingen blijven onder de vastgestelde verantwoordingsgrens. Het dagelijks bestuur heeft terecht geconcludeerd dat de baten, lasten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de gestelde kaders. |
Relevante informatie |
https://lansingerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/82ef1855-8458-4879-873a-1ec07d745850
https://lansingerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/4f4865be-9c2b-4735-bd8b-c54c0fb2f598#23ea0fb1-24d5-4aca-a85a-1ab1dbae1422 |
BLEIZO
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - BLEIZONaam verbonden partij |
Bleizo |
|---|---|
Type regeling |
Gemengde regeling |
Vestigingsplaats |
Bleiswijk |
Deelnemende partijen |
Gemeente Lansingerland en gemeente Zoetermeer |
Visie en beleidsvoornemens |
De gemeenschappelijke regeling Bleizo is een uitvoeringsorganisatie. De GR maakt zelf geen beleid maar voert het beleid van de deelnemende partijen uit. |
Publiek belang van Lansingerland in Verbonden Partij (waarom nemen we deel?) |
De GR Bleizo heeft als doel het binnen diens rechtsgebied ontwikkelen en realiseren van de door de deelnemende gemeenten gezamenlijk besloten ontwikkelperspectief: een gemengd woon-werkgebied |
Behaalde resultaten in het afgelopen kalenderjaar |
Jaarverslag en jaarrekening 2025 zijn nog niet opgeleverd (status 26 januari 2026) |
Financieel belang van Lansingerland in de Verbonden Partij (hoeveel betalen we?) |
De gemeenschappelijke regeling Bleizo is een uitvoeringsorganisatie. De GR maakt zelf geen beleid maar voert het beleid van de deelnemende partijen uit.
De GR Bleizo heeft tot doel het binnen diens rechtsgebied ontwikkelen en realiseren van de door de deelnemende gemeenten gezamenlijk besloten ontwikkelperspectief, tot een gemengd woonwerkgebied.
De gemeente Lansingerland en de gemeente Zoetermeer staan ervoor in dat de GR Bleizo altijd over voldoende middelen beschikt om verplichtingen aan derden te voldoen. Een batig/nadelig saldo komt voor 50% ten gunste/laste van Lansingerland (Art. 32 GR Bleizo). |
Eigen vermogen |
2024: € 2,3 miljoen (bron: Jaarrekening 2024)
2025: € 4 miljoen (bron: Concept jaarrekening 2025) |
Vreemd vermogen |
2024: € 61,3 miljoen (bron: Jaarrekening 2024)
2025: € 60.3 miljoen (bron: Concept jaarrekening 2025) |
Financieel resultaat |
2024: € 0 (bron: Jaarrekening 2024)
2025: € 1,6 miljoen (bron: Concept jaarrekening 2025) |
Specifieke financiële risico's (welke risico's bestaan er, specifiek voor de GR, die niet in de weerstandparagraaf zijn opgenomen)? |
Op basis van de bestuursafspraken wordt op dit moment gestudeerd op een nieuwe plan (woningbouw). Hierover heeft er nog geen besluitvorming plaatsgevonden. De grondexploitatie van Bleizo gaat daarom nog uit van de vigerende bestemming (al dan niet agrogelieerde bedrijvigheid). |
Bestuurlijke risico's |
Niet van toepassing |
Heeft de accountant onrechtmatigheden geconstateerd die effect hebben op de begrotingscriteria, voorwaardencriteria, Misbruik & Oneigenlijk gebruik? Geef een toelichting.
(Voor definities zie het interne Controleplan) |
Het accountantsverslag van Gemeenschappelijke regeling Bleizo wordt binnenkort aangeleverd. Daarom zijn de onrechtmatigheden die in de jaarrekening van 2024 zijn geconstateerd opgenomen. Op basis van de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening 2024 blijkt dat er geen rechtmatigheidsafwijkingen zijn geconstateerd groter dan de verantwoordingsgrens (3%). |
Relevante informatie |
https://lansingerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/4f4865be-9c2b-4735-bd8b-c54c0fb2f598?documentId=1a42bf94-fe0c-46d6-8c0f-fcde1b3b3363&agendaItemId=0175956d-b8ef-4237-b8f8-20a2deb78910 |
DCMR Milieudienst Rijnmond
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - DCMR Milieudienst RijnmondNaam verbonden partij |
DCMR Milieudienst Rijnmond |
|---|---|
Type regeling |
Collegeregeling |
Vestigingsplaats |
Schiedam |
Deelnemende partijen |
Albrandswaard, Barendrecht, Capelle a/d Ijssel, Goeree-Overflakkee, Krimpen a/d Ijssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Schiedam, Vlaardingen, Voorne aan Zee, Rotterdam, provincie Zuid Holland, provincie Zeeland (BRZO). |
Visie en beleidsvoornemens |
De DCMR Milieudienst Rijnmond levert met inzet van wettelijke instrumenten en vanuit zijn specifieke deskundigheid een bijdrage aan het verlagen van de milieubelasting van bedrijven en aan het verhogen van de milieukwaliteit en veiligheid in het Rijnmondgebied. Hiermee draagt het bij aan de ontwikkeling van Lansingerland als gemeente waarin aantrekkelijk kan worden gewoond, gewerkt en gerecreëerd. |
Publiek belang van Lansingerland in Verbonden Partij (waarom nemen we deel?) |
DCMR voert milieutaken uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving: de VTH-taken. Deze richten zich voornamelijk op de branches met de potentieel grootste risico's en/of de bedrijven die het meest klachten veroorzaken. Het publieke belang is het bereiken van een goed leefmilieu voor burgers en bedrijven. |
Behaalde resultaten in het afgelopen kalenderjaar |
De wettelijke taken zijn binnen het daarvoor beschikbare budget uitgevoerd. |
Financieel belang van Lansingerland in de Verbonden Partij (hoeveel betalen we?) |
2025: € 2.052.503
2026: € 2.173.306 |
Eigen vermogen |
2024: 7.341.000 euro (bron: jaarrekening 2024)
2025: 7.305.000 euro (bron: concept jaarrekening 2025) |
Vreemd vermogen |
2024: 17.413.000 euro (bron: jaarrekening 2024)
2025: 15.371.000 euro (bron: concept jaarrekening 2025) |
Financieel resultaat |
2024: 3.517.000 euro (bron: jaarrekening 2024)
2025: 3.187.000 euro (bron: concept jaarrekening 2025) |
Specifieke financiële risico's (welke risico's bestaan er, specifiek voor de GR, die niet in de weerstandparagraaf zijn opgenomen)? |
Het financiële risico is gemiddeld tot laag.
In de Gemeenschappelijke Regeling is een garantstelling voor de deelnemende gemeenten opgenomen en ook het weerstandsvermogen is nog steeds voldoende. |
Bestuurlijke risico's |
Het bestuurlijke (inhoudelijke) risico is laag, omdat de belangen van DCMR hetzelfde zijn als onze belangen, er duidelijke afspraken met de DCMR zijn gemaakt die we regelmatig monitoren en we veel vertrouwen in deze verbonden partij hebben. Echter raakt de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt ook de DCMR, waardoor het moeilijk is (ervaren) medewerkers te rekruteren. Dit brengt het risico met zich mee dat de uitvoering niet altijd het gewenste niveau haalt. |
Heeft de accountant onrechtmatigheden geconstateerd die effect hebben op de begrotingscriteria, voorwaardencriteria, Misbruik & Oneigenlijk gebruik? Geef een toelichting.
(Voor definities zie het interne Controleplan) |
Het accountantsverslag van DCMR wordt doorgaans in april aangeleverd. Daarom zijn de onrechtmatigheden die in de jaarrekening van 2024 zijn geconstateerd opgenomen. Dat betrof een aandachtspunt t.a.v. rechtmatig inkopen. Hierop was een onrechtmatigheid geconstateerd van € 216.013. |
Relevante informatie |
Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH)
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH)Naam verbonden partij |
Metropoolregio Rotterdam Den-Haag (MRDH) |
|---|---|
Type regeling |
Gemgende regeling |
Vestigingsplaats |
Rotterdam |
Deelnemende partijen |
21 gemeenten:
Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rijswijk, Nissewaard, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Voorne aan Zee, Wassenaar, Westland, Zoetermeer. |
Visie en beleidsvoornemens |
De MRDH heeft in 2023 de nieuwe Strategische Agenda vastgesteld. Dit is de nieuwe koers tot en met 2026. De koers richt zich op het volgende:
1. Groei van de regio
2. Vernieuwing van de regio
3. Kwaliteit van de regio
4. Herstel van de regio
Bij deze koers zijn 6 opdrachten gedefinieerd:
1. Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren
2. Toekomstbestendige economie stimuleren
3. Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren
4. Vernieuwen van de werklocaties
5. Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk
6. Herstellen van het OV-systeem (opdracht is reeds afgerond)
De nieuwe mobiliteitsvisie MRDH 2050 en een visie Economisch Vestigingsklimaat worden in het AB van 13 februari 2026 vastgesteld. |
Publiek belang van Lansingerland in Verbonden Partij (waarom nemen we deel?) |
De MRDH is het bevoegd gezag over het openbaar vervoer in de regio en in Lansingerland. Daarnaast versterkt MRDH de internationale concurrentiepositie van de regio door verbetering van de bereikbaarheid en versteking van het economisch vestigingsklimaat. Dit komt ten goede van de inwoners, de bedrijven en de maatschappelijke organisaties in de gemeente Lansingerland |
Behaalde resultaten in het afgelopen kalenderjaar |
Het jaarverslag is nog niet vastgesteld. |
Financieel belang van Lansingerland in de Verbonden Partij (hoeveel betalen we?) |
De projecten en de organisatie van de Vervoersautoriteit (Va) worden grotendeels bekostigd uit de reguliere Brede Doeluitkering (BDU) Verkeer en Vervoer. Daarnaast zijn er nog specifieke rijksbijdragen, zoals gelden het Actieprogramma, Regionaal OV en de Specifieke Uitkering Verkeersveiligheid.
De projecten en de organisatie van het Economisch Vestigingsklimaat (EV) worden bekostigd uit ‘de inwonerbijdrage’. Elke gemeente betaald een bedrag per inwoner. Voor 2025 was dat bedrag € 3,07. Lansingerland heeft in 2025 in totaal afgedragen: € 201.392 |
Eigen vermogen |
Eigen vermogen
2024: € 42.034.603
2025: € 46.551.943 (bron: Concept Jaarrekening 2025) |
Vreemd vermogen |
Vreemd vermogen
2024: € 1.068.480.636
2025: € 1.901.655.974 (bron: Concept Jaarrekening 2025) |
Financieel resultaat |
Financieel resultaat
2024: € 831.704
2025: € 604.375 (bron: Concept Jaarrekening 2025) |
Specifieke financiële risico's (welke risico's bestaan er, specifiek voor de GR, die niet in de weerstandparagraaf zijn opgenomen)? |
Het begrip van de balans, de risico’s en de ontwikkeling van de BDU in meerjarig perspectief in relatie tot het meerjarig Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) is van belang om de financiële positie van de MRDH te begrijpen. Hiervoor zijn ook de BBV-paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing en Financiering in de jaarstukken van belang. De toekomst van de MRDH bevat (financiële) onzekerheden over reizigersaantallen voor de OV-concessies, prijsontwikkelingen, krapte op de arbeidsmarkt, de groei van de mobiliteit (wegen en spoor), achterblijvende compensatie voor areaaluitbreiding en voor meer trajecten. De MRDH heeft maatregelen geïmplementeerd om in meerjarig perspectief de bestuurlijke wensen, de financiële risico’s, het planningsoptimisme, de budgettaire kaders (BDU) en de meerjarenbegroting (inclusief IPVa) op elkaar af te stemmen. Daarnaast zijn met de OV-concessiehouders (financiële) afspraken gemaakt. Met deze beheersinstrumenten beheerst het bestuur van de MRDH toereikend de financiële risico’s en de effecten daarvan voor de financiële positie en de continuïteit.
De belangrijkste aandachtspunten voor Lansingerland zijn de verdere uitwerking van de projecten uit het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (VA) en het genereren van de daarbij behorende financiën.
De projecten en de organisatie van de (Va) worden grotendeels bekostigd uit de reguliere Brede Doeluitkering Verkeer en Vervoer. Er is jaarlijks sprake van onderbenutting door uitstel en/of afstel van gesubsidieerde projecten van Lansingerland in het investeringsprogramma. Dit heeft er meermaals toe geleid dat aangemelde subsidies niet beschikt worden en uit het investeringsprogramma worden gehaald, waardoor er op het MIP van Lansingerland een financieel tekort ontstaat. Subsidies kunnen in veel gevallen opnieuw aangemeld worden, maar dit zorgt voor vertraging. Daarnaast zijn er nog specifieke rijksbijdragen, zoals de
Specifieke Uitkering Verkeersveiligheid. Deze SPUK is meer tijdsensitief. Bij niet tijdige besteding van de middelen gaan deze definitief verloren en kunnen deze niet opnieuw beschikt worden.
Ook het openbaar vervoer wordt bekostigd uit de BDU. Nu en de komende jaren is en blijft er een stevige opgave om de kosten van het openbaar vervoer te drukken. Door een oplopende beheerlast neemt het investeringsvermogen af, wat niet direct met reizigersinkomsten kan worden gecompenseerd. De Korting van 10% op alle SPUKs, waaronder de SPUK-BDU die voor 2026 nog in de lucht hing, is met de rijksbegroting geschrapt. Voor 2027 draagt IenW een derde van het tekort bij, de vervoerregio’s samen ook een derde deel, en voor het resterende deel wordt nog samen gezocht naar een oplossing. |
Bestuurlijke risico's |
Er zijn geen bestuurlijke risico’s geïdentificeerd. |
Heeft de accountant onrechtmatigheden geconstateerd die effect hebben op de begrotingscriteria, voorwaardencriteria, Misbruik & Oneigenlijk gebruik? Geef een toelichting.
(Voor definities zie het interne Controleplan) |
Tijdens de controle van de jaarrekening 2024 zijn geen aanwijzingen van fraude onder de aandacht van de accountant gekomen. Er zijn geen gevallen van niet naleving van wet- en regelgeving onder de aandacht van de accountant gekomen, met uitzondering van de door de MRDH aan de accountant gerapporteerde rechtmatigheidsbevindingen. |
Relevante informatie |
https://lansingerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/95f63825-e0e6-44bf-af6d-d70cdc4fc49a?documentId=0defc0fe-7766-4757-84b7-6ee5cfb04cca&agendaItemId=036590cc-bca2-487c-806a-68efe378a530
https://lansingerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/4f4865be-9c2b-4735-bd8b-c54c0fb2f598?documentId=f88083b9-d784-48ff-b5cf-a9095c0b4e07&agendaItemId=873bff16-f7eb-4f83-9346-76d349684743 |
HSL-Zuid
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - HSL-ZuidNaam verbonden partij |
Schadevergoedingsschap HSL-Zuid, A16 en A4 |
|---|---|
Type regeling |
Collegeregeling. De regeling is van rechtswege per 1 januari 2026 beëindigd. |
Vestigingsplaats |
Rotterdam |
Deelnemende partijen |
Gemeente Lansingerland en vrijwel alle overige gemeenten over wiens grondgebied de HSL-Zuid is aangelegd, alsmede de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. |
Visie en beleidsvoornemens |
In artikel 2 van de gemeenschappelijke regeling staat opgenomen:
“Het doel van de regeling is het bevorderen dat de behandeling van verzoeken om schadevergoeding die verband houden met de aanleg van de HSL-Zuid en de verbreding, verlegging en reconstructie van de A-16 (...)respectievelijk de A-4, zoals bedoeld in artikel 1 onder f, en de beslissingen op die verzoeken doelmatig, deskundig en op gelijke wijze plaatsvinden. Door deze regeling wordt tevens voor de burgers duidelijkheid geschapen over de terzake bevoegde instantie.” |
Publiek belang van Lansingerland in Verbonden Partij (waarom nemen we deel?) |
Eén loket voor alle aanspraken op schadevergoeding. Eenduidig, deskundig aanpakken en met bovenal een publieksvriendelijke benadering. Een beleid dat bij de oprichting van het Schap is geformuleerd en het voornemen is om dit te handhaven tot aan het einde van het Schap. |
Behaalde resultaten in het afgelopen kalenderjaar |
Afhandeling laatste verzoeken en één lopende beroepszaak bij de Rechtbank Rotterdam. Daarnaast de voorbereiding van de liquidatie van de gemeenschappelijke regeling |
Financieel belang van Lansingerland in de Verbonden Partij (hoeveel betalen we?) |
Alle kosten van het Schap en van de door het Schap toegekende schadevergoedingen worden betaald door de Rijksoverheid. |
Eigen vermogen |
Er is geen sprake van een eigen vermogen |
Vreemd vermogen |
Er is geen sprake van vreemd vermogen. |
Financieel resultaat
(bron: Jaarverslag en decharge Schadeschap 2025) |
Uitvoeringskosten € 90.719
Schadevergoedingen € 15.603
Totaal € 106.322 |
Specifieke financiële risico's (welke risico's bestaan er, specifiek voor de GR, die niet in de weerstandparagraaf zijn opgenomen)? |
Er zijn thans geen financiële risico’s bekend. |
Bestuurlijke risico's |
In bestuurlijke zin is geen risico te verwachten omdat het Algemeen bestuur van het Schap bevoegd is te beslissen op de aanvragen |
Heeft de accountant onrechtmatigheden geconstateerd die effect hebben op de begrotingscriteria, voorwaardencriteria, Misbruik & Oneigenlijk gebruik? Geef een toelichting.
(Voor definities zie het interne Controleplan) |
Nee. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft op 2 mei 2025 aan het Schap decharge verleend voor het financieel beheer van 2024. |
Relevante informatie |
De regeling is van rechtswege per 1 januari 2026 beëindigd. Momenteel wordt door het Schadevergoedingschap het Liquidatieplan voorbereid. Zodra wij het Liquidatieplan hebben ontvangen zullen wij u informeren. |
Stichting Hortiscience Innovation Center (HIC)
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Stichting Hortiscience Innovation Center (HIC)Naam verbonden partij |
Stichting Hortiscience Innovation Center |
|---|---|
Type regeling |
Gemengde regeling |
Vestigingsplaats |
Bleiswijk |
Deelnemende partijen |
Stichting Wageningen Research, Delphy Groep BV, Gemeente Lansingerland, YES!Delft B.V., Stichting StartLife Holding |
Visie en beleidsvoornemens |
De ontwikkeling van het HIC sluit aan op de koers zoals vastgelegd in de Horti Science Visie (HSV) en de bijbehorende Uitvoeringsagenda (T21.08840). Lansingerland loopt wereldwijd voorop in innovatieve glastuinbouw en wil deze positie behouden en verder versterken. De HSV biedt hiervoor een strategisch kader tot 2030. Binnen deze visie is het HIC een sleutelfactor onder de bouwsteen ‘Innovatief Ecosysteem’. Het HIC brengt toonaangevende partners samen, zoals WUR, YES!Delft, Delphy, StartLife en de gemeente Lansingerland, in een sterk ecosysteem waarin kennisintensieve bedrijvigheid en toegepast onderzoek hand
in hand gaan. Deze samenwerking draagt direct bij aan innovaties die nodig zijn om de energietransitie, circulaire productiesystemen en duurzame teelt te versnellen. Tegelijkertijd wordt zo een robuustere voedselvoorziening mogelijk gemaakt en ontstaat er meer werkgelegenheid binnen de regio, met name bij startups en scaleups |
Publiek belang van Lansingerland in Verbonden Partij (waarom nemen we deel?) |
De gemeenteraad sprak in de vastgestelde Horti Science Visie (2022) de ambitie uit om het innovatieve ecosysteem in Lansingerland te versterken en zo bij te dragen aan een duurzame economische structuur. De oprichting van de Stichting Horti Science Innovation Center (HIC) was een belangrijke vervolgstap in de uitvoering van deze visie.
De gemeente geeft hiermee invulling aan haar strategische rol binnen het Horti Science ecosysteem. Het HIC draagt direct bij aan innovatie, verduurzaming en economische groei in de glastuinbouwsector. Zonder deelname van de gemeente kon het HIC niet worden opgericht; bovendien was onze deelname voor partijen als WUR een voorwaarde om zelf te participeren. |
Behaalde resultaten in het afgelopen kalenderjaar |
In de afgelopen periode heeft het HortiScience Innovation Center (HIC) een duidelijke versnelling aangebracht in het bouwen en opschalen van innovatie voor de glastuinbouw. Met een combinatie van ondernemerschap, praktijkvalidatie
en een groeiend partnernetwerk zijn meerdere mijlpalen gerealiseerd.
1) Lancering HIC Venture Studio
Met de officiële opening van de HIC Venture Studio is een structurele ‘bouwplaats’ neergezet waar nieuwe startups systematisch kunnen ontstaan en sneller tot een valide business kunnen uitgroeien. De venture studio brengt ideeën, ondernemers en onderwijsinstellingen samen rond de belangrijkste transities in de glastuinbouw.
Belangrijk resultaat is dat de venture studio niet alleen een programma is, maar ook een fysieke plek: een omgeving waar ondernemers dicht op de praktijk kunnen ontwikkelen en waar samenwerking tussen bedrijfsleven, kennispartners en onderwijs wordt georganiseerd.
2) Vouchers voor validatie, expertise en demonstratie
HIC heeft een eigen programma ontwikkeld om startups en scaleups uit de sector gericht te versnellen. In 2025 zijn er in totaal 17 aanvragen gedaan en hebben 9 vouchers een positief advies gekregen. Daarnaast hebben we nog 10 bedrijven geholpen met het demonstreren van hun innovatie in de demonstratiekas.
• 4 validatievouchers van €25.000
• 5 expert vouchers van €3.000
Met dit programma benadrukken we de positie van de Gemeente Lansingerland als het gaat om hortiscience en versterken we de ‘innovatiepijplijn’ van HIC: van vroege haalbaarheid en expert input tot validatie in de praktijk.
3) Partnernetwerk
Het partnernetwerk van HIC is verder uitgebouwd tot een samenhangend ecosysteem waarin publieke en private partijen gezamenlijk werken aan innovatie en opschaling. Samenwerkingen zijn aangegaan met onder andere: MBO Lentiz, EP&C en Catalyze.
Naast deze structurele samenwerkingen heeft HIC zijn aanpak en eerste resultaten actief gedeeld met de sector via presentaties bij de Greenboard en AVAG. Ook op regionaal niveau is ingezet op samenwerking. HIC heeft een rondetafelgesprek met omliggende gemeenten georganiseerd om gezamenlijk te werken aan randvoorwaarden voor innovatie, zoals ruimte, talent, infrastructuur en experimenteerruimte. Dit draagt bij aan het opbouwen van een gedeelde regionale agenda voor innovatie in de glastuinbouw. |
Financieel belang van Lansingerland in de Verbonden Partij (hoeveel betalen we?) |
€ 700.000 zoals vastgesteld in BR2500026. Dit betreft de periode van 08-07-2025 t/m 31-12-2026 zoals is aangegeven in U25.03648. |
Eigen vermogen |
Nog niet bekend |
Vreemd vermogen |
Nog niet bekend |
Financieel resultaat |
Nog niet bekend |
Specifieke financiële risico's (welke risico's bestaan er, specifiek voor de GR, die niet in de weerstandparagraaf zijn opgenomen)? |
Hoewel de bijdragen gemaximeerd en gemotiveerd zijn
(€ 700.000 totaal), is er geen garantie dat het HIC op termijn voldoende externe financiering aantrekt. |
Bestuurlijke risico's |
Er kan een spanningsveld ontstaan tussen bestuurlijke betrokkenheid en de behoefte aan flexibiliteit. Om dit te beheersen zijn afspraken vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst, statuten en het directiereglement |
Heeft de accountant onrechtmatigheden geconstateerd die effect hebben op de begrotingscriteria, voorwaardencriteria, Misbruik & Oneigenlijk gebruik? Geef een toelichting.
(Voor definities zie het interne Controleplan) |
Het accountantsverslag van Stichting HortiScience Innovation Center wordt naar verwachting 1 mei 2026. |
Relevante informatie |
https://www.hiceu.com/nl/nieuws/wat-blijft-er-over-van-een-uitvinding-zonder-bescherming-epampc-nieuwe-partner-hic
https://www.hiceu.com/nl/nieuws/leren-waar-de-innovatie-groeit-hic-en-mbo-lentiz-oostland-bundelen-krachten
https://www.hiceu.com/nl/nieuws/nieuw-partnerschap-tussen-catalyze-en-hortiscience-innovation-center
https://www.hiceu.com/nl/nieuws/eerste-groep-ondernemers-gestart-bij-hic-venture-studio
https://www.hiceu.com/nl/nieuws/hic-lanceert-de-eerste-venture-studio-voor-de-glastuinbouwnbsp |
SVHW (Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffingen en Waardebepaling)
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - SVHW (Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffingen en Waardebepaling)Naam verbonden partij |
SVHW (Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffingen en Waardebepaling) |
|---|---|
Type regeling |
Collegeregeling |
Vestigingsplaats |
Klaaswaal |
Deelnemende partijen |
Waterschap Hollandse Delta en 14 gemeentes: Alblasserdam, Albrandswaard, Altena, Barendrecht, Drimmelen, Geertruidenberg, Goeree-Overflakkee, Hardinxveld-Giessendam, Hoeksche Waard, Krimpenerwaard, Lansingerland, Nieuwkoop, Riddderkerk, Voorne aan Zee. |
Visie en beleidsvoornemens |
Visie:
SVHW werkt aan de strategie met een drietal kernwaarden als basis: Samenwerken, Vertrouwen en Gewoon doen. Aan deze kernwaarden wordt voortdurend aandacht besteed in onze organisatie en bij de werving van collega’s en SVHW wil hierop aangesproken kunnen worden.
SVHW streeft ernaar om in 2030 is SVHW een toonaangevende organisatie te zijn, waarbij minimaal 95% van onze dienstverlening verloopt via selfservice. Met de menselijke maat: Met een tevredenheid onder medewerkers en klanten >7,5. |
Publiek belang van Lansingerland in Verbonden Partij (waarom nemen we deel?) |
SVHW verzorgt namens de gemeente Lansingerland een zo doelmatig mogelijke uitvoering van werkzaamheden met betrekking tot:
- De heffing en invordering van belastingen;
- De uitvoering van Wet waardering onroerende zaken (woz);
- De administratie van vastgoedgegevens;
- Het verstrekken van vastgoedgegevens aan deelnemers en derden;
- Afhandeling bezwaar en communicatie met inwoners;
- Kwijtschelding en verminderingen. |
Behaalde resultaten (gerealiseerde doelen) in kalenderjaar 2024 (jaarrekening 2025 nog niet aanwezig |
De missie, visie en strategie van SVHW geven richting aan de organisatie en vormen de basis voor bijsturing van activiteiten. De dienstverleningsovereenkomst (DVO) met deelnemers speelt hierin een belangrijke rol, waarover in het jaarverslag wordt gerapporteerd. Door analyse van KPI’s worden verbetermaatregelen en projecten bepaald om de dienstverlening verder te ontwikkelen.
De resultaten laten zien dat SVHW de meeste KPI’s behaald.
Strategie:
• Selfservice blijft achter op de ambitie (77% vs. 95%), maar laat wel ontwikkeling zien.
• Klanttevredenheid (7,8) ligt boven de norm (7,5).
• Medewerkerstevredenheid (7,0) blijft iets onder de doelstelling (7,5), maar vertoont een stijgende lijn.
DVO-prestaties:
• Juiste en tijdige aanslagen voldoen aan de norm (beide 98% of hoger).
• Bezwaarbehandeling haalt precies de doelstelling (90%).
• Invordering scoort zeer goed en voldoet ruimschoots aan alle termijnen (tot 99,9%).
• Ramingen zijn zeer accuraat (100% realisatie binnen de bandbreedte). |
Financieel belang van Lansingerland in de Verbonden Partij (hoeveel betalen we?) |
In 2025 bedroeg de deelnemersbijdrage aan SVHW € 783.027,-. Dit bedrag is opgebouwd uit een te betalen deelnemersbijdrage minus procentuele bijdrage een invorderingsopbrengsten. In 2025 betaalde wij aan SVHW een bedrag van € 948.072 en ontvingen wij een bedrag van € 165.000,- aan invorderingsopbrengsten. |
Eigen vermogen |
01-01-2025: € 3.355.000
31-12-2025: € 3.290.000 |
Vreemd vermogen |
01-01-2025: € 29.834.000
31-12-2025: € 35.670.000 |
Financieel resultaat |
01-01-2025: € 2.526.000
31-12-2025: € 2.476.000 |
Specifieke financiële risico's (welke risico's bestaan er, specifiek voor de GR, die niet in de weerstandparagraaf zijn opgenomen)? |
Op basis van de financiële analyse kan worden vastgesteld dat het risicoprofiel gemiddeld is. De jaarlijkse bijdrage aan SVHW is gemiddeld en de gemeente is deels financieel aansprakelijk. Het weerstandsvermogen van SVHW is op peil en de bedrijfsvoering en kwaliteit van het risicomanagement zijn toereikend. |
Bestuurlijke risico's |
Op basis van de bestuurlijke analyse kan worden vastgesteld dat het risicoprofiel gemiddeld is. Lansingerland is vertegenwoordiger in het algemeen bestuur. Er zijn duidelijke afspraken over de informatievoorziening welke naar tevredenheid worden gehonoreerd en het belang van SVHW komt volledig overeen met het belang van Lansingerland. |
Heeft de accountant onrechtmatigheden geconstateerd die effect hebben op de begrotingscriteria, voorwaardencriteria, Misbruik & Oneigenlijk gebruik? Geef een toelichting.
(Voor definities zie het interne Controleplan) |
Het dagelijks bestuur van SVHW is verantwoordelijk voor een juiste en volledige verwerking van baten, lasten en balansmutaties in de jaarrekening. Daarbij moet worden voldaan aan drie rechtmatigheidscriteria: het begrotingscriterium, het voorwaardencriterium en het criterium misbruik en oneigenlijk gebruik.
Er zijn geen onrechtmatigheden geconstateerd en daarmee wordt ruim voldaan aan de gestelde norm.
Het dagelijks bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten en ook de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 0 bedraagt. |
Relevante informatie |
https://www.svhw.nl/app/uploads/2026/04/A.B._26_26-gewaarmerkte-jaarstukken-2025.pdf |
Bank Nederlandse Gemeenten
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Bank Nederlandse GemeentenNaam verbonden partij |
Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) |
|---|---|
Type regeling |
Niet van toepassing |
Vestigingsplaats |
Den Haag |
Deelnemende partijen |
Divers |
Visie en beleidsvoornemens |
Niet van toepassing |
Publiek belang van Lansingerland in Verbonden Partij (waarom nemen we deel?) |
BNG is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. |
Behaalde resultaten in het afgelopen kalenderjaar |
De BNG bank realiseerde in 2025 een nettowinst van €172 miljoen en zag een verdere groei van de kredietportefeuille naar €95,7 miljard, mede door €11,2 miljard aan nieuwe leningen. De bank bleef een belangrijke kredietverstrekker voor publieke investeringen (o.a. woningbouw en energietransitie) en versterkte haar positie in duurzame financiering, ondanks een lagere winst door marktomstandigheden en hogere kosten. |
Financieel belang van Lansingerland in de Verbonden Partij (hoeveel betalen we?) |
Wij dragen financieel niks bij. Als aandeelhouder van 15.015 van de totaal circa 56 miljoen aandelen ontvangen wij dividend. Het aandelenkapitaal in BNB vertegenwoordigt een waarde van 34.068 euro op onze balans. |
Eigen vermogen |
2024: 4,8 miljard euro (bron: jaarrekening 2024)
2025: 4,6 miljard euro (bron: jaarrekening 2025) |
Vreemd vermogen |
2024: 123,2 miljard euro (bron: jaarrekening 2024)
2025: 110,7 miljard euro (bron: jaarrekening 2025) |
Financieel resultaat |
2024: 294 miljoen euro (bron: jaarrekening 2024)
2025: 172 miljoen euro (bron: jaarrekening 2025) |
Specifieke financiële risico's (welke risico's bestaan er, specifiek voor de GR, die niet in de weerstandparagraaf zijn opgenomen)? |
Risico uit financiële analyse: laag
Toelichting: Het risico betreft de deelname in het aandelenkapitaal. BNG is een zeer solide bank en realiseert structureel winst, waardoor het risico laag wordt geacht |
Bestuurlijke risico's |
Risico uit bestuurlijke analyse: laag
Toelichting: Het risico betreft de deelname in het aandelenkapitaal. BNG is een zeer solide bank met een sterke bestuursstructuur, waardoor het risico laag wordt geacht. |
Heeft de accountant onrechtmatigheden geconstateerd die effect hebben op de begrotingscriteria, voorwaardencriteria, Misbruik & Oneigenlijk gebruik? Geef een toelichting.
(Voor definities zie het interne Controleplan) |
Niet van toepassing |
Relevante informatie |
https://www.bngbank.nl/over-bng/resultaten-en-verslagen/jaarverslagen/jaarverslag-2024 |
Dunea
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - DuneaNaam verbonden partij |
Dunea |
|---|---|
Type regeling |
Niet van toepassing |
Vestigingsplaats |
Zoetermeer |
Deelnemende partijen |
Alle 17 gemeenten in het leveringsgebied zijn aandeelhouder |
Visie en beleidsvoornemens |
Niet van toepassing |
Publiek belang van Lansingerland in Verbonden Partij (waarom nemen we deel?) |
Het publieke belang bestaat uit de gewaarborgde levering van drinkwater aan onze inwoners. Zo zijn alle 17 gemeenten in het leveringsgebied aandeelhouders. Dunea wil een vitale organisatie zijn die toekomstbestendige producten en diensten levert en daarbij duidelijk zichtbaar is als maatschappelijke onderneming. |
Behaalde resultaten in het afgelopen kalenderjaar |
|
Financieel belang van Lansingerland in de Verbonden Partij (hoeveel betalen we?) |
Lansingerland bezit 190.265 aandelen van de in totaal 4.000.000 uitgegeven aandelen. Het aandelenkapitaal in Dunea vertegenwoordigt een waarde van 0 euro op onze balans. Statutair mag Dunea geen dividend uitkeren. |
Eigen vermogen |
2023: 258,5 miljoen euro (bron: jaarrekening 2024)
2024: 265,1 miljoen euro (bron: jaarrekening 2024) |
Vreemd vermogen |
2023: 381,8 miljoen euro (bron: jaarrekening 2024)
2024: 391,1 miljoen euro (bron: jaarrekening 2024) |
Financieel resultaat |
2023: 6,9 miljoen euro (bron: jaarrekening 2024)
2024: 6,6 miljoen euro (bron: jaarrekening 2024) |
Specifieke financiële risico's (welke risico's bestaan er, specifiek voor de GR, die niet in de weerstandparagraaf zijn opgenomen)? |
Risico uit financiële analyse: laag
Toelichting: De financiële aansprakelijkheid is beperkt tot het gestorte aandelenkapitaal. Derhalve achten wij het risico financiële risico laag. |
Bestuurlijke risico's |
Risico uit bestuurlijke analyse: laag
Toelichting: De bestuursstructuur is goed gedefinieerd en er zijn duidelijke verantwoordelijkheden en bevoegdheden binnen de organisatie. Er zijn geen aanwijzingen voor een gebrek aan toezicht of inefficiëntie in het bestuur. Derhalve achten wij het bestuurlijke risico laag. |
Heeft de accountant onrechtmatigheden geconstateerd die effect hebben op de begrotingscriteria, voorwaardencriteria, Misbruik & Oneigenlijk gebruik? Geef een toelichting.
(Voor definities zie het interne Controleplan) |
Niet van toepassing |
Relevante informatie |
https://jaarverslag-dunea.nl/ |
Stedin Holding N.V.
Terug naar navigatie - Paragraaf Verbonden partijen - Stedin Holding N.V.Naam verbonden partij |
Stedin Holding N.V. |
|---|---|
Type regeling |
Vennootschap |
Vestigingsplaats |
Rotterdam |
Deelnemende partijen |
Diverse gemeenten en provincies en Rijk |
Visie en beleidsvoornemens |
De nieuwe Energiewet bepaalt voor een groot deel de activiteiten van Stedin. Deze zijn gericht op o.a. de aanleg, het onderhoud en beheer van gas- en elektriciteitsnetten.
Door de energietransitie verduurzaamt de energieproductie in hoog tempo en neemt het elektriciteitsverbruik toe doordat we meer elektriciteit gebruiken voor het verwarmen van gebouwen, voor elektrisch rijden en voor elektrificatie in de industrie.
Al die nieuwe energie brengt Stedin via de netten naar de klanten. Iedereen in het verzorgingsgebied toegang geven tot duurzame energie; dat is Stedin's maatschappelijke opdracht.
Stedin richt daarom alle aandacht op het mogelijk maken van de energietransitie door de netten sneller uit te bouwen, optimaal te benutten en goed te beheren. Hierbij werkt Stedin hard om de netcongestie terug te dringen. |
Publiek belang van Lansingerland in Verbonden Partij (waarom nemen we deel?) |
De waarborging van levering van energie aan de klanten binnen het verzorgingsgebied door middel van netbeheer als bedoeld in de Energiewet Stedin maakt hierdoor de energietransitie mogelijk. |
Behaalde resultaten in het afgelopen kalenderjaar |
Volgens het Stedin Groep Jaarverslag 2025 heeft het bedrijf in 2025 circa € 1,3 miljard geïnvesteerd in de uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnet, een recordniveau dat nodig is om de energietransitie te faciliteren. Daarbij zijn ruim 1.200 kilometer kabel aangelegd en honderden transformatorstations geplaatst, waarmee de netcapaciteit verder is vergroot. Door intensief samen te werken met bedrijven, maakte Stedin in 2025 meer ruimte vrij op het stroomnet. Dit leverde in totaal 279 megawatt aan ruimte op, vier keer zoveel als het jaar ervoor. Ondanks deze inspanningen blijft de druk op het net hoog en neemt de netcongestie toe, wat leidt tot langere wachttijden voor nieuwe aansluitingen. Stedin zet daarom naast fysieke uitbreiding ook in op innovatieve oplossingen en flexibele contractvormen om bestaande capaciteit efficiënter te benutten. De financiële positie bleef solide, mede dankzij gereguleerde inkomsten en toegang tot duurzame financiering, waaronder groene obligaties. |
Financieel belang van Lansingerland in de Verbonden Partij (hoeveel betalen we?) |
Lansingerland draagt niet structureel financieel bij aan deze Verbonden Partij maar ontvangt juist een dividend. Het geprognotiseerde dividend is in de meerjarenbegroting opgenomen als algemeen structureel dekkingsmiddel. Lansingerland is de zesde aandeelhouder en houdt 2,96% van het reguliere aandelenkapitaal en 6,43% van het cumulatief preferent aandelenkapitaal.
Het reguliere dividend over boekjaar 2024 bedraagt € 1,5 miljoen en het geprognotiseerde dividend op de reguliere aandelen over boekjaar 2025 bedraagt € 1,9 miljoen. De cumulatief preferente aandelen kennen een vastgesteld rendement van 3%, resulterend in een dividend van € 385.000 per jaar. De boekwaarde van de reguliere aandelen Stedin is € 0,6 miljoen. De boekwaarde van de cumulatief preferente aandelen Stedin is € 12,9 mln. |
Eigen vermogen |
1-1-2025 € 3.370 miljoen
31-12-2025 € 3.586 miljoen
(Jaarrekening 2025) |
Vreemd vermogen |
1-1-2025 € 5.704 miljoen
31-12-2025 € 6.489 miljoen
(Jaarrekening 2025) |
Financieel resultaat |
2025: € 278 miljoen
(Jaarrekening 2025) |
Specifieke financiële risico's (welke risico's bestaan er, specifiek voor de GR, die niet in de weerstandparagraaf zijn opgenomen)? |
Risico uit financiële analyse: Gemiddeld
Toelichting: Stedin opereert in een gereguleerde markt waarbij de verwachte investeringen uit hoofde van de energietransitie aanzienlijk zijn, hetgeen financiële druk legt op de investeringsruimte, solvabiliteit, kapitaalbehoefte en de credit rating. Dit heeft mogelijk gevolgen voor de kapitaalbehoefte en dividenduitkering.
De dividenduitkering is een vast dekkingsmiddel in onze begroting. De omvang van het uit te keren dividend is afhankelijk van de nettowinst in enig jaar en de solvabiliteit. De solvabiliteit is mede afhankelijk van de hoogte van het investeringsprogramma uit hoofde van de energietransitie. De mogelijke tegenvallers in de nettowinst van de onderneming én een verslechtering van de solvabiliteit zijn een financieel risico.
In 2026 stelt de ACM het nieuwe methodebesluit vast voor 2027-2031. Dit heeft ook gevolgen voor de inkomsten en daarmee de dividenden.
Daarnaast is het investeringsniveau van Stedin hoog en zal dat de komende jaren zo blijven. Dit vereist niet alleen capaciteit, maar ook veel financiële middelen. Om deze aan te kunnen blijven trekken is het voor Stedin noodzakelijk om de eigenvermogenspositie op peil te houden. De komende periode gaat Stedin met de aandeelhouders onderzoeken hoe dit ingevuld zal worden. De kapitaalbehoefte kan mogelijk gevolgen hebben voor de gemeente als aandeelhouder in de vorm van kapitaalinjecties, uitgifte van aandelen en dividend. |
Bestuurlijke risico's |
Uitkomst van de bestuurlijke analyse is dat het bestuurlijke risicoprofiel laag is. Enerzijds is Stedin een zogenaamde structuurvennootschap waarbij de rechtstreekse invloed van aandeelhouder(s) op de raad van commissarissen en de raad van bestuur beperkt is. Anderzijds zijn er met Stedin eenduidige afspraken gemaakt over onder meer het goedkeuringsrecht van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders met betrekking tot (des-) investeringsbeslissingen en een adviesrecht ten aanzien van de vaststelling van het meerjarig strategisch plan en een herziening daarvan, alsmede een daarop aansluitend jaarplan en de herziening daarvan, voor zover de inhoud daarvan ziet op het gereguleerde domein.
Stedin zorgt dat de energietransitie mogelijk is. Op dat gebied speelt er problemen rondom netcongestie. Het oplossen hiervan gaat gepaard met uitdaging rondom o.a. de beschikbaarheid van capaciteit en vergunningen. |
Heeft de accountant onrechtmatigheden geconstateerd die effect hebben op de begrotingscriteria, voorwaardencriteria, Misbruik & Oneigenlijk gebruik? Geef een toelichting.
(Voor definities zie het interne Controleplan) |
Niet van toepassing |
Relevante informatie |
Niet van toepassing |
Paragraaf Grondbeleid
Terug naar navigatie - - Paragraaf GrondbeleidGrondbeleid
Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - GrondbeleidGrondbeleid is een middel om ruimtelijke doelstellingen op het gebied van volkshuisvesting, economie, groen en recreatie, infrastructuur en maatschappelijke voorzieningen te realiseren. Onze kaders zijn vastgelegd in de Omgevingsvisie 2.0. Tot november 2025 was de nota grondbeleid 2019-2022 kaderstellend (zie U24.02553). In de Omgevingsvisie geven we inzicht in de verschillende vormen van grondbeleid en de keuze die wij hierin maken, de instrumenten die wij inzetten om dit beleid te realiseren en de spelregels die wij hierbij toepassen. De doelstellingen en ambities uit het coalitieakkoord 2022-2026 vormen hiervoor de basis samen met de beleidsdoelstelling zoals vastgelegd in bijvoorbeeld de Woonvisie.
Vanuit de VINEX-opgave heeft de gemeente in het verleden vooral een actief grondbeleid gevoerd. Bij een actief grondbeleid koopt en produceert de gemeente zelf bouwgrond. Hieraan zijn ook risico's verbonden. Voor nieuwe ontwikkelingen wordt er daarom vanuit het grondbeleid gesproken over situationeel grondbeleid. Daarbij is ook uitdrukkelijker de mogelijkheid geboden om te kiezen voor een faciliterende rol, waarbij de risico’s voor de gemeente beperkter zijn. Bij de Omgevingsvisie 2.0 die in november 2025 is vastgesteld is dit nog steeds het uitgangspunt. De kostenverhaalsmogelijkheden vanuit de Omgevingswet ondersteunen deze keuze.
Jaarlijks actualiseren we de lopende grondexploitaties in de Meerjaren Prognose Grondexploitaties (MPG) en geven we bij de begroting een globale doorkijk naar de eerstvolgende actualisatie. De actualisatie van het MPG 2026 per 1-1-2026 is de basis voor de waardering van onze grondexploitatieprojecten in de jaarstukken 2025. Het college stelt daarnaast jaarlijks de Kaderbrief Grondprijzen vast.
Grondexploitatie, risico’s en weerstandsvermogen
Terug naar navigatie - Paragraaf Grondbeleid - Grondexploitatie, risico’s en weerstandsvermogenHet MPG 2026 vormt de basis voor de jaarstukken 2025. Voor een uitgebreide toelichting verwijzen wij dan ook naar het MPG 2026.
Bij de actualisatie sturen we vooral op de 4 P's: programma, planning, prijzen en parameters. Deze vier elementen bepalen in hoge mate het resultaat van de grondexploitaties.
In 2025 hadden wij de volgende projecten in exploitatie:
Kern |
Woningbouw |
Bedrijventerreinen |
Centrum-ontwikkeling |
Overig |
|---|---|---|---|---|
Berkel en Rodenrijs |
Meerpolder |
Oudeland |
Berkel Centrum West |
|
Westpolder/Bolwerk |
||||
RvR Groenzoom Noordeinde |
||||
Bergschenhoek |
Wilderszijde |
Leeuwenhoekweg |
Landscheidingspark Horeca |
Resultaat afgesloten projecten
In 2025 sloten wij geen grondexploitatie af.
Resultaat MPG 2026
Per 1-1-2026 zijn alle grondexploitaties volledig geactualiseerd. Bij de actualisatie stelden we de parameters opnieuw vast, verwerkten we de boekwaarden en stelden we de raming en fasering van de nog te maken kosten en opbrengsten waar nodig bij.
In het MPG 2026 lichten we de (algemene) uitgangspunten, marktontwikkelingen en alle grondexploitaties nader toe. Hierbij gaan we ook in op de verschillen ten opzichte van het MPG 2025 en de aan de grondexploitaties verbonden risico’s.
Conform de notitie Grondexploitaties van de commissie BBV zijn de resultaten van alle lopende grondexploitaties in de toelichting op de balans in de tabel ramingen per complex weergegeven. Bij de nominale waarde wordt geen rekening gehouden met toekomstige rente en indexering van kosten en opbrengsten. In de eindwaarde is hier wel rekening mee gehouden. Bij de netto contante waarde wordt dit resultaat op eindwaarde teruggerekend naar het heden (prijspeil 1-1-2026), waarmee de resultaten van de grondexploitaties onderling vergelijkbaar zijn.
Tussentijdse winstneming
Het BBV schrijft een tussentijdse winstneming voor bij winstgevende projecten, naar rato van de voortgang.
De hoogte van de tussentijdse winstneming bepalen we jaarlijks per project op basis van het zogenaamde percentage of completion (POC) en de geactualiseerde grondexploitaties. Eventuele project specifieke risico’s (onzekerheden) mogen hierop in mindering worden gebracht. De hoogte van de tussentijdse winstneming bepalen we jaarlijks opnieuw en verrekenen we met eerder genomen winsten.
Op basis van bovenstaande, namen we bij de jaarrekening 2025 in totaal ca. € 2,45 miljoen aan tussentijdse winst. Dit bedrag komt bovenop de in 2017 t/m 2024 genomen tussentijdse winst van € 30,25 miljoen. In onderstaande tabel is de winstneming per grondexploitatie weergegeven:
Bedragen x € 1 miljoen |
|||
|---|---|---|---|
Positieve grondexploitaties |
Reeds genomen winst t/m 2024 |
Te nemen winst 2025 |
Totaal tussentijdse winstneming |
Meerpolder |
2,47 |
0,02 |
2,48 |
Oudeland |
26,42 |
1,65 |
28,07 |
Wilderszijde |
1,35 |
0,80 |
2,15 |
RvR Groenzoom Noordeinde |
0,01 |
-0,01 |
0,00 |
Totaal |
30,25 |
2,45 |
32,70 |
Verwerking van het tekort en totaal voordeel
Voor het tekort, ofwel het totaal aan verliesgevende grondexploitaties, moet een verliesvoorziening aanwezig zijn. Op basis van het MPG 2025 is een verliesvoorziening benodigd van € 38,87 mln. Per 31-12-2024 was een verliesvoorziening benodigd van € 37,84 mln. Dat betekent dat bij de Jaarrekening 2025 per saldo een bedrag van € 1,03 mln. wordt toegevoegd aan de verliesvoorziening.
Zoals opgenomen in de nota reserves en voorzieningen zijn de dotaties aan de verliesvoorziening per 31-12-2025 bij de Jaarrekening 2025 vóór resultaatsbestemming onttrokken aan de algemene reserve. Dit geldt ook voor de tussentijdse winstneming. Voor de grondexploitatie Ruimte-voor-Ruimte Groenzoom Noordeinde wordt de tussentijdse winstneming opgenomen in de dekkingsreserve kapitaallasten RvR De Groenzoom. Dit jaar gaat het om een correctie van eerder genomen winsten.
Bedragen x € 1 miljoen |
|||
|---|---|---|---|
Negatieve grondexploitaties |
Reeds opgenomen verliesvoorziening t/m 2024 |
Te nemen verlies 2025 |
Totaal verliesvoorziening |
Berkel Centrum West |
-15,40 |
-€ 0,72 |
-16,12 |
Westpolder - Bolwerk |
-14,14 |
-€ 0,13 |
-14,27 |
Leeuwenhoekweg |
-7,38 |
-€ 0,05 |
-7,44 |
Landscheidingspark Horeca |
-0,92 |
-€ 0,12 |
-1,04 |
Totaal |
-37,84 |
-1,03 |
-38,87 |
Verschillenverklaring
Ten opzichte van het MPG 2025 is het resultaat van het MPG 2026 (zowel positieve als negatieve grondexploitaties) verbeterd met € 0,40 mln. op netto contante waarde. De negatieve grondexploitaties zijn verslechterd met € 1,03 mln. en de positieve grondexploitaties kennen een verbetering van € 1,43 mln.
Het verschil in resultaat ten opzichte van het MPG 2024 wordt onder meer veroorzaakt door de volgende wijzigingen:
Algemeen
• Rente boekwaarde: Conform BBV rekenden we de werkelijke rente over 2025 toe aan de grondexploitaties. Deze is lager dan begroot (nadelig effect);
• Parameters kosten- en opbrengstenstijging: de parameters voor kostenstijging zijn over de gehele looptijd iets hoger dan vorig jaar ingeschat. De parameters voor opbrengstenstijging zijn over de gehele looptijd hoger dan vorig jaar ingeschat. Per saldo heeft dit een positief effect.
Projecten
- Oudeland: Het verkoopproces van de resterende kavels loopt trager door specifieke omstandigheden van kavelligging en bestemming. Daarom is de looptijd van de grondexploitatie met 1 jaar toegenomen. Dit zorgt voor een extra jaar aan planvorming en daarmee voor hogere plankosten. Dit leidt per saldo tot een verslechtering van het resultaat in de grondexploitatie.
- Westpolder- Bolwerk: De ramingen zijn geïndexeerd en geactualiseerd. Dit zorgt voor een stijging van de kosten. De indexatie van de grondopbrengsten conform de overeenkomst dempt deze kostenstijging.
- RvR Groenzoom Noordeinde: De kosten nemen toe door het toevoegen van een drukriolering. Dit wordt voor een groot deel gecompenseerd door de toename van de grondopbrengsten conform de kaderbrief grondprijzen.
- Wilderszijde: Door de ontwikkelingen op de woningmarkt nemen de grondopbrengsten flink toe. De grondopbrengsten van de gemeente zijn gebaseerd op grondquotes waar de gemeente een percentage van de vrij op naam prijs van een woning ontvangt. Als de vrij op naam prijs stijgt, stijgen de grondopbrengsten van de gemeente ook en vice versa (meebeweegsystematiek). Verder is in 2025 een allonge getekend waarmee 370 extra woningen zijn opgenomen in het programma. Ook de kosten in de grondexploitatie zijn dit jaar flink gestegen. Allereerst zijn er nieuwe civiele ramingen gemaakt voor het bouw- en woonrijpmaken van het gebied. Mede door de gestegen eenheidsprijzen, maar ook door het toevoegen van een aantal bruggen in de deelgebieden, zijn de civiele kosten hoger dan verwacht. Daarnaast loopt het project wat vertraging op. Het toevoegen van de 370 woningen aan het programma vereiste de nodige inzet en capaciteit, waardoor de einddatum van de grondexploitatie met een jaar naar achteren is geschoven. Die vertraging zorgt ook voor een jaar extra plankosten. Tot slot zijn er wat meer kosten buiten het plangebied toe te rekenen dan eerder werd aangenomen, het gaat dan met name om de civiele ingreep bij de Berkelse Poort en de inrichting van Park de Polder. Per saldo nemen de opbrengsten meer toe dan de kosten, waardoor de eindwaarde toeneemt.
Voor meer details over de grondexploitaties en verschillenanalyse verwijzen we naar het MPG 2026.
BBV en 10 jaarstermijn
Lansingerland heeft op dit moment één grondexploitatie met een looptijd van 9 jaar. De grondexploitatie Wilderszijde loopt tot en met 31-12-2034 en loopt daarmee tegen de richttermijn van 10 jaar, zoals door het BBV gesteld. Om de risico’s van de (lange termijn) ontwikkeling van Wilderszijde te beheersen hebben wij in het MPG beheersmaatregelen opgenomen en vastgesteld.
Risico’s
Ondanks dat we de ramingen binnen de grondexploitaties zorgvuldig opstellen, blijven er risico’s bestaan. De berekeningen zijn gebaseerd op aannames en uitgangspunten, die in de praktijk zowel positief als negatief kunnen uitvallen. De belangrijkste risico’s die samenhangen met de grondexploitaties hebben betrekking op de planning, de prijs en het programma.
Bij de actualisatie van de grondexploitaties actualiseren wij ook de risicoprofielen. Op totaalniveau is het risicoprofiel gekoppeld aan de benodigde weerstandscapaciteit, zie paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. In onderstaande tabel worden de risicoprofielen per project weergegeven. Voor een gedetailleerder overzicht van de risico’s per project wordt verwezen naar het MPG 2026.
Risicoprofielen |
2025 |
2026 |
|---|---|---|
Meerpolder |
Laag |
Laag |
Berkel Centrum West |
Laag |
Laag |
Westpolder-Bolwerk |
Laag |
Laag |
Oudeland |
Laag |
Laag |
Leeuwenhoekweg |
Laag |
Laag |
Wilderszijde |
Hoog |
Hoog |
RvR Groenzoom Noordeinde |
Laag |
Midden |
Landscheidingspark Horeca |
Laag |
Laag |
Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid (Woo)
Terug naar navigatie - - Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid (Woo)Wet open overheid
Terug naar navigatie - Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid (Woo) - Wet open overheidDe Wet open overheid (Woo) regelt het recht van burgers op informatie van de overheid. De wet beoogt overheden transparanter te maken door overheidsinformatie beter vindbaar en digitaal toegankelijker te maken, en daarmee vertrouwen van onze inwoners meer terug te krijgen. In deze openbaarheidsparagraaf wordt aandacht besteed aan de uitvoering van de Woo in relatie tot de beleidsvoornemens.
Passieve openbaarmaking
Het opvragen van publieke informatie bij overheidsorganisaties leidt tot passieve openbaarmaking. Voor deze Woo-verzoeken geldt nog steeds dat alle verzoeken zo snel als mogelijk in de organisatie uitgezet en afgerond worden. In 2025 zien we een stijging op het aantal ontvangen Woo-verzoeken (75 t.o.v. 56 in 2024) en een verbetering in de termijn waarmee Woo-verzoeken worden beantwoord door middel van een Woo-besluit en het openbaarmaken van de gevraagde informatie. Net zoals bij andere overheidsorganisaties is de omvang en complexiteit van een Woo-verzoek van invloed op de behandeltermijn.
In 2024 is reeds gestart met het actief openbaarmaken van de inhoud van een Woo-verzoek, het besluit van het bestuursorgaan (wat is er met het verzoek gedaan) en de documenten. De cijfers van deze webpagina laten zien dat bezoekers van de website deze informatie ook goed weten te vinden en een aantal documenten en onderwerpen bovengemiddeld is bezocht. Het is daarom waardevol om actief te publiceren.
Actieve openbaarmaking
Informatiecategorieën actief openbaar maken
De eerste verplichtingen uit de Woo om documenten behorende tot de elf informatiecategorieën binnen (doorgaans) veertien dagen actief openbaar te maken zijn per 1 november 2024 in werking getreden. Het gaat voor de gemeente om de volgende categorieën:
- Wetten en algemeen verbindende voorschriften (art. 3.3, eerste lid, onderdeel a);
- Overige besluiten van algemene strekking (art. 3.3, eerste lid, onderdeel b);
- Organisatie en werkwijze (art. 3.3, eerste lid, onderdeel d);
- Bereikbaarheidsgegevens (art. 3.3, eerste lid, onderdeel e).
Het BZK-Programma Open Overheid en het Rijksprogramma voor Duurzaam Digitale Informatiehuishouding (RDDI) werkten in de afgelopen jaren de werkdefinities, de wijze van openbaarmaking en eventuele hulpmiddelen bij openbaarmaking per categorie uit. Dit deden zij in werkgroepen van experts uit diverse organisaties die met die categorie te maken hebben.
Door de projectgroep Implementatie Wet open overheid is ook in 2025 intensief gebruik gemaakt van deze documenten om actieve openbaarmaking mogelijk te maken en de hiervoor benodigde processen in de organisatie te borgen. De gemeente publiceert nu al actief informatie uit zeven van de elf categorieën (waaronder de vier hiervoor genoemde categorieën). De gemeentelijke website is aangepast zodat je informatie gemakkelijker kunt vinden. De informatie in de ‘Woo-index’ is bijgewerkt en uitgebreid. Er zijn twee Woo-coördinatoren waarmee zowel door internen als externen contact wordt opgenomen voor vragen over de wet of over het publiceren van informatie. Er is een (interne) communicatiecampagne geweest om de bewustwording over de Wet open overheid te vergroten en aan te geven wat dit van de organisatie verlangt.
In 2025 is opnieuw deelgenomen aan de VNG enquête ‘Monitor implementatie van Wet open overheid’. De uitkomsten zijn verwerkt in het dashboard van www.waarstaatjegemeente.nl. Dit is te vinden onder Lokaal bestuur en veiligheid > Lokaal Bestuur > Rapport implementatie Wet open overheid.
Het Ministerie van BZK heeft in juli 2025 met een voortgangsbrief aan de Tweede Kamer laten weten dat de Kamer later in 2025 geïnformeerd zou worden over de voortgang en de definitieve inwerkingtredingsdata van de tweede tranche. De tweede tranche omvat onder andere de categorieën: vergaderstukken gemeenteraad, agenda’s en besluitenlijsten college, jaarplannen en jaarverslagen, adviezen. Dit heeft in 2025 niet meer plaatsgevonden. Hierover wordt meer duidelijk in de eerste helft van 2026. De gemeente maakt reeds een groot deel van deze categorieën uit de tweede tranche actief openbaar. De bezoekersstatistieken laten zien dat deze informatie op de website goed gevonden wordt.
Woo-index
De Woo-index verwijst naar documentcollecties die al elders door bestuursorganen op internet zijn gepubliceerd. De zoekfunctie maakt de documenten in deze collecties (op den duur) centraal doorzoekbaar. Om aansluiting te vinden op de index dient onze gemeente over een eigen publicatieplatform te beschikken. Deze ontwikkeling is opgepakt door de projectgroep. In 2025 is met succes verder gewerkt aan een nieuw publicatieplatform voor het actief openbaar maken van diverse informatiecategorieën.