Meer
Publicatiedatum: 30-08-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Inleiding

Inleiding

Voor u ligt de zomerrapportage 2018. De Zomerrapportage is een afwijkingenrapportage. Met dit document actualiseren wij het in de Begroting 2018-2021 gepresenteerde financiële beeld. De opgenomen afwijkingen kunnen zowel beleidsmatig als financieel van aard zijn. Het betreft mutaties die reeds zijn gerealiseerd, dan wel mutaties die in de loop van het jaar worden voorzien. Het resultaat van de zomerrapportage geeft een beeld van het te verwachten resultaat bij de jaarrekening 2018.

Deze zomerrapportage wordt voorafgaand aan de Begroting 2019-2022 door de raad behandeld. De structurele effecten van de zomerrapportage 2018 zijn opgenomen in de Begroting 2019-2022.

Resultaat Zomerrapportage 2018

De primitieve Begroting 2018-2021 sloot met een voordelig saldo van € 0,9 miljoen. Na de verwerking van verschillende tussentijdse mutaties is het saldo toegenomen naar € 1,0 miljoen. Deze wijzigingen hebben te maken met de systematiek van het doorbelasten van de uren op met name de grondexploitaties (er zijn meer uren doorbelast naar de grondexploitaties). Anderzijds heeft dit een nadelig effect op de raming van de grondexploitatie. Na verwerking van de mutaties van de Zomerrapportage 2018 is er een voordelig saldo van € 5,9 miljoen te zien.

Coalitieakkoord

In het coalitieakkoord is de afspraak gemaakt dat door scherper te begroten, de vrije begrotingsruimte met minimaal € 1 miljoen structureel toeneemt. Om aan deze afspraak invulling te geven is een uitwerking gemaakt door te kijken welke posten ruimte bevatten en daarmee (zonder beleid aan te passen, uitvoering te verminderen etc.) afgeraamd kunnen worden. Aangezien veel van deze posten al betrekking hebben op 2018, is deze verwerking meegenomen in deze zomerrapportage. Een overzicht van de ruimte per programma met een korte toelichting op de grootste posten is opgenomen onder Coalitieakkoord.

Kapitaallasten

In 2017 zijn er uiteindelijk minder investeringen afgerond dan eerder begroot was. Aangezien de kapitaallasten (rente en afschrijvingskosten) pas gaan lopen het jaar volgend op het jaar waarin de investering afgerond wordt, betekent dit dat veel van de kapitaallasten die in 2018 begroot waren daarmee komen te vervallen. In totaal bedraagt dit circa € 1,1 miljoen. Deze afwijking valt op verschillende beleidsvelden, en komt daardoor meerdere keren terug in de afwijkingenrapportage. Aangezien het uitgangspunt vooralsnog is dat deze investeringen op een later moment nog wel afgerond gaan worden, is dit voornamelijk een verschuiving, maar voor 2018 een incidenteel voordeel.